DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. De Heidemolen. Honderd en twaalfde Jaargang. 1910. WOENSDAG 30 NOVEMBER. FEUILLETON BINNEMLANÏL No. 282 Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk fl, Afzondei lijke nummers 3 Cents. Prijs der gewone advertentiën: Per regel f0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. Telefoonnummer 3. RANT. 54) Roman naar het Ihiitsch van OSWALD BERGENER. De Directeur van het postkantoor te ALKMAAR geeft hiermede kennis aan het publiek dat het kan toor op ZONDAG 4 DECEMBER a. s. evenals op an dere Zondagen voor de aanneming van postpakketten zal gesloten zijn. De Directeur, VERWEIJ ALKMAAR, 30 November. De beide Huizen van het Engelsche parlement zijn Maandag bijeengekomen, om de aloude plichtplegin gen te verrichten, verbonden aan de ontbinding van het parlement. De heraut met den zwarten staf heeft het Lagerhuis uitgenoodigd zich naar het Huis dei- Lords te begeven, om daar een mededeeling van den lord-kanselier te vernemen. De lord-kanselier las een boodschap van den koning voor, welke geheel het ka rakter van een troonrede droeg, en waarin o.m. werd1 gezegd „Heden spreek ik u voor het eerst toe, onder den indruk van de groote ramp, veroorzaakt door den dood van mijn zoo beminden vader. Ik heb overvloedige bewijzen ontvangen uit elk deel van mijne bezittingen, dat het onherstelbare verlies, dat mij en mijne familie trof, ook diep betreurd werd door mijne onderdanen. Ilun sympathie sterkte mij in mijn smart en heeft mij mijzelf geheel doen wijden aan de plichten, tot welke ik werd geroepen, met den ernstigen wensch de voet stappen van mijn dierbaren vader te volgen." loen kreeg men de gewone troonrede-passages te hooren De betrekkingen tot de buitenlandsche mogendhe den blijven steeds vriendschappelijk. De Koning hoopt en vertrouwt, dat de visscherij- kwesties tusscheu Canada, Niew-Eoundland en deVer eenigde Staten thans geheel en al zijn geregeld door de uitspraak van het Hof van Arbitrage te 's Graven hage. Hij sprak de bijzondere bevrediging uit, dat het mogelijk gebleken is, zulke ingewikkelde en moeilijke vraagstukken door arbitrage te regelen en dat de uit spraak aan beide zijde ontvangen is in den geest, die moet bijdragen om de goede verstandhouding te ver beteren. Vervolgens besprak hij de zending van den hertog van Connaught voor de opening van het eerste parle ment in het Vereenigd Zuid-Afrika. Hij hoopte van harte dat Zuid-Afrika zal voortgaan in bloei, geluk en voorspoed. Hij maakte daarna melding van de administratieve hervormingen in Indië en dankte het Lagerhuis voor de ruime wijze, waarop voorzien is in de behoeften van het jaar, die nog verhoogd werden door de uitga ven voor de vloot en door de uitbreiding van de uit gaven voor de ouderdomspensioenen. len slotte betreurde de Koning het mislukken der conferentie voor het oplossen van de moeilijkheden tusschen de beide Huizen van het Parlement. s Is amiddags vond een Kroonraad plaats, waarin het formeele besluit werd genomen het parlement te j ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven, terwijl de Koning vervolgens de proclamatie teekende, waarbij het parlement ontbonden wordt en het nieuwe parlement tegen 31 Januari 1911 wordt bijeengeroe pen. Het nu-ontbonden parlement was een der kortste, welke Engelands geschiedenis kent. Gekozen in Ja nuari van dit jaar, kwam het den 21sten Maart bijeen. Zijn korte levensduur werd feitelijk nog verkort door de verdaging na den dood van koning Eduard. Onmiddellijk is Maandag het verkiezingswerk be gonnen, n.l. door het verzenden van „writs," de offici- eele kennisgeving, dat de verkiezingen zullen moeten plaats hebben, aan de officieele leiders der verkiezin gen, de returning officers. De eerste eigenlijke ver kiezingsdag is de vierde dag na het verzenden van de writs, dus Vrijdag. De verkiezingen worden over on geveer drie weken verdeeld. Binnen twee d^gen na de ontvangst, publiceeren de „returning officers" de „writs," waarin de kiezers tevens allerlei inlichtingen ontvangen. Op den verkiezingsdag worden de candida- tenlijsten door tien kiezers geteekend, bij de bovenge noemde ambtenaren ingediend. Zijn er meerdere enn- didaten voor een zetel, dan heeft er een stemming plaats, in den regel na drie of vier dagen. De candi-1 daatstelling heeft in steden Vrijdag of Zaterdag, in de dorpen tusschen Vrijdag en den 8sten December plaats, de stemming in de steden tusschen Zaterdag en Donderdag 8 December, in de dorpen tusschen Dinsdag 6 en Vrijdag 16 December. Wij herinneren er verder nog even aan, dat er in Januari werden ver kozen 275 liberalen, 40 leden van de Arbeiderspartij en 82 nationalisten, tezamen 397 en 273 unionisten'. Er wordt nu natuurlijk hard met verkiezingsmani festen en verkiezingsredevoeringen gewerkt. Gisteravond is het verkiezingsadres van den eersten minister Asquith gepubliceerd. De heer Asquith zegt, dat de kiezers voor één enkele keuze zijn gesteld, waarvan de geheele toekomst van democratisch regee- ringsbeleid afhankelijk is. Het bedriegelijk hervormingsvoorstel van de lords zou een overwegend conservatieve tweede! kamer geven met een zelfs nog geduchter vetobevoegdheid. Het verkiezingsadres van Sir Edward Grey, de mi nister van buitenlandsche zaken is in de groote lijnen hetzelfde als dat van den heer Asquith. Maar de heer Grey verklaart zich verder voor een uitgebreide zelf- regeering voor de verschillende deelen van het Veree- nigde Koninkrijk en in den geest van het Canadee- sche stelsel. De heer Grey noemt een hervormd Hoogerhuis een noodzakelijkheid, maar is van oordeel, dat deze voor zien moet zijn van een inrichting, die zekerheid geeft, dat wat beschouwd moet worden als de meening van een flinke meerderheid in het Lagerhuis, tot zijn recht zal komen. Dit doel is met een wet op het par lement te hereiken. Maar de kiezers staan nu voor de keuze tusschen Ilooger- en Lagerhuis, zegt hij. Verkiezingsmanifesten schrijven is niet het moeie* lijkste werk Verkiezingsredevoeringen zijn tegen woordig moeielijker te houden. Er worden soms zulke zonderlinge argumenten gebezigd. Niet alleen moe ten de sprekers beschermd worden tegen de kiesrecht vrouwen, zóó dat de ministers, waar zij ook gaan, door politiebeambten in politiek gevolgd worden, maar nu beginnen de mannen .warempel ook al. Toon de minister van binnenlandsche zaken gister avond te Colchester naar een vergadering ging, werd hij n.l. in de volle straten met rotte visch en modder gegooid. De ruiten van de kamer, waarin het liberale comité vergaderde, werden ingeworpen. Een reclame wagen van de liberalen werd vernield. Nu heeft men nog maar de beginperiode wat er nog komt belooft dus wat! ORANJE NASSAUOORD. H. M. de Koningin-Moeder heeft den vijver achter Haar paleis te Soestdijk ten bate der stichting „Oran- je-NassauOord" ter beschikking gesteld van een op te richten ijsclub. Aan genoemde stichting zal 70 der contributie worden afgedragen. „Och,^ zanik toch niet wat kan mij dat schelen." "Nu ja, maar ze was toch ijverig en ze deed haar werk goed ja ze werkte voor twee." „Dat helpt nu niet meer. We zullen wel moeten wachten tot ze weer terugkomt. Hierna zwegen beiden zeker, want Hagenloh hoorde niets meer. Ilij dacht over de woorden die hij daar gehoord had na. Het maakte hem wrevelig en onrustig. Wat was er toch een ellende en een verdriet in de wereld, zoo dacht hij. Nauwelijks was hij weer zoo ver dat hij be greep wat om hem heen gebeurde of hij zat al weer midden in hatelijke dingen. Hij gevoelde een sterken drang om uit zijn bed te gaan. Hij wilde weer op zijn beenen staan en hij kon het verlangen dat hij daarnaar had nauwelijks onder drukken. Maar. dokter Eisenbart had bevolen dat hij nog geruimen tijd rust moest nemen. Zeker, dat wist hij, doch hoe kon hij rust houden hier in deze eenzaam heid, hier waar de jonge lente hem toeriep naar bui ten te komen, wa.ar het vogelgezang lokkend tot hem doordrong. De zonnige Meidag sprak van leven, van bewegen van uittrekken naar het vrije veld, van dwa len zonder doel door bosch en hei. En plotseling, zijn gedachten volgend, schoof hij zijn dek op zij en stond in de kamer. Die eerste proeve bekwam hem echter slecht. Een duizeling beving hem en Hij was genoodzaakt weer op zijn bed te gaan zit ten. „Dat kan goed' worden!" dacht hij en zoo bleef hij een- oogenblik hulpeloos zitten. Met ijzeren wilskracht richtte hij zich toen nog maals op en beproefde een stap voorwaarts te doen. „Volhouden niet dadelijk opgev-en!" zei hij tot zichzelf. Hij werd echter gedwongen zich weer op het bed te laten vallen. Maar een vernieuwde poging volgde. En het gelukte hem nu langzaam, stap na stap, naar den stoel te gaan, waar zijn uniformjas hing. Hij vergeleek zichzelf met een hulpbehoevenden grijsaard, terwijl hij met behoedzaamheid met zijn kleeren weer naar zijn bed terug schuifelde. Na even gerust te hebben, gelukte het hem naar zijn waschta- fel toe te gaan. Hevig beefden zijn beenen, maar hij wist zich toch staande te houden. Toen hij zich voorover naar zijn waschtafel boog, verloor hij bijna het evenwicht. Nu werd hij kwaad en met zijn toorn kreeg hij meer heerschappij over zijn lichaam. Hij voelde zich plotseling veel minder machteloos. Het gelukte hem nu zich te wasscheu, eeu boord om te doen en zijn voornaamste kleedingstukken aan te trekken en daarmee kreeg hij de achting voor zich zelf terug. Nog even en hij stond voor zijn spiegel, muts op, stok in de hand, gereed om uit te gaan. Behalve dat hij vaalbleek was en dat zijn oogen zoo vreemd ston den, was het of er niets gebeurd was. Ilij kreeg daarbij een gevoel als iemand die van de bergen dood in het dal is gevallen en daar nu zijn ei gen lijk ziet liggen, of als de zeeman, die, overboord ges-lagen, zelf ziet hoe hij door een haai wordt opge slikt. Vreemde gedachten inderdaad, maar ze lieten Hagenloh niet los zoolang hij zijn gehavend gelaat in den spiegel zag. Maar hij had geen tijd om hier lang in beschouwin gen verdiept te staan. Volgens zijn berekening- zou er niemand op weg zijn op het oogenblik naar den herberg- aan den kruisweg, die hij zeer verlangend was to spreken. Het kon, dacht hij, niet anders zijn of nadat dokter Eisenbart zijn boodschap in den molen had gedaan, men daar het plan opgevat- had om hem een bezoek te brengen, om te zien hoe het nu met hem gesteld was. .Misschien wie weet stuurden TWEEDE KAMER. Gisteren werd de zitting der Tweede Kamer door de geringe opkomst eerst te 1 uur geopend met stem ming over de subsidie voor de landbouwtentoonstel ling van 1913, welke aangenomen wordt ondanks het verzet van een zevental anti-revolutionnairen. De Minister van Binnenlandsche Zaken (de heer Heemskerk) vervolgde zijn afgebroken rede ter verdediging der coalitie, die hij evenals dr. Kuyper in 'a lands belang acht. De antithese is door dit Kabinet niet verscherpt. Voor het rechts-worden van sommigen is deze regeering niet aansprakelijk; zooiets komt vaak voor. Vervolgens verdedigde spr. de Zondagsheiliging en het ontslag van ambtenaressen, die in het huwelijk treden en zei, dat over benoemingen ten onrechte wordt geklaagd: zij geschieden onpartijdig. De minister verdedigde, zijn. ambtgenoot van marine ter zake van het ontslag van den vice-admiraal Van den Bosch. Debat over de defensie-plannen is eerst mogelijk na schriftelijke voorbereiding. Er is geen aanleiding hierbij te klagen over vreemde pressie. Er komt nog- een wijziging der militiewet behalve verbetering der doode weermiddelen. De sociale wetgeving besprekende, zeide de minis ter, dat er overleg moet zijn tusschen Reg. en Kamer over de Bakkerswet. Dan behandelde de Min. de verzekeringswetten en verdedigde het beleid van minister Talma. Daarna verdedigde spr. den minister van financiën, die zooveel mogelijk bezuinigd heeft. De stijging der uitgaven is het gevolg van uitvoering- van wetten of van bestaande organisaties. Overigens meent de mi nister, dat het tot bezuiniging zou ledden wanneer het budget niet zoo haastig werd behandeld. De minister eindigde met de verklaring, dat de re geering geen partijregeering wil zijn en voor de socia le hervorming ook rekent op de linkerzijde. Maar het tarief moet tot stand komen, anders wordt het perspectief wanhopend. De minister van financiën (de heer Kolkman) verdedigde dan zijn beleid en deelde mede, dat het ontwerp inzake het debietrecht op tabak he den van den Raad van State is teruggekomen. Spreker raamde de opbrengst van zijn tarief-ont werp op ten minste 10 millioen, een cijfer dat. gegrond is op een zeer voorzichtige raming. Hij hoopt ook dat in het voorjaar van 1912 de inkomstenbehandeling zoover zal gevorderd zijn, dat die dan zal kunnen wor den behandeld en dan alle vrees, voor vermeerdering der tekorten geweken zal zijn. Spreker verdedigde zich tegen het verwijt dat hij te veel het hoofd buigt voor de eischen van zijn ambt- genooten. Men zegt. wel: rammel dan wat met je por tefeuille. Maar spreker kon dat dan wel den ganschen dag d-oen. Bovendien spreker kan zijn portefeuille niet tot rammelaar verlagen. (Vroolijkheid). Het spijt spr. dat hij in 1911 de opbrengst van den alcoholaccijns voor de gewone uitgaven zal moeten ge bruiken, maar het was eenigszins te voorzien dat dit zou moeten gebeuren. Spr. verdedigde zich tegen het verwijt van volks misleiding- door den heer Roodhuyzen, naar aanleiding van het potje uit het tarief dat spr. had toegezegd voor de ouderd-omsverzekering. Dat is geen misleiding. Spreker verzekert andermaal dat de opbrengst van het tarief voor de sociale verzekering bestemd blijft. Hij noemt zelfs het bedrag: het potje zal 9 millioen be dragen en voor geen andere doeleinden worden be stemd. Spr. zou niets liever zien dan dat de ouderdomsver- zekering en het tarief tegelijk in behandeling geno men konden worden; maar men kan geen ijzer met handen breken. Spreker denkt er niet aan de eerste levensbehoeften te belasten, geen graan, tarwe noch rogge. Overigens leest spr. een artikel voor uit de Socialistische Mo- natshefte, waarin een sociaal-democraat ronduit ver klaart dat er geen beter middel is dan graanrechten om den industrie-arbeider vooruit teb rengen. Spreker verzocht aan het eenlge nog aanwezige lid der soci aal-democratische partij, den heer Ter Laan, dit ar- tikel onder de aandacht te brengen van zijn collega i Troelstra en het voor te lezen op meetings. Spreker hoopte nog in de gelegenheid te zijn een zoodanige wijziging voor te bereiden van de wet op de Rijkspostspaarbank, dat- die bank ook een buitenland sche portefeuille kan aanleggen. Voor een belasting van goederen in de doode hand gevoelde spreker niet veel. Een dergelijke belasting is van spreker niet te verwachten. De vergadering werd hierna gesloten tot heden half elf. Gemengd Nieuws. UIT St. PANCRAS. De ijsboeier-vereeniging te St. Pancras heeft een algemeene ledenvergadering gehouden. Uit de rekening en verantwoording van den pen ningmeester bleek, dat het vorig-e jaar was ontvangen 80.86 waartegen een uitgave van 64.56 alzoo batig saldo van 16.30 stond. Bij acclamatie werd het bestuur opnieuw voor vier jaar herkozen. De bijdrage in de kosten voor openhou ding van het vaarwater werd bepaald voor elke hoop uien 2V2 cent en voor elke opgeslagen 1000 kooien 5 cent, terwijl voor controle van zuivere opgave bij 10 leden de kool zal worden nageteld, welke leden bij lo ting zullen worden aangewezen. Het openhouden met de ijsboeiers zal weer onder samenwerking geschieden met de bewoners van het zuideinde St. Pancras onder de gemeente Koedijk. zijom te vragen hoe het er mee was.en zeker op raad van dokter Eisenbart. een wagen.om hem te halen en in den molen te verplegen, of hem naar zijn gezellige kamer in het huisje naa^t den mo len te brengen zoo fantaseerde Hagenloh, vol hoop. Heftig klopte hem het hart, zoo' heftig alsof er wei nig uren geleden in het geheel geen sprake van ge weest was dat dit hart voor goed zou stil staan. Maar die opgewonden gedachten veroorzaakten da delijk weer een heving over zijn geheele lichaam. Ha genloh was nog niet zoo sterk als hij meende en was genoodzaakt eenige oogenblikken op de sofa te gaan zitten. Ondertusschen werd zijn verlangen om te we ten of er misschien een wagen aankwam steeds ster ker. Langzaam, als iemand die een zwaren last heeft te torsen, trad hij nu buiten zijn kamer. Hij ademde verlicht toen hij die kamer, waar hij den dood in de holle oogen had gezien, achter zich had gesloten. Hij zag niemand en ging daarom voorzichtig de teap af. Terwijl hij in het achterhuis stond, hoorde hij dat in de gelagkamer druk gedebatteerd werd over kolengas en wat men daar al zoo van vertelt. Hij klemde den stok in de vuist en ging op de achterdeur af. Op den drempel bleef hij staan en keek naar het bosch. Het kwam hem voor dat hij het bosch in de lente nog nooit zoo mooi had gevonden als nu. Het was hem of het woud hem begroette vol liefde. En vol vreugde bleef hij staan, genietend van het Meigroen, het Meigejubel en het zonnelicht dat door de hoornen speelde. Een oogenblik dacht hij dat dit alles te mooi was om werkelijkheid te zijn was het een be- tooverd land dat hij aanschouwde? Nooit had hij het leven zóó lief gehad als nu, nooit het zonnelicht, zoo dankbaar gewaardeerd. Die vogels daar in de kruinen der hoornen, wat de den ze anders dan hem roepen, dan hem lokken om het boschpad op te gaan, voort onder eiken en beu ken, in de richting van den molen En doen hij wer kelijk onder de hoornen trad, was het hem of de vo gels nog luider jubelden, hem begroetend vol geest drift. Ilij begon zich beter te gevoelen. De beweging in de lucht werkte genezend en heilzaam op hem. Het was hem of een wonderlijke kracht plotseling door zij ne aderen stroomde, of hij aangeraakt werd met een tooverstaf, die wonderkracht bezat. Verder ging- hij. Bij de bloeiende hoornen bleef hij staan, keek naar groen en bloesems. Alles leek hem zeldzaam mooi, alles nieuws, iets dat hij heden voor liet eerst zag. Met iederen stap kwamen nieuwe ver rassingen, wonderen van kleur en van schoonheid, en eeu zalig gevoel kwam en bleef in hem. Langs een zacht glooiend pad kwam hij, voorbij bloomen en heesters, na een lange wandeling op een heuvel, die als een hoog duin midden in het eenzame bosch lag. Toen het hem gelukt was hoven te komen, voelde hij zich zoo vermoeid, dat hij op den breeden stronk van een eikeboom moest gaan zitten om uit te blazen. Zoo groot was de tronk, dat Hagenloh tot de conclusie kwam dat de eik in zijn goeden tijd een ge weldige 1-e.us moest zijn geweest, die ver hoven de boomen daar omheen uitstak en hoogmoedig in de verte keek. De tijd had hem echter ten slotte neer gehaald, voorbijgegaan was zijn trotsch bestaan, zoo als alles dat op aarde zich trots verhief eens moest vergaan tot stof. Hagenloh keek van de hoogte over het bosch, dat hem met zijn golvende lijnen deed denken aan een groen meer, dat. zich uitstrekte zoo ver als zijn blik reikte. Heel in de verte zag hij onduidelijk den toren van Eulenhorst oprijzen, verder links den molen van Altheide, waarvan de wieken vroolijk rondgingen, de zeilen schitterend in het zonlicht. Het was hem een zeldzaam genot den horizont te verkennen. Hij zocht naar nog meerdere punten, die bijzonder hoog waren en daardoor de aandacht trokken. Zoo gelukte het hem weldra de hooge populier te ontdekken, die in de buurt van den heidemolen stond. Daarop bleef zijn blik lang gevestigd, want daar was het dat hij wist dat Gisela zich bevond, verlangend naar hem, onge rust over hem na de boodschap van dokter Eisenbart, Allerlei droomen ontwaakten in hem, terwijl hij naar de slanke populier tuurde. Wordt vervolgd. y

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1910 | | pagina 1