DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Honderd en twaaflde jaargang. ZATERDAG 19 NOVEMBER BINNEN AND; Uit den Baad. Dit nummer bestaat uit 3 bladen. De openbare raadsvergadering, waarin de gemeente- begrooting wordt behandeld doet ons altijd denken aan twee heterogene zaken: aan een groote schoon maak en aan het slot van een men vergeve ons het beeld! - bal masqué. Een groote schoonmaak, omdat het grootste deel der gemeentelijke huishouding van alle zijden wordt bekeken, aangevuld, afgestoft, opge poetst, omdat het geheele gemeente-gebouw wordt na gegaan, van boven tot onder, van voor tot achter, hier een spinneweb in een vergeten hoekje wordt weg genomen, daar de ramen eens extra-hoog worden op geschoven om wat frissche lucht in te laten, op den rommelzolder waardeloos of in onbruik geraakte arti kelen worden geborgen, daarentegen enkele sinds ver leden jaar op zij gezette zaken weer te voorschijn wor den gehaald. Maar ook het beeld van het slot van een bal masqué lijkt ons alleszins toepasselijk. Het eigenlijke gemas keerde bal is de sectie-vergadering. Zoodra de heeren daarbinnen treden zijn ze gehuld in de domino van de anonymiteit. .Het „Algemeen rapport" is het kiertje van de deur, waardoor wij, buitenstaanders, een onbe scheiden blik mogen werpen. We zien de domino's warrelen in bonte kleurenrijkdom, zwart, geel en blauw wisselen elkaar af en een enkele rood© is er tusschen. We hooren stemmen -en we weten eigen lijk wel wie „een lid, „enkele leden," een dter leden," „vier leden" zijn. We hebben niet lang te raden in zulk een kleine omgeving kent iedereen een ieder. Maar we doen alsof we niemendal weten, alsof de heeren hun naam werkelijk hebben afgelegd en de hee ren zelf doen onderling evenzoo, doen alsof masker en domino niet doorzichtig, hun stemgeluid' niet verra derlijk was. Dan eindelijk breekt het uur van het dé masqué aan. De deur gaat nu heelemaal open, wij be hoeven niet meer door een kiertje te gluren, maar mogen als niet-dansers aan een tafeltje op zij plaats nemen. Dan valt de hamer: „mijne heeren, ik stel aan de orde de gemeente-begrooting." Dat is het oogenblik van de officieele ontmaskering. Het lid, dat sprak over het salaris van den concierge ont popt zich als mijnheer A, de enkele leden, die het zoo druk hadden over de boomen, waren de heeren B en O, het lid,_ dat zoo graag een motorbootje wilde hebben, was mijnheer D enz. enz. En wat de heeren A, B, C, en D achter hun maskers hebben gezegd, herhalen ze nu met open vizier, maar ze doen het onder een glaas je wijn, over het geheel gemoedelijker, geestiger soms. We zullen deze karakteristiek maar niet verder uit werken. Waarom aldus wordt opgetreden is ons even wel niet duidelijk. Wat beoogt men toch met het prijsgeven van den naam in de afdeelingen? Geheim houding wordt bij het sectie-onderzoek in den regel niet opgelegd. Het college van B. en W., dat de op merkingen en vragen moet beantwoorden weet met zekerheid door wie ze zijn gemaakt en gesteld, daar burgemeester ep. wethouders voorzitters der drie sec ties zijn. Het publiek kan het ook wel weten, ver neemt het in negen van de tien gevallen. Nergens, noch in gemeentewet, noch in het reglement van orde staat de anonymiteit voorgeschreven. De Gemeente wet spreekt van de inrichting der begrooting naar voorschriften, door Gedeputeerde Staten te geven, van tijdstippen van indiening en goedkeuring-, het re glement van orde van „drie permanente afdeelingen tot het onderzoeken der begrooting" (de secties) van rapporteurs, van een verslag (het algemeene rapport), maar nergens is sprake van de anonymiteit. Waarom haar dan toegepast? Wij zeiden hierboven, dat voor indiening en goed keuring der begrooting bepaalde tijdstippen zijn aan gewezen. Zij moet vier maanden vóór den aanvang van het jaar, waarvoor zij moet dienen, door Burge meester en Wethouders aan den Baad worden aange boden en ten minste twee maanden voor den aanvang van het jaar, door den Baad' goedgekeurd, naar Gede puteerde Staten worden gezonden. Alkmaar heeft zich dit jaar en vroeger ook wel aan dit tijdstip niet gehouden. Dit is minder erg dan dat den leden slechts vijf dagen overbleef om haar vóór de sectie-vergadering te bestudeeren. Te recht werd daarop een aanmerking gemaakt. De voor zitter gaf de schuld aan den drukker, die het dage- hjksch bestuur in den steek had gelaten. Wij twijfe len geen oogenblik aan de juistheid van dit motief, maar betwijfelen of het wel als zoodanig kan gelden van den gemeentelijken drukker moge niet gevergd kunnen worden dat hij met de snelheid van de lands drukkerij werkt, een gemeentelijke begrooting is ech ter ook niet zoo n groot stuk werk, dat de omvang een aanzienlijke vertraging, gelijk hier is geconstateerd, wettigt. T it het sectie-rapport en uit de openbare behande ling is gebleken dat d'e begrooting naar den zin van den Baad was. Er viel slechts weinig aan te merken en te veranderen en het college van B. en W. mag met voldoening op den geleverden arbeid terugzien en die voldoening deelen met de ambtenaren, die er hun aandeel in hebben gehad. Met ingenomenheid mag verder worden geconstateerd, dat de politiek uit de gemeente-zaken is gehouden. Alleen bij de leeszaal subsidie werd de wissel overgehaald van het adminis tratieve naar het politieke spoor, de heer Van den Bosch reed een heel eind de door hem ingeslagen richting uit, maar de heer Uitenbosch, hoe groot de verleiding ook voor hem geweest moge zijn, om het loode sein binnen te rijden, legde een prijzenswaardi ge zeitbeheersching aan den dag en heeft daarmee de zaak, welke hij verdedigde, een goeden dienst bewe zen. V eei zullen we over deze subsidie-kwestie niet zeggen, waar we Dinsdag reeds schreven, dat een prin cipieel betoog m dezen nietsi oplevert We zijn dien dag voor de instelling op de bres ge sprongen, omdat we hebben willen voorkomen, dat zij als m de secties zou worden bestreden op on verdiende wijze. Wij hebben met de onloochenbare ieiten, den tegenstanders het wapen uit de hand wil len slaan, dat de inrichting voornamelijk wordt be zocht. door leegloopers, die er niet in de eerste plaats om de lectuur komen en het verheugt ons, dat dit onware argument Woensdagavond niet is gebezigd. e stemming in den Baad was zoo dat indien het voorstel van den heer Pot, die het bestuur der veree- niging wilde geven wat het vroeg n.l. 500, door B. en W. was overgenomen, het waarschijnlijk een meer derheid zou hebben behaald. Thans werd het verwor pen en werd het voorstel om de subsidie van 150 op 300 te brengen aangenomen. De stemming was zui ver links tegen rechts. De heer Fortuin, die twee jaar geleden tegen stemde toonde zich nu voorstander en deze ommekeer mag worden aangemerkt1 als een bewijs, dat ook een ander stuk onverdiende oppositie tegen deze instelling is verdwenen. Natuurlijk kunnen we niet alle zaken, welke ter sprake gebracht werden, behandelen. Er worden op merkingen van zoo geringe beteekenis als de ad vertentie van het gymnasium gemaakt, dat ze kwalijk geacht kunnen worden te behooren bij de be handeling van een begroeting. Er worden tal van wenken gegeven en vragen gesteld, waarvan de voor zitter overweging toezegt hetgeen in den regel reeds bevrediging schenkt. Er worden voetstoots soms belangrijke punten in de vergadering gebracht, waar omtrent natuurlijk niet onmiddellijk kan worden be slist school van zwakzinnige kinderen, splitsing van groote klassen, verbetering van buitenwegen, punten, welke later wel eens weer aan de orde komen en waarover bij gelegenheid wel eens wat te schrijven valt. Wij moeten ons -er is nog meer te bespreken ten aanzien van dit alles beperken, en volstaan met nog even op twee zaken de aandacht te vestigen. Van belang is het te releveeren, dat de heer Van Buijsen aan het college van B. en W. een aan een termijn ge bonden toezegging van een praeadvies over instelling van een grondbedrijf wist te ontlokken. Waarom ver schillende raadsleden lachten, toen de heer Uitenbosch bij de bespreking der wegenkwestie op verzoek mede deelde, dat eenige uitspraken over aanbesteding of eigen beheer vermeld stonden in een boekje, uitgege ven door den Bond1 van Gemeentewerken is ons niet duidelijk, daar we niet kunnen inzien, dat de waarde van verklaringen van directeuren en van hoofdopzich ters bij gemeentewerken afhankelijk is van den uitge ver van het werk, waarin ze vermeld staan. Het zwaartepunt van de vergadering van Woens dag ligt zonder twijfel in de geheime zitting waar ruim 50.000 werd toegestaan voor den aankoop van grond aan den Bergerweg. Is het op zich zelf reeds een verblijdend feit, dat de Baad door dergelijke be sluiten, zonder veel oppositie genomen, toont het w a- r e gemeentebelang te willen behartigen, des te ver blijdender is het, nu een deel van den grond' is be stemd voor de ambachtsschool en het besluit dius ge tuigt dat de betrekkingen tusschen het gemeentebe stuur en ambachtsschoolbestuur van dien aard zijn geworden, dat zij tot een overeenstemming hebben ge leid. In de vergadering van de vereeniging „de am bachtsschool voor Alkmaar en Omstreken" op deze overeenstemming zinspelende, zeide de voorzitter dat zij „indien men de zaak inderdaad zoo zou hebben moeten opvatten, als zij in de bladen is weergegeven, schier onmogelijk scheen en dies verwondering kon wekken." Wij willen nu niet meer polemiseeren over de vraag, of wij de zaak te hoog hebben opgevat hoewel we met de stukken in de hand gemakkelijk spel zouden hebben, de juistheid onzer opvatting te sta ven en staande te houden tegenover de uitlegging van den voorzitter niet in de eerste plaats van verwondering gewagen, maar vooral van blijdschap nu de onmisbare samenwerking voor het grootsche plan tot stand gekomen is. Wij vertrouwen uit naam van allen, wien het ambachtsonderwijs ter harte ga'at, te spreken, als wij beide partijen en den ambachtsstand gelukwenschen met het verkregen resultaat. En voor ons zelf zouden we er den wensch aan willen toevoe gen, dat gemeentebestuur en ambachtsschool leering zullen trekken uit den voorafgaanden loop der din gen, welke, naar onze vaste overtuiging, hij meer be leid had kunnen worden voorkomen. Wat de keuze voor de architectuur betreft we gebruiken opzette lijk niet de uitdrukking keuze van architect ook ten dezen aanzien is een overeenstemming verkregen, welke beide partijen bevredigt en welke wij eerstdaags hopen te kunnen publiceeren. Op onsmakelijke wijze werd door den heer de Groot een zaak in het geding gebracht, waarop wij hier wat meer licht willen laten vallen. Men heeft uit het verslag kunnen lezen, dat het gold de kwestie van de suppletoire begrooting van het Burgerlijk Armbe stuur dienst 1910. Begenten van het Burgerlijk Armbestuur verzochten een nadere toelage uit de ge meentekas tot een bedrag van 3000 ter voortzetting der bedeeling over den dienst 1910. Deze verhooging vond voornamelijk haar oorzaak in de omstandigheid, dat het aantal katholieke armen, wien onderstand moet worden verleend in hooge mate is gestegen, wijl het Koomsch Katholiek Parochiaal Armbestuur niet meer bij machte was om, zooals tot dusverre geschied de de katholieken boven den 60-jarigen leeftijd! geheel voor zijn rekening te nemen. Bij schrijven van 8 Januari 1910 deed het bestuur hiervan mededeeling aan B. en W. en deelde tevens mede.,, dat het zou breken met de tot dusverre gevolg de wijze van bedeelen om voortaan voorzoover de mid delen dat toelaten, zijn zorgen uit te breiden tot alle katholieke armen, zoo mogelijk ingaande met Febru- ari 1910. Het gevolg hiervan is geweest, dat de ka tholieke armen in grooter getale dan tot dusverre bij het burgerlijk armbestuur kunnen aankloppen. Nu had het den heer de Groot getroffen, dat het Boomsch Katholiek Parochiaal Armbestuur het vorig jaar aan lo8 bedeelden 8645 heeft uitgekeerd, terwijl de dia conie der Hervormde gemeente in dien tijd' aan 134 bedeelden 3072 heeft betaald. Dit groote verschil was aanleiding voor den heer de Groot om de vraag te opperen of dat geld wel louter werd besteed voor a i men zorg, en deze vraag kreeg te meer beteekenis, waar hij bij interruptie zeide, dat de katholieken ook veel aan kerken offeren. Nu moge de heer de Groot voor zich zelf, het offeren voor kath. kerken liever niet zien en nu moge hij van dat bedrag van 8645 het zij ne denken, als raadslid mist hij ten eenenmale het recht om, zonder argumenten te bezigen, zich in het openbaar in dezen geest uit te spreken. Zijn optreden dient reeds hierom gegispt te worden. Maar er is meer. Had de hr. de Groot zich beter op de hoogte ge steld van hetgeen hij meende te moeten zeggen, zijn woorden zouden vermoedelijk ongesproken zijn geble ven. Had hij bijv. niet enkel de beide door hem genoemde en hierboven weergegeven bedragen voorgelezen, maar eens berekend dat, indien aan 158 bedeelden 8645 wordt betaald, ieder 54.71 kost en daarbij in aan merking genomen, dat de diaconie van de Ev. Luth. g'emeente, zijn eigen gemeente naar hij Woensdag verklaarde, voor 13 bedeelden 741 betaalt, d. i. 57 per persoon en per jaar, dan zou het bedrag van 8645 hem misschien minder bezwaarlijk zijn voorge komen. Hij had verder rekening moeten houden met de gegevens, welke evenzeer in de gemeenteverslagen te vinden zijn en welke de heer van den Bosch in zijn gerechtvaardigd betoog citeerde, n.l. de cijfers van het Burgerlijk armbestuur, welke leeren, dat aan B.K. armen in de jaren 19071909 resp. is uitgegeven 2998, 3000, 3400, aan Ned. Herv. 4869, 4982: J 5491, aan eigen armen 2300, 2696, 3000. En als het hem werkelijk ernst was geweest, dan had hij eens te voren bij het Burgerlijk Armbestuur op infor matie moeten gaan dan had hij daar bijv. kunnen vernemen dat sind's het nieuwe systeem door' het Boomsch Kath. Parochiaal armbestuur is. toegepast, het Burgerlijk Armbestuur wekelijks ongeveer even veel aan Katholieke als aan Ned. Hervormde armen heeft te betalen. Hoe de heer de Groot dus persoon- lijk over deze zaak moge denken, hij zou o. i. moeielijk de gegevens kunnen verzamelen, waarop hij zijn ver moedens kon steunen en daarom ware zwijgen plicht geweest. Het beroep op de „volstrekte onvermijdelijkheid" van onderstand, waarvan de Armenwet gewaagt, baat na tuurlijk niet, waar hier de dubbele bedeeling bestaat en het Burgerlijk Armbestuur van het Boomsch Kath. Paroch. Armbestuur dezelfde gegevens ontvangt als van de verschillende diaconieën. De heer de Groot kan het betreuren, dat de over heid het recht mist om in te grijpen, om zich te men gen in de kerkelijke armenzorg, daaraan is niets te veranderen. Vergissen we ons niet, dan worden bij de wijziging van de Armenwet van minister Heems kerk armenraden voorgesteld, waaraan ook de kerke lijke weldadigheid rekenschap verschuldigd is. Maar de Standaard, die de vorige maand een serie hoofdar tikelen over dit onderwerp bevatte deed duidelijk uit- komen, dat van meet af in kerkelijke kringen heeft S vooropgestaan dat de kerkelijke armenzorg zich heeft te weren tegen inmenging van de zijde der overheid, wijl de diaconale zorg een eigen karakter draagt. Als staatsburger moet men o. i. het standpunt volkomen billijken. Daarvan geheel onafhankelijk is' de stijging der uitgaven van armenzorg, welke aan geheel andere oorzaken is toe te schrijven en een algemeen verschijn sel is in 1898 bijv. werd! door de burgerlijke gemeen ten in. ons land voor armenzorg uitgegeven 3.770.147, in 1906 7.084.575, zoodat in acht jaar tijds meer dan een verdubbeling valt waar te nemen. Met belangstelling- zal men hebben gelezen, dat de Baad met algemeene stemmen heeft besloten regenten van het ziekenhuis uit te noodigen voor rekening der gemeente natuurlijk -een piano aan te schaffen. Men^ herinnert zich, dat de desbetreffende raadscom missie het wenschelijk achtte, dat de uitgaaf voor pi- anohuur voortaan achterwege bleef „wijl eén piano niet kan worden beschouwd als noodzakelijk te zijn bij de verpleging. „Wij hebben gemeend! het cynische van deze opmerking te moeten doen uitkomen in een ironisch artikeltje, dat verleden Zaterdag werd ge plaatst. Naar we hoorden, heeft het stukje heel wat verontwaardiging verwekt bij lezers, die het als in ernst bedoeld beschouwden. Verder gaf het aanlei ding tot het aanbieden van een ingezonden stuk, waarin den zusters in overweging werd gegeven zich in de armen van de S. D. A. P. te werpen. Eindelijk vernamen we, dat het artikeltje enkele raadsleden had ontstemd het heeft dus in dit opzicht zijn doel be reikt. Want om eens duidelijk te zeggen wat we be oogden behoud1 van de piano en aantoonen, dat de in den laatsten tijd gevolgde methode van werken der raadscommissie absoluut verkeerd is, leidt tot door haar zelf ongetwijfeld! ongewenschte feiten. Had zij zich in den Baad nader verklaard1, we zouden er ver moedelijk nog wat meer van gezegd' hebben; nu zullen we het er maar bij laten, vertrouwend dat de personen, wien het aangaat begrijpen wat we bedoelen. Tenslot te schijnt de verzekering niet overbodig, dat het stuk je geheel buiten elke mogelijke stadsziekenhuiskwestie staat. De mededeeling van den voorzitter, dat hij de rond vraag heeft afgeschaft, omdat deze nergens is voor geschreven, een verouderd karakter draagt en op geen enkelen grond gebaseerd' is, hebben we met zeer groote ingenomenheid gehoord. Geruimen tijd1 gelede» wezen we reeds op het wenschelijke van een dergelij- ken maatregel en in het laatste overzicht noemden we de rondvraag „het onding aan het einde der verga dering, dat in gemeentewet noch in het reglement van orde van den Alkmaarschen raad is te vinden en herhaaldelijk allerlei misbruiken doet insluipen." Zoo als het ons verwonderde, dat er in den Baad zelf nim mer op afschaffing is aangedrongen, zoo heeft het ons ook verbaasd, dat, waar tal van raadsleden van de rondvraag zoo graag ge- om niet te zeggen misbruik maakten, geen enkel lid1 tegen het besluit van den voorzitter in verzet kwam. Voortaan zullen de heeren dus den formeelen weg hebben te bewandelen. De le den, die overeenkomstig artikel 183 dier Gemeentewet inlichtingen van Burgemeester en Wethouders ver langen, hebben dus in het vervolg tot het doen der vragen verlof van den Baad' noodig. Zij moeten hun vragen vooraf duidelijk geformuleerd aankondigen en mogen, als de Baad verlof verleend1 heeft, de vragen desgewenscht toelichten, terwijl' B. en W. dadelijk of in een volgende vergadering de verlangde inlichtin gen kunnen geven. Van deze methode is veel goeds to wachten of liever door haar is veel verkeerds te voorkomen en daarom valt het toe te juichen dat met de traditie, een speciale Noord-Hollandsche traditie naar we meenen, is gebroken. TWEEDE KAMEB. Indische begrooting. Bij de afdeeling oorlog achtte gisteren de heer V e r- hey het lange talmen met de oplossing der quaestie van de thans geheel onvoldoende legerreserve van on ze strijdmacht in Indië ten eenenmale onverdedig baar. Tegenover den heer Thomson merkte spreker op, dat, zoolang wij in het Indische leger een Europee- sche kern hebben iets, wat spreker noodig achtte de werving' niet kan worden gemist, en dat het vol strekt geen minderwaardige personen zijn die dienst nemen in het Indische leger. Door inkrimping van de Europeesche kern tot hijvoorbeeld 8000 man zou een einde komen aan het incompleet; de kern zou er op vooruitgaan en de bestaansvoorwaarden tevens verbe teren. Aangezien spreker vernomen had' dat de voorzitter der Krupp-commissie, de heer Van1 Karnebeek, de quaestie der verwapening van de bergartillerie zou be handelen, stipte spreker deze aangelegenheid slechts even aan. Hoofdpunt voor spreker is de mededeeling door den minister in da memorie van antwoord, waar uit blijkt dat aan de firma Krupp zonder proefneming en zonder concurrentie de levering van nieuw bergge- sehut is opgedragen. Maar vroeg spreker wie waarborgt ons nu, dat er geen heter en goedkooper geschut is te krijgen? Daarom zijn afdoende inlichtingen van de regeering noodig; want, blijft de minister eenvoudig' bij de hand having van zijn in de memorie van antwoord ingeno men standpunt, dan kan spreker zijne medewerking aan de voorgestelde geschut-aanschaffing niet geven. De heer Van VI men oordeelde noodig eene oplossing van de brandende quaestie der legerreserve. Hij opperde het denkbeeld van het vormen eener in- landsche brandweer. Door leering en overtuiging moet men den inlander daarvoor winnen; en daarom te meer speet het spreker, dat dienstdoende officieren zich op smalende wijze hebben uitgelaten over de be trouwbaarheid van den Javaanschen soldaat, waar door terecht de gevoeligheid1 en verontwaardiging van hoofden is opgewekt. De heer Van Karnebeek (V. L.)- houdt zijn aangekondigde rede over het berggeschut, waarvan de afschaffing gevraagd] wordt door den Min., voordat men in de gelegenheid geweest is het Krupprapport in de Kamer te behandelen. De Kamer kan zich zoo niet bij de aanschaffing neerleggen, nu het vraagstuk der geschut-levering nog in studie is. Er zijn ook meer gegadigden voor deze levering. Het zou een fout zijn daarop niet te letten. De heer Ter Laan (8. D. A. P.) zegt, dat af doende behandeling van kwesties van geschutlevering niet mogelijk is, zoolang het Krupp-rapport niet is behandeld. De voorzitter deelt mede, dat op verzoek der Krupp-commissie zelve de behandeling van dit rapport niet heeft plaats gehad, daar bij d!e begrooting geen gesehut wordt aangevraagd. De behandeling zal zoo spoedig mogelijk geschieden. De heer Duymaer van Twist (A.-B.) vraagt subsidie voor de vereeniging „Weduwenzorg." Spr. acht het voorstel van den Min. tot aanschaf fing van berggeschut voldoende voorbereid door de discussies van 1908. De heer C o 1 ij n (A.-B.) bestrijdt de door de Be geering gevolgde wijze van bestellen. De minister van koloniën (de heer de Waal Malefijt) verdedigt de werving en zegt, dat 't gehalte van het O. I. leger vooruitgaat. De M i n i s t e r is echter niet te vinden voor subsidie aan de vereeniging „Weduwenzorg," die zich de nagelaten betrekkingen van oud'-militairen aan trekt. Dat is armenzorg. De kwestie der geschutlevering is geen verrassing. Van de plannen tot verwapening der Ind. bergartil lerie is eerder sprake geweest in de Kamer. Spr. ver dedigt de door de Beg. gevolgde methode van keuze van berggeschut als de gebruikelijke wijze van doen. Het is een proefbestelling na uitvoerig voor-onder zoek. De heer Eoodhuyzen (U.-L.) stelt een motie voor om de Kamer te doen uitspreken dat „Wedu wenzorg" gesubsidieerd moet. Het voorstel van den voorzitter om d'e be handeling dier motie uit te stellen wordt aangeno men. De heer Thomson achtte het onbegrijpelijk, dat men het Kruppsche kanon het beste vond, als men het geprojecteerde berggeschut van Schneider abso luut niet heeft gezien. De heer van Karnebeek vroeg van den mi nister de pertinente verzekering, dat hij de firma Schneider zal doen weten, dat zij in Indië zal' worden toegelaten tot een vergelijkende proef in Indië. De minister was bereid' het aanbod van de firma Schneider te aanvaarden en die firma van diens bereidverklaring kennis te geven. Na een enkele opmerking van den heer Helsdingen bij onderafdeeling 185, wordt het wetsontwerp betref fende de uitgaven' in Ned.-Indië aangenomen. Bij het wetsontwerp betreffende de uitgaven in Ne derland, wordt na een enkele opmerking van den heer De Meester betreffende den zilverroorraad bij de Nederlandsche Bank, b. onderafdeeling 72 (moteri- eel) een amendement-Thomson behandeld', bedoelende een post, aanschaffing van pistolen betreffende en 71.450 groot, te schrappen. Verschillende onderafdeelingen worden goedgekeurd, de stemming over het wetsontwerp zal Dinsdag na de pauze plaats hebben, eveneens de wetsontwerpen be treffende de middelen worden zonder hoofdelijke stemming aangenomen, zoo ook het wetsontwerp tot wijziging en verhooging van het 11e Hoofdstuk der begrooting van uitgaven van Nederlandsch-Indië voor 1911 ten behoeve van den havenbouw in Soerabaja. HET KBUPP-KAPPOKT. In de zitting van de Tweede Kamer, deelde de voor zitter gistermiddag mede, dat het in zijn bedoeling ligt, de Kamer voor te stellen, het rapport der Krupp- commissie met de later daarop ingediende regeerings- nota, te publiceeren. Gemengd nieuws, UIT UBSEM. Tot predikant bij de Ned. Herv. gemeente alhier is beroepen de heer ds. J. Hiep te Assendelft, met wien op het drietal stonden de heeren ds. A. de Boer van Lippenhuizen en ds. J. H. C. Kater van de Bijp.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1