DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. BLOOKERS CACAO, Groote NajaarsYeemarkt No. 256 Honderd en twaaFde Jaargang. 1910. DINSDAG I NOVEMBER. BINNENLAND. DAALDERS Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk ft, Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. de prijs is laag, de cacao is best, de verpakking is eenvoudig. Geen vee mag ter markt geplaatst worden vóór 's morgens vijf uur. ALKMAARSC COURANT. IA. VI PB BURGEMEESTEE en WETHOUDERS van ALK MAAR brengen ter algemeene kennis, dat ter gelegen heid van de groote naj aars veemarkt op Maandag 7 November a.w.. het vee, dat niet per rijtutg naar de markt wordt gebracht, alleen aangevoerd mag wor den langs den Heldersclien weg, over de Booni- poortsbrng bij het Zeglis, over de lïeilooërbrug en over de Vlotbrng en de Draaibrugbeide over het Qroot Noortlhollaadscli Kanaal. Aanvoer van vee over de Geesterbrug, de Nleuwlanderbrug en de rustieke voetbruggen is verboden. Het vee, hetwelk per vaartuig aangevoerd wordt, mag alleen gelost worden aan de Kanaalkade en aan de Bierkade, op de door den havenmeester aan te wijzen plaatsen. Deze plaats is voor de marktschui ten en de vletten aan de lage steigers aan de Kanaal- kade. Burgemeester en Wethouders voornoemd, G. RIPPING, Voorzitter. DONATHSecretaris. Alkmaar, 31 October 1910. ALKMAAR, 1 November. Het streven van de pers om vlug' en uitvoerig me- dedeelingen van allerlei aardl te geven, speelt haar wel eens parten. Men merkt het in het klein en in het groot. In de buitenlandsche en in navolging hiervan in een deel der binnenlandsche pers heb ben zich hiervan dezer dagen een paar voorbeelden voorgedaan, welke de aandacht verdienen. Het eerste is een verregaand staaltje van onkieschheid, dat en kel verklaard kan worden uit de omstandigheid, dat men in de concurrentie-st.rijdl en in dezen sensatie-tijd er niet tegen opziet allerlei intieme dingen aan de openhaarheid prijs te geven, die binnenskamers be hoorden te blijven, maar die plotseling van groot be lang worden geacht, omdat zij een keizerin betreffen. Gelijk men weet is de Tsaritsa van Rusland ziek. De ziekteverschijnselen, welke zich bij de beklagens waardige lijderes voordeden, werden uitvoerig in de couranten medegedeeld. Maar daarbij bleef bet niet. Ir, buitenlandsche bladen werden bijzonderheden ge geven, welke anders slechts tusschen intieme vrien dinnen worden besproken en welke niet in den bree- den kring van het courantenlezend publiek thuis be- hooren. Dit gaat buiten de perken, die zelfs een jour nalist, hoe ongaarne soms, toch al ruim moet stellen, om aan de vraag van het publiek te voldoen. Er zijn gevallen, waarin de journalist voor een moeielijke be slissing staat vaker dan de lezer wel weet! In het onderhavige zou ons deze keuze niet moeielijk lijken. Maar wij redeneeren natuurlijk uit van ons stand punt, van dat der vaderlandsche pers, die, hetzij zon der chauvisme gezegd, in dit opzich nog ver boven vele groote buitenlandsche bladen staat. Toch moet den lezer van groote Hollandsche couranten soms ook wel eens de vrees bekruipen, dat men ook hier van het hellendl vlak afglijdt, dat de provinciale pers langza merhand noodgedrongen zal worden meegesleurd. Van geheel anderen aard is het volgende voorbeeld: In het begin der vorige week kwam het bericht, dat Henri Dunant, de stichter van het Roode Kruis, de houder van een Nobelprijs, te Heiden bij Appenzell in Zwitserland op sterven lag. Later werd het bericht tegengesproken. Zaterdag kwam het overlijdensbericht en - de pers werkt snel! tegelijkertijd tal van ar tikelen, waarin werd gewaagd van het groote werk, dat de overledene had tot stand gebracht, het vele lij den dat hij heeft helpen verzachten, en waarin naast de hulde, welke aan zijn nagedachtenis werd gewijd, werd opgemerkt, dat Dunant jarenlang in afzondering en in armoede heeft geleefd, totdat eindelijk de kei zer van Duitschland en de Tsaar van Rusland hem een jaargeld toekenden. Nog geen, dag daarna kwam het bericht, dat Henri Dunant niet dood was. Wel leed hij aan bronchitis, wel was hij zeer zwak, maar steeds was hij bij bewust zijn. En een ander bericht meldt, dat de oude heer -hij is 83 jaar - gezond en wel is en dat zijn ge zondheid geen ongerustheid inboezemt, Np is het de Times geweest, die het overlijdensbe richt wereldkundig had gemaakt, dus het groote En- gelsche blad', dat wanneer er maar geen hooge po litiek bij te pas komt -het summum van betrouw baarheid is. Het is mede daarom, dat het geval ver melding verdient. Van sensatie-bladen is men wel gewoon, dat ze een overlijdensbericht brengen en dit later -moeten tegenspreken misschien in den vorm dat het „voorbarig" was. Maar dat een courant, welke vroeger zelfs geen overlijdensadvertentie plaatste als er geen afschrift van de overlijdensacte bijgevoegd was, nu ook al het slachtoffer van den geest des tijds, die snelle berichtgeving wil en daardoor allicht eens verkeerde berichtgeving krijgt, dat is toch wel heel sterk! RAAI) VAN STATE. De Haagsche correspondent van De* Tijd meldt, dat er thans een wetsontwerp bij den Raad van State is tot wijziging van art, 8 van de wet op den Raad van State, dat onvereenigbaar verklaart met de betrek king' van vice-president of lid van dien Raadde be trekking' van geestelijke of bedienaar van den gods dienst, pleitbezorger, advocaat, notaris, solliciteur of zaakwaarnemer, benevens elke openbare bediening. GEMENGD NIEUWS. DE MOORD IN DE KONINGSTRAAT. Zaterdagmiddag is dloor den hoofdinspecteur van politie, den heer P. Rietdijk, en den inspecteur J. L. Halstein die sedert den1 moord: op de 86-jarige wed. G. in het Hofje aan de Koningstraat met ijver hun onderzoek hebben voortgezet op signalement, in de American-Bar in de Wagenstraat in den Haag gearresteerd een jongmensch, zekere W. J., dat door het maken van hooge verteringen de aandacht trok. Gevraagd naar de herkomst van het geld, kon hij dienaangaande geen bevredigende oplossing geven. Naar het commissariaat aan de Van der Vennestraat overgebracht en aldaar door d'en officier van justitie in verhoor genomen, heeft hij volledig bekend in veT- eeniging met den man' en! de vrouw, welke zich reeds in voorloopige hechtenis bevonden, den moord en dief stal te hebben gepleegd. Ook hij is naar het huis van bewaring overgebracht. De ouders van den jongen wonen in het Hofje van .v. Es, schuin tegenover 'het huisje van den vermoorde vrouw. De jongen is huisknecht, verdient niet veel en was nu reeds 3 weken buiten betrekking, en te meer trok 't dus de aandacht dat hij Zaterdag in ver schillende koffiehuizen goede sier maakte, een ring te koop aanbood en in 't' bezit- bleek te zijn van bank papier. Den ring kon hij echter niet kwijt raken, maar was ook niet meer in zijn bezit bij zijn aanhou ding, daar hij hem tevoren had weggeworpen. De heer Rietdijk, die met den heer Halstein de gangen van dezen jeugdigen verdachte had gevolgd, ging Zaterdagnacht om 5 uur in de American-Bar aan de Wagenstraat tot diens arrestatie over. Aangebonden ontkende J. eerst! iets met het- ge beurde in het hofje te maken te hebben. Hij beweer de het geld', dat in zijn bezit was, te hebben ontvan gen wegens het plegen van oneerbare handelingen. Later echter, aan het commissariaat van politie in 't nauw gebracht door den sübst.-officier van justitie mr. Van Kleffens en den hoofdinspecteur Rietdijk, erkende hij het geld te hebben gekregen van den zich in het huis van bewaring bevindenden anderen ver dachte G. Hij vertelde dat tusschen hem en G. en diens vrouw reeds lang van te voren het plan was beraamd om in den bewusten Zaterdagavond! 22 October hun medebewoonster van het Hofje, de oude weduwe Ge- negten, te bestelen. Volgens verdere verklaringen van den aangehoudene wasi de vrouw van G. in de woning van de weduwe binnengegaan, had! G. voor de deur dier woning op den uitkijk gestaan' en had hij, J., zelf gedurende dien tijd aan den ingang van het Hofje gestaan, om daar van G. het gestolen© in ont vangst te nemen en buiten' het Hofje in veiligheid te brengen om later onder de komplotgenooten te wor den verdeeld. Inderdaad' was G., zooals de aangehouden© zeide, eenigen tijd! nadat hij vóór het Hofje op post had ge stat! n, bij hem gekomen met geld en sieraden, dat door de vrouw van G. uit het huisje van de weduwe Genegten was gestolen. Van' den moord beweerde J. echter niets af te weten. Alleen was1 volgens zijn zeg gen tusschen hun drieën een plan tot berooving opge maakt. DE ARRESTATIE VAN DEN GRAANHANDE LAAR S. Uit Katwijk schrijft men aan het Leidseh Dagblad: De voortvluchtige graanhandelaar S., van Katwijk aan den Rijn, is Vrijdag te 's-Gravenhage door den inspecteur van politie, den heer H. Vooys, gearres teerd. Aan diens ongetwijfeld! taaie volharding is de ze aanhouding te danken. Reeds weken achtereen werden in Den Haag des nachts alle mogelijke „socië teiten" door onze politie bezocht, doch telkens vischte men achter het net; de heer „Alting van Geusau" was dan juist vertrokken. De gangen der politie werden blijkbaar eveneens zorgvuldig bespied, terwijl zijn zaakwaarnemer, de heer „Johan van Houten," al'hier hem naar alle waar schijnlijkheid op de hoogte hield van alles, wat hier plaatsgreep. Als een staaltje der brutaliteit kan zeker dienen, dat S., terwijl hij werd gezocht, tot twee malen toe per auto een bezoek aan Katwijk bracht, terwijl hij op den avond zijner arrestatie kort te voren nog een te lefonisch gesprek had gevoerd met de politie alhier, waarin hij zeide, te hebben vernomen, dat men1 hem zocht, dat men zich echter moest haasten, want dat hij op het punt stond! naar Engeland! te vertrekken. Blijkbaar wist- hij toen niet, dat onze inspecteur zoo dicht in zijn nabijheid was. Geen vijf minuten toch na het gesprek met Katwijk werd hij op de Hoefkade gearresteerd!, toen hij op het punt stond! per auto heen te gaan. Niet op reis toen, doch per auto naar de justitie! Een woord van hulde voor den politie-inspecteur is hier zeker niet mis plaatst. DIEFSTAL IN „DUIN EN BOSCH." Te Castricum is een der kantoorbeambten van het gesticht „Duin en Bosch," dë heer M., gevankelijk naar Alkmaar overgebracht-, verdacht van ontvreem ding van een aanzienlijk bedrag uit de brandkast, Men spreekt- van ruim 3000. BEVESTIGING TE DORDRECHT. Uit Dordrecht schrijft men aan de Tel. over de bevestiging van Ds. Molenaar door Ds. Keiler. De Groote Kerk was Zondagmorgen overvol. Reeds om 9 uur was er geen plaats meer te krijgen, ofschoon de dienst eerst om tien uur begon. Deze drukke op komst betrof de bevestiging van Ds. Zillinger Mole naar (modern) die door Ds. Keiler (Gereformeerd orthodox) zou moeten geschieden. Verschillende autoriteiten waren aanwezig. Bij den aanvang der godsdienstoefening, bij het aanbevelen van de collecte voor de armen, zeide de predikant o. a.: „Gij kunt mildelijk geven, want, naar ik hoor, zal er bij dominee Zillinger Molenaar niet meer gecollecteerd worden voor het bijzonder on derwijs. Ook onder mijn prediking behoeft ge voor dit doel niets meer te geven. Wel hen ik zeer voor christelijke scholen, maar dan moeten die ook chris telijk zijn met gereformeerde, onderwijzers. En, uitge nomen den voorlezer, zie ik er nooit een onder mijn gehoor. En1 de Heere deed dien voorlezer, op grond zijner overtredingen, reeds bloed uit den neus stroo men. Moge hij door dit bloed! beter zien op het bloed dat reinigt van alle zonden en nader gebracht wor den tot den troon der genade." Deze voorzanger, Christelijk onderwijzer, die zich al een® bij den kerkeraad beklaagd! heeft over Ds. Kel ler's uitlatingen aan zijn adires, is namelijk herstellen de van ernstige neusbloedingen, welke hem zeer ver zwakt hebben. „Geef" -vervolgde Ds. Keiler „in den vervolge liever aan de armen dan aan het Christelijk onderwijs, want in dit opzicht ben ik het met collega Molenaar eens, wat velen misschien vefbazen zal. Maar in meer opzichten stem ik met hem overeen." Nadat gezongen was, gaf de predikant als tekst op: Psalm 119:37: David is bedroefd vanwege de over winning zijner vijanden. In zijn rede zinspeelde de spreker met een beeld, aan den Bijbel ontleend, dat wij hier niet wenschen te herhalen, omdat, het, het moge naar het oordeel van den redenaar van af den kansel gezegd kunnen wor den, o. i. niet in een courant thuis behoort, op de Vrijzinnigheid, welke God® volk heeft afgeleid. „Gij, die bidden hebt geleerd!" -ging de predikant daarna voort „begint nog eens te bidden, bij het werk dat wij thans gaan doen." Hij las daarop het formulier, daarbij verklarende dat tegen de bevestiging van Ds. Molenaar wettige bezwaren zijn ingebracht, welke echter door het ver derf, dat in onze vaderlandsche kerk gekomen is. on wettig zijn verklaard. Ds. Keiler verzocht alsdan dis. Molenaar op te staan en deed hem de drie bekende vragen, waarop ds. Zel- linger Molenaar woordelijk antwoordde: „Ja, ik van ganscher harte, in overeenstemming met artikel 27 van het reglement op het propom- ments-examen). „Collega," zeide ds. Keiler daarop „geeft een ant woord, dat- de zonde hem in de mond geeft. En waar om geeft hij dat antwoord? Omdat hij weet dat hij liegt als hij het gebruikelijke antwoord geeft. Door de zonden van ons en onze vaderen zijn er opzieners der gemeente, professoren van' Hoogescholen, die de pro- fetiën des Bijbels maken' tot niens-chelijk geschrijf. Dezulken kunnen ook niet gelooven aan Gods onfeil baarheid. Omdat ds. Molenaar niet loog, acht ik hem hoog. „Waar collega niet onomwonden het antwoord kan geven, dat noodig is om dezen dienst te doen voort gaan, wil ik de zaak der bevestiging overlaten aan den kerkeraad. Voor diens verantwoording kome het verdere verloop der zaak. De berechting zal niet lang duren; maar wat uw salaris aangaat, ik zal in het ministerie van predikanten' voorstellen, diat dit u wor de uitbetaald van af heden. Ik sluit nu dezen dienst en eindig met dankzegging." De intrede van ds. Zellinge Molenaar kon dus des avonds niet doorgaan. Naar wij vernamen, ook nog niet den volgenden Zondag. AFSCHEID ADMIRAAL VAN DEN BOSCH. Zondagmiddag hielden admiraal en mevrouw Van den Bosch afscheidsreceptie in de groote zaal van het directiegebouw der marine te Willemsoord. Den geheelen middag was het een komen en gaan van mi litaire en civiele ingezetenen van Den Helder, die door hun verschijnen aldaar uitdrukking wilden geven aan' hun sympathie voor den scheidenden vlootvoogd. Zoo groot was de belangstelling, dat verscheidene of ficieren, die voornemens waren met verlof te gaan, hun plan hadden opgegeven om in de gelegenheid te kunnen zijn hun chef door een stillen handdruk het bewijs te geven, dat zijn ontijdig ontslag ten zeerste werd betreurd. De groote opkomst op deze receptie mag dan ook zeker opgevat worden als een teeken, dat de door den admiraal' gevolgdte handelwijze de in stemming van zeer velen1 heeft. DE PAPENDRECHTSCHE ZAAK. Terwijl hij de behandeling van de Papendrechtsche strafzaak voor het Arnhemsche Gerechtshof ten vori- gen jare de president met vijf raadsheeren zitting had, zal bij de voortzetting der behandeling op 10 No vember a.s. het geval zich voordoen, dat in verband met de nieuwe wet op de rechterlijke organisatie deze zaak wordt berecht door den president en twee raads heeren. Zitting zullen hebben: jhr. J. J. Gockinga, president, en mrs. Van Schaik en jhr. v. d. Does de Willebois, raadsheeren. Voorts zal mr. Hesse de zit tingen als bijzittend raadsheer bijwonen voor het ge val een der raadsheeren mocht uitvallen. Als advocaat-generaal treedt weder op mr. Van Lulofs Umbgrove, als substituut-griffier mr. Uiter- wijk. SMAKELIJKE KRENTJES. De krenten werden tot voor eenige jaren met hun stelen uitgevoerd, nadat zij in een potaschoplossing waren gedompeld1 en gediroogd in de zon, maar de afnemers verlangden ze afgetrost te ontvangen en nu geschiedt dit door Grieksche en Turksche vrouwen van allerlei leeftijd op allerlei manier: door de kren ten met de nagels af te rukken, door de stelen tus schen de tanden te nemen en de krenten mpt de hand af te trekken of door de trossen in den mond te nemen en de stelen tusschen de tanden, of wat daar van is overgebleven, naar buiten te balen, waarna de krenten worden uitgespuwd! in den boezelaar. De pot- asch, die nog aan! de krenten zit, verwekt soms pijn lijke mondaandoeningen, maar deze wijze van doen is de vlugste, en de vrouwen worden' per stuk betaald. Voor den verbruiker is het intusschen niet zonder hy giënisch bezwaar, de zóó afgetrost-e krenten1 te gebrui ken in ongekookten toestand. Misschien zal de handel, dit wetende, op den ouden weg terugkomen. („Revue de Thérapeutique.") LIMBURG OP ZIJN MALST. Men meldit aan De Tijd! uit Sittard: Bij de jongste verkiezing (tusschentijdsche) voor een lid van den gemeenteraad (vacature-Verheggen) werden om en om een dozijn candidaten gesteld. Verschillende provinciale en Holland'sche bladen hebben niet ten onrechte den draak gestoken met dergelijke verkiezingslolletjes. Nu blijkt wel achter af, dat er verschillende personen buiten 'hun weten candldiaat zijn gesteld -- een leemte in de bestaande kieswet doch hierdoor worden nog geenszins de feiten ontzenuwd, dat op politiek-sociaal gebied in onze stad nog alles te verbeteren valt. Ten bewijze hoe serieus sommige candiidaten zijn, die hun candidaatstelling handhaven, kan de volgen de bloemlezing dienen uit de advertentie-k-olommen der Sittardsche bladen van1 j.l. Zaterdag. Zekere W. Turners, oudl-artillerist, introduceert zich als volgt bij de Sittardsche kiezers: Aan Heeren Kiezers v. d. Gemeenteraad. Met 13 zijn wij nu aan den Ca ndid'atendisch geze ten. Misschien zullen nog verscheidene mijner colle ga's niet in aanmerking willen komen, omdat het ge tal 13 aan tafel bepaald gevaarlijk is. Helmus is ech ter niet bijgeloovig en blijft stevig zitten. Ik heb als oud-artillerist menige charge in het kamp van Rijen meegemaakt, zonder uit het zadel te vallen, welnu, ik wil ook eens in het kamp van de hoogere politiek meerijden Gegeven te Ophoven, den 28 Oct. 1910. "Wilh. Tummers. Mijn program in pronum prontmeiamento-vorm zal U spoedig hereiken. De candidaat Blokpoel trekt zich om de volgende redenen terug: De ondergeteekende wenscht bij de aanstaande ver kiezing voor een lid van den Gemeenteraad, wegens sterfgeval in de familie, niet in aanmerking te ko men. Hoogachtend, Max Blokpoel. De kiezers zullen ongetwijfeld! den wensch van de zen candidaat eerbiedigen. Joe Maintz wil zelf niet raadslid zijn, doch hij is toch eenigermate bezorgd. Men leze zijn „adverten tie": Aan Heeren Kiezers v. d. Gemeenteraad te Sittard. Mijn dank voor de mij aangeboden Candida tuur, verzoek ik U beleefd om geen stem op mij uit ta brengen, maar te zorgen diegene te kiezen, die niet tot de „jabroers" behoort. Joe Maintz. Een viertal candidaten verklaren openlijk niet bij de stemming in aanmerking te willen komen. Tot slot knippen wij uit den „Limburgschen Aan kondiger" van Zaterdag het volgende ingezonden stukske. Mijn Protest. Ondetgeteekende verklaart, dat hij de schrijver niet

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1