HOEST ei VERKOUDHEID Damrubriek. $m.0. De twee Broeders. Long Hersteller. STADSNIEUWS, INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. L Het meest moderne, best bekende en succesvolste geneesmiddel ter Gereld tegen -j*™. W. T. OWBRIDGE, Ltfl., Monsters worden gratis en franco toegezonden door den Heer HUISMAN, Javastraat 8082, Amsterdam. 22—18 13 22 39—34 30 39 35—30 24 35 33 2 22 33 38 27! paste beeld om geen slapende honden wakker te maken. Alleen willen wij opmerken, dat de eigenaar dige bewerking van het thema o. i. verband houdt met de groote moeilijkheden, die er bij te overwinnen wa ren. Bij „Hans Hedewig's Nachfolgcr, Curt Ronniger, Leipzig, Perthesstrasse 10" is onlangs de derde druk verschenen van „Die wichtigsten Eröffnungen des Schachspieles," bewerkt door Albert Kahle, welk ge schriftje voor Mk. 0.35 (pl. m. 0.21) te verkrijgen is. In een beknopt overzicht, vindt men hier elke denk bare opening aangegeven tot den zet, die haar een be paalden naam geeft. Bijv. Spaansche partij1 e4 e5 2P f3 Pc6 3 Lb5, Fransche partij1 el e6, Evans gam biet: 1 e4 e5 2 Pf3 P c6 3 Lc4 Lc5 4 b4 L (P) b4: (aangenomen) 4Lb6 (geweigerd). Dit werkelijk bijzonder duidelijk overzicht maakte beslist een aangenamen indruk op ons. Dezelfde firma geeft ook van tijd tot tijd „Hede- wigs Mitteilungen uit, waarvan het laatste nummer (V) dit jaar verscheen. Deze mededeelingen werden ieder, wien deze interesseeren, kosteloos en vrachtvrij tot het „grensstation" toegezonden. Wij vonden daarin een tal van werken aangekon digd, bij genoemde firma verkrijgbaar, die eiken schaakliefhebber moeten interesseeren. Zoo bijv. „O diese Schachspieler", Klucht door Dr. Aug. Ernst Lutze1), o. a. reeds herhaalde malen te Berlijn opge voerd en met bijval begroet; „Otto Fuss und Ferd. Móller „150 Ausgewahlte Schachaufgaben"2)„Dr. H. Keidanz „The Rice Gambit"3). Enz. enz. In één woord: deze catalogus is een ware Allemans gading O. G'giXfl om 'JW'iTs 1) Eén Mark. Drie Mark. 3) Eén Mark. Fangoise, de dienstmaagd van Jean Chaumereuil, was nauwelijks van de markt teruggekeerd, of zij zette haastig haar mandje met inkoopen neder, stormde de trappen op en zonder kloppen de kamer van haar meester openende, riep zij „O, mijnheer! weet ge het reeds?.. Men heeft den euden Matthias vannacht trachten te vermoorden!" „Vader Matthias?" „Ja, mijnheer. Hij is bijna dood.... hij heeft vier messteken in den rug gekregen, maar het mes is op de beenderen afgestuit en de dokter zegt, dat hij niet zal «terven. Hij is echter geheel buiten kennis en het schijnt, dat hij aanhoudend uw naam noemt.... of wel dien van uw broeder.althans in zijn ijlkoorts herhaalt hij steedsChaumereuilChaumereuil „Wat zegt ge daar, Frangoise!" zei Jean, plotseling verbleekende. „Ik zeg wat ik gehoord heb, meer niet! en boven dien is het beter, dan dat hij in het geheel niets meer zegt. Men zegt ook nog, dat ge een toovenaar zijt en met de zwarte kunst omgaat.., „Goed, goed, Frangoise, haal mijn overjas en mijn wandelstok, ik zal zelf eens gaan zien." En terwijl de meid de verlangde voorwerpen ging halen, opende Jean Chaumereuil een geheime lade van zijn bureau, haalde er een bundel papieren en bankbiljetten uit, dien hij in zijn zak stak en ging heen. Hij ontmoette de meid in de gang, nam haar de overjas van den arm en terwijl hij zijn jas aantrok, ging hij de deur uit. H. Jean en Joseph Chaumereuil, de twee Siameezen, zooals men hen noemde, waren tweelingbroeders en ge leken zóó treffend op elkander, dat zij op het eerste gezicht slechts te onderkennen waren aan het verschil hunner kleeding. Wat hun karakter aangaat, ver schilden zij echter hemelsbreed van elkander. Jean, de meester van Fangoise, was een heethoofd, een waaghals. Op school was hij altijd een deugniet geweest en driemaal was hij weggepaagd voor zijne kwajongensstreken. Bij de derde maal was hij als matroos op een koopvaardijschip gekomen en geduren de vele jaren had men niets meer van hem vernomen, behalve toen zijn ouders stierven en hij zijn erfdeel door een gemachtigde in ontvangst liet nemen. Na twaalf jaren was Jean plotseling weer in zijn vader land teruggekeerd. Hij had een kind van eenige maanden en de min van dit kind, Frangoise, zijn te genwoordige dienstmaagd, bij zich. Na eenige weken stierf het kind. Van dien tijd af leefde Jean eenzaam op een villa, een kilometer buiten de stad, niemand bezocht hem en hij bezocht niemand; geheele dagen bleef hij thuis, om slechts uit te gaan, als de scheme ring inviel. Dit kluizenaarsleven wekte de bevreemding en de babbelzucht der bewoners van het stadje op. Men ver telde, dat Jean Chaumereuil iets op het geweten moest hebben en langzamerhand ging men den kluizenaar als een paria beschouwen. Joseph Chaumereuil daarente gen, was een man, die door elkeen was gezien. Reeds als kind had men hem aangehaald als een voorbeeld van goed gedrag en ijver. Als jongeling had hij te Parijs in de rechten gestudeerd, had met glans al zijne examens gedaan, daarna was hij naar zijne geboorteplaats teruggekeerd en had eene rijke erfdoch ter gehuwd, wier bruidschat, gevoegd bij zijn kapitaal tje, hem in staat had gesteld tot het overnemen der praktijk van notaris Lagriffe. De notaris was tot lid van den gemeenteraad be noemd, vervolgens was hij burgemeester geworden en nu was hij mooi op weg om een hoog personage te worden, afgevaardigde, minister, misschien Hl. Met een bleek gelaat en een vreemde, wilde uitdruk king in de oogen en met gefronst voorhoofd liep Jo seph Chaumereuil, de notaris, koortsachtig op en neer in zijn kabinet, waarvan hij de deur onder voorwend sel van drukke bezigheden had afgesloten. Al loopende stiet hij onwillekeurig luidkeels enkele afgebroken woorden uit als waren het halfvoltooide gedachten „IkIkJa ikIk durf hu IJa, het moet. het moet!.Bij deze laatste woorden, die hij met kracht en overtuiging uitte, ging hij naar zijn bureau en nam er een revolver uit; doch op dit oogenblik weerklonk de huisschel. Joseph opende schielijk het venster, boog zich voor over en bemerkte zijn broeder, die voor de deur stond te wachten. „Jean hier!" zeide hij. „Wat heeft dat te beteekenen?. Zou men het reeds weten?.. Zou hij een vermoeden hebben?Hij legde het wapen weder op zijn bureau en schikte eenige papieren. Ter wijl hij njög met zijne papieren bezig was, ging de deur open en Jean trad de kamer binnen. Hij was zeer bleek, even bleek als de notaris. Zonder een woord te zeggen, kwam hij binnen, sloot zorgvuldig de deur en nadat hij zijn broeder opmerkzaam had aangezien zei- de hij: „Ach, Joseph, jij bent het.... O! jij bent het, ik zie het Eenige seconden bleven beide broeders elkander strak aanzien: Joseph met hoog opgericht hoofd en gefronste wenkbrauwen; Jean met tranen in de oogen en een droevige uitdrukking op het gelaat. Eindelijk zeide Joseph haastig: „Waarom komt ge hier?" „Om je te redden." Joseph haalde de schouders op. „Luister,7 sprak Jean, „hoor mij aan." „Over een uur misschien zal het parket bij mij en u Onmisbaar voor Sprekers, Zanoers en alle m die aan Zwakheid der keel lijden. WAARSCHUWING: Eisch beslist „Owbrldge" •n neem geen andere. Helle de biste, gotdkoopsie en veiligste weg teffinexïng, X Vervaardigd door MfA iZ Febelkerten, Th. Laboratory. HULL. Gnesligd 1874. Verkrijgbaar tegen 67X cents bi] •He Apothekers en Drogisten of bl| den Agent W P HUISMAN, iavastraat 82, Amsterdam. P W BR ID GE's LONGHERSTELLER ii o.ysiktggbaar t« Alkmaar kjj: NIE- ROP 8LOTHOUBER, Lan(>««traatte IJm uid e a bij H. SANT, Willemaplem, H. SUK, Blaematraat te T e i a e r o o r d bijH. SUK, in drogerijen. geweest zijn en een van ons beiden zal in hechtenis genomen worden. Hij drukte op „een van ons beiden" en ging daarna voort: „Vader Matthias is niet doodHij heeft zijn spraakvermogen nog niet geheel terug; doch reeds in zijn ijlkoortsen sprak hij onzen naam uit.Als de koorts verdwenen is, zal hij spreken." „Ik weet het.... mijn besluit is genomen," zeide Joseph, terwijl hij naar zijn revolver wees, die op het bureau lag. „Je voor den kop schieten?.,.. En daarna?.... Zullen je vrouw en kinderen dan minder onteerd zijn?" „Mijne vrouw heeft nog bloedverwanten, die voor haar zullen zorgen.... Mijne kinderen kunnen een anderen naam aannemen. „Joseph, luister naar mij, ik herhaal het u, wees kalm, antwoord mij oprecht cn ge zult gered worden.'7 Jean sprak deze woorden met zulk een diepen ernst, dat Joseph dadelijk vermoedde, dat zijn broeder hem iets gewichtigs had mede te deelen en geheel van toon veranderend, zeide hij „Welnu, spreek, ik luister Jean.77 „Je bent geruïneerd door het spel, nietwaar?" „Ja, ik bezit niets meer." „En hoeveel zoudt ge noodig hebben om er bovenop te komen?" „Tweemaal honderdduizend guldenEn ik bezit geen cent meer.Niets! verstaat ge?.Mijn erf deel opgemaakt.v. de bruidschat mijner vrouw ver dwenen.... mijn praktijk verloopen." „En bij vader Matthias hebt gij durven?*\Hij zweeg, daar hem het woord „stelen" niet over de lip pen wilde komen, doch Joseph begreep hem en zeide „Neen, nietsIk heb de brandkast niet kunnen openen." „Ha! des te beter!" riep Jean. Welnu, broeder, ver tel mij nu eens nauwkeurig, hoe ge het hebt aange legd.... den dag, het uur, alles en zoo juist moge lijk!...." „Het was gisterenavond om half 12. Ik heb een jachtbuis aangetrokken, heb een pet opgezet, en, ge- wapend met die revolver en dat mes, begaf ik mij naar j den tuin vanwaar ik langs een voetpad de woning van Matthias bereikte. Hij leeft geheel alleen, de oude vrek. Ik klopte hevig op zijn deur en schreeuwde „brand! brand!" Het angstzweet drong mij uit alle poriën, want ik was ontroerd, ofschoon ik zeker was, door niemand gezien of gehoord te zullen worden, daal de oude vrek, zooals ge weet, zeer afgelegen woont. Ik heb wel vijf minuten geschreeuwd, eindelijk deed bij zijn venster open en vroeg verschrikt: „Waar? waar is de brand? Ik antwoordde hem, terwijl ik mijn stem trachtte te veranderen: Bij u! kom vlug naar beneden, vlucht!" Hij kwam in nachtgewaad naar beneden.... en toen., toen.. Toen?.... Welnu, toen hij de deur opende stak ik in den blinde naar hem met dit mes., twee., drie., vier, ik weet niet hoeveel steken.Hij viel neder zonder iets te kunnen uiten.Ik heb hem laten lig gen en ging naar zijne kamer. Ik vond zijn sleutels, doch ik kon zijne brandkast niet open krijgen.on mogelijk!. Toen ben ik weer naar beneden gegaan en heb mij naar huis begeven. Ik deed alsof ik druk aan het werk was in mijne kamer, waar ik het licht had laten branden en om één uur ben ik naar bed ge gaan." „En vader Matthias? kan hij u in het volle licht hebben gezien?" „Neen, bet was zeer donker, hij kan mij slechts in de schaduw gezien hebben; ik weet zelfs niet, hoe hij mij heeft kunnen herkennen." „Welnu, luister Joseph, geef mij uw kiel, uw pet, de revolver en het mes." Wat bedoelt ge?.... waarom?" .Opdat men mij zal arresteeren.77 ,U! riep Joseph verbaasd en niets begrijpende. „Neem dit,7 hernam Jean, „terwijl hij zijn broeder het pakje geldswaardige papieren ter hand stelde, die hij thuis uit zijn bureau had genomen. „Er is drie maal honderdduizend gulden., niemand weet, dat ik dit fortuin bezit. Ik heb het gewonnen door mijne zeereizen. Deze geheele som is aan toonder, ik schenk ze u." „Jean! Jean!77 stotterde de misdadiger, die nu eigenlijk de zelfverloochening zijns broeders begreep. Wat gaat ge beginnen?" En terwijl groote tranen hem over de wangen lie pen, stotterde hij onverstaanbare klanken, want hij kon spreken: zijn keel was als dichtgesnoerd. „Maar gij!Waarom offert gij u op?" .,Ik, Joseph, ik lijd reeds sedert jarenNiemand weet het, doch wat hindert dat ook Joseph Joseph barstte in snikken uit. :>Gij", hernam Jean verder, „ge hebt eene vrouw; ik heb er geen, en op deze wereld heb ik haar slechts be- AAN DE DAMMERS. In dank ontvangen de oplossingen van probleem no. 68. \t ij kunnen dit probleem niet tot de mooie proble men rekenen. De eerste slag springt te duidelijk in 'I. oog en daarna volgt vanzelf de tweede slag. En dan wit offert slechts 4 stukken en het einde komt terwijl er nog 10 witte stukken op 7t bord staan en nog 6 van zwart. Dat is geen einde van een probleem. Wij ma ken deze opmerkingen, om den auteur te doen zien, dat hij zeer zeker nog vooruit kan gaan op problema tiek gebied. Hij is zeer zeker op den goeden weg, maar alles wat op het slaan van een aantal stukken berust is nog geen mooi probleem. Maar er zijn nog enkele problemen van denzelfden auteur in ons bezit, die beslist beter zijn en ook die zullen weldra ge plaatst worden. Stand van probleem no. 63. Zw. 6, 8 tot 14, 17, 19, 20, 21, 23, 24, 29, 30. W. 22, 26, 28, 32, 33, 35, 37, 38, 39, 40, 42, 44„.49, 50. Oplossing van den auteur. Wij ontvingen goede oplossingen van de beeren G. Cloeck, H. Doorn, D. Gerling, J. Houtkooper, M. F. van Rijsens, D. Winkel, allen te Alkmaar; P. Bakker te Schagerwaard, S. Homan te Wijde Wormer, H. Lindeboom te Oudorp en H. E. Lantinga te Haarlem. Van A. Klinkhamer en D. Bloothoofd te Alkmaar ontvingen wij zeer goede uitvoerige oplossingen van probleem 63. Wij komen weder terug op het eenvoudige eindspel uit onze rubriek van 21 Januari, omdat wij over dit eindspel een interessante studie ontvingen van den heer J. Noome Mzn. te Purmerend, die wij onzen lezers niet mogen onthouden. In den volgenden stand Zw. 8, 16, 23, 24, 35. W. 17, 22, 27, 33, 45. geven wij nadat zwart 2328 had gespeeld de volgen de winstgang 1. 27—21 16 18 2. 33 2 24—29 3. 2—16 29—34 4. 16—43 35—40 5. 43 25 40—14 6. 4640 44 35 7. 2534 en wint. Nu laten wij hier volgen de winst aangegeven door J. Noome. Zet weer op 7t bord de oorspronkelijke stand. Wit Zwart 1. 27—21 1. 16 18 2. 33 2 2. 24—29 3. 2—16 3. 29—34 (deze zetten zijn gelijk aan de onze). 4. 17—12! 4. 3439 (op 3540 volgt 1649 en wint). 5- 127 5. 3944 (gedwongen). 6. 16-49 6.44—50 (op 3540 volgt 45 34, 44—50, 7—1, 50—28, 49—44, 16, 5045, 61 en wint). 7. 7—1 7. 50—28 (bezet de lange lijn). 8. 49—44 8. 28 50 9. 16 9. 3540 (gedw.) 10. 45 34 10. 50—45 11. 61 en wint! Wij zeggen den heer Noome dank voor zijn inder daad fraaie ontleding. De volgende stand kwam onlangs voor in een partij gespeeld tusschen de heeren G. met wit en B. met zwart. mind!.Gij hebt kinderen.ik niet meer.Mijn kleine Paul, de eenige die mij overbleef is hier gestor ven. Gij zijt in aanzien; ik ben een paria.Gij wordt bemind; voor mij is men bang. Gij zijt geluk kig gij kunt het althans wordenik ben bedroefd en dat zal ik altijd blijven. Gij begrijpt dus, broeder, dat ge mijn voorstel kunt aannemen, nietwaar?" Joseph hield niet op met snikken. „Welnu!77 hernam Jean, „dat is afgesproken, is het niet Geef mij uw kiel en uw petik heb reeds het mes en de revolver.vlug wat Joseph. over een uurtje is het parket bij mij thuis.bij den paria het eerst, natuurlijk,77 voegde hij er bij met een droeven glimlach. Joseph ging en kwam na eenige minuten terug met een pakje, dat hij aan zijn broeder ter hand stelde. Jean reikte zijn broeder de hand en deze viel hem in de armen. Eenige oogenblikken omhelsden de twee lingbroeders elkander, doch Jean maakte zich los en, zonder een woord te spreken, opende hij de deur en vertrok. Drie maanden later besloot de procureur-generaal van het assisenhof te M. zijn requisitoir aldus „Zooeven sprak de geachte verdediger van beklaag de van medelijden. Is er medelijden met zulk een mensch bestaanbaar? De drijfveer, die hem noopte tot het plegen van den moord was te laag. Het laaghartigste eigenbelang, het egoïsme van een eenzaam mensch, die zijn verle den tracht te verbergen, omdat het te duister, te on gunstig is. Het verleden van beklaagde is een omsluierd geheim en door den moordenaar van Matthias te veroordeelen zult gij misschien het een of andere onbekende slacht offer wreken. Nadat de gezworenen in raadkamer vergaderd had den, werd de zitting heropend en de president van het gerechtshof las met luider stem het vonnis: „Jean Chaumereuil werd tot twintig jaren dwangarbeid ver oordeeld.77 Zwart 3, 6, 9, 10, 11, 13, 14, 16, 19, 20, 21, 26. Wit 22, 23, 25, 28, 32, 33, 35, 36, 37, 38, 42, 48. Wit was aan zet en vreezende de afruil 1117, 6 17 en daarna 1722, speelde 4843, zwart 1117 en 6 17, en daarna wit 4339. Toen was dus de vol gende stand bereikt: Zw. 3, 9, 10, 13, 14, 16, 17, 19, 20, 21, 26. W. 23, 25, 28, 32, 33, 35, 36, 37, 38, 39, 42. Zwart is nu aan zet en kan op zeven verschillende manieren wit gelegenheid geven tot dambalen. Doet hij dit niet dan moet hij een schijf offeren. Zie maar. Op 3—8 volgt 23—18, 37—31, 39—34, 35 2. Op 10—15 volgt 23—18, 37—31, 39—34, 35 4. Op 13—18, 17 8 volgt 37—31, 39—34, 35 2. Op 17—22 volgt 28 17 en nu kan zwart op 2 ma nieren slaan. a. 21 12 dan 3934 en 35 4. b. 19 28 dan 32 23, 37—31, 39—34, 35 4. Op 19—24 volgt 23—19, 28 8, 25 5. Op 20—24 volgt 35—30, 25—20, 23 5. Op 2127 verliest zwart twee schijven, hij moet dus spelen 2631 en verliest een schijf. Als probleem geven wij een stuk werk van den heer P. Beers Kz. uit Heer Hugowaard. Het is de moeite van ontleding ten zeerste waard en wij hopen dan ook vele oplossingen te ontvangen. (Probleem No. 64 van P. Beers Kz., H. H. Waard). Zwart 10, 17, 18, 22, 26 (dam), 27, 43. Wit 19, 30, 38, 41, 46, 47, 49 en een dam op 9. CORRESPONDENTIE. P. B. te H. H. Slagzetten zijn wel aardig, vooral de eerste. 7t Eerste probleem is een zwakke navolging van een stuk werk van Noome, onlangs voorgekomen in het Nieuws van den Dag. 7t Tweede probleem wordt heden geplaatst. Hopen spoedig nog eens iets van u te ontvangen. J. M. H. te A. Probleem wordt bij gelegenheid ge plaatst. DE POLITIEKE TOESTAND EN DE SOCIAAL-DEMOCRATIE. In Diligentia werd gisteravond een openbare ver gadering gehouden door de afdeeling Alkmaar der S. D. A. P., waarin als Spreker optrad de heer J. E W. Duijs, en zulks ter vervanging van den heer Troelstra, die, zooals de voorzitter, de heer Uitenbosch, mede deelde, door ziekte verhinderd was. Het was de twee de maal in dezen winter dat de afdeeling „pech77 had; eerst met van Vorst en thans met Troelstra. De voor zitter hoopte echter, dat de vergadering, die zeer goed bezocht was, het met hem eens zou worden, dat men in den heer Duijs een goed plaatsvervanger had gevon den, en gaf daarop dezen het woord. Spreker, die begreep, dat men teleurgesteld was door het bericht van den heer Troelstra, had zich voor genomen hetzelfde onderwerp te behandelen, n.l. „de politieke toestand en de sociaal-democratie77, een en ander ook aan de hand der debatten bij de jongste Staatsbegrooting in de Kamer gevoerd. Allereerst wenschte spreker een terugblik te werpen op den stembusstrijd. Wat beeft men daarbij zien ge beuren? Spr. zal het niet hebben over wat de kerke lijke partijen hebben gedaan, dat was niets nieuws, ze hebben evenals altijd misbruik gemaakt van de chris telijke beginselen, om de arbeiders te spannen voor den wagen van het behoud en hen af te houden van hun eigenlijke plaats, die is bij de sociaal-democraten. Wat nieuws hebben we echter gezien bij de vrijzinni gen. Naarmate het volk meer gaat inzien, dat de wet ten en de inrichting van het bestuur van het land bij na uitsluitend zijn gericht op het belang van de bezit tende klasse, naar die mate zien wij ook de vrijzinni gen, om het platweg te zeggen, concurreeren met de sociaal-democratische arbeiderspartij in „rooiigheid". In 1901 kregen ze een geduchte klap en speculee- rende op het weinige doorzicht van het volk, kwam men in 1905 met beloften van bezuiniging, een blan co-artikel en belastinghervorming. Die beloften baat ten, wel niet veel, maar 7t ging tegen Kuijper en toen lukte het toch. Men bleef 21/2 jaar op 7t kussen, doch toen was 7t uit, ook door toedoen der vrijzinnigen zelf. We kregen Heemskerk, niet zoo geniaal, maar veel gladder dan Kuijper, die de reactie er evenwel dubbel

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 6