DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Dniiip aan WIlLEIÏl ROOIJMRDS Honderd en veertiende Jaargang. 1912. VRIJDAG 12 JANUARI. INKWARTIERING. VORDERING van PAARDEN. BINNENLAND. No. 10 Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk f 1, Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. MET DE NOORDERZON VERTROKKEN. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Alkmaar; Gelet op art. 17, laatste zinsnede van het Kon. Be sluit van 10 November 1892 (Staatsblad No. 253), laat stelijk gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 9 Septem ber 1910.(StaatsbladjNo. 279); Brengen ter kennis van belanghebbenden, dat de alpliabetisclie Jlijst, bevattende de namen van de in de gemeente metterwoon gevestigde eigenaren van een paard of meer paarden, ook al is dit paard, of zijn deze^paarden slechts gedurende een gedeelte van dit jaar in de gemeente aanwezig, alsmede, voor zoo veel de eigenaren elders wonen, van de gewoonlijk voor die^eigenaren optredende personen (zetbaas, zet- boer, 'bouwmeester of andere met het toezicht op het paard of op de^paarden belaste personen] gedurende de maand Jb'ebriiari op de Secretarie dezer gemeente voor een iedere ter inzage is nedergelegd, van des voormiddags 9 tot des namiddags 2 ure. Burgemeester en Wethouders voornoemd, Alkmaar, G. RIPPING, Voorzitter. 12 Jan. l(Jl2. DONATH, Secretaris. door ltiaitAHU «JAXTEIi. II. Nadat Royaards engagement.bij het Nederlandsch Tooneel had gekregen, werd zijn huis te Amsterdam de gastvrije woning voor allen, die de poëzie beoefen den of lief hadden. Ilij zocht altoos aanraking met de dichters, wel gevoelend dat de omgang met dezen voor hem van meer belang was dan het onder-ons-le ventje van de andere tooneelisten, die in die dagen van Ohnet en Sardou, van von Moser en Ifennequiu, een eerwaardige oude garde maar weinig toekomstbe lofte telden. Veltman, de voorname, ingetogen, sta tige Veltman, Veltman als Royaards gesproten uit een aanzienlijke familie, Veltman zich voelend als drager van een heilige traditie, was voor den jongen Roy aards onder de tooneelisten nen der weinigen, waar tegen hij opzag, in wien hij voelde den man met het historische sentiment, den man, die met het kleed, met het gewaad van den tijd' ook den geest van dien tijd aantrok. Royaards had een stille vereering voor dien grooten voorganger, die als hij altoos in zich om droeg de roeping om de groote figuren der klassieke meesters uit te beelden. Ook Louis Bouwmeester is door Royaards gewaardeerd. Maar deze twee waren van te verscheiden aanleg om tot een duurzame vriendschap en samenwerking te kunnen komen. Het heeft geen doel vergelijkingen te trekken. Er blijkt gelukkig voor beiden plaats te zijn en het is alleen te betreuren, dat Bouwmeester zoo geheel verwaarloosd heeft wat Royaards van het begin heeft gedaanvoe iing te zoeken met de dichters van zijn tijd. Royaards heeft sedert 1890 de Nieuwe Gids-litera- tuur medegeleefd. Ilij heeft altijd' gehoopt, dat van deze zijde het drama, in verzen zou komen, dat hem gelegenheid zou geven zich volkomen uit te leven. Ilij is het geweest, die 't eerst het muzikale van het- nieu we Nederlandsche vers door het publiek deedl waardee- ren eu zelfs, met zijn aard om alle dingen te overdrij ven en zelf gedreven door zijn sterke potentie, verloo chende hij ter wille van de muzikale kwaliteiten het logische accent van het vers, welke accent vroeger bij liet „reciteeren" uitsluitend werd ten gelioore ge bracht. Hij durfde het ondernemen om in „Odéon", te Am sterdam het treurspel '„Helena" van Hein Boeken te zeggen in een tijd, toen ook onder de literatoren velen deze nu klare kunst nog duister vonden. Men schatte een dergelijke onderneming- niet te licht. Want de kosten van zaalhuur kwamen ten laste, van Royaards, die ze van een niet groot honorarium bij veel verplich tingen had te bestrijden. Hij offerde niet alleen zijn tijd, maar ook zijn bezit om een onbegrepen kunst tot het publiek te brengen. Een andere maal zette hij het door om den „Ham let te spelen. Wij herinneren ons zijn opvatting van deze rol tijdens de opvoering in het Grand' Theatre van Van Lier in de Amstelstraat te Amsterdam. Het kan wel zijn, dat zijn spel niet geheel rijp was. Dat hij nog te zwak was om deze zwaarste aller rollen uit te beelden. Maar toch, vóór hem werden de verzen van het Burgerdijksche stroeve maar kernachtige Shakes- peare-Hollandsch niet aldus gezegd, niet aldus begre pen. En onder de jonge tooneelspelers stondi hij bijna alleen met zijn heerlijk idealisme, zijn vast vertrou wen in den afoeden «maak van een vrij bedorven pu bliek, vertrouwen dat een kwarteeuw later zou beloond worden door een serie klassieke voorstellingen van Vondel's „Adam in Ballingschap" en „Lucifer." Vondel! Ook dat is een ideaal van Royaards ge weest. Vondel weer te doen begrijpen, hem te doen horleven in Nederland, hem van een object voor phio- logen te maken tot een levenden geest, werkend onder het volk. De mannen van '80 hadden de muzikaliteit en de breedheid van 't gebaar van het Vondelsclie vers weder ontdekt. Royaards, zijn roeping als tooneelspeler begrijpend, wenschte die ontdekking te populairiseeren. In zijn huis werden dag aan dag de verzen van Vondel luide gelezen, door hem zelf, door zijn vrienden en vriendin nen. Het Vondelsche vers werd voor hem een roes. En daar zijn krachtig, sonoor geluid één van de kenmerken van eiken echten tooneelspeler, want wie de natuur groot wil hebben, ontvangt alles naar evemnaat de muzikale uiting liefhad, kwam hij er toe méér het geluid dan de gedachte te uiten. Erans Coenen heeft hierop wel eens gewezen. Maar geheel is Royaards dit houden van 't eigen geluid, nu nog niet te boven gekomen. Trouwens, de onstuimigheid van zijn karakter, het bruischende van zijn over- kracht, heeft hem levenslang in den weg gestaan. Hij wil bijna altoos opeens te veel. Maar in dat te veel willen ligt ook iets aanbiddelijks, hoewel het zij hem bij dit jubileum als vriend gewenscht de vol gende kwart-eeuw aan de intooming gewijd moge zijn. Want ook de adelaar kan vleugellam worden. In 1893 zijn wij te Berlijn van zeer nabij getuige geweest van een bijna dolzinnig ondernemen van Roy aards. Ilij lia-d in Nederland de „Svengali" in Trilby van du Maurier met groot succes gespeeld. Daarna wenschte hij te Berlijn in 't Duitsch. op het Duitsclie tooneel die rol te vertolken. Sigismund Lauterberg, de directeur van het Neues Theater aan den Schiff- bauerdamm, verleende hem de gelegenheid. Royaards had het voordeel, dat hij in zijn rol gebroken Duitsch kon spreken. En veertien avonden achtereen trad hij op als gast bij het Duitsehe gezelschap, doorstond! het gevaar van de voor vreemdelingen zoo scherpe Duit sehe critiek en die van de afgunst der kleinzielige Duitsehe collega's, die zelfs een intrigue tegen hem op touw zetten en hem deden uitfluiten. Een aantal Nederlandsche jongelui, te Berlijn studeerend, dit ver nemend, verschenen toen in den schouwburg en ver oorzaakten een contra-manifestatie van applaus. liet was een mooie tijd vol levenslust, levenskracht, idea lisme en strijd! En na Berlijn ging Royaards naar St. Petersburg, speelde daar in 't Aquarium-Theater met een Duitsch gezelschap den „Svengali" met een groot succes. Zijn eerste voorstelling aldaar was op een haartje in de war geloopen. Royaards, oververmoeid na de .lange reis, was in zijn hotel in slaap gevallen en niet tijdig ontwaakt. En hem, den precieae, den altoos-op-zijn- post zijnde, want ernst is de grondtoon van zijn ka rakter, moest het gebeuren, dat de directeur hem een kwartier voor het scherm opging met een troïka kwam afhalen.Het publiek had slechts vijf minuteu lan ger dan gewoonlijk te wachten. Wat Royaards zelf aangaat, hij had in een roes zich vermomd, had in een roes gespeeld en eerst na afloop, te middernacht, kwam hij tot bezinning, ontwaakte werkelijk. De ervaring van deze eerste buitenlandsche episode had hem geleerd, dat zoo hij op het Duitsch tooneel wilde slagen, ernstige, langdurige, geduldige voorbe reiding noodig was. En hij, de ongeduldige, wist met zijn stalen wil, zich ook het geduld te verwerven. Niet. tevreden met de rechten, die de Raad van Beheer hem wilde verleenen, zuiver om artistieke redenen, verliet hij het Nederlandsch Tooneel en Nederland en vestig de zich in 1909 te Berlijn, nadat hij, de voortvarende, de moedige, de baanbreker, te voren het gewaagd had, Indië voor de hoogere Nederlandsche tooneelspeel- kunst te openen en daar een som had weten te bespa ren, voldoende om hem te steunen bij de uitvoering van $ijn plan, te Berlijn als Duitsch tooneelspeler op te treden. Hij sloot zich af van alles wat Nederlandsch was, eischte zelfs van zijn intieme omgeving, dat men hem in 't Duitsch zou toespreken, in 't Duitsch zou schrij ven. Met een Duitsch leeraar vertrok hij naar een der Duitsehe Noordzee-eilanden, om geheel afgezon derd en onbereikbaar, zich te wijden aan de beoefening van de Duitsehe taal en spraak. Dit op veertigjarigen leeftijd te ondernemen en met succes te volvoeren ook, blijft een van de sterkste triomfen, van deze krachti ge persoonlijkheid. Naar Berlijn teruggekeerd gelukte het hem aan het Deut-sclies Theater, dat juist onder den jongen Max Reinhardt zijn bloeitijd beleefde, geplaatst te worden. Hij trad onder het pseudoniem Wilhelmi op. Zijn uit spraak bleef, volgens deskundigen, die ik het vroeg, altoos een zweem van het zware, het pittige behouden, dat nu eenmaal, ons gutturaal, kernachtig Neder landsch eigen is. Maar het groote publiek merkte niet met een vreemdeling te doen te hebben. Wij woonden toen eenmaal een voorstelling bij van den „Koopman van Venetië," waarin Royaards de rol van den Doge speelde. En een tweede maal zagen wij hem als Shylock zelf. Als de Doge werd hij geprezen om de waardigheid, de doorvoelde waardigheid van hou ding en gebaar. Als Shylock had hij de creatie van den beroemden Schildkraut, die bij voorkeur den Shy lock aan 't üeutsches Theater te spelen kreeg, te .doen vergeten. Schildkraut speelde den Shylock rumoerig, „polterend," oriëntalisch, zuiver Joodsch. Dat was verblindend. Maar Royaards, de erudiet, de grondige Shnkespeare-kenner, wist het beter. Shylock is niet uitsluitend de Jood, maar Shylock is één der gestalten van Shakespeare, de Brit. Niet Joodsch, maar Britsch is deze bloedgierigheid van Shylock. Vele van de figuren van Shakespeare bezitten deze rood® aucht van het eilandvolk dat door geweld de wereld be- heerscht. De Jood, het geringe percentage Joden onder de moordenaars en zijn wet geen dierenbloed te gebruiken, getuigen er o.m. van heett een afschrik van bloedvergieten. Royaards gaf den Shylock in Engelschen stijl, met Engelsch sentiment, voornaam, edel van linie, ingetogen, met stille bitterheid en in gehouden smart. En hij had het geluk, ook zijn opvatting gewaar deerd te zien, algemeen gewaardeerd, door een Ber- lijnsche pers, die waarlijk ten aanzien van buitenland sche tooneelspelers niet tot sentimentaliteit geneigd was. Desondanks besloot Royaards naar Nederland te rug te keeren, hoewel hem een vrij voordeelig contract door Reinhardt was aangeboden. Want hij had ont zaggelijk veel geleerd, gedurende het jaar, dat hij aan dit eerste theater van Berlijn en van Duit-schland had medegewerkt. Van nabij had hij de mechaniek van de moderne regie leeren bestudeeren. Hij voelde zich rijp om thans zelf als directeur-regisseur zijn idealen te verwezenlijken. Hoe hij die verwezenlijkt, is van nabij bekend, van jongen datum. Een kwart eeuw heeft hij, de onge duldige, de ontembare, zich geduldig voorbereid. Zal hij in de jaren, die nu volgen er in slagen te volbren gen, wat hij aangevangen heeft? Zal hij het nieuwe 'Nederlandsche treurspel en blijspel in verzen tot de menige brengen? Deze vraag is nog niet beantwoord. Maar dit is niet onze schuld. Het woord is aan den jubilaris. DE HUISVESTING DER DEPARTEMENTS GEBOUWEN. Men meldt uit Den Haag: De benedenvertrekken en de eerste verdieping van het voormalige Rijks-archiefgebouw aan het Plein, dat bestemd is te worden betrokken door het ministe rie van Buitenlandsche Zaken, zijn bijna gereed. De tweede verdieping zal mede ten behoeve van den dienst in gebruik worden genomen, waarvoor J verfwerk noodig is, dat weldra zal worden aanbesteed, i Op het terrein aan den Bezuidenhoutschen weg, j door het Rijk aangekocht voor het oprichten van een j gebouw voor het ministerie van Landbouw, enz., zijn de eerste 'opmetingen en grondboringen verricht, noo dig voor het opmaken van het bestek. OUD-PRESIDENT STEYN. Den lOden Maart viert de heer M. T. Steyn, oud staatspresident van de Oranje-Vrijstaat, zijn zilveren bruilqft. Mevr. de wed. dr. Berns-Van Rees, te Utrecht, dr. IT. J. Kiewiet de Jonge, te Dordrecht, prof. mr. J. de Louter, te Utrecht, de heer G. A. A. Middelberg, te Loenersloot, dr. Hendrik Muller, te Den Ilaag, en prof. dr. C. Winkler, te Amsterdam, doen moeite om den heer en mevr. Steyn dien dag- een geschenk aan te bieden, vergezeld van een album met een adres en de handteekeningen van alle bijdra gers. BIJSLAG AAN AMBTENAREN. Hst afdeelingsonderzoek van de wetsontwerpen no pens de tegemoetkoming aan ambtenaren wegens de duurte, bracht in de Eerste Kamer tegenovergestelde oo rdeel vellingen. Zij, die er mede ingenomen waren, voerden aan, dat, zooals van geen noodtoestand meer te spreken is, toch eenige tijd van groote duurte van vele levensmid delen achter ons ligt; dat vele particulieren het voor beeld gaven en dat geen precedent kan worden gezien in den maatregel, daar het een gift-ineens, dus een tijdelijke geldt. De tegenstanders meenden, dat, ook al ware er een noodtoestand, -de regeering veeleer de armsten te hel pen had dan de rijksambtenaren, die boven zoovelen bevoorrecht zijn; dat particulieren met hun eigen geld kunnen doen wat zij verkiezen, de Staat daaren tegen beschikt over het geld van belastingschuldigen, waarvan velen er slechter aan toe zijn dan de ambte naren, en dat wel degelijk te vreezen is, dat bij weder om intreden van duurte, dit geval als precedent zal worden aangemerkt en dat de toestand der schatkist een zoo groote extra-uitgaaf niet toestond. Een derde categorie kon zich slechts onder protest met de wetsontwerpen vereenigener waren verwach tingen opgewekt. Tegen dit argument kwamen weer anderen op. Gemengd nieuw». DE STRIJD OM HET GRAND-THéATRE TE AMSTERDAM. Door mr. Godfried Parser is namens partijen mede gedeeld, dat de strijd om het Grand-Theatre te Am sterdam in der minne is geschikt. Er is een voor beide partijen zeer bevredigende re geling getroffen. Als gevolg daarvan zullen de hee- ren Van Lier het Grand-Théatre tot het einde van het zomerseizoen van den heer Mullens (Alberts frères) in huur houden, met recht tot aankoop. alsook de eigenmachtige wijze, waarop hij de willekeu rige verzuimen „verschoont" zonder daarbij in eenig overleg te treden met het schoolhoofd of de ouders. Tegen de overtreders werd 2 boete geëischt. EEN GEVAARLIJKE RIT. Men schrijft uit Oisterwijk aan „De Tijd": Een geschiedenis van niet alledaagschen aard moet zich dezer dagen hebben afgespeeld op den weg tus- schen Vught en Tilburg, zooals aldaar wordt verteld. Een bakker uit deze omgeving reeds in den avond van een der laatste dagen met zijn broodwagen, be spannen met een paard, huiswaarts, na de plaatsen van brood te hebben voorzien. Op den weg ontmoet te hij een dame, voorzien van haar onmisbaar hand- taschje, die hem vroeg om mee te mogen rijden. De bakker, wiens kar plaats in overvloed, bood, verklaarde er geen bezwaar tegen te hebben, dat de juffer zijn vehikel besteeg, om aldus op gemakkelijke wijze een groot, deel van haar weg af te leggen. Het is in deze stréken, gelijk ook overal elders onder de landelijke bevolking, geen zeldzaamheid, dat een dergelijk ver zoek wordt gericht tot voerlieden langs de baan, en als deze den reizenden wandelaar een plezier kunnen doen, door hem te laten meerijden, doen ze dit over 't algemeen zeer gaarne. De juffer maakte zeer dankbaar van des bakkers welwillendheid gebruik en besteeg de kar. Maar bij deze beweging viel het den bakker op, dat de juffer niet insteeg naar dames-manier, en de kordate stap, waarmee ze haar plaatsje in de kar innam, kwam hem zeer verdacht voor. Hij kreeg namelijk de overtui ging, dat hij hier niet te doen had met een heusche- lijke vertegenwoordigster van wat men gewoonlijk noemt de sclioone en zwakke sekse, maar met een ke rel, verkleed in damesplunje. Dat de bakker kippen vel voelde over heel zijn huid, laat zich gemakkelijk begrijpen; maar hij had zijn vriendelijke reisgenoote nu eenmaal gastvrijheid vergund op de plek, waar straks onschuldige cadetjes en versche mikken en roggebrooden 'n lust der oogep waren, en hoewel het gezelschap van deze hem oneindig verkieslijk was bo ven dit verdacht individu, durfde hij haar-toch moei lijk verzoeken, om haar reis maar weer te voet te on dernemen, vooral wijl er geen woningen dicht in de nabijheid waren en de weg zeer eenzaam zich uitstrek te in den avond. Totaal onder den indruk van het zeldzaam evene ment, gevoelde hij zich zoo ongeveer te moede als iemand, die pas uit den provincialen schouwburg komt waar het vreeselijk drama werd opgevoerd van de wees uit het gebergte of het doorgezaagde dienstmeisje. Maar hij hield zich zoo goed als hij maar kon en over legde zoo spoedig mogelijk, op welke wijze hij zich van zijn reisgenoote en zijn kippenvel zou kunnen ontdoen. Zijn tegenwoordigheid van geest redde hem uit zijn benarde positie. Toen namelijk zijn wagen een eindje op de steenen van den eenzamen weg had voortgehob- beld, een beweging, waarbij hem elke meter een kilo meter toescheen, gebeurde het plotseling, dat een voor werp uit de kar over de keien rolde. De bakker, die opzettelijk een geheime manipulatie had uitgevoerd, die den val van dit voorwerp tot gevolg had, hield zijn paard in en deed dat op zulk een ongewone wijze, dat het beest eenigszins onrustig gestemd werd. Kranig en stevig echter hield hij de leidsels in handen, en hij verzocht zonder iets van hetgeen in hem omging, te verraden, zijn reisgenoote om het uit de kar gevallen voorwerp even te willen oprapen. Het moest op een pas of drie terug wellicht op den berm van den weg liggen. Hij zelf kon zijn wagen moeilijk verlaten, daar het paard nog al wild was en flink in toom moest wor den gehouden. De dame voldeed aan zijn verlangen. Doch zoodra stonden haar voeten niet op den weg, of de bakker vierde de teugels, legde haastig de striemende zweep over de ribben van zijn rossinant, die in vollen galop voortrende, steeds heviger aangepord en aangevuurd door zijn meester, die als een bezetene te keer ging. Het gelukte hem op deze wijze, het aangename ge zelschap der verdachte dame te ontkomen en zonder haar nog weer te zien de plaats zijner bestemming in woesten ren te bereiken. De man was totaal op van angst en inspanning en was zoo blij als een engel, toen hij het licht der lamp van een bevriende woning mocht begroeten. Hij vertelde zijn wedervaren en zijn vreeselijk vermoeden en nu viel het hem in, dat het handtaschje der dame zich nog in zijn kar bevond. Dit taschje werd voor den dag gehaald en geopend eft wat bleek het te bevatten?.niet meer of min der dan een paar geladen revolvers en enkele andere gereedschappen, die hem duidelijk bewezen, dat zijn vermoeden niet zoo mis was geweest, en dat hij hier inderdaad in minder prettig gezelschap had verkeerd. Wie zijn minzame reisgenoote geweest is, is tot hier toe onopgeheld gebleven, doch dat de vermeende da me een verkleede kerel is geweest, staat bij hem nu zoo vast als een paal boven water. -SCHOOLOPZIENER OOSTERBAAN EN DE LEERPLICHTWET. Voor het Kantongerecht to Doesburg werden giste ren de uitgestelde leerplichtzaken behandeld, waarbij de heer Oosterbaan, schoolopziener, werd gehoord als getuige. Bij het verhoor wees deze er op, dat hij bui ten de gewone verloven om, het recht heeft verzuimen te verschoonen; vooral wanneer de kinderen 13 jaar zijn, vindt getuige daar aanleiding toe. De kantonrechter zoowel als ambtenaar van het O. M. gispten in ernstige bewoordingen de traagheid van werken van deu heer Ooaterbaan alt echoolopaiener, Sedert Dinsdagmorgen wordt te Leiden vermist een slagersknecht, die door zijn patroon was uitgezonden om kwitanties bij klanten te innen. Tot op heden is hij nog niet teruggekeerd, waarom vermoed wordt, dat hij zich met het geïnd1 geld, ongeveer 100, bene vens een nieuw rijwiel, uit de voeten heeft gemaakt. De jonge man hield veel van opschik, zoodat hij ver moedelijk schulden had gemaakt. TREINBOTSING. De trein uo. 103, die van Utrecht in de richting 's Hertogenbosch om 9.08 voorm. vertrekt, hotste tus- schen Hedel en 's Bosch op een op de rails staande lorrie, welke door werkvolk, bezig zijnde met den aan leg van liet tweed® spoor tuwohen Hedel eu Boaeh,

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1