No. 297. Honderd en achtsle jaargang. 1906. DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Nieu wj aarswenschen. DINSDAG Prijs der gewone advertentiën 18 DECEMBER. IV ieuwjaars wenschen Hinderwet. Drankwet. INSCHRIJVING NATIONALE MILITIE. BI N N EN LAND." Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonneroentsprijs per 3 maanden voor Alkmaaij f Q,8Q franco door het geheeie Rijk f I, Afzonderlijke nummers 3 Cents Telefoonnummer 3 Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N.|V. Boek- en Handelsdrukkerij v|h. HERMs. COSTER ZOON Voordam O 9. In het nnmmer van den Oudejaarsavond, hetwelk MAANDAG 31 DECEMBER ver schijnt, zullen wederom worden opgenomen, èl 25 Cents a eon taut. DE UITGEVERS. ALKNIAARSCHE COURANT. Z)t, die cich Met 1 Januari a.s op de Alkmaarsche Courant nbon nceren, ontvangen de tot dien dn- (uw verschonende ounners liBtlII. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Alkmaar brengen ter algemeece kennis, dat heden op de gemeente secretarie ter visie is gelegd het aan hen ingediende verzoek met bjjlagen ran L. DE JONG, aldaar, om ver gunning tot bet oprichten van een lompenbewaarplaats in bet perceel Oudegraoht, Wijk D No. 250. Bezwaren tegen deze oprichting knnnen worden ingediend ten raadhuize dezer gemeente, mondeling op Zaterdag 29 December e.k., 's voormiddags te elf uur en schriftelijk vóór of op dien tjjd. Gedurende drie dagen vóór ge melden dag kan de verzoeker en hp, die bezwaren heeft ingebracht, op de secretarie dezer gemeente van de terzake ingekomon schriftnren kennis nemen. Burgemeester en Wethouders voornoemd Alkmaar, G. RIPPING, Voorzitter. 15 Pee. 1906.DONATH, Secretaris. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Alkmaar brengen ter algemeene kennis, dat bp hun college is ioeekomen een verzoekschrift van P. DEKKER, aldaar, om vergunning tot den verkoop van sterken drank in het klein voor gebruik tar plaatse van verkoop in het perceel Bierkade, C. No. 7. Binnen twee weken na deze bekendmaking kan een ieder tegen het verleenen van de vergunning schriftelijke bezwaren indienen. Burgemeester en Wethouders voornoemd G. RIPPING, Voorzitter. DONATH, Secretaris. Alkmaar, den 17 Dec. 1906. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALKMAAR Gezien art. 17 der Militiewet, 1901 Roepen bij deze op Alle mannelijke ingezetenen, die op 1 Januari 1907 hun negentiende jaar zijn ingetreden (alzoo de mannelijke geborenen van ISS8) om zich m de maand Januari 1907 in het daartoe gereed gemaakte register voor de Nationale Militie te doen inschrijven. »e inschrijving geschiedt in een der ver trekhen van het Haadhuis alhier op Olnsdag en Arydag tot SO Jonuari cersf kostende ven es niddaes 12 tot 1 ure en verder ter senseea tesecret.Rrle. Zij maken voorts de ingezetenen opmerkzaam op de volgende bij genoemde wet gemaakte bepalingen als Artikel 13. Voor de Militie wordt ingeschreven le. ieder minderjarig mannelijk Nederlander, die binnen het Rijk, m het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België ver- blijf houdt, 2e. ieder minderjarig mannelijk Nederlander, wiens vader moeder of voogd binnen het Rijk, in het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België woonplaats heeft, 3e. ieder meerderjarig mannelijk Nederlander, die binnen liet Rijk, in het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België woonplaats heeft, 4e. ieder mannelijk ingezetene niet-Nederlander, zoo hij op den eersten Januari van het jaar het 19de levensjaar was ingetreden, en niet verkeert in een der bii art 15 omschreven gevallen. oude'?eZ4e6U 'S' T00r de toePassin£ van het bepaalde hierboven Neder 1 ander'6verhhjfhoudende minderjarige niet- a wiens vader, moeder of voogd binnen het Rijk woonplaats heeft en haar gedurende de voorafgaande achttien maanden in bet Rijk of de koloniën of bezittingen des Rijks in andere werelddeelen gehad heeft; b. van wiens ouders de langstlevende bij zijn ofhaarover- lijden in het hierboven onder a. omschreven geval verkeerde, al verkeert zijn voogd niet in dat geval of al is deze buiten s lands gevestigd c. die door zijn vader, moeder of voogd verlaten is, of die ouderloos is of in wettelijken zin geen vader of moeder heeft en van wien niet bekend is dat hij een voogd heeft, indien 1Sturende de voorafgaande achttien maanden in liet Rijk verblijf gehouden beeft; B. de meerderjarige niet-Nederlander, die binnen het Rijk woonplaats heeft en haar gedurende de voorafgaande achttien maanden in het Rijk of de koloniën of bezittingen des Rijks in andere werelddeelen gehad heeft. Voor minderjarig worit voor de toepassing van het bepaalde uerboven onder A gehouden hij, die minderjarig is in den zin der Neuerlandsehe wet. Voor meerderjarig wordt voor de toepassing van het bepaalde hierboven onder B gehouden hij, die meerderjarig is in den zin van voormelde wet. Artikel 14. De inschrijving geschiedt: le. van hem, bedoeld in art. 13, eerste zinsnede lezoo hij binnen het Rijk verblijf houdt en zijn vader, moeder of voogd aldaar woonplaats heeft, in de gemeente der woonplaats van vader, moeder of voogd zoo bij binnen bet Rijk verblijf houdt en zijn vader, moeder of voogd elders dan binnen het Rijk woonplaats heeft in de gemeente, waar hij verblijf houdt; zoo hij door zijn vader, moeder of voogd verlaten is, ouder loos is of in wettelijken zin geen vader of moeder heeft en het niet bekend is dat hij een voogd heeft, in de gemeente waar hij verblijf houdt zoo hij in het Duitsche Rijk verblijf houdt, in de gemeente AMSTERDAM; zoo hij in het Koninkrijk België verblijf houdt, in de ge meente ROTTERDAM 2e. van hem, bedoeld in art. 13, eerste zinsnede 2e.zqo zijn vader, moeder of voogd woonplaats heeft binnen het Rijk, in de gemeente der woonplaats van vader, moeder of voogd is de woonplaats van vader, moeder of voogd in het Duitsche Rijk, in de gemeete AMSTERDAM, is zij in het Koninkrijk België, in de gemeente ROTTERDAM: 3e. van hem, bedoeld in art. 13, eerste zinsnede 3e.: zoo hij woonplaats beeft binnen bet Rijk, in de gemeente zijner woonplaats zoo hij woonplaats heeft in het Duitsche Rijk, in de gemeente AMSTERDAM zoo bij woonplaats beeft in bet Koninkrijk België, in de gemeente ROTTERDAM 4e. A. van hem, bedoeld in art. 13, eerste zinsnede 4e., indien hij minderjarig is, zoo hij verkeert in het geval, in de tweede zinsnede van dat artikel onder A.a. omschreven, in de gemeente, waar zijn vader,J.'moeder of voogd woonplaats heeft. zoo bij verkeekt in dat geval, in die zinsnede onder A.b. omschreven, in de gemeente, waar zijn voogd woonplaats heeft is de woonplaats van dezen buiten 's lands, dan geschiedt de inschrijving in de gemeente, waar de minderjarige verblijf houdt zoo bij verkeert in een der gevallen, in evenbedoelde zinsnede onder A.e. omschreven, in de gemeete, waar hij verblijf houdt B. van hem, bedoeld in art. 13, eerste zinsnede 4e., indien bij meerderjarig is: in de gemeente waar bij woonplaats heeft. De in de vorige zinsnede als plaats van inschrijving aan gewezen gemeente is die, waar het verblijf of de woonplaats gevestigd is of was op den lsten Januari van het jaar, volgende op dat,'waarin de in te schrijven persoon het 18de levensjaar volbracht, tenzij het iemand geldt, wiens inschrijving te AMSTERDAM of te ROTTERDAM moet geschieden wegens verblijf of woonplaats onderscheidenlijk in het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België. Artikel 16. Voor de Militie wordt niet ingeschreven le. de ingezetene niet-Nederlander, die bewijst te behooren tot een Staat, waar de Nederlanders niet aan den verplichten krijgsdienst zijn onderworpen of waar ten aanzien van den dienstplicht het beginsel van wederkeerigbeid is aangenomen 2e. hij, die bewijst in de koloniën of bezittingen des Rijks in andere werelddeelen verblijf te houden of woonplaats te hebben, al heeft zijn vader, moeder, voogd of curator woon plaats binnen het Rijk. Artikel 16. Hij, die volgens art. 13 behoort te worden ingeschreven, is verplicht zieh daartoe bij Burgemeester en Wethouders der gemeente, waar volgens art. 14 de inschrijving moet geschieden, aan te geven tusschen den lsten en 3 i sten Januari van het jaar, volgende op dat, waarin hij het achttiende levensjaar volbracht. Bij ongesteldheid of afwezigheid van hem, die zich ter in schrijving moet aangeven, alsmede in een der gevallen, hierna in de vierde zinsnede omschreven, rust de verplichting tot het doen der aangifte indien het een minderjarige betreft, op zijn vader, moeder of voogd indien bet een meerderjarige betreft, die onder eurateele gesteld is, op zijn curator. De verplichting van vader, moeder of voogd geldt evenwel slechts zoo hij of zij binnen het Rijk, in het Duitsche Rijk of in bet Koninkrijk België woonplaats heeft. Behoudens de uitzonderingen bij de volgende zinsnede ge maakt, rust de zorg voor bet doen der aangifte uitsluitend op den in te schrijven minderjarige: indien zijn vader, moeder of voogd niet binnen het Rijk, in het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België woonplaats heeft; indien zijn vader of moeder of beiden de ouderlijke macht missen indien hij door zijn vader, moeder of voogd verlaten isof indien hij onderloos is of in wettelijken zin geen vader of moeder heeft en het niet bekend is dat hij een voogd heeft. Hij, die door de bestuurders in artikel 92 vermeld, tei in schrijving moet worden opgegeven of die in dienst is bij de zeemacht, de marine-reserve en het corps mariniers hieronder begrepen, bij het leger hier te lande of Dij de koloniale troepen, is tot het doen van de aangifte niet verplicht. Voor hem of haar, die tot het doen der aangifte verplicht is, kan de aangifte geschieden door een ander, daartoe schrif telijk gemachtigd. De volmacht blijft onder burgemeester en wethouders berusten. De wijze, waarop van de gedane aangifte moet blijken, wordt door Ons bepaald. Artikel 18. Voor de militie wordt ook ingeschreven of worit opnieuw ingeschreven le. ieder minderjarig mannelijk Nederlander, die na den lsten Januari van het jaar, volgende op dat, waarin hij het acht tiende levesjaar volbracht, en vóór het intreden van het eeu- en-twintigste levensjaar zijn verblijf binnen het Rijk, in het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België gevestigd heeft. 2e. ieder minderjarig mannelijk Nederlander, wiens vader, moeder of voogd na den lsten Januari van het jaar, volgende op dat, waarin de minderjarige het achttiende levensjaar vol bracht, en vóór het intreden van diens een-en-t,wintigste levens- aar zijne of hare woonplaats binnen het Rijk, in het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België gevestigd heeft 3e. ieder mannelijk minderjarige, die na den lsten Januari van het jaar, volgende op dat, waarin hij het achttiende levens aar volbracht, en vóór het intreden van het een-en-twinstigste evensjaar Nederlander of opnieuw Nederlander is geworden, zoo hij in een der hierboven onder le. omschreven gevallen verkeert, of wiens vader, moeder of voogd verkeert in t en der gevallen, hierboven onder 2e. omschreven 4e. ieder meerderjarig mannelijk Nederlander, die na den lsten Januari van het jaar, volgende op dat, waarin hij het achttiende levensjaar volbracht, en vóór het intreden van het een-en-twintigste levensjaar zijne woonplaats binnen het Rijk, in het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België gevestigd of er woonplaats verkregen heeft. 5e. ieder mannelijk meerderjarige, die na den lsten Januari van het jaar, volgende op dat, waarin hij het achttiende levens jaar volbracht, en vóór het intreden van het een-eu-twiutigste ievensjaar Nederlander of opnieuw Nederlander is geworden, zoo hij in een der hierboven, onder 4e. omschreven gevallen verkeert 6e. ieder mannelijk niet-Nederlander, die na den lsten Januari van het jaar, volgende op dat, waarin hij het achttiende levensjaar volbracht, etf vóór het intreden van het een-en- twint;gste levensjaar ingezetene of opnieuw ingezetene is ge- wo-den in den zin der tweede zinsnede van art. 13. Hierbij gelden de laatste zinsnede van dat artikel en art. 15. Ten aanzien van de gemeente, waar de inschrijving of de inschrijving opnieuw moet geschieden en van de verplichting tot het doen van aangifte ter inschrijving of ter inschrijving opnieuw gelden de eerste zinsnede van art. 14 en de laatste vijf zinsneden van art. 16. De aangifte ter inschrijving of ter inschrijving opnieuw van hem, die volgens de eerste zinsnede van dit artikel moet worden ingeschreven, geschiedt binnen dertig dagen na het verkrijgen of, werd hij reeds vroeger ingeschreven doch van het register afgevoerd, na het terug erlangen van het Neder landerschap of van het ingezetenschap, of na de vestiging van verblijf of de vestiging of het verkrijgen van woonplaats binnen het Rijk, in het Duitsche Rijk of in het Koninkrijk België. De inschrijving geschiedt in het register betreffende de lichting van het jaar, waartoe de in de eerste zinsnede van dit artikel bedoelde persoon volgens zijnen leeftijd behoort. Strafbepalingen. Artikel 166. Met boete van tenminste vijftig cents en ten hoogste f 100 wordt gestraft de overtreding van de artt. 16 en 18 en 22. Zij noodigen hen, wien dit mocht aangaan, uit, zoo mogelijk in eigen persoon, de aangifte te doen en daarmede niet tot het einde van Januari te wachten. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar, G. RIPPING, Voorzitter, 18 Deo. 1906. DONATH, Secretaris. Alkmaar, 18 December. Wanneer men s avonds in een groote stad door een drukke straat wandelt, kan het gebeuren, dat een vreemde verschijning opvalteen half-vereuro- peescht oosterling, met een rood kapje op het hoofd en over den arm bonte kleeden, die hij zwijgend, met een handgebaar slechts, ten verkoop aanbiedt. Vooral als het regent, zijn kleurrke doeken nat worden en de menschen hem haastig voorbijloopen, maakt zoo'n Pers een armzaligen indruk. Behalve zijn kleeden en zijn kleeding heeft hij in den regel weinig meer dat hij zijn eigen kan noemen dan een beduimeld, groezelig papiertje, zjjn reispas, bedrukt met stempels van wie weet wel niet welke steden en beschreven met onleesbare namen vun consuls. Waarvan hij leeft, is niet na te gaan. Heeft men wel ooit gezien, dat hij iets van zijn goederen verkocht Zoo vóak en net gelijk waar we zoo'n beklagens- waardigen man ontmoetten, hebben wij in hem ge zien de verpersoonlijking van zijn volk. Onwillekeurig gaat men uit een enkel levendig gebaar, dat hem misschien ontsnapt, zijn vroeger wezen opbouwen 'n slanke, lenige gestalte, gehuld in een schilder achtig gewaad, met iets stoutmoedigs in het gelaat, iets wereld-veroverends in zijn optreden een Azia tische Franschman. Toen zóó nu levend bij de gratie van onbekende volkeren. En de Perzen Vroeger, in de grijze oudheid, het wereld-veroverenc roemruchte volk thans onafhankelijk nog slechts bij de gratie van Europeesche mogendheden. Perzië is een bufferstaat tusschen Engeland en Rusland waarschijnlijk slechts bestemd om vroeg of laat na een geweldige botsiDg ten onder te gaan. Toch is het land. ondanks den druk, die er op wordt uitgeoefend, niet onvoorspoedig geyveest. De tegenwoordige Shah, die ziek is, en wel spoedig sterven zal, was, naar Oostersche begrippen een wijs man, die een open oog had voor de belangen van zijn volk en er naar streefde te doen wat goed was. Voor zoover men kan nagaan heeft Musaffer Eddin zijn volk in vele opzichten aan zich verplicht. Het is niet gemakkelijk „koning der koningen, wiens banier de zon is, de heilige, verheven monarch, de onbeperkte heerscher en keizer van alle staten van Perzië" en bovendien nog „onder-regent van den profeet" te zijn. En het was dit in het bijzonder niet voor dezon Shah. Toen hij als 43-jarige man in 1896 aan de regeering kwam, was zijn vader vermoord. En in 1901 werd er te Teheran een aanslag tegen zijn eigen leven ontdekt. Tijdens zijn bezoek aan de laatste wereldtentoonstelling te Parijs was hij door een Fransch anarchist uitgekozen als lijdend voorwerp van een getuigenis, maar ook deze aanslag mislukte. Het is zeker overigens een teekenend leit, dat een Oostersch vorst een Euro- leesche wereldtentoonstelling bezoekt. Deze Shah is echter meermalen in Europa geweest: in 1900, in 1902 en het vorige jaar. Hij bracht een bezoek aan verschillende hoven en was een gaarne geziene gast, al hield hij ook een eigenaardige Oostersche opvatting omtrent het mijn en het dijn er op na. welke nu juist niet strookte met onze Europeesche begrippen daaromtrent. Vooral in St. Petersburg heeft hij lang vertoefd tijdens zijn tweede reis. Hij heeft er een leening weten te plaatsen van 11 millioen roebels men zou dit geld zeker thans ook wel in Rusland zelf kunnen gebruiken. Steeds heelt de shah getracht den vrede te hand haven en dat is hem gelukt ook. Hij is dan ook vrij populair onder zijn volk en dat hij het wèl meende met zjjn onderdanen, dat hij een „verlicht despoot" was, heeft hij bewezen, door in Augustus van dit jaar zijn land een grondwet en een parle ment te verschaffen. Hij stond langen tijd onder Russischen invloed, sloot een Perzisch-Russisch handelsverdrag en gaf aan Rusland en aan Russen allerlei concessies. Daarin is den laatsten tijd ver andering gekomen. Rusland hoeft in den Japansch- Russischen oorlog veel van zijn bevoorrechte plaats en veel van zijn overwicht verloren. In Perzië werd Engeland troef. En de groot-Engelanders hoopten nader te komen tot de vervulling van een hunner harte-wenschen Perzië op kaart Engelsch te kleuren. Maar Perzië heeft Duitschland er bij gehaald om Engeland te overtroeven. Duitschland' was hiervoor wel te vinden en gisteren klaagde de Daily Mail dat het Keizerrjjkop dit oogenblik daar op „ergernis wekkende" wijze aan het werk is. Duitschland is een dwarskijker, een sta-in-den-weg, een dwarsdrijver zoo ongeveer redeneert het Engelsche blad. Merkwaardig is het intusschen wèl, dat de shah zich laat behandelen door een Duitsch geneesheer, hetgeen de Iiiyliche Rundschaw eenige weken ge leden deed schrijven Professor Damsch heeft hem bewogen, de behandeling van de Engelsche genees- heeren geheel te laten varen en daardoor heeft hij verrassende resultaten weten te bereiken Intusschen de toestand van den Shah verer gert. Zijn opvolger, Mohammed Ali Mirza is reeds in de hoofdstad Teheran aangekomen. Die is den 2lsten Junt 1872 geboren en dus 34 jaar. Hij wordt ons niet gunstig geschetstaan wreedheid paart hij gierigheid en op het portret ziet hij er zeer norsch en onvriendelijk uit. Hij zal ongetwijfeld trachten den liberalen geest, die in Perzië is ont waakt te verstikken reeds nu staat hij bekend, als iemand, die een tegenstander is van het nieuwe Perzische parlement. Vóór hem pleit evenwel dat hij het pretendentschap tijdens de Europeesche reizen van zijn vader naar behooren heeft vervuld. Hij heeft jongere broeders, die ook gaarne den troon zouden bestijgen. Dat is niet aangenaam en kan zelfs gevaarlijk worden zooals do geschiedenis leert. Tweede HaMcr. Onder groote belangstell na, de tribunes warm geheel vol, werd g.steren in de Kamer het debat over de be grooting van marine voortgezel. In behandeling kwam hietbg tevans de motie van den heer Tal ma, om de Kamer als haar oordeel le doen uitsprei en, dat aanbouw van een pauieerfchip Toor den dienst in de Koloniëa en aanschaffiag van torpedomalerieel voor het verdedigen van het Rjjk in Europa, den voorrang verdient boven aan boa w van een pantssrscbip voor den dienst in Europa N dat d» heer Van V 1 g m e u (K. Ve hel) nog een' redo had cehoudm waarin hg in hoofdzaak verklaarde zich met 's Ministers plan tot aanbouw voor Nederland te kunnen vereenigen, al meendo hg, dat de aanbouw krachtiger moet worden aangepakt, kwam de Minister van Marino, de heer Cohen Stuart aan hot woord en ze! te in de allereerste plaats uiteen, waai om z. i. behoefte bestaat aan een nieuw vlootplan. De reden daarvoor was zyns inziens hierin gelegen le omdat op de lijst van ons materieel verschillende zaken voorkwamen van twjjfelachtige strgdwaarde, hetgeen verwarring schept 2e omdat z. i. hot zwaartepunt van onze krRchts- ontwikkeling ier zee gelegen moet zgn in de verdad ging van de koloa:6n 3a omdat in de vorige programma's te veel materieel voorkwam, dat z. i. moet worden ge weerd. Dat de M'nister zgn aanbouwplan uitstrekte over een 25 jarig tydpsrk, v ndt zjjoe iri-den hierin, dat hg aan zjjne schepen een 25-jarigen levensduur toekent. Da Minister ontkende gezegd te h bbsn, d*fc ons bestaand materieel onbruikbaar zou zgn Wg hebben integendeel wschillende schepen, die reeds giele diensten hebben bewezen en die dit ook in de toekomst zullen kunnen doen. Van verspilling van het voor die sohepen besteed Held kan dus geen sprake zgn, en cok zitten wij dus op het oogenblik niet in oon moeras, tot welke conclusia de heor Merchant was gekomen. Voorts verdedigde de Minister zijne aanvraag van een pantsersohip voor de verdediging van Nederland. Tegenover hen die deze aanvraag critiseerden als een mislukte poging om met groote Mogendheden mee te doen, vroeg spreker of dit meedoen dan alleen geldt ten opzichte van den bouw van pantserschepen. Al kunnen wij voor onze Marine met zooveel besteden als de groote Mogendheden, zoo mogen wij ons toch volstrekt niet uitsluitend bepalen tot handteering van slechts één gerechts wapen, de „torpedo's". Een pantserschip van 5000 ton is voor onze verdediging zeer ge3ohikt. Waar wij ons zullen moeten bepalen tot degressief optreden hebben wij geen snelvarende groote zeemonsters noodig. Pantserschepen zooals do Minister wil, kunnen voor verschillende doeleinden worden gebruikt. Dioht bjj onze zeegaten kunnen zij deelnemen aan den taotischen en offensieven strijd, ea buiten het rayon kunnen zij tot taak hebben de verdediging van onze torpedovloot. Het betonnen van onze zeegaten en het wegnemen van oize beton- ning kan bovendien slechts belet worden door lichte schepen, onder dekking van pantserschepen. Voorts zullen dergelijke schepen eene landing van den vijand kunnen bemoeiljjken. Tegenover den heer Hugenholtz,

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1906 | | pagina 1