Alkmaarsehe Courant C.YERHEUS, Uurwerkmaker, Alkmaarsehe Reisgids, Bouwterrein Voor geneesheeren. Zeldzaam aanbod. P. Oüfifö, Ridtatrjiütaar. en Soyaboonenkoeken merk W. L Zaterdag 22®Oct.ober 1910. Er zijn geenfmannen meer. Hoe maffer» te werden* ADVERTENTIES. ,De Bonte Koe", Langestraat "W. DE "WAAT., REPARATIE-INRICHTING. Herms. Coster Zoon. mn den Westerweg, Mussaulaan m Sgmonderstraat. WESSANEN êt LAAN, LIJNZAADKOEKEN, Steenhouwerij. HERMs. COSTER ZOON, Dp. Glaser' Ehrlich 606 Ingezond f mededeelinge". OPHEFFING OPENBARE SCHOLEN. Nieuwe BESSEN, nieuwe FRAMBOZEN en prima INMAAK-BRANDEWIJN. bij Wed. A. ZUURBIER—Ï)E WIT. ZIE DE ETAEAGE. ZIE DE ETAEAGE. - ACHTERSTRAAT 8 2? - Winterdienst 1910 -'11. Prijs f 0.03. Te bevragen bij A. G- DEN BOESTERO, Tousaainfstr.9. WORMERVEER. Koninklijke Fabrieken. Alkmaarsehe Stoom- Firma W. F. Stoel Zoon, Alkmaar. Kantoor Lnttik-Oudorp. N.V. B ek- en Handelsdrukkerij VAN „Neen, u komt hier niet vandaan, u krijgt niets te eten. Eerst moet u beloven dat u meedoet. Ach toe, doe het nu maar en u ook mijnheer Do docter gaf er zijn woord van eer op Uhlaan bracht zwijgend de hand aan zijn pet. de Een schetsje naar het Duitsch van OTTO KRACK. „Er zijn geen mannen meer", verklaarde miss Mabe kort en bondig en na deze uitspraak vlijde zij zich met haar slanke figuurtje gemakkelijk in den neten leuningstoel. En daarmede was het gesprek uit. Zij hadden over helden en heldhaftigheid gepraat en de jonge meisjes waren eenparig van oordeel, dat de heeren t ei sc ep ping vroeger veel stoutmoediger en veel meer vermetel geweest waren dan tegenwoordig. Tevergeefs hadden de jonge heeren de eer van hun geslacht trachten verdedigen, en toen de dochter des huizes haar macht .reuk had verkondigd, gaven zij het debat op en zwe te ston- spr gen stil. De stoelen werden achteruit gesehoven en zij den op. „Aantreden", commandeerde de jeugdige of ficier van het Afrikaansclre leger met zijn verbrand gelaat; hij had' niet ongestraft eenige jaren onder de tropen doorgebracht en was nog niet geheel en al ge wend aan den gezelschapstoon in zijn vaderland. Hij stond aan de ronde tafel midden in de ruime veranda, nam den lepel uit de bowl ter hand en schonk allen in die hem hun glas toereikten. „Op je gezondheid!" riep hij luide, „leve de oude roemers „Lang zullen zij leven!" herhaalde de stil verge noegde'schilder. Zijn baard begon reeds grijs te wor den? hij amuseerde zich echter nog met de jeugd, ter wijl zijn vrouw in de kamer met de oudere dames heeren zat te praten. De heeren klonken en dronken. De jonge meisjes zaten hier en daar in de veranda verspreid, in hun witte frissche japonnetjes, ze proefden even uit hun glas. fluisterden en lachten met elkaar over den uit gelaten „Afrikaan", die door zijn grappige, ondeu geilde verhalen het geheele gezelschap amuseerde. Het dochtertje van den geheimraad met haar ronde wan getjes, dat geen minuut kon stil zitten, kon geen oog van hem afhouden. Zij was dol op gekleurd laken vooral op de khakikleur. Plotseling weerklonk de zware basstem van den langen docter boven alle stemmen uit: „Zeg eens, jeugdige zwijger, hoe staat het? Heb je een gelofte gedaan van geheel-onthouding?' In een hoekje, eenigszins afgezonderd, zat een blon de Uhlaan, met een monocle in het oog, miss- Mabel aan te kijken. Wat was dat toch voor een persoontje? Hij had den vorigen winter niet haar kennis gemaakt, had hier en daar op een soiree of een bal met haar ge danst, en zij had hem geboeid als een zeldzame vreemde bloem hij kende haar niet nog steeds niet zij bleef een raadsel voor hem. Neen, hij begreep haar niet. Wat had zij zoo straks ook gezegd? En met een blik in zijn richting? Sloeg die opmerking op hem? Een blos was hem naar het gelaat gestegen. Er zijn geen mannen meer! O, schoon en trotsch meisje! Kon ik u maar eens bewijzen. Maar niets verried uitwendig de opgewondenheid die hem bezielde, geen spier van zijn gelaat vertrok, als een steenen beeld zat hij daar. Even boog hij en dronk den langen docter toe. Hij ledigde zijn glas In één teug' en liep naar het tafeltje met de bowl „Bravo kameraad!" riep de officier en schonk hem vol ijver weder in. Miss Mabel glimlachte slechts en zag den jeugdigen eavalerie-officier met koelen blik aan; hij stond met. den docter te praten en draaide zich om, zoodat hij met den rug naar haar toe stond. Hij had! niet geant woord op haar spottende opmerkingen, zelfs na haar laatste uitspraak, dat scherpe woord!, had' hij gezwe gen. Het was als 't ware een laatste troef die zij uit speelde. En hij? Hij had op zijn stoel gezeten, rus tig en onverschillig en had geen spier van zijn gezicht vertrokken. Had de pijl niet getroffen? En toch was hij voor h e m bestemd, hem moest hij' treffen. Waarom bleef' hij zwijgen Waarom hieldi hij zich op een afstand? En zij wilde zoo gaarne den m a 11 zien. De docter rekte zich uit en zeide: „Zeg eens geachte dames en heeren, zouden wij hier wel zoo rustig blijven zitten? Een weinig- beweging zou ons geen kwaad doen, speciaal op dit- oogenblik, vóór het souper. Wat dunkt u er van?" „Uitstekend!" antwoordde de man uit de tropen, ..je wórdt hier lieelemaal stijf. Laten wij wat onder de palmen gaan wandelen. Drinkt uw glas uit en dan voorwaarts marsch!" Sommige leden van het gezelschap bleven in de ve randa zitten, anderen gingen- de breede trap af naar den schaduwrijken tuin. Het! was het dochtertje van den geheimraad gelukt zich bij haar Afrikaan te voe gen en miss Mabel had den arm gevat van haar „oom: den schilder, den oudsten vriend van haar vader, haar buurman, want hij had. een huis laten bo-uwen naast het hunne. „Een heerlijk landgoed", zeide de cavalerie-officier, die zich bij den docter had aangesloten, terwijl hij de 01 gen om zich heen liet waren. „Dat zal waar zijn! De oude heer interesseert zich ook voor niets anders dan voor zijn huis en zijn tuin, zijn vruehtboomen en zijn vogels en hoenders. Dat is zijn wereld. E11 hij besteedt er wat geld aan. dat ver z< ker ik 11 „Is hij een Duitscher, in Amerika geboren?" „Zoover ik weet was zijn moeder een Duitsche. Hij is in Amerika opgegroeid en opgevoed. Men ziet het hem dadelijk aan, vindt u ook niet? En met zijn doch ter spreekt hij liefst Engelsch." „O, daarom wordt ze miss Mabel genoemd." „Ja. dat zegt men gewoonlijk. Ik ken haar eigenlijk niet anders. Ja, waarom zij zich eigenlijk hier. in de huurt van Berlijn gevestigd hebben? Ik geloof dat zijn moeder na den dood va.11 zijn vader hier naar toe gekomen is om de laatste dagen van haar leven in haar geboorteland door te brengen en zoo is haar zoon hier gebleven. Het is ook onverschillig niet waar, waar hij zijn geld verteert- hier of daar ginds." Eensklaps zweeg de docter, want zij stonden onver wachts tegenover de andere leden van het gezelschap. Het dochtertje van den geheimraad klapte in haar handen en riep stralend va.11 genot: „Ja, heel goed, Mabel! Uitstekend bedacht. De heeren moeten mee doen. Ja niet waar u doet mee?" „Waarmee, lieve jonge dame? Wat is er aan de hand?" vroeg de docter. „Wij willen aanstaanden Zondag een uitstapje ma ken te paard wij allen met elkaar en buiten öéjeuneeren-*— ergens in de open lucht." Een diepe, volle klank deedl zich van uit het huis hoeren en weerklonk door den t.uinhet deed denken aan een dof kanonschot, heel in de verte. „Aha! daar gaat de gong! Het souper staat op de tafel! Vooruit, dames en heeren!" Maar de dochter van den geheimraad' bleef staan en hield den docter vast. Bij den stal van de manége, waar de paarden ston den van Mabel en haar vriendin, de dochter van den geheimraad, kwam het kleine gezelschap den volgen den Zondag 's morgens vroeg te zamen. De jonge „,Miss" met haar oom den schilder kwam het laatst. Deze had met genoegen de rol op zich genomen van „chaperonne." Hij was wel geen zeer beste ruiter en voelde zich, zeide hij, meer op zijn gemak op een Itali- 1anschen ezel, maar een rondreizend kunstenaar moest zich op alle zadels thuis voelen. Zijn angstige weder helft had dtis eindelijk toegegeven, hoewel zij hem met een bezwaard hart zag vertrekken. En ook de voorzichtige docter had een heel bedaard, goedig paard uitgezocht, een dier dat geen grillen en nukken had. Toen hij pas docter was en nog niet veel practijk had, nam hij 's morgens vóór het spreekuur graag wat beweging'. Maar nu hij als vrouwenarts zeer veel te doen had. kon hij zich dat genoegen niet meer gunnen; hij had zijn liefhebberij moeten opgeven en sinds jaren geen teugel meer in de hand gehad. De afspraak was door het Grünewald' te rijden, m Waunsee te ontbijten en tegen twee uur weer thuis te zijn. Ze reden dus met hun zessen uit: de schilder en de docter met miss Mabel vooruit, en daarachter de doch ter van den geheimraad met den Afrikaan en den Uhlanenofficier. Alles was nog doodstil op straat; een enkele wan delaar, die vroeg' was opgestaan of was het misschien een nachtbraker die met klaarlichten dag naar huis ging Het was een heerlijke, frissche zomermorgen. Het had de geheele week geregend, zoodat het plannetje dreigde in het water te vallen. Maar g-isteren tegen den avond was het opgeklaard en vanmorgen straalde de zon aan een wolkenloozen hemel. Toen het gezelschap aan het station Walensee was aangekomen, sloeg de klok negen uur. Met donde rend! geraas reed de trein juist over de zware brug en miss Mabel's schimmel begon bedenkelijk te steigeren, maar een paar vriendelijke tikjes en woordjes brachten het dier weer tot rust. Men begon de koele bosclilucht reeds te bespeuren. Rustig en plechtig verhieven zich de statige- dennen met hun donkere kruinen, die door geen windje in be weging- gebracht werden, en tusschen de slanke stam men kwamen hier en daar witte gebouwen met roode daken te voorschijn. De schilder vertelde vroolijke dingen uit zijn vrij kunstenaarsleven in Rome en Parijs, waar zelfs Ma bel om moest lachen; haar vriendin kon zich niet ver zadigen aan de avonturen, die haar vriend in Afrika beleefd had. Dat alles was zoo nieuw en zoo spannend eenvoudig verrukkelijk. Zou hij niet veel liever daar gebleven zijn? Neen. Of hij dan weer terug keerde tiaar het Zuidwesten van Afrika? Neen, naar Kameroen. Wanneer, in dezen zomer nog? Ja, over vier weken dreef hij weer op de zilte baren Ach, hoe jammer! En het jonge verliefde kind zuchtte erbarmelijk. Zwijgend reed de eavalarist naast haar voort. Slechts nu en dan mengde hij zich in 't gesprek. Zijn oogen hingen aan de slanke meisjesgestalte, die daar voor hem op het fraaie, witte paard) zat. Zij droeg een nauwsluitende, zwarte amazone 0111 het gracieuse, -buigzame figuurtje; een hoedi met breede randen be schaduwde het fijne, hoogmoedige gelaat. En wat zat zij rustig en zeker in het zadóll Zijn ruitershart was er van verrukt, hij dacht een oogenblik aan een toekomst, aan een leven met haar scheen zij niet voor hem geschapen te wezen? Hij groeide een oogen blik van verrukking, van verlangen. Maar zij? had zij eenig vermoeden van hetgeen hij verzweeg? Wist zij wat er in hem verborgen was? Waarom gaf zij hem niet een teeken, een klein tee- ken van haar sympathie? Neen, zij bleef koud en on genaakbaar. En wanneer zij hem aanzag, was het dan niet eerder met vijandigen dan met een vriende lijken blik? „Er zijn geen mannen meer! O schoone, trotsehe vrouw Weder bruiste alles in hem van toorn als hij aan die woorden dacht. Hij kon ze maar niet vergeten. Steeds weder kwamen zij hem in de gedachte. Zij ver volgden hem overal. Zij boorden zich vast in zijn her sens, zoodat, hij er zich nie-t meer van losmaken kon. Neen, hij kon het niet wagen een woord te spreken, hij moest afwachten en duidelijk zien dat was het hij moest haar hart zien. Zij waren den schaduwrijken koningsweg langs ge reden en toen zij hij het wachthuisje kwamen, tegen over het „Groote venster", schitterde het meer hun te gemoet. „Dames en heeren kijkt toch hoe prachtig!" riep de schilder opgewonden uit- Hij reed1 over den! spoordijk en de anderen volgden. Stil en rustig-, door geen winidlje bewogen, lag daar het water voor hen, de hooge, donkere hoornen weer spiegelden zich in het heldere meer. Aan de overzijde passeerde een bonte menigte. Mannen, vrouwen en kinderen zoover men zien kon- de nieuwste Berlij- ner straatdeunen verbraken de heerlijke stilte van den rust-igen Zondagmorgen. Allen moesten lachen en gedaan was het- met de plechtige stemming. Zij wilden den tocht voortzetten, maar toen men de paarden ha"d! doen keeren, was het te laat den spoordijk weer te passeeren. De signaal klok deed zich hooren, langzaam gingen de hooge slag- boomen naar beneden en versperden den- weg. Terwijl de anderen zich in het onvermijdelijke schik ten, en geduldig wachtten, was miss Mabel zeer boos. Verstoord riep zij uit: „Willen wij er overheen sprin kou niets zien de trein de eindelooze trein de wagens passeerden nog steeds - en zoo langzaam, zoo akelig langzaam. Miss Mabel stond1 daar onbewegelijk evenals de an deren. Met strakken blik, doodsbleek, met witte lip pen en starende oogen. Haar tong was vastgekleefd aan haar verhemelte - zij hoorde haar hart bonzen. Neen, dat had zij niet gemeend1 dat wilde zij niet, neen nooit. Wat had hij gedaan in s hemels naam gis er eens een ongeluk gebeurde wiens schuld was het dan? De hare! zij alleen was de schuldige. En als hem geen kwaad overkomen1 was, wat dan? Had zij hem gewonnen of verloren? Een somber voorge voel maakte zich van haar meester! O, die ellendige woorden die ze had! uitgesproken! Had zij het maar niet gezegd kon zij de woorden maar weer teiug'- neme-n maar het was te laat. Daar ginds stond de Uhlaan stil. Loom zat hij in het zadel alsof er hoegenaamd niets gebeurd was. Hij had juist een lucifersdoosje in de hand1 en stak een gigarette op. „Er zijn geen mannen meer!" wat zegt u er nu van, miss Mabel? Een bagatel voor een goed ruiter. Nu ja misschien wel het kan wel zijn maar ei- kunnen omstandigheden bij komen, toevallige omstan digheden het had best slecht kunnen afloopen, niet waar? Zoo iemand zijt ge dus, ge speelt met het le ven van een mensch? Nu keu ik u ik wou in uw hart zien dank u ik heb er in gezien. O, trotsehe, schoone vrouw!.... Vaarwel! Nadat bij Koninklijke beslissing was bepaald, dat de openbare school in het dorp Nibbixwoud niet mocht worden opgeheven, heeft thans de Gemeenteraad op voorstel van het raadslid K. Kooning besloten, beide openbare scholen in de gemeente, dus die te Nibbix- woud en te ITauwert, op te heffen. Ondertusschen werden door B. en W. sollicitanten opgeroepen voor de vacante betrekking' van Hoofd der school te Nib bixwoud en zal daar binnenkort een nieuw Hoofd wor den benoemd. Mocht het be sluit van den Raad worden goedge keurd, dan bestaat de kans. dat het personeel van bedde scholen o-p wachtgeld komt. Het besluit is ge nomen met 4 tegen 3 stemmen; onder de tegenstem mers behoorde ook het R. K. raadslid Kieften'burg. MIRABEAU zeide van een buitengewoon dik mensch, dat God hem alleen had geschapen om te doen zien, hoever de inenschelijke huid zich kan uitzetten, zonder te springen. Het is werkelijk waar, dat de zwaar lijvigheid schade doet aan de schoonheid. Maar zij is ook schadelijk voor de gezondheid, want het is eene werkelijke ziekte, waarvan de ernstigheid onbetwist baar is en tot de ergste ongevallen kan leiden. De behandelingen vermenigvuldigen niet minder dan de theorieën en de zwaarlijvigen wachten gedurende dien tijd in vertrouwen op een geneesmiddel voor een wanhopige ziekte. Het is volstrekt niet noodig zoolang te zoeken, daar de behandeling bestaat, eenvoudig en onder bereik van iedereen, met de „Marmol» Tabletten." Dit middel, waarvan de eigenschappen versterkend en verfrisschend zijn. is volstrekt onscha delijk. Zijne natuurlijke en physiologische werking op het lichaam doet de dikheid spoedig verdwijnen, zonder dat men iets in zijn levenswijze behoeft te veranderen. Geen leefregel, geen lichaamsoefening zijn noodig. Het lichaam wint in kracht en energie, wat het aan dikte verliest. Verkrijgbaar in alle Apotheken. Prijs 1.75 per fla con met gebruiksaanwijzing. Agent: Nierop en Slothouber te Alkmaar en franco zending tegen inzending van postwissel of postzegels aan HENRT SANDERS, Apotheker, Rokin 8. Am sterdam. 1 evert op lieden VOLVETTE KAAS k f 1.25 en f 1.10 per stuk. - ZEER FIJNE KAAS a f 1.—. FIJNE OUDE LEIDSCHE KAAS, zeer geschikt voor bijzon dere gelegenheden, 40 Ct. «Ie 5 ons. Aanbevelend, Ingezonden stukken. I" gen .Over de slagboomen? Maar Mabel! maar miss Babel De schilder was onmiddellijk vlak naast haar. „Dat gebeurt niet, mijn kind!" sprak hij haar toe en zijn stem klonk zoo streng en zoo beslist, dat allen hem verwonderd- aanzagen. „Wat een bevelende toon, oompje", zeide zij schou derophalend en luid voegde zij er bij: „Maar voor een goed ruiter is- het een- bagatel De Uhlaan beet zich op de lippen. Bedoelt zij mij daar niet mee? Al weder een piek op mij? Op wien anders Wie anders is een goed ruiter." Niemand merkte hoe hij zijn paard langzaam een paar schreden achteruit liet gaan aller oogen wa ren op den spoordijk gevestigd. Al nader en nader 'kwam de trein, men hoorde reeds het stampen en ra telen, men zag reeds de beide gloeiende oogen van het dampende monster, men kon reeds de gedaante van den stoker onderscheiden. Daar hinnikt een paard, een paar hiefslagen, een sprong en een ruiter yloog over den eersten boom een oogenblik en dan hop, nog een sprong- en de spoortrein suisde voorbij Geen enkel geluid, geen stem, geen gil. Ontzet ting verlamde ieders- t-ong. Men stond aan den grond vastgenageld. Wat was dat? Wat was er gebeurd? Wie had De cavalerie-officier ja, hij was het hij had het gewaagd! die vermetelheid die waaghalzerij! Was het gelukt, ja of neen? Was hij er heelhuids afgekomen of Waar was hij? Men Aan de Redactie van de Alkmaarsehe Courant. Mijnheer de Redacteur. In het nummer van uw blad, dato 17 dezer, komt een berichtje voor onder het opschrift: Opheffing van Openbare Scholen. Het zij mij vergundl naar aanleiding van dat be richt eenige kantteekeningen te maken aangaande den inhoud ervan. Het is mij natuurlijk onbekend!' langs welken weg u in liet bezit van dat bericht kwaamt de inhoud is geheel bezijden de waarheid. De meerderheid van den Raad1 van Nibbixwoud heeft niet besloten tot opheffing der beide scholen te Hauwert en te Nibbixwoud'; het besluit is: „sa mensmelting" der beide bestaande openbare scholen Er zal dus eene school vervallen, en wel die te Nib bixwoud, ter wille van, den afstand. Wie in deze matérie met onbevangenheid kan oor- deelen, zal niet zoo dadelijk het dwaze van het Raads besluit-, zeg van de 4 voorstemmers, toestemmen, al wil uw bericht' tusschen de regels1 door dat besluit als een paskwil voorstellen. Ook in deze als 111 zoovele andere speelt teg-eningenomenheid een -booze partij. Wie een dergelijk bericht aan de pers gaat toever trouwen, is zedelijk verplicht niet alleen de schaduw-, maar ook da lichtzijde te laten zien. Zooals uw be richt daar laat lezen, heeft het- de strekking de 4 be lachelijk te maken. Wat is echter het geval? Tot op dit oogenblik wordt de school te Nibbixwoud bezocht door 8 leerlin gen, zegge acht. In de naaste toekomst is het niet te denken, dat dit getal zal stijgen, wel zal teruggaan, en het is te gelooven, dat de school in. afzienbaren tijd geen leerlingen meer zal1 hebben. Als nu de 4 begrijpen, dat het onderwijs in één-mans scholen niet tot zijn recht kan komen, en als deze overtuiging steunt op het gezag van de mannen van ervaring, dan lijkt het besluit nog niet zoo gek, al is uw bericht er om het gekke te doen uitkomen. Eén persoon, die zes leerjaren voor zijn rekening heeft Men kan, mijnheer de Redacteur, vóór- of tegen stander zijn van openhaar onderwijs, fiat! Maar men moet billijk blijven. Uw bericht doet het voor- kemen, alsof de 4 uit partijzucht handelden, want waarom sluit- uw bericht met de woorden: Onder de tegenstanders behoorde ook het R. K. Raadslid Kief tenburg Welke gronden die heer. voor zijn „veto" had om te gen te stemmen, weet ik niet. Maar zoo heel veel btteekent m. i. zijn tegenstemmen niet, want hij heeft indertijd mede-onderteekend een adres aan II. M. de Koningin, om de school te Nibbixwoud te sluiten. Ware dat toegestaan, dan was er reden geweest om te jammeren, want er waren toen nog 11 kinderen die 4 of meer kilometers van de naaste school verwijderd waren. De 4- willen een nieuwe school bouwen, die voor alle kinderen valt binnen den door de Wet. bepaalden af stand. Is dat in strijd' met- dei Wet? Die spreekt van „voldoende" gelegenheid en niet van „aantal" scholen. Door het bouwen van de nieuwe school, dus door sa mensmelting der bestaande scholen, wordt bereikt: lo. De kinderen beter onderwezen zullen kunnen worden. 2o. De gemeente bespaart zich elk jaar 800. 3a.- Het Rijk bespaart- zich elk jaar f 800. 4o. Het onderwijs wordt bevorderd. Noch het- personeel te Hauwert, noch het personee te Nibbixwoud komt op wachtgeld. Te Nibbixwoud is slechts een tijdelijk Hoofd, en die is reeds een jaar op wachttgekl. Dat er een oproeping is gedaan voor een Hoofd der chöol te Nibbixwoud, heeft groote verbazing gewekt. U dankende voor de opname, hoogachtend, Nibbixwoud. A. JANSEN. Wij laten hier het berichtje, dat door ons aan (ie groote pers was ontleend, nog even volgen en late aan den lezer gaarne het oordeel over de vraag, in hoeverre- het lange ingezonden stuk en de daarin ver vatte beweringen gerechtvaardigd zijn. Het beriehtu luidt Naast VROOM DREESMANN. EERSTE KLAS - - ,1 rcnratF regel lag- Degelijke garantie. VERSCHENEN Spoorboekje waarin vernield treinen, tranis en booten in Noord-Holland. Uitgave N. V. Boek- en Handelsdrukkerij voorheen Voordam C O. Telefoon No. 8. Opgericht 1765. Voedert uw VEE met de zuivere murwe merk „Ster" en W. L. uitmuntende door hoog eiwit- en vetgehalte en grootste voedingswaarde. EERE-DIPLOMA Parijs 1900. NEGEN GOUDEN MEDAILLES. Groote keuze Nette bewerking. Teekeningen en FotografLche af beeldingen op aanvraag. Verschenen en verkrijgbaar In den Boek handel van de VOORDAM C O. TELEF No. 3. Vertaling van Dr. MAX JUDA. Prijs f O.OO. TE KOOP: ALLES MOET WEG. Een mooi JACHTGEWEER met benoodigdheden, o.a. een paar als nieuwe JACHT LAARZEN, een FIETS, merk „De vermaardheid" van KERKMEER. Een best HON DENHOK met LOOP. (Mijn jachthond is echter be slist niet te koop, dat zij voor onnoodige moeite ge zegd). En een zeldzaam mooie kleine BRANDKAST met cijferslot van LIPS van OORDTRECHT. Alles te zien tusschen 4 en 5 UUR, geen spot s.v.p. Adres: J. J. HLAAUBOER Junior, Heiloo MEN I.OOI'E vanaf de LAAT de RIDDER STRAAT in naar het Goudmagazijn van P. «HOES, daar vindt men groote keuze Juweel en voor ond. GOUDEN OORIJZERS, GOUDEN ARMBANDEN, KRUISEN en KETTINGEN, TROUW- en VERLO VINGSRINGEN. Inkoop hoog ste waard

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 9