No. m. Honderd en achtste jaargang. DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. 1906. DONDEEDA& 5 JULI. Zitting van den Gemeenteraad Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f 0,80 franco door het geheele Rijk t I,—. Afzonderlijke nummers 3 Cents Te!efoo&»8UKM3r 3, Prijs der gewone advertentiön Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N.|V. Boek- en Handelsdrukkerij v|h. HERMs. COSTER ZOON Voordam C 9. ALKNIAA van ALHKAAU, op Woensdag, 4 Juli 1906, des namiddags 1 aar. Vervolg). Wyslglng der Bouw- en Woml&g- verordenlng. De heer Uitenbosch zegt dat een nadere omschijj- ving 'van wat hjj zon willen noemen ren zolder woon vertrek, voldoends zon zjjn. Nadat hjj zjjoe meening in deze heeft dnideljjk gemaakt en hreft aangetoond, dat een zoldorwoonvertrek ia een vertrek ala boten arbeiders woningen waarvan de voormnnr recht is en verder de kamer Eohuin afloopt. Deze opvatting wordt door den Voorzitter ten slotte gedeeld, zoodat bet alsnog in dit artikel zal worden omschreven. B{j art. 38 zon de heer Uitenbosch de afmeting voor de aantrede van de trap willen verminderen, die afmetingen zjjn bezwarend, meent hjj, voor arbeiders woningen. Da Voorzitter en de heer Vonk merken op, dat men hier rekening heeft gebonden met het advies van den heer Zoetmulder, inspecteur der volksgezondheid. De heer de Groot erkent bet bezwaar van den heer Uitenbosch, doch deze legt zich ten slotte toch bjj de meening van B, en W. neer. De heer Vonk merkt op bjj art. 44, dat dat artikel halzen met gecombineerde maren niet meer toelaat. Er ontstaat over deze kwestie nog al wat discussie, waarbg de Voorzitter Ier geruststelling van enkele leden, opmerkt, dat daardoor niet onmogelijk wordt om arbeiderswoningen met gecombineerde muren ta bouwen. Da beer Uitenbosch meent, toch, dat bet niet mogelijk zal zgn dat twee arbeiders bjjv. bunne woningen zullen kannen boawen met gemeenechappe!ijken muur. Er wordt over die kwestie nog heel wat geredeneord. Ten laatste wordt bat artikel zoodanig gewjjzigd dat er bepaald wordt, dat elk gebouw zal moeten zgn afgesloteu door eigen of gecombineerde muren. De volgende artikels tot 60 worden goedgekeurd. Art. 60 levert stof tot veel disoussie, naar aanleiding van eon opmerking van den heerVan Buysen, aangaande de dikte van geoombineerde muren. Qet artikel bljjft in dit opzicht echter onveranderd, daar de heer Van Buysen zich er ten slotte mee kon vereenigen. De beer Uitenbosch zou in artikel 60 liever willen spreken van waalsteenvorm in plaats van waalsteen. De Voorzitter zegt, dat dat ook de bedoeling is. De beer Uitenbosch zou toch deze wjjzigiog gaarne zien aangebracht. Het gaat niet aan menschen te verplichten waalsteen te gebruiken, daar goede Belgische steen van dezelfde afmetingen ook zeer geschikt is. De Voorzitter meent, dat zoo iets ook niet zal voorkomen. De heer Uitenbosch zegt daarop dat twee aan nemers Hoekmeijer en Vos daartoe verplicht zgn geworden. Do Voorzitter betwijfelt dat. Is het geschied dan zeker niet op voorschrift van B. en W. Het be sluit van het college zal daarover inlichtingen kinnen geven. Deze quaestie zal daarom worden aangehouden totdat het besluit ter tafel is gebracht. In art. 60 wordt verder nog bepaald, dat de scheids muren tussohen de verschillende woningen (die wel onder een dak liggen) van een gebouw zonder ver dieping tot aan het dak, ook al zijn dit balkdragende muren, ten minste e, 17 M. moeten zijn. De heer Uitenbosch verdedigt een voorstel om uit deze alinea de tusschen haakjes staande woorden weg te laten. Na eenig debat over dat voorstel wordt het ten slotte met 9 tegen 5 stemmen aangenomen. Tegen stemden de heeren de Groot, Boelmans ter Spill, Bosman, Vonk en de Wit. Het artikel 60 wordt daarna goedgekeurd. Daar inmiddels het straks bedoelde besluit van B. en W. ter tafel is gebracht wordt den heer Uiten bosch duidelijk gemaakt, dat niet door B. en W. is voorgeschreven, dat genoemde personen waalsteen hebben moeten gebruiken. In hoeverre het bouwtoezicht zijne bevoegdheid is te buiten gegaan zal nader moeten worden onderzocht. 3. Bekening Burgerweeshuis, dienst 1905. De commissie tot de belasting zalen enz. stelt voor le de rekening goed te keuren in ontvang op f 12420, in uitgaaf op f 1C021.68 alzoo met een batig saldo van f 2398.32. 2o het bedrag der c. q. verhaalbare verple ging8kosten over het jaar 1905 te bepalen op f 153.37 per wees. Conform besloten. 4. Hekenlug gemeente-gasfabriek, dienst 1905. De rekening der gemeente-gasfabriek over het jaar 1905 vermeldt in ontvang een totaal bedrag van f 231.343.90 Het otaal bedrag der uitgaven was f 190.294.24'/]. e.oo dat de rekening sluit met een kassaldo van f41.049.651/]) 11959.06 meer dan waarmede zjj aanvangt. De overgelegde exploitatie-rekening wijit een winst aan van f 59642.40, de resultaten-rekening van t 5217.87. De oommissie tot de belastingzaken enz. stelt voor de reke ning goed te keuren in ontvang en uitgaaf tot een bedrag van 1231.343.90, met uitnoodiging bet beschikbare saldo ad f 41.049.65'/, als eersten pott van outvang over te brengen op den dienst van 1906, Conform besloten. 5. Hekenlug der dd. schutter)), dienst 1905. De commissie tot de belastingzaken enz. stelt voor de rekening goed te keuren in ontvaug en uitgaaf tot een bedrag van f 1092.74. Conform besloten. 6. Begrooting van de gezondheidscommissie, dienst 1997. De begrooting der inkomsten en nitgaven van de ge zondheidsoommissie voor het jaar 1907 vermeldt in ontvang oen bediag van f 975, bestaande uit het batig j saldo der rekening van 1905 ad f 360,93$, eene bjjdrage van het rjjk ad f 400 en eene van de gemeente Alkmaar ad f 214.06$. De uitgaven worden tot geljjk bodrag ge raamd v&n f 975. De commissie tot de belastingzaken enz. stelt voor in verband met deze bfgrooting de bijdrage van de gemeente Alkmaar ter bestrjjding van de nitgaven der gezovdhesds- oommissie alhier voor het jaar 1907 te bepalen op f214 06$. Alsvoren. 7. Heclame tegen een aanslag In het vergunningsrecht. Door B. en W. wordt voorgesteld om als beschikking op hot verzaak van den heer J, van der Molen om zgn aarslag in bet vergunningsrecht, bedragende f 40, te verminderen, aan adressant te beriohten, dat zgn aanslag in het vergunningsrecht 1906/7 terecht is geschied en dat er voor vermindering daarvan geene termen aanwezig zgn. Alsvoren. 8. Mulnbaar ver klaring en verhaalbaarstelling van hoofdeiyken omslag en straatbelasting. B. en W. stellenin verband met hat verslag van den gemeente-ontvanger, voor om te bepalen, dat ton aanzien van den hoofdeljjken omslag, dienst 1903, alsnog invorderbaar big ft een bedrag van f 119.09. op deu dienst 1904 een som van f 162,34$. De dienst 1905 heeft tot resultaat gehad, dat het totaal bedrag van den hoofdeljjken omslag heeft bedragen f 72,922.08$, waarvan ontvangen is f 70 047.75, afscbrjj- ving is verleend tot een bedrag van f 70.047.75, Voor gesteld wordtom oninbaar te verklaren een bedrag van f 113.66$ en verhaalbaar te stellen een bedrag van f 166,05. Ten aanzien van d« straatbelasting valt nog te ver halen op den dienst 1903 een som van f 4.47$, op dien van 1904 f 35,62$. Het resultaat van den dienst 1905 is geweest, dat het totaal bedrag der kohieren beliep f 12.471 06, waarvan is ontvasgen f 12.431.89. Voorgesteld wordt veihaalbaar te stellen een bedrag van f 34.29$. Behandeld in geheime z'tting. 9. Verplaatsing van de kleloe kaas- en de elerenmarkt. Ia verband met het verzoek dd. 27 April 11. van de heeren G. Lienesch en vier andere winkeliers in de Lmgestraat om de eieren markt te verplaatsen en indien dit niet wenscheljjk mocht worden geacht, zoodanige maat regelen te nemen, waardoor de bezwaren, welke zjj van deze markt ondervinden, worden ondervangen, stellen B. en W. voor aan adressanten te berichten, dat sedert déze quaestie het laatst, den 7en Februari 1906, een punt van behandeling heeft uitgemaakt, de toestand geheel dezelfde is gebleven en dat er geen aanleiding bestaat nu reeds op het toen genomen besluit om vooralsnog niet tot marktverplaatsing over te gaan teiug te komen. Goedgekeurd 10. Voorstel betreffende toepassing van art. Si der Bouw- en 15 onlngverordenlug. B. en W. stellen met beroep op art. 31 der Bouw en Woningverordening voor, afwjjzend to beschikken op het verzoek van den boer Jan Pot om met. vernietiging van bet besluit van het ooilege van B. ea W. hem toe te staon, om van het door hem nieuw gestichte bouw werk op den hoek vau Paardensteeg en Achterstraat ook bet oosteljjk deel te mogen inrichten tot arbeideis- woning. Bjj dit punt komt ook in behandeling het in deze zitting ingekomen nader adres van den beer Pot. De bedooling van dit nadere adres schjjnfc echter niet Uuideljjk. Do heer Bosman is van oordeel, dat het voorstel van B. en W. behandeld kan worden, afgescheiden van dit adres, welk gevoelen de raad bljjkbaar deelt. Daarna wordt conform bet voorstel van B. ea W. besloten. 11. Heorguiilsatle van het ouderwijs aan de Burgerschool eu de Meisjesschool. B. en W. stellen voor om in verbind met de voorge nomen reorganisatie van het onderwjjs aan de Burgerschool en do Meisjesschool on het dasbetrt ffande voorstel van den beer Van Buysen, de ve ordening op het htflan van schoolgeld te wijzigen in dier voege, dat dit voor de Burgerschool en de Meisjesschool galjjk wordt gesteld. Door B. en W. wordt nog een wjjnging ingediend, strekkende om alleen bet schoolgeld voor de laagBte 7 klassen der Meisjesschool gsljjk to stellen met het school geld voor de Burgerschool en voor do hoogere klassen het thans geldende bediag van f 12 per dr,e maanden te bljj»ea htffsa. De heer Vonk vorkrjjgt het eerst het woord over dit voorstel. Met zeer groote verbazing heeft hg er van kennis genomen. De strekk.ng van dit voorstal bljjkt er niet uit. Waar de zaak reeds zoo lang aanhangig is. had bjj een be'ere motiveering van deze vooidracht van B. ea W. verwaoht. Voor zoover hg er uit kan opmaken is hot doel de Burgerschool, die aan overbevolking ljjdt te ontlasten. Reeds een jaar ol vier is de schoolbevolking daar van dien aard, dat het hoogrood g is, dat er iets gebeurt. Zalf heeft spr. gezien, dat er soms drie kinderen op één bank zitten, Hjj gelooft dus dal het voorstel beoogst ontlasting van de Burgerschool. Hoszeer hjj dat noodig acht is spr. toch geen voorst sder van bat voorstel van B. eu W. Hjj zou er in kunnen meegaan, ols wet- kelgk gebeurde wat B. en W. z:ch voorstellen, maar hjj gcloolt niet, dat er oudets genoeg zjjn, die hunne kinderen naar de meisjesschool willen o ferplaatBen. D e overplaatsing heeft hare bezwaren en hjj voorziet, dat bet voor die ouders zal beteekbnea: hunne kinderen een jaar langer op Echool te mosten latenoverplaatsing uaar een school met een ander leerplan heeft gewoonlijk dat gevolg. En wat zullen, gaat bjj voort, de fioancieele gevolgen zgn voor de gemeente? Deze maatregel zal ongeveer f 1000 kosten, zonder dat men het doel bereikt. Vrg- willig zullen er weinigen hun kinderen laten overgaan, en om do oudsis to dwingen, daar is bjj tensterkste trgen. Mon had als er iets gedaan moest worden, beter de meisjes uit de le klasse tjjdeljjk kunnen overplaatsen naar de school van mej. Pruim en voor die hot schoolgeld gelijk stellen. Spr. ziet niet in, waarom de gemeente f' 1000 aan schoolgeld moet prjjs geven. De voorgestelde maatregel acht bjj noch in het belang der gemeente, noch in het belang vau het onderwjjs. De heer Glinderman zegt, dat er drie voorstellen tol reorganisatie zgn die heeft de raad in de secties vergaderingen besproken. De eerste sectio althans waartoe spr. behoorde, heeft een uitvoerig rapport opgemaakt, of het in de andere secties ook zoo is gegaan weet hjj niet. In plaats van nu te bovordeien, dat de qaaestie eindelijk in den raad aanhangig wordt gemaakt, komt men met dit voorstelwaarover de schoolcommissie niet eens is gehoord dat tengevolge zal hebben, dat bet schoolgeld voor do meisjesschool belangrjjk verminderd wordt, waar voor geen enkele reden bestaat. Wat kan het gevolg zgn F Dat men mogelgk de ineLjesschool moet gaan volbouwen, wat veel geld zal kosten, terwjjl de reorganisatie-plannen bljjven rusten. Spr. verklaart daarom tcgon te zullen stemmen. De Voorzittor had wel bestrjjding verwacht van het voorstel, maar niet op deze wjjze. Men zegt dingen, die mosiljjk te verantwoorden zgn. De heer Glinde'-man doet het voorkomen, alsof in de secties de zaak niet vol doende is behandeld en bjj kan toch weten, dat er een rapport is van de drie secties. De hear Glinderman meent, dat er dan zooveel te meer reden is, om de zaak in haar geheel te behandelen. De heer van Bujjsen verwondert zich over de oppositie van den heer Vonk. Deze erkent, dat de Bur gerschool te sterk bevolkt is en ontlast moet worden. De vraag is nu, hoe dat met de minste kosten kan geschieden, en nu zgn de koBten van dit voorstel zeker kleiner dan van elk ander voorstel. Spr. erkent, dat het leerplan der beide scholen niet geDk is, maar dat verschil is voor de lagere klassen niet zoo groot, die kindaien zullen er zooveel nadeel niet van ondervinden. Er bljjft dus alleen over het verlagen van het school geld. Eu nu zou spreker niet met het voorstel van B. en W. zgn meeiegnan, als men niet had toegezegd, dat de andere voorstellen spoedig zouden worden behandeld. Nu juist zal men kunnen zien of er vrjjwiilig genoeg aangiften komen voor de meisjesschool. De heer Vonk trekt dat in twjjfel. De heer Boelmans ter Spil: Die aanbiedingen zgn er reeds. De heer Vonk zegt verder naar aanleiding vaa de woorden van den heer Van Buysen, dat het hem genoegen doet, gemerkt te hebben dat de te/sterke bevolking van de Burgerschool, B. en W. aanleiding heeft gegeven om een voorstel te doen tot ontlasting vac die school. Dit voorstel bljjft hg echter afkeuren, omdat hg niet wil dat de raad door B. en W. in zuke de reorganisatie in een bepaalde riohting wordt gedreven. De heer Boelmans ter Spill wil even nader aangeven, wat hjj bedoelde toen bij zei de aanbiedingen zjjn er. ZooalB mtn weet hebben B. en W. een circulaire gericht aan de ouders oi zjj hun kinderen zouden willen doen oveigaan naar de meisjesschool als het schoolgeld voor hen niet verhoogd werd. Diarop zgn 22 aanbie dingen gekomen en bjj de nieuwe aangifte van leerlingen met Augustas zal dat getal zeker hooger worden. Met dit voorstel heeft men juist bedoeld een begin te maken met de reorganisatie't is een eerste stap, die door andere zal worden gevolgd, 't Is heel gemakkeijjk te zeggen, men had reeds eerdor de voorstellen moeten be handelen, maar daar in den raad zoo verschillende mee- ningen blijken te zjja, ook volgens het rapport der secties, gaat het niet zoo gemakkeljjk daaruit een plan op te maken. De heer Glinderman komt er tegen op, dat men dan begint met het schoolgeld te verlagen. Voor wie, doet men dat, voor degenen, die het heel gced kunnen betalen. Dat schoolgeld aan tie meisjesschool iswolstrekt niet te hoog. Later zal men het niet weer kunnen ver- hoogen, ook dat ia een bezwaar voor hem om met B. en W. mee te gaan. De zaak heeft nu al zoo lang ge duurd, dat hjj toch wel gelooft, dat er dit jaar een be slissing kan worden genomen. De secties hebben hare rapporten ingediend, die van de tweede en derde sectie waren niet belnagrjjk, dat van de le wel. Daaruit zou men een plan kuDnen maken met het eerste voorstel van den heer Vonk tot grondslag. De heer Boelmans ter Spill herinnert er aan, dat na de sectierapporten een nieuw voorstel vau den heer van Buysen is gekomen, waarmede zelfs de heer Vonk als lid der schoolcommissie kon meegaan. Daarom begrjjpt hjj niet, waarom er nu zooveel oppositie is. De heer Glinderman] wjjst er nogmaals op ,dat dit voorstel alleen verlaging van schoolgeld tengevolge zal hebben. De heer Boelmans ter Spill vraagt, wat de heer Glinderman dan wilde, een nieuwe Burgerschool, "Die veel geld kost De heer van Bujjsen gelooft, dat de heer Glinder man de overbevolking van de Burgerschool geheel uit het oog verliest. Alleen om die school te ontlasten, wordt het schoolgeld verlaagd. Dan is meu er vcor jaren af, zonder te groote kosten. Het bezwaar van den heer Glinderman begrjjpt hjj dus niet. De heer Vonk zegt, dat het niet juist is, dat hjj verklaard zou hebben met het voorstel van den heer van Bujjsen in te stemmen. In dé vergadering der school commissie, die niet bepaald advies heeft gegeven, is alleen de conclusie gesteld, dat het grootste deel der commissie de voorkeur gaf aan het voorstel Van Bujjsen. Wat verder de opmerking van den heer Ter Spill be treft, 22 aanbiedingen vindt spr. niet veel op het geheele aantal, dat 138 bedraagt. Het is over 7 klassen 3 per klasse. Daarmede ontlast men de school niet. Juist omdat er overbevolking is, is herhaaldeljjk op behandeling der reorganisatievoorstellen aangedrongen, Nu komt men 14 dagen voor de vacantie met dit voorstel, dat spr. een snertvoorstel noemt; dat is geen manier van zaken doen. De heer Van Bujjsen meent, dat de h?er Vonk de zaken nu verwisselt. Ook hjj betreurt, dat de voorstellen niet eerder in behandeling zjjn gekomen. Daar valt op 't cogenblik niets aan te doen en men staat nu voor het feit, dat er maatregelen moeten worden genomen. 22 is niet veel, zegt de beer Vonk, maar die moet men niet verdeelen over 7, doch alleen over de 3 laagste klassen. Alleen van die kinderen zullen er overgeplaatst worden. De hoogere klassen aan de Burgerschool zjjn gesplitst en niet te sterk bevolkt. Gaan die 22 er af, dan reeds is de echool van den heer Aukes voldoende ontlast. De Voorzitter doet voorlezing van het schrjjven der schoolcommissie, waarin staat dat de oommissie do voorkeur geeft aan hst voorstel Van Bujjsen. Als dit niet de bedoeling der commissie weergeeft, dan is het iets anders, maar B. en W. moeste dat toch aannemon. Do heer Vonk zegt, dat de conclusie niet met algo- algemeene stommen is genomen. De hear Uite n bosch verklaart in vele opzichten aan de zjjde van den heer Vonk te staau. Toch voelt hjj ook wel wat voor het voorstel van B. en W. Gaarne zou echter weten, of ook op de meisjesschool learlingon voor verminderd schoolgeld kunnen worden toegelaten. De Voorzitter antwoordt bevestigend. Dan zegt, de heer Uitenbosch, zou ik in overwe ging willen geven de leerlingen die over willen gaan, op de meisjesschool te plaatsen trgen half geld en verder bet schoolgeld te laten zooali het is. De Voorzitter ziet daar bezwaar in. Op die ouders drnkt men dan hot caobet van minvermogend,te zgn. Het gaat niet twee kinderen waarvan de een verminderd schoolgeld betaalt, naast elkaar te zetten de ouders zullen daartegen bezwaar hebben. De heer Uitenbosch meent, dat op de andere scholen dat bezwaar niet sohjjnt te bestaan, maar in de hoogere standen voelt men dat zeker sterker. Die ouders moeten den maar over een dergeljjk kleingeestig bezwaar heenstappen. De beer Glinderman merkt op dat in andere plaatsen, waar progressief schoolgeld wordt geheven, dat bezwaar niet wordt gevoeld. Hjj zou ook hier een der geljjk» schoolgeld) geling wenscheljjk achten. Ds Voorzitter vindt, dat de vergeljjking niet op gaat; men heeft hier te doen met een nieuwen toestand. De heer Glinderman: We hebben al zoovele nieuwe toestanden gekregen. De heer Boel mans ter Spill zal niet ingaan op hetgeen de heer Glinderman zegt omtrent progressief school geld. Dat acht spr. de meest onbilljjke regeling, maar hier hsett men heel iets anders. De heer de Groot zou liever zien, dat de meisjes- se ooi werd opgeheven en dat alle klassen van de Burger school werden gespl tstde ruimta is er voor. Wat is daar trgen, vraagt hjj. Met het voorstel van B. en W. kau bjj zich volstrekt niet verusnigeo. De heer Fortuin vraagt, ot het mogelgk is dat ouders genoodzaakt wordon hun kinderen uaar de meisjes school te zenden. De Voorzitter zegt, dat men dat liefst niet zal doen. De heer Fortuin meent ook, dat men, indien men gaat dwingen, in conflict komt met de ouders die voor coeducatie zgn. Is het nu voldoende, dat er 22 kinderen zullen overgaan. Spreker vindt dat aantal niet groot en acht bet zeer mosiljjk over de zaak te beslissen Hjj kau zich de moeiljjkheid voorstellen voor B. en W.'s voor stellen. Er moet iets gedaan worden, maar wat wint men met dit voorstel. Hjj aoht het getal aanbiedingen zeer gering. WiBt men, vraagt hjj, dat het schoolgeld verminderd zou worden De Voorzitter antwoordt daarop bevestigend. De heer Fortuin bespreekt verder nog het geoppeide bez.vaar tegen de overplaatsing tegen verminderd sobool- gald. Men zou zich beleedigd gevoelen, is er gezegd, als de eene voor 1 24 werd toegelaten, terwjjl de ander i 48 oetaalde. Dat bezwaar telt bjj hem niet; bjj ziet daar geen moderatie in. Spr. zou zioh geonez ta beleedigd gevoelen, als zjja kind bjjv. voor i 50 op het gymnasium kan worden toegelate», terwjjl een andere t 100 betaalt) i Het zit hem niet in dat schoolgeld, men laat het elkaar wel op andere wjjze gevoelen, dat de een minder iB dun de ander. Spr. zegt tso slotte moeiljjk zgn stem aan het voorstel van B. en W. te kunnen geven. De heer Boelmans ter Spill merkt nog op dat bet bezwaar tegen de overplaatsing door den heer Vonk genoemd, dat de kinderen overgaan naar een school met een ander leerplan, niot geldt voor de leer lingen, die zich nu bij het begin van den cursus aangeven. De heer de Groot zou gaarne antwoord hebbou op zijn vraag in zake de splitsing van de klassen aan de Burgerschool De Voorzitter dacht niet, dat een onmiddellijk antwoord werd verwacht. Hij wil echtor wel zeggen, dat die splitsing wel mogelijk is, maar ze hangt samen met de reorganisatie. Zeer zeker is die maatregel niet voordeeliger dan de voorgestelde. De heer de Groot meende van wel. De Voorzitter zegt, dat men bij splitsing 3 leerkrachten moet aanstellen, die minstens f 700 ieder kosten. Voor die leerkrachten krijgt men bovendien geen rijkssubsidie. De heer de Groot wjjst er op, dat meu bij ophef fing der meisjesschool aardig wat geld zou overhouden. Deed men dat, evenals dat op andere plaatsen is gebeurd, dan was mon uit den brand. De Voorzitter meent dat het niet aangaat van een dergelijk voorstel van don heer de Groot aanstonds de financieel© gevolgen te berekonen. De hoer Van Buijsen is van oordeel, dat wat de heer de Groot zegt, later door den raad overwogen

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1906 | | pagina 1