STADSNIEUWS. Schaakrabnek. SPTÏOKKFJ TNGE1NL LOOP DER BEVOLKING VAN DE GEMEENTE ALKMAAR. renigo malen om den enkel worden geslagen eu met een gesp bevestigd worden. Voor jonge meisjes is en blijft altijd bekoorlijk een schoentje van blauw, rose of wit satijn, dat geborduurd wordt met paarltjes of steentjes. Een mooie gesp versiert het schoentje bo vendien. Ook de wandelschoenen worden meer en meer luxu eus, bovendien worden zij hoog en sluiten de nieuwste op zij met knoopen. Het bovenstuk wordt van laken vervaardigd de voorschoen van verlakt leder; zoo zijn er modellen van wit en goudkleurig laken met verlak te punten, deze schoenen maken een chiquen indruk, maar het is, zooals zich wel begrijpen laat, een kost bare dracht. Ook in de lage wandelschoenen zijn nieuwe model len gebracht, waarvan de veters evenals bij de geregen avondschoentjes om den enkel worden geslagen en met een gesp dichtgemaakt worden. No. 327. L. CIMBUREK (1910). M at in 2 zetten. Weder tot onze huisgoden teruggekeerd is ons eer ste werk onzen lezers een goed jaar 1912 toe te wen- schen en de hoop uit te drukken, dat wij ons in hunne belangstelling mogen blijven verheugen. Zooals onzen lezers voorts hekend is, was No. 325 (II. L. Schuld)1) het laatste der wedstrijdproblemen, dat gepubliceerd werd. In verband hiermede zijn wij voornemens, te beginnen met Februari a.s., elke maand weder ééne eerste publicatie te geven, welke tweezot dan, evenals voorheen, met één gulden geho noreerd zal worden, indien de opgave correct blijkt te zijn. Voor zooverre ons bekend ia, zijn wij nog steeds de eenige vaderlandsche rubriek, die een honorarium geeft voor nimmer gepubliceerde opgaven. Bijzonder verwonderen doet ons dit niet. In onze rubriek toch, die telkens slechts één probleem geeft, gaat dit zon der gToote onkosten gepaard. Docli, dit wordt anders, indien men bijv. elke week geregeld één twéézet, één 3zet en ééne partij geeft. Want dan moet men voor een 3zet allicht 2 betalen en is het tot nu toe een open vraag wat men voor een partij, van oorspronke lijke annotaties voorzien, moet geven. Want, dit mag men toch wel als billijk aannemen: honoreert, men problemen, dan moet dit ook voor partijen gelden. Bovendien, hoewel dit in een eenvoudige rubriek als deze o. i. niet hindert: de redacteurs van andere, meer uitgebreide schaakrubrieken kunnen zeer goed do meening zijn toegedaan, dat ééne eerste publicatie in de maand' het aantal oorspronkelijke bijdragen te veel beperkt. Aan den anderen kant kan het hun te kostbaar worden elke oorspronkelijke, correcte, plaats bare opgave en partij te honoreereu, die hun aangebo den wordt. Doch, wij willen over dit onderwerp niet langer uit weiden en alleen nog vermelden, dat wij evenals de vorige maal, zullen trachten om de beurt een vader landsche en een buitenlandsehe eerste publicatie te geven. Ad. No. 327. Wij vonden deze opgave in een Boheemsch vakblad met de aanduiding „I. F. Journal, turnaj 1910", waar uit wij slechts konden opmaken, dat deze 2zet in een wedstrijd mede had gedongen, doch verder in raad selen bleven rondwandelen. Wij gaven dit probleem omdat het ons niet onaardig toescheen en wij het bo vendien een hoogst, eigenaardig Boheemsch probleem vonden. Want de Boheemsehe school hecht zeer be slist groote waarde aan econ. reine matstellingen, die in No. 327 ver te zoeken zijn. Wij hebben deze maal de namen van hen, die No. 322. 323 en 324 goed1 opgelost hebben, niet gegeven, omdat de oplossingen dezer problemen reeds gepubli ceerd zijn en de vermelding o. i. te vergelijken was met mosterd, die bijzonder lang na den maaltijd kwam. Foutieve oplossingen hebben wij intusschen niet ontdekt. Waarvan de oplossing ons niet lDd4 toeschijnt. OM ZEEP GEGAAN. Dagelijks gebruikt men) zeep, zelfs wordt zij als be schavingsmeter van eem volk gebruikt, Toch zullen velen niet- weten, dat deze stof een verbinding is van vetzuur met bijtende potaseh (zachte of groene) of met bijtende soda (harde of Spaansche zeep). Do vraag, sinds wanneer zeep gemaakt werd, zal wel nimmer beantwoord1 worden. Wel meent men in den bijbel plaatsen gevonden te hebben, welke op het gebruik van zeeip wijzen, maar dit is te wijten aan verkeerde vertalingen. Ook de Phoeniciërs zullen de zeep wel niet het eerst, hebben gemaakt Homerus echter, welke alle huiselijke bezigheden nauwkeurig beschrijft, laat het waschgoed met water wassche.n, van zeep maakt hij geen melding, hetgeen hij onge twijfeld gedaan zou hebben, wanneer zij toen reed» in gebruik was. Plimiusi beweert, dat de Galliërs het eerst, zeep hebben vervaardigd uit geitenvet eni hout- aseh, en dat dit product, ook spoedig door de Germa nen werd gebruikt. Er wordt wel beweerd, dat de eer ste zeep ontstaan is, doordat men olie en aseh tot een geneesmiddel voor huidziekten mengde en later ge merkt heeft, dat men een krachtig werkend product kreeg, indien men de aseh te voren met wateT en kalk behandelde. Gatenus, spreek in de tweede eeuw na Christus' geboorte van zeep uit vet eu aschloog met. kalk gemaakt. In de Middeleeuwen werd er een blooeiende zeepnij- verheid in het gebied der Middellandsehe Zee gevon den de behoefte steeg snel sinds de kruistochten het gebruik van linnengoed bevorderden. Men zeide des tijds van de kruisvaarders, dat zij om zeep gingen n.l. om Jeruzalemsche zeep te halen, welke in hooge ach ting stond. En daar verreweg de meesten daarbij om kwamen, en niet wederkeerden, rekende men het „om zeep gaan" zoo goed als omkomen, terwijl „om zeep zijn" werd gebruikt om den dood uit te drukken. Heel netjes is de uitdrukking niet, maar men hoort nog wel eens zeggen dat iemand om zeep Ls! Ook hoort men kunstboter wel eens met den naam „zeep" noemen. Zou dit wellicht hierin zijn oor sprong vinden, dat allerlei oliën, welke bij de vervaar diging van zeep gebruikt worden, ook bij de margari ne-industrie worden gebezigd? HOE IK SCHRIJVER WERD. De vraag, welke Stijn Streuvels hier de vorige week beantwoord heeft, is in een pas verschenen ver zenbundel' ook door den Noorschen dichter Johann Falkberget behandeld. Deze schrijver, thans 31 jaar oud, was enkele jaren geleden nog mijnwerker te Dorrefjeld. Hij dichtte echter destijds reeds, bevoeg de beoordeelaars waren met zijn werk zeer ingenomen en wisten hem een staatstoelage van eenige duizenden kronen te verschaffen gelukkig land, waarin gees telijke begaafdheid zioo daadwerkelijk wordt bevor derd Falkberget deelt uit zijn verleden o. a. het vol gende mede: Middernacht in een mijnbarak te Dorrefield. Dit verschrikkelijke hod van een menschelijke woning. Ik lig te bed en kan niet slapen.Ik trek de vuile schapevacht over het hoofd. Telkens, wanneer ik me daaronder beweeg, krijg ik een stofwolk in mond en neus. Het slavenwerk van den dag zingt en hamert in mijn bloed.Een doffe hoestbui komt als een rocheling des doods door mijn keel, ik krijg iets in den mond, dat weeig-zout is,.... bloed]...." Dan be schrijft hij de kwellingen van een mensch, die vervuld is van vage verlangens, die alleeni te midden van ron kende kameraden door de vrees voor den dood wordt aangegrepen. Maar hij wil niet sterven. Hij springt van het bed op, legt het hoofd in de grove handen en weent. Plotseling gaat hij staain, haalt uit de eet- knst tusschen gelig spek en hard brood een vuil ma nuscript te voorschijn, want „ik hen toch dichter en mijnwerker!" En bij heit droevige, walmende licht van een mijnlamp, met vingers, welke door scherpe steenen bloedig gewond werden, begint hij„de nieuwe dichterlijke droombeelden", welke voor zijn geestesoog opdoemen, neer te pennen. Aldus beschrijft hij zijn verleden. EEN MINISTERIEELS CRISIS. Frankrijk had, zooals men weet, verleden week een ministeriede crisis. Dat is een heel ding en dat er heel wat meer aan vast zit, dan menigeen vermoedt,, blijkt uit een artikeltje van een Fransch journalist, waarin heel aairdig de personen getypeerd werden, die er van nabij mee te maken hebben. In de eerste plaats worden de personen geschetst, die wat men noemt „do ministerieele koorts" hebben, maar dit verbergen on der een schijn van onverschilligheid. „Een porte feuille! Minister!" zeggen zij, „nee waarlijk, geloof mij, ik ben moe, ontmoedigd. Laat men zich tot de jongeren wenden; maar ik, ziet ge, ik heb rust noo- dig; mijn loopbaan is aan het einde, laten anderen carrière maken, ik doe er niet meer aan mee". Als men hen, die aldus spreken, echter gelijk geeft, worden zij boos en komen zij zelf weer op het gesprek terug. „Als echter mijn vrienden1 denken, dat ik ter wille van onze politieke beginselen, me beslist be schikbaar moet stellen, dan ben ik wel bereid dit offer nog een keer te brengen. Ik heb noodt geweigerd, als ik geroepen werd oan het vaderland te helpen; in aoo'n geval trekt men zich niet terug, niet waar?" En als men oplet, zal men zien, dat hij moeite doet om deel uit te maken van het nieuwe ministerie. Als hij, per ongeluk, vergeten is, zal zijn eerste voornemen zijn om den val voor te bereiden van hen die de plaats innemen, welke hij zichzelf toebedacht had! Dan zijn er jongeren, nieuwelingen. Deze kunnen hun ongeduld niet bedwingen eu begeven zich naar de wandelgangen van de Kamer, hun colbertje verwisse lend voor de gekleede jas men kan nooit weten wat er gebeuren zal, per telefoon kan men opgeroepen worden om voor den kabinetsformateur te verschijnen en het gaat dan niet aan te verschijnen in zijn gewone plunje, alsof men nergens op gerekend had. Anders doen weer zij, die reeds eerder minister wa ren en die het tengevolge van verschillende omstan digheden niet weer zullen worden. Zij kijken iedeTen voorbijganger, die vreest en hoopt, met minachting aan, alsof zij zoggen wilden: „Als zoo iemand minis ter zou worden, dat zou een schande zijn". „En die? Dat zou een ramp wezeil". „En die andere? nog veel erger!" Het refrein verandert, maar het thema blijft hetzelfde. Dan zijn1 er nog degenen, die altijd geroepen word- de.n, maar nooit uitverkoren. Brave lieden, die mis schien niet meer kwaad dan de anderen zouden doen, maar die in geen enkele combinatie opgenomen wor den. Hun wordt wel eens, dank zij vriendelijko en medelijdende journalisten, een portefeuille opgedra gen onder „de laatste berichten" van een dagblad Dat kost zoo weinig en het doet zoo'n genoegen. De kiezers zitten er over te praten en in een café van het district zegt bijv. een der sprekers aan een kaart- taf eitje: „Onze afgevaardigde wordt als minister genoemd, hij een volgende crisis ik heb hier vrouw en ma- nielje". De afgevaardigde begint er zelf soms aan te geloo- ven en later laat hij zich weieens zoo iets ontsnappen, als: „Toen het kabinet werd' overvallen, waarin ik had moeten zitten" Dan zijn er de ministers-vrouwen en zij, die het gaarne zouden willen wezen, die het. hopen te worden en het inderdaad werden, de strijdlustigen en de ge- duldigen. O, dat is een serie drama's, waarin politiek en toeval een hoofdrol vervullen, waaraan eenvoudig n;et te beginnen valt. EIGENAARDIGHEDEN UIT HET DIEREN LEVEN. Een bij presteert op het gebied van het vliegen on eindig veel meer dan elk ander gevleugeld wezen. In den tijd van de grootste werkzaamheid (in Juni) leg gen de werkbijen een afstand af welke den dubbelen afstand van de maan tot aarde (ongeveer 770.000 K. M.) nabij komt. Italiaansche ingenieurs moeten een microbe ont dekt hebben, welke ijzer „vreet." Op een zelfde plaats waren herhaaldelijk spoorwegongelukken voorgekomen en een nader onderzoek leerde, dat de rails als door een bijtend vocht doorgevreten waren en dat dunne, draadachtige, grijze wormpjes van acht a negen milli meters ze hadden uitgehaald. Ze bezaten aan den kop twee kleine met een bijtende vloeistof gevulde kliertjes, welke ze om de paar minuten tegen het ijzer legden, dat daardoor week werd, waarna het als voed sel werd verteerd. In Zuid-Australië komen eetbare oesters voor ter grootte van tafelborden. De schelpen hebben een middellijn van een voet, In Port Lincoln moet men dikwijls kunnen zien, dat een persoon, die honger heeft, met één oester, iu boter gebakken, zijn maal doet. Do smaak dezer oesters is in heel Australië be kend. Een vogel' mag nog zoo goed kunnen omgaan met de draden, waaruit hij zijn nest bouwt, deze doel matig om takken kunnen slingeren etc., zoodra' hij echter met een poot in een strik zit, zal hij nooit zijn „handigheid" in het vlechten weten te gebruiken om zich van zijn banden te bevrijden. Het beest zal, als of het nog nooit een draadje in den bek gehad heeft, scheuren en trekken, totdat het zich gedood heeft of door een toeval bevrijd wordt, ARRONDISS EMENTS-RECHTBANK TE ALKMAAR. Zitting van 16 Januari 1913- DIEFSTAL. Maarten K. te Alkmaar was ten laste gelegd, dat hij den 26en October een kaas had weggenomen ten nadeele van Jan Knijn te Sint-Paucras. Allereerst werd in deze zaak als getuige-deakundige gehoord de heer A. P. F. J. Noorduyn, arts, uit wiens rapport eu wiens verklaringen bleek, dat deze getuige, die den beklaagde eenigen tijd geobserveerd heeft, hem beschouwt als iemand die niet weet wat ver keerd is en wat niet. Het is een zeer suf, onverschil lig', ongevoelig jonginensch, dat reeds eenigen tijd in rijkswerkinrichtingen heeft doorgebracht. Getuige is van meening, dat hij niet ten volle toerekenbaar is en dat hem zijn daad deze diefstal van een kaas niet ten volle aangerekend mag worden. Jan Knijn, landbouwer te St.-Panoras, verklaarde den 26en October 's middags om half 4 een eindje van het huis vau zijn vader af werkzaam te zijn geweest. Plotseling zag hij iemand het erf van zijn vader op- loopen, daarna weer weggaan en iets, dat hij onder zijn ja.-, vandaan haalde, in een kar stoppen. Op aan raden van zijn moeder ging getuige den man na en vond bij in de kar de kaas, die de veldwachter van Oudorp er voor hem uithaalde. Daarna werd de moeder van den vorigen getuige ge hoord, die verklaarde dat zij op genoemden datum 's middags een kaas miste. Zij telde ze, omdat een jongetje haar vertelde, dat er iemand in de boet was geweest, waar de kazen lagen. Beklaagde hield stijf vol de kaas niet gestolen te hc-bben. De Officier van justitie achtte het geeu oogenblik aan twijfel onderhevig, of beklaagde heeft de kaas ge stolen. Spr. was van meening, dat er veel te veel eer is bewezen aan dezen beklaagde, die in observatie is geweest. Spr. kan niet meegaan met de conclusie van den heer Noorduyn om bekl. naar een gesticht te zen den. Z. i. hoort hij thuis in de gevangenis, weshalve Z. E. A. 3 maanden gevangenisstraf eisehte. Mr. P. A. Offers, verdediger, achtte het niet meer dan billijk zich neer te leggen bij het rapport van den deskundige. Dingeman Hendrik D. te Helder bad zich te ver antwoorden wegens het zich wederrechtelijk toeëige- nen van een doosje met schaakfiguren uit den winkel van S. Prins aldaar. Beklaagde bekende het hem ten laste gelegde te hebben bedreven om onder dak te komen. Hij sloeg daarom in den nacht van 17 op 18 December een ruit in in den winkel van Prins en nam door de opening een doosje uit de étalage weg. Jan Giiddeke, agent van politie te Helder, die be klaagde op genoemden avond had aangehouden, ver klaarde, dat bekl. hem dadelijk zeide den diefstal be dreven te hebben om onder dak te komen. Salomon Jacob Prins, winkelier te Helder had er niets van gemerkt, dat de ruit ingeslagen was, voor dat, de agent Göddeke hem wekte eu hem er op wees, wat er gebeurd was. De schaakfiguren, welke de agent hem toonde, herkende hij als de zijne. Ze had den in de étalage gestaan. De Officier achtte het wettig en overtuigend bewijs geleverd en eisehte tegen beklaagde, die nog nooit tot gevangenisstraf is veroordeeld, maar wel een poos in een rijkswerkinrichting heeft doorgebracht, wegens diefstal 6 maanden gevangenisstraf. Mr. Leeuwenburg uit Hoorn, verdediger, betreurde het dat bekl. naar de gevangenis zal moeten en bracht onder het oog, dat het doel waarom bekl. zijn daad beging niet uit het oog verloren mag worden. STROOPERIJ. Klaas D„ werkman te Nibbixwoud, was door het kantongerecht te Medemblik den len December we gens strooperij veroordeeld tot 5 dagen gevangenis straf. Beklaagde, niet tevreden met dit vonnis, was hiervan in hooger beroep gegaan en stond deswege he den voor de arrondissements-rechtbank alhier terecht. Beklaagde ontkende roode kooien uit het tuintje van zijn buurman gesneden te hebben. Do Officier achtte beklaagde inderdaad schuldig aan de door hem bedreven strooperij, eisehte vernieti ging van het vonnis van den kantonrechter en op nieuw rechtdoende, dezelfde straf. MELKVERVALSCHING. Cornelis VI., landbouwer te Avenhorn, had zich te verantwoorden wegens melkvervalsching, den 7en Dec. door hem bedreven. Fit het rapport van Dirk Nes, melkcontroleur van de West-Friesche gecondenseerde melkfabriek te Hoorn bleek, dat hij op vermoeden van de vervalschte melk stalmonsters was gaan nemen en zich er van overtuigd had, dat deze zuiver waren en de flesschen verzegeld werden. Beklaagde bekende het hem ten laste gelegde. Ten einde meer te kunnen afleveren, had hij meermalen slootwater gevoegd bij de melk, die hij afleverde. Den volgenden avond was hij er bij tegenwoordig, toen er twee personen van de fabriek kwamen melken. Jan Haaks man, opzichter bij de West-Friesche ge condenseerde melkfabriek te Hoorn verklaarde er bij tegenwoordig te zijn geweest, toen de vervalschte melk aan den melkrijder afgeleverd werd, eveneens bij het nemen van de stalmonsters, die hij verzegelde. Als tweede getuige in deze zaak werd gehoord Dirk Nes, controleur aan de West-Friesche gecondenseerde melkfabriek, die volhardde bij zijn rapport en ver klaarde, dat er ongeveer 28 water bij de melk was gevoegd. De Officier achtte het. bewezen, dat beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aat^ het misdrijf van verval- sching en eisehte tegen hem een gevangenisstraf voor den tijd van 1 maand. Hendrik O., landbouwer te Obdam had zich aan het zelfde misdrijf ten nadeele van de West-Friesche ge condenseerde melkfabriek schuldig gemaakt als de vorige beklaagde. Dezelfde getuigen waren in deze zaak gedagvaard. TJit de verklaringen van den con troleur bleek, dat er op de 100 deelen melk 06 deelen water was bijgevoegd. Tegen dezen beklaagde werd eveneens 1 maand ge vangenisstraf geëischt. CorneJis KI., veehouder te Spanbroek, was de derde, die zich aan melkvervalsching had schuldig gemaakt ten nadeele van de West-Friesche gecondenseerde melkfabriek. Bovendien had hij de bus, waarin de melk was en die verzegeld was, weggenomen. Een achttal getuigen werden in deze zaak gehoord. Beklaagde bekende het hem ten laste gelegde. Toen na het vermoeden van melkvervalsching de bus waar in de melk, die beklaagde leverde, door personeel van de fabriek werd verzegeld, vatte bekl. het plan op de bus van den wagen af te halen. Hij deed zulks, ter wijl de melkwagen wegreed, het loodje werd eraf ge trokken en de melk liet hij wegloopen. Terwijl hij hiermede bezig was, bemerkte hij een verkeerde bus te hebben weggenomen, 't was de zijne niet. Daarom liep hij nogmaals den wagen na en nam er een andere af, die zwaarder was. De deksel vloog er af, daar Je bus viel en de melk vloeide weg. Pieter Vlaar, melkrijder te Spanbroek, verklaarde den avond van 4 en den morgen en avond van 5 Dec. van beide boerderijen van beklaagde bussen melk ge haald te hebben, die hij achter op z'n wagen zette. Den Sen Dec. 's avonds nam hij de bussen in ont vangst in tegenwoordigheid van den opzichter Haaks- man. Ze waren toen verzegeld. Toen hij aankwam, bemerkte hij, dat er bussen verdwenen waren. Hij had er onderweg niets van gemerkt. Cornelis Sietsma, kaasmaker te Hoorn, had den 14en Dec. van Vlaar de melkbus van beklaagde in ont vangst genomen. Hij bemerkte dat de melk erg dun was en een nare smaak had. De melk werd toen on derzocht. Dirk Ilartog te Hoorn heeft den 4en en 5en Dec. van Sietsma de bewuste melk gekregen om ze op het laboratorium te onderzoeken. Bij dat onderzoek bleek, dat de melk vervalscht was met water. Jan Haaksma, opzichter bij de West-Friesche ge condenseerde melkfabriek kwam den 4en Dec. met Vlaar bij beklaagde om de melkbus te verzegelen, om dat de melk ervan verdacht werd verdund te zijn. Toen de wagen aankwam was do bus verdwenen en bij het onderzoek werd ze op een erf teruggevonden. Klaas Schuurman, melkrijder te Spanbroek sprak bekl. op den 4en Dec. Deze vertelde hem, dat hij wa ter bij dc melk had gedaan en de bus van den wagen af wilde halen. Getuige ontraadde het hem nog. Maartje Mol, huisvrouw van Van der Gracht, had de bus van den wagen hooren vallen. Zij ging kijken en zag een man over de bus gebogen staan. Toen zei riep, ging do man weg. Haar vader haalde de bus van den weg af en zette haar bij een poortje. Antoon de Jong, werkman te Spanbroek, had even eens een melkbus op den weg zien liggen. Hij raapte haar op en bracht haar bij den kastelein Huiberts. Dirk Floris had gezien, dat een man een bus van den wagen aftrok en die na haar te hebben laten leeg- loopen, achter een hekje zette. De Officier ging de zaak nog eens na en was van meening dat bekl. zich aan twee zeer ernstige feiten had schuldig gemaakt. Z. E. A. eisehte tegen hem 0 maanden gevangenisstraf. WEDERSPANNIGHEID. Auke Fl„ arbeider te Medemblik, thans gedetineerd in het huis van bewaring alhier was ten laste gelegd, dat hij den 9en December, toen de gemeente-veldwach ter te Medemblik, Johannes van Rijn, den dronken Arie Lakemann wilde aanhouden, hij dezen daarin ge weldig belemmerde. Van Rijn deelde mede, hoe de zaak zich had toege dragen. De Officier eisehte tegen bekl. 2 maanden gevan genisstraf. VERNIELING. Willem B. en Johannes S., boerenknechts te Aker sloot, was vernieling ten laste gelegd. Dirk Elmers, gemeente-veldwachter te Akersloot, verklaarde in den nacht van 10 op 11 December ge zien te hebben, dat. er een glasruit verbrijzeld was bij Kaptein. Willem B. was aan zijn handen verwond, terwijl S. eveneens bloed aan zijn handen had. Beklaagde B. bekende de ruit. to hebben stukgesla- gen. Maartje Polle, huisvrouw van Pieter Kaptein, te Akersloot, hoorde op genoemden avond vreeselijk la waai en twee keer haar naam roepen. Later kwamen de lawaai-mnkers het erf op en even later hoorde zij gerinkel van glas en het bleek, dat er een ruit. bij haar was ingeslagen. Gerrit Koppes, boerenknecht te Akersloot, was iu gezelschap van de beide beklaagden, toen de ruit ver brijzeld werd. Eerst hadden ze een lied staan zingen. Willem Buur, boerenknecht, was eveneens van de partij op genoemden avond. Hij zag, dat S. het erf opging, en dat B. hem volgde. Even daarna hoorde hij glas rinkelen. Pieter Kaptein, zonder beroep, te Akersloot, bevond zich op den bewusten avond op het erf achter zijn woning, toen hij glas rinkelen hoorde en bij onderzoek zag hij dat er een ruit in zijn woning stuk was. De Officier achtte het wettig en overtuigend bewijs geleverd en eisehte tegen ieder der beklangden 1 week gevangenisstraf. GEVESTIGDE PERSONEN. P. .1. Kronenburg, ploegbaas, geene, Bergerweg 40. J. Blokland, koopman, n.h., Keizerstraat 22. C. Hool- werff, werkman, n.h., Keizerstraat 22. E. Speets, dienstbode, n.h., Kennemerstraatweg 75. J. Bruijn, zonder beroep, n.h., Tienenwal 9a. M. E. Klaverwei den, zonder beroep, r.c., Laat 1C0. G. Koerts, sigaren maker, n.h., Snaarmanslaan 16. W. F. C. Rike, kell- ner, rem., Mnriënlaan 3. A. de Boer, zonder beroep, n.h., Liefdelaan 6. A. A. W. M. van Gemert, assisten te huishouding, r.c., Verdronkenoord 44. M. Schenner, fabrieksarbeider, r.c., Stuartstraat 33. J. de Geus, ca féhouder, n.h., Bergerweg 10. R. Rouw, arbeider, n.h.. Omval 30. K. F. G. Hentschel, kunstschilder, geene, Snaarmanslaan 92. G. de Bood, dienstbode, n.h., West- dijk 18. A. M. Gilles, strijkster, r.c., Zeglis 55. N. Blom, dienstbode, n.h., Luttik-Oudorp 68. J. A. Stroo- mer, timmerman, r.c., Hofstraat 16. A. W. Visje-Dek ker, zonder beroep, r.c., Bergerweg 44. VERTROKKEN PERSONEN. C. van den Born, sigarenmaker, n.h., Runstraat 7. Huizen. J. Reuijl, sigarenmaker, n.h., v. d. Woude- straat "45, Rotterdam. D. Haasbroek, klerk, n.h-, Nieuwpoortslaan 17, Bergen. J. C. Eikeboom, boek binder, n.h., Geestersingel 41, Amsterdam. M. Bleijen- daal, huishoudster, r.c., Oudegracht 216, den Haag. P. Korn, groentenkoopman, n.h., Voordam 3, Wor- merveer. G. van Zalk, zetkastelein, n.h., Ramen 6a, Amersfoort. G. J. Veerenhuis, officier Leger des Heils, Limmerhoek 40, Oude Pekela. W. Bosman, of ficier Leger des Heil», Limmerhoek 40, Leiden. J. F. Trijselaar, sigarenmaker, n.h., 1ste Landdwarsstraat 4, Rotterdam. E. Stroom-Pallemans, zonder beroep, e.l., Forest us-tra at 30 I, Rotterdam. J. Schapendonk, schoenmaker, r.e„ Zeglis 41, Gladbach, (Duitsohland). C. de Wit, machinist Alkm. Packet, n.h., Oostwijk 20, Terschelling. C. C. M. Rosier, modiste, r.c., Achter straat 39, Amsterdam. C. Rus, chauffeur, n.h., Ken nemerstraatweg 94, Hoorn. J. M. Hazes, smid, r.c., Hofstraat 11, Wormerveer. A. E. van Rijn, huishoud ster, n.h., Langestraat 3, Amsterdam. J. C. Rijnders, winkeljuffrouw, r.c., Ilouttil 31, den Haag. Verkortingen: n.h. Nederl. Hervormd, r.k. Roomsch Katholiek, d.g. Doopsgezind, l.d.h. Leger des Heils. geref. Gereformeerd, rem. Re- monstrantsch. h.l. Hersteld Luthersch. e.l. Evan gel. Luthersch. n.i. Nederlandsch Israëlitisch, w.h. Waalsch Hervormd, c. g. christelijk gerefor meerd, (v. g. vrije gemeente). In 1011 zijn alhier geboren 240 jongens en 214 meis jes, te zamen 454 kinderen, waarvan 5 jongens en 2 meisjes buiten huwelijk. 3 jongens en 1 meisje wer den alhier geboren uit elders woonachtige ouders, ter wijl 3 meisjes elders geboren werden uit ouder», die in deze gemeente woonplaat# hadden.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 6