DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. LIEFDËSÖFFËR No. 23 Honderd en veertiende |aargang 1912. ZATERDAG 27 J A N U A R I. - Alkmaarsche Huishoud- en Industrieschool SPROKKELINGEN. FEUILLETON. Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door liet geheele Rijk f 1, Afzondei lijke nummers 3 Cents. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. i~i f 10.— per cursuï. Het rampzalige succes Telefoonnummer 3. Tot 3 Februari aangifte van leerlingen voor de wascfilessen. ALRMAARSCHE COURANT. eon zilveren Doero (een rijksdaalder) zit slechts voor 1,23 aan zilver, zoodat de fabrikanten een zeldzame winst kunnen maken. Smolt de staat de ingewisselde valsche munten om tot zilveren staven, dan zou het verlies aanzienlijk zijn, maar zij is dan ook zoo ver standig er echte munten van te maken en daardoor zelfs nog een zoet winstje te behalen! Wassclien van Jaeger, lichte en gekleurde wollen en katoenen stollen, als Japonnen, Itloines, Talelkleeden, Dekens Zijde, Lint, Kant, enz. Éénmaal per week les. De Directrice, M. W. ARBE1TER. CHINEESCHE RECHTSPLEGING. In China is de foltering nog een wettige instelling. Hand- en voetschroeven, knieën op kettingen, op glas scherven, gemengd met zout enz. zijn de meest ge bruikte foltermiddelen. Niet alleen de beklaagde, maar ook de aanklager en de getuigen kunnen aan folteringen worden onder worpen, oin hen getuigenissen af te persen. Zijn er veel zaken, dan worden de beschuldigden gezamenlijk met de getuigen in de gevangenis geworpen, totdat de mandarijn tijd heeft, het geval te onderzoeken en dit alleen reeds verklaart den heiligen afschuw van de Chinee zen voor de wet. Overlijdt- iemand aan de ge volgen van deze ontzettende behandeling, dan wordt de zaak, als het eenigszins kan, in den' doofpot ge stopt ook laten de Mandarijnen met zich praten en vaak krijgt degeen van twee strijdende partijen gelijk, welke don Mandarijnen met behulp van geld beïnvloed heeft. Vaak wordt als straf toegepast het dragen van de kang, bestaande uit twee planken, welke aan den bin nenkant zijn voorzien van openingen voor den hals, zoodat het voorwerp den veroordeelde als een kraag omgehangen wordt. Deze planken zijn CO a 80 eenti- metor in het vierkant, twee vingers dik en blijven den gestrafte gedurende den geheelen straftijd, soms een ii drie maanden, om den hals hangen! Het gewicht bedraagt 15 a 20 kilogram. Maar het ergste is, dat de kang 's nachts niet verwijderd wordt, zoodat de *man staand of zittend moet slapen. Evenmin kan hij de handen naar het hoofd brengen of zelf voedsel krijgen; hij moet dus door medelijdende voorbijgan gers en vrienden gevoerd worden strooken papier, op de planken geplakt, doelen zijn naam, misdaad en den duur der straf mee. SPAANSCHE MUNTERS. Ondanks hun aangeboren gevoel voor beleefdheids vormen zien de Spanjaarden er absoluut niets in, een geldstuk, van goud of van zilver, of een bankbiljet, bij de ontvangst nauwkeurig te onderzoeken of het wel echt is. Wat elders al's een beleediging zou worden opgevat, wordt in Spanje als iets heel gewoons be schouwd. De kellner in het café, de handelaar in den winkel, de kassier van een bank, zij zullen elk zilver stuk, dat wordt ingebeurd, op marmer laten verkondi gen, of het waard is, aangenomen te worden. Door staat liet muntstuk de proef niet, dan wordt het met een glimlachje teruggegeven en de betaler geeft een ander, terwijl hij het valsche wieer in den zak steekt, door RUDOIJf STRATZ. 23) o En in een nieuwe vlaag van energie, barstte hij hef tig los op een toon alsof hij tegen zijn ritmeesters of luitenants op het excercitie-terrein sprak: „Deze ont moetingen met je eersten man verbied ik je, be grepen?'" Hij gevoelde zich niet bijster op zijn ge mak onder den blik van die groote, koude, grijsblauwe oogen, die Vera langzaam op hem vestigden, eigenlijk meer verbaasd dan verontwaardigd. Maar hij ging woedend voort: „Ik wil je woord er op, dat bet niet meer zal voorkomenIn geen enkel gevalIk ben in de toekomst aansprakelijk voor je goeden naam Terwijl hij sprak, gevoelde hij zelf zeer goed, dat het jalouzie was, die uit hem sprak, jalouzie op zijn voorganger. Zij trad op hem toe en keek hem in hel gelaat. „Begrijp toch eindelijk eens, Christoph!" ant woordde zij, „dat je niet met een gansje van achttien trouwt, maar met een vrouw van dertig, die veel meer dan jij geleden en ervaren heeft. Mij de wetten voor schrijven begin daar niet mee! Daar zou jij ook de man niet voor zijn. En het is waarachtig niet noo- dig ook! Ik weet heel goed^ wat ik mag en moet. „Dus je geeft mij die belofte niet?'' „Als vrouw zal ik mijn eersten man niet wederzien als moeder, zoo vaak dit noodig is!" „Dat komt op hetzelfde neer! Zooveel vrijheid kan ik je in deze kwestie niet. toestaan. „En ik moet vrijheid hebben, om met mezelf in evenwicht te komen, Christoph.ik raad je in ge- moede. ik ben niet iemand, wie men wat in den weg kan leggen!.... Prikkel mij niet.... Dan wordt er iets ontembaars in mij wakker.... ik ken zich voornemend het strakjes elders nog eens te pro- beeren. Er heerscht een eigenaardige moraal in dit opzicht in Spanje. Wanneer een Spanjaard een horloge wordt ontstolen, denkt hij er niet aan, zich schadeloos te stollen, door den eersten den besten, dien hij ontmoet, zijn horloge af te kapen, of wanneer hij toevallig een oorvijg krijgt dezen onmiddellijk aan een voorbijgan ger te geven. Maar beurt- hij een valsch muntstuk in, dan tracht hij het kwijt te worden, waar hem dit maar mogelijk is. Hoogstens sluit hij met zijn geweten een overeenkomst, zoekt zich geen bepaald slachtoffer uit, maar doet het valsche onder de andere muntstukken, en denkt: Wien het treft, treft het! Het zou onbeleefd zijn zich boos te toonen, wanneer men zoo iemand betrapt. Men geeft hem slechts zijn valsche munt terug en troost hem: „Pardon, bet lijkt me, dat dit geldstuk niet erg echt is, maar ik moet toegeven, dat- het er tamelijk goed uitziet. U zult het zeker wel gauw kwijt raken." De man, wien zooiets treft, steekt de opmerking en het valsche geld stuk in den zak en zegt„Ik heb liet niet gemaakt en wil dus de schade ook niet hebben." Intusschen denkt hij hierna beter Natuurlijk is dit gebruik alleen toe te schrijven aan het in omloop zijn van veel valsch geld in Spanje. De valsche munters zijn er legio en het is een publiek geheim, dat mannen van den hoogen adel tot dit gilde hoor en. Te Seville bestaat, volgens een correspondentie in een buitenlmndsch blad-, een fabriek van valsche mun ten, welke voor vele millioenen op de markt werpt. Haar specialiteit, is stukken van Doero's (ongeveer van een rijksdaalder), welke van beter gehalte zijn, dan die, welke in de staatsmunt worden vervaardigd. Deze valsche munten waren alom verspreid en werden ton slotte overal in betaling aangenomen, zelfs op de bank van Spanje en op financieele bureaux. Onge veer twee jaar geleden trachtte een nauwgezet minis ter van financiën een einde aan dezen verkeerden toe stand! te maken. Hij bepaalde, dat de rijksbank, de post en andere offieieele instellingen, de Doero's Se- viRano's in beperkte mate, dat was 10 procent van het totale bedrag, moesten aannemen. Daarna deed hij weten, dat de stukken binnen een zekeren termijn aan de loketten der rijksbank konden worden ingewisseld, na afloop daarvan echter geweigerd en in beslag ge nomen mochten worden. Er werden doero's sevilla- no's ter waarde van 7,8 millioen gulden ingeleverd. Het scheen eenigen tijd, alsof de valsche munten ver dwenen waren, maar langzamerhand1 werden er weer nieuwe sevillano's op de markt gebracht, eerst schuch- tig en in gering getal, dan echter in massa's en in al le dcelen van het land, zoodat er nu weer voor vele millioenen valsche munten in omloop zijn en de staat wel weer spoedig genoodzaakt zal zijn ze te moeten opkoopen. Bijna wekelijks verschijnen er berichtjes in de Spaanscho couranten over het ontdekken van plaat sen, waar valsche munten vervaardigd worden. Maar de ontdekte valsche munters zijn altijd kleine luij- den, terwijl de met. millioenen werkende „fabrikanten" ongestoord hun gang mogen gaan en de vennootschap pen aan de aandeelhouders flinke dividenden uitkee- ren. Men zal misschien vragen: hoe ter wereld is het mogelijk, dat de valsche munters zulke goede zaken kunnen maken, wanneer hun producten meer zilver bevatten dan de echte munten? Het antwoord is ech ter nog al eenvoudig: omdat de nominale waarde van een zilvermunt veel hooger is dan de werkelijke. In AMERI KAANSCIIE BLOEMENPRIJZEN IN DEN WINTER. De prijzen, welke 's winters in de groote steden d«r Vereenigde Staten voor bloemen worden betaald, zijn fabelachtig. Zoo moeten onlangs bij een bruiloft te Nieuw-York voor tafelversiering en bloemruikers niet minder dan 18.000 dollars uitgegeven zijn (naar ons geld dus 45.000 gulden). Wie in Boston, Phila delphia, Nieuw-York of Washington in den winter een oogje op een roos met een langen stengel heeft, mag er staat op maken, dat hij een bloemenhandelaar daarvoor 8 a 10 zal moeten betalen, een dozijn he- i liotropen, viooltjes of reseda's daarentegen kosten hem niet duurder dan 2.50 a 5. Voor een ruiker is de prijs minstens 38; er zijn er ook die 255 en meer kosten. Een kweeleer nabij Nieuw-York zond met Kerstmis 10.000 bloeiende meiklokjes naar de stad, kreeg 30 et. per stuk en ontving dus voor de eene zending 3000. Maar de kweekerijen nabij Nieuw-York moeten oqk wol groote ontvangsten hebben, daar het kapitaal, dit hierin gestokeu is, op 70,5 millioen gulden geschat wordt. door BERNARD CANTER. mijzelf.ik ben veel hartstochtelijker, dan je denkt. En dat brengt ongeluk over ons beiden. „En ik verzoek je met mij rekening te houden!" schreeuwde TTlerici, woedend door de kwellingen van den heelen morgen. „Wie zal in het vervolg baas in huis zijn?.ik toch^ zou ik denken! Geloof je dan, dat ik lust heb, voor gek te spelen, dat de inenschen mij achter mijn rug uitlachen en zeggen: zoo'n oude ezel die is met zijn neus in de boter gevallen!. nee mijn lieve, beste Yera zóó zijn wij niet over eengekomen „Ik kan met jou daarover niet praten, Christoph. Je beschouwt alles uitsluitend1 van jouw standpunt., ik weet liet niet.liet is in geen geval het mijne. „Vera dit is de eerste, ernstige twist in ons en gagement 1" „Ik kan er niets aan doen!" „....omdat je wel bezeten lijkt de laatste week! Omdat je mij niet de plaats wilt geven, die mij toe komt. Een vrouw, die al eens in haar leven zoo be drogen is als jij, heeft toch den steun van een man noodig. Vera begon te lochen. Hij keek haar verbaasd aan. „O, niets!" zeide zij, „het viel mij juist in, wat Ewald mij laatst vertelde: in je sociëteit moeten er o-p den grond om den stoel, waarin jij zoovele jaren als oudste van je stamtafel hebt gezeten, nog een massa kringen te zien zijn van al de champagne-koelers, die daar steeds gestaan hebben!.... Zeg.... is dat waar?. „Wat doet dat ertoe? Lach je mij uit?.Ik zal toch wel mijn fleseh champagne hebben mogen drin ken „Natuurlijk.... jij hebt champagne gedronken in al die jaren.... en ik heb andere dingen doorge maakt! Dat bedoel ik alleen maar!" Haar rustige houding prikkelde hem tot het uiterste. Hij bukte zich en greep haastig naar zijn hoed. „Nu dat ont breekt er nog maar aan!" zeide hij bevend,dat j ik hier met minachting behandeld word. net alsof ik.... AI ij n regiment, mocht destijds door iedereen gezien worden! Zijne Majesteit zelf beeft bet geprt - De geschiedenis van den schrijver Pink Warrior, die sedert een tiental van jaren spoorloos is verdwe nen, verdient dan toch wel hier als bloedkoraal tus- schen paarlen gesnoerd te worden aan het zijden koord onzer ervaringen. Wel is het ons bekend, dat een groot aantal Nederlandscbe schrijvers in een ge heimzinnige zitting van de Vereeniging van Letter kunde tegen het besluit heeft gevat, Pink Warriors historie niet bekend! te maken en eveneens heeft de Vereeniging van Dagbladdirecteuren zich tegen de publicaties omtrent Pink's levens-tragedie verzet. Daar wij echter bij de behandeling van deze zaak als 't ware genegeerd zijn, hoewel Pink tot onze meest in tieme vrienden heeft behoord, achten wij ons niet ge houden tot schriftelijk zwijgen, ietsi waarvan wij trou wens een natuurlijken afkeer hebben. En daar het geval van Pink Warrior leerzaam is, vervullen wij te vens een moreelen plicht. Pink Warrior was van nature zeer eenvoudig. Hij bezat die echte, die waarachtige eenvouthgheid des harten, dewelke altoos het- kenmerk is geweest van werkelijk superieure karakters. Pink wist, dat zijn zeer bijzondere geestesgaven een hem toegeworpen ge schenk waren, waar hij dankbaar voor had te zijn, maar niet groot op mocht gaan. Wij zelf hebben hem vaak liooren zeggen„Een hersencel meer en ik was een krankzinnige of een misdadiger geweest. Een hersencel minder en ik was een idioot geweest. Al mijn gaven zijn geschenken van een hoogere Macht. Daarom heb ik niet ijdel te zijn, maar slechts dank baar en nederig." Deze overtuiging stond hem maatschappelijk in den weg. Want hij, de werkelijk geniaal aangelegde schrij ver, die buitendien een weinig imponeerend voorko men bezat, naar de wet der natuur, dat innerlijke zen!.Neen.dan groet ik je voor vandaag ik groet je als je onderdanige dienaar!" „Dag, Christoph!" zeide Vera kalm, terwijl hij na een overdreven buiging, zonder haar een hand te ge ven, de kamer uitstormde. Zij wist wel, dat hij mor gen toch weer terugkwam, hoe woedend hij ook door over de Herkulesbrug van haar wegsnelde. Of hij stuurde vanavond zijn kamerdienaar met bloemen. Het was heel best- zoo. Eens moest het toch zoo ver komen. Dat waren de Ppril-vlagen, de voorboden van dit tweede huwelijk. Zij had uit haar eerste geleerd, en daardoor had zij zoo'n overwicht op von Ulerici. Zij wist hoeveel eraan gelegen was, dadelijk van het begin af de sterkere te zijn en zich in geen enkel op zicht door den andere van zijn plaats te laten drin gen. Zoo verliefd als haar verloofde was, zoo koel be rekenend was zij. Maar bij al dit overleg, voelde zij zich zoo diep on gelukkig. Haar ziel rilde bij het denken aan de toe komst, dat haar als een ijzige koelte tegenwoei. Zij sloot haar oogen, om er maar niet aan te den ken. Het kon eenmaal niet anders. Maar zij had een gevoel alsof zij geheel alleen op de wereld stond met niets, dat haar toebehoorde, als alleen haar kind, waaraan zij zich steeds vaster hechtte, naarmate haar vrees voor het leven grooter werd. Zij had afgesproken, Karla dezen middag weer te zullen ontmoeten in den Tiergarten. Zij kon nauwe lijks haar ongeduld en haar verlangen bedwingen, tot dat zij eindelijk naast haar op een bank zat, met baat- babbelde en haar zacht langs haar bleeke wangetjes streek. Te midden van al dien zonneschijn, het bonte men8chengewemel, de door het zachte voorjaarsgroen witglanzende standbeelden, onder de diep-blauwe lucht, gevoelde zij zich toen als een gevangene. Zij was niet alleen met haar dochtertje. De kindermeid der Gisberts, een knorrig oud huisméubel, dat Otti bij haar huwelijk uit haar huis had meegenomen, zat er ook bij, en hoorde ieder woord en zag de minste bewe ging. Vera zat stil met gebogen hoofd en liet het kleintje maar babbelen. Het vertelde haar, dat tante Otti vandaag terugkwam! Zij zou voor Karla iet* rijkdom alleen voor die ze weten te zoeken, zichtbaar zal worden, bleef jaren achtereen onopgemerkt, ter wijl lieden van gladde middelmatigheid, maar veel pretentie en weinig geweten, alom beroemd en erkend waren. Deze bewering houdt niets persoonlijks in te gen de Vereeniging van Letterkundigen. Immers onder haar leden vindt men geen middelmatigheid, terwijl de leden der Vereeniging der directeuren slechts haar eer zoeken in het toebrengen van neer lagen aan eikaars oplagen. Schrijvers, idealisten als zij zijn, trachten nooit nadeel aan collega's ten eigen voordeel© toe te brengen. Pink Warrior bleef jaren achtereen zijn zeer gevoe lige werken in weinig gelezen blaadjes en periodieken schrijven, meestal onder pseudoniem of soms zelfs met alleen het onderschrift „naar het Duitsch" of „naar het Russisch". Vrienden, die hem er opmerk zaam op maakten, dat hij zoo nooit bekendl zouworden, antwoordde hij, dat dit ook volstrekt niet noodig was en een kunstenaar eerst dan het werkelijk met zijn kunst en het publiek zou meenen wanneer hij als ano nymus optrad. De hoofdzaak is dat het werk-op-zich zelf zijn veredelenden plicht doet, zeide Pink. Echter, na ongeveer twintig jaren, begon toch iets zijn amonymiteit ernstig te benadeelen en dat zon der zijn toedoen. De stijl, de gedachtengang, de wijze van inkleeding, kortom de persoonlijkheid van Pink kwam naar buiten stralen, zonder dat hij 't zelf ver moedde. En op een dag werd hij verrast met het be zoek van een jong uitgever, die hem opdroeg, dit is het ware woord', want wij waren toevallig getuige van de opdracht, een roman in twee deelen te schrijven en onder zijn eigen naam. Pink zette zich aan 't werk en leverde na een jaar den nu alom bekenden en in geen leesgezelschap ont- hrekenden roman: Y-stad. Hij behandelde daarin dat teekenaclitige gedeelte van Amsterdam 't welk men aanschouwen kan rondom zijn havens en op de sche pen, die daar laden en lossen. Spoedig na de voltooiing vertrok Pink naar het buitenland, gehanteerd door een zijner meest buiten sporige fantasieën zich eesi plaats in de buiten- landsche letterkunde te verwerven door middel van vrij subtiele en voor slechts weinigen te waardeereu treurspelen in ietwat, stroeve verzen. Eerst na ruim tien jaren keerde hij terug, met de ervaring, dat zulk een plaats niet allereerst met stroeve verzen doch met flinke vuisten, stevige ellebogen en een buigzame ruggegraat is te verkrijgen en door middel van een gouden sleuteltje, dat op veel sloten past. Teruggekeerd in 't vaderland bemerkte Pink War rior eerst tot zijn verwondering, daarna tot zijn vreug de, maar al heel spoedig tot zijn oprecht leedwezen, dat hij door zijn roman Y-stad beroemd was geworden. Hij. de bescheiden kip, had een pauwe-ei uitgebroed en daar zat nu de trotsche vogel, met den pronkenden karbonkelstaart en een ieder bleef vol bewondering staan. De ietwat men.sehenschuwe Pink Warrior, die zoo gelukkig was geweest in zijn onaanzienlijke vergetel heid, niet al te ontevreden in het buitenland afgewe zen te zijn, nu hij wist, wat de prijs om aangenomen te worden, was, was opeens, wat hij zelf smadelijk noemde, een „froc" geworden. Een „froc", dat is, naar bij ons uitlegde, een beroemdeling. Het groote publiek heeft behoefte aan „froe's" op allerlei gebied, om te bewonderen, te vereeren, te aanbidden, om toe te juichen, om aan te offeren, om te bepubileeren, om tegenover het buitenland mede op te snoeven, ten be wijze van ras-uitstekendheid1, van superieure cultuur, van aan de spits der volken staanderigheid. Elk volk heeft van deze „frocs" om naar buiten vertoon te ma ken, terwijl de echte groote menschen, naar hun in- moois meebrengen. En papa had geen tijd, om tante Otti van den trein te gaan halen en meteen waar schuwde het meisje, dat zij naar huis moesten. De kapitein wenschte, dat Karla thuis zou zijn, als me vrouw kwam. Vera boog zich voorover en nam het hoofdje van Karla tusschen haar beide handen. Nu de stiefmoe der er weer was, zou zij haar lieveling niet meer da gelijks kunnen zien. Nu moest zij wachten, totdat haar weer een ontmoeting zou worden toegestaan. Met vochtige oogen vroeg zij: „Liefje je zult nog wel eens aan mama denken, nietwaaT? en een beet je van haar houden?" Het kleine, bleeke meisje begreep haar niet goed. Zij zeide werktuiglijk„ja", en liet zich toen zonder ecnig teeken van verzet in een tram zetten. Vera keek nog lang den wegrollenden wagen na. Het was hSar alsof eensklaps een wolk de zon bedekte, alles kwam haar somber en grauw voor. Onder het naar huis gaan dwong zij zichzelve tot de gedachte, hoe goed zij het in de toekomst toch zou krijgen. Maar toen zij in de Tiergartenstrasse een bloemenwinkel voorbijkwam en daar in een spiegel haar eigen slanke mooi gestalte temidden van orchi deeën en chrysanten zag, begreep zij maar niet, dat dit dezelfde vrouw was, die zich eenige maanden ge leden zoo kinderlijk verheugd had bij het vooruitzicht van een prachtig huis, bedienden, equipage en een Berlijnfich wcelde-leventje. Het kwam haar nu zoo klein en bqjacholijk voor. Dat alles had alleen waarde zoolang het innerlijke van den menseh sliep. Maar nil was het wakkeT geworden en het verdriet zeide: je leeft!. En terwijl zij met eenigen afkeer aan haar verloofde dacht, viel het haar in, dat Georg Gisbert haar hier misschien juist op dit uur op weg van zijn bureau naar huis zou kunnen ontmoeten. Zij was hem daar al eens tegengekomen. Dat mocht niet weer ge beuren, en daar zij allen schijn wilde vermijden, ging zij vlug den hoek om en de Hohenzolle.rnstrasse in. WVrdfc T«rv»lgd.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 5