Damrubriek. mm i De dief- Vraag en aanbod. T' KimWm.wm m m 1. 27—22 1. 18 29 (3 sch.) 2. 25—20 2. 23 41 3. 20 7 3. 2 11 4. 42—37 4. 41 32 5. 36—31 5. 26 37 6. 35—30 6. 24 35 7. 48—42 7. 37 39 8. 44 2 8. 35 44 9. 2 43 Voor kennisgeving aangenomen. De Commissaris der Koningin berichtte dat de be slissing inzake de geldleening is verdaagd. De propagandaeommissie der NoordLHollandsche Vereeniging inzake drankbestrijding' verzocht verla ging van het maximum der vergunningen vast te stellen. Ka ampele bespreking werd het voorstel van den heer Van Slootem om het maximum der vergun ningen te bepalen op het getal (13) aangenomen. De heer Ds. Post bracht in herinnering den toestand van den stal. De voorzitter zeide dat de Dr. verlangde de stal van beton te maken, waarvan de halve kosten door hem zelf zullen worden bedragen. Ka afloop der vergadering zou een onderzoek in lo- eo worden ingesteld. Bij monde van den heer Van Slooten werd daarna namens de commissie medegedeeld', dat er geen noe menswaardige aanmerkingen op de gemeente-rekening waren, waarna de gemeente-rekening 1909 werd vast gesteld tot de bedragen van ontvangsten en uitgaven, zooals door B. en W. werd aangeboden. Burgemeester en -wethouders boden daarna den raad de begrooting voor 1911 aan, aangevende in ontvang sten en uitgaven 25940.435, waaronder 1265.80 on voorzien. Tot onderwijzeres aan school no. 1 werd benoemd met 4 stemmen mej. K. J. Winkel te Hoorn, thans te Alkmaar, no. 2 der voordracht. De vergadering werd daarna gesloten. UIT EGMOKD-BIKKEK. In de Woensdag gehouden Bondsvergadering was o.m. ingekomen: een afschrift van het Koninklijk be sluit, waarbij aan den heer Pranger als secretaris, ver lof werd verleend om buiten de gemeente te mogen wonen een verzoek van de Kederlandsche vereeniging tot afschaffing van alcoholhoudende dranken, met verzoek het aantal vergunningen in de Gemeente te beperken. Deze stukken werden voor kennisgeving aangeno men. Een. adres van den Kederlandschen Bond van Ge meente-ambtenaren, houdende het verzoek, om de sa larissen vna burgemeester, secretaris, gemeente-ont vanger en andere ter secretarie werkende ambtenaren te herzien en met het oog op de noodzakelijkheid te verhoogen. De voorzitter stelde voor, hoewel dit adres zijn volle sympathie heeft, het voor kennisgeving aan te nemen. Hiertoe werd besloten. De rekening over 1909 werd vastgesteld met een ontvangst van 26285.125 en een uitgaaf van J 25676.83, alzoo een batig saldo van 608.295. De begrooting voor 1911 werd aangeboden, bedra gende in ontvangst en uitgaaf 21253.225. De voorzitter zeide met genoegen te kunnen mede- deelen dat de veldwachter weder hersteld was. Een voorstel om aan Bergsma, die gedurende vier weken, wel niet de geheele functie, maar dan toch een groot deel daarvan had waargenomen, een gratificatie van 20 uit te keeren werd aangenomen. Een verzoek van den veldwachter om vrije genees kundige behandeling, werd met het oog op de moge lijkheid om voor 20 ct. per week in een bus te kunnen gaan, van de handl gewezen. Een verzoek om hem in een pensioenfonds op te nemen, werd in handen van B. en W. voor onderzoek gesteld. Ten opzichte van de vergoeding van kleeding werd besloten het bedrag, zijnde 50, met 10 te verhoo gen. Burgemeester en Wethouders stelden voor om aan Gerrit Levering, die gedurende de ziekte van den veldwachter het hooistelcen had waargenomen, een gratificatie van 10 uit te keeren. Ka breedvoerige besprekingen werd besloten dit punt tot eene volgende vergadering aan te houden. De voorzitter deelde mede dat de onderwijzer de Vries aan een keelziekte lijdt. Thans is hii met va- cantie. B. en W. stelden voor om hem, zoo 'tnoodig mocht blijken, hetgeen volgens de dokter wel het ge val zal zijn, daarna een maand verlof te geven en, zoo noodig, nog langer. Vastgesteld werd dat. dit kan geschieden onder voor waarden, dat de heer de Vries blijken geeft zelve tot herstel ten sterkste mede te werken, daar blijkens een onderhoud met den schoolopziener bij te langen duur ontslag zal moeten volgen. Tot lid der commissie tot wering van schoolverzuim werd met algemeene stemmen het hoofd der school, de heer Fransen, benoemd. Kog deelde de voorzitter mede dat zoo juist een verzoek om subsidie van het Harmonie-gezelschap ..Lammoraal" was ingekomen. Hij stelde voor dit ver zoek met. het oog op het late inkomen tot een volgen de vergadering aan te houden, waartoe besloten werd. Bij de rondvraag vroeg de beer Apeldoorn wat of er met het muurtje bij de begraafplaats gedaan moet wor den. De voorzitter deelde mede, dat na informatie ge bleken was dat de noodzakelijke herstelling 111.50 zal moeten kosten. Dit werd een hoog bedrag gevon den. De heer Apeldoorn stelde voor, het muurtje te slao pen, voor zoover het slecht is .en op het opengekomen deel een hek te plaatsen. De voorzitter kan zich hiermede wel vereenig'en, hij wees er op, dat de Commissaris der Koningin nogal veel met de muur opheeft, maar hij wilde wel namens de gemeente toestemming vragen. De wethouder Groot merkte, op dat een deel van den muur en een ander deel hek wel wat vreemd zal staan. Het geval werd ter afdoening in handen van B. en W. gesteld. De voorzitter deelde nog mede, in antwoord op de door den heer W. Apeldoorn in de vorige vergadering gestelde vraag, dat het een volgend! jaar naar alle waarschijnlijkheid mogelijk zal wezen, de groots vacan- tie in Juli te houden, opdat het onderwijs van de toe gestane 6 weken voor den landbouw niet te veel last zal hebben. Kog zeide de voorzitter op de vraag van den heer Apeldoorn, een onderzoek naar den toestand: der weg in het Wouw langs Klaas Meijne toe. Hierna werd de openbare vergadering gesloten. UIT URSEM. Gisterenmiddag vergaderde de raad dezer gemeente. Afwezig waren de lieeren Stam en Commandeur. Aan de orde kwam o. m. een schrijven van de Ver eeniging voor Vakonderwijs in West-Friesland, waar bij deze Vereeniging verzocht om subsidie voor 1911. De heer Houtkooper verzocht dit schrijven aan te houden tot een volgende vergadering, ten einde de bij dit schrijven gevoegde bijlagen behoorlijk te kunnen nazien, waartoe werd besloten. Het adres van den Kederlandschen Bond van Ge meente-ambtenaren, zooals bekend beoogende verhoo ging van salaris der gemeente-ambtenaren, werd voor kennisgeving aangenomen. De heer Hille zeide, dat dit adres in de meeste ge meenten voor kennisgeving is aangenomen. De voorzitter verklaarde, dat er zulken zijn, maar dat er ook anderen zijn. Steeds ia gezegd' dat men niet Dij onze huren moet achterblijven en op dit ge bied. doen we dit wel. De heer Houtkooper had het jaarboekje ingezien en was tot de conclusie gekomen, dat deze gemeente vrij wel gelijk stond met anderen. Hij zou het adres voor kennisgeving willen aannemen. De heer Schouten sloot zich hierbij aan wat de jaar wedde van den burgemeester aangaat, liet hij nog daar, maar de secretaris heeft, meende hij, meer trac- tement dan zijne collega's in dergelijke gemeenten. De secretaris las op verzoek den toestand voor in Avenhorn en Schermerhorn. De heer Houtkooper zeide, dat geen ambtenaar van den burgerlijken stand 225 tractement heeft. Het adres werd daarna voor kennisgeving aangeno men. De commissie voor de feestviering op 31 Augustus verzocht een subsidie ten bate der kinderen. Ka enkele discussie werd evenals vorige jaren besloten eene subsidie van 60 te verleenen. Een te laat ingekomen reclame op den aanslag in den Iloofdelijken Omslag werd niet in behandeling ge nomen. De rekening over 1909 werd vastgesteld zooals ze door burgemeester en wethouders werd aangeboden. Burgemeester en Wethouders boden daarna de begroo ting voor 1911 aan, aangevende een bedrag in ont vangsten en uitgaven van 10171.07. Bij de rondvraag vroeg de heer Ilille of het waar was dat het laatste werk aan de Docterswoning tarief- werk was, hij meende dat dit door den aannemer gra tis zou worden verricht. De heer Houtkooper: waarom is dit niet opgenomen in het gewoon onderhoudswerk? De voorzitterdit is niet zoo afgesproken. De heer Houtkooper: dan moest degene het ge maakt hebben die het jaarlijksch onderhoud' der ge meentewerken heeft. Ik zal er niet verder op ingaan, maar u mijnheer de voorzitter zult erkennen dat dit niet meer dan billijk was. De voorzitter gaf nadere inlichtingen waaruit bleek dat in 't hijzijn der heeren Raadsleden den heer Hille den aannemer, het werk der reparatie was opgedra gen. De. heer Schouten en anderen: ik weet het niet, maar ik vind het zeer kleingeestig van den aannemer dat hij dit werk nu in rekening brengt. De heer Houtkooper: Wie gaf de opdracht? De heer Schouten: De voorzitter, en wij vinden het niet goed dat de heer Hille dit werk verricht. De voorzitter: De heeren zijn tegen den heer Hille. De heer Schouten: Als u beter de belangen der ge meente behartig'det dan zoudt u ook tegen den heer Hille zijn. De voorzitter: Ik sluit de vergadering. De heer Houtkooper: Keen, ik wil daarover nog wat zeggen. Ik kan niet begrijpen dat het Dagelijksch Bestuur zich in deze zoo vergist heeft. De voorzitter: Die vergissing is dan begaan in te genwoordigheid der raadsledten en ik begrijp niet dat de raadsleden zich zoo vergissen. Ik sluit hiermede de vergadering. De heer Houtkooper: Ik ga naar huis. De heer Schouten: Ik begrijp hier niets van het Dagelijksch Bestuur. DAMRUBRIEK. Aan de Dammers. Met dank voor de ontvangen oplossingen van pro bleem Ko. 92. Probleem Ko. 92 van den wereldkampioen I. Weiss, muntte niet uit door fraaien stand. Deze opmerking maakten we reeds in de vorige rubriek. Maar de oplossing is fraai (zie hieronder). Oplossing van probleem Ko. 92. Stand: Zw. 2, 3, 4, 7, 8, 9, 12, 15, 19, 24, 29, 36, 37. W. 17, 20, 21, 22, 26, 27, 28, 39, 40, 46, 47, 48. 1. 4641 1.37:46 2. 48—42 2. 46 23 3. 17—11 3. 7 16 4. 40—34 4. 29 40 5. 20 7 5. 2 11 6. 22—17 6. 11 31 7. 26 37 7. 16 27 8. 39—34 8. 40 29 9. 37—32 9. 27 38 10. 42 2! Wij ontvingen van dit probleem goede oplossingen van de heeren: G. C. Cloeck, D. Gerling, J. Houtkooper, J. M. Houtkooper, J. J. Hubelmeijar, II. Zaadnoordijk, Alk maar, P. Bakker, Schagerwaard, S. Homan, Wijde Wormer, II. E. Lantinga en II. E. Lantinga Jr., te Haarlem. De Haas in Parijs. (Slot.) De match met Molimard was de laatste, die De Haas in Parijs speelde. Ka afloop daarvan heeft De Haas niet meer in Parijs gedamd. De match is geëindigd met een overwinning' voor ■onzen kampioen. De Haas won de 1ste en de 6de partij, Molimard won de 3de partij. De overige partijen werden remise. Wat punten betreft won De Haas dus met 9 tegen 7. Een fraaie overwinning. Molimard toch is een zeer sterk en fijn speler, die zijn groote kracht heeft in po sitie-spel. De partijen hebben zich gekenmerkt door langen duur. Volgens opgaaf duurde de eerste partij 10 uur en de tweede 9 uur. Weiss noemt dat geen partijspelen meer, doch analyses voor het bord. En voorwaar hij heeft gelijk. De overige partijen zijn dan ook met klok gespeeld'. Wij hebben alle partijen nog niet gezien, doch een stand uit de laatste partij heeft ons bijzonder getrof fen. Op een gegeven oogenblik rvas in die partij on derstaande stand bereikt: Molimard. de Haas. Zwart was aan zet en speelde 2429, na wit 33 24, gevolgd door 1420. Wit speelde toen 3933, zwart 20 40 en wit sloeg terug. Zwart speelde 2429 echter op het volgende: 1. 24—29 2. 33 24 2. 14—20 3. 4540 Hierop hoopte Molimard. 3. 20 29 4. 39—33 4. 17—21 5. 33 24 5. 21—26 j 0. 30-25 (vrijwel gedwongen), 19 iW 7. 28 17 7. 26 28 8. 43 34 8. 11 31 9. 36 27 9. 2832en wint een schijf. De fijne combinatie werd in de partij door beide spelers gezien. Aan 't eind van onze beschouwing over het verblijf van de Haas in de Fransche hoofdstad, kunnen wij niet anders zeggen, als dat hij aldaar zijn roem schit terend heeft gehandhaafd. SLAGZET IK DE PARTIJ. Fabre maakte in een partij tegen heer M. in den volgenden stand een fraaie slagzet. Fabre. Fabre speelde nu met wit als volgt: i 10. 50 39 en wint. Een schoone combinatie! Als probleem geven wij het volgende van den heer Damieus, dat wij vinden in no. 7 van de B. M. d'. D. F. Probleem no. 93 van F. Domieus. 88 Zw. 1, 3, 8, 9, 10, 10, 17, 20, 21, 25, 26, 36. W. 12, 28, 30, 32, 34, 37, 38, 39, 40, 41, 43, 44, 47. Opl. voor of op Donderdag 1 September, bureau van dit blad „motto damrubriek." Een Zweedsoh dorpsverbaal. In kleine gemeenten en landelijke dorpen meent men dikwijls, dat de wereld stilstaat en er niets ge beurt. Het is waar soms heeft er inderdaad! heel weinig plaats, maar er geschiedt ook wel eens het een of ander, waarvan, de menschen nooit iets vernemen. Welk een ontroering zou er elf jaar geleden door Knapenstad gegaan zijn, als de menschen daar had den gehoord, dat John Berndtsson meer dan 650 kro nen uit de spaarbank had gestolen, waaraan hij als buLpbeambte verbonden was welke hij in waarheid ech ter geheel bestuurde, jaar in jaar uit. Ja, gestolen, dat is het juiste woord. Had! hij niet de 050 kronen in den loop van drie jaren bij kleine munt stukjes uit de ka's genomen en wanneer de boeken en de kas nagezien werden, het tekort steeds door een ge durfde rekenfout verborgen? Hij noemde het gestole- ne echter niet eens zijn „salaris," gelijk een grootere kasdief ongetwijfeld zou hebben gedaan, wanneer zijn geweten eens een ldein toespraakje tot hem mocht houden. Bij de controle was het Berndtsson steeds angstig te moede, maar in waarheid was de kans om ontdekt to worden niet zeer groot, want de menschen, hiermede belast, waren eenvoudige visschers, de cijfers en de boeken zagen er goed uit en wekten vertrouwen en de penningmeester Jonsson, wien eigenlijk het beheer der spaarbank was opgedragen, had steeds goede rum voor den verificatie-groc en zorgde voor een uitstekend avondmaal. Jonsson was kruidenier, Berndtsson was schrijver bij den kantonrechter en heiden wijdden zich in hun vrije uiren aan de hoogere financiën. John Berndtsson was geen slecht mensch, al had hij dan ook die 650 kronen gestolen. Hij was vrijwel even eerlijk als de meerderheid der mensehen, die rechtscha pen door het leven gaan, omdat zij nimmer in grooten nood hebben verkeerd, of nooit in de gelegenheid wa ren, zich ten koste van een andermans kas te verrijken. Maar John had bejaarde ouders, die niets verdien den en armoede zouden hebben moeten lijden of in het armhuis terechtgekomen waren, en de schrijver van den kantonrechter was te trotsch, om zijn ouders het genadebrood der gemeente te laten eten dat zou hem dag en nacht nog meer gekweld' hebben, dan thans de angst, welken hij voortdhrend ondervond als hij naar zijn handen keek, die immers bezoedeld wa ren. Zijn ouders waren nu dood, maar het tekort aan kas en de angst waren er nog. De eene' visscher, die kasnaziener was, was ook overleden en de ander© kreeg voor het onderzoek in Januari den nieuwen school meester tot hulp. Berndtsson lag vele nachten wak ker en wentelde wanhopig in zijn bed bij het denk beeld, dat de schoolmeester op de onzinnige gedachte zou komen, bij het nazien ook Da te rekenen. Hij zag elk oogenblik voor zijn geest de ontdekking en de schande en vond hij soms een uurtje slaap, dan ontwaakte hij, badend in zijn zweet uit een benauwen den droom, meende in een cel te liggen en in de gang de stappen van een cipier te hooren. Hij offerde zijn laatste kwartjes, om met den schoolmeester in de herberg een glas wijn te drinken en ze zaten werkelijk ook" heel genoegelijk, maar de schoolmeester sprak nergens anders over, dan over wiskunde en boekhouden en de mooie cijfers, die hij steeds voor rekenen op de kweekschool had behaald. Dat zou dus nooit goed afloopen. Bij de gedachte aan de knsverificatie liep den airmen jongen de eene relling na de andere over het lijf. Eenige dagen vóél den voorgestelden datum ontmoette de schoolmeester den nog levenden kasnaziener-schipper, deze werd zeer stil en krabde zich achter het oor, toen hij de geleerde beschouwingen van zijn geleerden collega hoorde, die uitlegde, hoe men bij een betrouwbaar on derzoek te werk moest gaan. Tenslotte stelde de schoolmeester tot groot genoe gen van den schipper voor, dat hij alleen naar de spaarbank zou gaan om de hoeken en de papieren na te gaan en het rapport zou uitbrengen, waarna de ka pitein hem een volgenden dag op de bank zou ontmoe ten, het rapport zou teekenen en daarna met den an der zich aan den groc en het avondmaal tegoed zou doen. Bleek, maar manshaftig ontving Berndtsson zijn vriend en inspecteur, den schoolmeester, opende do goedkoope en hoogbejaarde, maar gegarandeerd vuurvaste brandkast en zeide„Het is volgens onze dorpszeden zeer eenvoudig en je moet het me maar eens zeggen, zoo je ophelderingen wilt hebben of ver anderingen in de boekhouding voor de toekomst wen- sohelijk acht „Een boekhouding kan nooit te eenvoudig wezen, als ze maar goed is," verklaarde de schoolmeester. Toen ging hij de effecten etc. en het kasgeld na en maakte aanteekeningen tot de schemering inviel. En de schrijver Berndtsson stond hem bij en gaf acht op den kleinsten wenk, gelijk in vroegere tijden een kos ter in een pastorie. Maar eindelijk sloot de school meester de effecten etc. en het kasgeld in de brand kast, nam de boeken onder den arm en zei: „Ik zal ze mee naar huis nemen en vanavond door werken. Ik ben op de kweekschool wat zenuwachtig geworden, zoodat ik niet kan rekenen, wanneer hier naast in Jonsson's winkel de visschers en de boeren zooveel leven maken." „Zooals je wilt vriend," zei Berndtsson heel ami caal, schoon hij er aan twijfelde, of de boeken wel van de „bank" mochten worden gescheiden en of het wel goed voor hem was, dat de schoolmeester thuis kalm zijn beheer naging. Toen Berndtsson 's nachts slapeloos in zijn bed woelde, hoorde hij plotseling ongewone geluiden, ge schreeuw en getoeter en toen hij naar het venster liep, zag hij de menschen naar de school hollen, die met de onderwijzerswoning in brand stond. Midden in den vonkenregen zag hij den schoolmeester in zijn hemd staan, gelukkig zonder kasboeken. Berndtsson schoot gauw zijn kleeren aan, ging op een holletje naar den brand en zei gemoedelijk tegen den school meester in nachtgewaad, dat die natuurlijk de boeken wel zou hebben gered. De man wierp hem evenwel een woedenden blik toe en zei toornig: „Ik heb nauwelijks mijn leven ge red. Maar ik heb de hoeken gisteravond nog eens eventjes nagezien, en ik verzeker je, dat die er merk- waardig uitzagen, vrindje," Berndtsson rilde, doch daar op dit oogenblik juist het dak instortte en hij begreep, dat de boeken voor een verder onderzoek „veilig" waren, werd hij driest en zei „Merkwaardig? Wat is merkwaardig? Misschien zullen de andere kasnaziener en de penningmeester het „merkwaardig" vinden, dat de boeken van de bank door de heele gemeente gesleept zijn." Bij het einde van de kasnazieninig, den groc en het avondmaal waren zoowel Berndtsson als de school meester tot klaarheid gekomen, over zichzelf en over den stand van zaken. De eerste verklaarde en verde digde den maatregel, waardoor de boeken uit de brand kast waren verdwenen. De laatste schreef in zijn rap port, dat de effecten, etc. goed geborgen waren, en dat hij en de kapitein 's avonds voor den brand de boeken hadden nagegaan en alles in orde hadden ge vonden, weshalve zij voorstelden onder dankbetuiging voor het nauwkeurige beheer décharge te verleenen. De kapitein, die de hoeken heelemaal niet gezien had, zette met verlucht gemoed zijn handtetekening onder het rapport. Décharge werd natuurlijk verleend, waarna Berndts son en de schoolmeester, zoo goed dat ging, nieuwe boeken aanlegden. Zoo was nu elk spoor van de 650 kronen van de aardoppervlakte weggewischt. Berndtssonjs gemoeds rust verbeterde een weinig. Den herfst daarop werd hij boekhouder in een houtzagerij in Korrland. Gelijk er hier op aarde vele zoogenaamde mannen van eer rondwandelen, ofschoon zij niets gretiger be- geere.n, dan een beetje te stelen, indien dit zonder ge vaar kan geschieden, zoo zijn er ook stelende mannen yan eer, wier geweten nimmer weer heelt na de diepe wonde, welke in hun binnenste werd! geslagen toen de nood hun1 te machtig werd en zij de verzoeking niet konden weerstaan, van den weg vani het recht af te wandelen en hun handen te bezoedelen met het eigen dom van anderen. Berndtsson was een van die men schen hij vond geen rust voor hij de 650 kronen met interest op interest gespaard' had en daarmede naar Finland was gereisd, om ze daar op een klein poststa tionnetje in een anonymen brief naar de spaarbank te Knapenstad te zenden. Waarop hij zich zelf en zijn geweten vroeg, of hij nu weer een eerlijk mensch was. Het antwoord' van zijn geweten was zoo zacht, dat- hij het niet verstaan kon. Maar hij zelf antwoord de een luid Ja, dat misschien overhaast, misschien barmhartig was, ik weet het niet. Hij vroeg daarna om de hand van een meisje, dat hij lief had, maar naar wie hij zijn bezoedelde handen niet had willen uitstrekken, kreeg het jawoord en was gelukkig. Maar penningmeester Jonsson, die voor het beheer na den schoolbrand en voor de volgende tien jaar dé charge had gekregen, gaf noch den anonymen brief noch de bankbiljetten ooit aan' den kasnaziener of een ander mensch over, maar gebruikte het geld voor zijn bruiloft, want hij ging ook trouwen; hij sliep heel rus tig en ham stoorde de gedachte niet, dat hij bezoedel de handen had. De eene mensch is anders dan de ander Van 15 regels 25 Cents, bij vooruitbetaling. T B. L. SIMOH, Alkmaar. Steenhouwerij K o- ningsweg 76. Grafteekenen, Schoorsteen mantels enz. A v. DIEPEK, Verdronkenoord D 19, Administrateur) Taxateur en Yeiler, Incasseeren, Woning-Bureau,- Taxateur van Huizen en Landerijen, koopen en verkoo- pen, huren en verhuren. 41 een zuiverder en gezonder GLAS BIER dan het TRA PITSTERBIER, ook per halve flescli verkrijgbaar bij J. H." ALBERS, in den Bierkelder, Verdronkenoord, ingang Kapelplein. le koop een goed HEERENRIJWIEL met beste bin nen- en buitenbanden. Adres 2e Tuindwarsstraat 23a. Lhrma P. J. en C. NIEROP, Alkmaar, Fnidsen en Langestraat B 79 en 58. Fabrikanten van alle soorten Stijlmeubelen, Ledikanten, etc. Ook beste 2de hands Meubelen TE KOOP aangeboden. Aanbevelend. /I evraagd eene VROUW, P.G in een klein gezin, voor alle huiselijke bezigheden, tegen kost, inwo ning, vergoeding en huiselijk verkeer. Blieven -letter W 167, bureau dezer courant.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 6