No. 132. Vier en tachtigste Jaargang. 1882. ZONDAG 5 NOVEMBER. CENSÜ SVERLAGIIMC. FEUILLETON. DE ZIELVERKODPERS. Prijs der gewone Advertentiën Dit nummer beslaat uit twee bladen. EERSTE DLAD. ®fftciücl ©cbcrltc. in. AIKMAARSCHE COURANT Deze Coarant wordt Dinsdag-, Donderdag- en Zaterdagavond uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f 0,80; franco door het geheele Rijk f 1, De 3 nummers 0.06. Van 15 regels 0,75; iedere regel meer f 0,15. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de Uitgevers HERMs. COS- TER ZOON BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALKMAAR brengen in voldoening aan art. 5 der wet van 28 Juni 1881 (Staatsblad No. 97), ter algemeene kennis dat bij hen ingekomen zijn verzoekschrilten van E. A. DE WIT en C. VAN GRAFT om vergunning tot het voortgaan met den verkoop van sterken drank in het klein, respectievelijk in de perceelen aan Scharloo, wijk E, No. 292 enaanhetVer- dronksnoord, wijk D, No. 62, waarin tot nu toe met vergun ning sterke drank in het klein verkocht werd, in het eerste door M. SLOOTEN, en in het tweede door F. SCHMIDT. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar, A. MACLAINE PONT. i Nov. 1882. De Secretaris, NUHOUT VAN DER VEEN. Lijst van brieven, waarvan de geadresseerden onbekend zijn gedurende het 3e kwartaal 1882. Verzonden geweest naar B e 1 g i e Henri Defrangne Antwerpen. D u i t s c b 1 a n d J. Eeldmann Altona G. Krup, Baai WinkelBernzen BakelMuller Berlijn. „Eu dan wensch ik op den voorgrond te stellen" aldus sprak de Minister van Binnenlandsche Zaken in de zitting der Tweede Kamer van 28 September 1.1. „dat dit Kabinetin 1879 opgetreden met een pro gramma gericht op afdoening van zaken in 1882 is herleefd met een programma dat ten doel heeft ver betering te brengen in onzen zoozeer bedorven politie ker» toestand." Met die woorden bedoelde de spreker niets anders dan de „voorstellen betrekkelijk het kies recht," die in de Troonrede waren aangekondigd. Het wetsontwerp tot censusverlaging moet alzoo de eerste poging zijn tot verbetering van onzen politieken toestand, en het voorstel betrekkelijk de indeeling der kiesdistric ten, dat spoedig volgen zal, moet die poging voltooien. Over den bedorven politieken toestand zijn de klach ten aan de orde van den dag en evenzeer is de be wering algemeen dat herziening van liet kiesrecht het middel iswaarvan verbetering is te wachten. Het verslag omtrent kieswethervorming, door een commissie van gedelegeerden uit vrijzinnige kiesvereenigingen te Amsterdam, Rotterdam, 's Gravenhage Utrecht en Dordrecht den 19 Maart van dit jaar te Amsterdam vastgesteld begint met een betoog van die strekking. „De politieke toestand in Nederland eischt dringend verbetering", lezen wij daar. „De Regeering is tot wer keloosheid gedoemdwaar het onderwerpen van wet geving geldt, die met politieke vraagstukken nauw samenhangen. Alleen een kleurloos kabinet is mogeliik. Terwijl meer en meer het Parlement het staatsbestuur beheerscht, is het Parlement onmachtig eene krachtige Regeering in het leven te roepen en te steunen. Of schoon in de Tweede Kamer eene besliste anti-kerkelijke meerderheid bestaatis deze onderling zoo verdeeld door verschilpunten, hetzij van principiëelen, hetzij van persoonlijken aard dat zij en met haar Regeering en volk de hoop heeft laten varen over eenig onder werp van ingrijpenden politieken aard tot eenstemmigheid te zullen komen. De kerkelijke partij in schijn meer aaneengesloten stelt zich vóór alles ten doel, regee- ringsonmacht der liberalen duidelijk ten toon te stellen, maar ontwijkt stelselmatig om op andere dan op af brekende wijze aan het besturen des lands deel te nemen. Eene ontbinding der Tweede Kamer zou dezen toestand niet verbeteren immers de periodieke verkiezingen der laatste jaren hebben geene merkbare verandering in de samenstelling der Kamer kunnen te weeg brengen. Blijft deze ftoestand van matheid, van malaise voort duren dan dreigt het constitutioneele regeeringsstelsel ernstig gevaar." Ziedaar een schets van den toestand waarmee velen zullen instemmen. Het middel tot verbetering wordt zonder aarzelen genoemd maar terstond als onbereikbaar ter zijde gesteld. „Wil men duurzame verbetering tot stand brengen," heet het, „dan zal Grondwetsherziening niet kunnen uitblijven." Nu om duurzame verbe tering zal het den verslaggevers en allen met hem toch wel te doen zijn doch wat lezen wij nadat met een paar woorden op de licht- en de schaduwzijde van de Grondwet is gewezen„Grondwetsherziening schijnt daarom wenschelijk" 'wenschelijk? wij meenden noodzakelijk „maar is niet verkrijgbaar, omdat de grondwettelijke wijze waarop zij tot stand kan wor den gebracht bij de verhouding en de wenschen der politieke partijen en onder de kiezers een zoo goed als ouoverkomelijken hinderpaal stelt. De politieke toestand in Nederland is juist daarom zoo treurig, omdat bij allen het besef levendig is: geene afdoende verbetering zonder Grondwetsherziening en deze hoogstwaarschijnlijk thans niet verkrijgbaar. Indien men een algemeene Grondwetsherziening bedoeld, zullen weinigen deze waarschijnlijkheid betwisten en het zoo goed als onoverkomelijke van den hinderpaal ontken nen maar wanneer het kwaad in de vertegenwoordiging, meer bepaald in de Tweede Kamer moet gezocht wor den, is een algemeene herziening niet noodzakelijk, dan kan men zich bepalen tot de herziening van de voor schriften die het kiesrecht beheerschen en van enkele artikelen waarvan men mag aannemen dat de herziening evenzeer bijna algemeen wenschelijk wordt geacht. De vertegenwoordiging die ten gevolge van deze herzie ning zal verkregen worden en zooveel beter voor hare taak berekend zal zijn moge dan beoordeelen in welke opzichten de Grondwet verdere wijziging eischt en wanneer het noodig blijkt de algemeene herziening ter hand nemen. Reeds was de avond gevallen, slechts weinige booten gleden nog over de watervlaktede pont tussehen Bristol en Redclifi stiet juist van den oever af, beladen tnet een menigte arbeidersdie naar hunne aan de overzijde gelegen woningen gingen en de kaai, waarlangs Hartwood liep, was reeds bijna geheel verlaten. De jonge man keek rechts noch links, hij was geheel 1D zijne gedachten verdiept en vurige wenschen zorg en vrees deden zijn hart sneller kloppen. „Zou hij haar einden En waarmede kon bij haar troosten was hij niet even machteloos als zij Reeds had hij de hutten der schippers en arbeiders achter zich. Tuinendie tot de in de hoofdstraat gelegen huizen der rijke burgers behoorden strekten zich uit tot dicht aan den rivier op eenigen afstand verhief zich op een hooger gelegen gedeelte van den oever een knoestige eik die hare met mos begroeide takken over het water uitstrekte, het was een eeuwenoude boom, door het volk de Druïdeneik genoemd; booze geesten zouden, volgens de legende, des nachts daaronder huizen. Hartwood had, dicht langs de tuinen loopende er ecn bereikt, die door een dichte haag van den rivier oever was afgescheiden. Het was die van Hamilton. Diep ademhalende bleef hij eenige minuten voor het kleine poortje staan voordat hij kon besluiten om aan te kloppen. Op dat teeken ontstond bin:.en eenig geritsel. Hartwood hoorde hoe de grendel zacht werd geopendhij sloop naar binnen en stond tegenover Annie. Zwijgend zagen beide elkander aan. Annie's gelaat werd beurtelings rood en doodelijk bleek haar boezem bewoog zich heftig op en neer. Nooit was zij bea zoo schoon toegeschenen als op dit oogenblik. „Laat ik u naar het tuinhuis brengen jufirouw Annio begon hij eindelijk, al zijne kalmte en'bedacht zaamheid bij elkander roepende. „Gij zijt zonder mantel,, en de wind is koel." Hij sloot de poortvatte voorzichtig haar kleine hand en geleidde haar zwijgend naar het houten pavilloen dat dicht bij de haag op palen was gebouwd en een fraai uitzicht had over de rivier en de omringende tuinen. Hij hielp haar de trap op en een zonderlinge huivering overviel hem, toen zij haar arm op den zijne legde om een steun te zoeken voor hare wankelende schreden. Geen van beide bemerkte hoe een donkere gestalte die achter een hoop aarde ineengedoken gezeten had hen had bespied voorzichtig en iedere bedekking ge bruikende achter hen aansloop en onder een der vensters van het kleine tuinhuisje staan bleef. Het jonge meisje was nog steeds niet in staat een woord te spreken. „Wees bedaard juffrouw Annie zeide Hartwood op gedempten, niet zeer vasten toon. „Hier zijn wij veiligof zijt gij angstig voor mij „Angstig, o neen," stamelde zij baar gelaat in de handen verbergendeen sn tranen uitbarstende. Gij zijt immers mijn laatsteeenige vriend Maar gij zult mij verachten omdat „Spreek zoo nietAnnie viel bij baar in de rede. „Ik u minachten u voor wier geluk ik ieder oogen blik mijn laalsten bloeddroppel zou willen geven In- dien gij wisthoe mij uw vertrouwen in mijn eigen oogen verhefthoe ik slechts den wensch koester mij dat waardig te maken, dan zoudt gij mij niet krenken met zulke woorden. Geloof mij, Annie, er fs niemand op aardedie n zoo vereertzoo innig liefheeft en hoogacht als ik." Door zijn hartstocht vervoerd had hij hare handen gevat en zag haar ernstig en vol liefde in de oogen. „O, hoe dank ia u," fluisterde zij, door haar tranen heen lachende. „Bij mijn vader, zelfs bij mijne anders zoo goede moeder vind ik in mijn nood geen gehoor; Het verslag erkent„de Grondwet legt aan de in voering van elk billijk met den huidigen toestand van ons land overeenkomend kiesstelsel groote belemmering in den weg zet die belemmering in weinigemaar kernachtige en voldoende woorden uiteen, en verklaart ten slotte „zietdaar bijna algemeen erkende bezwaren, die bij eene regeling van ons kiesrecht binnen de gren zen der Grondwet zich steeds zullen voordoen en die een Grondwetsherziening, ware zij te verkrijgen, alleen reeds zouden wettigen." Maar als dit zoo is, mag men vragen, als die bezwaren inderdaad bijna alge meen erkend worden, waarom is dan een Grondwets herziening die zich tot het wegnemen van deze bezwaren bepaaltniet beproefd Vast in de overtuiging echter^ dat Grondwetsherziening thans niet verkrijgbaar is meenen de verslaggevers verbetering te moeten zoeken door wijziging van het kiesrecht binnen de perken der Grondwet„men verkrijgt op die wijze wel niet alles wat men wenschtmaar wat verkrijgbaar is." Dat men verkrijgt wat verkrijgbaar isbeteekent echter weinig; de vraag moet zijn: verkrijgt men iets goeds? Verder lezen wij „Binnen de perken der Grondwet kan de kiesbevoegdheid gewijzigddaardoor wellicht de stand der partijen in het Parlement veranderd in allen gevalle het politiek bewustzijn bij de natie verle vendigd om niet te zeggen opgewekt worden." Het verslag beveelt daarop aan 1°. verlaging van den census, vooral in de groote steden 2°. invoering van vaste kiesdistricten, 3°. verkiezing niet bij volstrekte, maar bij evenredige meerderheid. Hoe vaste kiesdistricten bestaanbaar zijn met het voorschrift der Grondwet, dat „het getal van de leden der Tweede Kamer wordt bepaald naar de bevolking, voor iedere 45000 één", is ons niet duidelijk vooral nadat het verslag zelt onder de belemmerende bepalingen der Grondwet heeft opge noemd „het decreteerendat liet Rijk in kiesdistricten moet verdeeld worden waardoor het onmogelijk is een stelsel toe te passen, waarbij eene zoodanige verdeeling verdwijnten daarbij vast te stellen, dat het getal der leden der Tweede Kamer afhankelijk is van de bevol king waardoor onophoudelijke verande ring noodzak el ij k word t." Hoe men overigens over het „evenredige-meerderheidsysteem" moge denken, er zullen er niet veel gevonden worden die bij het groote verschil van gevoelen omtrent de wenschelijk- heid daarvan bij de weinigen die de zaak ernstig on derzocht hebben, de invoeriug van dit stelsel in de eerste jaren denkbaar achten. Wij hebben dus voor- loopig alleen met de censusverlaging te doen, en daartoe bepaalt zich dan ook het Regeeringsvoorstel. Volgens dat voorstel zal in het geheele rijk het aan tal kiezers toenemen met ruim 17 op elk honderdtal. Die toeneming zal echter in de verschillende provinciën zeer verschillend zijn. In Noord Braband Gelderland, Overijssel Drente en Limburg waar de census op het platteland thans reeds 20 bedraagt zal alleen in de steden het aantal kiezers toenemen, en wel met ruim wien zal ik raad en hulp vragen, om niet te wanhopen? Ik kan dien man niet toebehooren ik huiver van zijn aanrakingik zou sterven wanneer men mij dwong, de zijne te worden. O raad mij red mij „En wat gaf u aanleiding, juist op mij op mij zoo vast te vertrouwen Annie legde de hand op haar hart. „Een inwendige stem dreef mij daartoe; zij heeft mij niet bedrogen niet waar, William?" „Annie, gij hebt mij lief?" juichte hij, op het punt haar in zijne armen te sluiten. Maar met bijna boven- tnenscbelijke kracht wist hij zich te beheerschen. Hij boog zich over hare hand en drukte er een kus op. „Gij hebt mij liefspreek het uit ik wil u redden al moest ik daarbij bezwijken. Gij bemint mij „Ja fluisterde zij. Een onderdrukte vreugdekreet ontviel aan zijne lip- pen hij boog het hoofd dieper over hare handen. „Moed, troost u Morgen is uw verloving, maar niet het huwelijk en die zal Trevelyan niet beleven. Hij is de vijand van mijn geloof, mijn doodvijand zelfs wanneer hij niet de hand naar u uitstrekte. Ik zal hem vernietigen hem en zijns gelijken, al moest ik de vaan der puriteinen stormenderhand in Bristol planten, al moest ik de stad in vlammen zien opgaan!" „Om Godswil wat zegt gij 1" stamelde zij verschrikt, „welke verschrikkelijke woorden, William, gij wilt toch niet „Zijt niet bevreesd vertrouw op mij. Trevelyan zal u. nooit de zijne noemen Hij hield op verschrikt door een lichte angstkreet van Annie. „Wat hebt gij „Daar riep zij bevend terwijl zij op het venster wees. „Ik hoorde iets ritselen wij zijn verraden Met een sprong was hij aan het venster en stiet het open. De koele nachtlucht drong naar binnen onder het venster en in den omtrek was echter geen levend wezen te zien.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1882 | | pagina 1