DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. No. 201 Honderd en twaal 'de Jaargang» ZATERDAG 27 AUGUSTUS. Gevaarlijk kinderspeeltuig De Sigarenaansteker. 1910 o Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk f 1, Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. EEN GEËRGERDE TOESCHOUWER. ALKMAARSCHE COURANT. In een vorig- artikel hebben wij gezien hoe men het Apachendom in de groote steden en in vele kleinere steden, waar de lanterfantende jongelui met misdadi- gen aanleg niet Apachen heeten maar inderdaad I Apachen zijn wil bestrijden. Men wil dat dan voor al doen door de jongens na het verlaten van de school en tot aan het vervullen van den dienstplicht onder appèl te honden. Doch het zal veel tijd kosten voordat men de daar voor noodige maatregelen heeft genomen. Kan er niets geschieden in afwachting van deze maatregelen? Jn zoo heeft een hooge Engelsche politiebeambte tot een redacteur van de „Temps" gezegd! een flin ke revolverwet, een flinke lijfstraffelijke rechtspleging en frequenter toepassing van doodstraf hebben in Engeland de vermindering van het Apachendom ten gevolge gehad. Terecht zet het Fransche blad het eerste middel op den voorgrond de twee andere middelen, gesteld' zij waren te aanvaarden (des neen), kunnen niet zoo maar zonder meer worden ingevoerd. Waarom niet in Frankrijk een dergelijke wet inge voerd! als de Engelsche pistolenwet van 1903? vraagt nu het groote, Parijsche blad. Wij zouden diezelfde vraag voor Holland! willen herhalen. De Engelsche wet is niet zeer radicaal. Zij regelt meer dan zij verbiedt. En toch kunnen wij ons denken, dat zij de goede getuigenis verdient, die de bovenbe doelde Engelsche politiebeambte gegeven heeft: dat zij dit gevaarlijke speeltuig, de revolver, voor het groote kind, dat is de menschheid, wat hooger gehan gen heeft, zoodat het niet maar zoo dadelijk binnen ieders bereik is. Niet dat men in Engeland geen revolver kan krij gen, als men er eenmaal zijn zinnen op gezet heeft Natuurlijk. Wil A. B. doodschieten en overlegt hij al les in koelen bloede, dan vindt A. tien middelen voor één om aan een revolver te komen. Doch dat is een uitzonderingsgeval. Men koopt een revolver in 99 van de 100 gevallen, zooals men zooveel dingen koopt, die men niet noodig beeft: omdat men het wel aardig vindt zoo'n ding te hebben, omdat men zich verbeeldt, dat het ergens niet veilig is, omdat men grooteoenerige neigingen heeft, omdat men te genover zijn vrienden wil geuren enz. enz. Eenmaal in den handel, komen de revolvers gemakkelijk verder en kunnen zij licht terechtkomen in zakken of laden van minder ongevaarlijke menschen die wel degelijk casu quo bereid zijn het instrument te gebruiken. In Nederland kan zoo'n revolver ongehinderd van Jan naar Piet, van Piet naar Klaas enz. gaan. Er is een wet op het dragen van wapenen, doch deze betee- kent heel, heel weinig, gelijk trouwens al voorspeld werd toen zij in de Tweede Kamer ten doop werd ge houden. Men mag hier op de openbare straat geen wapenen, gereed voor gebruik, dragen. Doch controle is er op dit verbod niet en zou ware zij er wel op zichzelf tot oneindige vexaties aanleiding geven. I rijwel niemand stoort zich dus aan die wet. Veel practischer nu heeft men de zaak in Engeland geregeld. Volgens de Pistols-Act van 1903 mag een koopman niet revolvers verkoopen of verhuren aan iemand, die daarvoor niet een speciale permissie heeft. Om die permissie te verkrijgen moet men allerlei for maliteiten verrichten. Men moet eerst een verklaring- van de politie hebben, met de vermelding of de revol ver dient voor gebruik binnen- of buitenslands. Ver volgens moet men met die verklaring een speciale per missie aan het postkantoor aanvragen, die 6 gulden kost. En eerst met die permissie gewapend, kan men bij den. wapenhandelaar terecht, die echter ook weer ver plicht is een register aan te houden van de personen, aan wie hij revolvers verkoopt. Verder verbiedt de wet revolvers te verkoopen aan jongelieden, beneden 18 jaar, aan dronken personen of krankzinnigen- enz. enz. Wij gelooven allerminst, dat die wet volmaakt is en begrijpen, dat de bedoelde politie-ambtenaar betoogde, dat iemand, die met duistere bedoelingen een revolver wil trachten te krijgen, daarin toch slaagt. Maar zeer terecht voegde deze ambtenaar daarbij, dat dit toch niet te voorkomen-is. De wet bereikt volkomen haar doel van te verhinde ren, dat de gevaarlijke revolver in de handen van zoo- velen is, zoodat iedereen in een oogenblik van opwin ding, of wilszwakte maar naar een revolver kan grij pen, zoodat men ermee kan spelen naar hartelust en zoodoende ook uit onvoorzichtigheid zoo licht ongeluk- leen veroorzaakt, Dat is indertijd ook het streven geweest met de re geling van den verkoop van vergif. Kon idflereen elk oogenblik vergif in handen krijgen, wat een groot aan tal onberaden, droevige daden zouden er dan gepleegd wor en. Iloe licht zouden vele zwakken in een oogen- nr\Luan 0pwin1di,,18' de hand aan zichzelf slaan, bij een staan °f drift een ander naar het leve* sniidT^lThpf menschhe.id ,is als een kind, dat zichzelf snijdt als het een mes m handen heeft. Men geeft gen dat zite fen de Staat behoorfc te zor" gen, dat zijn burgers maar met overal vergif en re volvers voor het grijpen vinden liggen Voor het vergif is in Nederland' op dit gebied ge zorgd. Niet voor den revolver, die in veel opzichten re°nm2'^1S<infukwekkender en dus gevaarlijker" die in Nederland iedereen kan krijgen, die daar voor een paar guldens over heeft. Daaraan behoort als in Frankrijk zoo ook in Neder- kn we? wT te ?me"- En^elaild wiJ'D ons hier Des Te K "i?" voorbeeld niet slaafs navolgen? i beier. Men kan ook nog wel een stap verder gaan. Maar in elk geval vervalle men niet weer in de fout van de zoogenaamde wapenwet: te veel ineens te willen regelen, alle wapens onder één bepaling te wil len brengen en voorschriften en verbodsbepalingen te geven, die lachwekkende slagen in de lucht zijn, omdat iedereen weet, dat het publiek er zich niet aan houdt en de overheid haar niet kan handhaven. Ik merkte op een goeden dag, dat ik verbazend veel trek had in een gepatenteerden sigaren-aansteker. De ze trek vond mijn vrouw zoo bescheiden, dat zij na een weinig protest mijn koopplannen ondersteunde en met mij naar een warenhuis ging, waar de koop van het gewenschte voorwerp inderdaad tot stand kwam. Ik betaalde de een gulden twintig* cent met genoegen en vond zoo'n electrischen sigaren-aansteker een uiterst practisch artikel. Men drukt op een knopje, het dek sel springt open en tegelijkertijd ontstaat er een klein vlammetje, dat buitengewoon geschikt is voor het aan steken van een sigaar of sigaret. V ij reden met de tram naar huis en onderweg* bere kende ik, hoeveel ik wel met mijn aansteker kon be sparen. Ik had er een gulden twintig voor betaald, daarvoor koopt men honderdtwintig doosjes lucifers, dus in drie maanden ongeveer zou ik mijn aansteker vrij hebben en dan winst gaan maken. Terwijl ik al dus aan het berekenen was, vroeg mijn vrouw plotse ling: „Zegereis, wat riekt hier zoo vreeselijk?" Ik rook inderdaad een brandlucht, alle passagiers roken hetzelfde en keken rond, om te ontdekken waar brand was. Een heer waarschuwde: „Mijnheer, uw zak brand!" „Sapperloot, zei ik, stak mijn hand in den zak en haalde een halfverkoolden zakdoek te voorschijn. Ik wierp hem het venster uit, terwijl de mede-passagiers naar de oorzaak van den brand informeerden. Ik stal nogmaals de hand in den zak en toonde den electri schen aansteker, waarvan het deksel open was. Waar schijnlijk was het voorwerp door een toevalligen druk opengesprongen, de vlam was ontstaan en daardoor de zak in brand geraakt!" „Nu," zeide ik tot mijn vrouw, „het grapje kost me wel twee mark eu een zakdoek, maar de aansteker heeft tenminste bewezen, dat-ie goed is." Zij zei niets. Toen wij thuis kwamen was- mijn al lereerste werk den aansteker te pro-beeren. Ik drukte op hot knopje, het deksel sprong open, maar de vlam bleef weg. „Aba," zei ik, deed het deksel weder dicht misschien was het een voorbijgaande bedrijfssto ring tengevolge van het gebeurde in de electrisehe. Ik drukte weer op den knop, maar er kwam weer geen vuur. Wel vijf en twintig maal herhaalde ik de proef, totdat mijn vrouw zei: „Ziezoo, dat is weer een gulden twintig weggegooid. Als je er 23.80 bijgevoegd had had ik me een mooien hoed kunnen koopen." „Dat is de grootste bedriegerij der twintigste eeuw,' zei ik, denkend dat de verbrande zakdoek wel het zwanenlied van mijn electrischen sigaren-aanste ker zou zijn geweest. Mijn vrouw hield echter niet op. ,,Je moet dat ding ruilen!" „Dat is een idee." Ik was blij, zocht de kwitantie, vond het papier, be keek het, wierp het toen woedend op den grond. Er stond notabene op gestempeld „mag niet geruild' wor den." „Wij zijn verloren," zei ik. Mijn vrouw deed zeer bedroefd. „Als ik bedenk, dat met 23 gulden 80. „Och wat, 23 gulden 80 wij zijn 1.20 kwijt da's vastik heb een gulden twintig entreegeld voor het crematorium van mijn zakdoek moeten betalen. „Welzeker, tap jij maar flauwe moppen op den koop toe." „Dat is galgenhumor, vrouwtje. Ik ben nog nooit zop bedrogen. >Ik heb je gewaarschuwdnu heb je je zin. Het ding is geen cent meer waard. „Maak me niet kwaad. Help me liever, schaf raad. „Goed. Je hebt me zooveel verteld uit den tijd, toen je nog vrijgezel was. Volgens je verhalen hen 'je een echte Don Juan geweest. „Inderdaad, zei ik met trots, „maar wat heeft dat met mijn electrischen aansteker te maken?" In elk geval functionneerde ik beter dan dit ding." „Ja, jij had altijd een vlam. Daarop is mijn tak- tiek gegrond. Je frischt je verleidingskunst nog eens op, gaat naar het warenhuis, spreekt met de juffrouw, die ons den aansteker vebkocht, maakt haar het hof, begrepen, zoolang tot zij je, den aansteker laat uilen. Dat is mijn idee. Wht zeg je ervan? „Ik ben overweldigd...." „Neon alsjeblieft niet overweldigd, ik verbied je dat zeiis. Je maakt haar een complimentje, zegt dat je haar mooi vindt-, maar verder ga je niet." „Ik weet zelf wel, wat ik moet doen." „Maar ik moet het ook weten. Je mag niet boven de een twintig gaan, en zoodra je ziet, dat ze den ruil wil toestaan, hou je onmiddellijk op. Tusschen haakjes -— ik ben nooit een Don Juan ge weest. Wat ik thuis over mijn avonturen vertelde, was verdichtsel, waardoor echter mijn waarde aan den huis-ehjken haard buitengewoon was toegenomen. Alle vrouwen wenschen, dat haar man onweerstaanbaar is. i was oi dus akelig aan toe, nu ik een jong meisje voor 1.20 het. hoofd op hol moest brengen. Ik wist lièeL maal niet, hoe ik het zaakje zou aanpakken. Maar ik moest en dus ging ik met looden schoenen uaar het warenhuis, kwam op de verdieping*, waar de gepatenteerde aanstekers verkocht werden, slenterde rond, bekeek andere .voorwerpen, welke mij niet het minste belang inboezemden, vroeg den prijs van vazen, die ik heelemaal niet wilde koopen. Eindelijk sloop ik naar de plaats, waar de verkoop ster stond, die ik het hoofd op hol moest 'brengen. Zij vroeg wat ik wilde en uit de omstandigheid dat ze me niet herkende, trok ik de droevige conclusie, dat ik den eersten keer geen bijzonderen indruk op haar had gemaakt. Ik deed echter miju best en zei met smach- tenden blik: „Juffrouw, u heeft zulke mooie. Zij keek me zoo onaangenaam aan, dat ik vervolgde „zulke mooie aanstekers." Verder kwam ik niet. De aardigheid was er voor mij al af. Tenslotte raakte ze een extra-fijnen aan steker van zes gulden aan me kwijt, en verzekerde, dat deze buitengemeen deugdelijk was. Ik kwam vroolijk en opgewonden thuis. „Nu," aldus mijn vrouw, „eu mocht je ruilen?" „Ja natuurlijk mocht ik ruilen." Kijk eens, wat een prachtig dingetje, en het functionneert onberispelijk. Ik drukte op het knopje er kwam een pracht van een vlammetje. Zij bekeek het voorwerp. „Maar dat is immers de allereerste, die de juffrouw ons liet zien en die zes gulden moest kosten." „Best mogelijk. Zij heeft echter geruild, ni'et ik. „Zoo? Nu maar dan heb je succes -gehad1 vent." „Nu, pochen wil ik niet, maar waar is het!" „Wat heb je gezegd?" „Dat weet ik niet meer." „Bedenk je dan nog eens." „Ik zal gezegd hebben: Juffrouw, ge zijt zoo mooi, dat bij u vergeleken alle andere vrouwen leelijk zijn. „Zoo".... „Ja. En zij antwoordde: U is getrouwd mijnheer en zegt me zoo iets? En ik: Al is men getrouwd, dan kan men de schoonheid toch wel waardeeren!" „En ze is er op ingegaan?" „Zooals je ziet." Hiermede was de zaak afgedaan. Mijn vrouw was blij o-ver de oplossing, ik over den nieuwen aansteker en zoo waren we acht dagen lang samen blij, toen plotseling de electrisehe aansteker zijn diensten wei gerde en niet meer te bewegen was, een vonkje te ge ven. „Zeven gulden twintig," dacht ik „en geen vlam metje, dat is te dwaas." Dwazer werd' het echter toen mijn vrouw me ver telde Ik was vandaag in het warenhuis, waar je den si- garen-adnsteker gekocht hebt en wilde de juffrouw vragen, of hij nog gemaakt kon worden. Maar stel je voor, de juffrouw is wegens eeu onregelmatigheid ontslagen. Ik wist- dadelijk, wat er gebeurd was." „Wat dan?" vroeg ik. „Natuurlijk het geval met den electrischen aanste ker. Men heeft gemerkt, dat ze liet ding ruilde en haar op-straat gezet." „Dat kan wel, maar waarom liet ze zich ook het hoofd op hol brengen." „Ik vind dat gevoelloos van je. Ik kan me den ken, hoeveel zonden jij al in je leven bedreven hebt. Het arme meisje is door jou schuld op straat gezet en nu zeg je cynisch, waarom zich zich het hoofd op hol heeft laten brengen. „Hoor eens kindje, het hart mag bij kleine avon tuurtjes geen rol spelen." „Hou op met je valsche moraal. Gelukkig ben ik te weten gekomen waar ze woont en hoe ze heet en ik heb haar anonym twaalf gulden over de post ge stuurd, waardoor tenminste mijn geweten gerust is, al loop jij dan ook ongevoelig over lijken...." Thans ben ik een monster, dat over lijken 'loopt, heb twee electrisehe aanstekers, die mij negentien gulden twintig kosten en niet meer willen branden. Tot mijn voldoening is er echter ergens een meisje, dat zich T. vergeefs het hoofd! breekt over de vraag, waarvoor zij twaalf gulden schadeloosstelling heeft gekregen. MAATJESHARING. Haringen zijn er het heele jaar door, maar de fijn proevers weten, dat in de warme zomermaanden d# maatjesharingen het lekkerst zijn? Wat zijn maatjes haringen? Men wil beweren, dat „maatjes" een ver bastering is van „meisjes" en dat deze haringen nog* niet in de periode van kuitschieten zijn, in tegenstel ling van de volle haringen. Er kotmen echter zooveel soorten van, haringen voor en ze hebben zooveel ver schillende eigenschappen, dat een zoöloog eens heeft verklaard, dat, wilde men er een boek over schrijven, het grootste werk zou bestaan iu de inhoudsopgave. Niet onaardig werd de haring eens genoemd,, een ge schenk der Noorsche goden" want hij komt voorname lijk voor aan de noordkust van Nederland, Duitseh- iand, Frankrijk etc. Hij is een gezellige visch, zwemt in groote scholen, die soms als een breed! lint door het water klieven en daardoor reeds in de verte kenbaar zijn. Behalve dit lint ziet men allerlei visschen en vogels, die er op azen en die den grootsten vijand, den visscher, den weg wijzen. (lelijk wen weet is het haringkaken door de Hollan ders uitgevonden en nog steeds heeft de Hollandsohe haring in het buitenland een uitstekenden naam. Het leven der haringvisschers is voortreffelijk ge schetst in de „IJslandsche visschers" van Pierre Lott. Dat de beschrijving in vele o-pzichten thans niet meer juist is, dat de moderne techniek haar invloed! hier ook heeft doen gelden, kan men zich wel voorstellen. Een eigenaardig soort haringen is de Whitebait, heel» kleine vischjes, hoogstens 1 decimeter lang, welke in Londen in de betere restaurants worden gegeten, ter wijl particulieren ze hun gasten voorzetten, indien ze dezen bijzondere eer willen bewijzen. Aan het eindevan het parlementaire seizoen gaan de ministers n-aar Greenwich, waar ze aan een whitebaitbanket aanzit ten. Hun voorbeeld volgen de groote Londensch» kooplieden-vereeni gingen en menig zonderling meent de gemeenschap niet gelukkiger te kunnen maken, dan door bij testament aan de een of andere corpora tie ot vereeniging een bepaalde som te vermaken, waarvoor jaarlijks een whitebait-maaltijd wordt na houden. GEEN COURANTEN S. V. P.! Van de honderd personen, die vaeantie 'hebben en uit zijn, zijn er stellig wel negentig, die zich voorne men m dien tijd geen couranten te lezen. Mannelijk» personen wel te verstaan, want de vrouwtjes-mensehe* zouden niet gaarne een feuilleton overslaan. De man nen, dan nemen zich voor geen couranten te lezen - tenzij ze meer belang hebben bij de hausse en baisse dan bij eb eu vloed. Enkele dagen gaat het goed. Men ziet eerst niet naar een courant om, gaat haar daar na opzettelijk uit den weg, mijdt de leestafels. Men begint een onaangenaam gevoel te krijgen, men mist iets, waaraan men gewend is. Men voelt het begin van honger naar courantèn-lectuur, men tracht dit gevoel meester te blijven, het kondigt zich echter steeds drin gende! aan. Eindelijk bezwijkt men men is een man, dus een zwak schepsel. Misschien motiveert men zijn overgave door te zeggen, dat men zich met een courant evengoed kan vervelen dan er zonder, mis schien wreekt men zich door de courant te spellen en de fouten aan te schrappen -wee den redacteur di» van zulk een wraak het slachtoffer wordt! maar in elk geval moet men tot de conclusie komen, dat men met buiten een courant kan, dat men tevergeefs met het „geen- couranten s. v. p." is begonnen. Wat ro»r d» couranten-menschen tenslotte ook maar goed1 is. Ingezonden Stukken. Gemengde Mededeelingen. EEN HONDEN-KERKHOF. Aan de mooie Oesterlaan ligt te Kopenhagen het hon- denkerkhof, dat thans tien jaar heeft bestaan. In dat tijdperk zijn er nieer dan twaalfhonderd hondten begra ven, welke in rijtuigen en auto's daarheen werden ver- oei a en in een kuil van een me ter diepte werden ge borgen. Onlangs kwam er zelfs een hondenlijk in een met- zij gevoerden kist uit Christiania de eigenares wilde, beslist, dat -het beest in zijn geboorteland zou worden begravenNiet alleen de welgestelden, ook de armen laten hun gestorven honden daar hegraven te gen 10 a 20 kronen, terwijl voor het onderhoud 1 a 2 kronen (1 kroon 0.68 jaarlijks moet worden be taald. De begraafplaats is met mooie boomen, hees ters en bloemen beplant, de graven zijn met schelpjes versierd' en met hekken omgeven, terwijl op menig graf de foto van den „diepbetrcurden" in zwarten lijst is_ geplaatst. Aan grafschriften ontbreekt bet niet, bijv. leest men „hier rust de in zijn leven vaak be kroonde poedel," terwijl natuurlijk de troetelnaampjes dikwijls voorkomen: „slaap zacht, kleine boebi," leef wei, Anna, lieve schat," „lieve kleine toelie, hoe zeer wordt je gemist," „Hier ligt onze onvergetelijke ge liefde kleine baby, 15V2 jaar oud," „leef wel, kleine moP> jij. die me steeds het eerste welkom bracht," „om gekomen 7 Mei 1902,' „hier ligt Kareis kleine das," „hier ligt onze eenige vriend! Soliman, hij was trouw tot aan den dood," hier lig*t Petersen's vriend Profast, !iii kniesde zich dood tijdens de ziekte van zijn baas." Hoeveel overdrévens1 en ziekelijks er in de meeste dezer opschriften ook moge steken, in enkele daarvan zil toch ook wel iets roerends. Bepaald treffend moet het echter zijn, dat een man sinds jaren alle avonden aan het graf van zijn hond vertoeft, die hem zijn een zaam leven vijftien jaren lang door zijn trouw en aan hankelijkheid vermooid heeft. Mijnheer de Redacteur Mag ik U beleefd nog eenige plaatruimte verzoeken voor de navolgende regels, waarvoor alreeds mijn wel- gemeenden dank? Hat is waarheid? Aan het Bestuur der Vereeniging, „Westerspeeltuin" te Amsterdam. Naar aanleiding van uw ingezonden stuk d.d. 10 dezei, meen ik tot slot nog even te moeten opmerken, dat de oorzaak van het door U vermelde de waarhnd del' onordeiijkheid niet verzacht. Werden de kinderen op zoo iets gewezen, dan zouden ze het vanzelf wel laten. Maar, enfin, een mensch is nooit te oud om te leeren En waar men dit met ernst wil, vertrouw ik wel, dat Jhr. Mr. P. van Foreest, na het ontvangen van een excuus, zeer zeker wel bereid zal zijn later weder zijne bosschen voor de jeugd disponibel te stel len, onder uwe geleide. Aangezien het meerdere, in uwe correspondentie vervat, niet ter zake dienende is, grootendeels berust op phantasie en ts 1 e de uonr't it. niiet meen ik hiermede te kunnen volstaan. KINDERSPEELTUIN. Waarde Redacteur, Gij hebt nog verzuimd het mede te deelen, eu daar om wil ik gaarne U ervan op de hoogte brengen, dat Alkmaar zijn eerste Kinder-speeltuin bezit! In de Liefdelaan is door de goedé zorgen der ge meentelijke overheid een terrein afgebakend, ruim voorzien van zand, in het bpzit van een tweetal lange tafels om op te spelen en van een eenvoud'igen wip. 't Is de moeite waard, eens even te gaan kijken De eerste schrede op den goeden weg! Geef aan het kind zooveel mogelijk gelegenheid, veilig buiten te zijn: in de lucht, in de zon, in de vreugde. Dan voedt ge het op tot een beter mensch, lichamelijk en geeste lijk. Van harte verheug ik mij in dit begin. En nog meer verheugd' zullen allen zijn, die het goed meenen met het kind, wanneer deze proef zoodanig uitvalt, dat weldra alle wijken van onze stad die er de ruimte voor hebben, in het bezit van zulke speeltuinen

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 9