DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN No. 57 Honderd en twaalfde Jaargang. 1910. WOENSDAG 9 MAART. BINNENLAND. Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen» uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor 9 f 0,80$ franco door het geheeie Rijk f 1, Af jrtiderSIjke nummers 3 Cents. Priji der gewone advertentiën: Per regel f 0,10, Bij groote contracten rabat Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan. dt N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON» Voordam C 9. o Nationale Militie» TdatMooi HERHALINGSOEFENINGEN. RECHTZAKEN. Arroudissesr euts-UechtbaRk te Alkmaar. DIEFSTAL. GEMENGD NIEUWS. COURANT. a-nr/s rwrr KENNISGEVING. Het HOOFD yan het Plaatselijk Bestuur te ALK- MAAK brengt, op grond van artikel 1 der Wet van 22 Mei 1845 (Staatsblad No. 22) ter kennis der inge zetenen, dat bij hem ingekomen en aan den Ontvanger der Rijks directe belastingen binnen deze gemeente ter invordering is overgegeven: EEN KOHIER DER PERSONEELE BELAS TING, No. 1, voor het dienstjaar 1910, executoir verklaard door den Directeur der directe be lastingen in Noordbolland te Amsterdam den 5 Maart 1910;' dat iedér verplicht is zijn aanslag op den bij de Wet bepaalden voet, te voldoen en dat heden ingaat de termijn van zes weken binnen welken daartegen bezwaarschriften kunnen worden ingediend. Alkmaar, den 8 Maart 1910. Het Hoofd van het Plaatselijk Bestuur voom., G. RIPPING. De BURGEMEESTER der gemeente ALKMAAR brengt ter kennis van belanghebbenden, dat bij Ko ninklijk besluit van 7 Februari 1.1., No. 39, krachtens art. 111 der Militiewet 1901 is bepaald, dat de verlof gangers der Militie-van na te noemen lichtingen en ■korpsen in 1910 voor herhalingsoefeningen in werlce- lijken dienst komen tegen den daartoe door den Mi nister van Oorlog te bepalen tijd en voor het hieronder vermeld aantal dagen. LICHTING 1903. De regimenten infanterie 11 dagen, de compagnieën wielrijders 11 dagen, de compagnieën hospitaalsolda ten 11 dagen, het korps pontonniers 11 dagen, de re gimenten vesting-artillerie 13 dagen, het korps pant serfort-artillerie 13 dagen, het regiment genietroepen, met uitzondering van de vesting-telegrafisten die hebben voldaan aan het bepaalde in den eersten volzin van art. 6 van het sedert ingetrokken K. B. van 29 Februari 1884 No. 13 11 dagen. LICHTING 1904. De regimenten infanterie 11 dagen, de compagnieën wielrijders 11 dagen, de compagnieën hospitaalsolda ten 11 dagen, het korps torpedisten 12 dagen. LICHTING 1905. De regimenten veld-artillerie, met uitzondering van de trein-afdeelingen 26 dagen. Van de trein-afdeelin gen der regimenten veld-artillerie, zij die daarbij van de regimenten huzaren zijn overgeplaatst 20 dagen, het korps pontonniers 26 dagen, de regimenten ves ting-artillerie 19 dagen, het korps pantserfort-artille- rie 19 dagen, het regiment genietroepen, met uitzon dering van de miliciens-telegrafisten 26 dagen. LICHTING 1906. Het korps torpedisten 19 dagen, de miliciens-tele grafisten die geschikt worden geacht om als oudste telegrafist op te treden 6 dagen, de overige miliciens- telegrafisten 20 dagen. LICHTING 1907. De regimenten huzaren 20 dagen, de regimenten veld-artillerie, met uitzondering van de trein-afdeelin- gen 26 dagen, het korps rijdende artillerie 26 dagen, het korps pontonniers 26 dagen, de regimenten ves ting-artillerie 26 dagen, het korps pantserfort- artil lerie 26 dagen, het regiment genietroepen, met uit zondering van de miliciens-telegrafisten 26 dagen, de miliciens-telegrafisten 20 dagen. LICHTING 1908. Het korps torpedisten 19 dagen. LICHTING 1909. De regimenten infanterie 26 dagen, de compagnieën wielrijders 26 dagen, de compagniën hospitaalsoldaten 26 dagen. De Burgemeester voornoemd, G. RIPPING. Alkmaar, 2 Maart 1910. ALKMAAR, 9 Maart. In het nummer van gisteren hebben wij reeds kort melding gemaakt van de voorspelling van een Ameri- kaanseh financier. Bedoelde pröfeet is de heer Jacob H. Schiff en hij zeide ter gelegenheid van een feestmaaltijd der repu- blikeinsche club in Nieuw-York o. m. „Ik hoop, dat mijn voorspelling niet uitkomen zal, daar ik een vriend van Japan ben. Maar het spijt mij dat ik het moet zeggen: ik ben vast overtuigd, dat er spoedig een geweldige oorlog zal uitbreken. Ik heb zelf tijdens den laatsten oorlog Japan aan financiën ge holpen, maar Japans overwinning is op zich zelf be schouwd een groot gevaar. Ik was er werkelijk ont steld van, toen ik dezer dagen las, dat Japan het met Rusland eens geworden is. Deze beide mogendheden willen China's onafhankelijkheid vernietigen. Het „perfide Albion," dat zich voordoet als de groote menschenvriend, is de derde in den Bond. Deze over eenstemming tusschen Rusland, Japan en Engeland zal de sterkste bedreiging van den wereld vrede in de eerst-komende tien'jaren zijn, als wij niet de richtige staatskunst volgen. Om deze bedreiging te ontgaan, zullen wij, Amerikanen, ons zeer spoedig in de aange- legendheden wan het verre Oosten gewikkeld zien." 1 ot zoover de Amerikaan. Zijn beschouwing is blijk baar grootendeels gebaseerd op de redevoering welke graaf Komoera, de Japansche minister van buiten- landsche zaken de vorige week in de Kamer van Afge vaardigden heeft gehouden. Graaf Komoera toch ge waagde van de betere verstandhouding met Rusland, verklaarde dat het dwaasheid was het te doen voorko men, alsof Japan zich gereed maakte om ten tweeden male met Rusland te oorlogen of uit de zaak der Mantsjoerijsche spoorwegen een reden tot een oorlog te maken. Integendeel Rusland en J apan waren goede vrienden geworden, gingen in deze zaak volko men samen. Ook in andere opzichten luidde de rede voering voor de Japanners zeer bemoedigend. De mi nister kon wijzen op de gunstige overeenkomsten, met Frankrijk gesloten en met wederzijdseh vertrouwen toegepast, op de betere betrekkingen met Amerika, op de sympathie-betuigingen, welke er na dagen van span ning, tusschen het Japansche- en het Amerikaansche volk waren gewisseld. Slechts op één gevaar zinspeelde graaf Komoera, en dat zag hij in China. Maar zeide hij ik hoop van ganscher harte, dat de Chineesche overheid, even als wij, haar best zal doen, om de vriendschappelijke betrekkingen te vernauwen en aldus den algemeenen rust en stabiliteit in het Oosten te verzekeren." Op dit gevaar in China legde, gelijk wij boven za gen, ook de Amerikaansche financier den nadruk. En' het ligt voor de hand, dat Japan zich in de toekomst met Korea alléén niet tevreden zal kunnen stellen, dat het Oostersche. eilandenrijk over ruimer vaste- landsgebied zal moeten beschikken. Toen indertijd zooveel werd gesproken over het „gele gevaar" het was keizer, Wilhelm o. in. die daartegen waarschuwde -zag men voor zijn geestes oog een geweldigen opmarsch van alle gele rassen onder Japans leiding naar Europa. Dat toekomstbeeld is verdwenen. J apan heeft tot dusver geen poging- gedaan om het te verwezenlijken. Het heeft naar iets anders gestreefd. Ziende dat 't in China fortuin zou kunnen maken heeft het, na Rusland te land en te zee overwonnen en de Westersche mogendheden door energie met ontzag vervuld te hebben, zich plotseling opgewerkt tot een actieven factor in de groote poli tiek. Met Engeland heeft het zich verbonden en daardoor zag het zich den weg gebaand naar de an dere mogendheden, die zich onderling aaneensloten. JapanschEngelsch verbondj EngelschRussische overeenkomst, Russisch-Fransch verbond, Fransch- Ja pansch verdrag, Japansch-Russische overeenstem ming het doet alles denken aan een kettingregel, waarvan de uitkomst niet overzien kan worden, waar in Japan echter een factor van beteekenis is. De slap pe zenuw van dén oorlog (het gebrek aan geld) houdt voor het oogenblik Japan tegen om zijn eerzuchtige plannen uit te voeren, waarbij Amerika hèt land der groote geldschietersgelijk de financier, die een groot vriend is van president Roosevelt, terecht opmerkte, terdege rekening dient te houden. De 18-jarige Joh. Sch. en de 20-jarige Jac.'Bl.,, te Hoorn zijn met behulp van een sleutel van den eerste op 7 Febr. een leegstaand perceel, Noord 72, binnenge gaan, hebben er lood, een koperen kraan en eenige kleeren gestolen en alles verkocht voor 90 cents aan den koopman K. Tol aldaar. De officier van justitie eischte voor ieder 3 maan den gevangenisstraf, de verdediger mr. Offers vroeg een lichtere straf en aftrek van voor-arrest. DIEFSTAL VAN SCHOENEN. Fr. Jac. F. te Helder, evenals de vorige beklaagde niet verschenen, heeft den 31sten Januari schoenen weggenomen van mej. WillemsJansen aldaar, die ze in de bqet gezet had en zelf op klompen aan 't werk was. Nadat er 5 getuigen gehoord waren, eischte de of ficier 3 maanden gevangenisstraf. MISHANDELING. Joh. L., 19 jaar, arbeider te Egrnond binnen, heeft den 7den Eebr. Joh. Stoop mishandeld, die met H. Houtenbos huiswaarts keerde. Beklaagde greep Stoop vast en gooide hem in het prikkeldraad, zoodat al zijn kleeren verscheurden. Tegen den bekl. die een vechtlustig jongmensch werd genoemd, werd een maand gevangenisstraf ge- ëischt. BEDELARIJ. Willem Kr., zónder vaste woonplaats, heeft 3 Janu ari gebedeld bij P. Rempt te Barsingerhorn, 1 cent ge kregen, en is toen op heeterdaad betrapt door den ge meente-veldwachter J. Langendijk. De officier van justitie eischte tegen dezen bekl. die al meer wegens bedelarij veroordeeld is, 3 dagen hech tenis en 1 jaar opzending. Tenslotte werden twee kinderwetten-zaken met ge sloten deuren behandeld'. De uitspraak werd in alle zaken over acht dagen be paald. TWEEDE KAMER. De Kamer heeft gisteren voortgezet de behandeling van het wetsontwerp betreffende de regeling van de heffing van griffierechten, enz. Minister Heemskerk verdedigde - uitvoerig tegenover den heer Van Doorn de voorgestelde rege ling van de positie van griffiers en griffie-klerken, die voortaan door den staat zullen worden betaald en tot rijksambtenaren worden gemaakt. De minister oordeelde, dat er principieel niets tegen is dat recht- zoekenden, door van hen griffierechten te vorderen, iets bijdragen in de proceskosten; ook verdedigde de minister het vragen van voorschot door griffiers aan rechtzoekenden. In welke gevallen de griffier anders zijn diensten zal weigeren, kan de minister niet zeg gen, maar ook thans kan hij boter bij de visch eischen. De heer Van Doorn (lib. Gouda) betoogde na der dat z. i. van de voorgedragen regeling groote rechtsonzekerheid is te verwachten, want door de ver andering, welke daardoor in de financieele positie van griffiers wordt gebracht, zullen zij wel degelijk hunne diensten weigeren als zij geen voorschot krij gen, en deze voorschotten kunnen soms zeer hoog zijn. Door een gevraagd voorschot te. weigeren of te be knibbelen, kan ook een advocaat de zaak voor zijn cliënt tot in het oneindige rekken. Hierdoor staat de voorgedragen regeling dus ook aan vlugge berechting in den weg. Minister Heemskerk ontkende nader den in vloed van het voorschot op den gang der procedure. Het wetsontwerp werd daarop aangenomen. Hierna kwam aan de orde suppletoire financiën-be- grooting, waarbij 1500 wordt aangevraagd voor sub sidie voor een zeventiende predikantsplaats te Rotter dam. De heer Roessin g (lib. Emmen) bestreed uitvoerig het ontwerp. Spreker betoogde allereerst dat de aanvrage niet noodig was en daarna, dat er voor alle kerkgenootschappen een bedenkelijk antecedent wordt geschapen. Het klokgelui van Rotterdam zal hen opwekken. Spreker ziet het gebeuren, dat wanneer er nu 100 aan vragen komen van kleine gemeenten en die zijn er noodig de Minister de hand op de beurs zal leggen. Is dat billijk? Moeten alleen de groote gemeenten geholpen wor den? En als de Kamer met den Minister meegaat, dan zal het gevolg daarvan zijn, dat menige gemeente weer inslaapt. Al is de belangstelling in Rotterdam achteruitge gaan, dat bewijst volstrekt nog niet, dat een subsidie noodig is. Er is veel verzuimd. Men heeft in 1868 het algemeen kiesrecht in de Nederl. ILerv. Kerk inge voerd, maar daarbij is de groote fout begaan, dat de rechten der minderheid niet worden geëerbiedigd. In Amsterdam, Den Haag, Haarlem, Rotterdam enz. worden alleen orthodoxe predikanten aangesteld, waardoor de belangstelling verflauwt. In gemeenten met een vrijzinnige meerderheid als Zwolle, Deventer en Zutfen worden de rechten der minderheid geëerbie digd en dat diende overal zoo te zijn. De heer de Beaufort (oud-lib. Amst.) drong eveneens op verwerping aan. De heer Heemskerk (anti-rev. Rott.) wees op de buitengewone omstandigheid, te weten de eigen aardige annexatiën welke om Rotterdam hebben plaats gehad, waardoor de kerkelijke gemeente in Rot terdam zeer is uitgebreid. De heer de Visser (chr.-hist.) was van oor deel, dat de uitkeering kan geschieden op grond van het staatsrecht en den geest der historie en meende, dat op grond van het eenmaal ingenomen standpunt (bij Glanerbrug, Nijverdal en Overdinkel) de Kamer niet kon weigeren het voorstel aan te nemen. De heer de Klerk (Unie-lib. Rotterdam) sloot zich hierbij aan en betoogde dat het feit, dat er geen moderne predikanten in Rotterdam komen niet de schuld is van den kerkeraad van Rotterdam, maar van het kiescollege, van de kiezers, die te lakscli zijn. De heer Vliegen (soc.-dem. Amsterdam) oor deelde, dat de staat zich niet moet mengen in de voor ziening van de geestelijke behoeften, en dat voor dit speciale geval de Kamer niet voldoende ingelicht is. De minister van financiën, de heer Kolkman zeide weigaarne het ontwerp losgemaakt te hebben van de beginselen, verdedigde het krachtens het 2e lid van artikel 171 der grondwet en verzekerde, dat het zuiver exceptioneel was en opzichzelf stond. Het ontwerp werd aangenomen met 45 tegen 21 stemmen. VAKONDERWIJS. De heer H. J. de Groot, inspecteur van het middel baar onderwijs, heeft een oproep gedaan aan de be sturen van ambachts-, dag- en vakscholen, teekenscho- len, kunstnijverheidsscholen, industriescholen voor meisjes, handelsdag- en avondscholen, commissies van toezicht op het middelb. onderwijs en wethouders voor onderwijsaangelegeiiheden, om te komen tot een bond, van besturen van vereenigingen voor vakopleiding in Nederland. Het vakonderwijs in zijn breeden omvang is nog niet geregeld. Meermalen wordt echter van verschillende zijden uitgesproken, dat een regeling noodzakelijk is, en de regeering heeft zulk een regeling reeds toege zegd. Tal van vraagstukken zullen zich daarbij naar voren dringen, en dan is het wenschelijk, dat in de eerste plaats ook de besturen zich uitspreken, ook om een veelzijdigen blik op het onderwerp te bevorderen. Den 29sten dezer zal in het gebouw van de am bachtsschool te 's-Gravenhage een vergadering van afgevaardigden worden gehouden. Deze bijeenkomst zal g'eleid worden door jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman, minister van staat en lid van de Tweede Kamer. De heer H. J. de Groot zal de zaak dan meer uit voerig toelichten. Ook dr. P. Fockens, inspecteur van het middelbaar onderwijs, zal deze vergadering bijwonen. DIE WIST RAAD. Een uitgever heeft onlangs een niet alledaagsch voorstel ontvangen. Hij had een scheurkalender in het licht gegeven, waarin bons van bij hem verschenen boekwerken waren verspreid. De gelukkige vinder van een der bons schreef hem nu„Ik doe afstand van mijn bon. Het bedoelde boek is geprijsd op 2.90. Dit verminderd met 60 cent (den prijs van den kalen der) is 2.30. Stuur me nu de helft of 1.15 dan kunt u het boek houden en verdienen we allebei en ik heb liever geld dan het boek." De uitgever is volgens het N. v. d. D. op deze leepe transactie niet ingegaan. GEVOLGEN VAN-LUIHEID. De Leidsche politie is er, na langdurig onderzoek, in mogen slagen den schrijver op te sporen van den dreigbrief, welke eenige weken geleden bij den heer T., aan de Haarlemmerstraat aldaar, in de brievenbus werd aangetroffen. De schrijver is een 14-jarig jongmensch, dat op deze wijze een aardig sommetje gelds dacht te bemachti gen, aangezien hij te lui is om te werken. De knaap heeft reeds bekend. IN DE HOLLANDSCHE HOFSTAD. Middagconcert Residentie-orkest. „Willen we niet op 'n hoekje gaan zitten?" „On y voit si peu, tu sais?" „Oui, mais il n'y a rien a voir." Hè, vervelend toch dat ze dat nou weer in 't IIol- landsch zei; 't was toch zóó afgesproken dat ze Fransch zouen spreken. Gelukkig maar dat ze 't ten minste overnam. De Plollandsch-sprekende Frangaises gingen zitten. Het gesprek liep over 'n mevrouw, d'r huis, d'r dienstbode: Elle n'a qu'une seule servante, uneune dagmeisje." En later: La f ourrure qu' elle voulait me vendre était bien jolie; 'était..e. blauwvos." De omzittenden hielden zich goed. (N. Ct.) EEN KUNSTSTUK. Te Zaandam heeft men het kunststuk volvoerd om een 70.000 K.G. zware petroleumtank, van 17 M. dia meter, 11 M. hoogte en een inhoud van 2500 kub. M., die op een te zwakke fundeering was gebouwd, in zijn geheel te verplaatsen en te brengen op een vooraf in orde gebrachte nieuwe fundeering. Ten einde dit te kunnen bewerkstelligen, werd nadat de nieuwe fundeering gereed was, om het terrein een aarden dijk opgeworpen, waarna de aldus gevormde kom met water werd gevuld. Vooraf was gezorgd, dat alle openingen in de tank gogd gesloten waren. De tank, gedragen door het water en met takels in even wicht gehouden, werd op deze wijze gemakkelijk ver plaatsbaar. Toen het gevaarte precies boven de nieu we fundeering was gebracht, werden de kranen ge opend en liet men er zooveel water in loopen, dat het door eigen zwaarte op de nieuwe fundeering vastgezet werd. VRIJGESPROKEN. De beer J. W. A., redacteur van Het Volk, door de Amsterdamsche rechtbank veroordeeld tot 10 boete wegens smaad en betaling van 150 aan de beleedig- de partij, is door het hof vrijgesproken, terwijl de ci viele vordering werd ontzegd. KRANTENMOPPEN UIT IIET HBLD. De man van het geweigerde „Ingezonden stuk": „;n Mooie boel daar aan die krantZe vragen je eerst, je papier aan een zijde te beschrijven, en dan gooien ze je stuk in hun prullenmand, omdat het te éénzijdig is!" „Wat worden de ochtendblad-artikelen van een courant, wanneer het avondblad verschijnt?" - „Incourante artikelen." HOLL. MIJ. VAN LANDBOUW. In de gisteren te Hoorn gehouden algemeene verga dering der afd. Hoorn en Omstreken van de II. M. v. L. wijdde de voorzitter woorden van dank aan den heer dr. K. H. M. van der Zande, bestuurslid der afdeeling, voor alles wat hij in het belang van den landbouw in Nederland in 't algemeen en in N.-H. in 't bijzonder heeft gedaan. Door den heer V. R. Y. Croesen, secr. der Kon. Ned. Landbouwvereen. te Den Haag, werd een zeer belang wekkende inleiding gehouden over „Landbouwtentoon stellingen." Hij behandelde daarbij in 't bijzonder d'e rubrie ken rundvee, zuivel, zaaizaden en landbouwgewassen, alsmede tuinbouwgewassen, wetenschap en landbouw werktuigen. Hij gaf de comm. voor de a.s. tentoonstelling o. a. in overweging den eisch te stellen, dat de inzending Goudsche kaas van 't Rijksmerk zal moeten zijn voor zien, daarmede tot standpunt nemende, dat officieel geen andere volvette Goudsche kaas meer bestaat. Bij de rubriek „wetenschappelijke inzendingen" ver dedigt hij de opvatting, van de verschillende instel lingen slechts te vragen een pakkend feit op één of

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1