No. 18 Honderd en achtste jaargang. 1906. DAGBLAD V00E ALKMAAR EN OMSTREKEN. MAANDAG 22 JANUARI. Een geschiedkundige studie over de inlijving bij Frankrijk. BUITENLAND. Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f 0,80franco door het geheele Rijk f I,—. Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Groot© letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N.jV. Boek- en Handelsdrukkerij v|h. HERMs. COSTER ZOONYoordam C 9. Algemeen Overzicht. Gemengde Mededeelingen. voor de Fransche regeering, om buiten het terrein van de Monroe-leer te bljjven. Het zal wel aan ons liggen, dat wjj niet hebben op gemerkt een aankondiging van het voortreffelijk geschied kundig werk dat onlangs vorscheen, over de inlijving van ons land bp Frankrjjk van Juli 1810 tot Nov. 1813 Deze studie, uitgegeven door Teylers Genootschap te Haarlem, door de ecbrgfster Mej. Johanna W. A. Naber gemaakt, na nauwgezet onderzoek der bronnen, werd met, goud bekroond ea verdient de bekroning ten volle. Twee redenen zijn er waarom het niet ondienstig sohjjnt, tot de lezing van dit boek onze lozers en lezeres sen op te w-kken. Vooreerst, omdat de behandeling der stof voortreiïeljjk is en ten tweede, omdat geen tjjdperk onzer geschiedenis, vooral tegenwoordig, leerzamer is dan dat der ongelukkige jaren 1810 tot 1813. Men kan er uit loeren, wat het voor een volk beteekent zjjne onaf hankelijkheid te missen Helmers dichtte in die dagen »Da laatite troost in smart, de hoop zelfs is gevlncht De vaderlandsche grond, wiei s onbekrompen weelde (In blijder tjjd helaas) der volken oogen streelde, Ligt uitgemergeld, woest, verlaten, wild verstoord, En brengt geen halmen meer, maar ruigte en distels voort. Vermagerd zwerven we om langs onze ontvolkte stranden." Hjj overdreef niet. Door de gesehiedschrjjfster, mej. Naber na, is nage spoord tot in bijzonderheden in de archieven hier te lande en in Frankrijk, de oorzaak van dezen jammerlijken stand van zaken en bet zal baar hoogslwaarschjjnlpk tot hare eigen verwondering gebleken zjjn, dat de Fran sche Keizer evenmin als zjjn luitenant-generaal, de tot Prins verheven Lebrun, de bedoeling hebben gehad om land en volk uit te mergelen. Men kan er slechts naar gissen, wat er wel geschied zoude zjjn, indien Napoleon I ten onzen opzichte met minder welwillende bedoelingen ware bezield geweest.... wellicht waren we uitgemoord. Het was een ongelukkig vervallen en verarmd land, dat 10 Juli 1810 bjj Frankrjjk werd inaelgfd. Men be taalde in Holland drie maal meer belastingen dan in Frankrijk. Terwjjl in de eerste jaren der eeuw gemiddeld 2500 groote schepen per jaar te Amsterdam b;nnen vielen, was dit aantal gedaald in 1809 tot 335. 3000 matrozen waren in Engeltchen dienst. De vestingen waren in verval, de schepen lagen in de havens te verrotten. Napoleon meenda dat alloen door inljjving van het koninkrjjk het volk tot rust kon komen na al de woelingen, die de laatste 12 jaren de krachten hadden verteerd en dat het mogeljjk zonde zjjn om vroegeren bloei en voorspoed terng te doen keeren; zgn bestuur zou nieuw leven wekken, het land sterk maken ter zee, roemrijk in tjjd van oorlog, voorsroedig in tgd van vrede. Met ingang van 1 Januari werd vermindering van belasting beloofd en de rente der Staatsschuld tot een derde verminderd. Dit laatste was noodzakeljjk. Staatsbankroet stond voor de deur. De financiën waren hopeloos in de war. De koers der Staatsschuld steeg van 9 tot 1 3a °l0 tengevolge der tierceering. De tiercaering was derhalve een maatregel in het belang der belastingschuldigen genomen. Eeu ander voorbeeld van welwillendheid van den Keizer, die Amsterdam tot de derde stad des rjjks verhief, was de bepaling dat vjjftig procent geheven werd van de goederen, die afkomstig uit Engeland, in het bezit der Hollanders waren. Op 't eerste gezicht ljjkt dit ver bazend hoog, 50 °/0 recht. Maar als men nagaat, dat de pakhuizen te Amsterdam en te Botterdam opgepropt waren met gesmokkelde Engolsche goederen en dat zjj na de heffing vrjjeljjk over 't geheele land mochten ver kocht worden, terwjjl de goederen voor i deel der waarde waren gekocht, dan had deze maatregel het gevolg voor sommige kooplieden om nog winst te kunnen maken. Geljjksoortige welwillendheid werd getoond met de belastingen. Tot nn toe, was men van meening, dat Napoleon ons arm vaderland opzettelijk uitgeperst had. De officieele gegevens der schrijfster toonen aan, dat dit althans niet de bedoeling geweest is. Volgens een rapport van dtn minister Gogel, moesten de nitgaven geraamd worden op 84 millioen francs, terwjjl aan directe en indirecte be lasting kon worden opgebracht niet meer dan 67 millioen Bp de inlgving werd bepaald, dat 61 millioen geheven zon worden, of bgna 6 millioen minder dan 't maximum dat het land kon opbrengen, volgons Gogol, Vergeleken met het bedrag van 1810 was het nog zelfs 9) millioen minder, welke verlichting verkregen werd door lagere belasting op levensmiddelen. Zeer merkwaardig iB de correspondentie van Lebrun met den keizer, omdat er uit bigkt, hoe zelfs in bg zonderheden alles naar waarheid werd overgebriefd, en tevens dat de berooide toestand door deze overigens zeer onderworpen en volgzame ambtenaren, noch werd ver bloemd, noch anders dan met blgkbaar leedwezen werd aanschouwd. Zoo schrgft hg:... >Een oogenblik stonden er in Amsterdam 19G0 hnizen te hunr. Dat getal is sn wel minder, maar de huren zijn ook een vierde lager Erger nog was 't in den Haag. »Dan Haag gaat verloren indien Uwe Majesteit en er niet een of ander vestigt, zoo schreef hg. Ja, zelfs vraagt de Keizer aan Lebrun, omdat hg gehoord heeft dat de werklieden te Amster dam en te Rotterdam geen werk meer hebben, welk werk men hun zoude kunnen verschaffen. De conscriptie, de maatregel die don Hollanders in het bjjzonder onaangenaam was, omdat zjj van oudsher de plicht om het vaderland te dienen oenvondig ver volden door huurtroepen te betalen en zelf handelswinsten te behalen, de conscriptie paste Napoleon met gematigd- heid toe en we werden genadig behandeld immers in Frankrgk bestond de lichting uit 6000 per millioen, terwjjl het contingent voor Holland was 3000 man. Dit zjjn slechts enkele voorbeelden, waaruit bljjkt dat het Napoleon en tjjne dienaren n et te doen geweest is om ons land ten bate van Frankrjjk uitteznigen, evenals de dienaren der Fransche republiek hadden gedaan, maar om het land te behandelen als een kostbaar bezit, dat verdiende op gelgken voet ah hot overige keizerrgk gesteld te worden, zelfs in enkele opzich en met behoud van zgne eigenaardigheden. Al gingen de prefecten Lebrun, d' Alphonse, de Celles en de Stassart in hun dienstgver te var, waar zij hun geadministreerden mconden te moeten dwingen tot ge hoorzaamheid aan wetten, die voor het geheele rgk golden, het bljjkt uit do archieven dat zij hun best hebben gedaan om den jammerljjken staat van het volk dat zjj bestuurden, te verbeteren en tevens dat niettegenstaande de beste bedoelingen de ellende hoe langer hoe grooter en algemeener werd en daarmede de haat aangroeide tegen de vreemde overheerschers. De algemeene verarming nam schrikbarend toe. De beide Hniszi'ten Armhuizen te Amsterdam konden hunne bedeelden ten getale van bgna 26000 gemiddeld niet meer dan 7 francs per jaar en per hoofd toeleggen. De curatoren der stadsarmenscholen moesten de tracte- menten met verminderen en de toelage aan turf en kaarsen met de helft. De avondscholen deden zjj godeel telgk sluiten, daar de noodige gelden voor verlichting ontbraken. Elders ontvingen de onderwijzers in bet creheel geen trsctement. De gevangenissen waren overvol. Vree«eljjk werd geleden door gebrek aan ruimte, aan reinheid, aan voldoend voedsel en kleeding. Engeland ledigde zgne overvolle gevangenissen door de gevangenen, waaronder vrouwen en kinderen, waar sleehrs gelegsn- heid was, op het vaste land aan wal te zetten. Van alles ontbloot, zonde eenig middel van bestaan, ziek en uitgeput en besmettrljjke ziekten verspieidend waar zg langs kwamen, werden deze ongelnkkigen bg troepen naar -Amsterdam gevoerd. De lgsten hunner namen vulden lange kolommen in den sCourier» van Amsterdam. Niemand wilde den gemeentebesturen op het land leveren, daar men niet zeker was van de be taling. »De maires zjjn geheel radeloos», schreef de intendant d'Alphonse aan den minister. Onomwonden hield prins Lebrun den Keizer den al.'emeenen nood voor oogen. Voortdurend klonk dó noodkreet der ge stichten hem in de ooren, verklaarde bjj. Voor hem was er zelfs iets angstwekkends in de rustige, waardige wgze waarop de predikanten aan het hoofd hunner consistoriëa hem de belangen hunner noodlijdende ge meenten kwamen voordragen. En die predikanten waren zeiven tot het uiterste gebracht door het gemis vau hun tractement dat hun over 1811 slechts voor een derde en 1812 in het geheel niet werd uitbetaald. Er waren predikanten wier kinderen aan de openbare wegen had den 'moeten bedelen om voor de schamele ouders tot verlenging vau hun leven integaren er was een predi kant, die door eer en fatsoen gedreven, na alles wat hjj bezat, verkocht te hebben, liever leed en zweeg, dan hulp te zoeken en letterlijk van honger is gestorven. Doch genoeg. Thans, nu dit alles vergeten scfagnt te worden, thans, nu onze tjjd eenige analogie vertoont met dien welke aan de Fransche overheersching vooraf ging, nn kleine erioven breed uitgemeten worden en vaderlands liefde voor velen een ietwat verouderd begr'p schjjnt geacht te worden, thans, nn boeken over den Grooten Napoleon weder met graagte gelezen worden en het ge schiedkundig onderwga bg voorkeur eindigt juist met do inlgving, schjjnt het wel noodig dat dergelgken werken, als hetwelk besoroken werd, alle aandacht worden waar dig gekenrd. Het zonde kannen zjjn, dat de lezers iets voor het vaderland beginnen te gevoelen, als zjj lezen over den tgd toen het niet meer bestond. A. P. H. De verkiezingen in Engeland beginnen nu zoo flink op te schieten, dat 't langzamerhand mo gelijk wordt eenige conclusies te gaan trekken. Deze zijn dit kunnen wij wel dadelijk zeggen buiten gewoon verbljjdend voor de liberalen. In het Parlement zijn 670 afgevaardigden, tot dusverre verdeeld over een meerderheid van 402 unionisten tegenover een gecombineerde minderheid van liberalen, nationalisten en werkmans-afgevaardigden van 268. Op het oogenblik. waarop wij dit schrijven, zijn 475 uitslagen bekend, zoodat er nog 195 moeten volgen. Die 475 gekozen cand daten zijn verdeeld als volgt: 252 liberalen, 35 werklieden, 78 nationalisten en 110 unionisten. Om de meerderheid te hel ben behoort een groep te beschikken over de helft van de 670 zetels, plus één, derhalve 336. Tellen wij nu de tot dusverre verkregen zetels van de anti conservatieven op, dan komen wij tot 365, dus reeds een flinke meerderheid. Dat is op zichzelf al een mooie uitkomst voor de liberalen, doch als 't wat meeloopt komen zij er nog gunstiger voor te staan. Men make zelf de rekening maar op. De liberalen kregen 252 zetels, de meerder heid is 336, dus daarvoor ontbreken hun nog 84 zetels, 't Is geenszins onmogelijk, dat deze nog komen van de 195 nog niet bekende uitslagen Voor een krachtige regeering der liberalen zou 't zeker gewenscht zijn, wanneer zij onafhankelijk konden blijven van de Ier- sche nationalisten en eventueel ook van de werkmans- partjj. Wat deze laatste partij aangaat, de Parjjsche Temps he ft niet ten onrechte opgemerkt, dat zij door hare verrassende overwinningen, met hare zoo voortreffelijk en afdoende gebleken organisatie, thans aan een twee sprong gekomen is. Of wel, zij zal den beginselen t ouw blijven, die tot nog toe den geest der ambachts- vereenigingen in Engeland hebben gekenmerkt, dan wel ook zij zal, mede onder de inblazingen van 't vastelands-socialisme, den weg naar standenhaat en standenstrjjd opgaan en prijsgeven wat zoo lang hare oorspronkelijkheid en hare kraoht heeft uitgemaakt, Dat zij, ten minste driemaal zo sterk als voorheen in 't Lagerhuis vertegenwoordigd, met een der haren op de ministersbank, en van hare groote kracht z ch be wust geworden, niet meer de min of meer gedweëe bondgenoot en hulp der liberale partij blijven zal die zij vroeger was, is alleszins natuurluk, ja van zelf sprekend. Dat zij do nuchterheid en karakt rvastheid bezitten zal om niet op hare beurt het bereikbare en doeltreffende voor ijdele hersenschimmen te verspelen mag men hopen in haar eigen belang en in dat der Britsche natie, op dit punt met dat van het overig Europa één. Geheel gerust zijn de liberalen er zelf niet over. In eene te Montrose dezer dagen gehouden rede heeft b.v. minister Morley zich volkomen zeker er van verklaard, dat „het contingent der werVmanspartij sommige dingen vra en zou welke hij voor zich alles doen zou wat hij vermocht om haar niet te laten krij ren'' en sommige harer organen -laan een werkelijk onheil- spellenden toon aan. „De werkman staat niet meer op de mat", zegt b.v. de Clarion. „Hjj is binnen. Er gaat iets gebeuren". En verder: „In Groot-Brittannië, zoo goed als in Frankrijk, België. Duitschland en Italië, is nu de sch idingsljjn voor goed aangegeven tusschen kapitalistisch liberalisme en socialistische democratie. De arbeiders zjjn hun Rubico overgetrokken en ofschoon Pompejus Baunerman's huurlingen hem in verdwazing nog als bondgenoot toejuichen, zal die begoocheling waarschijnlijk niet duren, wanneer de socialisten zich aan 't werk zetten." En verder betoogt de schrijver, dat evolutie, we enschap economische moeilijkheden, maar bovenal de onvermijdelijke on enigheid der liberalen het sooialisme in de hand zullen werken. Een nederlaag, zooals de Engelsche unionisten thans Ijjden, een volkomen wegvegen van hun meerderheid in het Parlement en van hun voornaamste leiders, zal wel nooit door eenige partij in eenig land zijn beleefd. Zelfs de oud-Premier Balfour heeft moeten erkennen, dat de nieuwe Eerste Minister naar het Parlement gaat „aan het hoofd van eene grootere meerderheid dan eenig Brttsch Minister heeft gehad in de laatste zeven tig jaren". En Chamberlain spreekt nu óók niet meer van het liberale bewind als „een kort tusschenbestuur", hetwelk spoedig van het tooneel zou worden gedreven. Hij wil nu de liberale Regeering „al den tjjd geven voor hare proefnemingen" van welker mislukken hij natuurlijk nog steeds overtuigd is. In den Duitschen Rijksdag is de vorige week het d uel-vraagstuk opnieuw ter sprake gebracht door den heer Rören (van het Centrum) en wel naar aan leiding van het gebeurde met den luitenant der landweer Dr. F. Feldhaus, advocaat en notaris te Mül- heim a. d. Ruhr. Deze, aldus ontleenen wij aan de Haarl. Ct. was bij uitspraak van den Raad van eer aangezien hij de uitdaging tot een tweegevecht niet had aangenomen, ontslagen geworden. De heer Rören. uiting gevende aan de verontwaardiging, welke deze zaak allerwegen gewekt had. stelde hierop de vraag, welke maatregelen de Rijkskanselier dacht te nemen om herhalingen te voorkomen van een dergelijke uit spraak, waarbij immers het duel feitelijk verplicht werd gesteld. De Pruisische minister van oorlog, generaal von Einem de interpellatie beantwoordende, las een verklaring voor van den Rijkskanselier, waarin gezegd werd, dat het duel onder de offiicieren nadrukkelijk verboden was bij een Keizerlijken Kabinetsorder van den lsten Januari 1897. Verdere bestrijding van het duel kon men echter slechts verwachten van verandering in de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht. Maar zoolang het duel in wijden kring nog werd aangemerkt als een geoorloofd middel tot herstel van geschonden eer, kon het officierskorps in zijne gelederen niemand dulden, die niet bereid was. desvereischt zijn eer met de wapens te beschermen. (Groote opschudding. De socialisten roepen »Dit is een uitnoodiging tot wetsschennis I") Er volgde na de verklaring des ministers een levendig debat. De heer Himburg (conservatief) achtte het duel in beginsel afkeurenswaardig, maar in de praktijk had het medegeholpen om Duitschland groot te maken. De heer Dove (liberaal) constateerde uit het antwoord des ministers, dat de Rijkskanselier, de eerste ambtenaar des Rijks, wiens plicht het was de wet te handhaven, voor standsvooroordeelen het hoofd boog, daar hij een toestand liet bestaan, die tegen de wet indruischte. Dr. Bachem (centrum) achtte de uitspraak tegen luitenant Feldhaus een klap in 't aangezicht van de overgroote meerderheid der Duitsche natie. De heer Bebel (sociaal democraat) achtte het een voldoening voor zjjn partjj, dat het voor de eerste maal in een parlement was voorgekomen, dat de eerste ambtenaar van den Staat een plechtige verklaring had afgelegd, welke niets meer of niets minder inhield, dan dat zekere klassen het recht hadden, de wet met voeten te treden, Uit Rusland nog steeds telegrammen van het Telegraaf agentschap, die spreken van terugkeer van orde en rust, benevens telegrammen van particuliere correspondenten, waarin de toestand nog steeds zeer ernstig heet. Zoo seint de Petersburgsche correspondent van de Matin van den 19en Januari onder meer; »De tijdingen heden hier uit Siberië ontvangen, zjjn zoo ongunstig mogeljjk. De geest onder de troepen is zooellendig.dat men een paar dagen geleden het ongehoorde feit be leefde, dat ongeveer 500 officieren te Kharbin een ver gadering hielden, ten einde te bepalen hoe hunne hou ding zou zijn tegenoverde regeering. De hoogere officieren hebben getracht die vergadering te beletten, maar tever geefs, ze werden uit de zaal verwijderd en de officieren besloten ten laatste geen besluit te nemen, alvorens ze tijdingen hadden ontvangen uit Petersburg. Ook uit de provinciën komen slechte berichten. In bijna alle steden van Polen heerscht gebrek aan meel. Te Warschau heeft men, wegens de bedreigingen van revolutionnaire zjjde, zelfs de leerlingen] der lagere school gewapend.® Bij de ontdekking van een samenzwering"te^Moskou, heeft de 25-jarige, in de Moskousche samenleving zeer bekende prinses Koslofskaja. zich zoo heftig teweer gesteld dat zij door een bajonetsteek gewond is. Bjj de huis zoeking vond men 8 geheel gereed gemaakte bommen, en voorts bescheiden die het bestaan van een samen zwering bevestigden. Gedurende de huiszoeking kwamen, niets kwaads vermoedend, een manneljjke en twee vrou welijke studenten binnen, van wie men veronderstelt, dat zij den moord op Dopbassof zouden plegen en daar voor bommen kwamen halen. De gearresteerden weiger den hun namen op te geven. Dat de prinses bij een samenzwering betrokken is, heeft te Moskou en te Pe tersburg groot opzien gewekt. Voorts schjjnt ons zeer belangrjjk in verband met de ïSirius®, waarvan elders in dit blad wordt melding gemaakt, het volgende berichtReizigers, die uit den Kaukasus te Petersburg zjjn aangekomen, zeggen dat de toestand daar zeer verergerd is. De opstandelingen hebben het fort bij Batoem veroverd en beheerschen daar thans den omtrek mee. Zjj zjjn meester in den geheelen Kaukasus ten N. van den spoorweg van Batoem naar Tiflis. Zoowel in Amerika als in Europa hoopt men, dat het conflict, thans opnieuw uitgebroken tusschen Frank- rjjk en Venezuela zal leiden tot een flinke af straffing van den dictator Castro. Zoo schrjjft de New Yorksche Evening MailEr zou in ons land niet de minste spijt betoond worden, als Frankrijk, mits zich verbindende, Venezuela geheel prjjs te geven na regeling van zjjn zaken, den »aap van de Andes« een tuchtiging toediende die hjj nooit kon vergeten en waarvan hjj zich persoonlek nooit zou kunnen herstellen. Sedert zes jaar doet Castro al het mogeljjke om zich zulk een af straffing op den hals te halen. Wjj hopen, dat het hem nu gelukt, want hij is waarlijk een voortdurende lastpost. De Vossische Zeituhg schrijft dat Frankrgk veel geduld betoond heeft tegenover de altjjd beleedigende houding van president Castro. De wjjze, waarop Taigny behandelt is, vormt een gebeurtenis zonder weerga in de diploma tieke geschiedenis, en een staat die daarvoor geen vol doening eischte, zou weinig eigenwaarde toonen. Maar de Pom, Zeitang erkent dat het een moeiljjk ding is Frankrjjkeu Rusland. De CourrieEuropéen weet mede te deelen, dat de Russische fiaanoinele agent Kikowzef te Parjjs eerst had gepoogd een leening bjj Rrthschild te sluiten, maar daar geen gehoor had gevonden. Ook de andere groote banken wilden aanvankelgk niets we'en van het leeningsplan. Daarop trad de minister president Ronvier tneschenbeide en verklaarde hjj, dat het Frankrgks plicht ie de Rusviche regeering te steunen bij het herstellen van de orde. Eerst toen is de leaning van 100 millioen francs tot s*and gekomen. Engeland en Duitschland. M-n kondigt de verschijning aan van de Anglo-Oerman Couriereen blad in de DuitBche eu de Engelsone taal, bestemd om de be weging ten gunste van betere verstandhouding tusschen Engeland en Duitschland te ondersteunen. In den dood gedreven. Te Petersburg is den 18den begraven baron Korf, kapitein van de kuraasiers der Czaritsa. Hij pleegde in het oproerig Oosttoe-gebied, waar bg, naar zgn naam te oordeelen, zeker thuis hoorde, zelfmoord onder heel bizondere omstandigheden. Torwgl bg onder generaal Orlof bezig was de oproerige Letten ten onder te brengen, kreeg hjj kort geleden bevel te Walk een troep opstandelingen te fnsilleereu. Toen het vuurpeloton gereed stond en nog slechts op zgn bevel wachtte, trok baron Korf eensklaps zgn revolver eu schoot zioh door 't hoofd. Het woord »Vuur!" kon hg blgkbaar niet over zgn lippen krggen. Een nitval tegen President Roosevelt. In den Senaat der Vereeuigde Staten heeft de democra tische vertegenwoordiger van Zuid-Carolina, de heer Tillmau, een beftigen uitval gedaan tegeu President Roosevelt, dien hg eeu «kwakzalver" noemde, wiens Stautsmansauccrs alleen te danken is aan eenige bevriende dagbladen en wiens eigenmachtig streven, in strgd met do Grondwer, soms de rechten der Volksvertegenwoordi ging tracht te miskennen. De aanval vond natunnjjk in den Senaat krachtige tegenspraak van Repablikeineohs zjjde. Maar het was tot dusverre nog nooit voorgekomen dat een President der Republiek aldus in den Senaat word aangevallen, en het feit heeft groot opzien gewekt. Moeder en dochter. In hoogste instantie uit spraak doende heeft de Hooge Raad (Reicbsgericht) te Leipzig, mevrouw Schweninger, de eerst gehuwd was met wijlen den beroemden schilder Franz Lenbacb (welk huwelgk door echtscheiding ontbonden werd) haren eisch ontzegd tot teruggave van hare nit dat huweJjjk geborea thans 14 jaar oude dochter Marion door Leobachs tweede echtgenootr. Zoow-1 de arrondissementsrechtbank als het Gerechtshof te Mtlnchen hadden in vorige inBtantiën de eiscberes in 't gelgk gesteld. Wat in Duitschland al nietverboden wordt! In een aanscbrjjvirg aan alle schoolbesturen, heeft de regaering van Saksen-Woimar het dausen van kinderen bjj kinderfeesten enz. (uiet A la Duncan, maar bet gewone dans u I) «als ongepast voor de schooljeugd* verboden. Aan de schoolbesturen wordt op 't hart gedrnkt, zorg te dragen, d»t r»an dit verbod gestreugel jjk de hand zal gehouden worden. De kinderen in bet groothertogdom zullen dus voorlas, geen dansles meer kunnen nemen, zoolang zg nog schoolplichtig zgn. Het weer in het buitenland. Het zachte winterweer heerseot ook in verschillende deelen vun Zwitserland. Bjj Montrenx en elders langs het meer van IGezd-e bloeit in de tuinen al menige roos; op bescbotte plekken ziet men sleutelbloemen en magnolia's en in de

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1906 | | pagina 1