No. 292. 4906. DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Honderd en achtste jaargang. Drie levens. DONDERDAG 13 DECEMBER Hinderwet. Drankwet. Gevonden Voorwerpen. FEUILLETON. BINNENLA ND. Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaab f 0,80franco door het geheele Rtfk f I, Afzonderlijke nummers 3 Cents Telefoon» natver 3. Prijs der gewene advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N.|V. Boek- en Handelsdrukkerij v|h, HMKMs. 0O8TER ZOON Voordam O 9. COURANT. BURGEMEESTER en WETHOUDERS ran Alkmaar brengen, ingevolge art. 8 der Hinderwet, ter algemeeoe kennis, dat bjj besluit van heden vergunning is ver leend aan Th. SLUIJTER, rijwielhandelaar aldaar, tot het opriobten van een vernibkel-inrichting, waarin gas motor van 10 P.K., dynamo, krasmachine en 6 slijp machines, in het te bouwen perceel Lindelaan, wjjk E no. 52. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar, ti. RIPPING, Voorzitter. 11 Dec. 1906. DONATH, Sacretaris. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Alkmaar brengen ter algemcene kennis, dat bjj hun college is insrekomen een verzoekschrift van M. A. de MUNK, echtgenoote van G. M. Bierman, aldaar, om verlof tot den verkoop van alcoholhoudenden anderen dan sterken drank in het perceel Voormeer, D No. 33. Binnen twee weken na deze bekendmaking kan een ieder tegen het verleenen van het verlof schriftelijke bezwaren indienen. Burgemeester en Wethouders voornoemd, G. RIPPING, Voorzitter. DONATH, Secretaris. Alkmaar, 11 Dec. 1906. Te bevragen aan het politiebureau van 912 uur. Een muntstuk, twee boezelaars, een taalboekje, een broche, een das met zilveren broche, een rozenkrans, een mand met uien, een stempeltje, een zilveren oor knopje, een zilveren armband, een zak met blokken, een lapje voering, een ladder, een sportkar, een rozen krans in étui, een parapluie, een portemonnaie, inh. een briefje van verkoop met recht tot wederinkoop, drie boorden (fronts), een damesbont, een zilveren ring en een ledige portemonnaie. Alkmsar, De waarn. Commissaris van Politie, 12 D«c. 1906. W. J. DE WILDE Jr. Alkmaar, 13 December. Onlangs hadden we het genoegen met een Ham- burgsch bankdirecteur te kunnen spreken over den Duitschen Keizer. Als vrije Hamburger verfoeide hij het Byzantisme, de tot bespotting opgevoerde Keizer-vereering. Hij ontzag zich dan ook niet, de daden van dezen monarch aan een vrij krasse kritiek te onderwerpen. Maar één ding prees hij bovenmatigde benoeming van den heer Dernburg tot directeur van de afdeeling Koloniën aan het Ministerie van Buitenlandsche Zaken. Gelukkiger keuze achtte hij niet denkbaar, omdat de heer Dernburg als bankdirecteur had bewezen iemand te zijn met een helder verstand, veel kennis en veel durf. Yan dezen nieuwen ambtenaar zou men, in dien hij lang genoeg aanbleef, nog eens iets bij zonders zien. Hij was de eenige Hercules, die den kolonialen Augiustal zou kunnen reinigen. Het was slechts eenige dagen na dit gesprek, dat de heer Dernburg inderdaad toonde, den bezem te durven hanteeren en daarbij geen aanzien des persoons te kennen. Natuurlijk moest in den Rijksdag de nieuwe ambtenaar aan den tand gevoeld worden. De grijze Door gravin MABUABETH BIN AU. (Henriëtte von Meerheimb.) 10) De wensch van den erfprins om in den herfst naar Italië te gaan, viel daardoor op een zeer steenachtigen grond. De hertog was van meening, dat zjjn zoon ook in Gliickstadt een welbesteed leven kon leiden. Het was hem reeds een doorn in het oog, dat de kroonprins zooveel omging met de officieren van het regiment dragonders, dat daar in garnizoen lag, want sinds Gliickstadt geen eigen leger meer had, stelde ce oude hertog volstrekt geen belang meer in militairen. Op de hofbals moest hjj die officieren wel uitnoodigen, maar bjj een feest in den intiemen kring van het hof ge beurde dit nooit. Ronduit den erfprins dfen omgang met het regiment verbieden kon hjj natuurljjk niet; doch aan vinnige aanmerkingen en toespelingen was er geen gebrek. Toen nu de kroonprins met het ltaliaansche plan te voorscbjjn kwam, barstte de bom los. De oude hertog kon zjjn ergernis niet langer in bedwang houden, doch zooals altjjd bleef de prins hierbjj volmaakt kalm. Hjj ver klaarde echter beslist, dat hem de reis naar Italië moest worden toegestaan of dat hjj weder in actieven dienst ging, want dat dit luieren en onder voogdjjschap staan hem onverdrageljjk was. De hertog zag, dat het verstandiger was om toe te geven. Hjj stelde alleen tot voorwaarde, dat er een andere kamerheer moest meegaan. De kroonprins nam daarin genoegen, want niettegenstaande het grocte verschil van meening dat er steeds heerschte, hield hjj veel van zjjn vader en elk heftig optreden was in strjjd met zjjn gevoelige natuur. sociaal-democraat, die aan het vuur gewend is, de heer Bebel, nam deel aan de voorposten-gevechten en deed dat op de wijze, welke men van hem ge wend isveel beschuldigingen in een pakkende rede. Daarna ging het centrum op verkenning uit. De heer Roeren sprak o.a. nog eens weer over de Wistuba-zaakbetrekking hebbende op een re- geerings-commissaris in Togo, die ontslagen is, doch zich mocht verheugen in de gunst der zendelingen. De heer Dernburg diende den spreker van antwoord en herinnerde dezen er aan, dat hij een minder mooie rol in deze zaak had gespeeld en zelfs had gezegd „Wanneer de Wistuba-zaak niet opgelost wordt tot genoegen van het centrum, dan staat het centrum geen cent meer toe voor de Koloniën." Het centrum is een machtige partij en de bedreiging dus ernstig. Nog andere zaken vertelde de heer Dernburg, want zeide hij, er moet een schoonmaak gehouden worden. Toen kreeg de heer Roeren nogmaals het woord en viel geheel uit den toon. Hij voelde zich gekrenktmeende dat de directeur hem niet parlementair had behandeld en schoot op dezen het grofste geschut af. Zelfs ontzag hij zich niet te zeggen, dat bet verleden van den directeur zóó was, dat hjj niet in staat was, hem te beleedigen, waarop de heer Dernburg antwoordde „U hebt gelijk, ik heb geen verleden, ik heb een toekomst." En even later zeide de directeur zelf bewust „De etterbuil moest worden doorgestoken, ik heb dat gedaan en ben volkomen bereid, de ge volgen daarvan te dragen." Dat was flink gesproken en het applaus, dat zelfs vanaf de tribunes klonk, bewees, dat die woorden bij velen weerklank vonden. Maar met „applaus" kan men niet regeeren. En zonder den wil van het centrum kan er in den Rjjksdag zoo goed als niets tot stand komen. Dat is Dinsdag gebleken, toen de begrootingscommissie uit den Rijksdag de koloniale aanvullingsbegrooting van bjjna 18 millioen gulden heelt verworpen, hetgeen te wijten is aan het centrum, De afgevaardigde Roeren mag wel verklaard hebben, dat hij niet namens zijn partij maar geheel voor eigen verantwoording sprak, men kan niet nalaten verband te zoeken tusschen zijn afstraffing en de nederlaag van den directeur. In elk geval heeft het centrum den heer Dernburg laten voelen, dat hij feitelijk onmachtig is. Macht kan hij slechts krijgen, als de regeering volmaakt op zijn zjjde staat en hem op de meest mogelijke wijze steunt. Zij had trouwens het conflict kunnen voorzien en wanneer zij van plan was geweest, Dernburg niet te helpen, had zij hem niet moeten benoemen. Er is dan ook reeds gezegd, dat de Rijksdag ontbonden zou worden. Maar anderen denken, dat de regeering zal trachten de kool en de geit te sparen, dat zij zal probeeren den steun èn van den heer Dernburg èn van het centrum te be houden. Heden komt de aanvullingsbegrooting voor Zuid- West-Atrika in de volle Rijksdagzitting in behande ling. Dan zal de koloniaal-politieke lucht wel gezuiverd worden. Maar een definitieve oplossing, een algeheele scheiding tusschen centrum en regeering is zeker direct nog niet te verwachten. Prins Bülow zal Doch de kroonprinses kon zich hierin niet schikken. Zjj beklaagde zich bjj de oude hertogin, dat zjj er nu altjjd op uit zou moeten met een vervelenden kamer heer, daar de erfprins met Sitta zou gaan. Dat was te St. Moritz ook zoo geweest, doch in Kröcherts gezelschap had zjj het wel uit kunnen houden. Het eene woord lokte het andere uit en in de opge wondenheid ontsnapte haar de bekentenis, dat niet zjj maar haar hofdame de gezellin was geweest van den veelbesproken Malojatecht. Nieuwe groote ontsteltenis volgde op deze mededeeling. Om dergelijke vervallen te kunnen vermjjden, stelde de oude hertogin voor, dat er een meer bejaarde hofdame voor het jonge paar erbjj aangesteld zou worden. Doch de zuinigheid van den ouden hertog liet niet toe om nog meer toelagen te betalen. De hofhouding van zjjn zoon kostte bovendien genoeg. Hjj ging te rade met zgn privaatsecretaris, met minister en huismeesterhet was onmogeljjk, er mocht niet meer uitgegeven worden. De allerhoogste stemming werd dageljjks slechter en hing als een donkere wolk over het geheele hof. Kröchert was er onder deze omstandigheden niet rouwig om, dat voor hem het uur van vertrekken sloeg. Hjj liet Sitta wel niet gaarne achter in deze steeds moeiljjker wordende omgeving, maar aan den anderen kant werd zjjn hoop erdoor versterkt, dat zjj hem zou willen volgen, wanneer het haar aan het hof niet langer beviel. Hjj schaamde zich een weinig over deze gedachte, doch hjj had zoo weinig zekerheid van hare gevoelens voor hem, dat hjj er telkens weder troost uit putte. Hoewel het afscheid niets te wenschen overliet aan harteljjkheid en aan uitingen van verlangen tot een spoedigen terugkeer, toch leunde Kröeb.ert met een groot gevoel van verlichting tegen de kussens van zjjn coupé, toen hjj van Gliickstadt wegstoomde. De torens van het hooggelegen erfprinseljjk paleis teekenden zich scherp af tegen het heldere blauw van de lucht, om de hoogste spitsen zweefde nog ean lichte morgennevel. «Een paar weken geen hofpraatjes en kibbolarjjen dat is nog zoo kwaad nietmompelde hjj tevreden, stak een cigarette aau en keek in gedachten naar de voorloopig zeker tusschen de gevaarlijke klippen weten door te zeilen, omdat voor ontbinding van den Rijksdag gesteld dat de regeering dit wilde! eigenlijk geen voldoende motieven zijn. Bovendien de regeering vraagt 29 millioen mark méér voor de Koloniën. En als verkiezings leuze lijkt een belastingverhooging ons niet al te geschikt Maar er is meer. In de Duitsche Rijks- begrooting over 1907 is voorgesteld de Koloniale afdeeling te veranderen in een rijksministerie van Kolo niën met een Staatssecretaris aan het hoofd. Het voor stel is niet nieuw men heeft reeds eenige malen getracht een nieuw ministerie te krijgen. Maar noch met dr. Stübel, nèch met prins Hohenlohe aan het hoofd heeft men het voorstel aangenomen kunnen krijgen omdat het centrum daarvoor niet te vinden was. Thans zal met Dernburg de proef opnieuw genomen worden. Dan zal het centrum nog schooner gelegenheid hebben om den ongewensch- ten directeur mores te leeren. Maar dan ook heeft de regeering een betere ver kiezingsleuze en grooter kans op slagen. Een groot deel van het Duitsche volk heeft genoeg van de koloniale politiek, zooals deze tot heden werd ge voerd. En wanneer de regeering komt met 't voorstel, den nieuwen man in een nieuwe omgeving te plaatsen, hem meer vrijheid van beweging te geven, dan zal het Duitsche volk zich daarmede waar schijnlijk gaarne vereenigen en daarom zou er dan aanleiding zijn den Rijksdag te ontbinden, als dit logge lichaam het regeeringsvoorstel niet aannam. In elk geval hoe ongaarne de regeering daartoe ook zou besluiten, het behoort volstrekt niet tot de onmogelijkheden dat de Rijksdag vóór 1908 (hij werd in 1903 voor 5 jaar gekozen) naar huis ge zonden wordt. En in dat geval zou Dernburg inder- d ad „een toekomst" hebben. Tweede Hamer. Ia de Kamer is gisteren voortgezet het debat over de post Toor den bonw van een nienw Rjjks-krankzin- nigeegestioht van het Hoofdstnk Bincenlandscbe Zaken der staatsbegrooting. Da beer Van Asch van Wjjok (A. r. Amersfoort) opperde verschillende bezwaren, ook van finanoieelen aard. Niet micdidige krankzinnigen konden bjjvoorbeeld over gebracht worden naar particuliere gestichten. Spr. vroeg waar de Minister voornemens is hot eventneele nieuwe gesticht te vestigen. De heer Tydeman (L. Tiel) kon niet inzien, dat het gesticht te Medemblik, dat als modelgesticht gebouwd is, na plotseling geheel ongeschikt is geworden. Spr. oordeelde, dat opheffing van het gesticht te Medemblik een ruwe, roektlooze daad zon zijn. Spr. wilde eece oplossing zoeken in ontlasting van dat gesticht en in middels een grondslag leggen voor eene nieuwe inrichting en beschikking zien te krjjgen over een rnim terrein Spr. adviseerde den Minister den post voor het nieuwe gesticht om te zetten in een memoriepost. Da Minister van Binnenlandsche Zaken, de heer Rink, verklaarde zich tegen dit denkbeeld. Over de plaats waar het nieuwe gesticht zou komen, kan de Minister zien niet uitlaten. Dit zou van invloed zjjn op de te besteden koopsom, want er zjjn verschillende terreinen onderhands aangeboden. De Minister verdedigde overigens den bonw van het nienwe gesticht, aangezien blauwe rookwolkjes. »Vrjj man, vrjj heer op eigen grond en bodem dat is toch beter Onwillekeurig kwam het in zjjn geest op, dat hjj, bjj de toenemende ongesteldheden van zjjn vader, misschien binnen weinige jaren zelf Rotenwalde zou moeten be- heeren en niemand meer zou behoeven te dienen. Zeer zeker verlangde hjj niet naar dat tjjdstip, doch de leettjjd van zjjn vader en vooral de hartkwaal waaraan hjj leed, noodzaakte hem om zich voorbereid te houden op deze verandering in zjjn omstandigheden. De streek, waardoor hjj spoorde was hem zoo bekend, dat hjj eindeljjk niet meer keek naar de voorbjj vliegende wouden, velden en weiden. Eerst toen hjj zjjn eigen provincie Silezië naderde werd hjj oplettender. De Oder, die nu zoo lustig zjjn vuil geel water in een nauwe bedding voortstuwde, had verschrikkelijke ver woestingen aangericht bjj de overstrooming, het water stond nog hoog op de weidende velden waren ver anderd in modderwaar zich anders het koren golfde met zware halmen, zag men nu slechts moerassige landstreken. Kröcheit zag nu met gespannen aandacht naar buiten. Het station Rotenwalde zou spoedig bereikt zjjn. Hoe dichter hjj bjj zjjn vaderljjk goed kwam des te erger werd de verwoesting. De oogst scheen niet alleen geheel vernietigd te zjjn maar er zouden jaren moeten verloopen eer men deze enorme schade te boven was. Geen zeer gunstig oogenblik om zjjn vader na deze ramp met de mede - deeling aan te komen, dat hjj een arm meisje wenschte te trouwen. Doch Rodenwalde moest toch genoeg opbrengen om zulk een tegenspoed te kunnen dragen. Uit de prachtige bosschen kon veel gekapt worden. Zjjn gezicht klaarde weer op. De trein gleed langzaam tot voor het station. Twee stevige Russische ponnies met kort geknipte manen, die voor een hoogen jacht wagen stonden schrikten even maar lieten zich spoedig tot kalmte brengen door de jonge dame, die de roode leidsels in haar handen had. Kröchert stipte vlug naar den wagen. «Wel zoo, JlseIlen jjj daar zelf Hoe gaat het met Papa?» bet ofmogflijk is op andere wjjze een expsiiënt tegen de overbevolking "an Medemblik te vinden. Bjj de replieken stelde de heer Tydeman bjj amen dement voor den begrootingspost om te zetten in een post van f 5000 voor kosten van voorbereiding van een voor stel omtrent oprichting van een Rgks-krankziunigenge- stioht. Da voorsteller oordeelde, dat dit amendement is oen bevriend voorstel, hetwelk den Minister in de gelegenheid wil stell'n de 'door hem noodig geachte verbeteringen aan te brengen. De Mini» ter betoogde nader, dat de overbevolking in het gesticht te Medemblik op zichzelf reeds een vol doend argument voor nienwen gestichtsbouw is. De Minister verzekerde nog, dat het in zjjn plan ligt opge sloten het bestaande gesticht te Medemblik in de eerste tjjden sist af te breken, maar te hervormen en te ver beteren voor verpleging van een beperkt getal krank zinnigen. Voorts was de Minister van oordeel, dat het thans stellig noodig ia principieel te beslissen, dat er een nieuw gestiobt moet komen. Da Commissie van Rapporteur» adviseerde tot aanneming van fut amendement. Het werd aangenomen n et 52 tegen 26 stemmen. Bjj bet daarop volgend debat over den post voor sub- sidieering van de bestr jjding van bet drankmisbruik bestreed de heer Tal ma (A.r. Tietjerksteradeel) den maatstaf, die geldt bjj de verdeeling van de subsidiegelden over verschillende vereenigingen. Da hear T e r L a a n (S. D. Hoogezaud) sloot zich bjj dat betoog aan. De contributie moet geen maatstaf zjjn voor subsidieoring; veeleer moeten daartoe de persoonljjke moeiten en opofferingen der leden in aanmerking komen. Da heer Sohokkiog (Fr. Car. H. Hwlingen) ver klaarde zich in beginsel tegen dezen post. De regeering moet den s'rjjd tegen den drank voeren op een ander terrein, door middel der Drankwet. D»n komt zjj veel vorder dan met die luttele J 20,000 aan subsidie». Spr. beeft warme sympathie voor de drankbestrijding, doch zjj most overgelaten worden aan het partioulior initiatief. Zonder »Slnit Schiedam* beteekenen die snbsidiën der regèeriüg toch niet». Drnsor opr. ttg*» «lt» uittre ding van dezen post. Da Minister van Binnenlandse!» e Zaken geloofde, dat de meerderheid d6r Kamer altjjd nog wel wil, dat de regeering de drankbestrjjding subsidieert. Moeiljjk is het te snbsidieeren rechtvaardig en naar br- hoefte. Het tegenwoordig stelsel is niet goed. Nu heeft de Minister een billjjker ontworpen. Na replieken werden de artikelen 86—93 goedgekeurd. De heer Mees (V. D. Rotterdam V) besprak bjj art. 94 de belooning voor het onderzoeken en beoordeelen van reglementen en tarieven van levensverzekeringmaat- sobapppen. -j Spr. hoopte uit de aanwezigheid van de beide ver tegenwoordigers der regeering op het geanimeerde congres te Barljjn te mogen besluiten, dat de regeering met de grootste belangstelling vervuld is voor de levensver zekering-maatschappijen en ook de wenscheljjkhoid inziet van Staatstoezicht daarop. Da oude koninkljjke besluiten van de dertiger en veertiper jaren hebben hun beterkenis verloren. De toestand is daardoor in ons land ongeregeld geworden. Vele maatschappjjen zonden haar tarieven niet meer in. Een regeling van vrgheid van bedrgf, maar volkomen openbaarheid van gegevens wordt door de deskundigen voorgf8taan. De maatschappjjen zelf batreuren het hardst den ong"regelden toestand. Da minister wuohte niet op de wijziging van het Wetboek van Koophandel betref fende de naamlooss vennootschappen, dooh trede in overleg met den minister van Landbouw; een regeling van conti le is noodig. Hjj klom op den bok naast zjjn zuster, die hem haar blozende wang toestak om te kussen. Hjj vergenoegde zich met erin te knjjpen. »Zoo, rjjd maar, kleine 1 De knecht komt toch zeker met de kar voor mjjn koffer?» «Ja, Hans Henning. Wjj hadden anders geen woord kunnen spreken.» Ilse reed langzaam over de hobbelige keien en sloeg toen netjes de goed onderhouden straatweg in, waar zjj de paardjes liet draven. Kröchert stak een nieuwe cigarette aan. »Zal ik rjjden, Ise?» «Wel neen. Bob en Jim luisteren nu best naar mg. In het eeist ontwrichtten zjj mjjn handen bijna met Papa gaat het maar zoo zoo. Hjj is zeer slecht te spreken wegens de overstrooming.t «Dat is wel te begrjjpen. Het ziet er ook erbarmeljjk uit hiori En jjj, ga jjj ook dwaasheden uithalen, kleine Hjj zag zjjn zuster lachend aan en bemerkte meteen spotachtigen glimlach, hoe zjj kleurde tot over de ooren. Voor hem bleef Ilse, hoewel zjj nu twintig jaar was, de «kleine», die verwend en geplaagd doch niet als volwassen beschouwd werd. Zjj was ook acht jaar jonger dan hjj en opgevoed door de oudste zuster Hildegard, die de plaats had ingenomen van hun jong gestorven m IJ aar Ilse geen antwoord gaf, begon Hans Henning weer: «Wie is het toch, Ilse? Vertel mg eens wall Een luitenant met schulden misschien Zijn vaderljjke toon maakte Ilse boos. Zg trok de teugels aan en keek haar broeder recht in zjjn gelaat. Wordt vervolgd.)

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1906 | | pagina 1