DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Om het koude goud. m2 No. 117 Honderd en veertiende Jaargang. ZATERDAG 18 MEI. STA DSN IE TJ WS FEUILLETON. Dit nummer bestast uit 3 bladen MEETING VAN DEN BOND VAN NEDER- LANDSCHE ONDERWIJZERS. In de groote zaal van de Harmonie, die door de af- deeling Alkmaar van den Bond van Nederl. Onderwij zers door wat groen en een bloemruikertje op de ta feltjes het werk van enkele damesleden een ge zellig aanzien had gekregen, werd gisteren een provin ciale salarismeeting gehouden, zooals door het Hoofd bestuur van den Bond) dien dag op tien plaatsen in ons land was beleed. De vergadering, die zeer druk bezocht was meer dan 500 onderwijzers en onderwijzeressen waren aan wezig en die ook bijgewoond) werdl door het nieuw- gekozen lid van Gedeputeerde Staten van N.-IIolland, den heer Th. M. Ketelaar, werd' te ruim elf uur door den waarnemenden voorzitter van het provinciaal pro- pagandabureau, den heer Rolff van Weesp, geopend. Met een enkel woord herinnerde de voorzitter aan de gewestelijke vergadering met hetzelfde doel gehou den in Mei 1898 te Zaandam. Met den wensch, dat de stemmen, die uit deze mee tings zullen opgaan, zullen aanzwellen tot een mach tig geluid, dat doordringt tot de bureaux der regeeriing en tot de zalen der volksvertegenwoordiging, heet hij alle aanwezigen welkom en geeft hij het woord' aan den heer Van Zadelhoff, lid van het Hoofdbestuur. Deze, er zijn blijdschap over uitsprekende, dat zoo- velen waren opgekomen om te demonstreeren voor een betere salarieering, waarop de onderwijzer recht heeft, en te protesteeren tegen de wijze waarop de Nedër- landsche onderwijzer door de regeering wordt behan deld, verheugt er zich tevens over, dat de onderwijzers der groote steden ook in zoo grooten getale aan deze demonstratie meedoen. Het bewijst, dat er een sterke eorpsgeest in den Bond leeft, waarmee hij hoopt, dat de Bond wonderen zal kunnen doen. Hij hoopt dan ook, dat met deze meetings een vernieuwde krachtige actie zal worden ingeluid. Spreker had zich tot taak gesteld in deze vergade ring vooral te doen uitkomen de houding der autori teiten ten opzichte der onderwijzers. Hij wees er op hoe men in den regel wel den mond vol heeft over de schoone taak van den onderwijzer, de schoone roeping van den volksopvoeder, maar als het er op aankomt, die waardeering om te zetten in klinkenden munt, dan zwijgen ze. De verbeteringen sedert 1857 tot heden nagaande toont spreker aan, hoe weinig die bet eekenen. De toeslag voor woninghuur die slechts aan een deel der onderwijzers wordt toegekend, acht de Bond een verkeerd beginsel, evenals den kindertoeslag van de motie Artz. Vooruitgang in de salarieering is er, zegt spr., doch wel berekend, is het minimum in 34 jaar tijds geste gen met.... 20 ets. per dag (hilariteit). Er heerscht nood in vele onderwijzersgezinnen en ofschoon men dat weet, doet men niets ter verbete ring. Komen wij om meer salaris vragen bij het rijk, dan stuurt dit ons naar de gemeenten en deze weer naar het rijk, dat ons ten slotte afscheept met de boodschap, dat het wel zal komen als we maar afwach ten. Komende tot hetgeen de Bond in het laaste jaar voor de salarieering heeft gedaan, toont spr. allereerst aan, waarom de Bond' zich moest onttrekken aan de actie van de gemengde salariscommissie op initiatief van het N. O. G. in het leven geroepen. Zelfstandig is geageerd door eerst bij de gemeentebesturen te adresseeren, daarna provinciale meetings te beleggen en ten slotte een ad'resseering bij het Rijk, gepaard gaande met een groote vergadering in den Haag. De resultaten van de adresseering der afdeelingen bij de gemeentebesturen zijn bedroevend geweest, zoo als spreker hier ten opzichte van NoorduHolland aan toont, daarbij onder hilariteit der vergadering o. a. medëdeelende, dat Alkmaar had bericht, dat de post voor onvoorzien op de gemeentebegrooting wat ruim was genomen met het oog op de onderwijzersjaarwed- den, maar dat men nog steeds in afwachting leefde. Ten slotte werd door den spreker scherp gecritiseerd de wijze, waarop de onderwijzers zijn behandeld door Roman uit het Duitsch van GEORG HARTWIG. 38) o Sedert de verklaring van de bank, dlat professor Ileinrich Bickenbach zijn geheele vermogen, met uit zondering van een hypothecair vastgezette som van honderdduizend mark, opgenomen had, zonder dat ie mand wist waar al het geld gebleven was, had Ber- gitzky een giftangel in zich gevoeld', die hem dag noch nacht rust gunde. De in hem knagende woede over het mislukken van zijn plan, dat weloverdacht plan, van een gemakkelijk en weelderig leven van Bickenbach's geld, bedierf hem alles, zelfs de vreugde over Krochel's pogingen om Ella voor zich te winnen. Die onrust dreef hem er toe het uiterste te wagen om te trochten het geheim aan zijn schoonzoon te ontrukken. Ondertusschen viel de sneeuw nog onophoudelijk. De slede joeg den breeden straatweg af, die, geheel onder sneeuw bedolven, alleen nog te herkennen was aan de boomenrijen aan weerszijden. Eindelijk werd stilgehouden voor de poort, die nu door den portier werd geopend. „Ik wensch den directeur van de inrichting te spre ken", zei Bergitzky. „Maar laat mij als je blieft zoo lang tot belet gevraagd' is in uw huispe schuilen, 't Is niet uit te houden in dit hondenweer." Bij deze woorden drukte hij den barsch uitzienden portier een driemarkstuk in de hand. „Komt u binnen Het gezicht van den portier was vriendelijker ge worden bij het zien van het geld. „Zou ik uw kaartje dan wel mogen hebben?" „Hier! Ik zal mij geheel aan de regels van het huis houden. De verplegers van mijn schoonzoon, prof. de reehtsche Kamerleden en den heer Tideman bij de behandeling dhr moties Arts en Ter Laan. Meer in het bijzonder critiseerde spreker de houding van den heer Oosterbaan. „Leer beseffen" zoo eindigde spreker, „dat wij er niet komen met laffe smeekingen, doch slechts door kloeke mannelijke daden. Wij moeten die onderdanige verzoeken laten varen en onzen eisch om een beter sa laris laten klinken, doen hooren, dat het voor ons is een zaak van eer en recht, opdat eenmaal het salaris van den onderwijzer in overeenstemming worde ge bracht met de waarde van zijn arbeid, met de omstan digheden en den tijd, met de beginselen, neergelegd in het programma van den Bond' van Nederl. Onderwij zers." (Daverend applaus). Er werd nu een kwartier gepauseerd, en na het zin gen van het „Onderwijzers-strijdlied1" het woord gege ven aan den heer Bergmeijer, die begon met te zeggen, dat het onderwerp van dezen dag zich door alles on derscheidde, behalve door nieuwheid. Toen ik nog jong was, zei hij, klaagden de schoolmeesters al en nu doen ze het nog. Spreker zag in de ontevredenheid der onderwijzers niets anders dan een uiting van den grooten klassenstrijd, die misschien op geen gebied sterker uitkomt, dan op dat van het onderwijs. Als grondslagen voor een behoorlijke bezoldiging geeft men er vele, waarvan wij er maar een acceptee ren: de dienstprestatie. Op vaak zeer humoristische wijze schetste spreker, hoe de betaalsheeren daarover dikwijls denken, en die dan natuurlijk in verband brengen met de opleiding, terwijl ze zelf de ellendige normaallessen aanmoedi gen. Dat is dan een argument, tegen de inwilliging van onze eischen, doch het „schlagende" argument is ons aantal. 18 millioen zou het kosten zei minister Heemskerk, als die eischen van het salariscomité van 't N. O. G. werden ingewilligd. - Sprekende over dat comité wees ook deze spreker er op dat het maar goed ia, dat de Bond er niet bij was, en zegt hij, dat het samengaan van deze vogels van diverse pluimage toch dit ook geleerd heeft, dat bij de Christelijke onderwijzers er toch ook het mooie van af is om alleen om Christuswille te werken. Terugkomende op den grondslag der dienstprestatie zei spr., dat als wij zien, hoe de minimumlijdeTS onder ons, ondanks alle ellendige omstandigheden, nog hun best doen om wat van het onderwijs terecht te bren gen, dan is dat een dienstprestatie, die, als ze goed betaald werd, heel wat meer dan 18 millioen zou moe ten kosten. Verder wees spreker er op, dat ook bij het onderwijs nog altijd geldt de zuiver kapitalistische wet van vraag en aanbod en waarschuwt hij den Bond door boycotten van gemeenten van datzelfde wapen ge bruik te maken. Met een enkel woord toonde spr. daarna nog aan hoe slecht Nederland zijn onderwijzers betaalt. Ten slotte wekte spreker krachtig op tot aansluiting bij den vakbond, wees hij nog op het krachtig wapen, dat de onderwijzers hebben in hun stembiljet en spoor de hij aan de actie niet te staken voor men had ge kregen gelijke rechten voot alle onderwijzers, voor mannen en vrouwen! (Daverend applaus). Daarna werd door den voorzitter de volgende motie in stemming gebracht en met algemeene stemmen aangenomen MOTIE. De vergadering van onderwijzers en belangstellen den te Alkmaar belegd door het Hoofdbestuur van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers op Donderdag 16 Mei 1912, kennis genomen hebbende van de debatten gevoerd in de Tweede Kamer bij dé behandeling van de mo- tie's Arts en Ter Laan, gehoord de inleiders, spreekt als haar oordeel uit, dat het belang van het onderwijs een spoedige en afdoende regeling en verbe tering van de onderwijzers-salarissen eischt op den grondslag: gelijk loon voor gelijke diensten, meent dat daarmede alleen een einde kan worden gemaakt aan de gerechtvaardigde en steeds toenemen de' ontevredenheid der onderwijzers, protesteert ten krachtigste tegen de onwaardige houding door de Regeering en de meerderheid van de Tweede Kamer bij de behandeling van die moties aangenomen, en wijst als vernederend en beleedigend voor den on derwijzersstand af, de door de Regeering in uitzicht gestelden toeslag voor gehuwden met groote gezinnen. Met een slotwoord van den voorzitter werd daarop de goed geslaagde vergadering gesloten. Een deel der vergadering maakte gebruik van de uitnoodiging om het koloniehuis „Zwartendijk" te Egmond aan Zee te gaan bezichtigen. Bickenbach, zijn misschien aanwezig?" Bergitzky sloot langzaam zijn elegant taschje voor visitekaartjes. „Ik wil eens even voor u zien. Als de directeur echter zelf te spreken is. „Natuurlijk", zei Bergitzky snel. „Eerst het hoofd, dan de ledematen." De directeur was te spreken. Van de duistere wachtkamer, waar zeker tal van patiënten angsten hadden uitgestaan om het sombere dat hier heerschte, kwam Bergitzky in de studeerkamer van dokter Lenz- feld. De dokter zat zoo dat hij de binnenkomenden dadelijk in het gezicht kon zien. „Vandaag had' ik waarlijk niet gedacht, een bezoe ker van zoo ver weg te zullen krijgen", zei Lenzfeld, opstaand van zijn schrijftafel en Bergitzky een paar schreden tegemoet gaande. Het was een groote gespierde man, die wel zeer ma ger was, maar aan wien men toch terstond) kon zien, dat hij over een groote kracht beschikte en wel in staat was een wilden krakzinnige vast te houden. Hij had een smal gezicht maar een sterk ontwikkeld voor hoofd. Hij had' iets speurends in zijn gezicht, iets glurends, wat door de baardloosheid) nog verscherpt werd. „U kunt daaruit opmaken, hooggeachte dokter", zei Bergitzky op een zachten lijdenstoon, „hoe dringend de reden is, waarom ik deze reis ondernomen heb. Niet alleen het verlangen om mij persoonlijk van den toestand van mijn schoonzoon op de hoogte te stellen, ook. „Wel zoo, uw schoonzoon Bickenbach is uw schoonzoonwierp dokter Lenzfeld er vluchtig tus- schen. Hij greep nogmaals Bergitzky's visitekaartje, om zich te overtuigen. „De heer von Bergitzky ja zeker nu is het mij duidelijk." Berkitzky boog. „Het doet mij genoegen een vroegere kennismaking te kunnen vernieuwen." „In Monte Carlo een mooie herinnering." De herinnering aan een genoeglijke ontmoeting, die PROTEST ANTSCHE VROUWEN-VEREENIGING. Men schrijft ons Dinsdagmiddag om twee uur, had in de bovenzaal van café „Central", die er op dezen zounigen Meidag recht gezellig en vriendelijk uitzag, temeer nu mej. M. van Rijn weer zoo vriendelijk was geweest er met vaar digheid vele bloemen te plaatsen, de algemeene verga dering van bovengenoemde vereeniging plaats. De presidente, mevrouw Boelmans ter Spill, opende de vergadering en heette de 50 aanwezige dames van harte welkom. De secretaresse, mevrouw HolsmullerZaadnoor- dijk, was door huiselijke omstandigheden en mevrouw de LangeOort door ongesteldheid verhinderd] de ver gadering bij te wonen. Mevrouw BoekeOort en me vrouw BosmanKoorn namen als plaatsvervangende leden aan de Hoofdbestuurstafel plaats. De notulen der vorige vergadering werden voorgelezen, rekening en verantwoording werd! door dëf penningmeesteresse gedaan, de begrooting voor het volgende vereenigings- jaar goedgekeurd en geteekend en het jaarverslag uit gebracht, dat op een toenemenden bloei wees. Het jaar begon met 51 werkende leden, doch spoedig ont vielen der vereeniging twee dames door overlijden, die tal van jaren de belangen der vereeniging en hare gezinnen hadden behartigd, een woord van waardee ring is hier zeker niet misplaatst. Drie werkende le den bedankten door particuliere omstandigheden en eene dame verliet onze stad, doch 4 d'ames traden toe als nieuwe werkende leden. Drie vrouwen onzer ge zinnen zijn overleden, 9 gezinnen zijn uit onze veree niging gegaan, 6 döor verbeterde omstandigheden, 2 bedankten zelf en 1 ging naar Amsterdam en 8 nieuwe gezinnen weTden aangenomen. Het aantal bedroeg de zen winter 80 gezinnen, die door de werkende leden bezocht werden. 5 Meisjes ontvingen een eerbewijs en 1 keperrok, 1 dezer meisjes was 4 jaar en 4 meisjes waren 2 jaar in demzelfdcn dienst geweest. Aan con- tributiën werd van 265 leden ontvangen 408.50. 8 Meisjes bezochten de avondlessen dér Huishoud- en Industrieschool, aan grondstoffen werd' daarvoor 6.38 betaald. 6 Meisjes namen deel aan den dienstboden- cursus, 4 voor het tweede en 2 voor het eerste jaar. 20 Kinderen bezochten de Algemeene Bewaarschool, 10 bleven over tusschen 12 en 2 uur, 12 gingen den 1st en Mei naar de lagere scholen en 8 nieuwe leerlin gen kwamen op de Algemeene Bewaarschool. 476 bons voor kruidenierswaren en 73 bons voor brandstoffen werden uitgereikt, daar de bons voor de gezinnen met kinderen tot 50 cent werden verhoogd, waren die"uit gaven dit jaar belangrijk hooger. Wij zullen hopen, dat het blijken zal dit op dm^ duur zal kunnen voort gaan. 2 Gezinnen ontvingen tien gulden om hen we gens ziekte tegemoetl te komen. De Kerstmisuitdee- ling bestond uit een laken en een schort, de voorjaars- uitdeeling uit een hemd. De commissie der Instellin gen wordt een woord van dank gebracht voor de moei te die zij zich gaf om het vele naaiwerk te knippen, uit te geven en na te zien en wij hopen, dlat zij 't vol gend jaar met dezelfde opgewektheid hare krachten weer beschikbaar zal stellen aan onze vereeniging. Door het Hoofdbestuur zal worden tegemoet geko men aan hun verzoek om enkele stukken naaiwerk te verhoogen, aan naailoon werd 92.30 en aan merkloon 6.78 uitgegeven, dit vele naai- en merkloon kwam onze vrouwen en meisjes ten goede. Onze vereeniging ontving ten geschenke eene naai machine, die bij loting aan een onzer gezinnen kwam. Aan alle dames werkende leden onzen har tel ij ken dank voor den steun, die zij aan hunne gezinnen ver- nu ook in dokter Lenzfeld' wakker werd, bracht een te gemoetkomende uitdrukking op zijn gezicht. „U wenscht' dus uw schoonzoon te bezoeken?" „En te spreken", viel Bergitzky in. „Ik ben genood zaakt", ging hij met zekere verlegenheid voort, „als het mij heden niet gelukt met mijn schoonzoon te spreken, uw hulp in te roepen hem tot spreken te bröngen over de verschrikkelijke dingen, die hij aange richt heeft in den laatsten tijd dat hij thuis was. Ge lukt het niet, dén sta ik voor een onaangename nood zakelijkheid." „Eene noodzakelijkheid, zegt u? welke noodzakelijk heid onderbrak de dokter hem kalm. „Om hem van de tweede verplegingsklasse in de derde te laten plaatsen", zei Bergitzky, die inwendig woedend was, maar daarvan niets liet blijken. Lenzfeld keek eenige oogenblikken vorschend naar hem. Toen greep hij naar een brief, die half onder een hoop papieren geschoven lag. „Dat zal toch moeilijk gaan", zei hij kalm. „Ik heb hier een brief van een bloedverwant van Bickenbach, dokter Soden, u kent hem misschien. Hij vraagt of het juist is dat Bickenbach in de tweede verplegings klasse is geplaatst en niet in de eerste, zooals de be doeling was en passend is voor den zieke." Bergitzky voelde opnieuw de haat tegen Soden in zich woelen. „Ik geloof, dat men een zieke slechts naar de mid delen waarover men beschikt kan laten verplegen. Wat Soden schrijft is juist wat mijn dochter en mij zooveel leed doet." Dokter Lenzfeld zag vluchtig van den brief op voor hij verder ging. „Soden wil het geld dat. noodig is om Bickenbach in de eerste klasse te plaatsen, betalen. Als u dus werkelijk van plan is hem in de derde klasse over te brengen, dan ben ik genoodzaakt dokter Soden te vra gen, welke houding hij daar tegenover zal innemen. Of hij ook dan het tekort voor de eerste klasse wil aanzuiveren dus." Bergitzky had nu groote moeite om zijp kalmte te behouden. leenden. Wij bevelen hun voortdurend Ln hare toewij ding aan. Na sluiting der vergadering bleef men nog gezellig een uurtje bij elkander onder het drinken van een kop je thee. DE 3de OPENLUCHT-SAMENKOMST DER VRIJZINNIG GODSDIENSTIGEN. Het minder gunstige weer in den morgen van Don derdag heeft wel eenigen invloed uitgeoefend op 't be zoek aan dé 3de openlucht-samenkomst der Vrijzinnig Godsdienstigen in de bosschen van het landgoed „Nij- enburgh" te Heiloo gehouden, doch niet in dier mate als aanvankelijk werd! gedacht. Had' men kunnen verohderstellen, dat het weer te gen den middag wel zou ophelderen en het zonnetje door zou breken zooals het geschiedde, het bezoek, nu ruim 3000 personen bedragende, zou zeker dat van ver leden jaar, 4800, overtroffen hebben. Opmerkelijk was het, en dit is zeker voor het comité een zeer verblijdend' toeken, dat zoo veel jongelui aan den oproep: „Op naar Heiloo" hadden gehoor gege ven. Tegen den middag was het niet alleen in de stad druk spoor en boot-en tram brachten veel bezoekers van buiten maar was het ook aan den Straatweg gezellig, een af- en aanrijden van rijtuigen was het daar, terwijl een drom van wandelaars zich bewoog naar de plaats van samenkomst, waar om ruim 1 uur de vergadering werd ingeleid met muziek van het or kest van den heer J. M. Otto, gevolgd' door een ge meenschappelijk gezang: Psalm 111 1 en 5. Nadat daarna een koor van vrijzinnig-godsdiensti- gen zangeressen en zangers uit Alkmaar, onder lei ding van den heer Hespe, zich had doen hooren, opende de voorzitter van het comité, dr. C. J. A. Bosch, te Limmen, de samenkomst. Spreker begon met er op te wijzen, dat het een re den van groote en dankbare vreugde is te weten, dat ook elders in het land duizenden zich vereenigen met hetzelfde doel: om in woord' en klank te hooren ver tolken de hoogste gedachten, de heiligste gevoelens Verder zeide de spreker ongeveer het volgende: Dit samenzijn is 'n geloofsgetuigenis. Wat ons hier vereenigt, dat is de erkenning van het goed recht van den godsdienst, zijn blijvende waarde voor indivi du en gemeenschap. De waarheid van den godsdienst, de zaligheid! van het bewuste leven met God, zooals w ij die ervaren en verstaan, daarvan willen we hier spreken, daarvan wil len we hier hooren, dat openlijk belijden. Zoo bedoelen deze samenkomsten in de open lucht niets anders dan een werk van inwendige zending te doenhet godsdienstig geloof voor afzwakken en in sluimeren te bewaren, en aldus den arbeid van de kerken te steunen. Maar als geloofsgetuigenis zij.n ze tevens een gewe tenskreet. Als vrijzin.nig-godsdienstigen willen we tegenover een wassend clericalisme en confessiomalisme handha ven de rechten van het persoonlijk geloofsleven. Men lastert maar voort met ons ongeloovigen te noemen, te zeggen, dat wij alleen weten, wat we niet gelooven, maar niet zouden weten, wat we w 1 ge- 1ooven. Daartegen verweeren we ons, daartegen gaat ons protest, ook door deze samenkomsten. Wij, vrijzinnig-godsdienstigen, eischen voor ons en onze kindéren het recht om als godsdienstige waar heid alleen datgene te aanvaarden en te belijden, waarvan de geest van God' aan onzen geest het getui genis van waarheid geeft. Wij als vrijzinnig-gods- wienstigen, weigeren te bukken voor elk overgeleverd, van buiten opgelegd' gezag, dat dien zedëlijken grond slag mist. Wij weten, dat we zoo doende als ware Christenen, als echte Protestanten, in de goede rich ting ons bewegen en veilig gaan, dat we ons bevinden op de lijn der ontwikkeling van den godsdienst. Ontwikkeling, 't Is 'n beeld' aan het zichtbare leven ontleend, dat we hier in deze omgeving boven.en om ons ziende, gemakkelijk verstaan. Ontwikkeling nu is er ook in het onzienlijke. Door haar komt in de na tuur, maar door haar komt ook in de geestelijke we- s „Soden is een fantastisch maar welmeenend man", zei hij daarop. „Ik wil u echter eerst de reden van mijn komst verklaren. Daarna zult u mij beter be grijpen." „De zaak, waarom het hier gaat", vervolgde Ber gitzky, „is dat Bickenbach zijn geheele vermogen het gaat hier om honderdduizenden ergens verstopt heeft. Niemand' weet waar. Verplaatst u eens in on zen toestand. Wij moeten voor een uitzet van zijn dochter zorgen en daar blijkt ons, d'at hij het geld weggenomen heeft. Een kleine som is nog maar voor handen." „Wat u zegt!" riep dokter Lenzfeld geïnteresseerd. „Nu zult u begrijpen, waarom ik er op aandring dat hij tot spreken gebracht moet worden. Gelukt dat niet, dan moeten wij hem ontoerekenbaar verklaren, waar bij uw attest, hooggeachte heer, den doorslag moet geven. Soden kan als vroegere huisarts geen bijzon der gewicht i'n de schaal leggen, want hij is meer fan tast dan geleerde. Denk u eens: rijk en toch arm is mijn dochter en mijn kleinkind staat er evenzoo voor." Om meer indruk te maken zweeg hij over de hon derdduizend mark, die voor Ella waren belegd in een soliede onderneming. „Beproeft u het", zei Lenzfeld. „Ik heb er niets te gen. De zieke was den laatsten tijd volkomen rustig, hoewel hij voor niets eenige belangstelling toont." Bergitzky stond op en gaf den dokter dankend de- hand. „Vindt u het in de gegeven omstandigheden niet volkomen gerechtigd als ik vraag: meent u dat er her stel voor Bickenbach mogelijk is? Is het denkbaar, dat hij ontwaakt uit deze hopelooze verwarring? Meent u dat hij ooit weer zonder gevaarlijk voor zijn omgeving te zijn, kan leven zonder toezicht?" „Ik geloof het niet", zei dokter Lenzfeld, hoofd schuddend. „Ik zou ook niet weten, waar hij in zijn toestand beter ondergebracht is dan juist hier. Intus- schen is een ontoerekenbaar-verklaring niet zoo ge makkelijk als het lijkt. Daarvoor is een lange obser vatie noodig en als er dan tegenstrijdige meenin gen zijn, kan de beslissing zeer op de lange baan ge schoven worden."

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 5