DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Gemeenteiljke Burgeravondschool Ambachtsschool, Avondschool voor Handwerkslieden, No. 189 Honderd en twaalfde Jaargang. Zaterdag 13 Augustus 1910 Inschrijving van Leerlingen Handelsavondc&irsus aan de Burgeravondschool met 4-jarigen cursus Alkmaar. Avondcursussen FEUILLETON. Het nest van den sperwer. De Brusselsclie Tentoonstelling. I Uit school en huis. ieder met 2-jarigen Cursus, te ALKMAAR. in het Schoenmaken, Behangen en Stoffeeren en voor Gezellen in het Kleedermskersvak. l ALKMAARSCHE COURANT. met daaraan verbonden aan bovengenoemde inrichtingen voor den cursus 1910/1911 zal jdaats hebben op Donderdag 18 Au gustus voor leerlingen van den vorigen cursus en op Vrijdag 19 Augustus voor hen, die de school voor het eerst wenschen te bezoeken, telkens des avonds van 79 uren, in het gebouw der Burgeravondschool. Zij, die een bewijs kunnen overleggen, van met vrucht het lager onderwijs aan eene openbare of bijzondere school genoten te hebben, worden van het vêreischte toelatingsexamen vrijgesteld. Het schoolgeld bedraagt f 5.— per leerling, f 2.50 voor wien dit te bezwarend is en geheel vrij voor hen die geen schoolgeld betalen kunnen, ter beoor deeling van Burgemeester en Wethoude.s, Voor zoover er plaatsruimte is, kunnen oud-leerlingen die aan het einde van den vorigen cursus het diploma ontvingen, en leerlingen uit omliggende gemeenten de laatste tegen het hoogste schoolgeld -worden aangenomen. Tevens wordt nog medegedeeld, dat zij die meer dan tweemaal in de maand zonder noodzaak de lessen verzuimen, van de inrichtingen kunnen worden ver wijderd. Ouders en voogden gelieve hiervan goede nota te nemen. De Directeur, II. VAN DER HEIJ. te AL.KMAAR. Inschrijving van leerlingen, (jongens en meisjes), ook die van den vorigen cursus, aan bovengenoemde inrichting, zal plaats hebben op Dinsdag' 16 Augus tus 1910, des avonds van 79 uren, in het ge bouw der Burgeravondschool alhier. Zij, die een bewijs kunnen overleggen van met vrucht lager onderwijs aan eene openbare of bijzondere school genoten te hebben, worden van het vereischte toela tingsexamen vrijgesteld. Het schoolgeld bedraagt f 5 per leerling, f 2.50 voor wien dit bezwarend is en geheel vrij voor hen, die geen schoolgeld betalen kunnen ter beoordeeling van Burgemeester en Wethouders. Voor zoover er plaatsruimte is, kunnen leerlingen uit omliggende gemeenten tegen het hoogste school geld worden aangenomen. Het onderwijs zal omvattenBoekhouden, Handels recht, Itekenen, Handelsrekenen, Handelsaardrijkskun- de, Nederlandsche, Engelsche, Duitsche taal en schrijven. De Directeur, H. VAN DER HEIJ. De inschrijving van leerlingen en gezellen, ook die van den vorigen cursus, in bovengenoemde vakken, zal geschieden op Woensdag 17 Augustus a.s., des avonds van 79 uren en op Donderdag 18 Augustus a s., des namiddags van 24 uren, in het gebouw der school. De Directeur, H. VAN DER HEIJ. EEN ROMANTISCH VERHAAL UIT DEN TIJD VAN DE PURITEINEN DER 17de EEUW. door BARONES ORCZY, Schrijfster vanDe Roode Pimpernel, Ik zal ver gelden, Een zoon van het Volk, etc. 39) „Zwijg!" gebood! Sir JJarmaduke, die: terstond den bijna bovennatuurlijken indruk opmerkte van Lambert's hoogen ernst en machtige getuigenis, op alle aanwezigen. Zelfs Segrave zweeg .en stond als verslagen, terwijl allen luisterden, onwillekeurig buigende voor de on miskenbare stem der waarheid en onschuld, die van den verongelijkte uitging. „Neen! Ik zwijg niet!" antwoordde Lambert op Marmaduke's bevel. „Ik ben beschuldigd. ik heb het recht om te spreken. Gij hebt mij eerloos ge noemd. ik heb het recht mijn eer te verdedigen. En nü wil ik dit huis verlaten," vervolgde hij luid en vastberaden, „want het is vervloekt en verfoeielijk slecht. maar Godi is mijn getuige dat ik het ver laat, zoo onbevlekt als iemand! uwer kan zijn!" Hij wees naar de noodlottige tafel, waarop een op gestapelde hoop goudstukken naast zijn leeren beurs met dé. vijf kroonen lag. „Daar ligt het geld,zeide hij, tegen Segrave sprekende. „Neem het, Sir, want ik ben nooit van zins geweest er een penning van te nemenDat zweer ik bij al wat mij heilig is! Neem het zonder «chroom en vreeze, ofschoon gij leelijke dingen van mij hebt gedacht. en laat hij die mij nog voor een dief houdt, het mij in mijn gezicht zeggen als hij durft Juist toen hij dit laatste gezegd had, werd! er luid! op de deur geklopt en zei een bevelende stem: „Doe open! In den naam van Zijne Hoogheid, den Lord Protector vau Engeland!" Rij de doodsche stilte, die nu volgde, had men het gonzen eener mug en het flikkeren eener kaars kun nen hooren. (Particuliere correspondentie). XVI. Brussel is een merkwaardige stad. Kom je uit Am sterdam dan is het een wereldstad. En kom je uit Pa rijs, dan is het een wat leeg© provinciestad, een na- maak-Parijs, terwijl dan daarna Amsterdam weer een geheel aparte groote stadi is. Gelukkig voor de Belgen komen! de Hollanders in den regel uit Holland. Dubbel gelukkig kunnen zij niet van de Parijsche tentoonstelling naar de Brussel sclie komen. Want dan zou èn van de stad! èn van de tentoonstelling dat pikante verdwijnen, dat er juist voor den Hollander in dat ietwat Fransche ligt. Nu is er dat pikante in ruime mate. Hoogere bur gers en gymnasiasten, cliei hun" eind!-examert gedaan hebbeir of doen zullen, student zullen worden en, met de fantasie der jeugd eigen, dus1 al student zijn, hou den er bespiegelingen over de deugd! der Fransche vrouwen, speciaal der niet-Nederlandsche vrouwen, die hier op de tentoonstelling aanwezig zijn. En laat ik het maar dadelijk zeggen, voi che entrate lasciate ogni speranzaop deugd. De heeren een paar dagen geleden1 hoorde ik ze in de bodega op de Nati- ënstraat hadden geweldige ervaringen gehad. Het klonk als in een realistischen Hollandschen roman van een jaar of tien geleden. En het werd' gezegd met Hollandsdhe rondborstigheidl en openhartigheid. Als er Ilollandsche dames in de buurt hebben gezeten. maar er zaten een te oud heer met een knappe te jon ge vrouw, eenige van die onbestemde gestalten, die je in België HQoit thuis kan brengen, die1 druk met por tefeuilles rondloopen, iedereen kennen, geweldig veel praten, nog veel meer handengeven en ons het zal aan onze Hollandsche soliditeit liggen altijd den indruk geven van chevaliers d'indhstrie. Maar zóó veel van die chevaliers zal je toch niet in België vin den. Bovendien zaten er nog een drietal Belgische fami lies, die misschien ILollandsch verstonden, maar cham pagne dronken en er veel te „net" uitzagen om te doen blijken, dat ze verstonden wat de jongelui zei den. En het was maar goed ook, dat zij zoo net waren. Want net waren die heeren aller-, allerminst. En op snijden! Een had er, dunkt ons, van een niet on knappe juffer sigaren gekocht. „Mademoiselle, vou- lez vous me donner. enz." Maar o wee, wat was die onschuldige daad van sigaren koopen, die onschul dige vraag g'eworden in de herinnering dezes jonge- lings. En toen die eene jongeling van sigaren koopen iets zoo verleidelijk-Eransch-slechts hadl gemaakt, toen wilden de anderen ook toonen, dat zij de dames der tentoonstelling in hun zak hadden. En! daar ging het. Wie zei dat het Hollandsche volk geen verbeeldings kracht had! Intusschen: van het goede te veel verveelt. Een discrete aanwijzing mijnerzijds dat ik d'e heeren ver stond, hielp niets. In1 Italië kan je met een beschei den gefloten Piet Heintje een innig gelukkig maar wat al te openhartig 1 andgenootelijk paartje een gloeiende kleur op het aangezicht! jagen en vervolgens het terras doen verlaten. Maar Piet Hein had- hier geen effect en dus lieten wij onze land'genooten onbe waakt achter en togen met nieuwen moed de tentoon stelling in, niet zonder ons voorgenomen te hebben onze landgenooten toch nog eens uit te noodigen voor zichtig te zijn. Hollandsch is niet netjes in België; het staat niet het te verstaan,, maar duizenden-, die er uitzien en doen alsof zij het niet verstaan, begrijpen het toch. En wij togen eerst naar België. Doch naarmate men langer op een tentoonstelling is geweest, begint zoo iets meer te vervelen. Zeker België komt er. heel mooi, bijna Fransch voor den dag. En in sleehts enke- Ie gevallen is het een tikje te mooi. Maar er is te veel en te veel van liet oude bekende. Eerst maakt de on- aangesneden taart, die- is een nieuwe tentoonstelling voor den verschen bezoeker, een lekkeren, feestelijken, ongerepten indruk met al die vlaggen en sierlijke en mooie étalages en deftige uitstalkasten. Doch voor ons is de taart aangesneden. De vlaggen, de étala ges, de uitstalkasten zijn bekend en rekenen dus niet Op het zelfde oogenblik dat de gebiedende stem werd gehoord, verstomden alle roerige stemmen binnen de kamer. Geen gelaat dat niet verbleekte. Menige man nenhand greep naar den degen, terwijl kanten zak doeken haastig tegen de lippen werden gedrukt om een verradelijken kreet te smoren. „Doe open de deur! In den naam van Zijne Hoog heid deri Lord!' Protector van Engeland!" Mevrouw Endicott was waskleurig bleek geworden. Haar man vatte haar pols als in een* schroef, om eene angst-uiting te voorkomen. En voor de derde maal werd er gesommeerd!: Doe openIn dén naam van den Lord Protector van Engeland!" Het was doodelijk stil in de kamer. Alleen was- de zware stap te hooren van Endicott, die de deur ging ontsluiten. Verzet zou als oproer met den dood1 worden ge straft. 0°k zou de deur bij den eersten kolfslag open gevlogen zijn. Een twaalftal vrouwen-kreten weer klonken en alles vloog naar de tusschendeur. Maar die was gesloten! en! dicht gegrendeld. Sir Marmaduke was er heimelijk door geslopen, in) het eerste oogenblik van algemeenen schrik. Had men er den tijd voor gehad, dan zou er een he vige aanval op den toegang tot de achterkamer ge volgd zijn, maar reeds had! de man, in leeren kamizool, met stalen helm en ringkraag, Endicott op zij gescho ven, die het binnen komen door de geopende deur wil de beletten. Deze man ging nu naar het midden van de kamer, terwijl een paar op militairen gelijkende, stevige kna pen in de deur de wacht hielden. „Dat niemand trachte de kamer te verlaten!" luidde het bevel. „Hier, Bradden," zeide hij, naar zijn mannen terug gaande, „neem Pyott mee, en doe onderzoek in de volgkamer. neem daarna die kaarten en dobbelsteenen, zoo mede dat geld in beslag." Het leek er niet op, dat deze heethoofdige cavaliers zich zonder verzet de confiscatie van het geld en hun ne arrestatie zouden getroosten. Nauwelijks toch had de gehelmde man dit bevel gegeven, of een dozijn klingen werden getrokken. De vi ouwen gilden en vluchtten als verschrikte hen- mee, evenmin als de vrachtjes en het suikergoed en het oplegsel van de taart. Blijft het deeg. En om een goed idee van het deeg te hebben, moet je pastei bakker zijn of gelijk ini dit geval -dameskleerma- ker, chocoladefabrikant, likeurstoker, leer handelaar, wapenfabrikant, giststoker, juwelier, mattendeskundi- ge, kruidenier, fotograaf en dentiste. En eerlijk ge- zegr, wij zijn niets van dit alles. Wij moeten dus aannemen, dat advocaat inderdaad altijd alleen van dooier wordt gemaakt en dat dus de ze Belgische fabrikant, die ook het eiwit gebruikt en beweert dat hij zoo iets- heel bizonders doet en prach tige resultaten bereikt, gelijk heeft. Trouwens; prach tige resultaten voor zijn portemonnaie bereikt hij wèl. Wij hebben nooit geweten, dat zooveel menschen van advocaat hielden. Ook bewonderen wij met stille aandacht de étalage van de Belgische gist-irudustrie, zonder er veel meer van te begrijpen, dan dat wij hier voor het zeldzame geval staan, dat Nederlanders een groot aandeel hebben in een buitenlandsche indhstrie (als men ten minste niet aan Steels of Amerikaan- sche sporen denkt). De Nedellandsche Gist- en Spi ritusfabriek te Delft is hier met twee Belgische fa brieken mede-exposant. Ginds rijst een amphitrea.trisch oprijzende matten- étalag-e. Over dé kwaliteit hebben wij geen oordeel, doch de étalage is goed. Elders ia de Belgische Munt herinneringsmunten aan het slaan. Onze Holland sche begrippen van deftigheid en soliditeit werden he vig geschokt door het idee: de deftige Munt op een wereldkennis. Maar de juffrouw van de Munt gaf ons het „even gemoed" terug, dat wij op zulke mo menten moeten trachten te behouden volgens1 het voor schrift van ILoratius. De Munt was niet heel erna al een staatsinstelling. Hier hebben wij o. a. ook onzei eigen munten be wonderd en gestaard op een moderne gouden munt met een Mars en de beroemde spreuk „Concordia res parvae creseunt", die gezegd! werd! hier in Nederland gebruikt te worden, doch die we nog nooit gezien had den.' Zoude er dan een gouden munt zijn nog zeldza mer dan ons gouden Willempje? Doch gelukkig herin nerden wij ons, dat voor Indïë die; oude munten nog worden aangemunt en veronderstellen wij dus dat Ne derland Nederlandsch-Indië moet zijn. Behalve onze munten kan men op de tentoonstelling ook ons bankpapier bewonderen. Doch dan bij ons thuis, in de étalage van dé firma Joh. Enschedé en Zonen, die hier bizonder mooi voor den dag komt, keurig netjes en degelijk en met cachet. Daar vinden onze begeerige oogen de bankbiljetten, netjes opge plakt en de Nederlandsche postzegels, die dezelfde fir ma drukt en mooie effecten. En naast de Nederland sche bankbiljetten vinden wij er met groote vreugde Braziliaansche, naast de Nederlandsche postzegels de Transvaalsche, die helaas niet meer gebruikt worden, Luxemburgsché en Perzische. Doch ook overigens is de stand' der bekende Haarlemsehe firma, die! in den catalogus een reeks bekroningen heeft als geen ande re, een bezoek overwaard. Over het geheel trouwens is hier de Nederlandsche druk-industrie waardig ver tegenwoordigd. Er is heel mooi werk van de Utrecht- sebe drukkersfirma IJ. A. M. vau Hoffen, van Corn. Immig en Zonen, Ipenbuur en1 Van Seldam, Lankliout, Mouton en Co., en Senefelder. Mogen er in deze rij ook nog enkele namen ontbreken, over liet geheel is het Nederlandsche drukkers-bedrijf, dat nog altijd óp de wereldmarkt een. uitstekenden naam heeft, hier niet beneden zichzelf gebleven. De expositie is zoo mooi als waartoe deze naam verplichtte: en ook .de leek kan er werkelijk veel genieten. Wij noemen bier nu nog- de reproducties van schilderijen van S. Bak ker Jzn. te Koog-Zaandijk, boekbanden en drukwerk van G. P. Tierie te Den Bosch. Blikman en Sarto- rius exposeeren hier hun losbladig' koopmansboek, een weld a a dl voor den koopman, die gaarne; zijni boeken goed en netjes houdt, terwijl de heeren Betlem en Hermsen te Arnhem ons hectografische wonderen too nen, welke met hun apparaat „De: Everinck" te bercf- ken zijn. Men kan hier zelfs teekeningen hectografee- ren, wat op deze, een ongeduldig mensch licht ner veus makende, machine anders zeer zeker niet moge lijk is. Ook interessant is overigens de inzending van den Nederlandschen boekhandel in het merkwaardige Ne- nen, naar een hoek van de kamer, om vooreerst buiten het bereik der*soldaten! te zijn; de mannen vormden terstond een bolwerk ter dekking. Heel heldhaftig leek het, maar het beteekende wei nig. een troepje leegloopers, betrapt op Ijet verbo den spel, en bedreigd! met arrest. De vonnissen zou den nog al meevallen voor de bezoekers; geldboeten misschien, die de meesten!. niet konden' betalen, en op zijn hoogst. een nacht arrest in houten kooien, aan de Theems opgesteld, om de adelijke Heeren een minder aangenaam nachtverblijf te verschaffen. In die dagen toch gold het verschil in stand bij de recht spraak niet. Een lord, die het verbod) van vloeken en dobbelen had overtreden, kwam er niet heter af dan een landloopèr, die een lamsbout uit een restauratie had gevendeld. In zeker opzicht waren de Lords er slechter aan toe, want zij beschouwden een' arrest, op bevel van Crom well, den Konings-moorder, al eens persoonlijk belee- dig'ing. Van daar dan ook, dat in een speelclub, waai' eenige hoog-adelijke jongelui voor tijdverdrijf zich be zig hielden met het geliefde spel, aanstonds de degens werden getrokken, wanneer zij in naam vah Zijne Hoogheid den Lordi Protector werden gesommeerd, onverschillig wat straf zij daarmee beliepen. De persoon die de Kapitein der patrouille, bleek te zijn, glimlachte eigfenaardig, toen bij die phalanx van adelijke» degens voor zich zag. Hij was een groote zwaar gebouwde man, breedgeschouderd en een knappe figuur in zijn uniform met rood!-geele galons) het ron de hoofd met dito stormkap, en met een gezicht dat van hardnekkigheid! en beslistheid; getuigde. Hij monsterde het hoogkleurige opgewonden troepje, alsof hij het wel aardig vond, nogthans lag er een spottende trek op zijn gelaat. Oh! hij herkende sommi gen op het eerste gezicht, want hij had vroeger ge diend bij de Lomdensclie militie; en hij had, bijvoor beeld, Lord! Walterton meermalen gezien bij allerlei amuzementen die nu door den Lord Protector waren verboden en Sir Anthony Bridport, een trouwe comparant in het Exeter-logement, en de jonge Lord Naythmire, de zoon van den President van het Ge rechtshof. Hij moest ook den jongen Segrave gezien hebben; wiens vader lid was geweest van het zooge naamde Lange Parlement onder Koning Karei. Het derlandsehe gebouwtje, Paviljoen op den Dijk gehee- ten, dat in zijn eenvoud (het was aanvankelijk minder eenvoudig ontworpen) fn deze paleisomgeving' ietwat Bataviersch doet, maar juist daarom dan ook buiten gewoon geschikt is voor het Algemeen Nederlandsch Verbond, dat er op groote kaarten de beteekenis der Nederlanders voorheen en thans in beeld brengt en er nu laatstelijk weer de oudste Nederlandsche Couran ten heeft neergelegd, die even interessant zijn als de allernieuwste. Lateii de lezers een bezoek aan dit dubbel vadterlandsche paviljoen niet vergeten, indien zij ter tentoonstelling komen. Maar gaan wij, den uitstekenden .catalogus vol gend, nu nog even terug om de boekbanden te bewon deren (o. a. van Berhadina Mid'derigh-Bokhorst te Vlaardingen- moeten er mooie zijn).. Alleen op het gebied der fotografie laat diezelfde catalogus ons even in de steek. Hier is1 de nummering van de wer kelijkheid en van den catalogus niet dezelfde. Er is heel mooi fotografiewerk bij. Wij noemen slechts een paar inzenders, onzen lezers wellicht bekend: P. Clau sing Jzn. te Haarlem; IJ. J. Lamminga te Zwolle; A. S. Weinberg te Groningen en J. Meijer te Meppel, al len met portret-studiën, en landschappen van B. Zweers te Haarlem. Nn nog autochromes en natuur-historische foto's (o. a. van D. van Heek te Hengelo; Stephan te Utrecht; R. Tepe te Bloemendaal, em E. van Waege- ningh te Breda) en ook deze afdeeling is doorwan deld. Op onzen aftocht komen wij Pu nog langs de expo sitie van den welbekenden instrumentmaker F. On land van de Kasteele tei Utrecht, die zijn mooie, fijne instrumenten tentoonstelt en langs de Hollandsche Cremona-strijkinstrumenten van dr. G. J. van Leeu wen en nu maar weer gauw naar de Natiënstraat. Het is nog vroeg genoeg. Wij zijn nn net moe ge noeg' om met succes menschen te gaan zien zonder er gernis- te hebben over eigen, luiheid. En dë Holland sche jongelui zullen wel weg zijn: nieuwe conquêtes maken. (Wordt vervolgd). Nog sluim'ren zorg en zielsverdriet. Stil, morgenwindje, wek hen niet. Er zijn in den laatsten tijd een aantal boeken ver schenen onder den titel: „Wat dienenvan te weten?" I)e lezer weet wel, welke boeken ik bedoel en zal het, indien hij er een of meer van heeft' gelezen, met mij eens zijn, dat hun inhoud vrij sober is en de stof zeer schroomvallig' wordt voorgediend. Dat sobere en schroomvallige laat zich wel verklaren ook. Tot de populaire kennis, welke men- tegenwoordig meent te moeten verspreiden, behoort ook de wetenschap van zekere zaken, den mensch zeiven betreffend, van het menschelijk lichaam en wat wij hier moeilijk nader kunnen aanduiden. Wie met zijn tijd mee wil, moet nota nemen van alles wat zijn tijd produceert. Al ach ten wij deze stof voor onze rubriek ongeschikt, wij willen belangstellenden toch mededeelen, dat. Dr. de Vletter te 's-Gravenhage volgaarne inlichtingen ver schaft. j Ouders, die in dubio staan, of ze hun bijna volwas- I sen kinderen al of niet zullen inwijden in zaken, die l volgeus sommigen „elk kind, dat geen kind meer is, dient te weten," kunnen van Dr. De Vletter zoowel het pro als het contra vernemen. Ik ga: nog iets ver der en vertel, dat er in de residentie een vereeniging met dat doel bestaat, die lezingen', voordrachten e. d. voor ouders en half volwassenen organiseert. Ook daar omtrent kan men aan het genoemde; adres inlichtingen verkrijgen. Terloops- merken wij nog op, dat Dr. De Vletter aan de pro-zijde staat, Ons meermalen uitgedrukt verlangen om het kind kind te laten blijven zoolang mogelijk, sluit niet in, dat wij het kind onkundig zouden laten van allerlei dingen, die het weten moet, zoodra het de maatschap pij intreedt. En al geven wij voor ons, het kind geen boeken met het genoemdé cachet in handen, wij vin den, dat er andere dingen zijn, die beslist met het kind moeten worden besproken. Om nu op ons onderwerp te komen, herinneren wij eenige hem onbekende gezicht was dat van den jongen man met zijn Gros de Naples kleedij, die iets ter zijde van de anderen stond! en het optreden der patrouille meer verwonderd! dan' bevreesd opnam. Lord Walterton, wiens hoogroode kleur meer van den wijn kwam dan van den toorn, zou voor al de an deren het woord doen. „Wie zijt gij?" vroeg hij eenigszins moeielijk, „en wat wilt ge?" „Mijn naam is' Cunning", werd' droogweg geant woord, „en ik beu de kapitein der politie van Zijne Hoogheid. Wat ik zou willen is: dat gij, heeren, geen weerstand' boodt, maar bedaard! met mij meeging, om u morgen te verdedigen bij den rechter Parry, wegens het overtreden der wet op het spel." Een luid en lang gelach volgde op deze beleefde sommatie, en een twintigtal adelijke schouders' werden opgetrokken ten teeken dat men er niet aan dacht te doen wat gevraagd werd. „Hoor eens wat die man durft zeggend" was de overmoedige uiting van Sir James- Overbury. „Mij dunkt, mijne Heeren, dat we. verstandig zouden doen met onze degens1 op te- steken en; dien man van de trappen te gooien; hoe denkt gij daarover?" „Mooi, mooi!" klonk de juichtoon der opgewonde- nen. „Er uit, man! We hebben geen lust om verder met je te redeneeren. zeide Walterton, op den toon van iemand die gewoon is den boer voor den heer te zien wijken, „en laat een van- je gezellen eens ko men aan wat hier in de kamer is, als hij durft!" De jonge I,ord' was1 een paar passen vooruit geko men, onr zijn bevel kracht bij te zetten. De vrouwen waren nog altijd' op den achtergrond, gedekt door een phalanx vastbesloten verdedigers, die, ziende dat de kapitein, zonder te antwoorden, stil bleef staan, zich gereed maakten de patrouille tot den aftocht te dwin gen. Endicott en zijne vrouw hadden het beter gevonden, wat acbtewif te blijven de eerste, die door Cunning op zij was geschoven, had zich voorzichtig achter de vrouwenrokken verscholen. (Wordt vervolgd.)

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 5