DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. BLOOKERS De Zoon van het Volk. Honderd en twaalfde Jaargang. Kadaster (Grondbelasting.) DAALDERS CACAO Gevonden Voorwerpen. No. 27 1910. en Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon Feestdagen» uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor P jkmaar S franco door het geheele Rijk I 1, Af aderlijke nummers 3 Cents. WOENSDAG Prijs der gewone advertentiën: Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h„ HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 0. 2 FEJBRU ARI. FEUILLETON. u BINNENLAND. O MEN MOGE U NAMAAK OPDRINGEN, HOUDT VAST AAN GE WEET DAT DIE UITSTEKEND IS. mtSi ALKMAARSCHE COURANT. nn Tei®§^2^g8f2tf8£$r p> De BURGEMEESTER der gemeente ALKMAAR brengt ter algemeene kennis, dat ter gemeente-secre tarie gedurende 30 dagen na heden, ter inzage is ne- dergelegd eene OPGAVE VALT UITKOMSTEN, be doeld in de artt. 15, 23 en 43 der wet van 26 Mei 1870 (Staatsblad No. 82) waarvan, ter voldoening aan art. 15, 2e lid der wet, bij deze afkondiging geschiedt. De Burgemeester voornoemd, G. RIPPING. Alkmaar, 1 Febr. 1910. Te bevragen aan bet Politie-bureau van 912 uur. Eenige bandschoenen, een oorknopje, twee ringen met sleutels, eenig teertouw, een rolletje verband, een vragenboekje, een duimstok, een rozenkrans, een streng koralen, een broohe, een portemonnaie met eenig geld, twee stempels, een mesje, een f ietssleutel, een voernap, een bril, een tascbje, een slang van een fietspomp, een armband, een penseel, een medaillon, een koffiesiroopbus, een lap damesstof en een gelds waardig papier. Alkmaar, 2 Februari 1910, De Oommissaris van Politie W. Tb. VAN GRIETHUI J SEN. ALKMAAR, 2 Februari. Gisteren maakten we reeds melding van nieuwe verwikkelingen, welke op den Balkan dreigen te ko men. Er heerscht op het zoo dikwijls woelige schier eiland weer onrust. De Turksche ministers van oorlog en marine en financiën houden lange beraadslagin gen, naar bet heet over de buitenlandsche betrekkin gen. De Bulgaarsche regeeringspersongn zijn ont stemd over hef yopnis van den krijgsraad te Saloniki in de zaak van den Bulgaar Dinka, dat op grond van een wet voor de vervolging van benden geveld is. Bo vendien is onder sommige politieke partijen en in in vloedrijke kranten een oorlogszuchtige beweging tegen Turkije merkbaar. Men voert een zoo dreigenden toon, dat Turkije troe penmassa's gaat samentrekken aan de Bulgaarsche door BARONESSE ORCZY, Schrijfster van „De Roode Pimpernel". Naar bet Engelscb door ED. VAN DEN GHEIJN. Naar allen schijn had Memény zijn absolute kalme houding geen oogenblik laten varen. Bidesbüt niet bij machte bet zelfbeheer van den boer te begrijpen zag met verbazing op naar dezen man, die van groote sommen gelds sprak als van een handvol graan. „Ik snap bet niet", zei Bideshüt ten laatste, „of wel gij hebt nog geen juist denkbeeld van mijn positie. W-at baat bet me of ik u 300.000 florijnen schuldig ben dan wel 950,00Q aan Rosenstein? Noch de een noch de andere som kan ik restitueerenhet geringste rentecijfer zou ik bij deze overstrooming met geen mo gelijkheid kunnen betalen." „Ik heb niet voorgesteld Uwe Edelheid het geld te léénen", zei Andras met zulk een zachte stem, dat Bi desbüt bet nauwelijks kon hooren, „maar. het te schenken." Zijn zelfbeheersching werd op zware proef gesteld. Zijn lippen beefden terwijl bij sprak; zijn stem, die nauwelijks iets meer was dan fluisteren, bad een zon derling hijgend geluid. Zijn ademtocht werd sneller en sneller, alsof zijn breede borst inwendig dreigde te barsten, zijn handen waren samengeperst, terwijl de aderen op zijn voorhoofd zwollen tot koorden. Nog begreep Bidesbüt den landbouwer niet. „Het mij schenken man?" zei bij met spijtige waar digheid, „je droomt! Ik heb veel moeten verduren in den laatsten tijd, maar goddank! ben ik zoo laag nog niet gezonken om aalmoezen uit handen van een grens. I3an is er nog de Kretenzer kwestie, welke kwaad bloed zet. Men ducht dat de Kretenzers afgevaardig den zullen zenden naar de Griekscbe nationale verga dering, in welk geval men vreest voor een optreden van Turkije. De Reutertelegrammen in de ochtendbladen houden zich met deze Balkanzaken bezig. Officieel wordt het bestaan van een spanning tus- schen Turkije en Bulgarije geloochend. De Turksche regeering laat verklaren er niet aan te denken zich in avonturen te begeven, maar zij neemt ernstige maatregelen om op elke gebeurlijkheid voorbereid te zijn. In welingelichte kringen zegt men, dat die maatre gelen geenszins tegen Bulgarije gericht zijn; de regee ring beijvert zich toch deze mogendheid voldoening te schenken. En uit Sofia wordt gemeld, dat de in bet buitenland verspreide berichten over een zoogenaamde spanning in de betrekkingen van Turkije en Bulgarije en om trent oorlogstoerustingen uit de lucht gegrepen zijn. De betrekkingen tusschen Turkije en Bulgarije zijn goed. Bulgarije volgt met standvastigheid zijn poli tiek, bestaande in het nauwer toehalen der wederzijd- scbe vriendschapsbanden van Bulgarije en Turkije. Het valt moeielijk aan deze beide officieuze verkla ringen geloof te hechten, te meer, omdat het bericht, dat er weer ijverig gewerkt wordt aan het tot stand komen van een Balkanbond tusschen Bulgarije, Servië en Montenegro, veel meer een symptoom van den toe stand schijnt. Ernstiger is evenwel ongetwijfeld de verhouding tusschen Griekenland en Turkije. De Turksche regeering heeft aan de gezanten opge dragen de aandacht der beschermende mogendheden te vestigen op de gevolgen, welke kunnen voortvloeien uit de deelneming van de Kretenzers aan de Griekscbe na tionale vergadering en om de mogendheden te vragen, welke maatregelen zij denken te nemen om dit te ver hinderen. In den Franschen ministerraad is hierover gisteren gesproken. De minister van buitenlandsche zaken zette de moeilijkheden uiteen, die geschapen worden door de Grieksche crisis en de verwikkelingen in de betrek kingen tusschen de regeering te Athene en die te Kon- stantinopel. Hij deelde den uitslag mede van de on derhandelingen der mogendheden tot oplossing van de moeilijkheden in het Oosten en legde den nieuwen toestand uit die het gevolg was van de bijeenroeping der Nationale Vergadering in Griekenland. Heel veel wijzer wordt men door dit bericht wel is waar niet, maai' het bewijst dan toch, dat er iets broeit, Men is dat gewend. Balkan-berichten, die op zien haren, zijn voorboden van de lente. Zij komen, zoodra de sneeuw van de toppen der bergen gaat smel ten. Dan wordt de Balkan vergeleken met een hooi mijt, waarin elk oogenblik een brandende lucifer kan vallen, met een kruitvat, dat door een vonk dreigt te worden ontstoken, metja met alles wat maar vreemde aan te nemen." „Neen! niet van een vreemde, Edele Heer.her nam Andras met boyenmenschelijke inspanning, „maar. yan iemand die u na.zeer na bestaat. „Ik begrijp je niet!.Wat bedoelt ge?. Ik kan van niemand geld aannemen. gij kunt zoo iets niet voor mogelijk houden!.... Wat wilt ge daarmee zeg gen?" herhaalde Bideshüt. „Edele Heer", zei Andras met een geweldige poging zijn zenuwachtigheid afschuddend en in zijnvolleleng- te zich oprichtend, zoodat hij voor Bideshüt stond met al de aangeboren fierheid van een Hongaarschen Laaglandboer, „in mijn tuin te Kisfalu staat een prachtige stamroos, geheel afgezonderd, in geurige aanvalligheid. Mijne moeder heeft nooit iets in haar nabijheid geplant, want beiden gevoelden we dat geen andere bloem waard was te bloeien naast die roos, zoo onovertroffen is ze in haar schoonheid. Alléén staat ze reeds jaren; iederen zomer groeit zij schitterender en verspreidt hemelschen geur in haar omgeving, een ware koningin onder haar nederiger welriekende zus teren, die ze in haar afzondering schijnt te verachten. Dit jaar, Edele Heer, is aan den voet van die schoone stamroos men weet niet hoe een nederig mosbed ontsproten. Waren het de vogels, die stoei-ziek het ordinaire zaad naar het hof brachten van de koningin der bloemen? Of beschikte de hand der Voorzienig heid, die voor ieder grassprietje zorgt, het aldus, dat er nederig mos zou liggen aan de voeten der prachtige roos?. Wie kan het zeggen?.maar sedert een jaar hebben de tengere groene mossprietjes van nabij durven opzien naar den luister van de tuin-koningin, terwijl andere geurende en schoone bloemen op eerbie digen afstand zijn gehouden." Een enkel oogenblik pauzeerde de jeugdige boer in zijn voordracht. Zijn stem had hare gewone vastheid herkregen; alhoewel in laag register en oneindig tee- der, was ze helder en zonder eenige trilling. De beeldrijke taal de onveranderlijke typische eigen schap van het Hongaarsch, als het roerendeonderwer- brand- en ontplofbaar is, wat den indruk geeft van een geweldige uitbarsting. Zoo was het onder het oude bestuur iu Turkije, zoo schijnt het onder het nieuwe te zullen blijven. Het hoort nu blijkbaar bij de Oostersche toestanden. In het westen begint men dit meer en meer in te zien en houdt er rekening mee wanneer er alarmeerende berichten komen, daarbij denkend aan het filozofische woorden van Oom Paul „alles zal reg kom." EERSTE KAMER. In de gisteren gehouden vergadering der Eerste Kamer zeide de voorzitter, de heer Schimmel- penninck van der Oye dat de dagbladen mededeelingen bevatten van een ernstige ramp te Parijs, n.l. van een watersnood. Wij Nederlanders, zeide spreker, weten welke ellende en ontberingen het gevolg zijn van een dergelijke ramp. Ik stel voor onzen Minister van Buitenlandsche Zaken te verzoeken onze deelne ming- te betuigen aan»do Eransche regeering. De Minister van Buitenlandsche Zaken (de heer Marees van Swinderen) verklaarde zich met bijzondere voldoening van deze opdracht te zullen kwijten en sloot zich van harte gaarne aan bij de woorden van sympathie van den voorzitter. Bij de algemeene beschouwingen over de staatsbe- grooting betoogde de heer H o v y (anti-rev.) dat hij met instemming het optreden van dit kabinet had be groet en met name hoopte, dat de regeering met wijs heid den weg zal vinden die een toestand in het leven zal roepen waardoor de ouders met volle gerustheid hun kinderen naar de volksschool zulleu kunnen zen den. Spreker wilde bij den eed de aanroeping van den naam van God gehandhaafd zien, drong aan op zoo veel mogelijke doorvoering van Zondagsrust, vooral bij de post, wenschte de staatscommissie voor de werk loosheid een vruchtbaren arbeid toe en toonde zich voorstander van tariefwijziging. De heer W aller (anti-rev.) achtte den toestand van 's lands financiën niet zorgwekkend, wilde zoo min mogelijk nieuwe lasten opleggen, maar meende dat de 8 millioen voor de sociale wetgeving moet wor den gevonden door verhooging van de vermogensbe lasting en het grootste deel door tariefsverhooging. Een uitgave voor onze verdediging van 8.37 per hoofd achtte spreker billijk. De heer Stork (vrij-lib.) gaf den jongeren in- dustrieelen den raad zich niet te laten ontmoedigen door het voortdurend zaaien van wantrouwen tusschen arbeiders en werkgevers. Het plaatsnemen van amb tenaren als kamerleden achtte spreker niet gewenscht en hij hoopte dat daarmede bij de Grondwetsherzie ning rekening gehouden zal worden. Hij betoogde de wenschelijkheid van herziening der ongevallenwet en noemde het plicht der regeering landbouw en zeevis- scherij onder de verplichte verzekering op te nemen. De heer Yan der Does de Willebois (kath.) gaf in overweging commissarissen van politie, burgemeesters en het secretarie-personeel op' te nemen in het pensioenfonds voor burgerlijke ambtenaren. De heer Breebaart (lib.) drong aan op zoo spoedig mogelijke indiening bij de Tweede Kamer van het wetsontwerp betrekkelijk droogmaking der Zui derzee. De heer Reekers (Kath.), de eedskwestie behan delende, achtte het meest gewenscht een algemeene afschaffing van den eed en vervanging door een ver klaring, met daarop gestelde strafbepaling bij het af leggen eener valsche verklaring. pen behandelt klonk bizonder aandoenlijk in den mond van dezen welgemaakten zoon der Laaglanden, en als instinctmatig luisterde Bideshüt naar hem, met het onbestemd gevoel dat onder die kalme trotsche houding een stortvloed verborgen lag van aandoenin gen, die eerbied afdwongen van wie Andras Kemény aanhoorden. „Aanvankelijk, Edele Heer", vervolgde Andras, „was mijne moeder van zins het mos te straffen voor zijn aanmatiging, het met wortel en al uit te roeieu en met ander lastig onkruid weg te werpen op de vlak te, waar het mocht verdorren, nu het de koningin zoo dicht had durven naderen. Maar dat tengere zachte bed zag er zoo groen en koel uit, de zon er boven was zoo verzengend heet, dat het mos een tijd lang mocht blijven, om de voeten der koningin te beschermen te gen de meest verzengende zonüestralen. Sedert dien tijd, Edele Heer, is het daar gebleven in zijn bescher mende nederigheid, koel en groen in de zomerhitte, warm en beschuttend in den winter, het behoedde de wortels der roemrijke bloemstruik tegen alle kwaad dat de afwisselende jaargetijden kunnen veroorzaken." Daagde de eerste schemering der waarheid bij deze beeldspraak voor zijn hoorder? Of was het alleen de teedere smeekende toon der ruwe stem, die altijd nog Bideshüt's aandacht afdwongen? „Evenals dat nederig mos het gewaagd heeft te kruipen naar de voeten van de soüvereine koningin der bloemen, heb ik, Edele Lieer, ik. Andras Ke mény. de laaggeboren boerenknaap, mij verstout de oogen op te slaan naar het sterrenbeeld, en onder de duizend en duizendtallen van de schitterende ju- weelen, die het hemelgewelf van ons Laagland zulk een onvergelijkelijke schoonheid bijzetten, hebben zij zich gevestigd op een briljant onder de sterren, bij den gloed waarvan alle hemellichamen verbleeken." Andermaal pauzeerde hij. Op het gezicht van Bi deshüt las hij dat deze hèm had1 begrepen. De trot sche adellijke heer was plotseling opgesprongen; zijn oogen bliksemden van toorn, zijn hand was opgeheven De heer Van Nierop (lib.) hield algemeene financiëele beschouwingen. Hij berekende dat de uit gaven van 1889 tot 1908 zijn gestegen met 22 milli oen, maar van 1898 tot 1908 met 45 millioen. 25 milli oen te kort is er op den gewonen dienst. Alleen voor bijzonder onderwijs wordt 4 millioen uitgegeven en spreker vroeg of het nut wel geëvenredigd is aan da gebrachte offers. De verhooging van den accijns op het gedistilleerd achtte hij meer een na- dau een voor deel. Krachtig verdedigde spreker het stelsel van vrijhandel dat ons millioenen en millioenen heeft op gebracht. Gepaste zuinigheid beval hij aan en het aannemen van nieuwe bronnen van inkomsten langs lijnen van geleidelijkheid eveneens. De heer Staal (lib.) protesteerde er tegen dat in het voorloopig verslag tusschen de regels doo* het vo rig kabinet bij oorlog en marine handelingen worden ten laste gelegd, welke in strijd zouden zijn met de Christelijke beginselen. Terecht is betoogd dat de de fensie moet blijven buiten de politiek. De aanwezig heid van dezen minister van Marine en van Oorlog, beiden kundige en rechtschapen officieren, met een eervolle carrière achter zich, begroet spreker met sym pathie. Naar aanleiding van de opmerking over den predikbundel aan boord waarschuwde spreker den mi nister van Marine om geen gehoor te geven aan het drijven van propagandisten. Heden om 11 uur voortzetting. Uit de M. v. A. op de begrootiug van Landbouw, nij verheid en handel van den minister verklaarde deze dat het hem niet duidelijk was op welke gronden men in een afdeeling bezwaar heeft kunnen maken tegen kaascontrole. Het ligt in 's Ministers voornemen te bevorderen dat ten spoedigste een W. o. worde ingediend ter be scherming van een kaasmerk, dat, even als het Rijks- botermerk, uitsluitend bestemd zal zijn om door of vanwege aangeslotenen bij een kaascontrolestation, dat zich onder Rijkstoezicht heeft gesteld, te worden aan gebracht. RAPPORT INEENSCHAKELINGSCOMMISSIE. Naar aan De Tijd uit goede brou wordt medege deeld, is het rapport der Staatscommissie, in zake de reorganisatie van het onderwijs (z. g. ineenschake- lingscommissie) geheel gereed. Het is op het oogen blik bij den drukker en zal eerstdaags verschijnen. Het is een lijvig boekdeel. MINISTER TALMA. De ongesteldheid van den Minister van Landbouw, Nijverheid eu Handel, den heer Talma, houdt verband met een lichte oogontsteking, waardoor Z. Exc. ver hinderd wordt op dit oogenblik zijn werkzaamheden te verrichten, welke de Minister echter, naar men hoopt, binnen korten tijd zal kunnen hervatten. BUREAU VOOR DE R.K. VOLKSORGANISATIE. De heer mr. P. J. M. Aalberse heeft zich bereid ver klaard als rechtskundig adviseur van het bureau op te treden. Op 3 Januari j.l. werden de statuten van het bu reau Koninklijk goedgekeurd. Als gesalarieerd secretaris van het bureau werd de heer P. J. J. Haazevoet zonder tegencandidaat geko zen. Op 6 Febr. zal het bureau met de besturen der Ne- derl. R.-K. vakbonden vergaderen, waar o.m. zal be sloten worden, tot het op 15 Febr. in werking stellen van het fonds tot uitkeering bij staking en uitsluiting tevens zal een voorstel behandeld worden, om het kantoor van het bureau te Leiden in het gebouw van de K. S. A. te vestigen. met een snel woedend gebaar, als om den aanmatigen den boer te kastijden. Andras verroerde zich niet van zijn plaats, alleen boog hij zijn fier hoofd zeer laag, alsof hij bereid was den vernederenden slag te ontvan gen, die zijn driestheid verdiend had. Maar de hand van Bideshüt daalde langs zijn zijde neer, de flikke ring van toorn verdween uit diens oogen; andermaal overtoog de blik van hopelooze neerslachtigheid en el lende zijn gelaat en bedekte hij dit sprakeloos met bei de handen. „Edele Heer", zei Andras na lang zwijgen, nederig en zachtmoedig. „Ge kunt niet meer verachting la ten blijken voor mijne dwaasreid dan ik zelf mij be wust ben. Maar zoo de hand van een almachtig God mij niet met blindheid slaat, zoo Hij niet toornt we gens mijne aanmatiging, zoo gij in uw billijke veront waardiging mij niet ter plaatse doodslaat, wil dan ge denken, dat, evenals het mos die roos beschermt, ik den schat zal bewaken en liefhebben, zoo gij dien aan mijne zorg wilt toevertrouwen. Nooit zal een schijn van verdriet op dat koninklijk gouden hoofd nederda len; nooit zal het stof der puszta den zoom harer klee ding bezoedelen. Mijn vermogen, mijn landerijen weleer de uwe zulleu haar dan toebehooren, en ik zal mij gelukkig achten haür tengere handen er over te zien beschikken, zooals zij goed acht; en met het recht van alle leed te verwijderen van haar levenspad, zal ik ook het recht verdiend hebben u nu en altijd in iedere moeilijkheid de behulpzame hand te bieden. Eu dan in de toekomst", vervolgde hij, terwijl voor de eer ste maal zijn stem beefde, en een zucht van verlangen, die naar een snik geleek, zijn breede borst ontsnapte, „zoo Gods zegen rusten blijft op de vereeniging van den laaggeboren boer met de koningin en een zwak stemmetje in uw ooren fluistert „Grootpadan zult gij uw eigen leven in de baby zien herleven, ook be grijpen dat uw schoone domeinen van Kisfalu, Bides hüt en Zarda andermaal uw eigendom zijn geworden." Wordt vervolgd.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1