DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. liet eindje louw. Damrubriek. MONO- en KLAUWZEER. No. 17 Houderd en veertiende Jaargang. 19Ï2. ZATERDAG 20 JANUARI. Hoe gjj vergiftiging door urinezuur kunt opmerken. Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk fl,— .Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. ALKMAARSCHE COURANT. De BURGEMEESTER der gemeente ALKMAAR brengt ter kennis van belanghebbenden, dat, ingaande 15 Januari j.l., is ingetrokken de beschikking van Z.E den Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel waarbij op het vasteland van de provincie Noordhol land, a'smede op het eiland Wieringen, met betrekking tot het MOND- en KLAUWZEER bij de herkau wende dieren en de varkens, buiten toepassing weiden gesteld de navolgende maatregelen lo. de verwijdering en de afzondering van vee, dat verschijnselen van mond- en klauwzeer vertoont 2o. het onderzoek van ziek of verdacht vee 3o. het plaatsen der kenteekenen 4o. liet merken van ziek of verdacht of hersteld vee 5o. de afsluiting van besmette hoeven of weiden en der naastgelegen landerijen en erven, en het ver bod van vervoer uit en naar afgesloten kringen Co. de ontsmetting 7o. het verbod van vervoer naar besmette plaatsen Si U «dien zijn van Koven genoemden (latum at, f ij het voorkomt n van mond- en klauw zeer, deze maatregelen wederom van toe pas lag. Overigens worden belanghebbenden er aan herinnerd dat behalve de hiervorengenoemde maatregelen, nog steeds van toepassing zijn de navolgende lo. liet doen van aangifte, indien zich bij een stuk vee verschijnselen van mond- en klauwzeer voor doen liet doen van aangifte, indien een aan mond- en klauwzeer lijdend of van die ziekte verdacht stuk vee is gestorven het doen van aangifte, indien de eigenaar zieke of verdachte dieren wenscht te slachten 4o. h.t verbod van vervoer van aangetast of verdacht Vee, behoudens vergunning van den Burgemeester. Alkmaar, den 18 Januari 1912. De Burgemeester voornoemd, G. RIPPING. l:o. 3 Langs alle wegen die op Goderville toeliepen zag men landlieden en hunne vrouwen naar het stadje ko men, want het was marktdag. De mannen gingen me langzame schreden, het lichaam voortschokkende bij elke beweging van hunne lange gekromde beenen, mis vormd door hard werken, door het hangen op den ploeg, een beweging die tegelijk een linkerschouder opheft en het lijf schrap zet, door het maaien van het koren, dat de knieën wijd uitzet om een vaste houding aan te nemen, in het kort, door de velerlei moeielijke langzame bezigheden op 't land. Ilun stijfgesteven blauwe kielen, glimmend als ge vernist, aan den hals en aan de polsen met een wit kantje versierd, bobbelden om hunnq knokige licha men als. een ballon die gereedi is om te worden opge laten en waaruit een hoofd, twee armen en twee bee nen staken. Eenigen trokken aan een touw een koe of een kalf vcort, die van achteren door de vrouwen met een nog bebladerden tak in de flanken gezweept werden om zo tot meerderen spoed aan te zetten. Zij droegen groote manden aan den arm, waaruit hier de koppen van kippen, daar die van eenden staken, ze liepen met korter en levendiger stap dan hunne mannen. Om het stijvo rechte bovenlijf was een kleine omslagdoek ge slagen, die op den boezem was vastgespeld. Het i:oofd was door een witte linnen doek bedekt, die st jf over het haar gebonden was; daarover heen een muts. Nu en dan passeerde een wagen hortend-en stoo- teud ,of een hit voortgetrokken. De mannen, die er in ;,at. schudden do lichamen op zonderlinge wijze, "ten. jl de vrouw achter in het voertuig zich aan den ku. i vastklampte, om de harde schokken te breken. Op het marktplein van Goderville was het vol; een kriu van menschen en dieren. De horens van de rui:., ren, hooge ruige hoeden van de rijke boeren en de Isen der boerinnen dreven als 't ware aan de oppc. vlakte van de massa. De schel en schril schreeu wende stemmen vormden een gestadig wild rumoer, dat nu en dan overstemd werd door een uitbarsting van uitbundige vroolijkheid, voortgebracht door een breedgcschouderden heer of door het langgerekt geloei van een koe, die aan den muur van een huis was vast gebonden. Dat alles riekte naar den stal, de melk en den mest, het hcoi en het stroo. Baas Hauchecorne van Bréauté'was juist in Goder ville aangekomen en richtte zijn schreden naar de markt, toen hij op den grond een eindje touw zag lig - gen. Als een zuinige Normandiër van den echten stempel, vond hij, dat alles wat gebruikt kon worden, 'd.' moeite van het oprapen waard was en hij bukte -1''Jli 1 ijk, want hij leed aan rheumatiek. Hij nam het dunne touwtje van den grond en wilde liet jui f netjes oprollen, toen hij meester Maladain, <kn zadelmaker, gewaar werd', die op den drempel van zijn woning stond en naar hem keek: ze hadden vroe ger eens'wat met elkaar gehad, naar aanleiding van een halster en ze waren sinds kwaad1 gebleven, daar ze beiden haatdragend waren. Haue,': orne, zich aldus door zijn vijand bespied zien- do bij hot oprapen van een eindje touw uit het slijk, gevoelde zich door een soort van schaamte aangegre pen. j verborg zijn vondst haastig onder zijn kiel, daar: ia zijn broekzak, deed vervolgens*alsof hij nog iets i .en grond zocht, dat hij niet vinden kon en eloc-g n de weg naar de markt in, het hoofd naar voren, het lichaam gebogen door de pijnen. Weldra was hij verdwenen tusschen de schreeuwen de, zich traag bewegende menigte, opgewonden door het niet eindigende loven en bieden. De boeren be tastten de koeien, gingen heen, kwamen terug, beslui teloos en altijd bevreesd om beetgenomen te worden Terwijl zij maar niet tot een besluit konden komen bespiedden zij het oog van den verkooper, aanhoudend zoekende naar de list van den man en de fout van het beest. De vrouwen hadden de manden aan hunne voeten neergezet en er het gevogelte uitgehaald, dat aan de pooten vastgebonden nederlag met verschrikte oogen on purperroode kammen. Zij lieten de klanten bieden en bleven vast op hun ne prijzen, met iets droogs in hun wezen en een effen gelaat, om eensklaps, als zij het bod aannamen, den klant die zich langzaam verwijderde, toe te roepen vooruit, meester Anthime, je kunt 'm krijgen. Ongemerkt dunde de menigte op het marktplein en toen het „Angelus" den middag inluidde, verspreidden zij, die te ver af woonden, zich in de herbergen. De groote zaal bij Jourdain was vol met bezoekers en de uitgestrekte binnenplaats gevuld met voertui gen van allerlei aard: karretjes, eenpaarcLs-rij tuigen, huifkarren, tilburies, wagens die men geen naam kon geven, geel van het slijk, misvormd en opgelapt; het lemoen als twee armen ten hemel geheven of wel met den neus op den grond en het achterste gedeelte in de lucht. Jn de nabijheid van de gasten, die zich aan tafel ge schaard hadden, was de reusachtige schoorsteen vol heldere vlammen, die een hevige hitte afstraalden te gen de rij ruggen aan den rechterkant gezeten. Drie braadspitten beladen met kippen, duiven en schapen bouten, wentelden rond en de aangename geur die zich uit den haard verspreidde, van gebraden vleescl en jus, die van de bruin gebraden korst druppelde, verlevendigde de gesprekken en deed de monden wa tertanden. De heelo aristocratie van den ploeg at daar bij Jourdain, herbergier en paardenkoopman, een slimme vogel, die er warmpjes in zat. De borden kwamen eu werden geledigd evenals de kannen met gele cider. Een ieder vertelde van zijn zaken en van zijn in- en verkoopen. Men won berich ten in omtrent den oogst. Voor het gras was het weer goed, maar voor het graan kon het beter. Eensklaps hoorde men op de binnenplaats voor het huis een roffel slaan. Allen stonden dadelijk van hunne zitplaatsen op, met uitzondering van een paar onverschilligen en liepen naar de deur en de vensters met den mond nog vol en het servet in de hand. Er wordt aan de inwoners van Goderville en aan alle personen op de n\arkt aanwezig, bekend gemaakt, dat er heden morgen is verloren geraakt op den weg van Beuzeville, tusschen negen en tien uur een por tefeuille van zwart leder inhoudende vijf honderd francs benevens eenige papieren. Do eerlijke vinder wordt verzocht dezelve oogenblikkelijk terug te bezor gen op het raadhuis of bij baas Fortune Houlbrè que te Menneville, zullende een belooning genieten van twintig francs. Daarop ^ging de man heen. Nog eenmaal hooi'de men in de verte de doffe slagen van den roffel en zwak de stem van den omroeper. Dadelijk werd deze gebeurtenis besproken en de kan sen overwogen, die meester Houlbrèque had om zijn portefeuille al of niet terug te krijgen. liet middegmaal was geëindigd en men was aan de koffie, toen een brigadier van de gendarmerie op den drempel verscheen en naar baas Hauchecorne van Bréauté vroeg. Deze, aan het andere eind van de ta fel gezeten, antwoordde: Hier ben ikI Daarop richtte de brigadier zich tot hem met de woorden: Wil je dan zoo goed wezen mij naar het raadhuis te volgen. De burgemeester wil je spreken. De boer, verwonderd en ongerust, ledigde in één teug zijn glas, stond op en nog meer gebogen dan straks, de eerste schreden waren bijzonder moeilijk, strompelde hij naar den uitgang en herhaalde: Hier ben ik, hier ben ik! En hij volgde den brigadier. De burgemeester, in een fauteuil gezeten, wachtte hem. Het was de notaris van de plaats, een groot# strenge man, die van deftige volzinnen hield. Baas Hauchecorne, zeide hij, men heeft u dezen morgen op den weg van Beuzeville de portefeuille op zien rapen, die door baas Houlbrèque van Manneville verloren is. De verbaasde landman zag den burgemeester aan, reeds verschrikt door de verdenking die op hem rustte, zonder dat hij begreep waarom. Maar. maar. heb ik die portefeuille opge raapt? Ja, gij- Op mijn eerewoord, ik heb er zelfs niets van ge weten. Men heeft u gezien. Men heeft mij gezien, maar. wie heeft mij dan gezien Meester Malandain, de zadelmaker. Toen herinnerde de oude zich.een en ander en be greep. Rood van toorn riep hij uit: Zoo, heeft-ie me gezien, die kinkel. Hij heeft me dit touwtje op zien rapen. Kijk, meneer de burge meester. En diep in zijn zak tastende, haalde hij er het eind je touw uit. Maar do burgemeester schudde ongeloovig het hoofd. Ge zult mij toch niet wijs willen maken, baas Hauchecorne, dat meester Malandain, die een geloof waardig man is, dat touwtje heeft aangezien voor een portefeuille. Woedend hief de boer de hand op, spuwde ter zijde om zich op zijn eer te kunnen beroepen. 't Is toch de waarheid, de zuivere waarheid, meneer de burgemeester. Ik houd 't vol, bij m'n ziel en m'n zaligheid. De burgemeester ging voort. Na het voorwerp opgeraapt te hebben, hebt ge zelfs nog eenigen tijd in den modder gezocht of er geen geld uitgevallen was. De oude man stikte bijna van verontwaardiging en angst. Je zou zeggen.... je zou zeggen.... wat 'n leugens om een eerlijk man te bekladden! Je zou zeg gen Hij had mooi praten, men geloofde hfem. niet. Hij werd geconfronteerd met meester Malandain, die zijn verklaring herhaalde en er bij bleef. Wel een uur lang stonden ze elkaar te beleedigen. Op zijn verzoek werd nu baas Hauchecorne gefouil leerd. Er werd niets bij hem gevonden. Ten einde raad liet de burgemeester hem gaan, na hom te hebben medegedeeld, dat hij de rechtbank van het geval in kennis zou stellen en de instructie zou afwachten. Intusschen had het nieuwtje zich verspreid. Bij den uitgang van het raadhuis werd de oude omringd en ondervraagd met een ernstige of ook wel spottende nieuwsgierigheid, waaronder echter volstrekt geen verontwaardiging gemengd was. Hij begon nu de geschiedenis van het touwtje te vertellen. Maar men geloofde hem niet; men lachte. Hij ging heen, word door allen staande gehouden of hield kennissen staande, zonder ophouden zijn ver haal en zijn protest weer beginnende en haalde daarbij zijn zakken uit om te bewijzen dat hij niets had. Men liet hem staan en voegde hem toe: Och, loop heen, ouwe rot! Hij maakte zich boos en werd verbitterd. Koorts achtig opgewonden en wanhopig omdat hij niet ge loofd werd. Niet wetende wat te doen, herhaalde hij maar steeds zijn geschiedenis. De avond begon te vallen en hij moest vertrekken. Met drie huurlieden ging hij op weg. Hij wees ze de plaats aan, waar hij het touwtje had opgeraapt en den geheelen weg langs sprak hij vun zijn avontuur, 's Avonds ging hij het dorp rond om het iedereen te vertellen. Hij sprak slechts tot ongeloovigen. Hij was er den heelen nacht ziek van. 's Namiddags van den volgenden dag bracht Morius Paumelle, heerenknecht bij baas Breton, landbouwer to Ymauville, de portefeuille met haar- inhoud aan meester Houlbrèque van Manneville terug. Deze man verhaalde, dat hij het voorwerp op den weg gevonden had, doch niet kunnende lezen, had hij het mede naar huis genomen en aan zijn baas gege ven. Het nieuws was weldra in den omtrek verspreid en baas Hauchecorne werd er van onderricht. Aanstonds deed hij do ronde en begon de geschiedenis te vertel len, thans met de ontknooping er bij. Hij was er trotsch op. Wat me akelig maakte, zeide hij, dat was niet zoozeer de zaak zelf, als wel het liegen. Er is niets wat iemand zoo benadeelt als te worden verdacht van zicli met leugens op te houden. Hij sprak den geheelen dag over zijn avontuur. Hij vertelde het op de wegen aan de lieden die voorbij gingen, in de herbergen aan hen die' zaten te drinken en den volgenden dag bij het uitgaan van de kerk. Hij hield onbekenden staande om het hun te zeggen. Thans was hij gerust. Toch was er iets dat hem hin derde, zonder dat hij zeker was wat het was. Men glimlachte terwijl men hem aanhoorde; men scheen niet overtuigd te wezen. Het was als gevoelde hij dat er achter zijn rug praatjes werden gemaakt. De volgende week Maandag ging hij naar de markt van Goderville, alleen gedreven door de zucht om oveT het geval te spreken. Malandain, in de deur staande, begon te lachen toen hij voorbij kwam. Waarom? Hij sprak een boer aan van Criquetot, die hem niet liet uitspreken, hem een por tegen den buik gaf en hem in het gezicht zeiOch, loop rond, slimme vosen zich toen omkeerde. Baas Hauchecorne bleef roerloos. Hij werd hoe langer hoe ongeruster. Waarom had men hem „slim me vos" genoemd? Toen hij in de herberg van Jourdain aan tafel wüs gezeten, begon hij de zaak weer uit te leggen. Een paardenkoopman van Montvilliers riep hem toe: Kom, kom, ouwe leeperd, ik ken dat touwtje van 0©- Hauchecorne stamelde: Men heeft do portefeuille toch gevonden Maar de andere hernam: Wees maar stil, vader, een die vindt en een die terugbrengt, ra, ra, wat is dat. De boer kon geen geluid moer geven. Hij begreep eindelijk, dat men hem beschuldigde de portefeuille door een handlanger, een medeplichtige, te hebben la ten terugbrengen. Hij wilde er tegen opkomen. De geheele tafel be gon te lachen. Hij kon zijn middagmaal niet eindigen en ging heen to midden van de spotternijen. Hij kwam thuis, beschaamd en verontwaardigd, be vend van opwinding en van woede. Te meer was hij terneergeslagen, omdat hij werkelijk in staat was, om met de geslepenheid van een Normandiër datgene te doen waarvan hij beticht werd en er zich zelfs op te beroemen als een goede zet. Zijn onschuld scheen hem onzeker, daar ze onmogelijk te bewijzen en zijn geslepenheid bekend was. Hij begon toen opnieuw het avontuur te vertellen en eiken dag werd zijn verhaal langer, daar hij er nieuwe redenen, krachtiger pro te* ten, heiliger eeden aan toevoegde, die hij in de uren van zijn eenzaamheid uitdacht en gereed maakte. Zijn hoofd was uitsluitend met de geschiedenis van het touwtje vervuld. Doch hoe ingewikkelder zijn be toog, hoe spitvondiger zijn argumenten werden, hoe minder men hem geloofd©. Dat is praat van een leugenaar, zei men achter zijn rug. Hij voelde het wel, ergerde zich in stilte en putto zich uit in nuttelooze pogingen. Ilij verminderde zichtbaar. De grappenmakers begonnen hem nu te laten ver tellen van „het touwtje" om zich te vermaken, zooals men een soldaat laat vertellen van de campagnes, die hij meegemaakt heeft. Zijn geestvermogens, reeds to taal geschokt., werden hoe langer hoe zwakker. Tegen het. einde van December werd hij bedlegerig en hij stierf in de eerste dagen van Januari. Nog in zijn doodstrijd) betuigde hij zijn onschuld en riep hij bij herhaling: 'n Klein touwtje.'n klein touwtje.kijk, hier is 't, meneer de burgemeester. Ingezonden mededeel lngen. Wanneer overvloedig urinezuur zich in uw lichaam begint op te hoopen, zult gij spoedig opmerken, dat iedere weersverandering uw gestel aandoet, en dat gij u op vochtige, nevelige morgens loom, dof en prikkel baar gevoelt. Uw spieren worden dan stijf en rheu- mntiseh. Gij krijgt watergezwellen onder de oogen en in de enkels. Gij hebt pijn in de lendenen en zijden, en een ellendig gevoel in uw rug, vooral des morgens bij het ontwaken. Misschien krijgt gij ook stoornis sen met de urine, neerslag of graveel in uw water. Deze' verschijnselen duiden er op, dat nog erger kwa len in aantocht zijn, want hoe langer het urinezuur niet. wordt vermindert, destemeer vergiftigt het uw ge- stol, en wanneer het overvloedige niet spoedig door de nieren wordt uitgedreven, gaat gij lijden aan lenden jicht, waterzucht, ontsteking van de blaas, graveel, steen, rheumatiek, bloedvergiftiging, en zullen uw nieren cel na cel vernietigd worden en laten zij het le veilgevend eiwit ontsnappen. Foster's Rugpijn Nieren Pillen staan de nieren op een zachte wijze bij in hun grootsch werk om het over- vlooedige urinezuur af te voeren, en om het lichaam te zuiveren van de niergiften, die zoovele mannen en vrouwen zwak, ziek en moedeloos maken. Wij waarschuwen tegen namaak en maken erop at tent, dat op iedere doos de handteekening van James Foster voorkomt. De échte Foster's Rugpijn Nieren Pillen zijn te Alkmaar verkrijgbaar bij de heeren Nie- rop Slofhouber, Langestraat 83. Toezending ge schiedt franco na ontvangst van postwissel 1.75 voor één, of 10,voor zes doozen. Aan de DammersI Met dank voor de ontvangen oplossingen van pro bleem 165 en vraagstuk 68, beiden van den auteur Iloman. 1 Stand van No. 165: Zwart: 2, 4, 6, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 17, 34. Wit: 21, 23, 24, 26, 27, 28, 32, 38, 41, 43, 49. Wit speelt 1. 23—18 1. 13 42 2. 41—37 2. 42 22 3. 32—28 3. 22 33 4. 2419 4. 14 23 5. 43—39 5. 34 43 of 33 44 6. 49 7 6. 2 11 7. 21 51en wint Stand van vraagstuk 68: Zwart: 2, 3, 10, 19, 20, 21, 29, 40. Wit: 12, 22, 28, 31, 35, 36, 44. Oplossing: 1. 22—18 1. 40 49 2. 28—22 2. 49 27 3. 18—13 1 3. 19 28 4. 31 4 (dam 4 sch.) Wij ontvingen goede oplossingen van de heeren: G. Cloeck, D. Gerling, J. Houtkooper, J. K., G. v. Nieuwkuijk te Alkmaar, II. E. Lantinga te Haarlem, 11. Los en 1'. J. I\. te Alkmaar, Tb. Bos, Oudesluis, 11. J. Eriks, Zijpe. Ook van de beide vorige opgaven ontvingen wij goede oplossingen van F. J. K. te Alk maar. Groote Damdag te Midden-Beemster, Zondag 25 Februari, in „het Heerenhui»". Een commissie bestaande uit de heeren: J. de Heer Azn., P. Zeeman, J. Noome Mzn. en J. de Haas, heeft het plan gevormd op 25 Februari een grootsche pro- pagandadag te houden voor het damspel. Het is n.l. het plan een groote match te houden tus schen de Amsterdamsche dammers aan de ééne zijde en do overblijvende Noordhollandsche vereeuigingen aan de andere zijde. Alle damliefhebbers wekken wij op aan dien damdag deel to nemen en vooral ook de Damclubs. Er wordt 's morgens om 10 uur begonnen. Er worden twee partijen gespeeld. Vóór 25 Januari moet men zich voor deelname opgeven bij den heer J. de Haas, Graaf Flori^straat 15 II, Amsterdam. Er worden prijzen uitgeloofd voor de clubs, die naar verhouding do meeste winstpunten hebben behaald. Slagzet in do partij.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 9