DAGBLAD VOOR Drie golven Kuliuurweek in Nederland. „WIJ ZULLEN DEZEN TIJD DOORSTAAN EN TENSLOTTE WINNEN". Amerikaansche doorbraakpogingen in Italië mislukt Harde gevechten tusschen Minsk en Wilna. Nieuws in 't kort. Gevechten voor de Nederlandsche kust. De kleeren.... Verwachte groote offensief bij Caen begonnen Aanval in richting van den weg Caen-Bayeux. Radiopraatje Max Blokzijl. Waarschuwingsdienst aardappelziekte. in de Technische Oorlogsontwikkeling. Distributienieuws. Waar Stad en Land elkaar ontmoeten. Uitgave: Dagblad voor Noord-Holland N.V. Alkmaar - Voordam C 9. Bureau Alkmaarsche editie: Voordam C 9, Alkmaar. Telefoon Adm. 3X20 - Red. 3330. Giro 187294. DONDERDAG S JULI 1944. ALKMAARSCHE EDITIE. NOORD-HOLLAND 146e Jaargang, No. 156, 2 pagina's. Hoofdredacteur: H, M. C. SCHRöDER, Alkmaar. Prijs der gewone advertenties in deze editie min. 1.40, elke m.m. meer 0.10. Tarieven voor de gebeele op lage op aanvraag. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar ƒ2.10, voor het geheele Rijk ƒ2.63. Losse nummers 5 cent. De geboortedag van Rembrandt viel op 15 Juli. Veela" werd die dag vergeten. Mis schien, dat een enkele docent op een middelba-e school, die liefde en ver eering had voor één der grootste kun stenaars der wereld, die tevens Ne derlander was, zijn leerlingen op dien datum attent maakte. Maar veel naam zal het toch stellig niet gehad mogen hebben. Het Nederlandscbe volk als geheel ging zonder bijzondere belang stelling aan dien dag voorbij. In de naaste toekomst zal dit anders Worden. De vijftiende Juli zal voortaan elk jaar worden verheven tot een dag van nationale herdenking en bezinning. Van bezinning vooral, en een bezin ning,- die zich niet slechts bezig houdt met den genialen schepper Rem brandt van Rijn, doch met de gansche Nederlandsche kunst; met de kunst, die gewrocht werd in het verle den; met de kunst, die thans, onder de huidige oorlogsomstandigheden, haar vormen vond en met de kunst, zooals «leze in komende jaren haar gestalte zal verkrijgen. Vijftien Juli! Een dag van verdiept Nederlandsch zelfbesef tevens hoogtepunt eener ieestweek, gewijd aan de vaderland- sche kunst in haar omvangrijkste be- teekenis. Kunst, heeft men terecht gezegd, is de bloei van het zieleleven eener na tie, en naar dien bloei zal het Neder landsche volk met een eerbied, waar in deemoed en liefde vermengd zijn, leeren opzien zooals mén ademloos en bewogen kan opzien naar een boom, die in den pracht van zijn bloei staat. Het lag voor de hand, dat men op. het denkbeeld kwam om in Rembrandt de som der geheele vaderlandsche kunst te eeren, want hij blijft méér dan wie ook het centrale punt, om hem heen groepen zich velen; hij is als een zon, die haar licht naar alle zijden uitzendt. Wie de grootheid van Rem brandt beseft, beseft tegelijkertijd, dat de schoonheid, die de eenvoudige mole naarszoon uit Leiden schiep, als een bundelend zoeklicht door de wereld straalt. Van 10 tot 15 Juli a.s. zal Nederland zijn kunstprestaties herdenken in tallooze steden, grootere en kleinere, maakt men zich daartoe gereed. Hoe zeer het de bedoeling is om niet slechts het oog op het verleden te rich ten, blijkt wel uit het feit, dat aan den Nederlandschen kunstenaar, die voor het vaderlandsche kunstleven van de grootste beteekenis is, een „Rembrandt- legpenning" uitgereikt zal worden. Een eerbetoon, dat elk jaar een an deren kunstehaar ten deel zal vallen. Hitler vol vertrouwen. Onderscheidingen verleend aan technici. Op een vergadering, die Rijksminis ter Speer had bijeengeroepen om den verantwoordelijken mannen der Duit- sche wapen- en oorlogsproductie ver dere richtsnoeren voor hun arbeid te geven, hebben Rijksminister Speer en de bureauchefs van zijn ministeriën 't woord gevoerd, terwijl in opdracht van Rijksminister Backe Staatsminis ter Ricke sprak over de voedselpositie van het Duitsche volk In den loop der vergadering deco reerde minister Speer een aantal man nen, die zich bijzonder verdienstelijk hadden gemaakt voor de bewapening. In opdracht van den Führer overhan digde hij bet ridderkruis van het kruis van oorlogsverdienste met de zwaar den aan den Reichslastverteiler dr. Fischer, aan Generaldirektor Kessler, commissaris-generaal voor bijzondere productie, den Direktor Langenohl, leider van den hoofdring gieterij en aan ir. Lüsche, leider vgn de hoofd commissie electrotechniek. Aan een aantal andere medewerkers overhandigde de minister het hun door den Führer verleende Duitsche k?uis in zilver. Onwrikbaar vertrouwien. Het hoogtepunt der bij eenkomst werd gevormd door een ontvangst der deelnemers door den Führer in zijn hoofdkwartier. De Führer gaf den verantwoordelijken mannen van de Duitsche bewapening en oorlogspro ductie een overzicht van de taak van „hét Duitsche bedrijfsleven in oorlog en vrede. „Deze oorlog," aldus zei de Führer, „kan niet worden afgemeten naar ge beurtenissen van den dag. In een zoo geweldige, historische worsteling speelt een voorbijgaand succes of een voorbijgaande tegenslag geen beslis sende rol. In dezen grootsten lotsstrijd van het Duitsche volk, die beslist over zijn of niet zijn van vele geslachten, heeft elk slechts den plicht, onver moeid voo? de overwinning te strij den en te werken. Ik weet. dat een Ongekende zenuwkracht en een onge kende^ vastbeslotenheid noódig zijn om in tijden als deze te volharden, maar boven ons staat als de ster, die ons handelen leidt, het eene beginsel, dat voor geen enkele moeilijkheid ge capituleerd wordt." De Führer wees op den heldenmoed aan het front, waar zooveel dappere soldaten dag aan dag het schijnbaar onfhogelijke mogelijk maken en ook voor onoplosbaar lijkende moeilijkheden niet terugdeinzen, maar ze toch steeds weer meester worden. „Als gij dezen heldenmoed gadeslaat, dan begrijpt ge ook mijn onwrikbaar Vertrouwen. Zou tegenover een derge lijk heldendom een leiding als de onze die zoo gelukkig is te kunnen zeggen, dat zij vier jaar-lang slechts succes sen heeft behaald, in eenig opzicht fa len? Neen. Wij zullen dezen tijd door staan en ten slotte dezen oorlog win nen. De overwinning zal ons eens al len schadeloos stellen voor onze of fers, onze zorgen en ons bloed. Een oorlog van de techniek. Deze oorlog is niet alleen een oor log van de soldaten, maar vooral ook van de technici. Technische uitvindin gen hebben van het begin af haar stempel op hem gedrukt. In den loop van den strijd zijn de vijanden er in geslaagd, van onze ervaringen te lee ren, onzen voorsprong op menig ge bied in te halen en op enkele terrei nen ons voorloopig ook voorbij te gaan. De Duitsche uitvindersgeest echter is bezig het technische evenwicht te herstellen om zoo de voorwaarden te scheppen, waardoor het stuur van den oorlog voor goed zal worden omge gooid." Aan het slot van zijn toespraak be tuigde de Führer Rijksminister Speer en zijn medewerkers zijn bijzonderen dank voor hun voortreffelijke presta ties op het gebied der Duitsche bewa pening en droeg hij hun op, dezen dank ook over te brengen aan alle arbeiders in de Duitsche wapenbedrij- ven. Weermachtbericht. Volledig Duitsch afweersucces in Normandië. UIT HET HOOFDKWARTIER VAN DEN FiiHRER, 5 Juli. (D.N.B.) - Het opperbevel der weermacht maakt bekend: „In Normandië is de vijand gis termorgen aan weerszijden van den weg Bayeux-Caen na zwaar voor bereidend vuur met sterke infante rie- en pantserstrijdkrachten tot den aanval overgegaan. Er ontwik kelden zich hevige gevechten, in welker verloop de vijand overal bloedig werd afgeslagen. Ook ten Zuidwesten van Tilly stortten ver scheidene vijandelijke aanvallen in ons afweervuur ineen. Op den Westelijken vleugel van het landingshoofd duurden de zware afweergevechten ook giste ren den geheelen dag voort. AJle aanvallen mislukten met zware verliezen aan dooden en gewonden voor den vijand. Waar de tegen stander onze linies kon binnen dringen, werd hij door tegenaan vallen terstond weer naar zijn stellingen van uitgang terugge worpen. Zware gevechtsvliegtuigen vfelen des nachts vijandelijke scheepsconcentra- ties voor de Normandische kust aan en brachten 1 torpedojager en 1 koop vaardijschip van 5.000 brt. tot zinken. Een kruiser werd zwaar beschadigd. Boven het landingshoofd en de bezette Westelijke gebieden werden gisteren 65 vijandelijke vliegtuigen, waaronder 45 viermotorige bommenwerpers, neer geschoten. In midden-Frankrijk werd een met valschermen neergelaten Britsche sa botagegroep ter sterkte van 43 man geliquideerd. 108 andere gewapende terroristen werden doodgeschoten. Zwaar vergeldingsvuur ligt op Londen. Italiaansche front. In Italië lag het zwaartepunt van de gevechten gisteren in het gebied ten 'Zuiden van Arezzo en ten Noorden van Siena. Na verbitterde, wisselvallige gevechten kon de vijand daar eenige kilometers naar het Noorden opruk ken. Zijn pogingen, een doorbraak te bereiken, mislukten. Aan den Weste lijken en Oostelijken kustweg sloegen onze grenadiers, door artillerie en zware wapens voortreffelijk onder steund. alle ook met tanks ondernomen Vijandelijke aanvallen uit elkaar. Oostelijk front. In den Zuidelijken sector van het Oostelijke front werd de stad Kowel ten behoeve van de plaatselijke front verkorting volgens de plannen en zon der vijandelijken druk ontruimd. In den centralen sector duurt de zware strijd om de landengten tusschen de moerassen' in het gebied van Ba- ranowice én Molodeczno voort. Ten Oosten en Noorden van Baranowice werden de bolsjewieken na zware ge vechten in grendelstellingen opge vangen. Ten Zuiden van Minsk banen zich onze formaties al strijdende een weg verder terug. Ten Noordwesten van de stad werden hevige aanvallen der bolsjewieken afgeslagen. Hier schoot een pantsergevechtsgroep onder bevel van luitenant-generaal Saucken ip bewegelijke gevechtsvoering in den tijd van 27 Juni tot 3 Juli 232 vijande lijke tanks stuk. Om Molodeczno' wordt verbitterd gevochten. Ook^ ten Noord oosten, van Wilna zijn hevige gevechten met Sovjet-Russische aanvalsvoOThoe- den aan den gang. Westelijk en Noord westelijk van Polozk stortten talnjke, door tanks ondersteunde aanvallen van den. vijand met zware verliezen aan dooden en gewonden 'ineen. Eskaders slagvliegers ondersteunden den af- weerstrijd van het leger en brachten den bolsjewieken zware verliezen toe. Een formatie zware gevechtsvliegtui gen ondernam des nachts een gecon- cenfreerden aanval op Minsk. Talrijke groote branden werden waargenomen. Bij een aanval van Sovjet-Russische vliegtuigen op Kirkenes werden 26 vijandelijke vliegtuigen in luchtge vechten neergeschoten. Amerikaansche bommenwerpers vlo gen naar Roemenië en wierpen bom men op Kroonstad. Er ontstond schade en de bevolking leed verliezen. Vijf viermotorige vliegtuigen werden neer geschoten. Enkele Britsche stoorvliegtuigen wierpen in den afgeloopen nacht bom men in het Rijnlandsch-Westfaalsche gebied". LavaKlooft 20 millioen francs uit! - De Fransche regeeringschef Laval heeft een belooning van 20 millioen francs uitge schreven voor de opsporing van de moor denaars van den staatssecretaris van In lichtingen en Propaganda, Philippe Hen- riot. (C.D.) Voor de Nederlandsche kust zijn Woensdagochtend tusschen 2 en 5 uur verscheidene gevechten ontstaan tus schen Duitsche beveiligingsstrijdkrach- ten en Britsche torpedomotorbooten. Daarbij werd voor IJmuiden tegen 3 uur een aanvallende formatie torpedo motorbooten zwaar beschoten. Een der booten werd tot zinken gebracht* 20 leden der bemanning, waaronder de commandant, werden gevangen geno men. Hierbij ging een eigen patrouille boot verloren. De bemanning hiervan kon bijna voltallig gered worden. Voor Vlieland werden verscheidene malen vruchteloos aanvallende torpe-0 domotorbooten verdreven en werd een boot door voltreffers zwaar bescha digd. Hierbij werd aan Duitsche zijd^ geen schade geleden. Hoewel de vijandelijke formatie ge probeerd had om met een geldig her- kenniögssignaal door te gaan voor een Duitsche formatie torpedomotorbooten, werd de formatie zwaar getroffen en met talrijke treffers op de vlucht ge dreven. Nadere bijzonderheden ontbreken nog, Max Blokzijl spreekt in de serie Brandende Kwesties, te zenden op he denavond oven. Hilversum 1, om 18.45 uur. De titel van dit praatje is: „Hoe raken we ze straks weer kwijt?" In het etmaal van Maandagavond 3 tot Dinsdagavond 4 Juli is de weersgesteldheid in de streek be noorden Alkmaar en in de streek tusschen Hoorn en Enkhuizen kri tiek geweest voor het optreden van aardappelziekte. Ontlastingsoffensief bij St. Lö. Dinsdagochtend, bij het aanbre ken van den dag, is het 'tweede Britsche leger onder generaal Dempsey na een hevig trommel vuur uit alle monden, van enkele uren lang, het verwachte groote offensief in het gebied van Caen begonnen. Geografisch gezien is het verschil met den eersten groo- ten slag om Caen, dat deze zich voornamelijk afspeelde op den thans bekend geworden straatweg van Caen naar Villers Bocage, ter wijl het zwaartepunt van de be gonnen gevechten zich heeft ge vormd ter weerszijden van den zoogenaamden „nationalen weg", die van Caen naar Bayeux loopt. Volgt men dezen weg naar het Westen dan komt men in Carentan. De vraag duikt op of de verleg ging van het zwaartepunt, in direct verband staat met eventueelen stenn, die zou worden verwacht van Bradley's eerste Amerikaan sche leger. De eigenlijke aanval begon omstreeks zeven uur en werd aan de spits geleid door tanks, waarschijnlijk ter sterkte van twee divisiés. In zeer korten tijd wakkerde de strijd tot groote felheid aan. Het gelukté eén afdeeling Britsche tanks om tot Carpiquet door te drin gen, daar vlak achter lagen Duitsche artillerie-stellingen, waar de aanval hoogstwaarschijnlijk op was gemunt en begrijpelijkerwijs bereikte het gevecht daar een hoogtepunt. Omtrent de front breedte is het moeilijk, juiste gegevens te verkrijgen. Vermoedelijk houdt men in Duitsche kringen, naar ons te Ber lijn werd meegedeeld, rekening met een front ter breedte van 10 a 12 kilo meter. Over deze eerste phase van den nieuwen slag om Caen men kon be ter zeggen: de ruïne van Caen ver namen we voorts nog, dat Dinsdagmid dag 37 vernielde Britsche gevechtswa gens waren geteld. Terwijl we dit schrij' ven zijn de gevechten nog in vollen gang en het laat zich aanzien, dat er ook. verder nog zware strijd zal worden geleverd: Caen is een belangrijk punt» er komen zeven hoofdwegen samen. Onze berichten wijzen er voorts op, dat ook oostelijk van Caen de strijd weldra hevig zal opleven. Men houdt er aan Duitschen kant in ieder geval rekening mee. In het gebied van de monding der Orne werden ook Dinsdag ontschepingen van troepen en mate rieel geregistreerd, in stijgenden om- wang zelfs, en dit wijst op zichzelf Met de V. I viel het startschot der 3de faze. LlOE denkt Duitschland de enorme belasting, waaraan het als gevolg van de concentrische aanvallen van de tegenstanders op het oogenblik bloot staat, te boven te kunnen komen? De ze vraag kan als beslissend gelden voor den afloop van den oorlog en is als zoodanig van kardinaal belang. De be antwoording daarvan houdt verband met het materiaalvraagstuk. Iri de Duitsche pers wordt het Duitsche volk de ernst van den toestand geenszins verheeld. Doch tegelijkertijd bevatten de commentaren aanduidingen, hoe de Duitsche leiding den tegenwoordigen toestand meester hoopt te kunnen wor den, waarbij het kernpunt is, dat door een nog totaler krachtsinspanning dan tot dusverre het Duitsche volk den voorsprong, dien de tegenstander op ma terieel gebied heeft weten te verwer ven, moet inhalen. Dit was ook de tendenz van het arti kel van dr. Göbbels in het jongste nummer van „Das Reich", dat alge meen wordt uitgelegd als de aankdhdi- ging van een nog strafferen koers, die tot een verdere concentratie der krach ten in het belang der oorlogvoering moet leiden. UET valt niet te loochenen, dat Duitschland een moeilijken tijd mee maakt, zoo schrijft de Berliner Börsert- zeitung in een hoofdartikel. In het Oos ten is een strijd gaande, tegen welke geen ander "volk in den afweer opge wassen zou zijn. In midden-Italië voert de tegenstander steeds nieuwe strijd middelen uit vier werelddeelen tegen een handvol Duitsche divisies aan. Op technisch gebied heeft de oorlogsin dustrie van den tegenstander verba zingwekkende prestaties geleverd om het welslagen der invasie in Frankrijk te waarborgen. De luchtmacht, de ma rine en het leger van Engeland en Amerika hebben de elite beschikbaar moeten stellen om de bliksemsnelle be slissing van den invasieslag te be werkstelligen. .&nder« Duitsche bladen schrijven in denzelfden zin. In het bijzonder de ont wikkeling van den strijd in het Oosten wordt in de commentaren als ernstig gekenmerkt en hoewel- het front/in het Westen van Duitsëhe militaire zijde steeds het belangrijkste is genoemd, schijnt het Oostelijke front in verband met het verloop, dat de gevechten daar nemen, in de beoordeeling van deze krijgen langzamerhand een minstens even belangrijke plaats te gaan inne men. In verband hiermede wordt er nog eens aan herinnerd, dat de opzet der Duitsche strategie tegenover het con centrische. offensief der tegenstanders steeds hierop gericht geweest is een beslissing in het Oosten voorloopig te ontwijken om in het Westen een be- slissenden slag te kunnen slaan en ver volgens weer alle aandacht aan het Oostelijke front te schenken. Terwijl Duitschlands tegenstanders, wier productie aan oorlógsmateriaal een in de krijgsgeschiedenis ongekend hoogtepunt heeft bereikt, ook volgens hun eigen verklaringen, naar een zoo snel mogelijke beëindiging van den oorlog streven, tracht Duitschland, ter wijl het zich tot de verdediging be perkt, in stormachtig tempo zijn ach terstand op materieel gebied in 'te ha len, ten (ïinde tijdig gereed te zijn om met nieuwe en betere wapens de krijgskansen te doen keeren. Dit was het belangrijkste van de re de, die de Führer voor de kopstukken van de oorlogsindustrie/heeft gehouden en waarin hij zeide er van overtuigd te zijn. dat het Duitsche vernuft er in zou slagen de Duitsche wapenen een voorsprong te geven, in de eerste plaats in kwalitatief opzicht, waardoor de oorlog een wending ten gunste van Duitschland zou nemen. jJIJZONDER duidelijk feonrt de Duit sche visie tot uiting in een artikel van een oorlogsverslaggever, die in de technische ontwikkeling in dezqn oor log drie golven meent te kunnen vast stellen. De eerste golf omvat de periode van het begin van den oorlog tot het najaar van 194?, die in het teeken der ondubbelzinnige superioriteit stond. Herinnerd wordt aan de Stuka's, de zelfstandig operèerende pantserdivisies en de duikbooten. De beide sterkste tegenstanders, Engeland en de Sovjet Unie; met de Vereenigde Staten op den achtergrond, kwamen door hun onder linge kracht alle crises te boven en •\v<mnen zoo den noodigen tijd om uit de bittere ervaringen met de Duitsche wapens en hun moderne toepassing leeririg te trekken. Hiermede wordt de tweede golf in de technische ontwikke ling der strijdmiddelen ingeluid. Het luchtwapen van de tegenstanders krijgt een numerieken en technischen voor sprong, de afweer tegen de Duitsche duikboot was door heli gebruik van een nieuw lokaliseeringsapparaat doel treffender geworden. Het artikel ver volgt: Deze en andere tegenslagen, die de tweede, in het teeken onzer vijan den staande, golf voor ons tengevolge heeft, zouden ons wellicht omvergewor pen hebben, wanneer onze weerstands kracht niet uit de reserves, die wij als vrucht van de eerste golf hadden ge oogst, gevoed had kunnen worden. Hoe zouden /3e vertragingsgevechten in het Oosten mogelijk zijn geweest, zonder de successen van onzen stormachtig ter rein winnenden opmarsch in de beide zomers van 1941 en 1942? Hier herhaalt zich than$, aldus het artikel, wat wij reeds bij de eerste golf vaststellen konden, doch ditmaal in omgekeerden zin. Thans zijn wij het, die den noodigen tijd winnen om, ont- wikkelingstechnisch, in zekeren zin diep adem te halen. In alle stilte vol trekt zich bij ons de voorbereiding van de derde golf in de technische ontwik keling van nieuwe wapens. Met de ac tie van de „V. 1" is het startschot der derde golf gevallen. Deze derde golf staat in het teeken der Duitschers. Zij waarborgen ons, zoó besluit het arti-. kei, de eindoverwinning der Duitsche wapens, want een vierde golf zal niet meer komen. Daartoe is de kracht der sedert vijf jaren in uiterst harden strijd gewikkelde volkeren nietmeer toereikend. Zooals uit het voorgaande duidelijk blijkt, is de Duitsche strategie er op het oogenblik in de eerste plaats op ge richt, te voorkomen, dat de tegenstan der overeenkomstig zijn plannen 'n snel le beslissing van den oorlog forceert. Gelukt dit plan, dan kan dit het beeld van den oorlog ingrijpend ver anderen. reeds op de voor de hand liggende mo gelijkheid van gevechten beoosten de rivier. In den westelijken sector van het in- vasiegebied hebben de Amerikanen Dinsdag hun aanvallen ten Oosten en ten Westen van de Prairies Marecageu ses de Gorges voortgezet.. Van welinge lichte Duitsche zijde vernamen we, dat aan deze gevechten in hoofdzaak plaat selijke beteekenis moet worden toege kend, althans zeer zeker tot dusyerrë. Men hecht er dus nog geen operatieve beteekenis aan. Een oorlogsverslagge ver, die Dinsdagavond voor de Duitsche radio sprak, kenschetste den strijd in dit gebied als een „ontlastingsoffen sief" ten behoeve van de gevechten om Caen. Overigens wordt de strijd aldaar ook weer niet onderschat: we verna men te Berlijn,, dat er op verschillende plaatsen met groote hevigheid wordt gevochten. De weersomstandigheden lieten aan het front Dinsdag een groo tere activiteit in de lucht toe dan Maandag. Gevechten om Carpiquet. De pantserslag ten Westen van Caen laaide Dinsdagavond weer in alle he vigheid op, nadat de namiddag betrek kelijk rustig was verloopen. De Engel sehen brachten vooral in de richting van Carpiquet, vlak ten Zuiden van den nationalen weg Bayeux-Caèn, nieuwe formaties in den aanval, om de tanks, die hier de voorste Duitsche li nies waren gepasseerd, maar daarna nog voor de artilleriestellingen door pantser jagers waren aangevallen, uit haar bedreigde positie te bevrijden. Het kwam tot verbitterde, heen en weer golvende gevechten in de straten van het dorp Carpiquet, die den ge heelen nacht voortduurden en van ochtend vroeg nog niet waren' geëin digd. Duitsche stormpioniers vernie tigden in de geveciiten om Carpiquet Dinsdagavond en Dinsdagnacht 13 tanks met nieuwe, zware ontplofbare stoffen. Noordwestelijk van Caen werden vlak naast het aanvalsgebied vhn Dins dag nieuwe, sterke tankconcentraties der Engelschen waargenomen. Aange nomen kan worden, dat de bèvelvoe- .ring van het tweede Britsche leger deze formaties gisteren heeft doen bi- grijpen in den strijd om Caen* Vijf leeftijdsgroepen- Zqoals bekend, ontvangen personen van verschillende leeftijdsgroepen ver schillende soorten bonkaarten, aange zien het wenschelijk is, Hij de distribu tie van voedingsmiddelen rekening te houden met speciale behoeften van per sonen van verschillende leeftijdsgroepen. Zoo is destijds een indeeling gemaakt in vijf leeftijdsgroepen. Voor elke groep werd een apart inlegvel vastgesteld en ieder ontving de speciaal voor zijn leef tijd bestemde bonkaart voor voedings middelen. Bij de .uitreiking der tweede Distribu tie-stamkaart is deze indeeling in groepen in beginsel gehandhaafd en werden eveneens vijf verschillende soorten inlegvellen uitgereikt. De oude leeftijdsgroepen waren: personen toten met één jaar, van 2 en 3 jaar, van 4 tot en met 13 jaar, van 14 tot en met 20 jaar en van 21 jaar en ouder. Deze in- deeling is thans door een andere ver vangen, waarbij uitsluitend het jaar van geboorte doorslaggevend is. Thans uitgereikt aan personen geboren in: 1925 en vroeger een inlegvel GA 401 1926 t/m 1929 een inlegvel GB 401 1930 t/m- 1939 een.inlegvel GC 401 1940 en 1941 een 'inlegvel GD 401 1942 en later een inlegvel GE 401 Het zal derhalve voorkomen, dat aan bepaalde personen ean ander soort bon kaart wordt uitgereikt dan tot nu toe het geval was. Zoo ontvangen b-v. al len, die in den loop van het jaar 1944 den 19-jarigen leeftijd bereiken of reeds bereikt hebben, thans een voedings- middelenkaart voor volwassenen, welke zij volgens de oude regeling eerst op 21-jarigen leeftijd zouden gekregen hebben. Met betrekking tot het inwisselen van inlegvellen wegens overgang naar een leeftijdsgroep, welke voor andere rantsoenen - in aanmerking komt, zal nog nader een regeling worden bekend gemaakt. Het inwisselen zal echter niet meer regelmatig gelijktijdig met de vierwekelijksehe uitreiking der bon kaarten kunnen geschieden. Totdat de nadere regeling is getroffen zal geen omwisseling van inlegvellen plaats hebben. Het Centraal Distributiekantoor wijst er op, dat deze en dergelijke verande ringen in overeenstemming met de des betreffende voorschriften zijn en het derhalve geen zin heeft hierover nog vragen te stellen. Uitsluitend zij, die in het bezit zijn van een ander inlegvel dan hun volgens bovehstaand lijstje uitgereikt had moeten worden, dienen zich hieromtrent ten spoedigste tot den plaatselijken, distributiedienst te wanden. Men zegt, dat de kleeren den man maken- Wat natuurlijk niet heele- maal waar is. Want iemand met een pelsjas en glimmende schoenen de uiterlijke kanteekenen van een heer kan een boef zijn, en de man, die in lompen gekleed loopt, kan de drager zijn van den adel van het individu. Ook hier zij men dus op zijn hoede. Maar toch schuilt er in die klee ren, welke den man maken, een schijn van waarheid.l Ik begon aan het bestaan van Sinterklaas te twij felen, toen ik in mijn jeugd in een lunchroom een Sinterklaas zag, die onder zijn tabbard twee schoenen droeg, die er uitzagen alsof de mui zen ervan gevreten hadden. En nu begin ik met ontstelling te merken, dat er onder de Nederland sche advocaten een verontrustende nonchalance gaat heerschen ten aanzien van hun ambtskleeding. Ik vernam en zag het ook zélf dat er nog maar weinig advocaten 'zijn, die zich de moeite nemen in de rechtszaal, Wanneer zij pleiten moe ten, hun toga behoorlijk aan te trekken. En over het witte befje, dat er in 99 van de 100 gevallen als een grauw' vodje bijhangt, maar heelemaal gezwegen! Hoe kan het pleidooi van zoo iemand indruk ma ken op de rechtbank stellig eveh- min als het commando van een generaal, die op pantoffels een troep commandeert! Het zal er nog van komen, dat de jongens uit de onderwereld, die van deze nonchalanche de dupe worden, uit protest de staking der misdaad proelameeren, waarmee dan weer op hun beurt de advocaten gedu peerd worden, want als de misdaad afgeschaft wordt, kunnen fij hun toga wel voorgoed aan den kapstok hangen. OVIDIUS- j Wanneer de stedeling bij boerof tuinder komt en met hem over het be drijfsleven spreekt, krijgt hij voortdu rend te hooren, dat de producten zoo goedkoop zijn en dat de boer, 'als hij al zijn verplichtingen volkomen volbrengt, feitelijk met verlies werkt. Dit is voor den stedeling onbegrijpe lijk en zoo gemakkelijk wordt daarom gedacht aan hebzucht van boer of tuin der. Toch zit er in de bewering van den plattelander een grond van waarheid- Wat is toch het geval? Vóór dezen oorlog ging het op het land slecht. Iedereen weet dit. De bou wer in de Streek of aan den Langendijk ging met. brood met slaboonen naar zijn. werk; de veehouder at zelf margarine en verkocht zijn boerenboter. Wij wa ren immers in de internationale con currentie betrokken en de handelsmag naten in Rotterdam en Amsterdam zorgden er wel voor, dat de walvisch- traan voor de margarine, de graan oogst uit Amerika en het vleesch uit verre landen onbelemmerd binnen kwam. Hiertegen kon de Nederlandsche boer niet concurreeren, hij kon niet meer koopen en slechts in een uiterst sober bestaan zijn bedrijf behouden. Hierin betrok hij de dorpsambachtslie den, die weer: van zijn koopkracht af hankelijk waren, en uiteindelijk ook de plattelandssteden, die slechts floreer-' den als het omringende platteland kon koopen. Met den tuinder, vooral met hem, die „grove" producten verbouwde, ging het evenzoo bergafwaarts. Kool en aardappelen, grove fruitsoorten en zelfs vele kasproducten, alles daalde in prijs. Het leek wel of de menschen minder begonnen te eten en al deze noodzakelijke voedingsmiddelen in steeds mindere mate gingen gebruiken. Versobering was hiervan het gevolg. Werd het al te erg, dan begon de Over heid met steunmaatregelen. Wij kennen ze, steun aan den tarweprijs, toeslag op de melk, crediet aan den tuinbouwer. Wij weten dat er door velen een oor deel over geveld is op zeer uiteenloo- pende wijze, maar dat vrijwel iedereen de maatregelen als zoodanig veroor deelde. VELEN verhieven hun stem om een oplossing van dit netelige vraagstuk te zoeken. Tevergeefs, er was geen grondige verandering van de toenma lige Overheid te wachten. De stem van de geldmagnaten overheerschte- en van die zijde is zelfs eenmaal in vollen ernst voorgesteld om het platteland maar niet meer te steunen, zelfs al zou het ten gronde gaan. Het was toch nog veel goedkooper om er een stelletje arm lastige plattelanders bij te hebben dan hun verouderde bedrijven in stand te houden. Laten wij ons eens Indenken dat men dezen weg gevolgd zou zijn en dat ons platteland een verwilderde woestenij geworden zou zijn, zooals b.v. sommige gebieden in Frankrijk! Gelukkig werden er ook andere stem men gehoord en één ervan kwam van een gepensionneerd departements ambtenaar, den heer Jan Smid uit Voorburg. Deze kwam voor den boer en voor Nederland als landbouwland op, zoodanig, dat men rekening begon te houden met hem en zijn aanhang, al wilde men dit ook niet volmondig er kennen- Een krachtige staat kan slechts ge grondvest zijn op een welvarend boe renland, zei Jan Smid. De bodem is de oerbron van de menschelijke voeding; maakt dus de bodembewerking tot een rendeerend bedrijf en de overige dee- len van de volksgemeenschap zullen op dezen onderbouw kunnen bloeien. Dit te bereiken door een regeling bij de grenzen; onze Nederlandsche volksge noot, boer of stedeling, landarbeider of handelsman, kan nu eenmaal niet con curreeren met den Japanner of den koe lie uit Indië. Toen kwam deze oorlog, een strijd, die nog steeds niet uitgestreden is, maar die mede beslissend zal zijn over het bestaansrecht van c.ns platteland. Wij weten het reeds: het land is de voedingsbron voor het volk en mag nimmer, zelfs onder geen enkele om standigheid, worden opgeofferd aan. de concurrentie met landen die een veel legeren levensstandaard hebben dan het onze. Ir. C- K.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Dagblad voor Noord-Holland: Alkmaarsche editie | 1944 | | pagina 1