No. 305. Honderd en achtste jaargang DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Nieuwjaarswenschen. 1906 Drie levens. ZATERDAG 29 DECEMBER. Bï ieu wj s ars wenschen Hinderwet. twee onderwijzeressen, een onderwijzeres, FEUILLETON. BERLIJNSCHE BRIEVEN. Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f 0,80franco door het geheele Rijk f I, Afzonderlijke nummers 3 Cents Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N.|V. Boek- en Handelsdrukkerij vjh. HERMs. COSTEK ZOON Voordam C 9. In het nummer van den Oudejaarsavond, hetwelk MAANDAG 31 DECEMBER ver schijnt, zullen wederom worden opgenomen, éi 25 Cents A coxa taut. DE UITGEVERS. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Alkmaar brengen ter algemeene kennis, dat beden op de gemeente secretarie ter visie is gelegd het aan hen ingediende verzoek met bglagen van W. F. STOEL Jr., bandelende onder de firma W. F. STOEL en Zoon, aldaar, om ver gunning tot bet nitbreiden van zijne scheepswerf en constructie-werkplaats door bjjbauw van een werkplaats en het bjjplaatssn van een gasmotor van ongeveer 12 p. k., ia bet perceel Eilandswal, wjjk C No. 4, Bezwaren tegen deze uitbreiding bannen worden ingediend ten raadhaize dezer gemeente, mondeling op Maandag 7 Jan aai i e.k., 's voormiddag» te elf aar en schriftelijk vóór of op dien tjjd. Gednrende drie dagen vóór ge- melden dag kan de verzoeker en hp, die bezwaren heeft ingebracht, op de secretarie dezer gemeente van de terzake ingekomen schrifturen kennis nemen. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar, G. RIPPING, Voorzitter. 24 Dec. 1906. DONATH, Secretaris. Aan de MEISJESSCHOOL te ALKMAAR '(Hoofd Mej. J. H. Pruim) worden gevraagd de ééne bevoegd tot het geven van onderwijs in de vakken k en l, de ander in de vakken k, l en m van art. 2 der wet. Aanvangfjaarwedde voor eerstgemelde f 775, voor laatstgemelde f 825. met vier vjjfjaarlgksche verhoogingen voor dienstjaren, in de gemeente doorgebracht, elk van f 50voorts voor het bezit der hoofdakte f 100 en voor het bezit van elke akte M. O. in de vreemde talen, waarin onderwjjs gegeven wordt, bovendien f 50. Aan de DERDE GEMEENTESCHOOL aldaar (Hoofd de heer D. Tjalsma) wordt gevraagd vakken ak. Aanvangsjaarwedde f 725, met vier vjjf jaarljjksche verhoogingen voor dienstjaren, in de gemeente doorgebracht, elk van f 50; voorts voor het bezit der hoofdakte f 100. Stukken (adres op zegel) in te zenden aan het Ge meentebestuur vóór 10 Januari a.s. Benoeming raad* commission BURGEMEESTER en WETHOUDERS der gemeente ALKMAAR brevgen ter algemeene kennis, dat in de raadsvergaderinggehouden 24 December 11., zjja benoemd: a Tot leden der commissie voor het ontwerpen van veror deningen tegen welker overtreding straf is bedreigd, waar van ae Burgemeester, krachtens art. 166 der gemeente wet voorzitter isde heeren Mr. J, P. Kraakman Mr. K. A. Coben Staart, N. Glinderman en Mr. A Dorbeck; b. Tot leden der commissie voor de belasting taken en andere onderwerpen van financieelen aard, de heeren J. de Lange C.Jz., Mr. H. Boeimans ter Spill, H. J. Vonk, lloor gravin HARUtBETE BÜWAU. Henriitte von Meerheimb.) 22) Hilmar streek met zgn hand over Use's gebogen hoofd. Wat ben je mooi in je krippen sluier, als een madonna.» Hg kuste hare handen, stond op en liep bewogen de kamer op en neer. «He> was een schilderij, neen een gedicht, zooals je heden bg het graf stond,» zeide hg in afgebroken zinnen. Dat roode haar die zwarte sluier die lichtkleurige rozen, die een voor een in de diepte vielen •Gij verheft elke smart, veredelt alles wat ge ziet, door je poëzie, Hilmar Hg trok haar weder naar zich toe. »Ilse, deze onzekerheid tusschen jou en mjj en de geheele familie moet ophouden,» zeide hjj hartstochtelijk. «Ik houd het niet langer uit mijn rust, mijn stem ming, mijn werklust wordt er door in de war gebracht. Ik moet je voor mjj alleen hebben. Laat allen zeggen wat ze willen. Wjj gaan zoo spoedig mogelijk trouwen. Waa.voor is er een bruiloft noodig met onzinnige toasten en ontroerde neven en nichten? Wij gaan naai Zwitserland daar weet ik een plekje, waar de groote toeristenstroom niet komt, het Walen meer, dat ligt zoo stil en zwijgend als een geheim onder de Zeven Keurvorsten. Daar gaan wjj met ons beiden wonen, jjj en ik samen mjjn liefste. Wil ie?» «Ja, Hilmar.» Zjj zeide dit zoo zachtjes als in een droom. Aan haar beven voelde hjj de zaligheid die haar vervulde, terwjjl hjj zjjne lippen lang en warm op de hare drukte. Aan hun geluk werden zjj ontrukt door het opengaan van de deur van Hildes kamer. Zuster Hilde stond voor hen. N. Glirderman en H. J. F. Wanna. Da beer de Lange is tot Voorzitter dezer commissie benoemd c, Tot leden der commissie van bijstand in betrekking tot het beheer en onderhoud der plaatselijke werken en eigen dommen, de heeren G. de Groot Jz., H. J. Vonk en M. Uitenbosoh. Tot Voorzitter i» door Burgemeester en Wethouders aangewezen, de Bargemeester d, Tot leden der commissie van bijstand in betrekking tot het beheer en onderhoud van de wandelwegen, de be plantingen van straten, wegen en pleinen der gemeente de heeren G. M. va» den Bosch, Mr. K. A. Cohen Stuart en N. Glinderman, Tot Voorzitter is door Bargemeester en Wethouders aangewezen de heer Mr H. Boelmans ter Spill e. Tot leden der commissie van bijstand voor de gemeente lijke gasfabriek, de heeren J. de Lange Jz. en C van Bujjsen. Tot Voorzitter is door Burgemeester en Wet houders aangewezen, de Bargemeester f. Tot leden der commissie van bijstand voor het gemeente slachthuis, de heeren: H. J. Vo»k, D. A. Luiting en N. Glindermau. Tot Voorzitter is door Bargemeester en Wethouders aangewezen, dn Burgemeester. Bargemeester en Wethouders voornoemd G. RIPPING, Voorzitter1 Alkmaar, L. VAN DER VEGT, lo. Secr 28 Deo. 1906. Particuliere Correspondentie Berlijn, 28 December. Herl(|n voor honderd jarea. Ge vertelt zoo zelden iets van oud-Berlijn, schreef eenigen tijd geleden een mijner trouwe lezers. Maar oud-Berlijn bestaat niet meer. Dr. Ostwald, de geschiedkundige medewerker van de „National Zeitung" doorkruist reeds sedert jaren de Duitsche hoofdstad en is steeds op de zoek naar historische herinneringen. Zijn oogst is mager. En de speurder van de „Berliner Lokalanzeiger", die met eenzelfde doel van Oost naar West en van Noord naar Zuid wandelt, ieder bouwvallig huis, achterstraatje of afgelegen plekje bezoekt, brengt evenmin iets bijzonders aan het licht. Met het neerhalen van het zoogenaamde „Scheu- nen viestel," dat op 't oogenblik opgeruimd wordt en het afbreken der enkele oudere huizen, die men hier en daar nog aantreft, verdwijnen de laatste overblijfselen uit de periode, toen Berlijn slechts de rustige hoofdstad was van het middengroote Pruisen. Oorzaak van deze snelle gedaanteverwisseling is de enorme stijging der prijzen van bouwterreinen. Het twee verdiepingshuis uit eene vroegere eeuw ook al is het nog soliede moet plaats maken voor het moderne vijf verdiepings huurhuis, hetzij dan huurpaleis of huurkazerne. Wie thans Berljjn voor 't eerst bezoekt, krijgt slechts het beeld van eene nieuwgebouwde stad: Wel zijn er nog groote openbare gebouwen uit vorige eeuwen het Koninklijke slot, het arsenaal, de opera, het slot Belvedere doch aangezien ook thans dikwijls in den stijl van vroegere tijden gebouwd wordt werken deze overblijfselen uit de tijden van de eerste Hohenzollern Koningen niet storend in de moderne omgeving, waarin ze Ilse richtte zich op uit Hilmar's armen, streek het verwarde haar van haar voorhoofd weg en zag haar zuster aan, alsof zg met haar geest elders was. «Ilsezeide Hilde slechts met een smartelijk verwjjt in haar toon. Ilse ging naar haar toe en drukte haar gloeiende wang tegen die harer zuster. «Hilde, liefste Hilde Hilmar en ik zullen al heel spoedig trouwen. Je moet hem ook liefhebben, Hilde/ o, ik ben zoo gelukkig, zoo gelukkig Hilde trachtte zich goed te houden. Zjj kuste Ilse op haar voorhoofd en schoof haor toen op zgde. Zg stak Hilmar hare hand toe, die hg met een buiging drukte en dadeljjk weder losliet. Of dat alles een soort ver broedering dan wel een gelukwensch bg de verloving moest beduiden, wist eigenljjk geen van beiden. Hilde litp de ledige kamers door. De gasten waren bjjna allen vertrokken. In de hal ruimden de dienstboden op. De stoelen stonden verward door elkanderde reuk vau leliën en rozen, van sparregroen, van waskaarsen, was zwoel en drukkend big ven hangen. Hilde bukte en nam een dennetak op, die van de kist moest zjjn gevallen. Zjj drukte de spitse naalden aan hare lippen. Alles voorbjjHare oogen vulden zich met tranen. «Enkele uren geleden hebben wjj onzen Vader be graven en Ilse is gelukkig zoo gelukkig!» dacht zjj. De bedienden verschoven de stoelen. Het kraste over de steenen. Zoo klonk het ook toen de kist verzet werd. Zjj bleef nog een poosje staan kjjken en gaf toen met een kalme stem eenige orders, waarna zjj Hans Henning en Oom ging zoeken. Zjj moesten toch zonder uitstel bekend gemaakt worden met het besluit, dat Hilmar en Ilse genomen hadden. Hans Henning, Hendrik von Krüchert en de heer Bodenhausen zaten met tameljjk vervelende gezichten in de tuinzaal. bjj Hildes binnenkomst stond de heer Bodenhausen op. Hjj toonde geen verwondering, toen zjj van de verloving sprak, ook geen vreugde; hij maakte slechts zjjn vurigen wensch kenbaar om eindeljjk naar huis te kunnen rjjden. thans voor 't meerendeel staan, en dit des te minder omdat ze zeer goed onderhouden worden. Het oude Berlijn is verwend, vernieuwd en volgens het oordeel van velen verfraaid. Trachten we nu eens weer te geven hoe het er hier honderd jaren geleden wel uitzag. De memoires van den „Kriegsrat von Cöln" stellen ons daartoe in de gelegenheid. Deze maakte in het jaar 1800 een vergelijking tusschen Weenen en Berlijn De Pruisische hoofd stad telde toen 172023 inwoners. En thans, zonder de voorsteden, meer dan 2 en met. de voorsteden meer dan 3^ millioen zielen. De heer von Cölln vertelt ons dat toen tertijde Berlijn in de woestijn van Arabië lag. Van welke zijde men de stad ook nadert, hetzij Oost, West, Noord of Zuid, overal sleepten de snuivende post paarden de reizigers door een ware zandzee. Des zomers weerkaatst de zon in het heete zand de weinige dunne hoornen door hongerige rupsen bijna geheel kaal gevreten, geven niet de minste schaduw. Wat de bevolking hier meren gelieft te noemen, zijn niets meer dan moerasen, door scharen kievitten bevolkt. Op de velden hier en daar een korenhalm, ontsproten van een zaadje dat een vogel liet vallen. Nog aangenamer wordt het geheel, wanneer het waait en onvergetelijk wanneer een storm komt opzetten. Dan wordt men onder het zand bedolven en alles wat met moeite in den dorren bodem wortel geschoten heeft, dwarrelt door de lucht. In onze jeugd hadden we ons de omstreken van Berlijn niet veel beter voorgesteld, 't Heette altijc dat de Pruisische hoofdstad in een uiterst dorre str' ïk lag. De Mark Brandenburg is toch allerwegen bekend als de „zandbus van het heilige Roomsche rijk." Hoe ziet die zandbus er tegenwoordig anders uit. Een der bekoorlijkste gedeelten van Noord- Duitschland. Wie geen tijd of gelegenheid heeft, deze met eigen oogen te aanschouwen, leze Theodor Fon tanel: „Wanderungen durch die Mark Brandenburg". Daarin wordt geen woord te veel gezegd van het onuitputtelijk schoone dat de omstreken van Berlijn bieden. In de laatste honderd jaren moet hier dus we een heele ommekeer hebben plaats gevonden. Doch houden we thans de „Kriegsrat von Cölln" verder gezelschap op zjjn tocht naar Berlijn. Het heet dan weder: Men is verheugd eindelijk de kerktorens van Berlijn in 't zicht te krijgen. Een verpestende stank komt ons thans tegemoet. De Berlijners hebben de slechte gewoonte al hun vuilnis voor de poorten hunner stad te verzamelen Komt men van de zijde van Frankfort dan ver' meerdert zich deze ondragelijke lucht nog met die van de vilderijen, die daar zijn ingericht. Wat voor de vilders geen waarde heelt, wordt tot groote hoopen saarageworpen. Vogels en allerlei ander gedierte leeft van dit aas. Hun knjschen, blaffen en sissen hoort men reeds van verre. «Wjj moeten u nu eindeljjk eens alleen laten, freule Hilde,» sprak zjj. «Hilmar zal nog niet mede willen gaan, doch ik kan het rjjtuig voor hem terugzenden. Of brengt gjj hem vanavond thuis, beste Kröchert «Zeker,» bevestigde Hans Henning met gedwongen beleefdheid. «Ilse is mjj echter een raadsel heden, op den begrafenisdag van onzen Vader i« Hjj haalde de schouders op. «Och, wat doet het er eigenljjk toetroostte hem de oude heer. «Het behoett niet bekend gemaakt te worden. Wjj zjjn toch niet in de stemming voor fees telijkheden, en bovendien gelukkig bedacht hjj zich bjjtjjds en zeide geen hinderlijke dingen. Allen gevoelden zich verlicht, toen het rjjtuig eindeljjk met hem weg reed. «Als je je toestemming niet geeft, kan het huweljjk niet doorgaan,» fluisterde Hilde haar broeder toe. «Ach, kind hjj streek moede over zjjn voorhoofd «ik mag nog bljj zgn, dat zjj verzorgd is. Geloot mjj, wjj hebben het ergste nog voor ons niet achter ons.» «Het ergste nog vóór ons, nu wjj Vader verloren hebben?» vroeg Hilda verwjjtend. «Ja, hem hebben wjj verloren en ons vaderljjk huis verliezen wjj ook!» antwoordde Hans Henning somber, ging in de leuningstoel van den overledene zitten en bedekte zjjn oogen met de hand. Hilde knielde naast hem en legde haar voorhoofd tegen zjjn arm. Toen zjj door het open raam llses heldere stem hoor den, schrikten zjj op. Klonk dat niet als lachen? Hans Henning stond op en zag Hilde vragend aan. Zg sloeg de oogen neer. «Vandaag al!» zeide zjj zachtjes, nauweigks hoorbaar. Toch had hjj haar ver staan. Hjj sloot het venster. De bloeiende tuin met zjjn rozegeuren. zjjn vogelengekweei en zjjn jong liefdesgeluk bleef daarbuiten. Men vond geen testament of andere aanwijzingen onder de nalatenschap van den overledene r— niets dan Een dichte drom stedelijke belastingkommiezen omringen de reizigers voor de stedelijke barricre. Deze zjjn zeer plaagziek en doen de van buiten komenden veel overlast aan. De wachthebbende officier is thans aan de beurt. Hij veroorlooft zich honderd vragen, voor 't meeren deel om zijne nieuwsgierigheid te bevredigen en waaronder er zijn die eene vrouw het schaamrood naar de wangen jagen. Thans ligt Berlijn vrij voor u. Doch waarheen I ge ook blikt, ge ziet slechts armoedige huisjes te midden van tuinen en bouwland. Brengt ge het echter zoover dan moogt ge nog van geluk spreken, want gewoonlijk doet de wind zooveel stof opdwarrelen, dat ge genoodzaakt zjjt uwe oogen dicht te knijpen en dientengevolge niets ziet. De stad-zelf bezit enkele fraaie gehouwen, als het slot, de opera, het arsenaal, het Heinrich-paleis. Ook zijn de straten, vergeleken bij Weenen, breed en rechtdoch daarmede is alles gezegd. De meeste wegen zijn niet geplaveid. Gesloten riolen kent de Berlijner niet, overal ziet men open goten, waarin alles geworpen wordthet keuken afval, de asch, de inhoud van in één woord alles wat in den tegenwoordigen tijd de stedelijke reinigingsdienst tot zich neemt. In de Berlijnsche straten heerscht dan ook eene zeer onaangename lucht, dikwijls liggen op straat honden- en kattenlijken, die in ontbinding overgaan. Eenmaal zag ik een dood paard meer dan twaalf uren op straat liggen. Men is in Berlijn genood zaakt steeds de eene hand, van een zakdoek voor zien, voor den neus en de andere ter hoogte van de maagholte te houden, want er zijn menschen die zich hier aanhoudend onpasselijk voelen. En hoe ziet Berlijn er uit wanneer het geregend heeft. Dan voegt zich bij deze mest nog de modder. Des avonds kan men zich bij de slechte verlichting heelemaal niet op de straat wagen. Men loopt dan groot gevaar tot aan de knieën in de modder en het vuil te blijven steken. f Wat heeft men hier in honderd jaar veel bereikt. Wie herkent thans nog het Berlijn waarover de schrijver von Cölln zich beklaagt. De grootste verdiensten komen hiervan Rudolf Virchow wel toe. Als onontbeerlijke voorwaarden voor het verwerven van welvaart en geluk beschouwde hij „lucht, licht, water, woning, beschaving en vrijheid." Van al deze dingen het beste voor het volk, dat was zijne leus, die hij overal liet klinken vanaf zijn spreekgestoelte aan de Berljjnsche universiteit, vanaf zijne plaats in de Berlijnsche gemeenteraad, vanaf het podium in zoo menige algemeene verga dering en niet het minst in zijne geschriften. En wie nu hier in Berlijn rondwandelt, en aan schouwt die prachtige parken en speelplaatsen, die voortreffelijke turnhallen en zweminrichtingen, die heerlijke scholen en welvoorziene bibliotheken, wie let op de uitstekend royale wijze waarop ieder burger, hij wone nog zoo hoog, van zuiver drink water voorzien wordt, wie bestudeert het riolee- een vele jaren geleden opgeschreven wensch, dat Hans Henning Rotenwalde in bezit zou nemen en aan zgn zusters haar erfdeel, het bedrag stond erbjj, zou uitbe taler. Moeders vermogen bestond in Rotenwalde, waren er dus moeilijkheden bg de afdoening dan moesten de zusters genoegen nemen met de rente van haar aandeel. Hans Henning glimlachte treurig, toen hg deze be schikking las, zg was door de omstandigheden gehee waardeloos geworden. Hun oom bood aan om bg de regeling der nalaten schap te helpen en Hans Henning nam het dankbaar aan. De oude heer was buitengewoon bedreven in zaken hij deed in de helft van den Ljjd veel meer dan Hans Henning. Daar zg nu de papieren en de boeken van den afgestorvene konden inzien, kregen zg een volledig overzicht van den stand van zaken. Het resultaat was zoo ongunstig mogeljjk. Rotenwalde was ver boven de waarde met schulden bezwaard. Slechts een zeer voordeelige verkoop kon de geheele afdoening mogelijk maken, doch dan moest de loslbare inrichting van het slot, de geheele inventaris verkocht worden! Hans Henning had zich al eenigen tjjd op een der gelijke ramp kunnen voorbereiden. Hildegard en Ilse echter waren sprakeloos van schrik, toen Hendrik von Kröchert haar met den toestand bekend maakte. Zg zouden dus na de verkooping van het landgoed geheel onbemiddeld zgn Ilse was de eerste, die zich met deze treurige gedachte kon verzoenen, vóór haar lag immers een nieuw leven in den morgenglans van de schoonste illusies. Wei vergoot zg heete tranen bg het denkbeeld, dat het vaderlgk huis in vreemde handen zou overgaan, doch het was slechts een onweersbui, waarna de zon spoedig weder helder scheen. «Het spreekt vanzelf, dat uw tehuis bg mg op Mal- chow is,« zeide Hendrik von Kröchert. Hg legde alle papieren betreffende de hypotheken zorgvuldig aan de eene zijde van de schrijftafel. Wordt vervolgd.)

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1906 | | pagina 1