No. 15. Zevenenzeventigste Jaargang. 1875. ZONDAG 11 APRIL. (Scbeeltc. Een Keizer van Oostenrijk te Venetië. €i©U!iclijfc0che lacvichtcn. Ilinnenland. A 1, k II A A 11 €01 A N T. Deze Courant wordt wekelijks uitgegeven en is verkrijgbaar op Zaterdag avond te 7 uren. Prijs per kwartaal f 0,4tS, franco per post f 0,8O, afzonderlijke nommers Cents. Brieven franco aan de Uitgevers HE RMCOS1LR ZOON. De Advertentiën kosten van 15 regels f 0,75, voor elke regel meer 15 Centsgroote letters naar plaatsruimte. Bij inzending tot Zaterdag namiddag 1 uur, wordt voor de plaatsing in het eerstvolgend nommer ingestaan; ingezonden berichten een dag vroeger. MINISTERIE VAN JUSTITIE. GEVANGENISSEN. aajibbsteuin». Op Dinsdag, 27 April 1875 des namiddags ten één ure, zal aan het Ministerie van Justitie te 's Gravenhage bij enkele inschrijving worden aanbesteed liet bouwen van een Directeurswoning enz. bij het Huis van verbetering en opvoeding voor jongens te Alkmaar. Het verbouwen van den Westelijken vleugel van- en het maken van cellulaire wandclplaatseu enz. bij het Burgerlijk en Militair Huis van verzekering te Middelburg. c. Het bijbouwen en veranderen van lokalen in- en het maken van een regenbak op de open plaats van het Huis van Arrest te Almelo. De bestekken liggen ter lezingte 's Gravenhage in het locaal van het Ministerie van Justitiete Alkmaar in liet Huis van verbetering en opvoeding voor jongens; te Mid delburg en te Almelo in de gevangenis. Zij zijn voorts op franco aanvrage te bekomen aan het Ministerie van Justitie; bovendien voor Alkmaar bij den Hoofd-Opziehter J. Hoogwerf te Amsterdamvoor Middel burg bij den Opzichter J. H. Hannink te Goes en voor Almelo bij den Opzichter B. Witzand aldaar. Inlichtingen worden gegeven door den Ingenieur-Architect voor de gevangenissen en recktsgebouwen JF- Metselaar te 's Gravenhage en door de Opzichters bovengenoemd. Aanwijzing zal worden gedaan: te Alkmaar, Maandag, 19 April, des middags te 12 uren; te Almelo, Dinsdag, 20 Aprildes voormiddags te 11 urente Middelburg Don derdag, 22 April, des namiddags te 3 uren. Voor den Minister, 's Gravenhage, De Secretaris-Generaal den 9 April 1875. C L A N T. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALKMAAR brengen ter algemeene kennis: dat ieder in de maand April bevoegd is zich van de dienst bij het brandwezen vrijtekoopen, tegen betaling eener jaarlijk- sche contributie van 6—, ten kantore van den gemeente ontvanger. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar, A. MACLAINE PONT. 6 April 1875. De Secretaris NUHOUT van der VEEN. BURGEMEESTERenWETHOUDERS van ALKMAAR- Gezien het raadsbesluit van 11 October 1871 (Gemeenteblad n°. 95, 3c serie) tot wijziging van art. 40 der politieveror dening op de gebouwen, straten, pleinen enz. van 19 Junij 1862 (Gemeenteblad n°. 2 van die serie) luidende: „Het is verboden gedurende den tijdtelken male door „Burgemeester en Wethouders bekend te maken, honden te „laten losloopenin strijd met de bij de bekendmaking be haalde voorzorgsmaatregelen." Overwegende dat zich in den laatsten tijd in verschillende gemeenten gevallen van hondsdolheid hebben voorgedaan en het in het algemeen belang wenschelijk is het losloopen der honden gedurende eenigen tijd te beperken. Besluiten Van 13 April aanstaande tot nadere aankondiging, mogen in deze gemeente geene honden losloopendan voorzien van een behoorlijken muilband. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar, A. MACLAINE PONT. 10 April 1875. De Secretaris, NUHOUT van der VEEN. VERGADERING van den RAAD der gemeente ALK MAAR, op Woensdag, 14 April 1875 des middags ten 12 ure. Bametis den Voorzitter van den Raad, NUHOUT van der VEEN. KENNISGEVING. Aan de belanghebbenden wordt berigt, dat de BADEN in het mannen- en vrouwengasthuis, van af 15 April 1875, alle dagenbehalve Zondaggeopend zijn van 's morgens 7 tot 's avonds 7 uur. POLITIE. Ter terugbekommg aan het commissariaat van politie voor handen het navolgende gevondene alseen koperen tabaks doos een koperen metereen gouden ring. Lijst van brieven, waarvan de geadresseerden onbekend zijn, verzonden gedurende de 1". helft der maand Maart 1875. C. Spaander, B. de Vries, Amsterdam; Slot, Broek op Langedijk G. Brouwer, EdeJ. van der GardeHalfweg van OordHeemstedeB. G. Lambers's Heerenbroek L. A. Perrin 's HertogenboschK. Schermer, Hoogwoud Pereboom, Oosterhout; v. d. Wal, Petten; A. van Toorn, Wormerveer; Mej. J. Ruyter (niet vermeld). Van de Hulpkantoren DirkshornPonesAmsterdam. Oudcarspel: K. v. d. Vluit, de Zijpe. Petten: van Huttum, Amsterdam. Zuidscharwoude.- M. Kramer, Rotterdam. Keizer Erans Jozef is te Venetië, en wordt er door het volk met geestdrift begroet. Dat is voor een Keizer van Oostenrijk iets ongewoonsen die hartelijke ontvangst moet wel een vreemden indruk op hem maken. Zij is toch vooral hieraan te wjjten, dat de Venetianen in Erans Jozef niet meer hun eigen vorstmaar het hoofd van een bevrienden naburigen Staat begroeten. Geen Staat heeft in de laatste jaren zijn politiek zoo zeer gewijzigd als Oostenrijk, of, om juister te spreken, de Oostenrijksch-HongaarSche Monarchie. J uistheid van uitdrukking is hier overigens iets meer dan de vrucht van letterzifterij of diplomatische nauwkeurigheid. De naam van den Staat geeft hier een staatkundige richting een stelsel van binnen- en buitenbtndscke politiek te kennen. De tegenwoordige Keizer is wel reeds in 1848 aan de regee ring gekomen, maar eerst in 1867 tot Koning van Hongarije gekroond, en in 1868 werd „het Keizerrijk Oostenrijk" her doopt in „de Oostenrijksch-Hongaarsche Monarchie." Met den naam veranderde de politiek van den Staat. Zoolang de Oostenrijksche Keizer tevens de Duitsche was, had natuurlijk de Duitsche politiek het overwichten werden de Hongaarsche Slavische en It.aliaansehe landen beschouwd als een soort van vreemde bezittingentrouwens meer door huwelijksverbintenissen en diplomatieke behendigheden dan door den oorlog verworven. In het bekende Bella gerahf. alii tuJelix Austria mbe gaf Oostenrijk aan den bruid schat hoven den oorlogsbuit de voorkeur. Maar ook na I8Ï5 was Oostenrijk de voorzittende mogendheid in den Duitschen Bonden behee.rschte het te gelijk Duit.sehland en Italië. Duitschland en Italië zijn thans echter niet meer eenvoudig geographische benamingen als in de dagen van Metternich. De nationale eenheid is ook daar tot haar recht gekomen en heeft ze tot zelfstandige, onafhankelijke, machtige Staten hervormd. Oostenrijk is zoowel uit den Duitschen Bondsdag als uit Lombaraije en Yenetië verdreven, en al voert de Keizer nog de titels van Groothertog van Toscane en Hertog van ModenaParma en Pïacenzadie namen zijn thans even on schuldig als zijn titel van Koning van Jeruzalem. De dagen van Metternich zijn voorbij; de aandacht der regeering is niet meer gericht op de handhaving van het overwicht van Oostenrijk in Duitsohland en de uitbreiding van zijn invloed in Italiëmaar op de belangen van zijn eigen Staten, vooral van de grootste helft, de niet-Duitsche landen, en de eerste Minister draagt den weinig Duitsch klinkenden naam van Andrassy de Csik-Szent-Kiraly et Kraszna-Horka. Dat er aan het Oostenrijksche hof een partij wordt gevondendie nog steeds de oogen naar het westen en zuiden blijft richten, waar de glans van een vroeger tijdperk is ondergegaanen onwillig blijft om in het oosten het morgenlicht van een nieu wen dag te begroetenkan niemand bevreemden. Die partij haat den persoonden naam en de richting van Andrassy en heeft den Keizer noode zien vertrekken, om Koning Vic tor Emanuël een vriepdschapsbezoek te brengen. Dat de Keizer evenwel den Koning van Italië is gaan begroeten in zijn eigen landen wel te Yenetië, niet in een stad van het oude Koningrijk Sardiniëmaar in het gewest dat het langst aan Oostenrijk heeft toebehoord, dat bewijst wel, dat de in vloed der partij van de vroegere politiek inderdaad niet groot is. De omkeering ia de Qostenrijksohe politiek is binnen zeer korten tijd tot stand gekomenis beslissend geweesten schijnt oprecht te zijn. Zij mag in den vollen zin des woords een omkeering genoemd worden. Alle eerzuchtige nei gingen van weleer zijn verdwenen, tevredenheid met eigen huis en bof beeft de ijverzucht vervangenwaarmee vroeger de huishouding der buren werd bespiedde oude vijand is een vriendde voormalige mededinger een bondgenoot ge worden. Er moet heel wat zijn omgegaan in het gemoed van den Keizer, toen hij aanzat aan den feestdiseh van den Koning van Italië, te Venetië, en er was daar voor hem, als weleer voor één der doges van deze vermaarde stad bij een bezoek aan het Eransche hof te V ersailleswerkelijk reden om zich over niets meer te verwonderen dan over zijn eigen tegenwoordigheid. Men denke aan alles wat sedert 1848 tusscheu de vorsten uit de Huizen van Habsburg en Savoie is voorgevallenen welk een beteekenis krijgen dan de woorden waar,i,ede Keizer Erans Jozef den heildronk van zijn gastheer beantwoordde: „Hetis met een gevoel van de diepste erkentelijkheid over het hartelijk onthaal dat mij hier te beurt valtdat ik drink op de gezondheid van Z. M. den Koning van Italiëmijn broeder en waarden vriendop die van koninglijke familie en op den bloei en de welvaart van Italië." Inderdaad, van dezen vorst kan niet gezegd worden, dat hij niets heeft geleerd en niets heeft vergeten. Maar zijn die betuigingen oprecht!1 Er is geen grond om er aan te twijfelen. Woorden en daden stemmen bier overeen. Niets duidt aan, dat Oostenrijk-Hongarije er aan denktte gelegener tijd iets van het verloren gebied in Italië te heroveren of door politiek beleid terug te winnen. En waarom zou dan de verzoening met Italië niet oprecht ge meend zijn F Eiscbt dan reeds niet bet eigenbelangmet dezen nabuur op den voet van vrede en vriendschap te leven? Ja, wordt beweerd, en om zich zoo doende een bondgenoot te verwerven legen Pruisenwant al moge de verzoening met Italië oprecht zijnOostenrijk kan de nederlaag in BoUemen niet vergetenen blijft tegenover Pruisen op weerwraak be lust. De Eransche bladen zijn het die in de reis van den Oosteurijkschen Keizer naar Italië deze voor Pruisen vijan dige beteekenis willen zien. Toch bestaat er ook voor dit vermoeden geen grond. Oostenrijk kan er niet aan denken, het vroegere Duitsche Verbond te herstellen en zich op nieuw zitting te verschaffen in den Bondsdag. Zulk een plan zou niet de minste kans van slagen hebbenen heftigen tegen stand vinden in de grootste helft der Monarchiewaar men zeer ongenegen zou zfjn een politiek te hervattendie voor den Staat zulke treurige uitkomsten heeft gehad, en de beste krachten des lands heeft uitgeput om zieh te handhaven in het bezit der Italiaansche kroonlanden en zijn invloed in Duitschland te behouden of te versterken. Maar als Oostenrijk- Hongarije geen plaats kan verlangen in een hersteld Duitsch Verbondwaarom zou het dan vijandige oogmerken jegens Pruisen koesteren F Men voert geen oorlog enkel om het genoegen te hebben van een vroegeren overwinnaar op zijne beurt te verslaan; de oorlog moet ook een ander, een wezen lijk tastbaar en zigtbaar gevolg hebben. Nu heeft Pruisen aan Oostenrijk geen enkelen duim gronds ontnomen. Even min als herwinning van den vroegeren voorzitterstoel in den Duitschen Bondsdag kan dus 'herovering van grondgebied door Oostenrijk beoogd worden; maar dan vervalt ook alle reden om de goede verstandhouding, waarin men thans tot Pruisen staatte verstoren en men mag aannemen dat het Oostenrijksche blad Montags Revue de waarheid spreekt, als het ons zegt: „De vroegere buitenlandsche politiek van Oos tenrijk heeft plaats gemaakt voor de ontwikkeling van het rijk zelf en voor de onverdeelde behartiging zijner belangen. Het komt tegenwoordig geen staatsman zelfs meer in de ge dachte aan de taak van de ontwikkeling des lands nog een streven te verbinden tot herstel van Oostenrijks voormalige positie in Duitschland en Italië. De gevolgen van den Prager vrede en het of- en defensief verbond tusschen Pruisen en de Zuid-Duitsche Staten hebben bij Oostenrijk geen tegenstand gevonden. Zonder ijverzucht, met een grootmoedigheid die zelfs zijn tegenstanders eerbied inboezemtbeeft Oostenrijk het tot stand komen van het Duitsche Rijk en van Italie's eenheid begroet. De overtreding van het September-verdrag en de verheffing van Rome tot hoofdstad van Italië hebben de oude overleveringen van vijandschap tusschen de beide Staten niet doen herleven. Nauwere verbindingoprechte toenadering tot Rusland is tot stand gekomen. Het verbond der drie Keizerrijken (DuitschlandRusland en Oostenrijk) is een feit van liet grootste belang in den politieken toestand van Europa. De oude vijandschap schijnt voor altijd voorbij, nieuwe gewichtige vriendschapsbetrekkingen zijn aangeknoopt, en de vrede vindt in Oostenrijk's houding zijn degelijksten waarborg." Erankrijk's stemming is, niemand twijfelt er aan, een geheel 'andere. Weerwraak op Pruisen en herovering van de verloren provinciënblijft daar de openlijk uitgesproken of heimelijk gekoesterde wenseh van de groote meerderheid des volks en van de organen der verschillende politieke partijen. Pruisen heeft gemeend het Eransche grondgebied niet te moeten eer biedigen zooals het het Oostenrijksche had gedaan; het heeft gemeend Erankrijk niet te kunnen vertrouweij, en het daarom klein gemaaktvroeger of later het verloren grondgebied te heroveren blijft daarom in Erankrijk de nationale wenscb en wat men zeer gaarne wenscht gelooft men ook gaarne. Voor bet oogenblik wenscht Erankrijk niets liever dan bond- genooten en daarom meenden verschillende Eransche bladen in de vriendschap tusschen Oostenrijk en Italië een breuk te mogen zien tusschen Oostenrijk en Duitschland en den grond slag van een bondgenootschap tusschen OostenrijkItalië (met den Paus verzoend F) en Erankrijk. Gelukkig mag die hoop als een ijdel droombeeld worden beschouwd. W. v. d. K. is den 3 uit Duitschland te 's Graven- Prinses Marianne is den 6 voor eenigen Prins Alexander hage teruggekeerd, tijd naar Wiesbaden vertrokken. De Koning en de Koningin, vergezeld van prins Hen drik zijn den 6 te Amsterdam aangekomen en door eene buitengewoon talrijke menigte met geestdrift ontvangen. Den 7 en 8 beeft de Koning audiëntie verleend. De Koningin bezoekt den 7 het kinderziekenhuishet gesticht voor oog lijders en de Sopkiasckoolden 8 de bloemententoonstelling in bet Paleis voor Volksvleit en het Trippenhuis, prins Hen drik dien dag de Louisesckool. Den 7 's avonds werd op het paleis eene kunstbeschouwing gegeven door den heer A. Caramelli. Prins Alexander arriveerde den 8 m de hoofd stad. Den 9 bezocht de Koning met de prinsen de tentoon stelling van schilderijen, uit de kabinetten der voornaamste amsterdamscke liefhebbers bijeengebracht, in Arti Sp Amici- tiaede fabriek van gouden kettingen van den beer Citroen, bet gesticht voor ooglijders en de fabriek der keeren v. d. Voort en Verschuur; de Koningin genoemde schilderijen-tentoon stelling en het depót „Tesselsckade." 's Avonds woonde de Kon. familie het concert in Felix Meritis bij. Staten-Generaal. De 1*. Kamer beeft den 3 met alg. st. aangenomen eenige wetsontwerpenwaaronder die tot, onteigening van stegen in Amsterdamtot wijziging van de wet tot uitoefening der veeartsenijkunsttot verbooging van hoofdstuk V, 1874 (besmettelijke veeziekten) en idem 1875 (indijking Dollart enz.); den 5, insgelijks met alg. st. eenige ontwerpenwaaronder die tot wijziging der wet op de loodsdienst voor zeeschepenhet traetaat met Portugal, de voorwaarden tot sluiting van uitleveringstractatenaan leg van spoorwegen in Indieovereenkomst met de Kanaal maatschappij amortisatie van schuld (met 32 tegen 1 st.), de vestingbegrooting (met 25 tegen 6 st.); den 6 de ont werpen betreffende den aanslag der beetwortelsuikerfabrikan- tenen de regeling van de dienst en bet gebruik der spoor wegen (bet laatste met 25 tegen 5 st.). De Kamer is daarna op recès gescheiden. Benoemingen enz. Aan den hoogleeraar A. Rutgerste Leidenisop zijn verzoekeervol ontslag verleend we gens 70jarigen leeftijd. De schout bij nacht J. P. G. Mulder is wegens langdurige dienst op pensioen gesteld en tot s. b. n. is bevorderd de kapt. ter zee P. A. v. Rees. De vice-admls. J. J. Wigers en F. A. A. Gregory zijn eervol ontheven van de betrekking van directeur en comman dant der marine te Amsterdam en te Willemsoord en als zoodanig vervangen door de schouten b. n. J. M. I. Brutel de la Rivière en P. A. v. Rees. Z. M. heeft tot ridder van den Gouden Leeuw van Nassau 4e klasse benoemd den heer A. J. de Buil. 's Rijks Mttnt. In 1874 zijn gemunt en als deugdelijk voor de circulatie afgegeven 12.795.726 rijksdaalders, 1 mil joen tieneentstukken en 44005 ducaten. Spoorwegen. De ontvangsten der Hollandscke Spoor wegmaatschappij beliepen in 1874/ 2,923,931,87%, waarvan 2,263,001,41% lijn AmsterdamRotterdamUitgeest t 360,633,52 lijn HelderZaandam en f 300,296,94 lijn AmsterdamUtrechtAmersfoort. Het personenvervoer bracht op de lijnen AmsterdamRotterdam en HaarlemUitgeest 34327 op den noordhollandsclien Staatsspoorweg 5800 meer op dan in 1873; liet goederenvervoer leverde op den eigen weg f 5000, op den Staatsspoorweg 6000, het veever- voer op beide lijnen f 14200 meer op. De noordbollandsche lijn had eene hoogere ontvangst van 15300, tegen hoogere exploitatiekosten van f 5000maar de Maatschappij genoot niets van deze meerdere zuivere ophrengst van ƒ10000, om dat volgens de concessie dit gekeele bedrag aan den Staat moest worden uitgekeerd. In eene den 30 Maart te Amsterdam gehouden vergadering van aandeelhouders is het dividend op f 65,90 per f 1000 bepaald en besloten tot den aanleg van een zijtak van den Oosterspoorweg naar het Loo. Nijverheid. In Augustus, September en October a.s. wordt in het Paleis voor Volksvlijt te Arasterdam, vanwege de Vereeniging voor het Nederl. Kunst-industrie-muzeüm onder administratie van het Technologisch Bureau (adres den heer G. A. J. Geesink, Heerengracht No. 3 te Amsterdam), eene nationale tentoonstelling gehouden van kunst en volks vlijt oude en moderne kunst-industrie enz., waaraan eene verloting van ingezonden voorwerpen zal verbonden worden. De voor de wereldtentoonstelling te Philadelphia bestemde inzendingen blijven uitgesloten van de beoordeeling en be krooning met zilveren en bronzen kruisen, getuigschriften en premiin in geld. Ruim 300 industriëelen en kunstenaars hebben zich reeds tot medewerking verbonden. Matjritshuis te 's Gravenhage. Het ethnografisch gedeelte van het kabinet zal worden overgebracht naar het thans door den heer Godefroi bewoonde huis op den Vijver berg en de historische zeldzaamheden zullen hare plaats vinden in het muzeümdat eerlang aan de Prinsengracht zal worden geopend. Aanbestedingen. Voor het maken van gebouwen en andere werken op de goederenstation te Rotterdam (Eijen- oord), begroot op f 376,500, is minste insobr. G. Dekker, te Dordrechtvoor 365,400. De voltooiing ter afsluiting van het Reitdiep bij Zout kamp is, na eenige wijzigingen in het bestek, den 3 te Groningen herbesteed, maar wederom niet door Ged. Staten gegund. De minste inschr. was weder J. C. v. Hattum te Sliedrecht, voor f 1.666.000 zijnde nog ruim 340.000 boven de begrooting. Bij latere overeenkomst is het werk hem echter toegewezen voor f 1.460.000. Den 5 te Amsterdamhet vervangen der Kattenburger- brug door eene nieuwe draaibrug met 2 vaste overspanningen; minste inschr. voor den onderbouw M. Geverdingvoor f 138,700, voor den metalen bovenbouw de Actiën-Gesell- schafft fiir Eisenbahn-Industrie und Bruekenbau J. C, Harkort, te Duisburg, voor f 91,600; te Dordrecht, a. bet maken der gebouwen en andere werken voor bet stoomgemaal aan de'Mijl, b. het maken van gemetselde riolen door de Vest en den Spuiweg, minste inschr. a. C. v. d. Wiel, te Dub beldam, voor f 39469, b. v. Steenderen Sf Cie. te Dordrecht, voor f 15139. Den 6te Arnhemvoor de gemeentelijke gasfabriek het afbreken en weder opbouwen der directeurswoning en het bouwen eener kolenbergplaatsminste inschr. h. G. Knoops C.O.z., voor 21,988. Den 8door bet prov. bestuur van Noordhollandliet aanleggen van 3 met steen bezette rijshoofden op het noor- derstrand van Vlielandminste inschr. C. Bot te Sliedrecht, voor f 49,400. De Amsterdawsche Ddïnwaterleiding-maatschappij zal pene leening openstellen van f 1.700,000, tot het leggen van eene tweede hoofdbuis van de bassins bij de Vogelen zang naar de hoofdstad. Gieten. De Maatschappij van Weldadigheid heeft een legaat van 1000, vrij van kosten, ontvangen van mej. A. Loopuyt, te Schiedam. Geschenken. Onder de geschenkenden 1 April den heer J. M. Coenenorkest-directeur van het Paleis voor Volksvlijt vereerd, behoorde ook eene schilderij van den zee schilder A. Pleysier. Overleden den 2 te Groningen87 jaren oudde al gemeen geachte geëmployeerde aan bet doofstommen-instituut H. J. Kólher (vader van den genl., die als aanvoerder van de eerste Atehin-expeditie sneuvelde). Hij was een oud soldaat van het groote leger, die o.a. den tocht naar Rus land medemaakte. In nederlandsche. krijgsdienst nam hij als sergeant-majoor aan den tiendaagschen veldtocht deel. Staats-loterij. Trekking der 4e. klasse. No. 15501 25000, No. 19822 5000, No. 13541 2000, No. 7659 en 19055 ƒ1500, No. 7705, 11056, 14400, 15575 en 17087 ƒ1000. Kolonicn. Blijkens telegram van genl. Pel van den 3 was de gezondheidstoestand in Atckin verbeterd. Den 1 en 2 April was het feesttijd voor Seboorldam gemeente Warmenkuizen. De onderwijzer P. Klant vierde gedachtenis van zijne 25jarige ambtsbediening. De bewoners hadden hunne buizen van vlaggen voorzien, de kinderen waren feestelijk getooid en de hulponderwijzers van Koedijk en Warmenhuizen hadden de school versierd waarin de feestvierende onderwijzer door een paar meisjes ingeleiden gevolgd werd door het gemeentebestuur, door ambtsbroeders en den beer schoolopziener van het 6e. district. Gepaste toespraken van den jubilaris, één der leerlingen, den burgemeester, den voorzitter der West. afd. werden voorafgegaan en gevolgd door liederenen hem eene fraaie penduleeene prachtige secretaire, 2 fauteuils en 6 stoelen, rooktoestel enz. als geschenken aangeboden. De jubilaris wilde her. gemeentebestuur, de ambtsbroeders en den heer schoolopziener dien dag bij zich houdenen gafna eenige ververschingde kinderen hun afscheidom den volgenden morgen terug te komenen dan een kinder feest te houden. Dat feest, op 2 April, begon reeds te 9 uren, en onder het genot van lekkernijen, het zingen van liedjes voor dit feest

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1875 | | pagina 1