DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. "Wiwmwm' 1910. 27 AUGUSTUS. Gemeentelijke Hoofdcursus te Alkmaar. cursus voor hoofdakte Uit schooi en huis. Hef nest van den sperwer. BINNENLAND. No. 201 Honderd en twaalfde laargang. Schaakrubriek. Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk fl, Afzondei lijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. ZATERDAG Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. [clat; FEUILLETON. 'mm' 'mm HH Mi.Mm 'W§ 1 COURANT tl A VIS Belanghebbenden wordt medegedeeld, dat de in de gemeente ALKMAAR zal aanvangen Woensdag 7 Sept. *s avonds lialf" zes, in een der school lokalen op de Gedempte Nieuwesloot. Nadere inlich tingen worden gaarne verstrekt aan hen, die den cursus van 1910/1911 willen volgen door den directeur, den Heer J. MEDEMBLIK, te Ursem. DE SCHOOLMEESTER VAN WELEER. I. „Wij kunnen hem ons niet meer voorstellen, den schoolmeester uit de vorige eeuw, zooals hij daar xxe- derzat achter den hoogen lessenaar met de gebloemde japon om de leden, om het midden door een hoogkleu riger gordel vastgestrikt, met* het kalotje op het hoofd, den ganzenveder achter het oor en een plak ol' roede, als de teekenen zijner waardigheid1, in de hand. V ij hebben ze niet. gekend, die achtbare en wijze man nen, met de krulpruik en den punthoed er boven, zoo als zij, in het deftig zwart gekleed', zich in het gevoel hunner waardigheid naar de kerk begaven om daar „voor het bordje" der gemeente uit de H. S. voor te lezen." Aldus ving Je heer J. Honing ook al in de vorige eeuw zijn studie aan over Scholen en Schoolmeesters uit vroegeren tijd. Wij wenschen de herinnering aan die achtbare en wijze mannen te doen herleven en ne men: daartoe Honing's studie eni het Handboek voor Onderwijzers ter hand, dat in 1597 door Mr. Dirck Adr. Valcoogh, schoolmeester te Barsingerhorn, werd uitgegeven, onder den titel: „Regel der Duitsche Schoolmeesters, die parochiekerken bedienen, seer nut ende profytelijck." Valcoogh teekent ons den mester niet zooals hij is, maar zooals hij behoort te zijn en kiest daarom het woord regel voorschrift. In enkele trekken duidt hij de vereisehten om een goed schoolmeester te zijn, aan. „Hoort, ghy Schoolmeesters, ick zal u oorconden Wat deughden noch bij u behooren te syn bevonden. Ghy, die een Ghemeente dient, 'tl sy Dorp oft Stadt. Ten eersten moet ghy met gheen hoovaardy syn be Manierich en simpel gaen in u habyt en cleeden; Met alle Borgheren des plecksi houdende vreden; Gheen dronckenschap beminnen en noch overvloe [digh brassen; Stadich in school te sitten op de kinderen te passen; Met gheen lichtveerdigh Volck handel noch wandel [bedryven Wel geschickt te syn in lesen ende schryven; Weten te solfeceeren, op noten de Psalmen te sin [gen. De cloc te stellen, dat se de uren op haar tyt voort [bringen Die Kerck rein en suyver van binnen te houwen; Secretelyck syn gemeente te dienen met trouwen; Instrumenten, brieven, requesten leeren dichten; Schrifture doorgronden, om de menschen te stich tten Veel wereltsche affairen en handelinghe te laten; EEN ROMANTISCH VERHAAL HIT DEN TIJD VAN DE PURITEINEN DER 17de EEUW. door BARONES ORCZY, Schrijfster van: De Roode Pimpernel, Ik zal ver gelden, Een zoon van het Volk, etc. 81) „Dan heb ik aan het gezegde niets meer toe te voe gen, mijn waarde Lady!" vervolgde Skyffington, zich andermaal direct tot Sue wendende, en zijn magere handen, met wijd-spannendé vingers op de bundels loggende. „Hier zijn al de genoemde en u getoonde papieren en documenten, vertegenwoordigende eene waarde van ruim zes millioen gulden. Ik en Sir Mar maduke de Cbavasse, wij stellen u dat vermogen ter hand, en' verzoeken u deze acte van décharge te tee kenen. Hij sorteerde op nieuw de papieren en zag ze voor alle zekerheid in, ze aan Sue overhandigende naar de volgorde van de haar gegevene lijst, onderwijl de stuk ken bij name noemende „De eigendomsbewijzen der goederen in Holland hm De déposxto-quitanties van de Bank te Am sterdam, idem van de Bank te Weenen, De acte der monopolie van hennep- handel in Rusiand Dn zoo ging hij een poos door, onderwijl deze papieren ynn groote waarde overgingen in handen van een jong meisje, dat nauwelijks uit de armelijke voogdij was ontslagen. Sue volgde hem met de lijst voor-zich de stukken confronteerende, zwijgend en bedaard' juist zooals zij geweest was, staande deze conferentie' die hare meerderjarigheid tot een voldongen feit maakte. Geen blijdschap of ontroering teeken.de zich op haar Wlst c,at haar vermogen, zoo over-voldö'en- de voor het weelderigste leven, straks in andere han- Syn schrijftuigh op het lyf hebbende, als hij gaet [ter straten Met syn predicant dickwyls converseerende eel goede exempelen syn scholieren leerende; Acht hebbende op der Kercken goeden." Waarlijk, veel werd er verlangd van den man, die het ambt van onderwijzer wilde waarnemen. Het baart geen verwondering, dat hij buiten de school veel te zeggen had. Mr. Dirck teekent in zijn handboek aan: „Misdoen dc kinderen op eenige: wijze, dan moet hun slaghen en straffe geschieden." Geen ouder mocht zich tegen die lichamelijke straf fen verzetten. Evenwel de schoolmeester moest de kinderen niet „so sollen ofte stöoten, d'atse, bloeden of de leden breken." Het kind, dat pas op school kwam, werd niiet gesla gen, maar „als de tyt der oefeninge voorbij is; (2 maanden), dan volchen sachte hantplaxkens en prope re. grauwen." Als opzichter over de kerkelijke goederen oefende de meester buiten de school ook politiedienst uit. „Hij sal sorchen, dat de. Kerck niet wort beclat." Ten eersten sal hij luyen, de kerck slu.yten en ont- [sluyten, t Iverokhof en kerck reyn houden binnen' en buyten. Wanneer de predicanten ter kercken falen, So sal hij uytgaen om die te halen, t I urwerek sal hij stellen ende opwinden, Bancken uyt den wegh bringhen, de ladders op-bin- n [den. t Geboette sal hij ter kereke uytjaghen, Ook bestellen, dat de honden worden g'heslageix. t Boek bewaren daar men de doopelingen inschrij- -vr [ven, Vermanen t volck, dat sy voor de kereke niet loo- rv [kijven. Die duyven ende oock die schadelycke catuiylen Sal hij vanghen, omdat sy de kerck maken vuylen. Om in het bezit te komen van zoo'n alzijdig ontwik keld' en in „velerlei bedreeven" man, riepen burger lijke of kerkelijke autoriteiten sollicitanten op; kozen een 4 of 6tal uit en lieten den kerkeraad! onderzoeken, wie het meest geschikt was voor dén' kerkdienst. Dat was een zeer gewichtige en plechtige gebeurtenis, waarbij de predikant de „notabele ende aanzienlijke" burgers nitnoodigde. De dominé opende met- gebed en een toespraak, waarin hij deed uitkomen, dat „Zal de Jonge, dat is een Mensch, die: in de bloey van zijn Jeugt, in die Leef tyt is, waarin nog 't verstand gezet, nog 't oordeel rijp, nog de drift 'bezad'igt' is'; zal de Jonge aan wiens harte de dtvaasheid' gebonden is in 't vervolg gelukkig zijn, hij leering en bestiering noodSg beeft op en van dien weg, die hij ten: Leven en tot wel Leven moet bewandelen; men is verplicht hem te lee- ren^de eerste beginselen na den eiseh zijnes wegs." Na het kerkelijk volgde het schoolexamen (zingen, schrijven, rekenen). Bij het examen te Wormer (1762) werd bijv. ge vraagd. „Voor 3 st. koopt men 25 Suykerperen, hoe veel suvkerperen voor 10.1." En wie mocht vinden, dat de examinandi dan toch zeker niet hoog timmer den, wage zich maar „directlycke en binnens geseghde tyt" aan het tweede vraagstuk: „Een man gevraagt zynde, hoe oud hy was, antwoordt: Wilt gy weten het getal myner jaaren, zoo trekt den wortel Zens a Zens uyt 84402451441,, sal koomen het 2/s der jaaren die wy zyn van Christi geboorte, zoo gy van de jaaren Christi abstraheert deszelfs s/539 zoo: zal 1/27 van de rest het getal myner jaaren zijn. Rekent nu uyt, hoe oudt zulk een man was." (Wordt vervolgd). W. W. No. 353. J. VOLF. „Nedele" 1909. 6 5 4 3 2 M&. MM. 'M. Mat in 2 zetten. Oplossing van No. 248 (T. Salthouse). 1 L e6 g8 enz. Goede oplossingen ontvingen wij van: P. J. Boom, I'. Böttger, O. Bramer, G. van Dort, J. J. Hubel- meijer, G. Imhiilsen, G. Nobel, C. van Stam en C. Vis ser, allen te Alkmaar; Mr. Ch. Enschedé, J. Vijze laar te 's Gravenhage; P. Bakker, Jos. de Koning en H. Weenink te Amsterdam; J. Deuzeman te Fre- deriksoord; G. B. H. Hogewind te- Utrecht1; C. J. Oosterholt te Groenlo; A. Tates: te: Heiloo-; J. Reeser te Voorburg; „Schaaklust" te Koedijk; S. te S.; II. Strick van Linschoteni te Rijswijk en O. Boomsma te Kampen. Nog goede oplossingen van No. 246 en No. 247 ont vangen van de heeren G. Imhiilsen te Alkmaar en A. Tates te Heiloo. Ad. No. 253. J. Volf is; een jong, begaafd Bo- heemsch componist, die op het oogenblik, dat deze 2zet verscheen, in Moravië verblijf hield. Wellicht nat sommigen onder onze. lezers al wel meer een pro bleem van hem hebben gezienzonder dit te weten. Want, wat in de Boheemsche taal als V klinkt en geschreven wordt, spreekt dé Duitscher uit als W. Zoodat Volf, verduitscht, Wolf geschreven wordt en onze lezers dezen componist dus als J. Wolf kunnen tegengekomen zijn. Deze „verduitsching' van Boheemsche namen en plaatsnamen kan soms tot: moeilijkheden aanleiding geven, die het gevolg zijn van de verschillende tee^ kens, die in de Boheemsche taal voorkomen. Zoo heb ben wij den naam van den beroemden Boheemschen probleem-componist Lad. Vetesnik wel eens (ver duitscht) „Weteschniek" geschreven gezien en waren daar wellicht nooit achter gekomen indien V's woon plaats niet achter dezen naam stond. Wij voor ons geven de namen van Boheemsche com- den zou overgaan. Zij wist dat de Prins haar man - er op stond te wachten. Ongetwijfeld telde hij de uren, voor zijn jonge vrouw hem haar vermogen kon brengen, en hij zijn droomen verwezenlijken kon. Ofschoon zij twijfelde aan de oprechtheid zijner liefdé, en zij voor zich wist dat de hare een illusie was geweest, twijfelde zij geenszins aan het eergevoel, dat de oprechtheid' en loyaliteit van den man, wiens- naam zij droeg. Haar illusies waren als zeepbellen uiteen gespat. Ilnai gedroomde: helden-rol was verkeerd in bittere slavernij. Maar aan ééne gedachte hield zij rast, als een drenkeling aan een stroowisch, en dat was de illusie dat Prins Amédë van Orleans: de, on baatzuchtige patriot was, de verlosser van zijn vertre den volk, wiens vertegenwoordiger hij zeide te zijn. in dat geloof was zij blijde, hem over enkele uren haar schatten' te kunnen geven. Haar meisjes-droomen waren geblekendroomen geweest te zijn, ma-ar zij was van aard te romantisch, te poëtisch, om zich geen nieuwe luchtkasteelen te scheppen, ofschoon de vroege,- re zoo jammerlijk waren ineen gestort. Maar die nieuwe luchtkasteelen zouden in nevelen verdwijnen. juist nu zij van hartzeer ineenkromp bij de gedachte aan het- leed, door haar overprikkelde verbeelding, haren waren vriend bereid. Had op dat oogenblik haar man haar ontvangen met de oude hoogdravende woorden, vroeger zoo afdoende om haar geestdrift op te wekken voor liet groote werk, dan zou zij op nieuw verrukt geweest zijn bij de gedachte, hem met haar fortuin te kunnen helpen; nu nog leefde zij bij de romantische beelden: schatten, milliocnen. plot seling tot redding geschonkeneen man in het geheim wachtende, om dat ontelbare geld uit de hand eener vrouw te ontvangen! Dc notaris wilde dat zij andermaal de overhandigde documenten zou nazien, alvorens: de décharge te teeke- nen, maar zij schoof ze bedaard op zij. „Ileelemaal onnoodig, waarde heer", zeide zij be Mist. ,,ITit uwe hand heb ik ze immers gekregen!" Zij zag terloops het décharge-bewijs- in en nam de pen, die baar toegereikt werd. ..Waar moet ik teekenen?" vroeg zij. Sir Marmaduke en Editha de Chavasse sloegen ha-ar opmerkzaam gade, toen zij dwars door de acte, met een vaste hand haar naam schreef. „En n-q de documenten, notaris!" zeide Lady Sue ernstig. Maar de voorzichtige zaken-man kon het niet laten nogmaals' te waarschuwen tegen haar blijkbaar over moedige plannen. „Mijn waarde jonge Lady'zeide hij vleiend, vree- zende ondanks den eerbied voor de vastberadenheid van het- meisje, dat bij tof nu toe zich altijd nog als een kind had gedacht, „vergun mij, als man van veel ondervinding, nogmaals op te merken, wat Sii Marmaduke ook aanraadde...." Maar zij viel hem met, beslistheid, zoo al niet on vriendelijk, in de x-ede. heeft immers gezegd, Mr. Skyffington, is het waar of niet? dat van nu af aan, niemand het recht ha cl zich, in wat mate ook, in te laten met wat ik met mijn -geld wilde doen of deed?" „Ja, dat is zoo, maar...." Welnu dan, wil mij het vermogen ter hand- stellen, waarvoor ik toekende en dat rechtens mij toekomt!" zeide zij opvorderend. Voor een rechtsgeleerden 'notaris bleef er niets an- c.ers over dan voor het recht te wijken. En dat- deed liij, zonder iets meer te zeggen. Ilij verzamelde dé do cumenten en deed ze in den leeren tasch, waarin hij ze meegebracht had. Sue liet hem bedaard begaan, en toen het laatste stuk er in verdwenen was,'stak zij de hand uit, om ze in ontvangst te nemen. Met een diepe buiging, en een onbewuste pronkerige handbeweging, gaf de heer notaris en' meester in de rechten, Skyffington, de tasch over, die het fortui) bevatte van Lady Sue Susanna Aldfnarshe. Zij nam het haar toekomende aan, en boog bevallig, ten teeken van dank. Daarna wendde zij zich, groette hooghartig, met een bijna onzichtbare hoofdbeweging Sir Marmaduke en Editha, en ging kahn bedaai-d de kamer uit.r ponisten, zoo mogelijk1), altijd weder zooals zij in de landstaal geschreven worden, omdat wij weten, dat de Boheemer daar zoo gevoelig aan is. Zoo ontvingen wij indertijd een schrijven van een overbekend Boheemsch componist, tegenwoordig' rech ter te Praag, waarin deze zijn groote dankbaarheid uitdrukte, omdat wij hem gevraagd hadden hoe het stadje, waarheen hij verplaatst was, eigenlijk gespeld werd, daar wij het wel op drie verschillende wijzen ge schreven hadden gezien. Hij zeide het in een buiten lander bijzonder te waardeeren, dat, deze begreep hoe de Bohemer aan zijne landstaal gehecht was. Het trof ons toen hoe zelfs een beschaafd' en ont wikkeld persoon als deze rechterlijke ambtenaar vóór alles Bohemer was. En dit feit bracht ons in herinnering, hoe wij er gens in Oostenrijk in een „Conditorei" zaten met een Oostenrijksch xnarine-o-fficier, terwijl er aan een ta feltje^ dicht' in onze nabijheid', een Hongaar en zijn broertje zaten, die zich in hunne landstaal onderhiel den. Toen wij vertrokken waren vertelde mijn kennis die een weinig Hongaarsch verstond ons, dat de Hongaan aan zijn broertje had verteld hoe wij tot de vreemdelingen behoorden, maar hoe hij mijn kennis zoo'n vervloekte Oostenrijker was. „Ik heb het nu laten passeeren, doch hij had 't eens' moeten leveten indien ik in unifox-m was geweest", eindigde hij boos. En wij herinnerden ons ook nog hoe wij voor jaren hebben gecorrespondeerd met een spoorwegambtenaar iri Galicië Oostenrijksch Polen en deze ons schreef lxoe wij het stellig nog zouden beleven, dat de Polen weder eens iets van zich zoud'exx laten lxooren en zich zelfs zoo uitliet, dat wij den indruk kregen, dat de man nota bene- een ambtenaar ini dienst van deix Oostexii'ijkschen Staat er niet aan twijfelde of de Polen zouden zich weder vrij vechten. Polen, Hongaren, Bohemers, sindk tijden met Oos tenrijk vereenigd, beschouwen zich dus blijkbaar in hun hart als feitelijk niet tot dat rijk behoorende of althans daaraan met zeer losse banden verbonden. Sinds wij dit alles weten- zijn wij er uit piëteit op gesteld' de Boheemsche namen zoo te schrijven als dit in de Boheemsche taal geschiedt. Uit eerbied voor een volk, dat zijne taal zoo is blij ven liefhebben, waar zijne nationaliteit reeds lang verlox-en is gegaan. De teeken's zijn toch somtijds niet in de zetterij voorhanden. Gemengd nlenws. UIT IIEER-HUGOWAARD. In de gistermorgen gehouden voltallige raadsverga dering was ingekomen een schrijven der Gezondheids commissie te Hoorn, waarbij werd vexklaardi dat uit het jaarverslag zou blijken dat, de verschillende ver richte onderzoekingen de hooge raming motiveeren. Dezelfde commissie berichtte dat het water aan school no. 2 verschillende schadelijke stoffen bevat, evenals de put aan den Bassei-weg. waarom zij ver zochten maatregelen te- nemen opdat beter water ver kregen zal worden. De voorzitter merkte op dat de put aan den Basser- weg alleen geslagen is voor spoelwater en nooit voor dx-inkwater; wat de put bij school no. 2 betreft, liet water daarvan was voor eenigen tijd' nog goed, en hii zou daarom een nader onderzoek willen instellen. Na besprekingen werd besloten den opzichter op te dragen d'e reservoir na te zien. Gedeputeerde Staten berichtten dat, in Schagen dc kaasmarkt eens in de 3 weken zal gehouden worden, gedurende een zeker tijdperk op in dit schrijven ge noemde data. HOOFDSTUK XXVIII. MAN EN VROUW. De oude vrouw Martha Lambert was een eerbare persoon. Op haar voorhoofd had het ange begrip van de Puriteinsche school, en de moeite van het levén, rimpels gegroefd. Een toonbeeld van- zindelijkheid exx orde, had zij haar leven lang- in haar eenvoudig huisje geplast en geboend, vooral toen Adam Lambert zijne hoefsmederij onder haar dak had geopend. Natuurlijk had deze het meest te lijden van een ijver, die ook in zijn werkplaats geen stofje of roestkleurig ijzer kon zien. Men wilde zeggen, dat zij met al haar boenen, de rimpels op Adam's voorhoofd gemaakt had Met dat al, was, het bij haar zóó zindelijk en netjes, dat niemand, van wat stand of fijne kleedij, behoefde te schromen er binnen te gaan. Geen slaapvertrek op hot dorp, zoo net en zoo rein, als de kamertjes van Adam en Richard, die een overledene vriendin haar toevertrouwd had. Maar haar glorie was het spreekkamertje, beneden in de woning: de meubeltjes blonken en glommen van de ellebogen-was, de houten -vloer zonder vlekje of smetje, d'e muren onberispelijk gewit. Een sneeuw wit kleed lag op de tafel midden in de kamer, de tinnen kandelaars, die er op stonden, glommen als oud zilver. Twee mahonie-stoelen met hooge leunin gen stonden, gezellig bij den haard, waarin nu een vroolijk houtvuur brandde. Boven den haard hing oen ovaal spiegeltje met vergulden lijst, een, reliek uit vroegere rijke tijden. Op een dier stoelen zat de mystei-ieuse inwoner, wien het noodlot in een ondeugende luim, verdreven scheen te hebben naar dit achteraf liggende huisje van- het bijna onvindbare dorp in den lande van Tha- nct. (Wordt vervolgd.)

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 5