D A*. 18^6- ALKMAARSCHE COURANT. Van MAANDAG LpHSÉEHffliiÉ!» =-r^ Den -9 FEBRUARI'. duitenlandsche berigten. F R A N K R IJ K. thans ontvangene Parijsehe bladen van den 2osten Februari} zijn Wi*.-- lfc«MWW T'w mUfrntmOtnar^-em -Mn» Deie Courant wordt geregeld eens in de week' en wel op Maandag voor de Prijs van 6 Centen uitgegeven. doch toen men dit bemerkteging er een kreet van verontwaardiging op, die dezen persoon noodzaakte, om zich dadelijk te verwijderen. Slechts enkele bladen, zoo als de Tmps ewagen van de onder een deel der aanschouwer» heerschende, pijnlijke twijfeling, of Morey en Pepinwier schuld slechts op de getuigenissen van anderen rustte, wel den dood verdiend hadden. De repnblikeinsche National gaat nog een stap verder, en gispt het volk, dat het met welgevallen het ter dood brengen van de eerste staacsmisdtdigers, wier hoofd na de om wenteling van 1S30 gevallen is, heeft aangestaard. Dit blad geeft in bedekce bewoordingen te kennen, dat het bestuur, 11a den eersten stap gedaan te hebben, op den thans ingeslagen weg zou kunnen voort gaan, Aan de onderscheidene doodvonnissen, die na 1830 tegen op standelingen in de Vendee zijn uitgevoerd, schijnt de National niec te denken. Het lijk van Pepin is, op verzoek zijner bloedverwanten aan deze, afgegeven, om hetzelve ter aarde te bestellen. Fieschi heeft omtrent hetgeen men met zijn stoffelijk overschot doen zou de grootste on verschilligheid aan den dag gelegd, en bij herhaling gezegd, dat men zijn ligchaam des verkiezende aan een ontleedkundige ter hand kon stel len, mus slechts zijn hoofd aan den heer Ladvecat wierd gegeven, die daarvan afgietsels in pleister zou laten maken, welke ten voor- deele van Nina Lassave zouden worden verkocht. Met eenige weerzin heeft men opgemerkt, dat onder de nieuws gierigen, die voor hoog geid eene plaats aan een venster, hetwelk op het schavot uitzag, hadden gehuurd, ook hertog Karei van Brons wijk behoorde. Zijn toonelkijker was gedurende de strafoefening onop- nou opgevuld met bijzonderheden wegens de laatste levensuren en de teregtstelling van Fieschi en zijne meclepligtigen. Onder anderen dec- verscheidene brieven mede, die Fieschi in de laatste weken en ye fs den dag vóór zijnen dood aan zijne advoksten aan den voorzit ten der Pairs, baron Pasquieren aan een aantal andere personen, die eenig handschrift van hem begeerden geschreven heeft. Overal straalt in deze brieven de zuchc van den schrijver door, om eenen grooten naam te makenen het blijkt daaruit op nieuw, dat hij, ofschoon be rouw betuigende over ziine afschuwelijke misdaad, zijnen ontgrens den hoogmoed gestreeld voelde door te zien, dat de algemeens aan dacht in zoo hooge mate op zijnen persoon gevesti ;d was. Onder de nlannen, waarmede hij zich in zijne gevangenis heeft bezig gehouden behoor:'ook dat een ziiner landgenooten; de heer Carnottina zijnen dood eene vertaling in het Fransch van de hekeldichten van den be roemden Italiaanschen schilder en schrijver Sah'ator Rosa in het licht zou geven, onder bijvoSging van aauceekeningéhwelke hij, Fieschi, op die gedichten had gemaakt. Narr het schijnt, had de sombre en trotsche toon, de in gedichten van Salvotor Rosa doorstraalt, en het zonderling karakter van den Italiaan, de. zoo men wilin zijne jeugd tot eene "rooverhende behoorde, voor Fieschi iets aantrekkelijks. De laatste brief, dien hij over deze uit te geven vertaling waarvan de de|.jk h Jchavüt „eyeï[j opbrengst ten nutte1 van weTkTe'piaatsen mo«'o opgeeft! j Va» de 2Üde ^r regering is thans de geheele inhoud der ver- twee ds^en later was hij h°oren opeubaar gemaakt, 01e de voorzitter der Pairs, baion Pasquier, hand is een dcn I7den en iSden Februarij aan Pepin heeft doen ondergaan. Hec blijkt daatuit, dat deze rampzalige in de laatste oogenblikken van zijn schreven, en waar js van den ipden Februarij gedagteeitei d reeds niet meer! Een der laatste geschriften van zijne briefje van drie regels aan een vreemdeling, die hem eenige schrlfte. |hke vertroostingen had toegezonden. Fieschi heeft'daarin waarschijn lijk vvnlen toon en dat hij, ofschoon hec Fransch zeer slecht schrij venrie kundigheden bezat, die men in een oud soldaat als hij niet zou 'vèrmoeeen liet briefje eindigt met de aanhaling in het Latijn van eene spreuk van Cicero. Nog is thans eene soort van geloofsbelijdenis van de hand van Fieschi opeubaar gewoiden, waarin hij over de 011- sterfe ijkeid der ziel redeneert, en die aan zijnen bichtvader, den abc Grivelis gerigt. Hij Oilten slorte va 1 die stuk, den wensch, dat zijn dood ten minste tot een afschrikkend voorbeeld voor anderen moge itrekken. Overigens blijkt uit de zeer uicvobnge berigten die thans wegens de teregtstelling worden medegedeeld, dat Fieschi niet slechts den wclveidienden dood moedig is te gemoet gegaan, maar ook coi den einde toe'in eenen staat van opgewondenheid heelt verkeerdzoo zelfs dat de abt Grivel van ti.jd tot tijd het vuur zijner gesprekken heeft'moeten matigen. Aan den voet van hec schavot gekomen, en de ontzettende volksmenigte, die in den omtrek bijeen wbs, ziende, zei de hij- Welk een gevoel! ik had die verwacht. Men heeft mij als een afschuwelijk monster afgeschilderd. Ik ben een groot misdadiger; maar ik heb door mijne bekentenissen eene grooce dienst aan mijn va derland bewezen. Ik' heb den Koning voor altijd op den troon beves ried" Nadat hij het hoofd van Morey had hooren vallen, beklom hij met'vlugheid bet schavot, na den abt Grivel te hebben verzochthem ook'daar te geleiden. Toen wendde hij zich tot de volksmenigte, en •mrak volgens hec regeringsblad) deze woorden uit: „Mime Heeren alles wat ik gezegd heb, is de waarheid; ik heb nooit leugens ver haald" iudien ik gelogen heb, moge God mij strafferIk zweer dat ik' de waarheid gezegd heb, voor God, wieu ik omhelze." Hier bood'de abt Grivel hem het crucifi* san. hetwelk hij mee vervoering én bij herhaling kuste; daarna ging hij voort„ja, ik heb de wasrheia gezegdik vraag vergiffenis aan God en aau de meuschenmaar voor H aan God Ik hoop. dar mijne veroordeeling ten minste tot voor- bee'd mee'strekken Na deze korte aanspraak viel hij den abc twee malen om"den hals. Deze haastte zich, diep geroerd, om het scha- vot te verlaten, en was de trappen nog niet afgeklommen, toen het hoofd van Fieschi reeds gevallen was. Ook omtrent de koelbloedigheid, waarmede Morey en Pepin het verhaalt men bijzonderheden die, als schier leven wel degelijk tot gedeeltelijke bekentenis van medepligtigheid aan den verfoeijelijken aanslag is gekomen. Hij heeft met name bekend, dat Fieschi hem het door dezen vervaard.gde rood 1 va het moordwerk tuig 111 der tijd heeft laten zien; dat hij, Pepin, 250 oi 300 franken aan Fieschi neeit geleend; dat hij met Ca aignaclien bekenden repu blikein die toen 111 Sainte-Péiagie gevangen zat, over den aanslag heeft gesproken en aan dezen schriftelijk heeft gevraagd, ot hij de 25 geweerlopen, die voor iiet moordwerktuig noodig waren niet kon ver strekken dat hij den èpscen Julij zijn paard aan Botreau heeft gegeven, doei zonder, zoo hij zeidete weten dat deze daarmede voorbij dé woning van Fieschi zou rijden, om dezen in staat te sieben van hec moordwerktuig te rigten en eindelijk dat hij, Pepin, den dag van den aanslag verscheidene zijner vrienden van de republikemsche partij dnarvart had verwittigd. Tot alle deze bekentenissen is Pepin echter slechcs schoor voerende overgegaan, en sommige daarvan heeft liii in den nachc voor zijnen dood gedaan, nadat hij den voorzicter Pasquier bij herha ling schriftelijk verzocht had, om bij hem té komen. Hij heeft echier cevens wel uitdrukkelijk cn bij herhaling verklaard, dat hij de zarpen spanning geenzins hap aangeraden, maar tegen zijnen wil door Fieschi, wiens moorddolk hij vreesde, daarin was gesleept. Men schijnt dan ook de betuiging van onschuld, die hij bij het ingaan der eeuwigheid heelt gedaan, zoodanig co moeten verklaren, dat hij ge*ne werkdndige, maar Hechts eene lijdelijke rol in het verfoeijelijk stuk hééft gespeeld. Ove rigens heeft Pepin in Zijn allerlacaste verhoor de niet onbelangrijke omstandigheid aan het licht gebragtdat Hij weinige maanden voor den aanslag lid was geworden van een toen nieuw Opgerigt geheim genoot schap. hetwelk de omveiwerping van het bestuur ten doel had. en waarvan de leden eeuwigen haat aan het Koningschap moesten zweren. Die bekentenis was te opmerkelijker, daar hu, in een weinige uren te vpren gehouden verboor, nog verklaard had ge .eriei geheime staatkun dige genootschappen te kennen. Pepin heeft voorts versche den repu blikeinen genoemd, met wie hij in naauwe betrekking heefc gestaan, onder anderen zekeren Recurtdie dan ook den aosten te Parijs in hechtenis is genomendoch kor: daarna weder in vriiheid is gesteld. Fieschi zelf is door den heer Pasquier den t'cten Februarij over de nadere bekentenissen van Pepin ondervraagden heeft in zoo verre zijne eigene vroegere verklaringen gelogenstraftdat hij thans geze; d heeft, dac Pepin den aarslag veel minder st.erk heeft doorgedreven Hij is ten f. [dan Morey, en zelfs voor hec aantal stagcoffersdie daardoor zouden emaakc, is teruggedeinsd. jk Wórdt thans nog een kort verhoor openbaar gemaakt, het- voorzitter Pasquier den i8dcn aan Morey heelt do-'ti order- ■ze hééft-erkenddat hij een republ keni WH en met Fieschi schavot zijn te gemoet gegaan men het vroeger gedrag van den laatsten in aanmerking neemt nntreloofcliik klinken. Pepin heeft nog in de kar, die hem ter st. ongeioon-iijK. f PPT -,»,r„(.,rnrppn dan men f worden gemaakt, is teruggedeinsd. ieTeJ°ve«èllfnde°gUSteIiike hem daartoe annmaande. Zijne beken-Eindelijk Wordt charts nog een kort verhoor„?r^baar gemaakt^ het waaromtrent noiT niets stelligs is be- 1 welk cl gaan. Deze vani'en Pepin in naauwe betrekking heeft gestaan; doch hij is tot den einde fcolitie dringend aangemaand om Die kommissaris heeft hem zelfs toegezegd, dat de teregtstelling te zijnen aanzien zou worden geschorst, indien hij tot bekentenis wilde komenmaar Pepin beeft geantwoord Ik heb niets meer te zeg gen ik sterf onschuldig en als het slagtoffer van eene schandelijke samenspanning. Ik beveel het loc mijner vrouw en kinderen aan." Nog weinige seconden voor zijnen dood heeft hij die betuigingen van onschuld herhaald. Alle berigten komen daarin overeen bij de teregtstelling ge 11 enkel kreet van afkeuring tegen het gesla; <rcn vonnis ia zelfs geen uitroep ten gunste der veroordeeldenheetc v3Ii den aksten February ;-r„n doen hooren. Het waszegt een der bladen als of het sombere schouw- Onze Stads- en Nationale Schouwburg, die ui d snel van den lijkstoet waarmede zes maarden geleden, de slagtoffer» reeds zoo veie zware en treffende verliezen van de,zelfs cer»te si.ers- van den troorddad.gen'aanóag ter aarde zijn besteld, aan de Parijze- dsn en talenten hoeft moeten ondervinden, heeft er gisteren avond raars'nog voor de oogen zweefde, S'echts één persoon heeft, na de wederom een hoogs: gevoelig geleden, m strafoefening een s.uk panier in bet bloed der veroordeelden gedoopt, sding, ten gevolge van eenen aanval van beroerte, o ,-erlnden van dc& tenissen na zijne veroordeeling, Icend g'emaakc, moeten vrij onbeduidend gewees: zijn minerf uw aan den voet van het schavot door eenen Komitiissaris minste no„ -an c, geheele waarheid te zeggen, toe alle deelneming aan aanslag blijven loochenen^ l«v r de* rrtrt*-iroroiln ir Tf* i BtNNENLANDSCHE BERIGTEN. 's Gravenhaoe den igsien Februarij. Te Middelburg is in den ouderdom van 52 jaren overleden de heer van Diggelen, Inspecteur van den Waterstaat, Hoofd-Ingenieur in da: de Pariissche bevolking de provincie Zeeland, ridder der orde van den Nedcrlaudschen Leeuw, af'eürmg tegen het gesla ln de Amsterdamsche Courauc leest men, onder dagceekening

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1836 | | pagina 1