DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. BLOOKERS CACAO bTn n e n l a n b No. 180 Honderd en twaalfde faargang. 1910 WOENSDAG 3 AUGUSTUS. Handelsavondcursus Burgeravondschool te Alkmaar. tijdelijke leeraren DAALDERS FEUILLETON. Het nest van den sperwer. Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk ft,—. Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. kost slechts de helft van andere goede cacao. De prijs van een bus van I Kilo (twee pond) bedraagt f 1.50 (een daalder) K einere bussen naar verhouding. Noo t los verkrijgbaar. ALKMAARSGHE COURANT. aan de Voor de afdeeling Handelsonderwijs aan de Burger avondschool worden opgeroepen voor de navolgende vakken BOEKHOUDEN en HAKDELSBECHT, vermoedelijk 71 9 uren per week. 1 IA 1 k I .S4A K1 KIJ k S li l\I I. vermoedelijk 3 uren per week. ENOELS(!HE TAAL, en CORRESPONDENTIE vermoedelijk uren per week. Op eene belooning van f 1.50 per werkelijk gegeven lesuur. Inzending van stukken aan de Commissie van Toe zicht op het Middelbaar Onderwijs p.a. den Directeur der Burgeravondschool alhier, vtftfr of op den 10 Augustus 1910. De aandacht van belanghebbenden wordt gevestigd op liet bepaalde bij art. 25 laatste lid der Wet op het Middelbaar Onderwijs. ALKMAAR, 3 Augustus. In Spanje is de strijd met het Vatikaan thans be gonnen, nu de Spaansche gezant. Rome verlaten heeft. Het is wel merkwaardig, dat deze strijd ontbrandt op een oogenblik waarop, naar algemeen wordt aangeno men, de staats-secretaris Merry del Val en de Kardi naal Vivea-y Tuto'de politiek van den Heiligen Stoel leiden, daar beiden Spanjaarden zijn. Natuurlijk wordt er uit beide kampen een geheel verschillende lezing- van de opening der vijandelijkheden gegeven. In de X. Rott. Ct. van gisteravond vinden we een uiteenzet ting van clericale zijde. De correspondent van dat blad te Rome had n. 1. een onderhoud met een prelaat van hoogen rang en aanzien, die geacht wordt bij uitstek de buitenland- sche aangelegenheden van den Heiligen Stoel te ken nen. Deze zegsman stelde voorop, dat het Vatikaan van den beginne af aan bereid is geweest te onderhan- EEN ROMANTISCH VERHAAL UIT DEN TIJD VAN DE PURITEINEN DER 17de EEUW. door BARONES ORCZY, Schrijfster van: De Itoode Pimpernel, Ik zal ver gelden, Een zoon van het Volk, etc. 30) HOOFDSTUK XVI. f EEN CONFLICT. Onder het rumoer, dat onmiddellijk volgde op de sommatie van Lord Wal ter ton om te drinken op het heil van koning Karei en het spel te hervatten, wenkte Editha de Chavasse den Lloepelrok, die niemand an ders was dan de vrouw van den bankhouder Endicott, en die haar rechterhand scheen te zijn. Zij trok haar mee naar een hoek van de kamer, waar niets van heur samenspraak door anderen kon worden verstaan, van wege het rumoer en het gegons der muziek. „Is alles in orde, Madam?» vroeg Editha fluiste- rend. „Alles, Mevrouw!" antwoordde de andere. „Alles dus goed begrepen?" „Jawel" zei de vrouw, ietwat aarzelend,,, maar. ke lk h.et lnel u> Madam?" vroeg Editha trotsoli, de aarzeling opmerkende en er door ontstemd. „Mijn man acht de zaak te gevaarlijk." „Ik wist niet", was het driftige weerwoord, „dat ik bet oordeel van Mijnheer Endicott had gevraagd!" „Neen, dat niet," antwoordde Madam, nu ook drif- ig', „maar u had in deze zaak de hulp van mijn man gevraagden hij schijnt niet van plan te zijn, die te verleenen." delen, doch dat de heer Canalejas dadelijk onbehou wen is opgetreden. Vervolgens zeide hij o. m. „Het concordaat zegt dat de Roömsch-Katholieke godsdienst de eenig wettig erkende in Spanje is. De besluiten betreffende de godsdienstige orden vormen een hoofdbestanddeel in het nieuw te maken concor daat. Thans in zijn decreet geeft Canalejas aan de Protestanten want u begrijpt dat met niet-Katholie- ken geen Mohammedanen of Boedisten bedoeld zijn) een nieuwe, bevoordeelde positie, en doet daardoor het concordaat geweld aan. Met het toestaan van opschriften en andere uiter lijke teekenen op den openbaren weg, die de huizen, ceremoniën, riten, gebruiken en gewoonten, verschil lend van die van den Staatsgodsdienst, aanduiden, maakt men iets wettelijk veroorloofd1 wat reeds door ons sedert jaren oogluikend' was toegelaten. Het gaat hier echter niet om het feit, maar om het principe en dat principe is met het wettelijk toestaan geschonden. Op zoo'n manier kan het gebeuren dat een Protes- tantsch genootschap op zijn deuren een, voor de Ka tholieke kerk geleedigend opschrift, straffeloos plaatst. En dat in een land' waar de eenig erkende godsdienst de onze is. We hebben dus geprotesteerd, en weet u wat de verdediging is? Den openbaren weg, signore, daar bedoelt de heer Canalejas alleen de kei en mee, de straatsteenen waar je op loopt. Door dus wel aan deuren en huizen en muren borden, vlaggen, affiches, manifesten enz. te plakken en te hangen, en ze niet op de keien te leggen, daardoor wordt dus fei telijk niet eens het concordaat geschonden. Nu vraag ik u in gemoede, signore: wat moet men op zoo iets antwoorden Een paar dagen later kwam de heer Canalejas voor den dag met een decreet van 1902 dat. destijds, na pro test van het Vatikaan, onmiddellijk was ingetrokken. Het Vatikaan vestigde er de aandacht op, dat dit een geweldpleging was tegen het concordaat; het ant woord luidde, dat de regeering van een recht gebruik gemaakt heeft, waar het Vatikaan buiten stond en dat de heer Canalejas verder moest gaan dan zijn voorganger Maura, indien hij niet uitgelachen wensch te te worden. Geantwoord werd dat men meende te handelen met de regeering, niet met den persoon Ca nalejas, dat elk twistpunt tusschen de partijen, door deze gezamenlijk moet worden uitgemaakt, .dat echter de heer Canalejas geen punt van overeenkomst wenschte te zo-eken en dat het Vatikaan zich dus in de onmogelijkheid geplaatst zag, de onderhandelingen voort te zetten. De heer Canalejas is hierop met een derde wetsvoor stel gekomen, waardoor de congregaties onder de wet op de vereenigingen worden gebracht, terwijl er geen nieuwe broederschappen gesticht mogen worden voor dat de wet op de vereenigingen geregeld is. Dit komt volgens den zegsman hierop neer: Een Protestant mag krachtens het concordaat geen manifest van zijn geloof aanslaan. Maar Canalejas zegt hun: „Ga je gang, maak propaganda." Omgekeerd! krijgt een Ka- Waarom?" „Zooals ik reeds zeide.... hij vindt de zaak te ge vaarlijk." indt hij soms, dat ik te weinig voor zijn hulp be taal?" vroeg- Editha met een minachtend lachje. „Zeg- op, wat is het? Te weinig-, of te veel?" „Ie weinig èn te veel! Voor zóó weinig, wagen wij te veel,vooral van avond." „Hoezoo, van avond?" „Omdat na uw vertrek, ondanks al de moeite om liet huis onbewoond' te doen voorkomen, het altijd door de politie in het oog is gehouden. De agenten van den Lord Protector verdenken ons van avond recepties.en ik geloof dat zij dezer dagen wen- schen te zien, hoe de gasten zich bezig houden." „Welnu, wat zou dat?' zeide Editha onverschillig. „Zooals gij weet, hebben wij de laatste twee jaren hier niet laten spelenEndicott achtte het van avond ook hoogst gevaarlijk. Plotseling zweeg zij, want Editha, die zich afge wend had, keerde zich onverwachts om en keek haar vernietigend aan. if beteekent die bijzondere vrees juist voor vau avond vroeg zij gebiedend, als rook zij verraad. Waarom zegt gij: „van avond!".... Ik gelastte u van uit 1 hanet, het huis voor de receptie van heden avond in orde te brengenEn Lord Walterton, Sir James Overbury en al onze gewone bezoekers, voor zoover ze in dc stad zijn, stelden het op hoogen prijs, dat het lieve leventje weer begon. „Maar", zeide zij, de kamer rondziende, „mij dunkt dat wij van avond weinig echte spelers hebben." „Het ging moeilijk ze over te halen", antwoordde zij, met meer bangheid in haar stemgeluid! dan zij tot nu toe had laten hooren. „Zooals u weet en u zult her inneren, de jonge Squire Delamere pleegxle zelfmoord, en Lord Cooke doodde Sir Humphrey in een duel, na de ruzie die we hier hadden, toen de politie u gevan gen nam.... Ovei' den zelfmoord van Squire Dela mere en den dood van Sir Humphrey hebben leelijk'. praatjes geloopen. De oude Mevrouw Delamere, de moeder, houdt u, naar ik vermoed, aldoor in 't oog om tholiek, die met eenige vrienden een godsdienstig huis openen, wil, zelfs zich onderwerpend! aan de wet. op de vereenigingen ten antwoord: „Niettegenstaande de wet, verbied: ik het je." Verder werd de troonrede waarin gesproken werd van „despotieke onderdrukking" als een beleediging beschouwd. Met zoo iemand, aldus de prelaat, is niet te onderhandelen: „Canalejas is een figuur ongeveer als Combes on Clemenceau, journalisten van liet La tij nsche ras, met veel groote woorden en zonder opvoeding, zonder ma nieren. Zoo'n man minister maken is gelijk aan een docter in de astronomie tot cavalerie-officier te be noemen. Verwijt men hem zijn bruusk optreden, dan is hij verwonderd en meent nog in zijn recht te zijn, evenals een boerenjongen die op een diner een kip met zijn hand oppakt, vaneenscheurt en opkluift. Geef je hem een vermanenden wenk, dan vraagt hij naief: „Wat nu, mag ik die kip nu niets eens eten?" De slotvuurpijl is de terugroeping vau Ojeda ge weest, dat is de laatste en grofste vijandelijkheid. On ze nuntius gaat thans natuurlijk ook heen. Men wacht slechts tot Ojeda zijn officieele ontslagaanvrage bij den Heiligen Stoel heeft ingediend, wat eiken dag te verwachten is. „En daarna?", vroeg ik. „Ja, voorloopig blijven de zaakgelastigden en de gezantschappen worden dus niet gesloten. De Kamer is in Spanje met verlof, het politieke leven staat thans vrij wel stil. Wat echter met October te verwachten is, dut weten we niet." „Een algeheele breuk?" - „Wie weet wat nog in Canalejas' brein opkomt. We betreuren het gebeurde ten sterkste, doch meenen werkelijk te kunnen verzekeren, dat de fout niet aan onze zijde ligt. We zijn tot onderhandelen bereid ge weest, kwamen echter niet aan het woord." Het spreekt wel van zelf, dat deze voorstelling in het geheel niet klopt met die van andere zijde gegeven. Daar wordt betoogd, dat het Vatikaan op de beschei den hervormingsplannen van het ministerie slechts met stijven trots gereageerd heeft. De voorwaarden, welke aan de Spaaosche regeering gesteld werden, zijn zoo vernederend, dat nóch de koning, nóch de regee ring terug kunnen. Canalejas' houding wordt gepre zen om haar gematigdheid en voorzichtigheid, en daarbij wordt er vooral op gewezen, dat pogingen, om liet concordaat te wijzigen, door Rome al sedert jaren waren gerekt, zoodat. er moest worden ingegrepen. liet laatste staatsstuk, dat staatssecretaris Merry del Val uit naam van den Paus zond, droeg het karakter van een ultimatum en daarom heeft de regeering goed ge daan met haren gezant te gelasten Rome te verlaten. En dat deze redeneering ook door katholieken gedeeld wordt, bewijzen de volgende zinsneden uit een katho liek Spaansch blad, de Imparcial, die den heer Canale jas bij verschillende gelegenheden heeft bestreden. „Wij zijn zeer voldaan over de schorsing der onder handelingen, de afbreking van onze diplomatieke be- zich op ons te wreken. Het was beter geweest, als we nog wat gewacht hadden. Geen maanden, maar jaren moeten er verloopen, zal men ons en wat wij de den, vergeten.Zóó denkt mijn man er over, en ik ben het met hem ee.ns. Een schandaal, zooals gij van avond wilt uitlokken, maakt d'e spionnen wakker. misschien komt ook wel de politie er bij te pas.en dan sta de hemel ons bij, ook u, MevrouwGij, die ver van hier op het platte land leeft, gij kunt u niet voorstellen hoe streng de wetten thans gehandhaafd worden tegen dobbelen, wedden, vloeken en allerlei onschuldige vermaken. Verleden week nog zijn twee meisjes aan den schandpaal, door den beul gegeeseld, omdat ze, kijkend naar jongens die verstoppertje speelden, onder elkaar' hadden gewed, wie liet zou winnen.... En u weet, dat John Howthill twee uren lang te prónk heeft gestaan en zijn handen met een gloeiend ijzer zijn doorboord, omdat lnj in zijn her berg heeft laten dobbelen. U ziet dus, Mevrouw, dat ik in uw eigen belang sprak. Editha, die met kennelijken weerzin naar de lange tirade had gehoord, viel de praatzieke vrouw kortaf in de rede. „Jawel, Madam", zei ze kort en bondig, „mijn be lang is: dat ik gehoorzaamd' word door die ik betaal voor het doen van wat ik beveel. Gij en uw man heb ben hier vrije woning én honder twintig gulden voor iederen avond, dat ik receptie houd.Welnu, daar voor maak is gebruik van uwe diensten én naam, voor het geval dat een al te nieuwsgierige patrouille hier mocht komen kijken, of eenig schandaal ter oore van den Lord Protector mocht komen.... Tot nog- toe hebt gij een ongestoord renteniersleven gehad.... De minder aangename gevolgen van het laatste standje zijn op mij neergekomen, terwijl gij er zonder kleer scheuren af zijt gekomen. Nu stem ik toe, dat er van avond wel iets zou kunnen gebeuren.... maar daar betaal ik voor, en niet weinig! Die niet waagt, die niet wint!" „En als wij nu eens weigerden den waag op ons te nemen?" „Als gij dat niet doet, Madam, dan gaat gij met. uw trekkingen met den Heiligen Stoel en de houding der regeering, niet om die breuk zelf, maar omdat de na tionale eer het eischte. Wij, die ons aan de zijde van Canalejas zullen scharen zoolang hij niet van houding j veranderen zal, wij zijn Katholiek en hebben altijd ge meend dat het hier niet gaat om een godsdienstig pro- ces, maar veeleer om een nationaal probleem, waar van de onafhankelijkheid van het burgerlijk gezag af- hangt. Het is niet Spanje, het is niet haar regeering, j die de betrekkingen met Rome heeft verbroken, 't Is het Vatieaan dat den toestand, waarin wij geraakt zijn, heeft geschapen. Canalejas kon niet anders han delen." In bovenstaande uiteenzetting komen duidelijk bei de opvattingen uit, welke tot etiket konden dragen ..cultuurkamp in Spanje" eener- en „ochtendscheme ring in Spanje" andererzijds. DE INDISCHE LEGERCOMMANDANT. De Staatscourant van gisteravond bevat de benoe ming van generaal G. C. E. van Daalen tot comman dant van het leger en chef van het departement van oorlog i„ Ned.-Indië. DE BRUSSELSCHE TENTOONSTELLING. Uit Brussel wordt gemeld, dat Z. K. H. de Prins der Nederlanden ojj Zaterdag 6 Augustus des v.nr. om IOI/2 uur een bezoek zal brengen aan liet Neder- landsche Paviljoen op de Brusselsche Tentoonstelling. WIJZIGING DER ARBEIDSWET. De heeren Jan Oudegeest en Jan v. d. Tempel heb ben in hunne kwaliteit van voorzitter en secretaris van het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen een adres gericht tot de Tweede Kamer der Staten- Generaal inzake het ontwerp tot wijziging der arbeids wet, hetwelk thans bij de Staten-Generaal aanhangig is gemaakt. Met leedwezen wordt door lien geconstateerd, dat bij deze wijzigingen met de voornaamste eischen der georganiseerde arbeiders geen rekening is gehouden, zoodat ten opzichte van den arbeid van volwassen mannen niets wordt bepaald. De beperking' van den nachtarbeid voor vrouwon en jeugdige personen lang niet zoo ver gaat als van een wetsontwerp in de tegenwoordige tijdsomstandig heden mag worden verwacht en de beperking van den arbeidsduur der jeugdige per sonen, evenals de leeftijdgrens, waarbinnen deze tot de beschermde personen blijven gerekend, nog zeer veel te wenschen overlaat. redenen waarom adressanten de Kamer verzoeken alsnog wijzigingen in de wet aan te brengen, waar door worde verkregen: le. een wettelijk vastgestelde 10-urige arbeidsdag als maximum voor alle volwassen mannen, 2e. afschaffing van allen nachtarbeid, welke door den aard van het bedrijf niet strikt geboden is,r 3e. een arbeidstijd voor vrouwen en jeugdige per sonen, die beperkt is tot de uren tusschen 7 uur voor middag en 5 uur namiddag. 4e. een verbod van arbeid voor vrouwen op Zaterdag middag en gedurende 8 weken direct vóór en 11a de bevalling, man terug naar het hol, waar ik u uit opgepikt heb, en binnen een maand óf drie zal ik dan zeker de sa tisfactie hebben, u beiden onder behandeling te zien van den beul met zijn kat." „Ik wil niet ontkennen, dat we daar kans op heb ben, maar. één woord van mij, en gij gaat het lad dertje op!" ..Bah! Geen mensch zou u gelooven.... maar wat zou het u nutten, indien ik met u ten gronde ging?" „Daar we den dans dan toch niet kunnen ontsprin gen, na het werk van vanavond1...." zuchtte de vrouw. „Maar waarom zijt ge nu zoo zwaar tillend. De Lord Protector denkt nu wel niet meer aan ons, geloof dat gerust!.,.. E11 de patrouille heeft immers nog nooit weer aan onze deur geklopt.... Mij dunkt, Mad am", liet Editha er beteekcnisvol op volgen, „mij dunkt, dat uw belang meebrengt, te doen wat ik. u zeg „Ik wil met u geen ruzie maken", zei Madam Endi cott, die blijkbaar haar laatste kruit had verschoten, en reeds lang had begrepen, dat heur beider belang vredig samengaan vorderde, zeker geen twist of schei ding gedoogde. „Alles is dus afgesproken!" zeide Editha, niet ge veinsde tevredenheid, „Ik reken dus op uw man en op Zijn handigheid verzekert mij het welgelukkén van hetgeen hij van avond moet doen.... Denk er aan, Madam, ik verlaat mij op u." Misschien had Madam Endicott nog wel wat in het midden willen brengen, maar zij gaf het op. Wel lie pen zij gevaar, maar wat hadden zij nog meer te ver liezen!? Een twijfelachtig bestaan, afhankelijk van allerlei hoogst strafbare daden, had hen vrijwel onver schillig en roekeloos gemaakt. Al wat zij verlangden, was goed betaald te worden voor het gevaar, verbonden aan wat zij zouden onder nemen. Met den schandpaal hadden zij genoegzaam kennis gemaakt, 0111 daar niet bang meer voor te zijn. En er waren in die dagen zooveel verbodene amuse menten, die verkleeding meebrachten, dat volk als En dicott en zijn vrouw er gemakkelijk doorslipten. Wordt vervolgd.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1