DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Om het koude goud. Groote op Woensdag 17 April 1912. No. 89 Honderd en veertiende Jaargang. 1912 MAANDAG 15 APRIL. Herziening uitbreidingsplan der gemeente. FEUILLETON. BINNENLAND. Nationale te ALKMAAR Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagenuitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk fl,— Afzonderlijke nummers 3 Cents. Telefoonnummer 3. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. HERHALINGSOEFENINGEN. - De BURGEMEESTER der gemeente ALKMAAR gelast, krachtens bekomen aanschrijving, de onder staande hier wonende verlofgangers, om zich inge volge art. 80 in. verband met art. 114 der Militiewet (Staatsblad 1912, No. 21) bij hun korps te vervoegen als volgt: 4e Regiment Vesting-Artillerie, lichting 1905, gar nizoen Helder. ti Mei 1912: IIENDRICUS CORNEL!S IIAZES, ARIE GEELS, DIRK MIENIS, ADRIAAN SCHOEN, LAURENTIUS DENNEMAN, JOHAN NES NICOLAAS SCHOON, PTETER LAXGE- BERO, PETRUS ALBERTUS VAN DER GULIK. 2e Regiment Vesting-Artillerie, lichting 1907, gar nizoen Amsterdam: 24 Juni 1912: PI ETER VISSER. CORNELLS STEEN. Ie Regiment Vesting-Artillerie, lichting 1907. gar nizoen Utrecht: 17 Juni 1912: HERMAN ANTHONY HAARSMA. De verlofgangers worden hierbij gewezen op de na volgende bepalingen: lo. dat de miliciens-verlofgangers woonachtig in de plaats van opkomst, zich op den dag voor de op komst bepaald, uiterlijk te 8 uur voormiddags aan boord moeten aanmelden; 2o. dat de miliciens-verlofgangers woonachtig bin nen 20 K.M. van de plaats van opkomst, op den dag voor de opkomst bepaald, uiterlijk te 10 uur voormiddags aan boord aanwezig moeten zijn 3o. dat de overige miliciens-verlofgangers voor zoo veel zij binnen het Rijk gevestigd zijn, zich op den dag voor de opkomst bepaald, met het eerst vertrekkende openbaar middel van versneld ver voer van hunne woonplaats of naaste station naar de plaats van opkomst moeten begeven, en voor zooveel zij buiten het Rijk gevestigd zijn, zich op dien dag vóór 4 uur namiddags aan boord moeten aanmelden. Voor zooveel de miliciens* door ziekte oif om eene an dere reden niet tot den werkelijken dienst kunnen overgaan, worden zij verzocht daarvan vóór het tijd stip voor de opkomst bepaald, ter gemeente-secretarie mededeeling te doen. De Burgemeester voornoemd, G. RIPPING. Alkmaar, 9 April 1912. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van ALK MAAR, Gelet op artikel 28 der Woningwet, Brengen ter algemeene kennis, dat op de secretarie dier gemeente van heden af gedurende vier weken voor een ieder ter inzage is nedergelegd het ont werp van het plan tot herziening van het uitbreidingsplan der gemeente, welke herzie ning omvat het gedeelte, begrensd door den Berger- weg, den Spoorweg, de Hoevervaart en den Wester- weg (terrein, waarop de nieuwe ambachtsschool wordt gebouwd). Alkmaar, den 10 April 1912 Burgemeester en Wethouders voornoemd, O. RIPPING, Burgemeester. BONATH, Secretaris. Roman uit het Duitsch van GEORG II ART WIG. 11) -o- Zij was n.l. zonder veel omslag naar zijn kamer ge gaan, net of het van zelf sprak, dat zij bezorgd over hem was. Als een moeder had zij hem verpleegd. Met breikous en boek had zij urenlang naast zijn bed geze gen en later naast zijn stoel. En in haar kleine keu ken had zij krachtige soepen voor hem gekookt en zelf het droge, uitgekookte randvleesch gegeten. Voor hem liad zij haar ei gespaard cd een kale boterham voor lief genomen. Zoo was de band ontstaan, die den jongen, genialen man aan de oude juffrouw verbond. Hij toonde haar zijn dankbaarheid en eerbied bij iedere gelegenheid, die zich daartoe voordeed. Spoedig was het drietal in het groote, hel verlichte vertrek, door welks vensters het daglicht fel en onbe lemmerd binnenstroomde, en op lichaamsstudies, re liefs, teekeningen en bustes viel. Iu het midden op ren verhooging stond de Altheagroep. De indruk, die van het werk in ontwerp uitging, was reeds zeer groot. De verschillende personen kwa men wonderlijk mooi uit naast elkander alles was even natuurlijk. Juffrouw Siebold sloeg terstond! haar handen van verbazing in elkaar. Ute stond een oogenblik dood stil. Haar rijke en beweeglijke geest goot terstond leven in deze klassieke gestalten. De toorn van een moeder, die, alles vergetend, de hand aan haar eigen zoon slaat, vond zij hier meesterlijk uitgedrukt. Prach tig was de houding van de vrouw met haar hevigen toorn in overeenstemming. En dan, wat een moed straalde er van het gezicht van den held, die in het minst niet vreesde voor den vuurgloed die hem be- Paardenmarkt ALKMAAR, 15 April 1912. Terwijl de mijnwerkers in Engeland weer langza merhand aan den arbeid gingen eu de kolen daalden in prijs, is in do afgeloopen week eens nagegaan wat de staking' aan het Engelsche volk heeft gekost. .Men kwam daarbij tot de slotsom, dat de mijntverkers 72 jnilLioen, de fabrieksarbeider» 9G millioen gulden, de eigenaar» der mijnen 120 millioen gulden, de weer- standskassen 24 millioen gulden, schade hebben gele den, terwijl was de staatskas en de gezamenlijke be volking verloren hebben, op 88 millioen geschat wordt. De „Times" was er trotsch op, dat het Engelsche volk den, terwijl wat do staatskas en de gezamenlijke be llet blad constateerde, dat er bijna geen ongeregeldhe den waren voorgekomen. In een deel der Duitsche pers vestigde men vooral den nadruk op het fei,t dat het den minister-president Asquith gelukt was door een wet op de minimum-loonen een einde aan de sta king te maken. Men beschouwt dit geval als een prac- tisehe poging' op het gebied der sociale verzoening en benijdt Engeland zijn liberale regeering, welke men wel ganrne zou willen ruilen tegen de regeering van den heer v. Bethmann ITollweg, die voor een dergelijke politiek niet de kracht eu niet den moed heeft en daarom reactie moet te hulp roepen. Het Engelsche ministerie heeft verder deze week bij het Lagerhuis een wetsontwerp ingediend, dat de verleening van zelfbestuur aan de Ieren beoogt. De leren zijn in het parlement een onontbeerlijk bestand deel der regeeringsmeerderheid geworden, zonder wel ke het kabinet niet had kunnen doen, wat het gedaan heeft. Bovendien Engeland gaf ook aan zijn groo te koloniën zelfbestuur, eti meer en meer won de mee ning veld, dat het onrecht was, dit den leren langer te onthouden. Men herinnert zich, dat Gladstone in 1886 het Iersche vraagstuk wilde oplossen, Ierland een parlement en een afzonderlijk uitvoerend bewind wilde geven. Conservatieven en radicalen vereenig- den zich tegen dit plan en zij werden gesteund door de Protestanten in Ierland. Gladstone's poging- leed •schipbreuk en de nieuwe verkiezingen, gevolgd op de ontbinding van het Lagerhui», gingen tusschen Unio nisten, o. i. voorstanders van het behoud der eenheid in het rijk en „home-rulers". Met verpletterende meerderheid werden de Gladstone-mannen verslagen. In Ierland ontstond toen de boycot, in het parlement de obstructie. Langzamerhand kalmeerden de gemoe deren en in 1892 kwam Gladstone opnieuw aan het be wind en stelde ook weer zelfbestuur voor. Thans werd het betrekkelijke wetsontwerp door het Lagerhuis dreigde. Lang- stond zij voor het werk, maar haar gedachten volgden geheel andere wegen. Zij zr.g Karlson in den strijd tegen zijn voogd zij zag hoe hij een gemakke*- 1 ijko toekomst verwierp en een moeilijken strijd was begonnen voor zijn kunst. En aan een vrouw dacht zij, die hem zijn leven nog bemoeilijkte. Met een bedroefd hart. keek Ute naar Karlson. Hij bemerkte het echter niet. Met zijn, geheele ziel was hij bij de heilige kunst, in wier naam hij dit werk had geschapen. „Het marmerblok, dat hiervoor noodig was, zal wel zeer duur zijn geweest?" vroeg juffrouw Siebold, uit haar gepeinzen opschrikkend. Hij knikte. 1 te zuchtte diep. In zijn nabijheid had zij altijd de zelfde gevoelens: beklemmend, gelukkig, verkwikkend. Nu gebeurde het voor het eerst dat zij haar warme, zachte hand in de zijne legde. at wist de oude juffrouw, die haar brillendoosje opendeed, om haar oogen'met eeu bril te wapenen, van de zalige gevoelens*, die nu Karlson's hart door stroomden (reen woord uit kunnende brengen, boog hij zich over I te s vingers en kuste die. Toen liet hij haar hand zacht, bijna schuw uit de zijne glijden. „Ik moet u zeggen, beste jonge meester," zei tante Louise, die niets vermoedde van de gedachten, die de beide jongelui bezighielden en niet gevoelde dat dit een belangrijk moment voor de toekomst was, „dat uw kunst een bijzonder weldadige «rerking op mij heeft. Lr gaat heel wat meer van uit dan van verscheiden kunstwerken van den laatsten tijd. Daarom moet u ook wat ik van I te gekregen heb eerlijk met mij dee- len. Een paar bloemen zullen in dit vertrek geen kwaad doen en wat zoets zult u misschien ook niet versmaden. Er is zooveel bitter» in het leven, dat men van het goede zooveel mogelijk moet profiteeren." Ilij knikte. „\an dat bittere heb ik ruimschoots mijn deel ge kregen en nog ondervind ik het," zei hij. „Hoewel de figuur Althéa eeu zondige vrouw is, j aangenomen, maar nu trad het Hoogerhuis voor het j Unie-beginsel op en verwierp het voorstel' met overwel digende meerderheid, waarna Gladstone weer aftrad. Het liberale kabinet-Asquith heeft door indiening van de „Iersche bcstuurswet" getoond, thans de kwes tie tot een oplossing te willen brengen. De minister president' heeft er een schitterend pleidooi voor gehou den. Intusschen wordt er in Ierland zelf tegen het wetsontwerp geprotesteerd en wel door een protet- santsche minderheid. Deze tegenstand komt voorna melijk voor in do provincie Ulster en de Protestanten noemen zich Orangisten, eeu naam, die dngteekent uit den tijd van den koningin-stadhouder Willem III. Deze Orangisten vreezen, dat wanneer Ierland zich zelf bestuurt, de protestantsche minderheid onder drukt zal worden door de katholieke meerderheid. Zij hechten geen geloof aan de stellige verzekeringen van de Iersche nationalisten en de Engelsche regeering, dat dit niet zal geschieden, en het schijnt, dat zij zelfs wapengeweld niet zullen schuwen. In het wetsont werp zijn waarborgen tegen een dergelijke onderdruk king opgenomen. Het spreekt wel vanzelf, dat de liberale Engelsche pers bijzonder opgetogen is over het ontwerp en dat de andere bladen het niet genoeg weton af te keuren. Ook in liet Lagerhuis kwamen reeds voor- eu tegen standers aan het woord, maar het lijd't geen twijfel, of het ontwerp zal, zij het dan ook na hartstochtelijke besprekingen, worden aangenomen. Er hebben deze week weer enige Franseh-Engel- sche vriendschapsfeesten plaats gehad. Nabij Nice is een gedenkteeken voor koningin Victoria van Enge land onthuld en to Cannes een monument voor ko rfing Eduard VII. De Vrijdag gewisselde redevoerin gen tusschen den Franschen mi nister-president en den Engelschen gezant waren wel hartelijk, doch droegen geen politiek karakter. Ander» was het evenwel Za terdag. Toen deed de gezant uitkomen, dat koning Eduard gestreefd had naar het totstandbrengen van een harte lijke vriendschapsverhouding en dit feest- bewees, dat de wensch van koning Eduard volkomen in vervulling gegaan was. Hierop nam de minister-president Poincaré het woord. Hij bracht in herinnering, dat de Koning het misverstand, dat tusschen Frankrijk en Engeland met betrekking tot eeltige aangelegenheden had bestaan, uit den weg geruimd en tevens een verbinding uitge dacht had, waarmede hij de twee groote volken samen gebracht had in den gemecnschappeLijkeu wensch naar vrede en arbeid, zonder uittartend te zijn of aanval lende btxloeliiigeii te hebben tegen wie ook. Hoewel zij door geen formeel verdrag was beklonken, had de Engelsch-Rus8ische overeenstemming het Europeesche evenwicht toch minder onzeker en den vrede minder onbestendig gemaakt. Koning Eduard was een vre- desstickter met temperament, smaak en overleg. Wan neer hij Frankrijk de beste vriendin van Engeland vind ik haar toch koninklijk schoon," ging tante Sie bold voort, haar brillendóos weer opbergend. Er zijn in de tegenwoordige families velen, die, zoo behandeld worden als' do held van dit stuk het is een pijnigen en martelen, soms gelijk aan het sterven op den brand stapel, maar tegenwoordig speelt het geld in dat dra ma vooral een hoofdrol. Ik weet waarlijk niets dan goeds vtrti uw ontwerp te zeggen." Ute was nadat Karlson haar hand gekust had, droo- me.rig blijven staan. Zij had haar oogen een oogenblik gesloten en nu zij ze weer opende en om zich heen zag in het vreemde vertrek, kreeg zij een gevoel of zij uit een' droom ontwaakte. Met schrik dacht zij er aan, dat zij in de koude werkelijkheid terug moest. „Ik moet helaas weg," zei ze snel, ,,alsi ik nog even bij u zal zitten tante Zij voelde dat Karlson onafgebroken naar haar keek en verbleekte. „Ik dank u hartelijk," bracht zij met moeite uit. „Mij dankt u, terwijl u mij zooveel genoegen heeft gedaan door mijn werk te bezien?" vroeg hij levendig. „Dat is de verkeerde wereld." „Wilt u misschien uw aandeel van wat Ute gebracht heeft dadelijk in ontvangst nemen, terwijl mijn nicht cr getuige van is?" stelde tante Louise voor. „Het is mij op 't oogenblik niet mogelijk moe te gaan," zeide hij, haar magere hand hartelijk druk kend. „Nu dan zullen wij u alleen laten in het gezelschap van die toornige dame daar," zei tante Louise naar zijn kunstwefk wijzend. „Kom Ute, dan gaan wij een en ander voor hem inpakken." De frissche lucht, die haar tegemvoei., toen zij over de binnenplaats gingen, verjoeg' de betoovering, d'ie in het atelier over Ute gekomen was. „U zult het niet willen gelooven," zei ze toen zij weer in de kamer van tante Louise waren aangeko men, „maar het is een feit dat oom Sqden niet meer onze huisdokter wil zijn." „Wat zeg je?" vroeg tante Louise, haar doek van hot hoofd nemend. Zij kon haar ooren niet gelooven. „Hij wil niet meer bij ons komen als dokter. Er genoemd heeft, dan gaf hij aan deze vriendschap zeker geen beteekenis, waarover de andere mogendheden zich beklagen of opwinden mochten. De weldaad van een voor alle naties waardevollen vrede is voor een republikeinsche democratie noodig. Frankrijk zelf dacht or niet aan eenig ander volk aan te vallen of uit te tarten, doch om zelf niet aan gevallen of uitgetart, te worden, had' het te land en ter zee behoefte aan een voldoende strijdmacht. liet moest in de allereerste plaats tot waarborging van zijn rechten en zijn waardigheid rekenen op eigen krach ten, alhoewel heb daarbij ondersteund' werd1 door de du- gelijksche medewerking van vriend en bondgenoot. De Italianen hebben een nieuw punt aan de kust van Tripolis bezet, n.l. Zoeara, een plaats, welke cenige tientallen kilometer» ten westen van de hoofd1- stad en oase, vlak bij de Tunesische grens is gelegen. Zoo heet het uit Italiannsche bron. Do Turken daar entegen beweren, dat de Italianen tevergeefs de stad bombardeerden en dat de Turkseh-Arabische troepen erin slaagden, een Italiannsch detachement te Vernie tigen. Het blijft dus steeds hetzelfde met de berichtgeverij. Ook ten aanzien van de vredespogingen nu eens 'heet het dat het daarmee best stunt, dan Weer, dat men niemendal opschiet. Het zou ons niet verwonde- ion, dat dit geheele spellctjo tenslotte afliep met een betuiging van leedwezen, dat de mogendheden tever geefs getracht hebben een einde te maken aan het conflict. Uit China kwamen weer berichten over gisting onder de troepen in het Zuiden. Nog gevaarlijker schijnt de situatie voor de republiek in het noorden te zijn. De troepen verklaarden daar openlijk hun onte,- vredenheid over den nieuwen staatsvorm. Nieuwe, bloedige botsingen moeten er elk oogenblik kunnen uitbreken. Het blijft zeer do vraag of een man, die zich niet óp een dynastiek gezag kan beroepen, die niet het genie van een veroveraar heeft, ma-nr zich zelf aan het hoofd van een vierhonderd'millioenen volk heeft ge steld, in staat zal zijn de hervormingsbeweging te blijven leiden. Kwamen er deze week al niet beirchten over het herstel der Mantsjoe-dynastie? w. Z. K. II. 1'RINS HENDRIK. De reis van Z. K. H. den Prins naar Londen, waar van het hoofddoel is een bezoek aan do Nederlandsche afdeeling van de tentoonstelling betreffende steden- c-u pluttelandsWobingen, is als volgt geregeld: De Prins zal Woensdag 24 dezer met. een nachtboot van de Maatschappij Zeéland naar Londen vertrekken en aldaar, vergezeld van Zijn adjudant majoor jhr. kwam van morgen om tien uur een brief van hem toen wij ana het ontbijt zaten." „En wat is daarvan de reden, deuk je?" vroeg tante Louise, ten hoogste verbaasd. „Ik heb er in 't geheel geen vermoeden van." „Dan zal ik het je zeggen," riep do oude juffrouw haar zwarte, wollen handschoenen snel uittrekkend. „Familiegeklets familiegekoukel, kind! Als hij i iet meer jelui dokter is, kan hij natuurlijk in 't ge heel niet meer bij jelui a-an huis komen. Wat, zei je vader ervan?" „Dat er dokters in overvloed' waren." „En mama „Haalde de schouders op. Zij vond het belachelijk, zei ze." „Ik wist niet wat er tusschen hen is voorgevallen en hield mij dus stil. En bovendien," voegde zij er niet zonder bitterheid aan toe, „mijn stem komt toch niet in aanmerking. Ik ben slechts tot last, omdat ik niet als jongen ter wereld ben gekomen. Do adellijke lijn van de Biekenbachs sterft met papa weer uit en zijn groot vermogen gaat later in vreemde handen over door mijn schuld." „Wat een onzin!" riep juffrouw Siebold ongeloovig. „Neen, neen zoo iets moet je niet zeggen." „Nu, maar het is toch maar zoo," zei Ufo, langzaam over haar voorhoofd strijkend. „Ik kan dat u wel in vertrouwen zeggen, tante, t Is waar omdat ik geen man ben, geen stamhou der, daarom heb ik heel wat harde woorden moeten aanhooren. liet heeft mijn jeugd vergald. Maar de buitenwereld heeft daar natuurlijk nooit wat van ge merkt. De Schijn wisten ze altijd1 wel te redden." „Och lieve Ute," zei Louise Siebold, haar arm om het meisje heen slaande, „zou je je dat nu werkelijk niet verbeeld hebben. Jij bent toch geen dochter om hard tegen te zijn. Ouders behoeven toch iemand als jij niet te kastijden?" „Toen ik twaalf jaar was," zei Ute, peinzend in de verte starend, „luisterde ik het was op den verjaar dag van papa 's avonds bij toeval een gesprek van mijn ouders af. Papa zei: Hoe geheel anders zou zijn vreugde vandaag geweest zijn als een zoon mij geluk gewensehL had. Ik kan en wil de hoop nog Diet óp- geven, dat mijn liefste wensch vervuld zal worden (Wordt vervolgd),

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1