No. 52. Een en Negentigste Jaargang. 1889. Nationale Militie. ASSCHEPOETSTER Parijsche brieven. WOENSDAG 1 MEI. FEUULLiETOKr. Prijs der gewone Advertentiën: ©ffitfiiel ©cbeelte. 66) H. SCHOBERT. XXII. Bniteul&ttb. DUITSCHLAND. De Keizer heeft den 26 een bezoek gebracht aan dtn Groothertog te Weimar waar hij zeer hartelijk ontvangen werd. ENGELAND. Het pantserscbip Alexandra is den 27 met den bertog van Edinburgjaan boord, die te Malta door koorts werd aangetast, te Spithead aangekomen. Hij ward onmiddellijk door een geneesheer bezocht, die aan de Koningin teleerafeerde dat hij het bed niet 1 I ALKIH1ARSCHE COURANT Deze Courant wordt Dinsdag-, Donderdag-en Zaterdagavond uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f 0,80; franco door het geheele rijk f 1, De 3 nummers f 0,06. Per regel f 0,15. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de Uitgevers HEEM». COS- TEE ZOON. BURGEMEESTER en WETROUDERS van ALKMAAR brengen ter algemeene kennisdat aan hen vergunning is ge vraagd door 'TRIJNTJE KONING, wed. C. ZWART wo nende te Alkmaartot het voortzetten van den verkoop van sterken drank in het klein in het perceel aan den Achterweg, wijk C. No. 27, welke vergunning thans ten name staat van JOHs. BERNs. WESTEN. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar A. MACLAINE PONT. 29 April 1889. De Secretaris, NUHOUT van deb VEEN. 12 De BURGEMEESTER der gemeente ALKMAAR brengt ter kennis van de hier wonende of tot deze gemeente behoo- rende verlofgangers, dat de Minister van Oorlog bij k.k. be- sluit van 8 April 1889 No. 52, gemachtigd is tot oproeping van verlofgangers en deze indienststelling zich vermoedelijk bepaalt tot het volgende: in het najaar, later te bepalen, de lichtingen 1885 tot en met 1888 Grenadiers en jagers en 1, 4, 5, 7, 8 regt. infanterie. Lichting 1886. 1 Juli Pontonniers 1 komp. 15 2 6 Augustus Genietroepenuitgezonderd vestingtelegrafisten. 2 2 3 en 6 regt. infanterie, 3e komp. hospitaal soldaten. 20 de 6 batterijen van de regimenten veldartillerie. 27 rijdende artillerie. Van de lichting 1887. 1 Juli Genietroepen (uitgezonderd de vestingtelegra fisten,) 15 de vesting-telegrafisten. Van de vesting-artillerie de volgende kompagniën: 6 Mei 1 regt. 5 en 82 regt 4 en 7, 3 regt. 1 en 8, 4 regt. 8 en 10. 13 4 regt. 5. 3 Juni 1 regt. 1 en 2. 2 regt. 1 en 6, 3 regt. 6 en 7, 4 regt, 3 en 4. 4 1 regt. 9. 17 4 regt. 1. 8 Juli 3 regt. 2 en 4. 12 4 regt. 13. 15 4 regt. 11 en 12. 29 3 regt. 9 en 10. 12 Augustus 1 regt. 3 en 7, 2 regt. 3 en 5. 19 4 regt. 2 en 9. 26 a 1 regt. 10. 16 September 1 regt. 4 en 6. 2 regt. 2, 8, 9 en 10, 3 regt. 3 en 5. 23 4 regt. 6 en 7. De opgeroepenen hebben recht op vrij transport naar hun korps (behalve van Alkmaar naar Hoorn) en een daggeld van 25 centendat ter gemeente-secretarie der woonplaats kan worden aangevraagd. Alkmaar, Dn Burgemeester voornoemd 30 April 1889. A. MACLAINE PONT. DOOB Deze voor de familie van den Broek zoo treurige dag was nog niet ten einde, toen Gert, van een langen marsch terugkeerendeeen paar haastigeangstige regels van Willy vond, waarin zij hem verzocht, dadelijk by zijn moeder te komen daar Angela onophoudelijk naar baar zoon vroeg. De toon van het kleine briefje was zoo vreemd, dat Gert, onder bet lezen, een gevoel kreeg, alsof hem de adem in de keel bleef steken en bij, niettegenstaande een leege maag en hevige hoofdpijn spoorslags naar de ouderlijke woning reed. Waren zijn duistere ver moedens werkelijkheid geworden? Het was zeker veel erger! Nog veel erger! Het duizelde hem, hij wankelde schier op de beeuen, toen Angela hem op jammerenden toon het gebeurde meêdeelde, terwijl Blanche en Willy met strak, angstig gelaat er bij stondenzonder er ook maar met een enkel fc-OJrd iets af te doen. „Maar het is niet waar 1 Het kan niet waar zyn 1 Zeg, dat het niet waar is 1" smeekte hij Willy; deze wend de het gelaat af en streek met de hand over haaroogen. „Papa gevangengenomen Gevangengenomen her haalde hij zacht, als kon hij zijn eigen woorden niet gelooven. Hij was intusschen gaan zitten, legde den arm op zyn knie en boog het hoofd. Hy was doodsbleek. De blinkende sabelschede hing naast hem op den grond, het lamplicht weerkaatste er in. Zyn met gouden tressen belegde nniformjas ging onder zyn pijnlijke ademhaling onregelmatig op en neêr. „Smaad en schande kleeft dus voortaan aan onzen naam 1" „Spreek zóó niet, Gert, je verscheurt my het hart 1" jammerde Angela. Over de tentoonstelling zelve zal ik nog niet spreken, de gelegenheid daartoe zal zioh van zelve voordoen, wan neer ik u over de opening dier op zoo reusachtige schaal aangelegde internationale uitstalling van alles wat wetenschap kunst en nijverheid voor belangrijks aanbiedteen en ander kan meaedeelen. Ter kennis making met mijne lezers en lezeressen wil ik beginnen, mèt hen een bezoek te brengen aan de aveuae Eapp No. 31, het „Pays des Fées." Groote aanplakbilletten hadden de opening tegen den volgenden dag aangekondigd. Heden, zaterdag, werden slechts genoodigden, leden van de pers met hunne dames enz. enz. toegelaten. Er stonden een paar honderd menschen voor den ingang, en toen ik dacht binnen te gaan moest ik eerst aan een drietal bewakers duidelijk maken, dat ik opzettelijk hierheen kwam, om verslag van hunne inrichting te geven in een hollandsch blad. Dat hielpen eenmaal binnen werd ik ai even vriendelijk behandeld en even goed overal rondgeleid als de leden der parijsche pers. Het Pays des Fees dan is een verbazend groote tuin, ia het midden waarvan een reusaohtige blauwe olifant staat, geheel van ijzer vervaardigd. De pooteu zijn vau binnen hol; men gaat met een trap naar boven. Binnen in het lichaam is plaats voor ongeveer vijftig personen en op een kleine estrade zitten eenige arabische jongens en meisjes, benevens eene dikke leelijke negerin, een heidensch leven te maken, waarmee waarschijnlijk een volkszang bedoeld werd. Verderop vindt men een grotwaarin een groote man geheel uitgedoscht in het kostuum van den wil deman uit Kleinduimpje, u ververscbingen aanbiedt. Op den achtergrond van den tuin verheft zich een tooneel waarop kindervoorstellingen worden gegeven. De sprookjes van Moeder de Gans, de vertellingen uit den 1001 Nacht worden bier in kleiue balletten voor gesteld, maar de grootste pret verschaft de aanblik der muzikanten zeiven. Op een teeken van den directeur, verlaten zij ijlings hunne plaatsenom straksop allerzonderlingste wijze toegetakeld terug te komen. Waur zoo even de orkestdirecteur zat zit thans een reusachtige baau, nog slechts de oogen en een tipje van den neus zijn zichtbaar. Het geheele lichaam is met vederen bedekt, een groote staart van baceveêren ba lanceert over den rug van 's mans stoelop het hoofd staat fier de bekende hanenkam. Ia de band heeft hij een groote vogelenpoot als dirigeerstok. En op dezelfde wijze zijn al de leden van het orkest gekostumeerd. Die violist daar is in een kanarievogel herschapen de cellist in een muscb, de fluitist in een nachtuil, de bas in een kikvorseh de overige leden deze in een beer die in een ram, de een nog zotter dan de ander, maar het eflect is buitengewoon komisch en heeft een groot succes. „Ongeluk is geeu schande", troostte Willy haar broeder. Een verachtelijke glimlach plooide zijn mond. „Zóóver moest het dus met ons komen Zóóver 1" zeide hij bitter. „Is dat je eenige troost Heb je dan geen medelijden met ons?" snikte Angela verontwaardigd. „Wat zou ik moeten zeggen!" stiet hij woest uit, terwijl hij van zijn stoel opvloog. „Ik kan niemand helpen, allerminst mij zelf." Hii leunde zwaar op zijn sabel en zag de drie dames één voor één aan. Er lag iets beangstigends in den raadselachtigen blik zijner schoone blauwe oogen. Zijn gelaat was vertrokken, zijD houding was als die van iemand die niet recht weet of bij wel vast op zijn voeten staat. „Adieu!" zeide hij kortaf; hij keerde zich om en zonder meer om te zien, ging hij de deur uit. Willy overviel een onbeschrijfelijke angst. Zij meende Gert te moeten terughoudenwilde er nog niet iets ontzettends gebeuren. Zij maakte zich bezorgd over haar knappen, ridderlijken broeder, dien zij op eens merkte, dat haar zoo na aan het hart lag, en zij begreep niets van Angela en Blanchedie in Gert's heengaan niets vreemds schenen te zien. Zy ging hem na, het portaal op, maar de daur werd reeds dichtgeslagen; daar stond zij angstig en met een beklemd hart en toch durfde zij baar vrees niet aan moeder en zuster meêdeelen. Nauwelijks wetende, wat hij deed stormde Gert de breede, met een rooden looper belegde marmeren trap af. Naar buiten 1 Naar buiten in de frissche lucht 1 was zyn eenige gedachte misschien verminderde daar de beklemmende druk op hoofd en hart. Ook Günther zag hij niet, die haastig de trap opliep. De lippen stijf op elkander, een diepen rimpel op het anders zoo helder voorhoofd, sloeg hij nauwelijks de oogen op, toen Günther hem staande hield. „Je komt zeker van je familie, Broek, ga weêr meê terug, ik breng tijding van je vader." De jonge officier schudde het hoofd, de uitdrukking van smart op zijn schoon gelaat werd nog sterker. „Ik kan niet", sliet hy als 't ware uit. Toen ging hij haastig verder. En denkt niet dat gij reeds alles gezien hebtvol strekt niet; boven gekomen bood men ons op vriendelijke wijze een glas champagne, en bracht ons toen naar de Montagnes russes. Weet gij al reeds wat dat zijn Neen, welnu stelt u voor een hobbeligen weg en gaat nu zitten in een langen wagen, een soort van Jan- pleizier plotseling laat men den wagen los en daar gaat ge met uw achten of tienen luid gillende van angst of pret, in vliegende vaart, hoogte op, hoogte af, tot gij den overkant bereikt, om daarna op dezelfde hobbelige manier weer teruggestuurd te worden. Een alleraardigst genot voor zenuwachtige menschendie willen weten wat zeeziek worden is 1 En nu de feeën zeiven aan wie de tuin zijn naam ontleent. Nu, dat zijn fraai gekleede jonge dames, die werkelijk mooi zijn men beeft ze dan ook opzettelijk daarvoor uitgekozenen gestoken in een zeer luchtig kostuum. Rondom den tuin is eene groote galerij met buffetten en winkeltjesook al door feeën gehouden en in de boomen zitten heusche apen, die er flink op losachreeuwen. Voeg daarbij nu een vroolijk publiek dat in grooten getale opkwam en gij bunt u eenigszins een denkbeeld vormen van een dier uitspanningsoorden, die gedurende zes maanden alle vreemdelingen en stadgenooten lokken zullen. Een volgend maal hoop ik u over eene andere in richting, het pas geopende Mueée historique, te onder houden en zal u daags na de opening der tentoonstel ling een volledig verslag geven van deze aanstaande feestviering. 23 April. BELGIE. Ean telegram uit San Thome (Congo) meldt den dood van den belgiechen eersten luitenant baron Negri te Banana en van den tweeden luitenant Lochtmans te Loekoengoe beiden waren belgische reizigers in den Congostaat. Te Stanley Falls ging alles goed. De Samoa-bijeenkomst hield den 29 des namiddags te half drie hare eerste zitting in de congreszaal van het paleis van den rijkskanselier. Op voorstel van de duitsche vertegenwoordigers is besloteD, aangaande het verhandelde stipte geheimhouding in acht te nemen. „Broek 1" riep Günfcber hem dringend na. „Broek Hij keerde zich echter niet om, kwam werktuigelijk met de hand aan zijn pet en knikte even met het hoofd. Günther boog zich over de leuning der trap en zag hem na, met een onderzoekenden, bezorgden blik. „Broek 1" riep hij nog eens. „Bonjour!" klonk het heesch terug. „Ik moet lucht hebben lucht 1" fly trok gejaagd aan de tressen van zijn uniform; in het roode gaslicht zag hij er zoo asch- vaal uit, dat Günther er van schrikte. Met ontsteld gelaat kwam Willy hem tegemoet. „Hebt ge Gert gezien Ik weet niet ik maak mij zoo ongerust over heml" zeide zij met tranen in de oogen. Hij zocht naar een woord van troost, maar het was immers Willy, tot wie hij sprak, het kloeke verstan dige meisje, dat de zorg wel onder de oogen dnrfde zien. „Ik ook zei hij oprecht. „O, Günther! Wat is het vreeselijk." Tranen vloeiden over haar wangen. „Ja, vreeselijk, maar niet onherstelbaar, ik hoop, dat het ergste voorbij is. Je papa komt thuis", zeide hy eu drukte hartelijk haar haod. „God zij gedanktHy is dus onschuldig Dit kwam uit het diepst barer ziel. „Hebt gy daar dau aan getwijfeld?" Zich als 't ware van schuld bewust, boog Willy het hoofd, zij zweeg, nu werd het hem duidelijk welk een marteling deze lange dag voor haar moest zijn geweest, dien zij bad doorgebracht, geheel opgaande in de zorg voor anderen. „Zeg bet den dames daarbinnen", zeide hy haastig, „ik ga je broêr na 1" Maar reeds stond Angela in de deur eu strekte, als om hulp smeekende, beide armen naar hem uit. „Ga niet heeu 1 Ach ga niet been Günther 1" smeekte zij. „Wat wilt gij naar Gert? Hij is een mandie is beter bestand tegen slagen van het lot dan ik, arme vrouw." Eeu half uur laug moest Günther hare klaagliederen aanhooren zonder dat hij het waagde de angstdie hem kwelde onder woorden te brengen. Slechts wis selde bij nu en dan met Willy een blik, waarin beider bezorgdheid duidelijk te lezen stond.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1889 | | pagina 1