PINK PILLEN Als de lamp des levens begint uit te gaan VERZWEGEN STADSNIEUWS. Eiüi neemt de zwakte van al de zoo teergevoelige organen van het lichaam toe. Er vloeit eene merkbare vertraging van al de werkingen uit voort langzame en moeielyke spys- vertering, verstopping, slapeloosheid, koude handen en voeten, algemeene zwakte, unneopstopping. Dan is het oogenblik gekomen om de Pink Pillen te gebruiken, die de werking van al de organen zullen versterken, die ze zullen opwinden, om zoo te zeggen, zooals voor eene pendule een sleutel doet, die men een paar malen omdraait, of zooals een lamp die men met petroleum vult. De Pink Pillen zyn de krachtigste hernieuwer van het bloed, de krachtigste versterker van het zenuwgestel. Zy geven bloed, bevorderen den eetlust, verschaffen een rustigen en verkwikkenden slaap, herstellen de vermin dering der krachten door lichamelyke of geestelyke over spanning veroorzaakt. dag, op de schouders van zijn bewonderaars naar zijn rijtuig gedragen. En terwijl de koning met zijn familie in hun equi page stapten, daverde de lucht van toejuichingen, die zoowel den koning als den stierenvechter golden. Door BERNARD CARTER. Opeens ontdekte Marianne dat zij op Theodoor ver liefd was. Zij ervoer het met een schrik, met een ge voel van groote pijnlijkheid! en als een bedrukking bleef het op haar rusten, den heelen dag. Hoe zij, een getrouwe vrouw met twee lieve kinderen, waar zij véél van hield, was verliefd geworden op den besten vriend haars mans? Hoe was zij er toe gekomen? Zij had vroeger wel in romans er over gelezen en later ook wel in den schouwburg, samen met Wiebe, haar man, van die echtbreuk-blijspelen en drama's gezien. Maar zij had zich nooit kunnen voorstellen, dat z ij daar ook slachtoffer van zou kunnen worden* zij de streng op gevoede, wat stijve burgerdochter van deftige huize. Zij had zelfs dikwijls met Wiebe er over gesproken, dat er blijkbaar weinig stof in de wereld was, dat al die schrijvers het maar altijd weer over die echtbreuk hadden. En 't kwam toch zoo zelden voor. Er moest toch heel wat gebeuren, voor een vrouw er toe zou kunnen overgaan, man en kinderen te verlaten om een ander te volgen, die zeker een slecht menseh moest zijn. Want alleen een slecht menseh kan een vrouw eer en plicht doen vergeten. En nu moest zij zich zelve bekennen, dat zij zoo'n slecht menseh lief had. Maar hoe geheel anders was de werkelijkheid toch dan wat in de romans stond of op het tooneel vertoond werd!. Haar geval zou een voudig weg niet beschreven kunnen worden of ver toond. Kort na hun huwelijk had zij zoo, zonder dat zij het bepaald wilde, langzamerhand alle vrienden van haar man een beetje van hem verwijderd. Zij kon het eigenlijk niet goed velen, dat Wiebe zooveel met hen op had. „Je denkt meer aan je vrienden dan aan mij," had ze wat bits gezegd. Het was wel niet waar, want Wiebe was vol liefde voor haar, maar ze kon nu eenmaal 't niet uitstaan, dat Wiebe niet altoos aan haar dacht en geheel en al voor haar was. Zij hield immers zooveel van hem. Ru, zoo was dan Wiebe werkelijk geheel alleen voor haar geworden en alleen Theodoor Holting was huis vriend gebleven. Maar Theodoor was dan ook zoo ge heel anders dan alle anderen. Die begréép je dadelijk zoo. Hij was in de eerste maanden na het huwelijk maar zelden gekomen en dan nog altoos heel kort ge bleven. Langzamerhand, toen het thuis een beetje leeg werd en vriendenbezoek een aarigename afwisse ling bood, had zij Theodoor geanimeerd, om toch wat meer te komen en Theodoor was voortaan eiken Woensdagmiddag en eiken Zaterdagmiddag komen eten. 's Avonds waren ze dan gezellig bij elkaar ge bleven zoo met zijn drietjes of zij waren samen uitge gaan. Theodoor was levendig van aard, hij was soms gees tig ook en hij kon zoo spotten, dat Wiebe en Marianne eikaar met een blik van verstandhouding aanzagen, dat hij 't nu werkelijk te bont maakte. Hij was bijzon der sterk in 't nadoen van' allerlei soort dominee's; Wiebe had daar wel pret in, vooral als hij dan dominé Verschaffeit nadeed, waarbij zij samen op catechesatie waren gegaan en die de „n's" zoo pijnlijk uitsprakv.of dominee Oudtbloet, die fte r diep in de keel als „chg" zeide. Maar Marianne hield e rniet bijster van. Zij was heelemaal geen femelaarster maar je mocht zóó iets toch niet doen. Het eerste kindje, een flinke jongen, werd naar Theodoor genoemd. Dat had Ma rianne zoo gewild. Wiebe was voor een oud-Frieschen naam geweest, het liefst hadi hij zijn eerste kind Sibbe genoemd, naar wijlen zijn vader. Maar Marianne vond Sibbe zoo onaangenaam van klank, er zit zoo iets „sips" in, zei ze. „Dan' zit in Wiebe ook iets on aangenaams, daar zit wiebelen in." „O", had ze lachend gezegd, „er zit in Wiebe nog heel veel meer onaangenaams." „Zoo? En wat dan?" vroeg haar man, op zijn teentjes getrapt. „Van die echte mannen-eigengerechtigheid. Altoos jelui zin doordrijven." En zij had den kleine op haar bed1 geno men. Toen was 't pleit gewonnen en het kind was Theodorus gedoopt. Het kind was prachtig opgegroeid en Theodoor was dolveel van zijn petekind! gaan houden. Hij had een- groote smart in zijn leven gehad en was ongetrouwd gebleven, zijn eerste liefde niet kunnende vergeten. Maar hij sprak er nooit over. Als Marianne er eens over begon te spreken om hem te troosten* begon hij dadelijk spotternijen te zeggen. Dat was zoo zijn ma nier, om zijn smart te verbergen. En eens had hij ge zegd: „Men moet zijn smarten niet in de wereld1 te koop dragen en vooral ze niet bij zijn. vrienden in huis brengen. Dat is ongevoelig. Anderen kunnen je niet helpen. De Chineezen die een volk van goede vormen zijn, hebben de gewoonte te glimlachen bij anderen, ook al zijn ze nog zoo ongelukkig. Ik ben een Chi nees, Marry, al heb ik ook een kaalte waar zij een staaft dragen!" En hij had zelve geglimlacht. „Mar ry", zoo noemde hij zijn vriendin, had echter, toen hij weg was, om hem gehuild en zij was stil geweest te genover Wiebe, denkend, waarom ben jij toch zoo te vreden en gelukkig en lijdt die arme Theodoor zoo. Hij is toch zoo'n goed, welmeenend menseh. En zij had het zoo langzaam er toe gebracht, dat Theodoor niet meer eiken dag in een restaurant at, maar bij hun thuis en omdat Theodoor dat niet voor niets wil de hebben, was afgesproken, dat dan Theodoor zijn pleegkind' elk jaar op zijn) verjaardag een spaarbank boekje mocht geven. En zoo had Theodoor een tehuis gevonden bij zijn besten vriend en zijn allerliefste vriendin en hij had nu een „zoon" ook. Wiebe voedde den jongen streng op, maar Theodoor verwende hem en de vrienden kregen wel eens kibbelarij over het op voedkundig systeem* ja nu en dan hoogloopende ru zie, die dan door Marianne bijgelegd werd. Want zij kon Wiebe er dan zoo van overtuigen, dat het toch liefde van Theodoor was voor hun kind en dat, als hij onverschillig was voor hun kind, hij toch zeker niet tot zoo'n ruzie zou komen, hij, die zichzelf zoo meester was, nóóit over zijn eigen smart sprak, die toch zoo vreeselijk moest zijn. Een meisje lief gehad te heb ben en haar kort voor 't huwelijk door den dood te moeten verliezen 1 Het tweede kind was gekomen, een gezond meisje, dat Sytske was gedoopt. Alle drie waren het er over eens geweest. Toen was Theodoor een tijdlang weg geweest. Hij had op Java de leiding gehad bij 't bou wen van suikerfabrieken. Zij hadden trouw gecorres pondeerd en reeds toen was 't bij Marianne opgeko men, dat zij voor Theodoor toch te veel vriendschap voelde, want zij schreef hem te veel en haar leven was ingedeeld in perioden1 van brief tot brief, dien zij van hem ontving. Toen na zijn terugkomst was zij er zich plotseling bewust van geworden. Zij had Theodoor lief. Het moest wel zoo zijn. Riet dat zij Wiebe, haar man, haatte. Zij voelde achting en genegenheid voor hem. Zij moest zichzelve bekennen, dat zij eigenlijk nooit anders voor hem gevoeld had en dat gevoel voor liefde had gehouden. Ru zij de echte liefde gevoelde, kwam dit besef tot haar als iets drukkends, iets doodelijks, dat haar mat en levensmoede maakte. Maar zij wist ook dadelijk, dat zij niet aan haar passie zou toegeven. Daartoe had zij teveel plichtsgevoel. Zij zou onver biddelijk voor haar man geweest zijn, indien hij afge- Verkrijgbaar a f 1.75 per doos en f 9 per zes doozenbij het Generaal-Depot der Pink Pillen, van Eeghenlaan 22, Amsterdam. Te Alkmaar bij Nierop en Slothouber, Langestraat 83. weken was. Maar nu zou zij voor zichzelve even streng zijn. Zij kende haar weg. En na een week van lijden en overpeinzen, zeide zij tot Theodoor, dat zij zich in de laatste tijden zoo zwak gevoelde en dat zij verandering van lucht noodig had. Zij zou met Wiebe op reis gaan. Theodoor keek haar aan, keek haar lang aan, zag hoe zij bleek was geworden. „Maar ik kan met' jelui meegaan „Reen, Theodoor, je kunt niet medegaan. Maar vraag mij nooit waarom." Ru werd hij bleek. „Ik zal gaan", zei hij zwak. „En ik begrijp waarom ik gaan moet. Mijn eenige troost is, dat i k nooit aanleiding heb gegeven tot deze verwijdering." „En mijn troost, dat je mij zult blijven achten." „Onze troost Marianne, dat wij allebei het respect over onszelf niet behoeven te verliezen. Ik ga weer naar Indië. in de suiker.om mijn leven te ver zoeten. En jij zult mij nooit weer terugzien." Toen hij voorgoed weg was, begon Marianne zacht jes aan weg te kwijnen. Zij had haar zoon een ande ren naam gegeven, noemde hem nu Sibbe. Wiebe be greep niet, wat zijn vrouw deerde. De doctoren meen den tuberculose en zenuwen. Zij verviel, werd bleek, mager, schuw. Maar zij bleef leven en voedde haar kinderen met liefde op. Het was deze plicht waaraan zij zich vastklampte om zich staande te houden. En haar leven werd eentonig, automatisch; zij lachte nooit. Zij overleed twaalf jaren later, zacht en kalm, kort na het huwelijk van haar dochter. Wiebe geloofde vast aan tuberculose, zooals de professor had gezegd. Hij wist niet, dat een vrouw langzaam wegkwijnen kan, onmerkbaar langzaam aan die groote kwaal van het vewwijgen. PREDIKBEURTEN TE ALKMAAR. 12 en 16 Mei 1912. Groote Kerk, 10 uur, Ds. Kloosterman. Avond 6 uurDs. Verwaal. Cat. Zond. 29. Hemelvaarts dag, 10 uur, Ds. Vinke. Avond 6 uur, Ds. Ver waal. Kapel, 10 uur, Ds. Vinke. Evang.-Luth. Kerk, 10 uur, Ds. H. Makkink. Hemelvaartsdag, geen dienst. Doopsgez. Kerk, 10 uur, Ds. Westra. Hemel vaartsdag, geen dienst. Rem.-Ger. Kerk, 10 uur, Ds. de Regt. Hemel vaartsdag, geen dienst. Geref. Kerk, 10 uur en avond 6 uur, de heer Kui per, candidaat. Hemelvaartsdag, 91/2 uur, Ds. Im- peta van Katwijk. Hersteld Apostolische Gemeente, Toussaintstraat voormiddag 10 uur en namiddag 5 uur, godsdienst oefening. Godsdienstoefening van de Heiligen der laatste dagen kleine zaal Harmonie, 5 uur. Consistorie Geref. Kerk, Oudegracht D 83. Zondag middag 3 uur, vergadering van de Jongelingsvereeni- gmgr Paulus." Gebouw Waakt en Bidt. Laat. Zaterdagavond van 81/» tot 10 uur, vergadering van de Christelijke Jonge- lingsvereeniging „Zacheus", voor jongelingen boven 16 jaar. Zondagmiddag van 5Vi tot 7 uur, vergade ring van de Christelijke Rnapenvereeniging „Timo- theus", voor knapen van 12 tot 16 jaar. IRGEKOMER PERSORER. D. Rezelman, hotelhouder, n.h„ Koorstraat 20. J. E. M. Caous, strijkster, n.h., Schermerweg 28. H. Brandse, bleeker, n.h., Schermerweg 18. J. Reuijl* si- ga rensorteerder, n.h., Clarissenbuurt 59. R. Roskam, gezelschapsjuffrouw, n.h., Kennemerstraatweg 142. B. Hoppe, los werkman, n.h„ St. Annastraat 16. J. H. Rollet, zonder beroep, r.c., Voormeer 20. J. Zwaan, dienstbode, n.h., Langestraat 9/11. Wed. C.A. Pran- ger-Troostheijde, zonder beroep, n.h., Snaarmanslaan 72. C. Prinse, dienstbode, r.c., Kennemerstraatweg 11. G. Mors, dienstbode, d.g., Kennemerstraatweg 142. G. J. van der Leest, zonder beroep, n.h., Overdiestraat 32. M. Langereis, dienstbode, n.h., Kennemerstraat weg 63. J. Kater, zonder beroep, n.h.,Metiusstraat 9. E. Ch. Kaan, zonder beroep, geene, Metiusstraat 9. J. J. Velthuijs, timmerman, d.g., van der Woude straat 33. A. A. Smit-Schouten, zonder beroep, r.c., Rieuwesloot 125. M. Ran', zonder beroep, r.c., Lange straat 28. K. Out, zonder beroep, r.c., Forestusstraat 20. R. Mieldïjk, werkman, n.h., Compagniestraat 15. K. Hoek, koopvrouw in manufacturen, r.c., Oude gracht 68. Wed. F. Heijde, zonder beroep, r.c., Klein Hieuwland 3. F. II. Henderson, 1ste luit, kwartierm., geene, van E verdingenstraat 14. M. C. Fogteloo, zon der beroep, n.h., Steijnstraat 35. J. Boots, boeren knecht, r.c., Overdiepolder 1. C. Boots, landman, r.c., Overdiepolder 1. J. de Jong, kastelein, r.c., Stations weg 37. A. Hille, landbouwer, r.c., Westerweg 144. W. Twint, boerenknecht, r.c., Achterdam 11. C. Wilken. pakhuisknecht, e.l.. Tuinstraat 63. A. Schoonewil, timmerman, n.h.. Hoorderkade 11. H. Smorenberg, stoker, r.c., Verl. Landstraat 16. R. Woudt, dienstbo de, geene* Kennemerpark 25. C. van der Oord,, n.h., geene, Koningsweg 27. R. Knoppers, zonder beroep, n.h., 2e Tuindwarsstraat 23. D. J. Wuijs, slagers knecht, n.h., Ritsevoort 42. G. A. van der Wal, dienst bode, n.h., Oudegracht 198. G. J. Poel, kweeker, n.h., Huiswaard 2. M. Jannes, landbouwer, r.c., Popelmans- laan 15. II. Droge, winkelbediende, r.c., Langestraat 17. J. Veerman, banketbakker, n.h., Kennemerstraat weg 7. D. Moerbeek, barbier, n.h., Luttik-Oudorp 70. G. Molenaar, arbeider, r.c., Limmerhoek 28. VERTROKKEH PERSORER: W. van der Meij, sigarenmaker, d.g., Stuartstraat 45, Amsterdam. R. Lingen, banketbakker, r.c., I.an- gestr. 39, Amsterdam. C. C. G. Korving, winkeljuf- frou, r.c., Ilouttil 42, Zaandam. M. Tolk, huishoud ster, n.h., Houttil 5, Amsterdam. II. Staal, koopm. in galanter., n.h., Bloemstraat 18, Schagen. J. Venen- berg, werkster, n.h., Bloemstraat 18, Schagen. P. Pels, zonder n.h., Houttil 36, Ilarlingen. J. Ulrich, dienstbode, n.h., Snaarmanslaan 20, Bloemendaal.. W. Stutner, ass. huishouding e.l., Geestersingel 17, Ber gen. P. Molenaar, spoorwegarb., geref., Bergerweg 52, Velsen. V. L. M. Jonker, timmerman, r.c., St.- Annastr. 20, den Haag. M. Fernéede Jong. zonder, n.h., Overdiestraat 8, Beverwijk. J. Kroon, dienstbo de, r.c., Rplaan 92, Heilo. E. Hoekstra, dienstbode, r.c., Rieuwesloot 75a, Sterkrade. W. Bakker, boeren knecht, r.c., Z. Houtlaan 6, Heilo. C. Wallaart, gas- stoker, n.h., Stuartstraat 35, Koedijk. J. L. Hofkamp, kinderjuffr.. Vrije Gem., Langestraat 66, Hilversum. J. M. de Louw, dienstbode, n.h., Oudegr. 275, H. H. Waard. J. M. Lambeek, dienstbode, e. 1., Oudegr. 34, II.H. Waard. R. de Boer, dienstbode, n.h., Hieuwlan- dersingel 40, Berkhout. D. P. Lems, ass. posterijen, n.h., Gashouderstr. 22, Arnhem. C. Blokker-Butter, huishoudster, n.h., Stuartstr 35, Koedijk. C. M. van Dijk. zonder, n.h., Snaarmanslaan 112, Rotterdam. E. Hemmelder, zonder, n.h., 1ste Kanaalstraat 4, Schoorl. G. M. Velthuis, zonder, n.h., St.-Ann.astr. 41, Amsterdam. M. M. Jonker, zonder, r.c., Zeglis 135, H. H. Waard. F. J. Kuipers, machinist, v. d. Woudestr. 33, den Haag. „DE WATERSPORT." Heden ontvingen we het eerste nummer van een geïllustreerd tijdschrift voor de zeil-, roei- en motor- bootsport, getiteld „de Watersport)," dat in de maan den Januari, Februari, Maart, October, Rovember en December éénmaal per maand verschijnt, in de maan den April, Mei, Juni, Juli, Augustus en September tweemaal per maand. Dit eerste nummer ziet er keurig verzorgd uit, uiterlijk zoowel als inhoud noodigen uit tot een nade re kennismaking met dit tijdschrift, waaraan tal van medewerkers verbonden zijn, wier naam geen onbe kende is in de sportwereld. Het titelblad geeft een mooie foto te aanschouwen van den boeier „Illudana" van den heer J. E. Kuipers te Leeuwarden; uit een inleidend artikel van dr. W. II. Teupken uit den Haag „Hou Zee," blijkt dat ge tracht zal worden een band te vormen tusschen allen, die zich op 't water begeven, en dat er op watersport gebied in de Nederlandsche literatuur bijna niets is te vinden. „Wij zeilen uit met het nieuwe scheepje naar een onbekend verschiet. Al blinkt ook in de verte een gladde zee, toch dreigt nog de branding. Maar het getij is mee, een gunstige windi bolt de zeilen en de bemanning is vol goeden moed," aldus eindigt de in leider. Het verdere gedeelte van dit eerste nummer is al lereerst gewijd aan de zeilsport en laat mooie oliché's zien van de jachten der zeilvereeniging „het IJ,' den dag van den openingstocht, den 28sten April 1912, be nevens uitstekend geslaagde opnamen van eenige an dere zeilschepen. Dan volgt de roei-sport, vervolgens de motorboot-sport. Telkenmale is de tekst versierd met keurige illustraties, waarvan vooral die van den openingstocht van de roei- en zeilvereeniging „de Amstel" de aandacht trekken. Zoowel van de zeil-, de roei- als de motorbootsport zijn agenda's opgenomen, waarop de wedstrijden voorkomen, d'ie reedis voor dezen zomer in Holland en in het buitenland zijn vastgesteld. EER RIEUW BOEK OVER HOLLARD. Raar ons gemeld wordt, zal binnenkort verschijnen bij La Rivière Voorhoeve te Zwolle een reisboek voor Nederland, getiteld „Door Hollands Watertuin en Heuvelland", samengesteld door een bekend jour nalist, onder pseudoniem Johan van de Haghe te VGravenhage. Het geeft een beschrijving van ons geheele land, verdeeld in elf hoofdstukken, die ieder een' Provincie behandelen. Riet droog, maar gezellig geschreven in verhalenden trant, afgewisseld' door allerlei aardige, historische anecdoten, korte versjes of gedichtjes. EER PAAR BLADGROENTEN. Onze landbouwkundige correspondent schrijft: Zomerspinazie is wel het eerste, wat op den kouden grond in onze tuinen wordt uitgezaaid. Voor een nachtvorstje is deze bladgroente dan ook niet bang en benadeelt in dezen tijd dan ook weinig haar verdere ontwikkeling. Ze wenscht een grond* die in uitste kende bemestingstoestand verkeert en vooral de vraag naar stikstof is voor deze plant groot. Op een Rijks proefveld te Sappemeer werd verleden jaar een bemes- tingsproef genomen bij spinazie met het doel om na te gaan tot hoeverre een chiligift bij deze teelt voor- deelen oplevert. Het proefveld bestond uit 4 perceelen, elk 1 Are groot. De bemesting en opbrengst was aldus: Perceel Chili Super Patentkali opbrengst I. 3 K.G. 6 K.G. 4 K.G. 166 K.G. II. 5 K.G. 6 K.G. 4 K.G. 242 K.G. III. 6 K.G. 4 K.G. 219 K.G. IV. 7 K.G. 6 K.G. 4 K.G. 278 K.G. Uit de opbrengstcijfers blijkt voldoende, dat hier de hoogste chiligift 7 K.G. per Are zich nog goed betaald maakte. Vergelijken' w© hier perceel I met perceel IV, dat i» een verschil van 112 K.G. spinazie, dan is' dit zeker in het voordeel der meerdere gift chili. Dat perceel III minder opleverde dan perceel II moet natuurlijk toegeschreven worden aan 't weglaten van 't phosphorzuur. Als men chili strooit, moet men het zoo fijn moge lijk geven. Ook doet men verstandig daarna het bed te begieten, daar chili op vochtig blad niet mag blij ven liggen. De te sterke oplossing zou het bladweef sel vernielen. Dat dit zout direct gunstig werkt, blijkt reeds na een paar dagen. Het blad wordt donkergroen van kleur en men krijgt een weelderige bladontwikkeling. Het is beter de noodige chili in 3 maal dan ineens uit te strooien. Een gelijk succes verkrijgt men als men zijn raap stelen, die vooral dicht gezaaid moeten worden, chili geeft. Door de snellere groei wint dit gewas in malschheid. Wanneer de plant voor gebruik gereed is, trekt men ze uit. Afsnijden om later nog eens weer te kunnen plukken, verdient geen aanbeveling. De tweede snee wordt te grof, het malsche, dat we bij het eerste jonge groen aantreffen is verdwenen. W. Ingezonden stukken. Geachte Redactie. Het onderschrift onder mijn ingezonden stukje in Uw blad van Maandag 6 Mei noopt mij tot onder staande vraag: Wanneer in de „Alkmaarsche Courant" een bericht voorkomt met den aanhef „Men schrijft, ons" en een uwer lezers twijfelt "aan de juistheid daarvan, kunt Gij u dan vereenigen met het gegeven antwoord? („Dergelijke vragen richt men niet, als men wat weten wil, tot de Redactie van een dagblad, maar tot het college omtrent welks handelingen men ingelicht wil zijn.") Indien dat zoo is, vind ik het zeer gewenscht, dat al uwe lezers dat zeer goed in hun geheugen prenten, opdat zij weten, dat wanneer de „Alkm. Courant" iets meedeelt met den aanhef „Men schrijft ons", zij zich dan niet meer hebben te wenden tot de „Alk maarsche Courant" om opheldering. 'Met dank voor de opname. EER BELANGSTELLENDE. [De bedoeling van „een belangstellende" is ons niet recht duidelijk. De zaak toch zit zoo: „Men" schrijft ons een bericht. „Men" is in dit ge val iemand, wiens persoonlijkheidr waarborgt, dat het bericht juist Is en wij hebben dus niet het minste be zwaar om zijn mededeeling te plaatsen op de wijze, waarop dit is geschied. „Een ■belangstellende" vraagt nadere inlichtingen. De inzender van het bericht kan deze niet verschaf fen. Om den1 „belangstellende" een genoegen te doen zenden wij zijn vragen door naar het college, dat bij de zaak betrokken is en krijgen tot dank van den „be langstellende" bovenstaand stukje terug. Natuurlijk hebben wij het onderschrift slechts te billijken, ook al zijn' wij het er qua publiciteits-or- gaan uiteraard niet mee eens. Wij kunnen het college toch niet sommeeren de gevraagde inlichtin gen te verschaffen. Wat hebben nu eigenlijk „al onze lezers in hun ge heugen te prenten"? Als het de moeite waard was zou het alleen dit zijn, dat er „een belangstellende" is, die spijkers op laag water zoekt of bedoelingen heeft, welke hem blijkbaar liever niet met open vizier voor de lezers doen verschij nen. Red. Alkm. Ct.]

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 6