DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Groote Voorjaarsveemarkt Groole Paardenmarkt De Wiskottens No. 75 Honderd en twaalfde jaargang, 1910. 31 MAART. te ALKMAAR FEUILLETON. Gemeenteraad van Alkmaar, Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor P ikmaar f 0,80? franco door het geheele Rijk f I, PJ /aderlijke nummers 3 Cents. DONDERDAG der gewone advertentiën: Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat Groote letters naar plaatsruimte. Brieven %aoco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 0. Maandag 18 April f910. te ALKMAAR Woensdag 28 April 1910. Nationale Militie. Telsfoonsnmner S. O op op VERGADËRÏNG van den op Woensdag 30 Maart 1910, 'saam. 1 uur. Fervoiy. HET MAKEN VAM EEN RIOOL IM DEN GEESTMERAMBACHTSDIJK, MET UITMON DING IN HET GROOT N.-H. KANAAL EN VASTSTELLING DER BIJDRAGEN VAN PARTICULIEREN IN DE DAARVOOR TE MA KEN KOSTEN. 15) ALKMAARSCOE COURANT. ieerr* 1 1iwv.--. _j ..,.,...1.1.. j tf. mt HERHALINGSOEFENING SN. De BURGEMEESTER der gemeente ALKMAAR gelast, krachtens bekomen aanschrijving, de onder staande verlofgangers der nationale militie, binnen deze gemeente in het register van verlofgangers inge schreven, om zich, ter bijwoning der herhalingsoefe ningen, bij hun korps te vervoegen als volgt: 2e Regiment Vesting-Artillerie, lichting 1903, gar nizoen Amsterdam, 4 April 1910: JAM MET JOAM- NES MATHEUS GROOT. 2e Regiment Vesting-Artillerie, lichting 1907, gar nizoen Maarden, 4 April 1910: TEUMIS VAM LUN- TEREM. 4e Regiment Vesting-Artillerie, lichting 1903, gar nizoen Helder, 11 April 1910: LOURENTIUS PLOE GER, PIETER POEZE, MEIMDERT GERARDUS VEEM, CORNELIS BIJL, WIERD CORBIé, WIL LEM TIMMERMAN. i Den verlofgangers wordt hierbij gewezen op de na volgende bepalingen: lo. dat de miliciens-verlofgangers woonachtig in de plaats van opkomst, zich op den dag voor de op komst bepaald, uiterlijk te 8 uur voormiddags bij het korps moeten aanmelden; i 2o. dat de miliciens-verlofgangers woonachtig bin nen 20 K.M. van de plaats van opkomst, op den dag voor de opkomst bepaald, uiterlijk te 10 uur voormiddags bij het korps aanwezig moeten zijn; 8o. dat de overige miliciens-verlofgangers voor zoo veel zij binnen het Rijk gevestigd zijn, zich op den dag voor de opkomst bepaald, met het eerst vertrekkende openbaar middel van versneld ver voer van hunne woonplaats of naaste station naar de plaats van opkomst moeten begeven, en voor zooveel zij buiten het Rijk gevestigd zijn, zich op dien dag vóór 4 uur namiddags bij hun korps moeten aanmelden. Voor zooveel miliciens door ziekte of om eene an dere reden niet tot den werkelijken dienst kunnen 1 overgaan, worden zij verzocht daarvan, vóór het tijd stip voor de opkomst bepaald, ter gemeente-secretarie mededeeling te doen. De Burgemeester voornoemd, G. RIPPING. Alkmaar, 30 Maart 1910. kapaniek in een circus te Keulennoodweer in Mozambique.spoorwegongeluk te Miilheim aan den Rijn.... gasontploffing te Breslau Bijzonder moet deze lange rij van ongelukken, welke spreekt van onnoemelijk veel leed, dood en verderf, treffen, nu wij zijn te midden van de dagen, die ge tuigen van nieuw leven, beginnenden bloei en opko mend natuurgenot. Wij denken aan het Duitsche vers je, waarin de „wonderschoonheid" van de aarde wordt verheerlijkt, maar ook aan een ander, dat herinnert aan de sombere eypressen, symbolen vaii leed, welke op diezelfde aarde staan. En zien weer düidelijk, I dat het leven der menschheid zoowel als het mensclie- j lijk leven een reeks van ervaringen van droefheid en blijdschap beteekent, welke elkaar afwisselen, soms zelfs zoo plotseling, dat ze bijna samenvallen. De balzaal in het Hongaarsche plaatsje Oekörito is daarvan wel een heel sterk sprekend voorbeeld. Vroo- lijk danst er het jonge volkje in een feestelijk versier de boerehschuur. De versiering vat vlam en de groo te blijdschap keert in een ondeelbaar oogenblik in ra de looze angstde deuren waren, om te voorkomen dat er niet-betalende gasten zouden binnenkomen, dichtge spijkerd. En de plaats, even te voren het tooneel van vreugde is een plek van jammer en ellende geworden, waar de dooden bij honderden opgestapeld liggen en waarnaar beklagenswaardige moeders en door verdriet gebroken vaders radeloos staan te staren hebben sommigen niet zes, zeven dooden te betreuren? Ook de Etna levert het bewijs van de zoo kleine scheiding tusschen ervaringen van vreugde en smart. Het vreeselijke gebrom van den bergreus, zijn spu wen van vuur en asch, doet het lachende landschap aan zijn voet in een korte spanne tijds betrekken, wekt angst en vrees op bij de bewoners, die in hun be zittingen, maar ook in huil leven worden bedreigd, die, in figuurlijken zin dansen op een vulkaan, die, meer nog dan vele andere bewoners der aarde, steeds gevaar loopen, dat hun vroolijk leven plotseling wordt ver stoord, plaats maakt voor dood of droefenis In Keulen hebben velen verkeerd in de vrees daar voor, maar gelukkig kon daar een vreeselijke ramp nog afgewend wordgn. Er bestond n.l. een verbazend gedrang aan den uitgang' van een paardenspel, toen 5000 menschen de inrichting wilden verlaten en dui zenden anderen, die kaarten voor de avond-voorstel ling wilden nemen, hun den weg versperden. Het begon er hoogst bedenkelijk uit te zien, vrouwen en kinderen geraakten onder den voet, moeders hielden bewustelooze kleintjes omhoog, politieagenten en cir cusbeambten stonden hulpeloos. Toen kwam de brand weer die met een dikken waterstraal de menigte voor den circus verjoeg en wel beving op het zien van het water den menschen in den circus de vrees dat er al ALKMAAR, 31 Maart. Vijfhonderd menschen in Hongarije verbrand de uitbarsting van de Etna'ontploffing in Ameri- brand zou zijn, maar weldra waren allen gered, moesten velen met natte Paaschpakjes en wanhopige gezichten aftrekken. V an ernstiger leed spreekt weer de spoorwegramp te Mühlheim. Gistermiddag is aldaar een luxetrein op een militairen trein gereden, wijl de machinist van den eersten trein door het signaal van onveilig gere den is. Wel luiden de latere berichten gunstiger dan de eerste, maar er zijn dan toch 19 soldaten om het leven gekomen en 39 gekwetst. Wanneer men zich even voorstelt een trein met zingende soldaten, die wordt aangereden door een an deren trein, hetgeen den dood1 of de verminking van velen der militairen ten gevolge heeft, dan ziet men alweer een treffend voorbeeld van de snelle afwisse ling, welke zich zoo dikwijls voordoet in het groot en in het klein, e^i welke zoo noodlottig kan zijn in hare gevolgen, voor den mensch afzonderlijk zoowel als voor de menschheid. B. en W. stellen den Raad voor: a. over te gaan tot het doen maken van een riool in den Geestmerambachtsdijk (Oudorperdijkje), uit mondende in het Groot N.-H. Kanaal, op de wij ze aangegeven in het rapport van den directeur -der gemeentewerken, d.d. 31 Januari 1.1., No. 3, waarvan de kosten zullen bedragen 1725 en voor den aanleg daarvan, evenals voor de bedoel de uitmonding, de benoodigde vergunningen aan de betrokken autoriteiten aan te vragen; b. voor elke aansluiting aan het sub a. bedoelde ri ool te vorderen: voor pereeelen met eene jaarlijksche werkelijke huurwaarde van 104 en daar beneden ƒ10, van boven 104 tot en met 156 15, van boven 156 tot en met 225 20, van boven 225 tot en met j 325 25, van boven 325 30, worden de Burgemeester en Wethouders voorts gemach tigd aan elke vergunning- tot aansluiting zooda nige voorwaarden te verbinden als door dit col lege voor het verkrijgen van een goeden toestand ter plaats zullen worden noodig geacht; c. Bugemeester en Wethouders uit te noodigen te zijner tijd de noodige finantieele voorstellen te doen tot vinding van de sub a. bedoelde gelden. De voorzitter geeft eenige nadere toelichting en doet daarbij uitkomen, dat het bedrag van 1725 eigenlijk is een voorschot van de gemeente, dat bedrag wordt ruimschoots' door de eigenaren terugbetaald. De heer Pot wijst er op, dat bij een vorig ver zoek de bewoners zelf een riool moesten aanleggen en geeft daaromtrent nadere aanwijzingen. (De heer Fortuin komt ter vergadering). voorzitter meent, dat deze twee zaken met met elkaar zijn te vergelijken. De heer Uitenbosch zegt, dat het door den heer 1 ot bedoelde riool geheel door particulier terrein liep. De heer G overs is het met de heer Pot eens; in het belang der zaak zelve acht hij het onderhavige voorstel beter dan het vroegere. Daarom kan hij met het voorstel thans meegaan. j Na een opmerking van den heer de Lange, inzake de redactie van het voorstel die door den voorzitter j wordt weerlegd, wordt het voorstel zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. LOODWITGEBRUIK. B. en W. stellen den Raad voor te besluiten: Aan de Yereeniging van Nederlandsche Loodwitfa- brikanten, gevestigd te Rotterdam, (secretaris Weerd- singel O. Z. 23 Utrecht), te berichten, dat dezerzijds geen bezwaar bestaat om, in afwachting van de van Regeeringswege in uitzicht gestelde maatregelen om de arbeiders bij het verwerken en het bereiden van loodwit de noodige bescherming te verleenen, ter za ke voor deze gemeente geen verordeningen in het le- i ven te roepen. De heer U itenbosch acht het wenschelijk om thans niet af te wachten de wettelijke maatregelen, evenals bij de werkloozenverzekering. Hij hoopt, dat het nemen van maatregelen inzake het gebruik van loodwit niettemin zal worden overwogen, en dat B. en W. zullen overgaan om het gebruik van loodwit bij gemeentewerken te verbieden. Op voorstel van den heer de Lange wordt het voor stel van B. en W. zoodanig gelezen, dat voorloopig geen verordening in het leven zal worden geroepen. Naar de vijf en veertigste Duitsche uitgave door RUDOLE HERZOG. „Toen ik „aanzoek" zeide, mijn kind, bedoelde ik daarmee, dat het toch zeer goed mogelijk zou kunnen zijn, dat August Wiskotten op zulk een gedachte kwam. Heb je het een of ander op hem aan te mer ken Toen ik eerst uit gekheid1 naar den jongen Wis kotten vroeg, kleurde je toch van verlegenheid.' „-Keen, dominee, nee, nee „Ik heb het toch gezien. Je moet je ouden ziele- herder, die je naar de tafel des Heeren geleid heeft, geen jokkens op de mouw spelden. Heb je misschien met een der andere Wiskottens „Nee, dominee. Echt niet. Ik heb niets. Met geen van allen." Het meisje zweeg en beet op haar onderlip. Toen hiet ze het hoofd op en zeide diep ademend, alsof ze tot de oplossing eener moeielijke vraag gekomen was' „Mijne ouders zijn uit liefde getrouwd." Dit klonk zoo eenvoudig en krachtig, dat dominee Schirrmacher even stokte. „Maar lief kind wie verlangt dan iets andefs van je? Doch de liefde op een waardig voorwerp rich ten, dat is christenplicht. En August Wiskotten „Ik houd niet van hem" zeide zij kortaf. „Nou, nou", kalmeerde hij haar, „de jeugd is vlug- met haar woord gereed. Je moet je zelf nauwkeurig onderzoeeken. „Ach", merkte ze op, „onderzoeken Vader zegt altijd: dat komt en is er. Daar helpt geen tegenstrib belen aan." „Ja, als je je vader meer gelooft dan je ouden zie- ieherder L&" - Toen lachte het jonge meisje weder met haar ouden overmoed. „Maar dominee, vader moet het toch weten! Die is immers geen vrijgezel gebleven." Dominee Schirrmacher stond op. Zijne borstelige wenkbrauwen trokken zich in een halven cirkel samen Hij greep zijn hoed en nam afscheid. „Doe de groeten aan je vader. Als je tijd daar is, zal ik met hem spreken. Voorloopig heb je gelijk. Je bent er werkelijk nog te jong voor. Adieu, en vergeet met mijn kind, dat we ons zelf altijd, bij dag en bij nacht, onderzoeken moeten." Hij was weg- en Auna Kölsch keerde in de kamer terug'. Eerst luisterde ze naar de korte, deftige pas sen, die zich van het huis verwijderden. Toen danste ze met de vlugheid barer achttien jaren voor de voo-el kooi. „Tloor je het, Hansje? Mijnheer August! Is dat met om te gillen? Dertig jaar is hij en hij heeft geen knevelEen knevel, een heel kleintje, heeft zelfs die domme jongen, die Ewald! Hansje, Hansje!" De kanarievogel tierelierde als waanzinnig, en het jonge meisje wierp zich buiten adem in vaders leun stoel en begon plotseling, zonder reden, heftig te ■schreien. Onafgebroken stroomdeu de tranen over het jonge, frissche gezicht. Toen werd het onbeteu geide kindergesnik mindernog 'een paar enkele snikken, en ze gmg rechtop zitten, schaamde zich voor zichzelf, wischte met haar zakdoek de laatste sporen van tranen weg en veegde energiek haar neus af. „IToe dom", mompelde ze daarbij, „hoe verschrikke iyk dom -Toen opzichter Kölsch 's avonds uit de fabriek thuis kwam, was de tafel gedekt en pruttelde de koffie vol gens s lands wijs hoven het vuur. Na de koffie werd de oierppt pas gevuld. Zoo luidde het patriarchale voorschrift, Kölsch kuste zijne dochter en keek haar in de oogen. „Wel? Wat ben je stil! Is er iemand hier weest V „De dominee maar." „Zoo, zoo. Wou die wat bijzonders?" HERZIENING DER VERORDENINGEN OP DE HEFFING EN INVORDERING EENER BELAS TING OP TOONEELVERTOONINGEN EN AN DERE OPENBARE VERMAKELIJKHEDEN. Volgens het laatste lid van art. 3 1 van de veror dening regelende de heffing van eene belasting op openbare vermakelijkheden te Alkmaar, zal de aldaar bedoelde telling geschieden ten koste van de belas tingschuldigen. Op grond van art. 269 der Gemeentewet ontmoet die bepaling bij den minister van binnenlandsche zaken bezwaar. B. en W. stellen den Raad voor de vereischte wijzi gingen in de verordeningen aan te brengen. Goedgekeurd. RONDVRAAG. De beer Van den Bosch wijst op den toe stand van het water in sommige singels en grachten. Men vindt er soms allerlei voorwerpen in. De voorzitter zegt, dat de aandacht daarop is gevestigd; in den schoonmaaktijd wordt de verorde ning nog al eens overtreden. De heer D o r b e c k wijst er op, dat die vervuiling ook buiten schoonmaaktijd plaats heeft. De voorzitter zegt verscherping van het toe zicht toe. De heer Uitenbosch vraagt in welk stadium thans de plannen verkeeren tot het maken der twee nieuwe bruggen. De voorzitter hoopt, dat in het eind der vol- geilde week met de commissie zal kunnen worden ver gaderd, en in de volgende maand de plannen mogelijk kunnen worden ingediend. De heer P o t vraagt hoe het thans staat met liet maken van bogen aan die bruggen. De v o orzitter geeft in overweging te wach ten, tot de plannen geheel klaar zijn. De heer Pot vraagt voorts over de bestemming van het land aan de Hoornsche vaart. De voorzitter antwoordt dat het land ver- liuurd is aan den lieer jBregman. Na nog eenige discussie daarover tusschen den voor- zitter en de heer Pot, wordt de openbare vergadering gesloten en gaat de raad over in een geheime zitting ter behandeling van belastingreclames. ge- ,lk moest u de groeten doen, vader." ,Dank je", zei Kölsch droog, liet zich door zijne dochter de zware laarzen uittrekken, de doorstikte bruine kamerjapon en de gebloemde pantoffels aanrei ken en ging behaaglijk aan tafel zitten. Anna smeer de, zijne boterham en belegde die dik met worst en schijven ham. Niet zoo overdadig, Anna." „11 ij «lie werkt, moet ook eten. Dat is mijne zaak." „ik sta zeker onder curateele, jou deugniet?" „Hebt u dat bij moeder niet gedaan? Ieder beveelt daar, waar hij op zijn plaats is. U in de fabriek, ik aan tafel." Kölsch streek meesmuilend over zijn grijzen baard, loen at hij zwijgend en met grooten eetlust. Geduren- uc don maaltijd te spreken was geen gewoonte. Pas toen hij den laatsten slok koffie gedronken had en zij ne dochter hem den bierpot vulde, begon hij over de fabriek te spreken. „Die Gustav! Verduiveld, die Gustav Wiskotten! Een geboren veldheer. Nauwelijks heeft hij de hand op het nieuwe terrein gelegd, of het plan van aanval is reeds gereed. Alles op het papier voorbereid tot op cleu laatsten steen toe. Teekeningen, constructies, berekeningen alles! Vandaag hebben de grondwer kers reeds een begin met de uitgravingen gemaakt. Een leven, zeg- ik jeEn alle Wiskottens kalm op hun post. Toch kerels, de jongens! Zelfs de geniepert August, weet precies wat hij wil." Au-gust ,Ja. August. Waarom?" ■Och, ikHier is de krant, vader!" De opzichter spreidde het blad onder de lamp uit eu boog' over den kleinen druk zijn hoofd Anna zat aan de opgeruimde tafel tegenover hem en keek van haar werk tersluiks tot hem op. De lamp suisde zacht en de kanarievogel piepte in zijn droom. „Je zegt geen woord, kind." „Ik wilde u niet storen." Och wat, die onnoozele krant. Die loopt niet weg. Heb je verdrietelijkheden gehad?" (Waarom zou ik?" „Speel nu eens geen verstoppertje. Je bent niet als anders. Je schijnt eensklaps wel je mond verloren te hebben. De dominee was hier. Heb je eene straf predikatie gehad?" „Ach, zwijg toch over hem. »^'eeib ik zwijg niet over hem. Alle respect voor dominee Schirrmacher. De gemeente mag trotsch op riem zijn, en voor armen en zieken geeft hij zijn laat sten cent uit. Voor hen is hij als een vader. Doch het is nu eenmaal zijne gewoonte ook in eens andersmans huis den vader te spelen en bij de intiemste familie geheimen mee te praten, alsof het de zijne waren. Daar houd ik niet van. Voor den dag er maar mee. lieett hij over Ernst gemopperd?!" Het jonge meisje hield den blik op het in haar schoot liggend naaiwerk gericht. „Hij heeft in het ge- heel niet naar Ernst gevraagd „Maar wat ter wereld kwam hij dan hier doen?" „Vader „Sapperloot, meiske!" De oude hield zijn kind, dal, zich plotseling om zijn hals geworpen had, vast om klemd. Hij zette haar op zijne knie. Hij streelde hare lokken en probeerde haar gezicht, dat ze tegen zijne borst gedrukt had, op te lichten. „Kalm, kalm! Wat is er gebeurd?" »P och> zeg u toch eens ik hoef toch ik hoet toch niet „Wat dan, kind?" „Ik hoef toch niet met mijnheer August te trou wen De oude liet zijn kind zoo snel los, dat ze bijna ach terover viel. Hij wierp zich in zijn stoel achterover en lachte daverend, aanhoudend. Uit het veld geslagen keek Anna op hem neer loen begreep ze. Den arm om zijn hals geslagen, lachte ze vroolijk mee. „Wie heeft dien streek uitgehaald? Dat is niet kwaad. Dat is waarachtig niet kwaad!" „De dominee wilde mij in bedekte termen uithoo- ren. Maar hij vroeg zeer openlijk." „Niet mogelijkzei de opzichter verbaasd. •uoSutfeapapojq- -j

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1