DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. LIEFDESOFFER Honderd en veertiend a Jaargang, 1912. WOENSDAG 10 JANUARI. INSCHRIJVING NATIONALE MILITIE voor de mannelijke geborenen van 1893 op Dinsdag en Vrjjdag van iedere week, van 13 uur, tot 20 Januari a.s. FEUILLETON. BINNENLAN D. No. 8. Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagenuitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk fl, .Afzonderlijke nummers 3 Cents. Prijs der gewone advertentiën Per regel f0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. Rekeningen Telefoonnummer 3. fn een drukbezochte vergadering' heeft de plaatse lijke antirevolutionaire kiesvereeniging te Hilversum Maandagavond, met 54 stemmen, mr. V. H. Rutgers gekozen tot voorloopigen candidaat voor de Tweede Kamer. Ds. R. Rudolph, van Leiden, verkreeg 41 stemmen. ALRMAARSCHE COURANT wegens in 1911 aan de gemeente ALKMAAR gedane leveringen, worden zoo spoedig mogelijk ingewaclvt, voor zooveel betreft de Gemeentewerken, de Gasfa briek, de Gemeenteredniging en het Gemeente-slacht huis bij de Directeuren van deze takken van dienst; de Plantsoenen en de Begraafplaats bij den Opzichter; de Politie bij den Commissaris van Politie en wat de overige takken van dienst aangaat ter Secretarie der gemeente. De Secretaris der gemeente ALKMAAR. DONATH. AT .KM AAR, 10 Januari. De heer Clemenceau, het zoo geduchte kleine oude kereltje, heeft aan zijn naam van minister-vernietiger een nieuwen lauwer toegevoegd. Hij heeft het gisteren zoover weten te brengen, dat de Fransche minister van btiitenlamdsche zaken zijn ontslag heeft genomen, waardoor het kabinet een gevoelige stoot is toege bracht, dien het wel niet lang zal overleven. Zou de 71-jarige nog lust hebben minister-president te wor den? Het lijkt er ernstig naar. De Parijsche couranten hadden de laatste dag-en reeds verzekerd, dat er iets broeide. Er was verschil tusseheu den heerschzuchtigen minister-president en den minister de Selves over de mededeelingen, welke men ten aanzien van het Marokko-verdTag aan de se naatscommissie zou doen. De minister wenschte een uitvoerig overzicht te geven, de minister-president wilde volstaan met een korte nota. De heer Cail laux wou niet slechts kortheid, maar ook haast. Ook door RUDOLF STRATZ. 8) o Hij haalde de schouders op en zweeg. Het grijze vrouwtje nam haar haakwerk op, knikte als iemand, die in zichzelf praat en ging toen voort: „In één op zicht heb ik haar onrecht gedaan! Ik dacht eigenlijk, dat ik haar reeds het volgend jaar aan den arm van een ander zou zien. Maar zij heeft toch haast de ze ven bijbcische jaren lang getreurd. Dat is het eenige, wat me van haar meevalt, en daardoor is me zoovéél in haar duidelijk geworden. Zij had zulke opgeschroef de denkbeelden en was zoo vreeselijk onstuimig. Zij verwachtte de hemel weet wat van het leven. En dan als luitenantsvrouw in een klein garnizoen jij geen cent zij n bagatel, en zij droomde zich donderen van de toekomst! Zoo moest jij het wonder wezen. Maar dat jij ook maar een gewoon mensch waart en geen god, dat kon zij je nooit vergeven!" De generaalsweduwe zuchtte, „Ik hen uu pas tot de ontdekking gekomen, wat de oorzaak van jullie scheiding geweest is: misverstand, mijn jongen! Geen inmengen van een derde! Maar duizend misverstanden bij elkaar. Vooral bij jou! Je keek toen ook met heel andere oogen dan nu. De hemel weet, wat je in Vera gezien hebt, allesbehalve een mensch van vleesch en bloed! Een engel uit den hemel die was nog niets bij haarJa, mijn lieve kinderendat zijn harde lessen! Jullie hebt beiden geleerd, je zienswijze te veranderen. En je zoudt elkaar veel toegevender beoordeelen, als jullie elkaar nu hadt leeren keunen. De oude dame zweeg en begon weer ijverig te ha ken. Haar zoon tegenover haar gaf geen antwoord. Die goede moeder had gemakkelijk praten over onge- verzocht. hij den Franschen gezant te Berlijn zoo spoe dig mogelijk naar zijn standplaats terug te keeren, opdat de senaatscommissie dezen niet zou uitnoodigen voor haar te verschijnen. Er was blijkbaar iets niet in den haak en er werden levendige incidenten ver wacht, die dan ook niet zijn uitgebleven. Het is de kleine, maar dappere heer Clemenceau geweest, die de zaak gisteren op de spits heeft gedreven. De heer Caillaux verklaarde gisteren in de zitting der se naatscommissie op zijn eerewoord, dat er nimmer bui ten het ministerie van buitenlandsche zaken noch bui ten weten van den Franschen gezant te Berlijn onder handelingen over Marokko zijn gevoerd. De heer Clemenoeau stond na deze verklaring zoo zeer in strijd met wat de openbare meening den laat- sten tijd verkondigde op, en zeide, zich richtend tot den heer de Selves: „Mijnheer de minister van Bui tenlaudsche Zaken! Kunt u deze verklaring van mijn heer den president van den ministerraad bevestigen?' De beer de Selves zeide hierop: „Daarop kan ik niet antwoorden." De heer Clemenceau drong echter op een antwoord aan, waarop de minister verklaarde: „Ik kan niet antwoorden, want ik bevind mij in een pijnlijken toe stand, tusschen den plicht om de waarheid te zeggen en de verplichting de ministerieele solidariteit in acht te nemen." De heer Clemenceau antwoordde„Vertel dat aan wien ge wilt, maar niet aan mij 1" Hierop verliet de heer de Selves de commissie-ver gadering, welke door den voorzitter werd verdaagd. De heeren Caillaux en Clemeuceau gingen den minis ter na en toen hadi er een conferentie van een half uur plaats, waarop het heftig is toegegaan. De heer Clemenceau verweet den minister-president diens ge heime onderhandelingen, welke deze echter opnieuw ontkende, terwijl de heer de Selves volhield, dat hij niet tegen de beweringien van den minister-president kon protesteeren, maar diens verklaring ook niet kon aanvaarden zijn geweten verbood hem dat. Het ge volg was ten slotte, dat de heer de Selves zijn ontslag als minister van buitenlandsche zaken heeft genomen. Wat nu? Het wordt niet waarschijnlijk geacht, dat er iemand bereid: zal zijn onder de gegeven omstandigheden de portefeuille van buitenlandsche zaken aan te nemen. Misschien zal de heer Caillaux probeeren die porte feuille over te nemen en een nieuwen man voor „bin nenland" te vinden. Maar men zal den minister president terecht niet vertrouwen. Bovendien verwijt men hem, dat hij het is aan wien Frankrijk de nadee- len van het Marokko-verdrag te wijten heeft. Zijn dagen als minister-president zijn geteld. Het is nu alleen nog maar die vraag, wie hem zal opvolgen. Toch niet de kleine man, die een paar jaar lang minister-president is geweest en in Juli 1909 viel, toen hij zijn vijand, den heer Delcassé, in het gezicht durfde slingeren, dat Algéciras de grootste vernede ring was, die Frankrijk ooit ondergaan had? lukkige huwelijken, waar het hare zoo voorbeeldeloos gelukkig geweest was. Georg zag zijn vader voor zich, een grooten, statigen mam, die tot aan het eind zijns levens altijd! vol ridderlijken eerbied en teederheid ge weest was voor zijn trouwe levensgezellin. Van hem hadden zijn zoons geleerd, respect voor de vrouwen te hebben. Zij hadden begrepen, dat er bij liefde ook achting moest zijn.Georg wel het meest, die toen, als jong officier met een eentonigen dienst, zich bo ven de sleur van alledaagsehheid trachtte te verhef fen, zonder nog te weten hoe. Ja wat hèm betreft had zijn moeder gelijk geadl Daar waren twee koningskinderen.... de oude droe vige geschiedenis, twee menschenkinderen, die zich koningen droomden maar juist het feit, dat het water niet zoo diep was, dat zij wèl bij elkaar konden komen, en de betoovering verbrak. dat was hun ongeluk geweest. Eu plotseling stond hem liet oogeu- blik duidelijk voor den geest, waarop hij Vera von Vogt het eerst had gezien, op een warmen dag tijdens de herfstmanoeuvres in den Altmark, in de Bisinarek- buurt aan do Elbe, vol van herinneringen aan den Ge weldige, en met villa's in den omtrek; daar was hij voor inkwartiering naar het heerenhuis in Neetzow gegaan en dadelijk in een kring vam gasten geïntro duceerd, die zich in het park met schieten op het pis tool vermaakten.... zij was er ook bij, groot, slank en blond, het witte japonnetje vroolijk om haar heen wapperend. De cavalerie-luitenants omringden haar. Maar 's avonds, toen zij reeds op goeden voet stond met Georg Gisbert en zij langs den Elbe-oever op en neer wandelden, zeide zij„Ik heb de dragonders ge waarschuwd. Ik heb hun uitdrukkelijk verklaard: als jullie uitsluitend! over patrijzen, staande honden en fazanten praat, dan sta ik op en ga weg! Ilc heb het gedaan! En daar ben ik nu!" Van dat oogenblik af was het bij hen van een leien dakje gegaan. De oude von Vogt had eerst bedenke lijk het hoofd geschud. De burgerlijke linie-infanterist zonder vermogen., neen liever niet! Maar overigens zijn vader divisie-commandant dat was toch w»l ran invloed, H. M. DE KONINGIN. Men meldt uit Den Haag aan de O. H. Crt. Het kan blijkens mededeeling van een onzer hoogste autoriteiten in beperkte kringen als zeker worden aan gemerkt, dat de blijde gebeurtenis in het Koninklijk gezin tegen begin Juli kan worden tegemoet gezien. EERSTE KAMER. Gisteren vergaderde de Eerste Kamer. Voorzitter wus J. E. N. baron Schimmelpenninck van der Oye. De voorzitter stelde in overeenstemming met het be sluit van de Centrale Sectie, voor, heden te 11 uur en volgende dagen in de secties te onderzoeken verschil lende wetsontwerpen en daarna de hoofdstukken der Staatsbegrooting, met de daarop betrekking hebbende wetsontwerpen. Aldus werd besloten. De vergadering werd verdaagd tot nadere bijeenroe ping. KAMERVERKIEZING IN HET DISTRICT HIL VERSUM. DE ZIEKTEVERZEKERING. Gisteren had in het gebouw der Tweede Kamer de eerste bijeenkomst in het nieuw ingetreden jaar plaats van de commissie van voorbereiding uit de Kamer voor het ziekteverzekerlngsontwerp. Iu deze bijeen komst van de geheel voltallige commissie, en waaraan dus ook de Bijzittende leden deelnamen, werden de besprekingen over tal van principieel© punten ge voerd in tegenwoordigheid! van en in overleg met den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, den heer Talma. HULDIGING EILERTS DE IIAAN. In het Koninklijk Instituut voor de Marine te Wil lemsoord had gistermiddag de overdracht plaats van de gedenkplaat ter nagedachtenis van den luitenant ter-zee der le klasse J. W. G. J. Eilerts de Haan! Na mens een commissie die zich daarvoor gevormd had, werd het woord gevoerd) door den schout-bij-nacht G. P. van Hecking Colenbrander, directeur en comman dant der marine te Hellevoetsluis. Als plaatsvervangend commandant aanvaardde lui tenant ter zee der le klasse, M. Selioo, de gedenkplaat voor het Instituut. De plechtigheid werd door een groot aantal marine- en legerofficieren en adelborsten bijgewoond. Gemengd nieuws. PEETVADER. Een aardige bepaling werd dezer dagen gemaakt door den ambachtsheer van een Nederlandsch dorp, wiens naam we hier niet kunnen noemen. Ilij maakte namelijk aan de dorpsgenooten bekend, dat hij als peet wil staan over eiken vijfden zoon, die in een ge zin uit zijn ambacht geboren wordt. Bij de geboorte van het kind wordt dadelijk 100 gulden op de post spaarbank gedeponeerd en dit aardige spaarpotje blijft rente op rente staan tot de jonkman 20 jaar is. toen de tallooze malen gedecoreerde Pruisische gene raal nog kort voor zijn dood op het landgoed verscheen om acces voor zijn zoon te vragen en de oude jonker had hem eerlijk verklaard: „Weet u, Excellentie, dat meisje is zoo stijfhoofdig stem ik niet toe, dan blijf ik misschien, hoe mooi zij ook is, mijn leven lang met haar zitten. Daarom in 's hemels naum maar!.." Voorbij,.vervlogen als de wuivende herfstdra den toen op het gouden veld!. Het was stil geworden in de kleine kamer. Kapitein Gisbert stondl op, nam sabel en muts en ging heen, om vóór zijn vertrek nog eens met den dokter over zijn zwak dochtertje te spreken. Hij meende dit te moeten doen, wilde zijn reis hierheen ten minste een reden en doel gehad hebben. Dat maakte hij zichzelf wijs, hoewel hij van te voren wist: de huisdokter zou hem niets nieuws vertellen. Deze zette dan ook het gewone, bedenkelijke gezicht haalde zijn schouders op de hart-verschijnselen gaven wel reden tot be zorgdheid. Het beste zou zijn, dat het kind een weck of drie vier in Berlijn onder behandeling werd gesteld van een specialiteit.De dokter hield op. Hij be merkte de sombere uitdrukking op Gisbert's gezicht. Hij was wel eenigszins van den toestand op de hoogte en begreep wel, dat het stiefdochtertje daar geen wel kome gast zou zijn. „Ja, de verantwoording durf ik op den duur alléén toch niet op me te nomenzeide hij, terwijl hij Georg Gisbert uitliet, en deze lachtte geërgerd, toen hij weer bij zijn moeder in de kamer trad. „Is dat niet belachelijk? Nu heeft Karla om zoo te zeggen, twee moeders, en zij verkeert in levensge vaar, omdat haar eigen vader haar niet bij zich ne men kan. zou men niet de vuist erop slaan en zich zóó recht verschaffen?" „Ja kun je nu niet met Otti er eens over pra ten ,,0, neeu, mama! dat kan ik niet! Smeeken doe ik niet voor mijn eigen kind! Zoo verneder ik me niet!.... Ik wil in 's hemelsnaam niets in ons hu welijk brengen, wat voor onze wederzijdsche verhou ding gevaar zou ojjleTeren 1" Hij krijgt dan natuurlijk een genoeglijk duitje in han den. (Rott.) EEN PSEUDO-GRAAF. Geruimen tijd zit reeds in het Huis van Bewaring te Haarlem opgesloten een persoon, die aan de justi tie opgaf genaamd te zijn graaf C. W. v. P. Daar hij echter beweerde, dat geen geboorteacte was opge maakt, was het voor de justitie zeer moeilijk te weten te komen met wien zij te doen had. Zaterdag j.l. is evenwel het systeem Bertillon op hem toegepast en gebleken, dat de justitie niet te doen had met een graaf, doch met een recidivist, die door de Haagsche rechtbank tot zes jaar gevangenis straf was veroordeeld. Als verdacht van diefstal van een roeiboot, zal hij voor deze Rechtbank terecht moeten staan. EINDELIJK ONDERDAK. Men meldt uit Havelte: 't Berucht geworden echtpaar Bruinewoud, dat ner gens onderdak kon krijgen, en, na hun invrijheidstel ling in deze gemeente zwervende was, heeft thans weer, als 't zoo heeten mag, een eigen woning, 't Is een armzalige, zelfgebouwde keet, waarin wind en re gen voor een groot deel vrijen toegang hebben, staan de op de Sehieresch te Darp, half in, half op den grond. AFTERNOON-TEA. Zij heeft tegen mij gezegd dat je haar het geheim verteld hebt, dat ik jou verteld heb onder voorwaarde dat je 't niet aan haar zou vertellen". „Wat een oververtelsterEn ik heb haar nog zoo gezegd, dat ze niet aan jou zou zeggen dat ik 't haar verteld heb." „Maar denk er aan, ik heb haar beloofd, dat ik jou niet zeggen zou, dat zij 't mij verteld heeft; dus zog in 's hemelsnaam niet aan haar, dat ik jou ver teld heb, dnt zij mij verteld heeft, wat jij haar verteld hebt onder voorwaarde dat zij 't mij niet- zeggen zou." En zoo voort(Hbld.) EEN AANHOUDING. In verband! met de aanhouding van den 20-jarigen J. H. T. die verdacht wordt in den laatsten tijd veel vuldig voorkomende inbraken in het Willemspark- kwartier te Amsterdam te hebben gepleegd, wordt ge meld dat bij fouilleering op hem een beitel gevonden werd, die in de groeven paste van een in de woning van den heer Van Eeghen geforceerd schrijfbureau. De recherche hecht aan deze vondst zeer veel waar de en meent hierdoor een niet onbelangrijke aanwij zing in de schuld van den verdachte te hebben gevon den. Het onderzoek in deze zaak wordt met ijver voortgezet. „NIET BESTELLEN OP ZONDAG." Naar het „Vad." verneemt, zullen van Maandag 16 Januari af aan de postkantoren strookjes verkrijgbaar gesteld worden, waarop gedrukt staat: „Niet bestel len op Zondag." Brieven, voorzien van deze strookjes, worden dan 's Zondags op de postkantoren niet be handeld en blijven liggen tot. Mnandagochtend. De strookjes zijn heel goedkoop: een vel van 50 stuks kost slechts" 1 cent. TUSSCHEN LIP EN BEKERRAND. Een jong paartje te Zaltbommel zou in het huwelijk treden. „Iloezoo?" vroeg zij verwonderd. „Ik dacht dat jullie in zoo goede harmonie leefden!" „Maar een „neen" van Otti zou in zoo'n geval het kaartenhuis doen wankelen! Nu schrik maar niet, „kaartenhuis", dat is natuurlijk met eenige overdrij ving gezegd. Ik bedoel maar: het huwelijk van Otti en mij is een goedl evenwicht. Maar gaat men de ééno zijde te veel belasten, dan.Mama, ik zit in doodsangst, voor wat er dan kan gebeuren. „Van Otti's kant?" „Neen, van mijn kantl" „Ik begrijp je niet, jongen 1" „Ik mijzelf ook niet, mama! Laten wij er maar niet meer over spreken! Alles moet maar blijven, zoo als het is!.... Misschien overdrijft de dokter en krijgt Karla vanzelf wel weer roode wangent" Vóór zijn vertrek ging hij nog even naar zijn bleek dochtertje kijken en hij dacht weer: Zij heeft haar moeder's oogen. Zou zij nog meer van haar moeder hebben? liet zou voor haar beter zijn van niet. Ge luk eii vrede waren haar dan niet meegegeven op den levensweg! Maar dan Vroeg hij zich af: wat weet je eigenlijk van je eerste vrouw? Wat ken je haar?. Eerst heb je haar aangebeden, toen stortte het heili- gebeeld van zijn voetstuk. Alleen in haat en lief de heb je haar gezien, maar den eigenlijken mensch in haar, met eerlijken, onbevooroordeelden blik, nooit. Hij was nu niet meer, zooals vanmorgen, verbitterd tegen Vera von Vogt. Dat was dood! in hem. Er spraken bij hem nu andere stemmen, nog wel zwak en onduidelijk, maar hij wilde er niet naar luisteren. Hij had er angst voor. Hij was bijna bang voor zijn eigen kind, de levende herinnering van het verleden. Vroeg in den middag reeds vertrok hij weder naar de hoofd- tad. Gedurende de eentonige reis dacht hij er aan, hoe hij en Vera negen en een half jaar geleden, langs dezen zelfden weg hadden gespoord, om zijn moeder, die toen nog niet lang weduwe was, voor het eerst als jong echtpaar te bezoeken, hand! in hand, twee geluk kige menschenkinderen, hij, luitenant van vijf-eu- twintig, zij nauwelijks twintig. Daarbuiten de war me herfstzon het vlakke, eentonige land iu een zee r*n licht. |W»e«U T»rr«l»d$.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1