DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. nationale militie. No. 143 Hor derd en twaalfde Jaargang. 1910 DI MS D A 21 JUNI. Collecte gewapenden dienst. DONDERDAG 2! en VRIJDAG 24 JUNI a.s. BINNENLAND. -o- Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagenuitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk fl,— Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. I VERBETERING OFFICIERSTRAKTEMENTEN. AANKLACHT TEGEN EEN TWEEDE KAMERLID. ALKMAARSCHE COURANT TvVli TragST»- <"e mrt 1 'I I I.I op dit blad abonneeren, ontvangen de tot dien datum verschijnende nummers franco en gratis. He l itgevers. De BURGEMEESTER der gemeente ALKMAAR gelast, krachtens bekomen aanschrijving, onderstaan- den verlofganger der Zeemilitie, lichting 1908, om zich op 8 SEPTEMBER 1910, gekleed in uniform en voorzien van zijne kooigoederen en zakboekje aan te melden aan boord van ïïr. Ms. W achtschip te AM STERDAM, ten einde voor herhalingsoefeningen in werkelijken dienst over te gaan: JACOBUS PHAEF, zeemilicien-kustwachter. Den verlofganger wordt hierbij gewezen op de na volgende bepalingen: lo. dat de miliciens-verlofgangers woonachtig in de plaats van opkomst, zich op den dag voor de op komst bepaald, uiterlijk te 8 uur voormiddags op de plaats van bestemming moeten aanmelden dat de miliciens-verlofgangers woonachtig bin nen 20 K.M. van de plaats van opkomst, op den dag voor de opkomst bepaald, uiterlijk te 10 uur voormiddags aanwezig moeten zijn; dat de overige miliciens-verlofgangers voor zoo veel zij binnen het Rijk gevestigd zijn, zich op den dag voor de opkomst bepaald, met het eerst vertrekkende openbaar middel van versneld ver voer van hunne woonplaats of naaste station naar de plaats van opkomst moeten begeven, pn voor zooveel zij buiten het Rijk gevestigd zijn zich op dien dag vóór 4 uur namiddags moeten aanmelden. Voor zooveel de milicien door ziekte of om eene an dere reden niet tot den werkelijken dienst kan over gaan, wordt hij verzocht daarvan vóór het tijdstip voor de opkomst bepaald, ter gemeente-secretarie mededee- ling te doen. Alkmaar, 20 Juni 1910. De Burgemeester voornoemd, JAK DE WIT Dz., lo.-Burg. 2o. 3o. ALKMAAR, 21 Juni. Een der voornaamste gebeurtenissen in de Duitsche sportwereld is de „Kieler Woche.' Dan worden er te Kiel een reeks wedstrijden gehouden tusschen zeil- booten, die van heinde en verre komen en die uit bij na alle landen bezoekers brengen. Weken te voren reeds worden deze wedstrijden en de kansen der deel nemers besproken. Thans is het de groote vraag of de Duitsche jachten het tegen den Amerikaanschen schoener „Westward" kunnen opnemenenvoornamelijk of het jacht van den Keizer den prijs zal kunnen be halen. In het bijzonder wordt deze zaak van veel be lang geacht, omdat de keizer in 1901 met den maker van de „Westward," Nataniel Herreshof, over een jacht onderhandeld' heeft. De koop is toen afgespron- i gen, omdat de Amerikaan weigerde zich ten aanzien van den bouw raadgevingen te laten geven! De keizer - liet een ander jacht maken en de Amerikaan zorg de voor een goeden tegenstander. Verleden jaar heeft de Keizer een nieuw jacht laten bouwen en thans komt de Amerikaan met een nieuw jacht. De couranten spreken dan ook den wensch uit, dat de strijd aan boord van zijn jacht kan meemaken, omdat Hij liug, die volgens ijzeren regels haren gang gaat. ziet de bekwame bewindvoering van hij ons liefdevol heeft geschonken. Het is nu bijna een jaar geleden, dat hij te Kiel de boot van den kei zer beklom, en misschien stemt de nadering van dezen jubileumsdag hem toch een beetje week. Maar het vluchtige wolkje verdwijnt en zijn voorhoofd wordt weer helder, wanneer hij het odium (haat) dat thans op het kanseli'erschap drukt, met zijn otium (rust) vergelijkt. Indien Willem II niet naar Kiel gaat, zal in dit jaar in.de baai van Kiel geen gebeurtenis van zoo groote wereldbeteekenis haar beslag krijgen. De Kroonprins is sympathiek en met de beste bedoelin gen bezield, maar voor het historische zorgt alleen de monarch. Het zal geen gelegenheid voor politieke onderonsjes, voor opzienbarende gesprekken zijn en geen kanselier zal op den schommelenden bodem van bet. keizerlijke jacht redeneerend op- en neerloopen. Misschien heeft de heer v. Bethmann Hollweg slechts ongaarne dit waterfeest gemeden en zou hij graag de i vlugge zeilerspet op het hoofd gedrukt hebben, die zoo goed bij zijn storm-natuur past. Ach, hij heeft in den Keizer zooverre hersteld zal zijn, dat hij den werl- jaatgterl ree^s gemerkt, dat de bodem niet al- tcndistrict Hulst, een aanklacht ingediend tegen den T i heer Eruiitier, lid der Tweede Kamer en van Gedepu- zijn opvolger, dien j ™ft^'van Zeelaml. De heer Van Dalsnm acht zich beleedigd door een gedeelte van een te Höntenis- se verspreid strooibiljet, dat onderteekend was met den naam van het Tweede-Kamerlid. Dit gedeelte luidt als volgt: Twee der andere candidaten zijn liberalen en daarom voor ons beslist onaannemelijk. Wij zullen niet spreken van den heer Van Dalsum, die door zijn heil loos streven tot ondermijning van het kerkelijk en bur gerlijk gezag, onnoemlijk veel kwaad sticht, hetgeen door ieder mensch, die nog een greintje gezond ver stand bezit, sterk wordt afgekeurd. Op hem brenge geen enkel weldenkend kiezer zijn stem uit." De heer Yan Dalsum deelt in een opén brief_ aan den heer Fruijtier mede, dat hij de aanklacht indiende, omdat de aangeklaagde niet in staat is om te noemen een woord of een daad, die bewijst de waarheid van zij ne bewering. Ook zegt de aanklager, dat hij door deze aanklacht de Arrondissements-Rëchtbank te Middelburg de ge legenheid wil geven het bewijs te leveren, dat zij de wet dient zonder aanzien van persoon. 1. Duitsche i ande- zich BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALK MAAR brengen ter algemeene kennis, dal de jaarlijk; sche collecte voor het fonds ter aanmoediging en on dersteuning van den gewapenden dienst in de Neder landen, zal plaats hebben op Volgens het algemeen verslag, dat in Juli j.l. werd uitgebracht, bedroeg de opbrengst der jaarlijksche collecte 1682Ó.501/2 of 683.11 minder dan een jaar te voren en werd aan gratificatiën en toelagen aan 1039 deelgerechtigden uitgekeerd eene som van 48974.851/2, waaronder begrepen is eene som van 8055.55 die boven de gewone gratificatie aan 264 verminkten van Atjeh en 1 weduwe van een gesneu velde bij xVtjeli werd verstrekt uit het geschenk van wijlen Z. M. den Koning. Al deze gelden kwamen ten bate van 316 verminkten uit Oost-Indië, 713 infirmen en 10 oud-strijders van België. In het Invalidenhuis te Leiden, eene stichting van ons Eonds, werden in 1908 verpleegd 82 gepension- neerde militairen, waaronder 11 deelgerechtigden van het Eonds. Deze cijfers toonen aan dat het Fonds steeds voort gaat binnen de grenzen der categorieën, den vermink ten krijger en den oud-soldaat een stoffelijk blijk van v/aardeering zijner diensten te geven, bestaande in het toekennen eener jaarlijksche gratificatie nevens zijn pensioen, wanneer hij daaraan behoefte heeft, of in eene verpleging in het Invalidenhuis. Maar het is wenschelijk dat door eene ruime opbrengst der Collecte en eene daarmede gepaard gaande verbetering van den financiëelen toestand, eene uitbreiding der categorie ën, waarin de gerechtigden verdeeld zijn, mogelijk wordt gemaakt. De thans daaraan gestelde grenzen zijn zeer eng, hoe dikwijls komt de pijnlijke nood zakelijkheid niet voor, dat niet voldaan kan worden aan aanvragen van verdienstelijke oud-militairen, omdat de voorwaarden van opneming in het fonds zoo moeilijk moeten worden gemaakt. Het komt ons gewenscht voor dat ook hierop eens wordt gewezen. Het karakter der Collecte en het doel van het Fonds zullen daardoor in een beter licht worden gesteld. Wij vleien ons dat ieder Nederlander de bereiking Van dat doel wil helpen bevorderen en zich opnieuw opgewekt zal gevoelen het Fonds naar vermogen te steunen. Het aantal dergenen, die solliciteeren om als deel gerechtigden in het Fonds te worden opgenomen, doch daarvoor nog niet in aanmerking kunnen komen, be draagt 236. Moge de uitslag der te houden inzameling het be wijs leveren dat de belangstelling in onze Stichting niet verflauwt, niettegenstaande in dezen tijd voor andere doeleinden zoo vaak een beroep op de liefda digheid onzer landgenooten wordt gedaan. Aan menig sollicitant zal dan het uitzicht worden geopend weldra een ondersteuning te genieten. GAARNE WORDT DAAROM AAN 1IET HOU DEN DEZER COLLECTE HERINNERD EN WORDEN DE INGEZETENEN DRINGEND UIT- GENOODIGD HAAR MILDELIJK TE STEUNEN. Burgemeester en Wethouders voornoemd, JAN DE WIT Dz., Voorzitter, lo.-B. DONATII, Secretaris. Alkmaar, 18 Juni 1910. dit de kans op een Duitsche overwinning zal vergroo- ten. De heer Theodor Wolff, ,een der beste journalisten schrijf ook over Kiel, maar in een ren geest. „Het kan zijn schrijft hij dat de Keizer niet naar Kiel zal begeven en dat de Kroonprins, die reeds de parade op minzame wijze geïnspecteerd heeft, nu ook bij den zeilwedstrijd zal voorzitten. De Kieler week is tegenwoordig een belangrijke factor in ons nationale en zelfs in ons internationale leven, en de wereld ziet nu telkens in Juni naar Kiel, "evenals eens, de zomersche dagen van den derden Napoleon, naar het door de blauwe zee bespoelde Biarritz. Voorname en invloedrijke vreemdelingen en zoodanige als men er voor houdt, komen in de havenstad, rijke Engel- schen, Eranschen en Amerikanen komen op hunne een op keizerlijke jachten schommelt en dat tegen winden bijwijlen ook te land waaien. Hij bemint de vrijheid op zee en den ruimen gezichteinder. Het natte clement biedt een bekoorlijke afwisseling, wan neer men, als hij, op hot droge zit. PROV. STATEN VAN NOORD-ITOLLAND. Gedeputeerde Staten hebben o: a. de volgende voor- stollen gedaan: aan de gemeente Purmerend voor haar teekenschool voor elk der jaren 1911—1913 600 subsidie te geven; aan de gemeente Enkhuizen voor de avondschool voor a.s. ambachtslieden, voor elk der jaren 19111913 j 800 subsidie te geven; I aan de visscherij-vereeniging „Ons Belang" te Enk huizen voor haar visschei'ij en zeevaartschool voor elk der jaren 1911—1913 200 subsidie te geven; I aan de visscherijschool te Marken voor 1910 een plannen subsidie te geven van 100. Voor 1911 zijn jachten aangezeild, en, behalve het water, wordt ook j beraad voor vergrooting der school; dc geest gewaardeerd. Misschien kan de een of ander j in deze aandringende vreemdelingenschaar zich thuis j niet in dergelijke hooge eerbewijzen verheugen, mis- cliien gebruikt menig buitenlandsch politicus de Kie ler herstellingswerkplaats tot opkalefatering van zijn geschonden naam, maar daar, waar het licht het hel derst straalt, vliegen nu eenmaal ook de motten op af. Kan zonder den Keizer de Kieler week zoo belangwek kend en zoo schitterend zijn? Geen Keizer, geen Kiel. 111 deze dagen, waarin alles zeilt, zeilt de herinne ring terug naar die Juni-maand van het jaar negen tienhonderd en vier, toen Koning Eduard aan het feestmaal van de keizerlijke jachtclub te Kiel tegen over den Keizer zat. De Keizer wijdde aan den „ad miraal van het Koninklijk jachtsmaldeel" een hiep, hiep, hoera, de koning bracht een Hoch op den „ad miraal van de keizerlijke jachtclub" uit en dat was een gebeurtenis, die van de grootste beteekenis scheen. Menigeen uit die tafelrond verdween, de verstandige en vroolijk levende Eduard rust te Windsor in de groeve en onophoudelijk varen de groote en kleine schepen naar hetzelfde zonlooze strand. Maar ook de ontwikkeling van de volken wordt door voortdurend werkende wetten geregeld en beheerscht, en de dood van den enkeling houdt de eenmaal begonnen bewe ging niet tegen. Alles wat Eduard VII voorbereid of mede tot stand gebracht heeft, gaat nu zonder hem zijn logischen gang: de Kretenzer klucht zoowel als het ernstiger mededingingsspel in de Levant. Op een goeden dag zullen wij de Turken zien mobili-seeren en in Thessalië zien binnenrukken, er zal een groot krijgsgeschreeuw zijn en een paniek in de beurswereld, en met de bezetting van een stukje Thessalië van het formaat van Kreta zal de klucht uit zijn. Intusschen rijpt in Turkije, in Perzië, in het geheèle Oosten de ernstige kwestie van de toekomst, want, hardnekkig zichzelf gelijk blijvend, streeft daar het Engelsch- Russisch verbond van gemeenschappelijke belangen naar de verdringing van den Duitschen invloed en naar een oeconomisch monopolie. Wanneer de rondzeilende geest van de Oosterstran- den naar de vaderlandsche wateren terugkeert, duikt de herinnering op aan die laatste Kieler week, die voor ons staatkundig leven zoo gewichtig, zoo beslis send is geworden. Den 25sten Juni spoorde Bülow naar Kiel en den volgenden ochtend deelde hij den Keizer zijn besluit om zich terug te trekken, mede. Hij had tot het laatste oogenblik, nog gedurende de stem ming aan de overwinning van de erfenisbelasting en aan zijne eigen overwinning geloofd, en hij had zich daarin juist zooals in de gevoelens van Wilhelm II vergist. Prins Bülow vertoeft gelukkig nog in dit veelgesmade tranendal, en hij ziet nog de ontwikke- m- zijn on- aan de vereeniging tot ontwikkeling van den land bouw in Holland's Noorderkwartier en den bond van zuivelfabrieken in Noord-Holland voor de te Hoorn te vestigen vakschool voor kaasmakers voor elk der ja ren 19101912 500 subsidie te verleenen; ten behoeve van de voltooiing der herstellingswer ken van de Groote of Sint-Bavo kerk te Haarlem, ter beschikking van kerkvoogden der Nederduitsche Her vormde Gemeente aldaar, in de kosten der daartoe alsnog vereischt wordenden werken, welke in een tijd vak van acht jaren zullen worden tot stand gebracht eene bijdrage te verleenen van ten hoogste 16.000, betaalbaar in achtereenvolgende jaarlijksche termijnen van 2000, te beginnen met het jaar 1910, mits over elk dier jaren door het Rijk 5000 en door de ge meente Haarlem 1000 worde toegezegd of beschik baar gesteld. aan de afd. Hoorn der Holl. Maatscli. van Landbouw een crediet. te openen van hoogstens 500 tot dekking van een eventueel tekort van de in Sept. 1910 te hou den landbouwtentoonstelling; Ingediend is de begrooting van de provinciale komsten en uitgaven dienst 1911. De eindcijfers 2.138.044, waaronder een post van 35.255 als voorziene uitgaven. Van het batig slot van de rekening over 1908 is nog 74.681.354 over. Het oorspronkelijke saldo was 152.006.341/",, maar verschillende gelden zijn daarvan •ui op andere posten overgeschreven. 12 opcenten op de hoofdsom der belasting op de gebouwde eigendommen worden geraamd' op 291.447.12 opeenten op de onge bouwde op 86.409.11 opcenten op de hoofdsom der personeele belasting zijn geraamd op 314.419. Het bedrag der provinciale schuld was op 1 Januari 1911 4.566.0000, de rente dezer leeningen is verschil - 1,'ud, n.l. 3, 372 en 4 Aangeboden is de rekening over 1909 van 't provin ciaal krankzinnigengesticht „Duin-en-bosch." De ra miög, bedroeg 160.000, uitgegeven is slechts 106.391.86, omdat het gesticht later is geopend, clan eerst vermoed was. De begrooting- voor 1911 van het gesticht sluit met een bedrag vjin 286.141. Het tekort op de exploita tie-rekening wordt op 30.000 geschat, welk tekort de provincie moet dekken. De rekening over 1909 van het provinciaal krank zinnigengesticht „Zwanenburgwal" te Amsterdam, sluit met een bedrag van 35.965. De uitgaven waren geraamd op 32.250. Voorgesteld wordt over te gaan tot wijziging van het bijzonder reglement van bestuur voor de banne N oord-Scharwoude. Artikel 5 van genoemd reglement zal dan luiden: „Het grondbezit, voor de stemgerechtigdheid ver eischt, wordt bepaald op één hectare; zullen hij, die meer dan 5, doch niet meer dan 10 hectaren heeft, twee stemmen; die meer. dan 10, doch niet meer dan 20 hectaren heeft, drie stemmen, en die meer dan 20 hectaren heeft, vier stemmen hebben." 1 Op de oorlogsbegrooting voor het jaar 1911 is een post van bijna 7 ton gebracht voor verbetering der officierstractementenvoor alle wapens wordt de be zoldiging gelijk gemaakt met die voor de ptficieren der genie. (-^-VP-) DE KRUPP-COMMISSIE. De „Avp." meldt, dat de Krupp-commissie met haar arbeid is gereed gekomen. Aan het verslag zijn geen afzonderlijke nota's toegevoegd, zoodat er, volgens het blad, alle grond is om te verwachten, dat de conclusies niet ten voordeele zijn van de firma Krupp. gem NIEUWS. PIET PAALTJENS' NAGEDACHTENIS GE-' HITLDIGD. Bij gelegenheid van de Lustrumfeesten te Leiden is gisteren door eenige tijdgenooten van Frangois Ha verschmidt (Piet Paaltjens) een souvenir aangeboden, dat in de collegekamer de herinnering zal bewaren aan dien verdienstelijken oüd-Leidschen student. Ds. Dyserinek bood als voorzitter der commissie verder bestaande uit de heeren dr. O. J. Vaillant en P. Bril- lenburg (Schiedam), mr. W. van der Kaay (den Haag) en mr. A. van Wessem (Tiel) met een zeer fraaie rede een medaillon aan het collegium aan, dat Piet Paaltjens vereeuwigt bij de bestuurderen dei- studenten. „Een eenvoudige plechtigheid brengt ons, zoo zeide r„ hier te zaam ter gelegenheid van liet 67ste lustrum der Leidsche universiteit. Zij geldt (le .be stendiging der nagedachtenis van onzen Frangois Ha- verschmidt en van Piet Paaltjens, wiens zaakwaarne mer hij zich bij voorkeur noemde. Alleen de oudsten uwer zullen zich herinneren, hoe hij als student van Erieschen bloede, fier en onafhan- ;e!ijk van gemoed, met den bijnaam van Haas om zijne snelvoetigheid uit Leeuwarden meegebracht een der beminnelijkste en meest beminde zonen onzer Alma Mater is geworden. Met volle teugen heeft hij de vrijheid en de weelde van den studententijd genoten, de levenslustige jongen met dat fijnbesneden gelaat, die geestvolle oogen en dien ondeugenden glimlach om de lippen. Werd die zelfde studententijd door hem niet genoemd de tijd der dwaasheid, de tijd van den kluchtigen ernst, de tijd der beginselen van het zelfstandig onderzoek, de tijd der rijpwording van het karakter, de tijd der groote genietingen, groote verzoekingen, groote deug den; de tijd der dikke stokken, zeldzame petten, nog zeldzamer hoeden, de tijd der hooge rekeningen,be nauwende examens, schitterende promotiepartij dj es, de tijd van het Io vitat? Vervolgens schetste spreker Piet Paaltjes als jolig student, die op zijn tijd aan gezette studie zich wijdde, als dichter, die fijnheid van geest, gezond gevoel, ver rassend vernuft en meesterschap over onze taal bezat, en -deed uitkomen hoe zijn fijn besnaard en teer ge moed, zijn diepvoelende natuur voortdurend in botsing- kwamen met de koude, wreede werkelijkheid in de maatschappij, en hoe hij als trouwe pastoor uitmuntte door evangelieprediking en zieken- en armenzorg. De nagedachtenis van zulk een man, wiens karakter als student hem de sympathie en wiens smetteloozc wandel hem dc achting zijner medestudenten deed verwerven, zoodat hij in zijn zesde en laatste jaar nog tot praeses van het collegium werd benoemd, worde, zeide spreker, in uw midden bestendigd. Eenige vrien den sloegen daartoe de handen ineen om in deze ver aderzaal een bronzen medaillon te doen vervaardigen met ITaverschmidt's beeltenis en profil door den Delftschcn hoogleeraar Odé. die eenmaal een leerling van Haverschmidt was. Een uwer oud-praesides, de latere minister van justitie, Mr. W. van der Kaay, heeft te Schiedam 23 Januari 1895 bij de geopende groeve, die het stoffelijk overschot van onzen vriend ontvangen zou, tot de af gevaardigden van uw Collegium naar waarheid ge zegd: „Haverschmidt had het Leidsche s'tudenten- I)E Zooals reeds is gemeld, heeft de heer TI. A. van Dalsum, onafhankelijk katholiek candidaat in het sta- corps 'lief omdat hij er voor een goed deel de hoop des vaderlands in zag voor een toekomst die beter is dan het heden. Moge dat corps hem die liefde vergelden door vele mannen voort te brengen zooals hij is ge weest." Met Piet Paaltjens eindig ik in de herinnering aan een tot hiertoe onbekend gedicht, dat ik voor een deel in proza teruggeef omdat het door den dichter zeiven niet voor den druk is bestemd geworden, een dicht waarin hij ons doet gevoelen, welk een heerlijk, bijna zeide ik in niet overdrachtelijken zin, welk een he-

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1