DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Honderd en veertiende jaargang. 1911 DINSDAG 23 J A N U A R I. BINNENLAND» No IQ Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagenuitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk f 1, Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. Plaatsen waar door de gemeente ALKMAAR zijn gedeponeerd. P. Blauw COURANT. Volg- numm. A'auieu Woonplaats Toelichting. 1. Stadstimmerwerf Oudegrac-ht hoek Keetgr. 2 P. «T. van Iluchten Jf KL Nieuw- land. 3. W. F. Adolf 11 Hofstraat. 4. C. D. Donath 11 Kleine politiedieg. 5. Ritsevoort bij de Heiloër- poort. 6. Achterpand Waag Kaasmarkt Groote en kleine dreg. 7. Gasfabriek Kanaalkade Schaftlokaal. 8. J. Bek Peperstraat Brugwachter. 9. Helenius Hoornsche weg Friesche brug. 10. VV. van Walen Heilige Land Vlotbrug. 11- Accijnstoren Bierkade hoek Ver dronkenoord. 12. J. Coppens Verdronkenoord naast 't Wa- pen v. Munster. 13. Wed. Zervas V oormeer hoek Zandersbuurt. 14. Overtoom Scheteldoekshaven hoek Geest. 15. K. Wortel Kennemersingel Boerderij b,d Hoevervaart. 16. J. Duinker Geestersingel hoek Drui venlaan, 17. H. v. d. Sleesen Geesterweg Tramstal. 18. G. T. M. v. d. Bosch Heldersche weg Boterfabriek „Albada.,, 19. A. 0. de Boer Wildernanstraat hoek Ooster burgstraat. 20. J. Mulder Kennemersingel hoek Vogelenzang. 21. Bureau v. Politie Langestraat Groote en kleine dreggen. 22. L. Obdam Nieuwlandersingel Kleine dreg. 23. J. Schot Noorderkade Kleine dreg. ALKMAAK, 23 Januari. De lieer Grand-Carteret, kenner, verzamelaar en uitgever van caricatuxen, die naam maakte met zijn bundel „de oom van Europa" (Koning Eduard) en vooral met „Hij," (de Duitsche Keizer), heeift in een buitenlandseb blad op Fransche wijze gekeuveld over het „ministerie der hoofden in de caricatuur." Hij zegt, dat de tijden voorbij zijn, waarin de ernstige grappenmaker de Rochefort den naam van den minis ter „Forgade de la Roquette" veranderde in „Forgade uit de nor" la Roquette was destijds een beroemde Parijsche gevangenis, de grap doet ons overigens den ken aan een van den nestor onzer Kamerleden, die eens geestig minister Harte van Tecklenburg betitel de als Harte van Peeck en Kloppenburg.) Parijs lacht nu niet meer zoo gemakkelijk. Niet»omdat de Parijze- naars ernstiger geworden zijn, maar omdat de heeren politici de overtuiging gevestigd hebben, dat men hen ernstiger moet nemen wegens het staatsbelang. Een minister is (zoolang hij slechts minister is) een sterke zuil van deu tempel van het vaderland. hij moge ook overigens een schitterend model voor de caricaturisten zijn. Eenige jaren geleden liepen er nog straatventers met gummi-ministers, die na een druk op een knopje allerlei grimassen maakten; er waren ministers van 10 centimes, er waren er ook goedkoopere. Maar nu zijn er met het artikel „ministers" op de boulevards geen zaken meer te maken. Wie zal zich daarover verbazen? Wij "hebben, zegt de schrijver, en dat kan niemand ontkennen, ministers gehad, die geen minis ters waren. Wij hebben ministers gezien, die slechts plaatsbewaarders voor andere ministers geweest zijn; wij hebben zelfs gehoord, dat een gewezen minister zijn opvolgers een „ministerie van «lakeien" noemde. ij hadden „groote" ministeries, .die snel als rozen verbloeiden, en we hadden „kleine" ministeries die duurzaam waren als laarzen van rundleer. En nu hebben we dan eindelijk een „ministerie der hoofden." Vijftien hoofden onder één hoed! Hebben wij werke lijk, nadat we lang genoeg te weinig hoofden bezaten, door een zeldzame speling der natuur op eens zooveel hoofden gekregen? Of blijft een ministerie zich zelf altijd gelijk, ook wanneer de hoofden veranderd wor den Het ministerie, dat nu het laatste gegaan is, was eigenlijk niet een ministerie zonder hoofd. Het- had een hoofd: Caillaux; het had hersenen: Delcassé; en het had, naar het gerucht wil zelfs een dikkop: de Selves. Evenwel, afgezien van Delcassé en Caillaux waren de overige ministers stiefkinderen der politiek evenals stiefkinderen der caricatuur. Van het nieuwe personeel, waarvan Marianne zich heeft voorzien, zijn er eenige beproefde staatsdiena ren, terwijl anderen eerst moeten leeren, hoe men goede dingen kan koken zonder potjes en pannetjes te breken. Maar er zijn al heel wat grapje» door de heeren gemaakt. Zoo is de vraag gesteld, wie „de bruine burger is, die niet breedgeschouderd maar op geruimd schijnt en langen tijd werkeloos is geweest? Men behoeft het slechts in het Franseh te lezen om hem en eenige zijner collega's te kennen: lc brun (Le brun) Bourgeois, point carré (Poincaré), mais bril- lanfc (Briand), qui depuis longtemps chömait (Chau- met). De heer Bourgeois is natuurlijk bedoeld. We gens zijn gezondheidstoestand heeft hij rust noo- dig en daarom heeft hij het ministerie van arbeid gekozen De heer Bourgeois is een der Franschen, die „Hem" (Duitsche keizer) gesproken hebben, en „Hij" moet hooge achting hebben voor den geest van dezen veel- beteekenenden Fransehman. Op een plaatje zag men indertijd, hce de „groote burger" met den „grooten keizer" een handdruk wisselde eu er onder stond „Wat dunkt u ervan Majesteit, indien wij eenmaal de rollen verwisselden Toen de denkbeelden van Bourgeois en d'Estournel- les de Constant op de Haagsche vredesconferentie uit eenliepen, zag men een plataje, waarop aan den eenen kant den „vredesburger" (Bourgeois) en aan den an deren den „vredesridder," beide door een stekeligcn rozen-h a a g gescheiden. Poincltrré is ongetwijfeld een „hoofd" toch heeft de caricatuur hem nog geen „kop gemaakt." Er is geen caricatuur van Poincaré, wanneer men tenminste niet die wil rekenen, welke er geen zijn mannetjes met reuzenhoofden op de dwergroinpjes of omgekeerd, met kleine kopjes op dikke buiken. Zijne collega's Millerand, Briand en Delcassé daar entegen hebben een heel museum vau boosaardige evenbeelden. Millerand! was de „proleet," de „verza digde soci," de „politieke brouwer," sinds hij minister van oorlog geworden is, zal het niet lang duren of hij is „hoera-minister". Briand was eerst de „Parij sche jongen," toen de „tinnegieter," daarna de „moor denaar der arme menschen" en „der apachen," „de verrader," het „valsche brave mannetje." Met deze liefelijkheden is zijn boekje nog niet vol. Men noemt hem de markies en daar in het volk het woord markies soms als hondennaam gebruikt wordt, komt er van den valschen edelman een echte poedel en de Pierrette staatswijsheid commandeert: „Spring, markies! Mooi, markies!" Met Briand hielden zich niet slechts de humoristi sche bladen bezig, hij was ook een gaarne genomen model voor reclameplaten. Zijn naam en zijn uiterlij ke glaus dienden voor succesvolle aankondiging van schoensmeer en zijden hoeden brillant en Briand is een aardige woordspeling. Om de grappen en vijandelijkheden heeft Briand zich nooit bekommerd; hij is een moedig man met vèr zienden blik en hij weet, wat de populariteit waard' is, ook al neemt zij nog zulke merkwaardige vormen aan. De galerij van Delcassé is bijna zoo groot, als dc galerij, welke „Hem" gewijd) is, en vaak vindt men beide op een plaatje. Bekend is de teekening, welke Wilhelm II als Ka- rel den Groote weergeeft, voor wien dte kleine Delcas sé in den grijzen rok van Napoleon staat; Napoleon Delcassé heeft een reuzensabel op zij en op het hoofd den historischen steek, die ondanks zijn kleinheid het nietige gezichtje geheel bedekt. Het Fransche ministerie bestaat dus, zoo eindigt do schrijver, uit zij, die reeds caricaturen hebben en zij, die ze nog niet hebben. Het is niet gemakkelijk van de eene helft in de andere te komen. Want er behooren enkele eigenschappen toe, die niet iedereen bezit: geluk en talent. En in allen gevalle nog iets: humor. Wij, Franschen, zullen ons er nooit over ergeren, wanneer wij de oaricaturen van onze ministers zien vooropgesteld, dat wij geen caricaturen als ministers krijgen. Qeiueugtl nieuw». EEN GERECHT ONDER DEN BLOOTEN HEMEL. Te Vaals kadi een zeldzaam voorkomend geval plaats; eene zitting van Duitsche en Nederlandseke ambtenaren van justitie.op de straat. Deze zit ting van genoemde heeren van het gerecht geschiedde aan de Duitach-Hollandsche grenzen, vlak bij het dou- anenkantoor. x De mise- en-scène van de „rechtszaal" bestond uit eene tafel en vier stoelen, geleend! in een herberg. Do tafel was eerlijk gedeeld1: de helft stond) op het terri toir van den Duitschen keizer, de rest stond op het gebied van Koningin Willielmina. Op Duitsch grond gebied bevonden zich vertegenwoordigers van de justi tie uit Aken, op Hollandschen bodom zateu hunne col lega s uit Maastricht. Was de oorzaak was van deze zonderlinge openbare zitting? Niemand minder dan de beruchte Peter Sendeu, di» verdacht wordt met de inmiddels gearresteerde Duit- schers Joseph Peterman en Otto Medaal, Peter Gelis- seu te GeverikBeek te hebben vermoord. Een ge sloten wagen, begeleid' door Aken se he politie, reed voor. Toen Senden de ijzeren koets had verlaten, trachtte hij het publiek, dat vau allo kanten kwam aangehold, door lachen en gebaren voor zich te stem men. Doch do toeschouwers namen tegenover Sendeu een dreigende houding aan, zoodat onze en de Duit sche politie de straat moesten afzetten. Senden werd verhoord door de justitie, en toen dit verhoor was af- geloopen, moest S. het iu het Nederlandsch eu Duitsch gestelde proces-verbaal teekeuen. De boeien van de rechterhand) werden losgedraaid. Senden maakte van deze gelegenheid gebruik om uit den vestzak een gouden horloge te halen, op den knop te drukken en te kijken hoe laat het was. Senden nam eene zeer brutaio houding aan. Toen de formaliteiten vervuld) wareu betrekkelijk do uitlevering van deu moordenaar die de „zit ting" staande had bijgewoond werd S. weer ge boeid en met den ijzeren wagen naar de gevangenis te Aken teruggebracht. (Tijd.) ONGEZEGELDE SOLLlClTATlëN. Wij deelden onlangs mede, dat volgens den minis ter van financiën aanvankelijke sollicitatiestukken in het vervolg niet op zegel behoefden gesteld te zijn, mits ze geen verzoek inhielden, maar alleen een ken nisgeving, dat men benoemdi wenschte te worden. Naar nu echter een gemeente-ambtenaar aan de „lies. bode" meedeelt, zal de vlieger, voorloopig al thans zeker, niet opgaan. Op gezegde wijze had hij te kennen gegeven, dat hij wel in aanmerking wilde komen voör burgemeester eener zekere plaats. Een paar dagen later ontving de ambtenaar het stuk ech ter van het Kabinet der Koningin terug met de bood1- schap „Omdat dit verzoekschrift ('t was echter geeu verzoekschrift) ongezegeld is, mag volgens art. 8 der wet van 3 Oct. 1843 (Stsbl. no. 47) daarop geene be slissing genomen worden." DRIEVOUDIGE MOORDAANSLAG. Omtrent den moordaanslag te Groningen meldt men nog het volgende: De bedrijver van den drievoudigen moordaanslag, ten huize van deu heer Polak, te Groningeu, blijkt een zonderling te zijn. Volgens zijn vader, die timmerman is, is dc jongen wat verwend, en een in zich zelf ge keerd persoon, die geen kameraden had en veel boek jes heeft gelezen over Indianen. De toestand) van de getroffenen is niet ongunstig. Den heer Maurits Polak is een halve kogel uit den benedenarm verwijderd; hij moet nog weer geopereerd worden. Zijn broer, de heer E. Polak, kreeg een kogel iu de liesstreek, het dienstmeisje A. Sap, geboortig uit Veendam, heeft een kogel in de borst. De eenige bekendheid, die tusschen de familie Po lak en den bedrijver van den moordaanslag bestond, is dat K., die meubelmaker is, wel eens een stoel toor zijn patroon naar de familie Polak heeft gebracht. Het dienstmeisje en hij bleken elkaar absoluut niet te kennen. KAMPIOENSCHAP VAN NEDERLAND. De wedstrijden 2en dag, om het kampioenschap van Nederland werden gisteren te Leeuwarden voortgezet. Het ijs was iets beter dan Zondag, hoewel het nog steeds dooit. Do heeren Taconis, De Waard; Krul, Rozenheek, Kalt en Edscha waren afwezig. 1500 M.De Koning te Arnhem, 3 min. 14 1/5 sec.; De Koning te Edam, 3 min. 38 3/5 sec.; Geertsema 3 min. 31 3/5 sec.; Schroder 3 min. 35 3/5 sec. Groote eu Dieters gaven het op. De uitslag is- dus: 1. De Koning te Arnhem, 2. Geertsema; 3. Schroder. In de 10.000 M. startten De Koning te Arnhem te gen Geertsema en De Koning te Edam tegen Schro der. Beiden reden prachtig; hoewel De Koning niet lang na het starten viel, was hij met 5000 meter Geertse ma reeds een baan (500 meter) voor; daarna wou hij nog steeds en haalde Geertsema voor do tweede maal in. Hij legde de 10.000 meter af in 24 minuten en 1/5 seconde, Geertsema in 26 minuten 50 1/5 sec. Daarop kwamen De Koning (Edam) eu Schroder uit. Hun rit was minder spannend; De Koning nam •dc leiding en behield d'ie tot het einde. De gemaakte tijden waren voor De Koning 25 minuten 36 1/5 se conde, voor Schroder 27 minuten 57 2/5 sec. Als laatste kwam in de baan De Groote, die den bepaalden afstand in 25 minuten 56 3/5 seconde af legde. Kampioen voor Nederland is dus De Koning van Arnhem: Deze kreeg de gouden bondsmednillo en dc gouden medaille, beschikbaar gesteld door H. M. de Koningin. ELF-STEDEN-TOCHT. Naar gemeld wordt is de elf-steden-toclu. en -wed strijd voor onbepaalden tijd uitgesteld. HET IJS. Men meldt van Texel: De postboot „Do Dageraad" kan nu bij eb weer ééns per dag iu de haven komen, overigens geschiedt do overtocht met boot eu ijsvlet over het Horntje. Er is veel 'en zwaar drijf ijs. D1EMEN EN DE VLEESCH-VUILILANDEL. De vroede vaderen van Diemen hebben met alge- meene stemmen het voorstel van Amsterdam inzake ten vleeschkeuring verworpen. In „De Kleine Meer bode" komt van die Raadszitting het volgende ver.Iag voor De voorzitter (burgemeester jhr. E. W. E. Bicker), deelde mede, dat hij gehoor heeft gegeven aan de uit- noodiging van den wethouder vair den gezondheids dienst te Amsterdam, onr met andere burgemeesters uit de gemeente Sloten, Nieuwendam en Buiksloot een conferentie te houden over de mogelijkheid ter bestrijding van de invoering van ongekeurd) vleesch. „Een verordening was toen ontworpen en die veror dening bood de voorzitter den Raad nu aan. Daarin stonden natuurlijk bepalingen, die nu juist niet zoo aangenaam voor een zeker deel der Diemer bevolking, n.l. de boeren, waren, nraar, zegt de voorzitter, in het belang van onze medemenschen dient wat gedaan te worden. Het spreekt vanzelf, dat enkelen er schade van zullen ondervinden. „Wie Hannes Zaal bestrijdt, zegt de voorzitter, voelt het in zijn portemonnaie." „De heer De Haan voelt er niet veel voor, het i» een belang alleen voor Amsterdam, en nog geen dub beltje heeft hij er voor over. Waar moet dat heen, zegt de heer De Haan. Als ik een koe heb en ik zie dat het er niet gunstig voorstaat, dan ga ik naar Hannes of naar de Schagerlaan, en dan ontvang ik ten minste nog geld' voor het beest en als de koe het hek uit is, ben ik er af. Als de keuring er is en het beest wordt afgekeurd', dau krijg ik niets. „Niet lang geleden, aldus de heer De Haan, ont ving ik 40 voor een koe die was neergevallen. Eerst kon het beest nog staan, en toen heb ik Hannes Zaal er bij gehaald. Hij zei echter: „De Haan, het beest is zoo gezond als jij en ik." Ik wilde het beest toch verkoopen en toen zei Hannes: „Over een maand1 is het beest nog net zooveel waard als nu." „En 's avonds zakte de koe in elkaar. Den volgen den dag kwam een koopman natuurlijk een hand langer van Hannes eu toen moest ik de koe voor 40 laten. „Verschillende voorbeelden worden door den lieer De Haan nog aangehaakl en hij wordt daarbij flink gesteund door de heeren Sijtveld! en Staal, die er ook niet veel mee op hebben. De voorzitter deed wat hij kon, hij trachtte op het gemoed van de raadsleden te werken, door er op te wijzen, dat het toch niet aangaat te zeggen, dat Am sterdam zelf het zaakje maar in Diemen moet opknap pen; dat Amsterdam er toch ook niet zoo over denkt als er hulp in Diemen noodig is, getuige de aanslui ting aan de waterleiding, en dat men toch ook moet denken aan zijn medemenschen. Het mocht echter niet baten. De Raad' besloot met algemeene stemmen dat hij aan de voorgestelde regeling van Amsterdam om ook voor Diemen een goed gecontroleerde vleesch- keuritjg te krijgen, niet wenschte mede te werken. „Alzoo gaat de burgemeester niet meer naar de vol gende conferentie die binnenkort wordt gehouden, maar zal Z.E.A. alleen een brief zenden, dat de Raad aan den onhoudbaren toestand in de gemeente Diemen geen einde wenscht te maken. „Het was 19 Januari 1912." KATHOLIEKENDAG. Naar de Roomsche bladeu melden, heeft het hoofd bestuur van de Katholiekendagen in het bisdom Haar lem besloten, dat er in dit jaar geen Katholiekendag zal worden gehouden. Evenwel kunnen zij nu reeds zeggen, dat, onder goedkeuring van deu bisschop van Haarlem, besloten is, in 1913 wel een Katholiekendag te houden, waarschijnlijk te Vlissiugen. (N. R. Ct.) SCHORSING VAN EEN ONDERWIJZER. De openbare onderwijzer Wanink, werkzaam aan de school aan de Nieuwe Havendwarsstraat in deu Haag, is door B. en W. voor een maand geschorst. Deze straf is uitgesproken naar aanleiding van herhaaldelijk bru taal optredeu van den onderwijzer tegenover het hoofd der school, die hem wegens het slaan van schoolkinde ren moest berispen. Do klachten hebben ten slotte aanleiding gegeven tot een voordracht van den arron- dissements-schoolopziener tot schorsing. De heer W. staat bekend als een der ijverigste leden van den Bond' van Nederlandsche Onderwijzers. (N. Ct.) SCHADEVERGOEDING VOOR AFMAKEN BI.) MOND- EN KLAUWZEER. De heer J. Veenstra te Rottevalle (Fr.), onder wiens groot beslag rundvee het eerst mond» en klauw zeer uitbrak en welk beslag toen door het Rijk werd afgemaakt, vroeg aan den betrokken minister vergoe ding van bedrijf schade, die voor den heer V. eenige duizenden bedraagt. De minister heeft daarop geant woord, dat van Rijkswege geen tegemoetkoming kan worden toegekend. Dit geschiedt alleen in bizondere gevallen en dit werd hier niet aanwezig geacht. De heer V. laat het bij deze weigering niet zitten, hij zal juridisch advies inwinnen, om zoo noodig het Rijk iu rechten tot betaling aan te spreken. RIJKSWERKINRICHTING VEENHUIZEN. Op 1 Januari 1911 bedroeg het aantal verpleegden in de rijkswerkinrichting te Veenhuizen 1737. In deu loop van dat jaar werden opgenomen 729, ontslagen 951, terwijl 34 verpleegden overleden en 157 naar an dere gestichten werden overgebracht. Op 1 Januari 1912 Indroeg het aantal verpleegden 1324. Het gemiddelde aantal verpleegden was in 1911 1344 tegen 1881 in 1910. VROEG VOORJAAR? Te Oldenzaal werd reeds nu een nest van eeu zwarte lijster met vier eitjes gevonden.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1