DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. De Wiskottens No. 67 Honderd en twaalfde jaargang. 1910. Deze Courant wordt eiken mond? behalve op Zon- en feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor ikmaar f franco door het geheele Rijk f I,—, Af aderlijke nummers 3 Cents. der gewone advertentiën: Per regel f 0,10, Bij groote contracten rabat Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. MAANDAG o 21 MAART. eene Onderwijzeres FEUILLETON. BINNENLAND. Teteteossataüs»*' 8. Zijdie zich mei 1 Ap i! ::y a.s. op dit blad abonneeren ontvangen de tot dien datum verschij nende nummers gratis en franco. De Uitgevers. Aan de MEISJESSCHOOL te Akmaar (Hoofd Mej. J. H. PRUIM) wordt GEVRAAGD in het bezit der akten voor de Duitsche en Fransche taal en tevens bevoegd tot het geven van onderwijs in vak k. De aanvangsjaarwedde bedraagt f 925, die wegens periodieke verhoogingen kan stijgen tot f 1225. Voor het bezit der hoofdakte wordt i 100 en voor elk der genoemde taaiakten M.O. f 50 meer toegekend. Hoofdacte, hoewel niet vereischt, zal tot aan beveling strekken. Stukken in te zenden aan het Gemeentebestuur vóór 12 Apri! a.s. ALGEMEEN NEDERLANDSCH VERBOND. HINDERWET. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALK MAAR brengen ter algemeene kennis, dat zij bij be sluit van heden vergunning hebben GEWEIGERD aan: J. LIEKELES OEBLES, aldaar, tot het oprichten van eene kleedenklopperij, op een terrein, gelegen aan de te Kabelstraat, wijk F. No. Burgemeester en Wethouders voornoemd, G. RIPPING, Voorzitter. DONATH, Secretaris. Alkmaar, 17 Maart 1910. ALKMAAR, 21 Maart. De afgeloopen week heeft er niet toe bijgedragen om het aanzien van het parlementarisme te verhoo- gen. In ons land hebben we een plotselinge smoring van het debat gezien, grove uitvallen gehoord en ob- struktie, d. i. dwarsdrijverij, waargenomen. In den Duitschen Rijksdag heeft de bekende afgevaardigde v. Oldenburg, die onlangs een „luitenant en tien man" op bevel des Keizers den Rijksdag wilde doen sluiten weer tot lawaai aanleiding gegeven, omdat hij op uitdagende wijze verklaarde, dat eènige met name genoemde, zeer fatsoenlijke, afgevaardigden, geen begrip van eer bezaten, terwijl hij ze daarna uitdaagde tot oen duel. Ook in het Pruisische Huis van afge vaardigden was de toon niet parlementair, in de oude beteekenis van het woord. Bij de behandeling van het kiesrechtwetsontwerp zijn woorden gebezigd en heb ben tooneelen plaats gehad, die niet goedgekeurd kun nen worden. Trouwens de geheele behandeling van het ontwerp is zonderling geweest en de regeering heeft daarbij een rol gespeeld, waaraan zij in de toe komst nog wel èens op hoogst onaangename wijze her innerd kan worden. De strijd om het kiesrecht onder het Pruisische volk is dan ook geenszins als geëindigd te beschouwen, maar zal ongetwijfeld steeds met meer hartstocht gevoerd worden - ook in het parlement, Naar de vijf en veertigste Duitsche uitgave door RUDOLF IIERZOG. 7. Nog eenmaal nam zijn blik het aangrenzende stuk land op. De blik van den eigenaar. Toen stiet hij de deur naar de ververij open. Eene seconde lang kon hij in dichten, witten damp, die het vertrek vochtig warm tot in de uiterste hoeken vervulde, niets onderscheiden. Toen werd hij werklie- uen gewaar, die in hun zwarte wanten van brandnetel wol bij de kuipen en tobben bezig waren, waarin de kleurbaden pruttelden en de stoompijpen zulk een helsch lawaai veroorzaakten, dat het geluid der verf- stokken, die het garen over de randen der kuipen sloe gen, nauwelijks te vernemen was. „Hei....! Is Kölsch daar?" „Niet gezien!" „Mijn broer Fritz?" „Boven!" En het lawaai ging voort. Gustav Wiskotten steeg boven de dampende water massa's naar omhoog. Een onhandig gevoerde verfstok trof hem in de zijde. „Hopla," zeide de arbeider. „Ezelskop," beantwoordde Gustav de verontschuldi ging. Daarmede was de zaak afgehandeld. Boven, in het kleine laboratorium, trof hij Eritz. Met hoog opgeborstelde knevel zat hij over een bord .gebogen en beet op een haring, dien hij met de vingers stuk trok. Voor hem stond een half leeg gedronken bierglas. „Zeg 's even, je vergist jezeker, je bent hier niet in het bivak." „Laat mij begaan. Katterigheid vraagt daar niet naar." „Maar ik wel. Na een feestdag kunnen we hier geen katterigheid gebruiken." „Dat is te dwaas om op te antwoorden." waar de goede toon bedreigd wordt. De Russische Doema heeft eveneens haar schan- daaltooneelen gehad. Er had een woeste zitting plaats, waarbij de president, de heer Ohomjakof heftig werd aangevallen wegens zijn te zwakke houding bij de onbeschofte uitlatingen, welke er werden gehoord, terwijl den minister van onderwijs het spreken onmo gelijk gemaakt werd. Het gevolg is geweest, dat de pr.esident zijn hamer heeft neergelegd. Het Amerikaansche Huis van Afgevaardigden heeft deze week ook al een onaangename zitting achter den rug. De voorzitter en een groote minderheid waren het oneens over een eigenaardige kwestie. Die minderheid wilde een commissie tot herziening van het reglement benoemen, waarin de voorzitter echter geen zitting mag hebben, omdat men zijn macht wil beperken. Aan neming van het voorstel zou natuurlijk aftreding van den heer Joe Cannon als voorzitter tengevolge heb ben. Fel werd er gestreden. Na een vergadering van 30 uur werd met 161 tegen 151 stemmen een voor stel aangenomen, om de vergadering 2 uur te schor sen. Deze uitslag werd met vreugdegehuil door de aanhangers van Cannon begroet. Na heropening werd tot verdaging besloten. Na oproerige tooneelen is tenslotte Zaterdag een motie aangenomen, waarbij met 182 tegen 160 stem men de door Cannon vastgestelde regeling niet goed gekeurd werd. Maar dadelijk daarop werd een motie waarbij de voorzitter afgezet verklaard werd, verwor pen met 191 tegen 151 stemmen. In de Fransche Kamer en in den Franschen senaat schenen in verband met het Duez-schandaal rumoerige vergaderingen verwacht te mogen worden. Het is echter nog al kalm afgeloopen en in beide liehamen zag de regeering een motie van vertrouwen aangeno men. Zij heeft intusschen reeds een wetsontwerp inge diend, om aan de knoeierijen een einde te maken. Paragraaf I van de nieuwe wet luidt: „Van den dag af, waarop deze wet is afgekondigd, wordt de voor elke congregratie benoemde liquidator in zijn ambt door den directeur van het domeinenbestuur vervan gen, die, tijdens de liquidatie, alle volmachten van een wettelijken curator ontvangt en onder de coiflfrole van eeredienst- en financiën-ministerie staat. De liquidator, die door een ambtelijk persoon vervangen wordt, heeft dadelijk zijn werkzaamheden te staken. Hij moet zijn kas en zijn rekening en verantwoor ding aan het domeinen-bestuur overleggen, en binnen drie maanden een algeheele afrekening bij de recht bank, die hem aanstelde, of bij het ministerie van eeredienst indienen." In Engeland heeft men wel geen schandaaltoonee- len in het parlement, maar hapert er iets aan de sa menstelling van het Lagerhuis, dat, als het ware, op het doode punt staat. Zeer sterk wint de laatste da gen de meening veld, d,at de regeering haar vertrou wen in de overwinning van de vele moeielijkheden, waarin zij verkeert, heeft verloren, en dat er spoedig „Je gedrag is alles behalve zooals het hoort, m'n jongen Fritz Wiskotten sprong op. „Wat mankeert jou? Ik ben hier even goed baas als jij." „Zoo! Toon dat dan in de eerste plaats aan de ar beiders. Als die met een doezelkop op de fabriek ko men, jagen we hen naar huis. Zich haring laten ha len! 's Morgens om negen uur! de ververs zullen je uitgelachen hebben." „Dat kan mij geen steek schelen." „Maar mij wel. Hij, die baas wil zijn, moet in het oog zijner werklieden geen enkele fout hebben. En al barst je hoofd van katterigheid, dan mag je het nog niet toonen. Jij moet overal de sterkere zijn. Dat is een eerste vereischte." Fritz Wiskotten dronk woedend zijn bier op. „Heb je Kölsch niet gezien, Eritz?" „Nee, Wat is er met hem?" „Ik moet hem spreken. De spoorweg-directie wil het terrein niet afstaan. En in de ververij stoot men' zich nu reeds de ellebogen." „Vervloekt. Dan kan ik niet prompt leveren. Ik moet ruimte hebben. Willen ze niet toegeven? Oha, Gustav, dat zal jij hun toonen!" „Dat geloof ik ook. Werk maar vlug de plannen uit, opdat alles voorbereid is." „Daar kan je van op aan. Adjuus, Gustav." Gustav Wiskotten verliet de ververij. Toch goéd materiaal, de broers. Alleen nog niet genoeg gedrild. Allerlei dwaasheden in het hoofd. Bij de Wupper, naast het waschhuis, trof hij den grijzen opzichter. Ook die keek scherp naar het naaste stuit land. „Er helpt niets aan, mijnheer Wiskotten, wij moe ten hot hebben, of we kunnen de vierhonderdvijftig paardekracht voor oud ijzer verkoopen. „Kölsch," zeide Gustav Wiskotten en trad dicht op hem toe, „ik heb je overal gezocht. Ik weet dat je de fabriek, de Wiskottens, liefhebt. Is 't niet?" Hij had zijn arm door dien van den ouden man gestoken. „Ik behoor tot den inventaris, mijnheer Gustav." „Ja.,.. Toen ik nog klein was en sprookjesboeken andermaal algemeene verkiezingen zullen plaacs heb- i bon, waarbij de liberalen alle hens aan dek zullen stel len en een krachtige propaganda zullen voeren vóór de begrooting, tegen het Lordsveto en vóór den vrijhan del, vooral in de Zuid( lijke graafschappen van Enge land, waar bij de laatste verkiezingen de conservatie ven de grootste overwinningen hebben behaald. Het heette oveiigens dat de regeering morgen met hare bekende ontwerp- besluiten zou komen, om de macht van hef Hoogerhuis aan banden te leggen. Tenslotte zij vernield, dat er deze week hard aan de Balkanpolitiek gewerkt is; Rusland en Oostenrijk zijn het eens geworden, de koning van Servië is gistermor gen naar St. Petersburg vertrokken en Tsaar Fer dinand naar Konstan ii nopel. Stil is het dus deze week niet geweest. Waar vele parlementen thans mei vacantie zijn is het te verwach ten dat er nu ook in de politiek een stille week zal komen. PRINS HENDRIK. De uitreis van het pintserschip Heemskerck voor het maken van de oefen'ngsreis naar de Noordzeewa teren is bepaald op 7 Mei. Prins Hendrik zal aan boord van dezen oorlogsbodem de reis medemaken naar Scandinavië, ten einde i enige weken in Zweden, Noorwegen en Denemarken te verblijven, bij welke gelegenheid de Prins voornemens is een bezoek te brengen aan de Hoven te Stockholm, Christiania en Kopenhagen. STAATSCOMMISSIE GEONDWETSHER- ZIENING. Naar verluidt zal de Staatscommissie in zake de Grondwetsherziening voor een groot deel uit leden van de Staten-Generaal zijn samengesteld. Als leden van die commissie worden ons genoemd .jhr. mr. J. Koëll, jhr. mr. A. F. De Savornin Lobman, mr. H. L. Drucker, jhr. mr. Van Doorn, mr. Loeff, dir. H. No- lens, dr. A. Kuyper en mr. Troelstra. Onder voorzitterschap van dr. II. J. Kiewiet de Jon ge werd Zaterdagmorgen te half twaalf re Zwolle de jaarvergadering van het Algemeen Nederlandsch Ver bond, groep Nederland, gehouden. De voorzitter betoogde uitvoerig, dat het voornaam ste denkbeeld het Verbond geen partij kent. De algemeene toestand van het Verbond is goed. Het ledental steeg van 6910 in 1908 iot 7392 in 1909. De begrooting werd goedgekeurd op een ontvangst en uitgaaf van 20820.08. Na de pauze hield de heer dr. W. van Everdingen een krachtig pleidooi voor de boekencommissie. Daarop werden de voorstellen van dc agenda be handeld. Amsterdam stelde voor: „Het A. N. V. stiehte eene commissie, met vertakkingen in de voornaamste plaat sen, ter behartiging der belangen van landverhuizers van Nederlandschen stam." Dit voorstel werd in beginsel aangenomen en de afd. Amsterdam uitgenoodigdi een uitgewerkt plan, getoetst aan de praktijk, aan het groepsbestuur over te leggen. De afdeeling Den Haag stelde voor„De afdceling verzoekt, het groepsbestuur te willen overwegen in verslond, heb ik bij de Nibelungensage altijd groote geestdrift voor Hagen gevoeld. Jij hebt meer gelezen dan ik. Doch bij Hagen, den trouwsten aanhanger zijns Konings, die tengevolge van zijn trouw stierf, heb Ik als jongen altijd aan jou gedacht. Zonder jou zou men zich ons niet voor kunnen stellen." De OQgen van den grijsaard schitterden. „Mijnheer Wiskotten, wij begrijpen elkander. Plicht voor plicht. En wat wenscht u nu?" „Kölsch, jij hebt achter het Rittergutshauser-stati- on een tuin. Hij grenst aan het rangeerterrein". „Mijnheer Wiskotten, die ligt te ver van ons af. Dat zouden dubbele onkosten worden." „Voor ons! Natuurlijk! Daar valt niet aan te den ken. Doch de stad heeft er immers naar geïnfor meerd „Zeker, en ik heb geantwoord dat ik het voor een redelijk bod verkoopen wil." „Weet je, wat de stad daarmee voor heeft?" De opzichter schudde het hoofd. „Dat kan mij weinig schelen, als ze goed betalen." „De stad wil zaken met de spoorwegmaatschappij doen. Of omgekeerd. Welnu?" Zijne oogen triumfeer- clen. „Ja, daar kan ik. niets aan veranderen." „Kölsch, je moet mij een grooten dienst bewijzen. Je moet mij dien tuin terstond op schrift verkoopen. Of ik hem zoo goed betalen kan als de stad, als je voe bij stuk houdt, of ik je het stuk land terug geven moet en ondertusschen jo geheele onderhandeling met de stad in de war heb gestuurd, kan ik je op het oogen- blik niet zeggen. Het is gemeen van mij, je zulk een lasghaitig voorstel te doen, terwijl je slechts toe be hoeft te happen om er eene groote som voor te krij gen. Kölsch, ik zou me dan ook schamen bij een an der dan jou met zulk een voorstel aan te komen. Voor me zelf zou ik het van z'n leven niet doen. Doch voor de fabriek. Zie je, die is als een kind, dat men ver wekt heeft en waarvoor men zorgen moet (lat het een man wordt. Al zou het ons -tot de laatste bloedige zweetdroppels moeten kosten. De fabriek, Kölsch- F lij haalde zwaar adem. hoever het mogelijk zou zijn de Nederlandsche nijver heid te bevorderen door de Nederlandsche fabrikanten, de Nederlandsche neringdoenden en het publiek hier te lande nader tot elkander te brengen." Onder algemeene instemming werd het voorstel in handen van het groepsbestuur gesteld. Voorts had de afdeeling 's-Gravenhage een punt op de agenda gebracht, waarbij het groepsbestuur uitge- noodigd werd een onderzoek in te stellen naar de taal, welke in het diplomatieke en consulaire verkeer ge bezigd wordt tusschen landen, waar, zooals in Neder land en België, o.m., een gemeenschappelijke taal wordt gesproken en in officieele stukken gebruikt. Na eenige discussie werd besloten, onze regeering te verzoeken, in officieele stukken met België de Ne derlandsche taal te voeren. Tot leden van het hoofdbestuur in groep Nederland werden herkozen de heeren dr. H. F. R. Hubrecht te Amsterdam, en mr. W. Dicke te Dordrecht. Daarop werden in het groepsbestuur gekozen de heeren dr. II. J. Kiewiet de Jonge, mr. A. H. Bundt, C. van Son, mr. M. P. M. van Dam en A. Welcker. Ten slotte behandelde dr. J. B. Schepers nog het onderwerp: „Het nut der jongelieden-afdeelingen." De voorzitter sloot daarop de vergadering, nadat een tweetal punten wegens tijdgebrek van de agenda was afgevoerd. In de schouwburgzaal te Zwolle werd een feest avond aangeboden door de afdeeling Zwolle en door het Vreemdelingenverkeer. Dr. F. A. Hoefer hield een lezing orcér Overijsel's verleden en heden, verduidelijkt door lichtbeelden. Te hal-f zes vereenigden zich gasten en leden aan den „feesteliken maeltid" zooals de spijslijst vermeld de. Daarop kwam van alles voor: Dinge buten verwachtinge, als daer zijn: Kamper steurkens. Gekruedete kuyte uyten verren lande. Veel- derlei zilte vilkens. Rode suytvruchten. 't Wordt heinde ghevonden, Dat verre is gesocht. Soppe, van ossensterten gebruwet. Haestige spoet Comt selden an 't ende. Laetet coelen eer du begins met eten! Brune pasteikens, met rozerode yngewant. 't Verholene wordt al utebrocht. Fiske, die men seetonghe noemt, met pietresilien- bruwe gedienet. Swezerik met specerije verlekkert. Wat uyten mout van calveren comt, ende daerbi veelderleihande gemuese. Et se met smake, Maer hout die mate. Hoenere ende die gebraden ende daerbi abrikoces. Beter enen halven voghel op die bords Alse tien in die loeht. Ysigheyt, met kruederijë. Wat sal het siin, Alset vore de Heren commet? Suete brokskens ende veelderhande toespisekens, al- se Koeksplekskens, Mopskens, ende Geblauwde vin- gern uyten eyghen contreye. Ghemeinlic men ramt, Op dat van verren comt. 's Lands wise, 's Lands ere, In 't eyghen lande bovenal. Oefte. Wat vindet met niet al, In 't kJeyne Niderlant? Van overal. Maar de „liste van de spisen" had nog' iets verras sends. De heer Hoynck van Papendrecht heeft haar ver sierd met een mooie penteekeningeen keurig uitge dost vaandrig, de vlag' waarop het wapen van Overijs- „Mijnheer Wiskotten," zeidé de bejaarde opzichter, en zijn blik volgde den loop van den arbeidzamen, zwar ten Wupper. „Ik begrijp u. Ook uw plan. U wilt iets heb ben, waarmede u de spoorwegdirectie in het harnas ja gen kunt,.'' Hij keek tot zijn jongen patroon op. „De tuin is tot uw beschikking, dat spreekt van zelf immers. Ik zal toch de fabriek niet in den steek la ten." „Doch er ontgaat je daardoor wellicht eene aan zienlijke som." „De Wiskottens hebben mij vijf-en-twintig jaar lang niet laten verhongeren. Integendeel. Voor mij en Anna zijn mijne inkomsten meer dan toereikend, en bovendien kunnen we nog' genoeg naar Ernst in Düs- seldorf zenden ook." „Hoe maakt Ernst het op de academie. Begint hij al een groot schilder te worden?" „Hij kan meer dan hij doet „Beter dan het tegenovergestelde, Kölsch." „Daar troost ik mij ook maar mee. Zal ik nu de acte van overdracht onderteekenen?" „Hagen," zeide Gustav Wiskotten, met den hem eigen kouden, woesten trots, welken ook de oude in zich had. Toen begaven ze zich naar de kamer van den opzichter en overhandigde Albert Kölsch aan Gustav Wiskotten de koopacte van den tuin, grenzend aan het rangeerterrein van de Rittersliauser spoor baan. Een half uur later zat de jonge fabrieksdirec teur in den trein, die hem naar het Elberfelder station Döppersberg bracht, in welker nabijheid het kantoor der spoorweg-directie stond. De president was niet te spreken. Wiskotten liet zich bij den hoofdambtenaar aanmelden, die de zaak met het stuk grond behandeld had. Hij moeht binnen treden. „Mijn naam is Wiskotten, fabrikant te Bannen." De hoofdambtenaar knikte. „Wij hebben u tot on zen spijt een weigerend antwoord moeten geven, mijn heer Wiskotten. De directie verkoopt niet. Wij zijn eelf blij, dat we een paar stukken land bezitten, die we it g tiPod tg hebben." ,W«rdt rerrolgd.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1