t Zevenenzeventigste Jaargang. 1875. i No. 3. ZONS) AG 17 JANUARI. (JDfftcicel (Bcbccltc Inschrijving voor de Ps'alionale Militie Waar moet het standbeeld van Thor- becke staan? M* Siffitekelijköche Berichten. Duitschland. Frank i*yk. ♦V A I, kllAA II S Deze Courant wordt wekelijks uitgegeven en is verkrijgbaar op Zaterdag avond te 7 uren. Prijs per kwartaal O,GS, franco per post f <P afzonderlijke nommers Cents. Brieven franco aan de Uitgevers HERM*. COSTER. ZOON. C T. De Advertentiën kosten van 15 regels 0,75, voor elke regel meer 15 Centsgroote letters naar plaatsruimte. Bij inzending tot Zaterdag namiddag 1 uur, wordt voor de plaatsing in het eerstvolgend nommer ingestaan; ingezonden berichten een dag vroeger. PROVINCIE NOORDHOLLAND. HERBESTEDING. Op Vingsdag den 19 Januari 1875, des namiddags te half drie urenzalonder nadere goedkeuring, aan het locaal van het provinciaal bestuur te Haarlemnamens en voor rekening van het bestuur der hierna te noemen gemeente, worden overgegaan tot de herbesteding van: het bouwen van eene school en het doen van vernieuwingen aan de onderwijzerswoningin het zuideinde der gemeente Assendelft. De herbesteding zal plaats hebben bij inschrijving en op bod, volgens 433 der algemeene voorschriften voor de uitvoering van rijkswerkenvastgesteld bij beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van. 1 Maart 1866, No. 1773«. afd. Het bestek met de teekeningen is, tegen betaling van Een gulden, te verkrijgen aan het locaal van het Provinciaal Bestuur voornoemdaan het bureau voor buitenlandsche paspoortengevestigd in het raadhuis te Amsterdam, en aan de gemeente-secretarie van Assendelft. De kosten zoowel van de herbesteding als die van de eeréte aanbesteding komen ten laste van den aannemer. Nadere inlichtingen zijn te bekomen bij dengene die daar toe door den Burgemeester der gemeente Assendelft zal wor den aangewezen. De aanwijzing in loco zal geschieden op Zaterdag voor de aanbesteding. BRANDWEER. Gelet op de bepalingen van het reglement op het beheer en het behandelen der brandbluschmiddelenvastgesteld 6 Maart 1872 (Gemeenteblad n«. 101); Roepen bij deze op alle manspersonen a.in den loop van het jaar 1871 20 jaar oud geworden; b. zich tusschen den ouderdom van 20 en 60 jaren, sedert 1 Eebruarij 1874 binnen deze gebeente gevestigd hebbende; om zich in Januarij 1875 voor de dienst van het brandwezen te doen inschrijven, waartoe de gelegenheid zal bestaan ter secretarie der gemeente, op Maandag, Woensdag en Vrijdag van iedere week, van des voormiddags 10 tot 's namiddags 2 ure. Zij herinneren verder belanghebbenden, dat: Verzuim dier inschrijving indienststelling zonder loting ten gevolge heeft. Burgemeester en ff ethouders voornoemd, Alkmaar, A. MACLAINE PONT. 18 December 1874. De Secretaris NUHOUT van der VEEN. NATIONALE MILITIE. KENNISGEVING. BURGEMEESTER en WETHOU DE RS van ALKMAAR; Gezien art. 26 der wet op de Nationale Militie van 19 Au gustus 1861 (Staatsblad No. 72). Brengen ter kennis van belanghebbenden Dat het register der in het jaar 1874 alhier voor de Na tionale Militie ingeschreven personen, benevens de alphabe- tische naamlijst, ter inzage zullen liggen ter secretarie dezer gemeente, van af heden tot en met den 25 dezer maand, van des voormiddags 10 tot des namiddags 2 urebinnen welken tijd vermelde registers bezwaren kunnen ingeleverd wor den bij den Heer Commissaris des Konings in deze Pfovipeje. Alsmede Dat ten aanzien van het inleveren dezer bezwaren bij art. 99 der gemelde wet zijn gemaakt de volgende bepalingen: vDe bezwaren worden bij Gedeputeerde Sta'.en ingediend vdoor middel van een door de noodige bewijsstukken gestaafd //verzoekschrift, op ongezegeld papier, onderteekend door hem /rdie ze inbrengt. Deze brengt het verzoekschrift in tegen //bewijs van ontvang bij den Burgemeester zijner woonplaats, »die het terstond aan Gedeputeerde Staten opzendt." Burgemeester en ff'ethouders voornoemd, Alkmaar, A. MACLAINE PONT. 11 Januarij 1875. De Secretaris, NUHOUT van der VEEN. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALKMAAR brengen ter algemeene kennis dat het suppletoir kohier voor de plaatselijke directe be lasting over de dienst 1874, door Gedeputeerde Staten van Noordholland 6 Januarij j.l. goedgekeurd, op heden invor derbaar gestelden aan den gemeenteontvanger uitgereikt is. Burgemeester en ff ethouders voornoemd, Alkmaar, A. MACLAINE PONT. 11 Jan. 1875. De Secretaris, NUHOUT van dek VEEN. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALKMAAR brengen ter algemeene kennis dat de 2«. suppletoire gemeentebegrootingdienst 1874, door hen heden aan den gemeenteraad aangebodengedu rende 14 dagen vcor een ieder ter gemeente-secretarie ter inzage is nedergelegden in afschrift tegen betaling der kosten, verkrijgbaar gesteld. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar, A. MACLAINE PONT. 14 Jan. 1874. De Secretaris NUHOUT van der VEEN. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALKMAAR voldoende aan den inhoud der circulaire van Heeren Gede puteerde Staten der provincie Noordhollandvan 11 Julij 1844 No. 73 (Prov. blad No. 61). Brengen mits deze ter kennis van de ingezetenen hunner gemeente de bepalingen der wet van 1 Maart 1815 (Staats blad No. 2). luidende als volgt: 1. Dat op Zondagen en op zoodanige godsdienstige feest dagen als door de kerkgenootschappen van de Christelijke godsdienst dezer landen algemeen bekend en gevierd worden, niet alleen geene beroepsbezigheden zullen mogen verrigt worden, welke de godsdienst zouden kunnen storen, maar dat in het algemeen geen openbare arbeid zal mogen plaats hebben, dan ingeval van noodzakelijkheid, als wanneer de plaatselijke regering daartoe schriftelijke toestemming zal geven. 2. Dat op deze dagen, met uitzondering van geringe eet waren, geene koopwaren hoegenaamd op markten, straten of openbare plaatsen zullen mogen worden uitgestald of verkocht, en dat kooplieden en winkeliers hunne waren niet zullen mogen uitstagennoch met open deuren verkoopen. 3. Dat gedurende den tijd, voor de openbare godsdienst oefening bestemdde deuren der herbergen en andere plaat sen alwaar drank verkocht wordt, voor zooverre dezelve binnen den besloten kring der gemeente liggenzullen gesloten zijn, geenerhande spelenhetzij kolvenhalslaan of dergelijke mogen plaats hebben. 4. Dat geene openbare vermakelijkhedenzoo als schouw burgen publieke danspartijen concerten en harddraverijen op de Zon- en algemeene feestdagen zullen gedoogd worden zullende het aan de plaatselijke besturen worden vrijgelaten hieromtrent eene uitzondering toe te staanmits niet dan na het volkomen eindigen van alle godsdienstoefeningen. 5. Dat de plaatselijke policie zorg zal dragenom alle hinderlijke bewegingen en gerucht in de nabijheid der gebouwen tot de openbare eeredienst bestemd en in het al gemeen alles, wat dezelve zouden kunnen hinderlijk zijn, te voorkomen of te doen ophouden. 6. Dat de overtredingen tegen de bepalingen van dit besluit, naar gelang van personen en omstandigheden, zullen gestraft worden met eene boete van niet hooger dan vijf en twintig guldenof met eene gevangenis van niet langer dan drie dagen voor de overtredersdie buiten staat mogten zijn deze boete te betalen. 7. Dat bij eene tweede overtreding de boete of straf zal verdubbeld worden en al de te koop gelegde ol uitgestalde goederen verbeurd verklaard en de herbergen of andere pu blieke plaatsen voor ééne maand gesloten. En dat door deze algemeene verordeningen alle daarmede niet overeenkomende provinciale of plaatselijke reglementen en inrigtingen zullen gehouden worden voor vervallen. Burgemeester en ff ethouders voornoemd, Alkmaar, A. MACLAINE PONT. 16 Jan 1875. De Secretaris NUHOUT van der VEEN. op DIN GS DAG en VRIJDAG, namiddag van 5 tot 7 ure, ter gemeente-secretarie. VERGADERING van den RAAD der gemeente ALK MAAR, op Woensdag, 20 Januarij 1875, des middags ten 12 ure. A amens den Voorzitter van den Raad, NUHOUT van der VEEN. Lijst van brieven, waarvan de geadresseerden onbekend zijn, verzonden gedurende de 1'. helft der maand December 1874. Wed. J. Schoonweel, Alkmaar; I. Zakkwast, K. Scberpen- steinN. J. Borghols, Mej. M. A. Ikelaar, F. Wintering, Amsterdam P. H. Polak 's Gravenhagevan der Klok HalfwegA. Kool (2 stuks), Limmen; L. Niekens, Nieuw- kerkG. J. RoosOverveenvan der Torn, Scheveningeu; Jansen Co., Tilburg; Muller, Winkel. Van de Hulpkantorenr Broek op LangedtjkC, SehagenAmsterdam. Hoogwoud: M. S. Raap, Amsterdam, P. Bousen, Nieuwe- diep; L. Borst, de Waard. Rustenburg: C. Berkhout, Warmenhuizen. Het gaat nu eenmaal met het oprichten van beelden en gedenkteekenen in Nederland met bijzonder vlug. Zelfs kan men moeilijk beweren, dat de nationale traagheid in dit op zicht een uitzondering is op den regel die in alle andere zaken zou gelden, 't Is goed. nu de plaatsing van het stand beeld van Thorbecke zooveel bezwaren ondervindt, zich te herinneren, dat we hier met geen ongewoon verschijnsel te doen hebben. Die overweging kan ons misschien moed en kalmte geven. 't Zal onnoodig zijn de lange .geschiedenis van de natio nale gedenkteekenen aan de gebeurtenissen van 1813 nog eens te verhalen en al de geschillen op te tellen waartoe zij aan leiding hebben gegeven. Na den dood van Tollens heeft Rotterdam zich gehaast een standbeeld voor hem op te richten; maar nog herinner ik mij de plaat van de Spectator waarop de standbeeld-commissie werd voorgesteld, met het beeld van de eene plaats naar de andere verjaagd wordende. Herinnert men zich eindelijk nog wat er te doen is geweest, eer Rem brand te Amsterdam op de Botermarkt stond Op zulke za ken behoorde men alzoo voorbereid te wezen; maardemensch is hardleersoh en hij stelt zich altijd voor, dat de zaak die hij nu onderneemt, eens glad en gemakkelijk van stapel zal loopen. Dat teleurstelling bij herhaling zijn deel wordt, is daarvan het onvermijdelijk gevolg. Teleurstelling heeft dan ook allen getroffen die belang stellen in de oprichting van het standbeeld van Thorbecke in den Haag, nu de Minister van Binnenlandsche Zaken zich in het belang van den grooten rijksweg, die door de residentie loopt, tegen de door commissie en gemeenteraad eindelijk daartoe aangewezen plaats verzet. De teleurstelling gaat hier met groote verbazing en zelfs met verontwaardiging gepaard, en dat alles is zeer verklaarbaar. Er bestaat in ons gelukkig vaderland een wetgeving op de openbare wegenwaarvan de heer de Bosch Kemper getuigt dat zij is „een chaos van Eransche wetten en decretenvan Koninklijke Besluiten, van enkele Nederlandsche wetsbepa lingen van provinciale reglementen en plaatselijke verorde. ningen, zoodat het hoogst moeilijk is hier den draad te vin den, om te weten wat regtens is." Van de drie soorten van wegen, de rijks-, provinciale en buurtwegen, heerscht omtrent, de eerste soort, de rijkswegen, de grootste verwarring. Zij worden onderscheiden in wegen der eerste en der tweede klasseen het beheer over de rijkswegen der eerste klasse is opgedragen aan den minister van binnenlandsche zaken. Aan gezien echter het Koninkrijk der Nederlanden is verdeeld in gemeentenloopen ook deze groote wegen van de eene ge meente in de andere door steden en dorpen, en er is geen deel van een weg, dat niet tot de eene of andere gemeente behoort. Het beheer en het toezicht op de groote wegen heeft de lands Regeering aan zich gehoudenwat echter het onderhoud betreft, belast de Staat er zich mee alleen voor zoover de wegen door de voormalige plattelandsgemeenten loopenen eisclit bij dat in het onderhoud der rijkswegen voor zoover die door de voormalige steden loopen zal worden voorzien door de gemeenten. Het behoeft geen herinnering tot hpeveel geschillen en onaangename toestanden deze ge brekkige en in sommige opzichten vrij willekeurige regeling aanleiding heeft gegeven omtrent de behoefte aan wettelijke regeling zijn de gevoelens dan ook vrij eenstemmig. Erkend moet worden dat de Staat van zijn oppertoezicht en beheer in den regel geen misbruik maakt. De groote rijksweg der eerste klasse n°. 4, van Amsterdam over Haarlem, het Haagsche Schouw, 's GravenhageDelft, Maassluis enz. naar Hellevoetsluisloopt bij voorbeeld door de gemeente 's Gravenhage over verschillende stralen, onder anderen over de Veenestraat. De gemeenteraad van den Haag bepaalt bij verordening dat door de Yeenestraat slechts in ééne richting mag worden gereden, zonder dat de Minister van Binnen landsche Zaken zich daartegen verzet. Wat erger iser wordt zelfs niet voorzien in de behoefte aan een anderen rijks weg voor reizigers die in de verboden richting door den Haag willen trekken. Zoo zal een nauwgezet Nederlander, die per rijtuig van Delft over den Haag naar Haarlem wil reizen langs den rijksweg eerste klasse, in de residentie uit de Wagenstraten de Veenestraat willende inrijden, den weg versperd vinden en een andere straat moeten kiezen. Maar dommelt ook somsevenals wijlen Homerusde Minister van Binnenlandsche Zakenbij andere gelegenheden is hij wakkar, waakt met argus-oogen voor het heil van den Staat, en zorgt, als een Romeinsch Consul, ne quid detrimenti capiat respublica. Dezelfde naauwgezette reiziger, die langs den rijksweg der eerste klasse door den Haag wil rijden, moet ook over de Plaats ea daar moet hij ruimte hebben, zooveel mogelijk ruimte hebbendaarom kan de Minister niet toe laten dat daar voor zeker iemand een standbeeld wordt op gericht. Wel blijkt er dat er ter weerszijden van dat stand beeld een breedte van omstreeks 18 meters zou overblijven, dat is meer dan anderhalf maal de breedte van de derde Wagenstraat, de breedste straat in den Haag waarover de rijksweg loopt, en ruim vijfmaal de breedte van de Veene straat, de smalste straat van de travers, maar de Minister kan niet helpen dat die straten zoo nauw zijn; voor zoover het echter van hem af hangt, zal de reiziger langs den rijksweg ruimteveel ruimte hebben. Zoo oppervlakkig zou men zeggendat het bezwaar nog op andere wijze uit den ^eg kon worden geruimd. t)e Mi nister verwijst naar een Koninklijk besluit van 14 Septem ber 1829 waarbij is bepaald dat, „ten gevolge van de be strating van den weg door hét Haagsche Bosch, de richting van het gedeelte van den grooten weg der l"te klasse No. 4 door de stad 's Gravenhage, loopende van af de Koningsbrug aan het Bosch tot aan den Rijswijkschen wegvoortaan zal wezen als volgt: door het Korte Voorhout, langs hetTour- nooiveldover de Lange Vijverberg en Plaats, voorts door de Hoogestraatover de Markt, door de Yeenestraat, Wa genstraten en langs de Boebt van Guinea." Al wie maar eenigszins in den Haag bekend iszal overtuigd zijn dat deze riohting over de Plaats, door de Hoogestraat, over de Markt en door de Veenestraat al zeer ongelukkig is gekozen en een noodeloozen omweg maakt door het drukste en nauwste gedeelte^ van de stad. Men zou dus allicht meenen, dat de ontdekking van dit Koninklijk besluit al spoedig door zijn intrekking en vervanging door een ander besluit, waarbij een doelmatiger richting werd aangewezen, zou zijn gevolgd. Op die wijze had men waarschijnlijk gelegenheid gevonden om voor de ongelukkige reizigers, wier nauwgezetheid of stijfhoofdigheid hun verbiedt van den rijksweg der eerste klasse No. 4 af te wijken, zelfs nog beter te zorgen. Of is zoo'n besluit van den jare 1829 tot aanwijzing van de richting van een weg een wet der Meden en der Persen? Maar het besluit is niet gewijzigden de oprichting van het standbeeld op de Plaats verboden. Waar moet bet nu verrijzen De meening is tegenwoordig niet zeldzaam, dat men geen pogingen meer moet aanwenden om aan het standbeeld een goede plaats in den Haag te bezorgen, maar een keuze moet doen onder de andere gemeenten die hiervoor in aanmerking zouden kunnen komen en die zich zullen beijveren om voor het beeld een uitmuntende plaats aan te wijzen. Zoo worden Zwollede geboorteplaats van Thorbecke, en de hoofdstad genoemd. Het waardigbijna eenstemmig besluit van den gemeenteraad van Amsterdamwaarbij aan het beeld een geschikte plaats binnen de muren der hoofdstad wordt aan geboden is zeker wel geschikt om indruk te maken en in genomenheid op te wekken voor de oprichting te Amsterdam Intusschen is geen der redenen vervallenwaarom indertijd besloten werd het standbeeldzoo mogelijk in den Haag te doen verrijzen. Dat was het tooneel van Thorbecke's poli tieke werkzaamheiddaar zetelt Nederlands Regeering daar vergaderen de Staten-Generaal, daar is alzoo het Neder landsche volk in zijn afgevaardigden tegenwoordig, daar zal het nieuwe paleis van de Yolksvertegenwoordiging verrijzen. In de nabijheid van dat paleis is de plaats voor het stand beeld van Thorbecke. Is er op den ruimen Yijverberg geen plaats voor te vindengeheel buiten den rijksweg Thor becke's beeld behoort op het Capitool. Maar het Haagsche gemeentebestuur en de Haagsche bur gerij toont zoo weinig ingenomenheidhet is duidelijk dat de meerderheid het beeld liever niet in den Haag zag; den Haag verdient het niet, is het niet waard. Zoo spreekt men; maar laat dat alles waar zijn, het bevat geen enkelen grond voor de stelling dat het beeld niet in den Haag thuis be hoort. Men heeft den Haag niet gekozen omdat het bestuur en de burgerij van die gemeente ojz de eer van Thorbecke's beeld de meeste aanspraak hadden, niet om den Haag een welverdiende onderscheiding te doeD toekomen. Of bestuur en burgerij der residentie daarover juicht of mokt, doet niets ter zake. Het Nederlandsche volk heeft den levenden Thor becke als vertegenwoordiger en Minister naar den Haag ge bracht in spijt van alle Hagenaars die zijn verschijning met een donker gezicht begroetten, de vereerders van den grooten staatsman behooren, zoo mogelijk, zijn beeld een goede plaats te veroveren in de nabijheid van ,,'s Lands Vergaderzaal," zou Helmers zeggen, bij het Capitool. De Haagsche gemeen teraad had, zij het dan ook met een geringe u,eerderheid, een geschikte plaats beschikbaar gesteld, en zoo de Minister met zijn travers niet tussehen beide was gekomen, zou het daar zijn verrezen. Waarom zou men thans van meening veranderen en niet aan denzelfden gemeenteraad een andere geschikte plaats aanvragen, maar buiten de traversen W. v. d. K. De kanonneerbooten Albatros en Nautilus hebben beve^ ontvangen om naar Santander terug te keerenten einde de ei^hen ter zake van het gebeurde met de brik Gustav klem bij te zetten. Voorts zijn maatregelen genomen om in geval van nood de stoomkor vetten VictoriaLouise en Augusta zonder tijdverlies naar de spaansohe wateren te zenden. Rijksdag. Den 7 zijn de vergaderingen hervat. Den 8 is bij eerste en tweede lezing het consulaire ver drag met Rusland aangenomen. De Eortschritts-partij diende een voorstel in betreffende art. 130 der constitutievolgens 't welk leden van den Rijksdag gedurende den loop der zitting alleen in hechtenis kunnen genomen worden wanneer zij op heeterdaad worden betrapt. Den 9 is het voorstel-Schultze (Delitsch), tot het toeken nen van reis- en verblijfkosten aan de leden van den Rijks dag met 158 tegen 67 st. aangenomen. Den 11 zijn bij tweede lezing van de wet op den land storm de 5 hoofdparagrafenbetreffende eventuele aanvulling der landweer door oproeping van hendie tot de dienst van den landstorm verplicht zijn, met 176 tegen 104 stemmen aangenomen. De Rijks-commissarisgenl. Voigts-Rhetz, deed uitkomendat de wet geenerlei uittartende strekking had en dat het onmogelijk zou zijnop den landstorm eenig offensief staatsbeleidwelk ookte gronden. Den 12 is bij eerste lezing de wet op het burgerlijk hu welijk aangenomen en besloten om de wet niet naar eene commissie ie verzendenmaar de tweede lezing in de ple naire vergadering te doen plaats vinden. De beiersche mi nister Faüstle deed uitkomendat de bepaling der wetdie de geestelijke jurisdictie in huwelijkszaken in Beieren af schaft noch eenig beiersch privilegienoch het concordaat met Rome schendtdaar in de beiersche Paltz de burger lijke rechtspraak in huwelijkszakentrots het concordaat reeds bestaat. Prtjisen. De landweer-officier prins Puttbusdie in de vorige zitting van den Landdag door den Afgevaardigde Lasker werd aangevallen wegens zijn deelnemen aan de op richting van den Noorder-spoorweg, is door den op zijn verlangen bijeengeroepen militairen raad van eer wegens alle zijne eer betreffende punten, met alg. st„ vrijgesproken. De Keizer heeft die uitspraak van den Raad bekrachtigd. De National-Zeitung bevat een brief van den heer Lasker, waarin deze verzekertdat alle door hem ten aanzien des prinsen gedane beweringen op offfciëele onderzoekingen rusten, en dat de raad van eer slechts in het geheim gehandeld heeft. Het lijk van den voormaligen Keurvorst is den 12 te Kassei aangekomen en onmiddelijk van de spoorwegstation naar de begraafplaats overgebracht. Den 13 zijn te Frankfort alle daar gevestigde sociaal democratische arbeiders- en vakvereenigingen door de policie ontbonden verklaard. Saksen. Msgr. Forwerk, bisschop van Leontopilis i.p. i., vicaris-apostoliek in dit Koningrijkis den 8 te Dresden overleden. Door zijne bemiddelende tusschenkomst heeft hij er veel toe bijgedragendat de goede verstandhouding tus schen Kerk en Staat tot dusver niet gestoord is. Na den afloop der zitting van de Nat. Yergadering op den 6 hebben alle ministers hun ontslag gevraagd. De maar schalk-President heeft alvorens het aan te nemen verklaard, dat hij het nuttig achtte eene conferentie te houden, waarin elk der ministers zijne zienswijze over den stand van zaken zou kunnen ontwikkelen. "Het verwachte financieel overzicht van den minister Bodet is verschenen. De begrooting voor 1875 werd vastgesteld op 2589 m. in ontvang, 2584% in uitgaaf, en dus meteen overschot van 4% m. Van de ontvangsten aftrekkende 25% m. aan nog niet goedgekeurde belastingenbij de uitgaven voegende de sedert de vaststelling der begrooting noodza kelijk gewordeneen in aanmerking nemende, dat onder de ontvangsten een buitengewone post voorkomt van 40 m. (storting door de Bank), wordt het tekort voor 1875 ruim 64 m. Voor 1876 worden de uitgaven geraamd op 2616% m„ wegens meerdere uitgaven voor de openbare schuld en het dept. van oorlog, de ontvangsten op 2528 m„ zoodat over 1876 een nieuw tekort van 88% ontstaat, waarin het on mogelijk isdoor vermindering van uitgaven te voorzien Bij den gebleken weerzin der Nat. Vergadering tegen he l

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1875 | | pagina 1