Kweekerij „Dumbosch" CAFÉ met gewaaiboigde VE8ËÜHI Tooneel-Vereeniging Je! Vrijs Tooneel", m A. J. PEECK te Sctiocrl bij Alkmaar. ADVERTENT! EN. Door uitsluitend Sunlight Zeep te gebruiken blijft het linnen en tafelgoed zoo wit als sneeuw. ZONDAG 30 OCTOBER 1910 Na afloop Bal STEAROE-KAARSEN Ruime keuze in Yruchtboomen. Vraagt Prijscourant. De Mislaitin. Vraag en aanbod. Schouwburg „H&rmonle", Sluiting der zaal 9 nur. Enkele kaarten 40 Ct. Heer en Dame 70 Ct. Boter Kroontjes, Speculaas, Aimter- damsch Speculaas, Botes banket en Borstplaat. DAGELIJKS VEHSCH bij Cm wan Stam, Banketbakker. Alkmaar. Telef. nr. 58. 'harde, WITTE en ZUIVERE m d8 Stearine-kaarsenfabriek „APOLLO", te SCHIEDAM. (hoogste onderscheiding), te Parijs in 1900 met Grand-Prix. Zijn verkrijgbaar bjj alle voorname winkeliers. toveiigenoetoden avond een relletje In) de Kapelsteeg •te hebben gezien. Beklaagde sloeg Veen daarbij op het gezicht. De Officier van Justitie acht het wettig eb. over- ■tuigend! bewijs geleverd! enj eischt tegen beklaagde 2 (maanden gevangenisstraf, i BELEEDIGING. Gerrit BI. te Egmond aan Zee, was eveneens niet verschenen. Hij had zich schuldig gemaakt aam be- leedliging. Beklaagde was den lOen Augustus dron ken en kwam bij die gelegenheid zekeren Bergsma tegen, dien hij begon uit ta schelden en tevens op zijn rechter voet trapte. Lolke Bergsma, onbezoldigd! rijksveldwachter, ver telt, hoa de zaak zich heeft toegedragen. Beklaagde voegde hem met meer beleedigeade woorden o. a. toe: valsche eadlger.! Door den Officier werd tegen beklaagde wegens eenvoudige beleediging en mishandeling 2 weken ge vangenisstraf geëischt. WE DE RS P ANNTGHEID Klaas en Jan H., respectievelijk te Enkhuizen en te Westwoud woonachtig, waren niet verschenen. Hun was ten laste gelegd, dat zij te WestWoiud den llden September zich aan wederspannigheid' hadden schuldig gemaakt. Zij bevonden zich op bovengenoemden avond in het café van J. Schagen te Westwoud. Toen het noodig geoordeeld werd hen uit die zaal te verwijderen, pakte o.a. Jan Tesebdd, rijksveldwachter hen aan. Deze verklaarde thans als getuige gehoord, dat beklaagden, die zeer opgewonden waren, niet aan een verzoek om weg te gaan, wilden voldoen. Daarna pakte getuige hen beet met behulp van eenige andere veldwachters; beklaagden verzetten zich echter hevig, trokken en scheurden overal aan. Ook de gemeente-veldwachter Olij verklaart, dat be klaagden zeer wederspannig waren. Volgende getuige was Arie Schouten, arbeider te Hoogkarspel, die op bovèngenoemdien avond in dienst was bij den herbergier Schagen. Daar beklaagden op de bovenzaal de orde verstoorden, verzocht hij hen meermalen om weg te gaan. Toen zij aan dit verzoek niet wilden voldoen, riep hij de hulp van de politie in. Johannes Jacobus Schagen, herberger te Westwoud, vertelt daarna wat hij weet van het voorgevallene. Wegens wederspannigheid tezamen en in vereeni- ging gepleegd, eischte de officier van justitie voor ieder der beklaagden een maand gevangenisstraf. Ten slotte moesten achtereenvolgens een achttal inwoners van Hoorn terechtstaan. Zij hadden hunne hond of honden niet i,ni de belasting aangegeven, dientengevolge hoorden tegen zich eisehem: Frans van R., arbeider, 5 boete subs. 1 dag hechte nis. Jan Gr., koopman, 6 boete subs. 1 dag hechtenis. Ulderik Z., sjouwerman, 6 boete subs. 1 dag hech tenis. Cornelia S., sjouwerman 5 boete subs. 1 dag hech tenis. Willam T., metselaar, 5 boete subs. 1 dag hech tenis. Pieter Sch., 5 boete subs. 1 dag hechtenis. Bartholomeus E., vischventer, 5 boete subs. 1 dag hechtenis. Arie Sp., koopman, 5 boete subs. 1 dag hechtenis. In alle zaken uitspraak over 8 dagen. HOEKAANKONDIGING. OVER OPLEIDING EN OPVOEDING AAN AMBACHTS- DAG- EN AVONDSCHOLEN, door L. VAN ESSEN Rzn. Aldus luidt de titel van het Handboek ten dienste van hen, die zich wijden aan het Vakonderwijs. Wij hebben dit boek met groote belangstelling gelezen, het is onderhoudend geschreven. Ongetwijfeld zal het goede diensten bewijzen aan de leeraren, voor wie het bestemd is en die in een bijzondere conditie ver- keeren. Zij toch, gelijk de heer H. J. de Groot, de in specteur van het middelbaar onderwijs, in zijn zeer jwaardeerend voorwoord opmerkt, die zich aan het vakonderwijs geven, moeten eerst hun technische kennis in het praktische leven opdoen. De kunst om aan anderen mede te deelen, wat zij zelf op die wijze hebben verkregen, moet later op de school als leeraar .aangeleerd worden. Daarom hebben velen bij de in trede in de school reeds met allerlei bezwaren te kam pen. Studie van de leerlingen, hun eigenaardigheden, hun karakter en de wijze, waarop zij geleid) kunnen worden, komt dan in de tweede plaats aan de orde en niet ieder is geboren opvoeder. Ten opzichte nu van ul deze zaken geeft het boek practische wenken, en het zal daardoor veel nut kunnen stichten." Achtereenvolgens behandelt schrijver de tucht, de orde, het voorbeeld, het woord, het toezicht, het be leidvol optreden, het wekken van belangstelling, het leerplan, de straffen, de orde buiten de school, de goe de verstandhouding onder het personeel. Hij gaat uit van de principes, dat ook bij bet vakonderwijs op leiding opvoeding in zich sluiten moet, dan men met jhet woord voorzichtig moet wezen, dat d'e nieuwe vak onderwijzer natuurlijk moet zijn, moet beginnen met pnderwijs te geven, nimmer kleinigheden voor gering of onbeduidend moet houden, met koel hoofd en warm hart straffen moet overwegen, zoodat ze verstandig ppgelegd, onfeilbaar op het kwade volgen. Natuurlijk js het geen handboek, in dien zin, dat een leeTaar als hij voor de klas staat,, op bladzijde zoo en zoo kan vinden wat hij in een gegeven geval kan doen, welke straf hij bijv. moet toepassen. Wil hij er van profi- teeren, dan moet hij dit boek kritisch lezen en dan rustig overdenken, zoodat hij er uithaalt wat voor pijn persoonlijkheid het meest geschikt is; en mocht Jiij daarbij op een enkel punt tot een andere conclusie komen, welnu dan heeft het boek ook ten dien aan zien voor hem zijn verdienste gehad, immers het heeft hem leiding gegeven, hem tot nadenken gebracht. Zoo opgevat, kan het boek misschien voor onderwij zers aan de lagere school, maar zeker wel voor vele leeraren bij het middelbaar en booger onderwijs, die (dikwijls ook zonder eenige paedagogische voorberei ding voor de klas worden geplaatst, nuttig zijn. De uitgeefster, de electrische drukkerij L. E. Bosch en Zoon, heeft voor een smakelijke uitvoering zorg ge dragen. UIT DE DIEPTE heet een propagandaboekje van het Leger des Heils, waarin op de bekende populaire wijze door comman dant Ridsdel wordt gesproken over den arbeid van het Leger, in de hoop, daarvoor sympathie te wekken 'en finantieelen steun tel krijgen. Achtereenvolgens worden het evangelisatieschip, het nieuwe jongenshuis .te Amersfoort, de barmhartigheidsposten, het vraag stuk der ex-gevangenen en de landkoloniën besproken en door verkregen resultaten toegelicht, terwijl eenige plaatjes den tekst illustreeren. Bijzonder trof ons de opmerking, dat alleen in Amsterdam, Rotterdam en .Zwolle de officieren als leden van d!e plaatselijke com missie van bet Nederlandseh Genootschap tot zedelij ke verbetering der gevangenen toegang tot de gevan genissen kunnen krijgen terwijl het Leger graag (zooveel meer zou doen. Onwillekeurig vraagt men zich af, of er aanleiding zou zijn, het Leger als in andere landen ruimer gelegenheid) te geven onder de gevangenen te arbeiden. DE BLERIOT-VLIEGMACHINE. Als een overdrukje uit het „Vakblad! voor den werk tuigkundige en den electrotechnicus" is onder boven- staanden titel een met zeer duidelijke afbeeldingen Vóórzien opstel van den heer A. van Velzen versche nen. Uit de beschrijving blijkt, dat het opstel oor spronkelijk voor vaklieden bestemd1 was uitdrukkin gen als „rendement der draagvlakken", „driehoeks- Bteun" e. a. hebben voor den leek toelichting van poode. GREPEN UIT DE GESCHIEDENIS DER TIIEOSOPHISCHE BEWEGING. Een gelukkige greep heeft de universeele broeder schap en het theosophische genootscbap te Groningen p. i. niet gehad, toen ze besloot bovenstaand werkje ite doen verschijnen. Misschien dat het werkje den geestverwanten van den schrijver of vertaler bevrediging schenkt wij imoeten dit gelooven, waar wij lezen„De heer Fussel sprak anderhalf uur lang, doch zoo belangwekkend wa rren de gebeurtenissen, die hij behandelde, waarvan vele een waarlijk dramatisch karakter droegen, dat ihij het groot© gehoor boeide Van het begin tot ein de." Voor den buitenstaander is het weinig interes sant; weet hij iets van de theosophische beweging, dan /brengt bet hem geen nieuws, dat zijn kennis verrijkt /of verdiept; en weet hij er niets van dan doet hij (verstandig met een andere vraagbaak ter hand te nemen, zoo hij iets naders omtrent de geschiedenis der theosofische beweging wenscht te weten. Naar het Fransch van M. Thiéry. „Ik herinner me het geval, alsof het pas gisteren gebeurd is," zeide graaf de Gem'bili. „Vrienden van me waren ter opening van de jacht bij me gekomen en op bet oogenblik, waarop mijn opzichter Germinar met de drijvers verscheen, zeide de schilder Olivier te gen mij „dat is een flinke kerel, een toonbeeld van kracht en gezondheid." Een half uur later viel het eerste schot en haast tegelijkertijd] weerklonk een aangrijpend gekerm. Wij, de schilder en ik, stonden vlak bij elkaar en we snelden onmiddellijk in de richting, vanwaar bet smartelijk geluid] tot ons was doorgedrongen. Op de juiste plek gekomen, kregen we eenj vreeselijk tooneel te aan schouwen: Germinar lag op den grond! en zijn gelaat was met bloed bevlekt. Wij zagen op het eerste ge zicht, dat de oogleden en het voorhoofd waren ge kwetst. De ongelukkige jongeman kromp van pijn in een en jammerde, toen hij mijn stem herkende: Och, graaf, geeft u me toch het genadeschot." Tenslotte verloor hij, terwijl wij probeerden hem op te tillen, het bewustzijn en dat was voor den armen kerel op dat oogenblik de grootste weldaad. Germinar werd naar zijn in de buurt gelegen opzichterswoning gebracht; ondanks de vele pogingen van de mooie meisjes had hij de gelederen van de jonggezellen nog niet verlaten en woonde hij daar geheel op zich zelf. Toen de snel ontboden dokter kwam, herademden wij spoedig een weinig: niemand! van mijn vrienden had Germinar geraakt; er was met grof zout op hem ge schoten. Nadat dit feit nadrukkelijk was vastgesteld, was het toeval geheel buitengesloten en kon er slechts aan een misdaad worden gedacht. Wie was de schuldige? Niemand der drijvers droeg een wapen. De verden king viel op een strooper, die uit wraak had gehan deld, maar het onderzoek, dat werd ingesteld gaf geen enkele nadere aanwijzing. Voor het leven van den getroffene bestond, gelijk te voorzien was, geen gevaar, maar de arme jongen was blind geworden. Toen dit niet langer kon worden verzwegen, raasde en tierde Germinar van wanhoop en hij zwoer, dat hij zich van kant zou maken. De dokter was er voor, dat hij naar een ziekenhuis zou worden gebracht, waar hij goed verpleegd en bovendien ook goed bewaakt zou worden. Maar Germinar jammerde en smeekte zoo hartstochtelijk, hem in zijn woning te laten, dat ik bezweek en toegaf. Alleen echter kon hij niet meer blijven en er diende dus gezorgd te worden voor iemand, die hem trouw wilde verplegen en helpen. Een dergelijk persoon was spoedig gevonden. Toen het ongeluk in het dorp bekend werd, kwamen de menschen in grooten getale opdagen: jammerende vrouwen en opgewonden mannen stonden voor de wo ning van Germinar en het betreurenswaardige geval werd besproken op een wijze, die deed denken aan het zoemen van een bijenzwerm. Plotseling kwam er een uit de groep vrouwen te voorschijn, die zich met de volgende vraag tot mij wendde „Er moet toch iemand voor Germinar kooken en hem bedienen, mag ik dat doen, mijnheer de graaf?" „Jij, Mulattin? Dat is geen werk voor een jong meisje." Zij hield echter aan. Ik kende haar, mijn tuinman had haar vaak een dagloon laten verdienen; zij ging door voor fatsoen lijk en eerlijk, maar men hield in het dorp niet veel van haar. Wegens haar scherpe jukbeenderen, de donkere oogen en de bruinzwarte gelaatskleur had zij den bijnaam van „mulattin" gekregen, hoewel zij in het dorp geboren was, meed zij de menschen of lag zij met hen overhoop. „Maar kind," zei ik, „weet toch wel wat je doet! Wat zullen de menschen in het dorp zeggen, als jij, een jong meisje bij Germinar gaat wonen?" „Hij is ziek, mijnheer de graaf, en ik. nu met mij is het heel iets anders dan met de anderenlaat u mij hem verplegen!" En zoo gebeurde het dat1 de „mulattin" Germlnar's verpleegster werd. Hare aan zwaar werk gewone han den wisten met merkwaardige vaardigheid te doen, wat tot de taak van een ziekenverpleegster behoort. Toen de blinde het bed verlaten kon, leidde ze hem. Toen liij tegen zijn lot in opstand kwam, kalmeerde zij hem. Eens was ik van plan Germinar op te zoe ken, maar bleef ik op eenigen afstand van zijn woning verrast staan. Germinar zat op een bankje en voor hem knielde de mulattin en terwijl de blinde zijn hoofd, dat zeker voor het eerst zonder verband was, naar haar vooroverboog, herhaalde de mulattin als iemand! die bidt al maar door dezelfde woorden: „Ik ben leelijk, zeer leelijk.maar ik heb je lief.je kunt niet zien hoe leelijk ik wel ben. ik heb je lief. Zachtjes, heel zachtjes verdween ik. Den volgenden dag ging ik weer naar Germinar en t-oen ik met den blinde alleen was zeide bij verlegen „Ik moet u wat merkwaardigs vertellen.de mu lattin zegt, dat ze van me houdt en steeds bij me wil blijven." Ze trouwden samen. De knappe jongeman, die al de meisjes van het dorp het hof gemaakt had, vond troost in de opofferende, innige liefde van het meisje, dat hij indertijd geen blik waardig had1 gekeurd. En deze troost ging langzamerhand over in een mild ge voel, dat, zoo al geen liefde, dan toch wel genegenheid genoemd' mocht worden en deze genegenheid werd in niger en innigerliefde verwekt liefde, Germinar kon, zooals de mulattin had gezegd, niet meer zien hoe leelijk ze wel was en.hij kreeg haar lief! Maar zonderling genoeg: Germinars liefde, welke de mulattin zoo vlijtig had! trachten te winnen, scheen haar niet gelukkig te maken. Dikwijls zag ik, hoe de oogen van Germinars vrouw zich met tranen vulden en haar neerslachtigheid viel mij meer en meer op. Hoogstwaarschijnlijk, zoo zeide ik tot me zelf, zal het haar eiken dag zwaarder vallen Germinars gebrek te dragen. Een jaar ongeveer, nadat het ongeluk had plaats gehad, ontmoette ik toevallig den later zoo beroemd geworden oogarts Borlem. Ik vertelde hem, wat met mijn opzichter gebeurd was en hij stelde bijzonder veel belang in dat geval. Op zijn wensch schreef ik Ger minar, dat hij eens met zijn vrouw bij me moest ko men ik was toen in de stad en dat ik de reiskos ten en de kosten van den dokter zou betalen, Tot mijn groote verbazing kwam Germinar niet in gezelschap van zijn vrouiw, maar met een ander per soon. De mulattin had, klaarblijkelijk omdat ze inen- schenschuw was, beslist geweigerd mee te gaan. Borlem had ongedacht succes: bet eene oog had zijn oude gezichtssterkte wedergekreg-en en met 't an dere kon mijn opzichter weer zien, zij 't danookalsdoor een nevel. Na eenige weken keerde Germinar, uitgelaten van blijdschap, weer naar zijn geboortedorp terug. Ik ging met hem mee, want ik wilde mij verheugen in de vreugde zijner vrouw, aan wie Germinar tot dusverre nog niets van de gelukte operatie had medegedeeld. „Ik wil het haar zelf zeggen, wil met eigen oogen zien, hoe blij ze is. O, als u eens wist, als ik u eens kon zeggenik zegen bijna het ongeluk, dat me getroffen heeft, maar waardoor ik mijn vrouw heb loeren kenneneigenlijk was ik te voren blind, im mers zulk een liefde ben ik voorbij geloopen. Nooit en te nimmer zou ik op de gedachte zijn gekomen, haar als vrouw te begeeren." Wij vonden Germinars vrouw in de keuken, in het donkerste hoekje, waarheen ze gevlucht scheen te zijn. Toen zij haar man zag, beefde ze en met een tril lende stem, alsof het een ongeluk gold, riep ze: „Je kunt zien. Je ziet me!".En voor Germinar ook nog maar één woord hadl kunnen zeggen, ging ze heel dicht bij hem staan en zei in één adem: „Ziezoo, kijk me nu maar eens aan en zeg, dat ik leelijk ben, dat je me afschuwelijk vindt, afschuwelijk boor je. Germinar wilde haar omarmen, maar ze ontweek hem en riep uit: „zeg het maar, zeg het dan toch. „Ik vind je niet leelijk. mooi ben je voor mij, omdat ik je lief heb. weet je dan niet meer hoe ik van je houd?" De mulattin viel op de knieën. Hevig snikkend en terwijl ze over haar geheele lichaam beefde, fluisterde ze: „Dat is te veel. te veel." En toen Germinar haar opbeuren wilde riep ze luide: „Raak me niet aan, als je wist.als ja eens wist!. Ik bezwijk onder de wroeging, sinds je me lief hebt gekregenj vervolgt het berouw me.ik kon het niet bekennen. want als ik het had gezegd, dan zou je me weggejaagd hebben en was je weer alleen ge weest. maar nu, nu heb je me niet meer noodig en ga ik, dadelijk ga ik en nooit zul je me weerzien. Nooit.! Ik heb liet verdiend'. Ik ben bet geweest. ik heb in de oude broeikast het geweer gevonden, waarmede de tuinman op de vogels schiet. ik heb bet zout in den loop gedaan. ik wou je het gezicht ontnemen. ja, ik heb gewild, wat gebeurd is. Maar ik dacht niet, dat het je zooveel pijn zou geven. Ik wist, dat je er niet aan sterven zou.en ik dacht: zoo lang hij me zien kan, zal hij nooit van me houden, want ik ben te leelijk. maar wanneer hij blind is.dan behoort hij mij Zij sprong op en ondanks haar leelijkheid was zij mooi toen zij met tranen in de oogen met groote tra gische kracht zeide: „Dat heb ik gedaan. En zeg nu tegen me, dat ik gaan moet en je nimmer meer onder de oogen mag komen." Maar Germinar volgde een edelmoedige ingeving. Hij omhelsde de ongelukkige en in mijn tegenwoor digheid gaf hij de zondares een kus, die beter dan woorden vertolkte welk besluit hij genomeni had. Ingezonden Mededeel in gen. Nierziekte bekruipt U onverwacht. Niets is meer te vreezen dan een nierziekte, omdat Jeze zonder dat gij u er van bewust zijt bekruipt /uw nieren kunnen cel na cel vernietigd worden en hun kracht om het bloed tel filtreeren verliezen, zon der dat gij eenig ander waarschuwend kenteeken hebt opgemerkt dan een gevoel van zwakte, terneergesla- (genheid en voortdurende vermoeidheid, want zelfs iwanneer de nieren ernstig ziek zijn, toont zich dit somtijds alleen door weinig in het oog loopende vör- (schijnselen. Nierziekten doen echter niet iedereen op dezelfde /wijze aan. Geen enkele patient heeft alle verschijn selen zij loopen zeer uiteen bij verschillende men schen. Mannen hebben .dikwijls een ellendig gevoel in hun rug en rbeumatische pijnen, doch niet het minste ken teeken van waterzucht; anderen lijden aan graveel, urinestoornissen en buitensporigen dorst, maar heb ben daarentegen niet den minsten last van hun rug. Vrouwen hebben misschien wallen onder de oogen en opgezwollen ledematen, en ?ijn totaal hulpeloos van de rugpijn. Weer anderen hebben misschien niets anders opgemerkt dan zwakte, loomheid1 en zwaarmoe digheid. Doch indien gij eenig teeken van nierziekte of bi a aszwakte hebt, leidt uw kwaal misschien tot vernie tiging der nieren, vóórdat gij eenig idee van gevaar hebt. Nierziekten verheffen zich plotseling van een voudige tot gevaarlijke ziekten en bijna zonder voor afgaande waarschuwing. Verder uitstel is zóó ern- (Btig, dat gij niet spoedig genoeg beginnen kunt met het gebruik der echte Fosters Rugpijn Nieren Pil len bij het eerste verschijnsel der verschrikkelijke nierziekte. Foster's Rugpijn Nieren Pillen geven het gewensch- ]te resultaat, omdat zij uitsluitend!' dienen voor ide nieren en blaas, en alleen een nierengeneesmiddel kan de nieren heelen. Zij maken de nieren, blaas en urinewegen terdege schoon, gaan de ontsteking tegen en helpen hen op een zachte wijze om weder tot ge zondheid en natuurlijke werking te geraken. Zij doen de geringste sporen der nieraandoening verdwijnen, ien geven aan de nieren hun kracht terug om het ver giftige urinezuur af te voeren, waaruit zoovele nood lottige ziekten bij mannen en vrouwen ontspruiten. De handteekening van James Foster komt voor op plke echte doos: Foster's Rugpijn Nieren Pillen zijn (te Alkmaar verkrijgbaar bij de heeren Nierop Slot- jhoufoer, Langestraat 83. Toezending geschiedt franco na ontvangst van postwissel a 1.75 voor één, of 10,voor zes doozen. Van 15 regels 25 Cents, bij vooruitbetaling. T B. L. SIMONS Alkmaar. Steenhouwerij K o- ningsweg 76. Grafteekenen, Schoorsteen mantels enz. rfe koop 2 BAK WAGENS, waarvan een met loss6 A overdekkingen, 2 HANDWAGENS bij N. FELD Mr. Rijtuigmaker Bergen N.H. Xj'en ruime sorteering gebruikte KACHELS, PIJPEN, enz., vindt men bij J. KUIJT, Oudegracht D 131. Tevens je adres voor nieuwe kachelpijpen. SIGARENMAKERS gevraagd. Bekwame Vorm werker en een aankomend Sigarenmaker voor vast werk. JAC. W. HOFMEESTER;, Alkmaar. T AK voor Kachels, Kachelpijpen en Gascomforen, welke niet afspringt, is alleen verkrijgbaar bij J. METZ, Laat 154. IjJEVRAAGI) les Handelscorrespondentie in een der moderne talen. Br. fr. letter W 175, bureau van dit blad. 11e voorkomende reparatiewerken aan gouden- zil veren en diamanten voorwerpen, worden zeer solied en billijk gerepareerd bij de Firma B. J STADEGAARD en ZOON, Laat 207, Eigen werk plaats. jj^en BETREKKING gezocht door een flink onge huwd Persoon, goed kunnende rijden, onverschil lig in welk vak. Br. fr. letter T 175. bureau van dtt blad. ]y ett'O en ijverige PERSONEN kunnen in hun vrijen tijd (ook in de avonduren) met een gemakkelijk te verrichten bezigheid hun inkomen door BIJYER- DIENSTEN verlioogen. Adres Bureau PATRIA, West- zaan. Tkoor gedipl. Onderw. DUITSCHE LES aangeboden. Billijke condities. Br. fr. lett. Z 175, bureau van dit blad. JJeden ontvangen de Echte MAINZER ZUURKOOL a 5 ct. per pond. Beleefd aanbevelend, G. W. v. d. POL, Schoutenstraat. IjTEB OVERNAME aangeboden op een der mooiste standen van HAARLEM. 'f A;Fr. Br. No. 555, P. v. CITTERT Zn., Haarled. GEBRÜ1KS AANWIJZING ROND IEDER STUK. OPVOERING VAN Ora et Labora. SPEL VAN HET LAND in drie bedrijven door Herm. Heijermans Jr. Zaal-Opening 7 nur. Aanhang 8 nor Introductie's a 30 ct., verkrijgbaar bij J. B. HARMS, Verdronkenoord 20; VERHAGEN, Tuinstraat No. 65 en bij den Heer SCHOUTEN, Volkskoffiehuis „Voor waarts" en verder bij de leden. De prijzen zijn met inbegrip der stedelijke belasting. Bekroond te Weenen 1873 met de Verdienst-Medalje te Parijs in 1878 met de Gouden Medalje te Amsterdam in 1883 met de Gouden Medalje te Antwerpen in 1885 met het Eere-diploma Deze kaarsen vonken niet na en geven zeer weinig rook bij het uitblazen. STEEDS VOORRADIG: JONG LOOFHOUT, als EschEschdoorn, Els, Haagbeuk, Hazelaar, Aca cia's Vlier, enz. Prachtig PLANTSOEN, alles gekweekt op zandgrond, flink ontwikkeld wortelgestel. CONIFEREN en SIERHEESTERS, LAANBOO- MEN (Iepen Linden e. a.)

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 6