DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN LIEFDESOFFER mi en veertiende jaargang. WOENSDAG 31 JANUARI. TSgelschs DRIEVEN. FEUILLETON. BINNENLAND. No. 26 v ALKMAAlt, 31 Januari. Wij zijn'nu goed en wel aan liet einde der Engelsche Kerstvacantie, en zelfs de slachtoffers van te veel plumpudding en andereu zwaien kost, zijn bekomen van de treurige gevolgen hunner smuLzueht. De lezin gen en vergaderingen komen in bedenkelijk grooten getale opzetten en alles wijst er op, dat men op 't punt staat te trachten eikaars humeur te bederven door heftigen politieken strijd. Want het zal er dit jaar in Engeland geweldig van langs gaan. Nu wel niet zoo erg als de couranten en de sprekers voorspellenmet den opstand! in Ierland zal het zoo'n vaart niet loopen als de onverdraagzame protestanten in dat ongelukkige land het voorstellen; doch de voorpost-gevechten zijn talrijk en volgen el kaar snel op. Een dier voorpost-gevechten woonde ik dezer dagen bij in de groote Queen's Hall, de concertzaal, die 3 a 4000 menschen kan bevatten. Het liep er over de scheiding van Kerk en Staat in Wales, waarin ik me evenwel volstrekt niet zal verdiepen. Als men zich voorstelt, dat de Roomsehe boeren in Limburg tienden moesten opbrengen om dr. Kuyper's Vrije Universiteit in Amsteriiam in stand te houden, of de protestant- sche pachters in Groningen aldus belast waren ten be hoeve van het Seminarie in Rolduc, en dat zij gaarne van dit tiendrecht ontheven werden, heeft men een algemeen begrip van de kwestie; niet volledig en dus niet geheel juist, maar voldoende. Wat ik wil vertel len is, hoe 't op zoo'n vergadering toegaat. Nu wete men, dat, als een minister in 't openbaar optreedt, de zoogenaamde „suffragettes" trachten hem het spreken onmogelijk te maken. Dat doen ze over al; zij hebben eenmaal den eersten minister eenvoudig het spreken belet en den minister van Financiën zelfs in een kerk het voeren van het woord bijna onmogelijk gemaakt. Ditmaal was de minister van Binnenland- sche Zaken de spreker en men was dus op suffraget- ten-kabaal voorbereid. Die voorbereiding bestaat in de eerste plaats hierin, dat men alleen personen toelaat, die een toegangs kaart hebben, terwijl men bovendien elke dame, al heeft zij zoo'n kaart, nog uitdrukkelijk laat beloven, dat zij geen herrie zal maken. Nu is 't jammer om het te moeten zeggen, doch het is voorgekomen, zelfs vóór de suffragette zich zelf had uitgevonden, dat da mes, al hebben ze plechtig beloofd haar mond te hou den dit niet doen en hare belofte verbreken. Hierme de zij niet beweerd, dat er geen dames zijn, die zich ten allen tijde stil kunnen houden, zelfs als ze boos worden; doch er zijn er die het niet kunnen en onder de suffragettes zijn ze talrijk. Bovendien hebben ze mannelijke geestverwanten, die men suffragisten noemt; die behoefden de belofte niet af te leggen, eenvoudig omdat men niet weet of ze 't zijn of niet. Daarom heeft men een ontzaggelijk aantal „ste wards," commissarissen van orde, in de zaal, tusschen het publiek verdeeld, telkens zes of tien man bij el kaar, doch niet vlak naast elkaar gezeten, doch één of twee stoelen er tusschen. Begint dus zoo'n suffraget te of -gist te spektakelen, dan heeft zij of hij onmid dellijk een half peloton „stewards" op 't lijf. Nu is het interessant, dat het hebben van zooveel stewards hier mogelijk is. Het zijn mannen, jong en van middelbaren leeftijd, die niets hebben van kaai werkers of zakkendragers, doch uit den beteren werk- mans- en uit den middenstand voorkomen. Wat is namelijk het geval? De kerkgenootschappen hier be perken hun werk niet tot catechisaties, predikdiens ten en bedeeliugen, doch bij haast elke kerk heeft men vereenigingen van zuiver „wereldlijken" aard, voor schaken, zingen, sport, gymnastiek, schieten enz. enz. enz. Heeft men nu een partij „stewards" noodig, bij een gelegenheid als deze, die de kerk raakt-, dan deelt de dominee dat 's Zondags mee en daar er eenige hon derden van die dominees zijn, die niet tot de Staats kerk behooren, begrijpt meu, dat men in korten tijd een heel leger pootige, vlugge lui, allen „van zessen klaar," bijeen heeft, die wel in staat zijn binnen en buiten de zaal de orde te handhaven. Ze gaan, zoo door RUDOLF STRATZ. 26) o— Wij beiden hebben veel verdriet gehad. Het verle den blijft steeds bestaan; daar kunnen wij ons niet van losmaken. Maar wèl kunnen wij het verzachten door het te ontdoen van den haat en de verbittering, die het aankleven. Ik geloof, dat het ons dan zóó door menig moeilijk oogenblik heen zal helpen. Ons leven zal daardoor zooveel rustiger voor ons worden en juist voor u begint toch gauw weer een geheel an der, nieuw bestaan. Ik zou graag willen, dat wij nog eenmaal samen een onderhoud hadden. Ik weet niet of u er ook zoo over denkt. Maar weiger mij dit on- dïrhoud niet, waarin ik u ook iets gewichtigs ovér Karla's toekomst heb mee te deelen! Ik stuur het kind weer naar haar grootmoeder terug, opdat u liaar daar ongestoord zal kunnen bezoeken. U ziet, ik ben u ter wille. Ik heb dit eigenlijk als voorwendsel ge bruikt, om eerder een toestemmend antwoord te krij- ken maar ik wil oprecht zijn. Dat hadden wij ook schriftelijk kunnen afhandelen. Maar, dat wij einde lijk vrede hebben gesloten, dat kunnen wij elkaar be ter zeggen...." Eerst na twee dogen kwam etr antwoord. Dit stelde hem te leur; het luidde kort: „Als Karla's moeder en wel als moeder, die haar rechten heeft verloren ben ik genoodzaakt, alle be schikkingen betreffende haar, voor lief te nemen en den weg, hetzij schriftelijk of mondeling, waarlangs ge mij dit mee wilt deelen, goed te vinden. Ik ben ei heel dankbaar voor, dat u mij in de gelegenheid stelt Karla in het vervolg weer te zien. Mocht voor een nadere bespreking een persoonlijk onderhoud uoodza kelijk zijn, aoo wacht ilt u morgenmiddag tusschen noodig, hardhandig te werk, doch ze raken niet uit hun humeur en amuseeren zich soms kostelijk, even eens het publiek, dat het nu al gewoon is, om eenige lui de zaal te zien uitgooien, als een minister het woord zal voeren. liet is bovendien in den laatsten tijd de mode ge worden, dat, zoodra zulk een executie begint, het or gel begint te spelen. Een orgel heeft men hier name lijk overal. Niet alleen in de concertzalen, doch ook in gewone vergaderzalen en zelfs in de groote „hal," die bij haast geen groote school of universiteits-ge- hoorzaal ontbreekt. Dat orgel is erg nuttig, want vroeger, als er voor in de zaal een uitgegooid werd, begonnen de anderen achter in, zonder op te staan, vreeselijk te schreeuwen. Dat is nu nutteloos gewor den, de zware orgeltonen, met allerlei hevige registers uitgetrokken, overstemmen alles. Alles liep dus ook nu glad van stapel. Nauwelijks had de minister drie woorden gezegd1 of er riep er een: „Geef de vrouwen stemrecht!" Verder kwam hij -niet, want hij lag subiet „tegen de vlakte," zes of acht paar handen pakten hem op en: „een, twee, drie, in Gods naam," daar schoof hij de deur uit. Weer drie woorden van den minister en weer een kreet om „recht voor de vrouw." Deze vriend wenschte zijn woorden evenwel toe te lichten door eens stevig te gaan boksen. Onmiddellijk sprong een steward, een boom van een vent, op hem toe en sloeg hem in een ommezien omver, onder daverende toejuichingen der zaal, die een open oog voor die soort van lichaamsoe fening bleek te hebben. Ook hij werd fluks ter deure uitgeschoven. Nu stond een jonge dame op, met. de beleefde vraag, of de stewards niet wat christelijker te werk konden gaan? Do stewards bewezen op slag, dat ze daartoe volkomen bereid waren en een hunner noodigde de da me met een beleefde buiging uit de zaal te verlaten, wat ze met waardigheid en gvatie deed'. Doch hierop volgden drie allergekste vertooningen, telkens na-dat de minister een paar minuten had ge sproken. Een suffragist raakte bij zijn verwijdering ten on derste boven; de meesten werden horizontaal afge voerd, doch van dezen zag men alleen twee magere beenen in bruine kousen gehuld in de lucht spartelen en in die uiterst benauwde houding verdween de man. Een tweede had bij ongeluk zijn plaats gekregen midden tusschen een groep steward». Toen hij dus op stond om wat te schreeuwen over vrouwenkiesrecht, was hij al op den grond gegooid voor hij één woord kon uiten. Ongetwijfeld een bittere teleurstelling voor hem; doch martelaar werd hij desniettemin en ook hij was zeer snel „ampart gezet." De derde had een volslagen succes; hij bracht de heele zaal hard aan 't applaudisseeren en onbedaarlijk aan 't lachen. In plaats van zich te dicht bii die vree- selijke stewards te wagen, was hij bij een deur gaan staan, riep wat hij te roepen had en liep daarop zoo hard weg als hij kon. Slechts zéér enkele dames lieten zich hooren en hee- lemaal nutteloos was 't dus niet de bovengenoemde be lofte te laten afleggen. Het eind van den avond ver- iep rustig, d-och al die grapjes kosten natuurlijk tijd, zoodat menigeen veel later thuis kwam dan hij of zij wenschte. Doch men kan er zeker van zijn, dat men voortaan telkens van die opstootjes zal bijwo.nen, tot tijd en wijle de nieuwe Kieswet is aangenomen. De minister zei, dat deze manier van doen velen te gen vrouwenkiesrecht inneemt. 'tKan zijn; doch het ligt geheel in de zeden van het Engelsche volk spre kers te interrompeeren. Alleen doet men het dan over de zaak, die aan de orde is en niet bij de behandeling van onderwerpen, die er niets mee te maken hebben. Dat maakt hier de suffragettes zoo onbemind en be lachelijk. (Jcmeiigd Nieuws. DE VOS WEER ONTSNAFT. Gistermorgen is e<r huiszoeking gedaan bij de beide broers van de Vos. Bij Jan is niets, bij Maurice is ijzerdraad gevonden. Maurice, Maandag gepakt, is vier en zeven uur bij een mijner bloedverwanten, freu le von der Wersenz, Matthaïkirche 189 parterre, daar ik om begrijpelijke redenen een ontmoeting in mijn pension niet zoo geschikt vind. Ik leg er nogmaals den nadruk op, dat ons gesprek uitsluitend Karla's aangelegenheden moet behandelen en. daarmee eindi gen zal. Op andere verklaringen kan ik niet ingaan en alleen op deze uitdrukkelijke voorwaarde verwacht ik uw bezoek." Dat wilde zeggen: „Kom niet, maar schrijf, wat je te zeggen hebt! Het is met een paar zinnen afge handeld, en tegenspraak van mijn kant is buitengeslo ten 1" Gisbert begreep dit ook wel uit deze met vaste, krachtige hand geschreven regels. Nog steeds hield hij den brief in zijn hand en keek somber voor zich uit. Over eenige wekein trouwde zij. Dit zou de eenige gelegenheid zijn, haar nog eenmaal te zien en te spreken, eer zij de vrouw van een ander was. Hij streed een zwaren strijd. Hij hield zichzelf voor, dut het nu niet voegzaam meer zou zijn, na dit schrijven zich aan haar op te dringen. Maar de vage hoop. daardoor tot rust te zullen komen en het groote ver langen naar haar waren sterker dan hij. Den volgen den dag ging hij naar de Matthaïkirche-strasse en wachtte daar met kloppend' hart in het kleine, muffe salon van Vera's bloedverwante, een tachtigjarige ongehuwde dame, die als laatste van haar ges-lacht al lerlei oude prullen van haar familie verzameld en er de kamer mee gevuld had. Hier. een oud wapenbord, in den Franschen tijd afgerukt en vernield, zilveren ren-prijzen, door een reeds lang onder de groene zoden rustenden Wersenz veroverd, daar daguerreotypes van andere Wevsenzen met staartpruik en driekanten steek, miniatuur-vrouwenportretten met hooge prui ken, een verroeste hellebaard van een garde-infante rist. Gisbert bekeek dit alles met gedachte loo zen blik totdat Vera binnentrad. Zij was heel kalm. Hoewel zij misschien verbaasd was over zijn bezoek, liet zij hiervan niets blijken. Hij gevoelde zich zeer verootmoedigd daardoor en had spijt, dat. hij gekomen was. Hij was bang, dat zij iet* van hem bemerken zou gedachten, die hij zichzei gevangen gehouden, beschuldigd van verzet togen de agenten en van medeplichtigheid aan de ontsnapping van zijn broer. Aan het verhaal van de Petit Farisien ontleenen wij het volgende Het was ochtend. De gevangenen van een bepaalde afdeeling waren op de wandelplaats, die aan de eene zijde door een lij cellen begrensd wordt en aan de indore zijde door een hek met scherpe punten. Tot- dusver had men het onmogelijk geacht, dat iemand over dat hek zou kunnen komen. De bewaking van de gevangenen was gisterochtend toevertrouwd aan een bewaker. Toen de wandeling voer de gezondheid ge daan was, zette hij al de cel-deuren open en nauwelijks was hij op een gegeven oogenblik in een der cellen verdwenen om er te zien of alles in orde was, of De Vos vloog op het hek af. Met verbazingwekkende handigheid en kracht klem hij tegen het hek op en op gevaar af zich aan de snijdend scherpe punten te ver minken, wist hij er tot stomme verbazing zijner mede gevangenen overheen te komen. Aan de ander© zijde van het hek kwam De Vos, door een sproing in de diep te van zes meter, op een aan alle zijden door hooge muren ingesloten binnenplaats terecht. Inmiddels had de bewaker ook getracht over het hek heen te komen, maar hij kon tegen d© hoog© ijzeren spijlen niet opkomen. En zoo kon hij het met de overige ge vangenen aanzien hoe er uit een venster, zes meter boven de binnenplaats waar de Vos zich bevond1, aan dezen een ladder van staaldraad werd' toegeworpen, waartegen De Vos zoo handig als een kat snel opklom. De mannen, die de ladder uit het venster gelaten had den, trokken tevens met kraoht De Vos naar boven en in een oogwenk waren de drie mannen verdwenen. Alles was zóó gauw in zijn werk gegaan, dat het in middels door den bewaker gewaarschuwde gevangenis personeel geen tijd meer had iets te doen. De directeur der gevangenis liet onmiddellijk een onderzoek instellen. Het venster, waardoor De Vos met zijn helper© verdwenen was, behoorde tot het pa leis van justitie, dat in de eerste plaat© door het per- oneel der gevangenis doorsnuffeld werd. Maar in het gansche gebouw was geen spoor van den vluchte ling te ontdekken. De Vos was ontsnapt! INBRAAK TE ZAANDAM. Te Zaandam is tijdens de afwezigheid der bewoners ingebroken bij mejuffrouw J. Roskam, Zuider-Kerk- traat. Een bedrag van 60 en eenig goud en zilver worden vermist. De politie is de daders op het spoor. HERMAN HEIJERMANS. Herman Heijermans verzoekt de Tel. mede te deelen, dat er niets, niets en nog eens niets van aan is, dat hij te Amsterdam een betrekking als regisseur heeft aangenomen. DE STAKING DER ELECTRICIENS. De staking der electriciena te Amsterdam breidt zich uit. Bij verschillende nieuwe firma's legde het personeel den arbeid neer. Thans is het aantal stakers gegroeid tot ruim 250. DEN LEIDER TROUW. De centrale anti-revolutionnaire kiesvereeniging (voor de eilanden Zuid- en Noord-Beveland), verga derd te Goes, waar twaalf kiesvereenigingen vertegen woordigd waren, sprak naar De Zeeuw meldt met algemeene stemmen uit, hartelijk vertrouwen te stellen in dr. Kuyper als leider der antirevolutionnaire partij eu mede te gaan met de bekende Dokkummer motie. GEEN HONDEN. Aan een bovenhuis schelt een ambtenaar van de Hondenbelasting aan. Terwijl men boven de deur open trekt, roept hij omhoog: „Van de hondenbelasting! Zijn hier ook hon den Waarop het antwoord volgt: „Niemand." (Hbld.) niet durfde bekennen maar nu was het te laat eti zij zeide rustig: „Neemt u plaats asjeblieft. wilt u niets afdoen?" Zij wees op zijn helm. Hij zette deze naast zich op het verschoten Smyrna-tapijt, ter wijl hij zelf ging zitten. Vera nam tegenover hem plaats en wachtte af. Het was heel stil, alleen de to nen van de kerkklok drongen tot hen door. Eindelijk begon hij met hakkelende stem haar zijn plannen met Karla uiteen te zetten. Eigenlijk was daarover niets meer te zeggen. Het bleef alles bij het oude, zooals het geweest was, voordat het kind naar Berlijn was ge komen. En terwijl hij sprak bekroop hem weer het onbehagelijk gevoel, dat hij zon-der reden hier was ge komen: Waarom zat hij daar eigenlijk? Vera von Vogt had zwijgend toegeluisterd en alleen van tijd tot tijd toestemmend met het hoofd geknikt- Zij had de houding van iemand, die niets te eisehen, maar slechts aan te nemen had, en nu zeide zij de zelfde woorden uit haar brief: „lk ben u hartelijk dankbaar, dat ik Karla voortaan weer zien mag!" Er ontstond een pauze. Toen antwoordde hij„lk geloof, dat ik het aan Karla verplicht ben". Hij zei dit eigenlijk, alleen om iets terug te zeggen. Zi.i ant woordde niet, maar keek hem met haar grijsblauwe oogen aan, die schenen te vragen: „Nu en?.. Ga je nu haast heen?" en het scheen hem toe, dat hij ook werkelijk hier niets meer te doen had dan op te staan en te buigen tot afscheid. En dan zou ook dit laatste voor altijd uit zijn en bleef er voor hem niets meer over. Maar terwijl hij zich bukt© naar zijn helm zeide Vera, die kaarsrecht tegenover hem zat, met de handen gevouwen in haar schoot: „Ik heb nog een verzoek „En dat is vroeg hij zoo koel als 't hem mogelijk was, maar zijn hart klopte. Hij was blij. zijn bezo( k Dog even te kunnen rekken. Zij aarzelde en zocht naar haar woorden. „Ik ben zoo dankbaar voor deze.deze gunsten mng ik wel zeggen, die mij ten opzichte van Karla worden toegestaan. Ik wilde nu graag van mijn knnt ook wat doen. „Ik begrijjj u nis» 1" GOOCHEM HONDJE. De gebr. Wieringa, voerlieden te Winschoten, had den voor een firma te Winschoten een wuggon ter verzending naar Duitschland geladen, waarbij ook hun hondje, een fox-terrier, tegenwoordig was geweest. Nadat de wagon behoorlijk verzegeld en verzonden was, bleek de fox verdwenen te zijn. Fox maakte wel eens meer kleine uitstapjes, een weelde die ulle goed geaarde hondjes zich wel veroorloven. En wie zou ook denken, dat fox het in zijn brein had gekregen om eens een buitenlandsch. uitstapje te maken? Eu toch was dat het geval. Fox had zich in den wagon laten opsluiten en ging zoo mee de grens over. Te Weenen kwamen de gestrenge heeren der douane den wagon inspecteeren. De zegels werden verbroken, de deur geopend en.... kwispelstaartend trad fox de heeren tegemoet. Gevolg: groote consternatie. Hoe kwam die hond1 daar? Een ander antwoord dan smokkelarij" viel er voor de heeren niet te geven. Een lange dreigende dienstbrief werd verzonden naar de afzenders van den wagon. Ouheldering werd ge vraagd in den bekenden gestrengen toon van de ge strenge douanen. En de arme fox werd „eingesperrt" en was zijn gouden vrijheid kwijt. Werd1 aan een bandje gelegd. Dat schijnt de fox minder goed te zijn bevallen en ernuftig als hij was maakte hij van zijn scherpe tan den een goed gebruik en knabbelde hij zoolang aan het touw, dat hem aan den Duitschen bodem gekluisterd hield, tot het stuk was. Toen had fox de maling aan al de gestrengheid der gestrenge heeren en mogelijk wel met een vroolijk gekef maakte lüj zich uit de voe ten. Aan wie fox den weg gevraagd heeft is niet be kend, maar doet ook minder terzake. Gisteren kwam hij te Winschoten terug, maar toch blij. Veel pleizier heeft fox van zijn buitenlandsch uit stapje niet beleefd. (W. Crt.) VERKIEZINGSACTIE. De volgende advertentie verscheen in een plaatse lijk blad te Weert: „Dankbetuiging aan de 442 kiezers, die geldig op mij gestemd hebben. Omdat ik geen drank heb gegeven en toch zooveel stemmen heb gekregen, geef ik 500 pond brood aan de algemeene armen van Weert, welke bedeeling zal plaats hebben a.s. Dinsdag 30 Ja- nuari na de Paters Hoogmis, omstreeks half negen, op het Raadhuis. Uw nederige dienaar Jan Laurens Re- nier Scholl." Ter inlichting weet De Tijd mee te deelen, dat Jan Scholl de vorige week in herstemming kwam als raadslid en een dozijn stemmen minder bekwam dan zijn legen-candidnat. ZENDING ONDER DE JODEN. De Gereformeerde Kerken maken in den laatsten tijd veel werk van de zending onder de Joden. Zoo is onlangs door den kerkeraad der Geref. Gemeente te Amsterdam besloten een missionair predikant, uit sluitend voor deze zending bestemd, te beroepen en deze in een gebouw iu de omgeving der Israëlietische buurt te laten optreden. In het „Centraalblad voor Israëlieten," woïdt door een inzender hierop de aandacht gevestigd en ter waarschuwing vertelt hij zijn ervaring over deze pro selietenmakerij in Den Haag opgedaan. „Na daartoe herhaaldelijk vergeefsche moeite aangewend te hebben, mocht ik Zondagavond 14 dezer het genoegen smaken, op „Mikweh Israel" bezoek te ontvangen van een 15-jarig meisje^ dat reeds eenige jaren, met toestemming der ouders de zendingsschool bezocht. De mededeelingen die ze mij daaromtrent verschafte, waren voer mij aanlei ding, geen middel onbeproefd te laten, dat meisje aan de handen van de zending te onttrekken. Aan vankelijk had ik er succes van. Drie zendingsbij eenkomsten had zij niet bezocht en Maandagavond was zij weder op „M. I." waar zij zich bijzonder amuseerde. Gisteravond werd ik echter gebood schapt, dat het meisje weer voor 't zendingshuis stond. Ik begaf mij er henen en trof haar daar werkelijk aan, in vereeniging met nog een 12-tal Joodsche meisjes, waaronder kinderen die beslist Zij keek voor zich uit op den grond. „Het kind kost toch een heeleboel geld! Reken al leen maai- den dokter 1 Ik draag daartoe niets bijl" „Dat is ook heelemaal niet noodig!" „Tot nu toe had ik het ook niet kunnen doen, daar ik geheel van mijn vader afhing. Maar nu waar ik toch heel gauw zelf over bepaalde sommen zal kun nen beschikken. Haar stem klonk aarzelend'. Hij antwoordde kort: „Dat staat er buiten!" „En waarom zou ik ook niet wat bijdragen?" „Omdat die sommen, waarover u spreekt, toch af komstig zijn van uw aanstaanden echtgenoot! Ik heb van vreemden geen geld noodig, om mijn dochter op te voeden Zij keek plotseling op en vroeg: „En waarvan be taalt u dan deze opvoeding?" Het was als een wraakneming, een speldeprik, met de bedoeling: „Doe niet, alsof ik alleen me verkoop! Jij gaf mij het voorbeeld!...." Hij vond niet dade lijk een antwoord. Het was waar: zij waren beiden, de een door den ander, zoo moe en willoos geworden, dat zij hun kracht en levensmoed hadden verloren!.. Zij wilden nu alleen nog maar rustig voortleven en -een goed onderkomen hebben als andere menschen.. Weer ontwaakte zijn woede, dat alles zoo had moe ten loopen door haarl Waarom had zij hem zoo arm gemaakt? Zonder noodzaak! En zichzelf daar bij Op dit oogenblik haatte hij haar weder. Zij was voor hem weer de verpersoonlijking van het ongeluk. En merkwaardig: in haar vluchtig op hem gerichten blik, meende hij dezelfde gedachte te lezen Hij brandde hem in zijn ziel. Zij zaten weer als vijanden tegenover elkaar. Eindelijk zeide hij heeseh: „U doelt op mijn gunstige financieel© omstandigheden, waaarin ik nu dank zij mijn tweede huwelijk verkeer. Maar juist daarom zal ons kind niet onder mijn <lak blijven. Het verblijf van Karla bij mijn moeder be strijd ik zelf uit mijn inkomen als kapitein. Wat dat betreft, is mijn geweten dus zuiver!" „Maar ik ben toch haar moeder, en (Wordt vartolfd.)

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1