No. 11 Honderd en achtste jaargang. Zaterdaa 13 Jan. 1906. DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Hit MUM tótaatjii 3 Mn. BUI TE NL A N D. BINNENLAND. Een blik in het werken van liet Leger des lieils. Algemeen Overzicht. Gemengde Mededeel lngen. Uit de Pers. ALKNIAARSCHE COURANT. AbOiinem ntsprgs per 3 maanden voor Alkmaar f 0.80; franco p. post f 1.— Afzonde' (jke nnmroors 3 cent. PrjjB der Adverrentiëa per rest«lfU.lO Brieven franco aan do N.V. Boek- en Handeladr. HERMs. COSTER ZOON. Gteeu buitenlandsch blad, of 't beeft kolommen beschoa- winseu over de aanstaande conferentie te Algeciras. Heden lniden de berichten beslist vredelievender. Zoo heeft de Dnitsche gezant te Madrid, Von Radowitz, aan een aantal Fransche dagblad-correspondenten de meest geruststellende verzekeringen pegeven. Hij noemde>'t, zonder meer, een dwaasheid, dat de rnst in Enropa in gevaar zou zijn. Wij gaan zoo sprak deze vertegenwoordiger van Duittchland ons zetten aan een werk des vredea. Het is mij aangenaam met dit gelukkig vooruitzicht te eindigen. Ik verlang te zeer dat het verwezenlijkt worde om hot niet uit te spreken. Markies Yisconti-Vonostade Italiaansche vertegen woordiger, is Woensdag met zjju Secretaris naar Algeciraa vertrokken en wel over Parijs, valleen en uitsluitend'uit vrees van, over zee gaande, ziek zjjae bestemming te zullen bereiken," geljjk bij aan den berichtgever der Gazetta di Venezia to Rome verzekerd heeft. Tevens had hij zjjue overtuiging uitgesproken, dat de vrede geen gevaar liep, daar men noch te Berljjn noch te Parijs, zeide bij en te Berljjn zelfs nog minder, den oorlap w-lde. De Petersbnrgfcbe correspondent van de Daily 'leltgraph, Dr. Dillon, die, zooals men weet, in nauwe relatie staat tot Minister Witte, geeft zjjne meening in het volgende telegram >Aau den vooravond der conference is het behoud van den Europeeschen vrede het hoofddoel der politiek, door de meeste groote mogendheden gevolgd. Iedere denkbare vorm van invloed is aangewend, om de mot:eren te be strijden van hen, die een vredesbreuk voor het kleinste van twee kwaden achtenen die bemoeiïagen zjju niet vergeefsoh geweest. Verschillende symptomen wjjzen op een volkomen veranderde en vreedzame houding van hen, die van oorlogszuchtige neigingen werden verdacht on geheel Europa heelt dit met bljjdscbap begroet. »Maar men moet daarbij niet vergeten, dat een derge- Ijjke quaestie nooit geheel en al vooraf kan worden opgelost, en de bemoeiingen van do vredesvrienden, om succes te hebben, mosten voortduren. Vooral als men rekening hondt met bet algemeen erkende feit, dat, van oen zuiver politiek standpunt, sedert den vrede van Frankfort nooit de gelegenheid voor Duitechland zoo gunstig was om een strijd tegen Frankrjjk te beginnen. Maar het is meer dan waarechjjcljjk, dat door de krach tige en gemeenschappelijke pogingen het gevaar van oorlog verdreven is.< De heer Dillon verzekert dan verder, dat Rusland Frankrjjk op de conferentie krachtig steunen zal. Wat de Frantche staatslieden vreezen is, dat de conferentie mislukken zal door stranding op een scbjjnbaar onder geschikte quaestie, bijvoorbeeld de regeling der interna tionale politie in Marokko, op een wjjze die Frankrjjk niet aannemeijjk acht. In staatkundige kringen is men overtuigd, dat Rusland al zjjn invloed zal aanwenden, om op diplomatieke wjjze den weg voor Frankrjjk te effenen, als Frankrjjk Rusland cp fioanciëel gebiei helpt. dezer dagen met de onthulling, dat daarachter meer zat en de vergaderingen waren belegd met het doel een straatbetooging te honden, waarbjj >Na»r het Paleis* het parool zou zjje. Do regeering, hiervan in kennis gesteld, zon daartegen de volgende maatregelen hebben getroffen het plein voor hot paleis en de toegangen worden, daar ten paleize het Or deleest gevierd wordt, op de gebruikelijke wjjze afge sloten zooals van zelf spreekt is de geheele politiemacht onder de wapens. De politie zal, gehesljin overeenstemming met de wettelijke bepalingen, vreedzaam optrekkende groepen ongemoeid laten, maar daarentegen elke verstoring der orde, zoomede elke poging oru een openljjken ommegang uit te voeren, (waarvoor, zooals bekend is, vooraf ver gunning van de politie noodig is) dror onmiddelljjk ingrjjpon verhinderen. Voor het geval, dat verzet tegen de politie wordt gepleegd en hare eigen krachten te kort schieten, worden alle in Berljjn aanwezige troepen (cava lerie en artillerie daaronder begrepen) in hunne kazernes verzameld en tot onmiddelljjk uitrukken gereed gehouden. Daar de ervaring geleerd heeft, dat honwen met het plat van de sabel eu schoten over de hoofden heen, slechts de woede der menigte opwekkeu, zonder de lieden vrees aan te jagen en daardoor slechts grootere buitensporigheden en meer bloedvergieten veroorzaken, is ditmaal door den minister president uitdrukkelijk gelast, dat de politio en de m ltaire macht, voor het geval zjj gedwongen worden tot het gebruik der wapens over te gaan, dit dan zonder eenige zachtzinnigheid moeten doen. Da Vorwdrti ontkent beslist de geheime b'doeling van de betooging en ook andere Borljjneche niet-sooialiBtischn bladen kunnen daaraan moeiljjk gelooven. Toch raden zjj den arbeiders met nadruk, geen dwaasheden op straat nit te halen. Te Berljjn zjjn tegen 21 Januari 80 sociaal-de- mooratische kiesrecht-protest-vergade- ringen uitgeschreven. De Tdgliche Rundschau kwam Uit de Belgische Kamer. In de gisteren ge- honden zitting werd het voorstel van de regeering be treffende de onteigeningen, noodig voor de maritieme en militaire werken te Antwerpen, verworpen met 91 stemmen tegen 66 en 3 onthoudingen. Ongeveer twintig leden van de rechterzjjde hebben met de linksrzjjdr tegen de regeering gestemd. Door dit votnm heeft de Kamer zich verklaard voor het voorstel om van bet ontwerp der regeering af te scheiden de quaestie, betreffende de ver vanging van den bestaanden vestinggordel; dit is een ernstige nederlaag voor het kabinet, dat deze afscheiding niet wilde goedkeuren. De verwerping, aldus bet Hbl., wekte veel sensatie; de regeering le^de geen enkele verklaring af en de zitting werd te midden van een groote opgewondenheid opge heven. De Koning van Spanje en zjjn aan staande. Prinses Eui van Battenberg, de aanstaande verloofde des Konings van Spanje, zal den 16n Juni met hare moeder (geboren Prinses Beatrice van Engeland) een maand le Biarritz komen logeeren bjj Prinses Fre- derica van Hannover. Daar zal Koning Alfonso een bezoek komen brengen aan de Prinsessen en er worden toebereidselen gemaakt tot groote feesteljjkheden. Vooral een waterfeest op het meer Monriscat, waaraan de villa van Prinses Frederica ligt, belooft schitterend te zullen zjjn. Koning Alfonso moet thans zelf toch ook van zjjn aanslaand huweljjk als van een feit hebben gesproken. Bg de begroeting van Aartshertog Frans van Oostenrjjk, die overkwam voor het huweljjk van Prinses Maria Theresia, moet de Koning tot hem hebben gezegd „Nu houd ik n hier tot de maand Moi. Dan behoeft gg n et weder een vei moeiende reis fo doen om mjjn huweljjk bjj te wonen". Een ongewone interpellatie. In de Hes- sisobe Kamer is een ongewone interpellatie aangekondigd. Volgens de Prankf. Ztg werd begin November te Her- gers'oausen het ljjk van een pasgeboren kind gevonden. Op last van de justitie moesten zich nu alle daar wo- nende vrouwen en meisjes aan een onderzoek onderwerpen. De vrouw van een molenaar, die al twintig jaar ge trouwd was, moest zich o. a. driemaal laten onderzoeken, voor men aannam dat hare onsohuld bewezen was. Baehr, een afgevaardigde van den boerenbond, heeft nu in een interpellatie op de zaak de aandacht gevestigd. Hij vraagt, wat de regeering denkt te doen, om znlke kren kingen van de eer van onbesproken vrouwen en meisjes te voorkomen en op welke wijze zjj vooral de op zoo belaedigende wijze mishandelde molenaarsvrouw in haar eer denkt te herstellen. Hoog water. Wegens de zware regens die in de laatste digen in Daitschland zjjn neorgekomep, zga do rivieren sterk gezwollen. Woensdag stonden gedeelten van den spoorweg langs den Moezel onder water, zoodat slechts zeer langzaam kon worden geredenhet water is echter weder aan het dalen. Ook de Ma:n, de Rohr en de Eems zjjn sterk gestegen, zoodat reeds overstroomingen worden gemeld. Van den Rjjn boven Keulen geldt hot- zelfde. Langs den Wupper moeeten een aantal huizen worden ontruimd. Troost na een ongein k. De slachtoff its van het spoorwegongeluk bjj Spremberg of hun nagelaten betrekki'gen eiscben, alles te samen gerekend, zes mil- lioen Mk. schadevergoeding van den staat. Voor een graaf die om is gekomen, wordt lili millioen Mk., voor een advokaat 800,000 Mk. gevraagd. Dichter en bedelaar. Het Berl Tagebl. ver telt van bet droevig lot van een armen Italiaanschen tooneelsohrgverRuggiero Rindi, die als blinde bedelaar door Rome trekt. De ongelukkige, die eerst suikerbakkor was, toen tooneelspeler en -tchrjjver, is de auteur van misschien 200 volksstukken, die meest grooten opgang hebben gemaakt, maar hun vader geen cent schjjnen te hebben opgebracht. Rindi had een tijdlang een klein ambtenaarspostje op het stadhuis en schreef in zjjn vrjjen tjjd tooneelstnkken. Toen kreeg hjj een oogziekte, die steeds verergerde nu ia hjj blind eu bedelt, totdat wellicht een blindeninricbting hem opneemt. 911 nieter Kraus naar Chili. Zooals men weet heeft de heer Krans, Minister van Waterstaat, vjjf maanden verlof gevraagd en verkregen ten einde naar Chili te vertrekken om daar als ingenieur de haven van Valparaiso te helpen verbeteren, In een groot aantal bladen van de meest onderscheiden richting wordt dit beslnit ten zeerste betreurd. Wjj laten slechts een tweetal stemmen hier naklinken. Z o echrjjft de Standaard: Minister Krans doet van zich spreken. Allereerst door het zonderlinge geval met den expresse-trein, die nn geen expresse meer is; en in niet mindere ma'e door de boodschap aan de Eerste Kamer, dat Z. Exc. voor een maand of vjjf naar Chili gaat voor particuliere bezigheden. Van armoede en ellende. Het is een wandeling ol pijnlijke gedachten geweest, die ik voor eenige dagen maakte een wandeling zooals men er soms doet, leerzaam en ontgoochelend een gang langs droevige levens, met veel somberheid en weinig zon. Een welwillende luitenante van de afdeeling Alkmaar van het Leger des Heils had mij toegestaan haar en nog een andere zuster te vergezellen op een tocht langs arme menschen. Het waren speciaal de dronkaards, die de beide liefdezusters zouden bezoeken en haar doel was deze zwakkelingen op te wekken om een samen komst in het zaaltje der afdeeling te komen bijwonen waar zou gesproken worden van den plicht om te strijden tegen de drinkerszonde. Ik heb armoe en ellende gezien op dezen tocht zooals ik niet had gedacht dat in onze stad bestond daarnaast heb ik een indruk gekregen van den arbeid van het Heilsleger en heb ik gekregen eerbied voor deze menschen, eerbied voor hun godsdienstzin en hun liefde voor de ongelukkige slachtoffers der misère. Het was in een der woningen in de Bloemstraat dat we het eerst binnentraden. Somber, duf vertrekje, waar iets neerdrukkends in was, dat tot stil-zjjn stemde er zijn er zoo meer in onze stad, plaatsen waar de geest der menschen wordt verstompt, langzaam maar zeker, waar men tevergeefs zoekt frissche levens vreugd, dat kan niet andersde bloemen kwijnen, en sterven-af, als men ze zet op plaatsen waar geen lichtstraal zonne-streeling tot haar door kan dringen. 't Bezoek gold Jaap de zoon m ar Jaap wa niet thuis niemand scheen binr en tot uit een bedstee rochelend ademhalen klonk, oud moedertje ziek. En de zusters traden op 't afgetobde oudje toe en spraken vriendeljjke woorden om op te wekken 't beverig, rimpel bestje, dat kuchte en moeilijk adem haalde, bestje met vermoeid lijdensgezichtje, oogen zoo hol, en grijze haren Jaap was naar de markt vertelde ze hakkelend onder dot kreunen. Maar vanmiddag was hij thui'. En de luitenante vroeg haar naar Jaap. Ja, hjj dronk wel eens vaak wat teveel ook. anders geen slechte jonden Later op den oag waren we hier nogmaals. De zusters hadden wat eten voor moedertje meegenomen maar ze had geen trek. Jaap was thuis, deed allerlei dingen voor de zieke. En de zusters begonnen over zijn drinken en Jaap, ruw bekennen), gaf 't toe dat 't verkeerd was, maar zoo op de markt je kon 't niet weigeren, neen, 't werd je toch aangeboden veel eerder een borrel dan vijf centenMaar hij zou komen op de samenkomst, vast kwam ie. De zusters baden toen voor het oudje, dat trillerig nu recht op in 't bed zat, de handen gevouwen, en voor Jaap Wij kwamen in een achteraf-buurtje door een steegje. Hier had de luitenante er verschoidene die bezocht moesten worden. Eerst even naar tante Bet, een trouwe bezoekster van de samenkomsten en onder dien naam daar bij een ieder bekend. Tante Bet, in vrooljjke stemming bezig om haar maaltijd klaar te maken, wist ons precies de woningen aan te wijzen, die de zusters zochten en zoo klopten wo bij de eerste deur aan. Niemand was binnen, maar al spoedig kwam de vrouw met een bleek, teer meiske op den arm aanloopen terug van een buurpraatje. Ellendiger woonplaats dan deze heb ik op onzen tocht niet ontmoet zóó arm. Het was een kamer, die blijkbaar voor alles, slaap- woon- en kookgelegenheid dienst deed. Goor waren de wanden lompen op den vloer hier] en daar, bij het raam een tafel, vet van het vuil en een paar gebrek kige stoelen, in 't midden van 't vertrek een kist, een kachel, roestig en stuk, waarvan de deur met een ijzerdraadje werd dichtgehouden, en dan de bedstee zonder gordijnen en het beddegoed meer geliikend op vodden, oude zakken of jassen dan op dekens. En onder het bed was een hol dat ook als slaapplaats scheen gebruikt te worden. De man was niet thuis, aar zelden en dat verwonderde mij niet. Nu strompelde Jan binnen de zoon arme stumperd, die niet goed kon loopen, omdat er geen kracht in z'n beenen was. Do vrouw vertelde dat hij met briquetten ventte dan ging 't nog wat. zoo'n beetje ste m aan den kar. Maar dikwijls viel hij laatst nog. Hij had toen pas „een mooi nieuw pakkie" gekregen en ging naar de kerk, toen viel-ie met z'n hoofd op den stoep daarvan, zoodat-ie bloedde en 't pakkie natuurlijk dadolgk beklad was. „En kom je wel 'es in de samen komst, Jan?" vroeg de luitenante. „O, jawel! nou!" zei Jai, die een spraakgebrek had. En de vrouw vertelde nog velerlei van haar leven vertrouwelijk zooals deze menschen allerlei intieme dingen kunnen vertellen aan vreemden. En bij de kachel zaten Jan en zusje, groezelig wichtje, met verwarde haren, in rood, los jurkje en met bloote voetjes. Toon moest moeder weg, met de emmer naar de koker j om soep en wij vervolgden onzen tocht. Buiten in het steegje lawaaiden er stemmen ruwe wooiden, vrouwen tegen een man, alweer de gevolgen van den drank. Het was ditmaal oen netter vertrek waar wij binnen gingen. Er hingen veel mannenkleeren aan de deuren en verder aan lijnen boven het fornuis doeken die moesten drogen in een zwarten pot pruttelde het middageten, iets verder stond water te koken. Er stond een wiegje in een hoek, waarin een kindje van zes weken als begraven onder dekentjes en doeken Toen we even gingen zitten in de andere huizen was 't te vuil nam de vrouw des huizes het wurmpje uit de wieg. 't Had een dikke kaper op het teere hoofdje dat was, zoo vertelde de vrouw, voor de kou, je moest voorzichtig zijn. De luitenante meende dat 't beter was dat broeierige ding af te doen ze had nog wel een dun kapje, zou er eens naar kijken. „Ja, zoo vertelde de vrouw, ik heb het schaap maar hier gehaald de moeder is in Bloemendaal, krankzinnig van ellende haar man dronk". Er kwam een vrouwtj met petroleum, die wat bleef praten. En 'k hoorde weer een van die wreede verhalen der werkelijkheid Van twee vriendinnetjes nit de Bloemstraat als ik mij niet vergis die een spaarpotje hadden voor een nieuwen rok. Eens was de spaarpot op tafel blijven staan en vergeten weg te bergen en de vader kwam, en vond den spaarpot, brak hem open, nam het geld en verdronk het, verdronk de spaarpenningen van zijn kind De zusters wekten de vrouw op haar man toch te steunen en met hem samen te komen op de bijeenkomst maar de vrouw had weinig hoop en zei: „ik heb 't zoo vaak geprobeerd, maar je krijgt het er toch niet uit In een ander gezin trof mij het volgende. De vader was thuis hij was aan de zusters opgegeven als een drinker, dooh wilde er niet voor uit komen en praatte er omheen. Toen vroeg do luitenante denzoon, of z'n vader wel eens droDken de arme jongen bromde iets van niet-wetenomdat hij zijn vader niet wil'e beschuldigen. Ondertusschen kwam het oudste dochtertje thuis, die de luitenants wel kende en blij was dat ze hier waren. We gingen weg en de luite nante zei tot het meisje „nu, als 't nu Vrijdag een half uur voor de ramenkomst is, waarvoor we je vader hebben uitgenoodigd dan moet je er tem aan herinneren, hoor en zeggen dat hij zich klaar moet maken zal je er om denken En 't aardige rueiske beloofde 't aan de luitenante. Een kind dus dat men nog meer vertrouwt dan een man omdat hg drinkt Er was nog iets anders dat mij herhaalde malen opviel, die haat van de vrouwen tegen do kroogen. Het was niet zoozeer tegen haar dronkon mannen als tegen de kroegen dat ze aan het uitvaren waren. Ik herinnor me bijv. een uitroep als: uitgebrand moesten ze, die nesten Ja, 'k heb er me hier en daar niet over verbaasd dat do mannen hun huizen uitliepen, omdat ze er zoo weinig vrouwelijk zorgen vonden of gezelligheid. Maar ook heb ik met bewondering gekeken naar treurige vrouwengezichten, met de matheid er in van langdurig lijden. Zoo herinnor 'k me, één vrouw, die ons vertelde dat haar man sinds jaren geen cènt binnenbracht, alles verdronk ze loefde van eigen arbeid en kreeg wat steun van haar kinderen hoe diep treurig. We zijn nog in verschillende huizen der armoede geweest o a. nog in dat, bewoond door een nogal bekend gezin in de Ropjeskuil. Daar weer een hevig uitvaren van de vrouw tegen de kroegen en haar man, die zoo weinig kracht had en de schuld was van alles. De man kwam toevallig juist thuis doch maakte op mij niet den indruk van een zoo door en door slecht persoon. Hjj verklaarde zelfs best buiten den drank te kunnen nu reeds in drie weken had hjj nietgedron- D*t is toch al heel dwaas. Eeu minister, een dienaar der Kroon, die in lands betrekking gaat bij een ander gouvernement. Want do heer Kraus heeft verlof en bljjft dns minister. Denk u in, dat minister Staal met verlof gaat om de politie in Marokko te regelen; minister De Meester om doorwrochte adviezen te goten over du Rass sche fioaneiëa en zoo onze ministers eens meer van die interessante bijbetrekkingen gaan vervullen in het buitenland. Zou daardoor het aanzien van onzo Rageering in het buitenland niet in ernstige mate worden geschaad Of het traktement van den heer Kraus gedurende zjjn verlof stilstaat, doet er niets toe de vraag is of Nederlandsche ministers ook maar tjjdeljjk loondiensten mogen verrichten voor bnifenlandsche gouvernementen. De heer Krans had zich óf van zgn contract met Chili moeten losmaken, óf geen minister moeten worden. Wat nn gebeurt., wekt terecht in wjjden kring ergernis. Aan een artikel in het Nbl. v. N. is het volgeide ontleend: Dat is de donk, dien Nederlands prestige krggt doordat een Nederlandsch mnister bg een vreemde mogendheid in loondienst gaat. Want daar komt het feitelgk op noer. Hot kan waar zgn we hebben noch minister Krans, noch iemand nit zjjna omgeving er over gesproken dat het geld voor him in die geschiedenis bijzaak is, dat hjj het voor den Nsderlandsohen ingenieursstand een onderscheiding acht, dat hjj door da CBiLeusche re- goeriig is aangezocht om zgn hnlp te verkenen voor de haven van Valparaiso, dat verandert toch inderdaad niets aan het feit, dat hg, hoofd van een onzor departe menten van algemeen bestnnr, een der eerste dienaren der Koningin, thans dienaar wordt van het bestuur der Caileensche repnbliekf. Willen we eens even t geval onderstellen, dat minister Fock een reisje naar Biitsch- lndië maakte om het landsbestuur aldaar in te lichton over de opiumregie? Willen we de mogelijkheid eons aannemen vun oen bezoek van minister De Messier aan don Saltan v n Tarl.-jja om hem advies te geven over een betere in richting zgner financiën Kannen we ons goedschiks voorstellen, dat minister Van Tets naar Noorwegen gaat om koning Haakou voor te lichten omtrent de organisatie van een eigen consulaatwezen Dwaasheden, al die onderstellingen 1 Maar zjj zgn toch niet dwazer dan dat reisje van den Nederlandschen minister van Waterstaat naar Chili, waar hjj gedurende vgf maanden de ondergeschikte-zal zgn van het hoofd der openbare werken in die repobliek en waar mon misschien later grapjes zal maken over dien Neder landschen minister, die zgn prestige te grabbelen gooide, toen hjj een aardig duitje in de wacht kon elepen. Die laatste bewering zal volkomen in strjjd met de waarheid wezen wo baasten ons dit als onze over tuiging neer te schtjjven maar ze zal uitgesproken worden daarvan zgn we evenzeer oveitnigd en ze zal dienst doen om het Nederlandsche volkskarakter in een verkeerd daglicht te stellen, misschien wel om stof te leveren voor satires op onze staatsinstellingen. Dit nu vinden we het ergste van de geschiedenis. Van de vrouw van Caesar heette het weleer, dat er zelfs geen slechts van gedacht mocht worden, van onze ken. Maar dat kwam omdat hij geen werk had. „Ja, ziet u, zoo vertelde hij, u weet dat zoo niet, maar bij dat soort werk dat ik doe kan je er niet buiten. Bij dat uitladen van schepen is 't zewoonto om zoo af en toe samen oen borrel te pakken doe je niet meo, dan gaan ze je benadeelen, ze keeren je en weten 't zoo aan te loggen, dat je niets verdient, niet wordt aangenomen. En wat dan? Men wordt er toe gedwon gen'. Wij zeiden hem dat dit niet juist kon zijn, maar hij hield vol dat we 't niet volkomen begrepen 't lag niet aan hem, hjj móest werk hebben en dat kón niet of hij moest een borrel mee-pakken Ik wil u niet meer van deze droeve dingen vertellen, maar nogmaals wil ik hier wjjzen op de heilzame werkzaamheid van de zusters en broeders van het Leger des Heils zij gaan zoo stil eu eenvoudig hun gang, maar hun opofferende liefde dwingt eerbied af. 1 Gisteravond was 'k nog even in 't kleine zaaltje aan de Oudegracht Het is er zoo laag van zoldering, zolde^ met zware balken en de muren zijn er kaal met slecht enkele kaarten met spreuken. Maar er was in dat sobere vertrekje een adem van geloof en van liefde dat ik er vergat de zware balkon, de -ale muren De arbeid van de beide luitenantes met wie ik had rond gewandeld, had de geheele week voortgeduurd en ook broeders hadden arme gezinnon opgezocht, waar de drank ellendo bracht en hunne woorden schenen de ongelukkigen getroffen te hebben, want talrijk waren zjj opgekomen, mannen en vrouwen. En vriendelijk werden zjj ontvangen en zij schikten zich op de banken die in 't vierkant waren geplaatst en om de tafel in 't midden. Toen werd er gezon en en gebeden en eerst met maar al spoedig waren er maar weinigen ie niet instemden met de eenvoudige liederen van het Leger. Aan het eind van de tafel zag 'k do luitenanto, die opwekte tot mee-zingen, soms afgewisseld door do anclore luitenante. Nu kwam er stilte in t zaaltje do oudste soldate van de afdeeling zou spreken. Er was aandacht bij de velen en 'k zag onkelen voorover zitten, het hoofd op de hand oleund eenvoudig sprak 't bejaarde vrouwtje, maar 't was de juiste taal voor deze mannen en vrouwen, die hen trof en iot hen doordrong, omdat het woorden uit het hart waren. En toen later ook de beide luitenantes spraken zag ik vele gebogen hoofden, een roerende aanblik die ruwe gezichten verweerd van den levensstrijd Zoo heeft de samenkomst voortgeduurd en terwgl af-en-toe chocolade werd rondgediend en kronten- brood.es werd er door de broeders en zusters gosproken en voorgelezen. En ze zijn toen weer heengegaan naar hun sobere woonplaatsen maar hjj zal met vruchteloos zjjn goweest deze avond in 't eenvoudige zaaltje, er zullen er zjjn, die opgewekt zgn tot denken, en waar dat eenmaal is, daar kan veel goed worden. J. L. d.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1906 | | pagina 1