DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Om het koude goud. IVEilitie. No. 125 Honderd en veertiende Jaargang. 1912 WOENSDAG 29 MEI. Zitting van den Keuringsraad. FEUILLETON. ENGELSCHE BRIEVEN. WIE NIET VOOR DEN KEURINGSRAAD BE HOEVEN TE VERSCHIJNEN. 47) HINDERWET. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van Alk maar brengen ter algemeene kennis, dat heden op de gemeente-secretarie ter visie is gelegd liet aan hen ingediende verzoek met bijlagen van W. F. STOEL Jr., handelende onder de firma W. F. STOEL en ZOON, om vergunning tot het uitbreiden van de scheepswerf „Nicolaas Witsen' door het maken van een overkapte noodhelling in het perceel Eilandswal, wijk C No. 12. Bezwaren tegen deze uitbreiding kunnen worden in gediend ten raadhuize dezer gemeente, mondeling op Zaterdag 8 Juni e.k., 's voormiddags te elf uur en schriftelijk vóór of op dien tijd. Gedurende drie dagen vóór gemelden dag kan de verzoeker en hij, die be zwaren heeft ingebracht, op de secretarie dezer ge meente van de terzake ingekomen schrifturen kennis nemen. Alkmaar, 25 Mei 1912. Burgemeester en Wethouders voornoemd, JAN DE WIT Dz., Voorzitter, R B. DONATH, Seeretaris. De BURGEMEESTER der Gemeente ALKMAAR maakt bekend, dat de Keuringsraad voor de ingeschre venen voor de militie, lichting 1913, dezer Gemeente zitting zal houden te ALKMAAR, ten stadhuize tel kens des voorn), te 9 ure, op DONDERDAG den 30en MEI 1912, voor de ingeschrevenen wier namen begin nen met de letters A tot en met J, op VRIJDAG, tien 31en MEI 1912, voor hen wier namen beginnen met de letters K. tot en met R. en op ZATERDAG 1 JU NI 1912 voor hen wier namen beginnen met de let ters S tot en met Z. De Israëlieten, die op 1 Juni 1912 zijn opgeroepen, kunnen den volgenden Maandag voor den Raad verschijnen. TAAK VAN DEN KEUKINGSRAAD. Behalve in de hierna te noemen uitzonderingsgeval len geschieden voor den Keuriugsraad de meting en het geneeskundig onderzoek naar de geschiktheid voor den dienst. Ongeschikt voor den dienst worden geacht: lo. zij, die kleiner zijn dan 1.55 M. 2o. zij, die lijden aan of behept zijn met een der ziekten of gebreken, vermeld op eene bij Koninklijk besluit vastgestelde lijst. Alleen zij, die bij de meting blijken de vereischte lichaamslengte te bezitten, worden onderworpen aan het geneeskundig onderzoek. De uitspraken van den Iveuringsraad worden in het openbaar medegedeeld. WIE VOOR DEN KEURINGSRAAD MOETEN VERSCHIJNEN. Voor den Keuringsraad moet in het algemeen ver schijnen ieder ingeschrevene, die niet bij onherroepe lijk geworden uitspraak van den dienst voorgoed of tijdelijk vrijgesteld dan wel voorgoed of voorloopig uitgesloten is. Onherroepelijk is een uitspraak tot vrijstelling of uitsluiting eerst, wanneer tegen de uit spraak geen bezwaar ingebracht of beroep ingesteld is binnen den daarvoor bij de wet gestelden termijn of de uitspraak bij de eindbeslissing is gehandhaafd. Hij, die voor den Keuringsraad moet verschijnen, is verplicht zich aldaar aan een onderzoek naar zijn li chaamslengte en, zoo noodig, aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen. Hij kan echter aan den Commissaris der Koningin in de provincie het ver zoek doen om het onderzoek voor een anderen Keu ringsraad te ondergaan. Dit verzoek kan ongezegeld zijn, doch moet gefrankeerd verzonden worden. Het staat den ingeschrevene vrij bij de keuring eene geneeskundige verklaring omtrent de lichaamsgesteld heid over te leggen, opdat de keurende geneesheeren daarmede rekening kunnen houden. Voor den Keuringsraad behoeven niet te verschijnen de ingeschrevenen, die in vrijwilligen militairen dienst Roman uit het Duitsch van GEORG HARTWIG. o XII. De familie Bickenbach, papa, mama en Ute, waren na het cavalleriefeost zwijgend naar huis gegaan. Goed beschouwd speet het mevrouw Bickenbach niet, dat zij zoo vroeg weggegaan waren. Zij had van al het panrdengedraaf en trompetgeschetter hoofdpijn gekregen. Zij leed daar veel aan en als het op kwam zetten, waren er meestal tweo dagen mee gemoeid. Maar bij die hoofdpijn kwam de ergernis over lTte, over het jeugdig-makende toilet van mevrouw Soden, over do eerste rol, die mevrouw Bacbmann, als offi- cjersvrouw op het feest gespeeld had en ten slotte nog hierover, dat haar man geen pogingen had ge daan om ook in dit gezelschap de aandacht op zich te vestigen. Dit laatste was het eenige verdriet waarover zij zich beslist uiten moest. „Ik heb steeds als op kolen gezeten, terwijl wij wat gebruikten", zei zij. „Ik brandde van ongeduld." Zij waren op de slaapkamer en met zorg borg zij haar armbanden en andere versierselen op. „Er werd zoo veel gesproken." „Rönniges sprak zeer goed", merkte Bickenbach op, terwijl hij zijn ridderorden afnam. „Jij hadt hetzelfde evengoed kunnen zeggen, mis schien nog wel beter!" Bickenbach lachte gestreeld. „Maar je zweeg zweeg volkomen. Ieder oogen- blik hoopte ik je te zullen zien opstaan. Als men al met een dochter verschijnt die alle mogelijke moeite zijn, en verder: lo. die doen blijken door ziekte of gebreken tot die verschijning buiten staat te zijn; De hier bedoelde ingeschrevenen worden onderzocht op de plaats, waar zij zich bevinden, mits deze binnen liet Rijk gelegen is; zij zijn verplicht zich aan dit on derzoek te onderwerpen. 2o. die zich in verzekerde bewaring bevinden of die verpleegd worden in een rijkswerkinrichting, een rijks opvoedingsgesticht of een tuchtschool. Voor het onderzoek van deze categorie van inge schrevenen gelden dezelfde bepalingen als voor de ca tegorie onder lo. vermeld. 3o. die verpleegd worden in een krankzinnigen-, idioten-, doofstommen- of blindengestickt; Voor deze ingeschrevenen wordt door de bestuur ders der gestichten eene geneeskundige verklaring overgelegd. 4o. die hun beroep maken van de buitenlandsehe zeevaart of van de zeevisscherij buitenslands. üezo ingeschrevenen kunnen, zoo zij keuring wen schen, zich hetzij voor den Keuringsraad aan het on derzoek onderwerpen, hetzij vóór 16 Mei tot het onder gaan van dit onderzoek aanmelden bij den Plaatselij ke- of Garnizoenscommandant in een garnizoen te hunner keuze, waar een officier van gezondheid is, of bij den Commandant der Afdeeling Mariniers te Rot terdam. Bij deze aanmelding, die op een werkdag des voormiddags negen uur moet geschieden, moet de in- geschervene zijn bewijs van inschrijving voor de mili tie medebrengen en ten genoegen van den Comman dant aantoonen, dat hij een beroep als hierbedoeld uitoefent. Ten minste één dag vóór de aanmelding moet de aanvrage om keuring aan den Commandant hetzij schriftelijk, hetzij mondeling worden gedaan. 5o. die woonplaats hebben of verblijf houden in het buitenland. Deze ingeschrevenen kunnen niettemin, zoo zij keuring wenschen, zich bij den Keuringsraad aan het onderzoek onderwerpen. Zij kunnen bovendien op de hiervoren aangegeven wijze verzoeken om het onder zoek voor een anderen Keuriugsraad te ondergaan. Voor zooveel deze ingeschrevenen echter door ziekte of gebreken buiten staat zijn voor den Keuringsraad te verschijnen, kunnen zij volstaan met bij den Keu ringsraad vóór de sluiting zijner zitting in te zenden eene na 1 Mei afgegeven verklaring, waaruit blijkt: a. dat de ingeschrevene met geslachtsnaam, voornamen en leeftijd aan te duiden wegens ziekte ot gebreken buiten staat is voor den Keuringsraad te verschijnen; b. dat de ingeschrevene door hen, die de verkla ring hebben afgegeven, ongeschikt voor den dienst wordt geoordeeld; c. de aard en de graad van de ziekte of van het gebrek, op grond waarvan de ongeschiktheid aanwe zig wordt geacht, zoomede de bezwaren, door de ziekte of het gebrek veroorzaakt. Deze verklaring moet de onderteekeniug dragen van twee geneeskundigen, die ter plaatse van afgifte bevoegd zijn tot uitoefening van de genees- en heel kunde. In de Nederlandsche koloniën mag de verkla ring door enkel dokters-djawa echter alleen dan wor den afgegeven, wanneer ter plaatse geen andter ge neeskundige is, en mag zij door een dókter-djawa met een ander geneeskundige alleen dan wordten afgege ven, wanneer ter plaatse niet meer dan één ander ge neeskundige is. De hnndteekeningen van hen, dia de verklaring hebben afgegeven, moeten behoorlijk voor echt zijn verklaard, onder bijvoeging, dat zij, door wie de handteekeningen zijn gesteld, ter plaatse bevoegd zijn tot uitoefening van de genees- en heelkunde, dan wel dokter-djawa zijn. Zoo het stuk is onderteekend door dokters-djawa of mede-onderteekend door een dokter-djawa, moet bovendien blijken, welk van de hiervoren bedoelde gevallen aanwezig is. STRAFBEPALINGEN. De ingeschrevene, die verplicht is voor den Keu riugsraad te verschijnen en niet op de daarvoor aan gewezen plaats of tijd verschijnt, of die, aldaar ver schenen zijnde, zich niet aan de meting of aan het geneeskundig onderzoek onderwerpt, alsmede de inge schrevene, die moet worden onderzocht op de plaats, waar hij zich bevindt, en zich niet onderwerpt aan de doet om onopgemerkt te blijven...." Ute kwam afscheid) van hen nemen en ging met zachten groet dadelijk weer heen. „Ik zei, als men al met een dochter verschijnt, waaraan men zich meer ergert dan dat men genoegen van haar heeft, dan hoopt men nog op zijn man dat die tenminste nog iets zal zeggen of doen, dat de opmerkzaamheid trekt. Bachmann's vrouw droeg den neus zoo hoog. Maar zoo iets zie jij nooit. Soden maakte zich belachelijk door zich aan te stellen ah vertrouwde van dezen en geen; om maar van Marie met haar babykleed te zwijgen. Misschien heb je ook niet gemerkt, dat Fidelia en Bergitzky voor Ella juist die goede partij in hun netten hebben gevangen, die voordeelig voor hen is. Ute had al driemaal me vrouw Krochel kunnen zijn. Maar, zooals ik zeg, zoo iets zie jij niet! Om je de waarheid te zeggen, Ar thur, van allen heb jij mij nog het meest geprikkeld." Bickenbach keek verwonderd op, terwijl hij zijn wit te das afdeed'. „Ik? Wat had ik dan moeten. „Opstaan en een gloeiende rede houden, met grap pen en geestigheden gekruid juist het omgekeerde van de slappe rede van Bachmann hadt jij moeten ge ven. Dat hadt je moeten doen." Bickenbach was in het geheel niet geestig, hij had ook nu geen passend antwoord gereed: „Op wie dan nog? Wie was nog niet bespeecht?" „Op de vrouw van den commandant bijvoorbeeld", zei mevrouw Bickenbach, haar pijnlijke slapen betas tend, „op zijn dochter, op de rijkunst desnoods wat deed het onderwerp er toe." „Komaan wat is dat voor gekheid", zei hij geprik keld. „Ik versta die kunst niet en ik heb werkelijk geen zin mij belachelijk aan te stellen in zoo'n groot gezelschap." „Och wat, zoo iets kan iedereen." Zij praatten nog door. Op 't laatst gaf Bicken bach geen antwoord meer. Hij was in slaap voor zijn vrouw het vermoedde. Den volgenden dag verjaardag van mevrouw So den verscheen I te middag* op een uur dat zij meting of het geneeskundig onderzoek, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geld boete van ten hoogste honderd vijftig gulden. Pleegt hij het feit opzettelijk, dan wordt hij gestraft met ge vangenisstraf van ten hoogste twee maanden of geld boete van ten hoogste zeshonderd gulden. NIEUW GENEESKUNDIG ONDERZOEK. Een nieuw geneeskundig onderzoek van een inge schrevene heeft plaats, zoo het gevoelen van de beide geneeskundigen van den Keuringsraad1 niet van de zelfde strekking is. Het nieuwe onderzoek geschiedt voor den Militieraad, in zijn tweedte zitting in Augus tus. Overigens kan van een ingeschrevene, omtrent wien door den Keuringsraad uitspraak is gedaan, bij den Militieraad een nieuw geneeskundig onderzoek worden aangevraagd lo. door den ingeschrevene, wien de uitspraak geldt, of door zijn vader, moeder, voogd of curator; 2o. door elk der overige voor de gemeente inge schrevenen, of door zijn vader, moeder, voogd of cura tor. De aanvrage moet, zoo zij wordt ingediend! door een der ouder 2o. bedoelde personen, berusten op aanne melijke, in do aanvrage omschreven gronden, en bin nen tien dagen na den dag, waarop de uitspraak van den Keuringsraad in het openbaar werd medegedeeld, zijn ingeleverd bij den Burgemeester der Gemeente, waar de ingeschrevene, wien het geldt, voor de mili tie is ingeschreven. Van de inlevering wordt een be wijs van ontvangst afgegeven. Aanvragen, niet inge richt of niet ingeleverd o pde wijze, hier omschreven, kunnen geen gevolg hebben. INDEELING BIJ DE ZEEMILITIE OF BIJ EEN DER KORPSEN VAN HET LEGER. De Voorzitter van den Keuringsraad verzamelt tij dens de zitting gegevens omtrent de indeeling. In verband hiermede staat het den ingeschrevene vrij alsdan aan dien Voorzitter mede te deelen, of hij zou wenschen te worden bestemd voor de zeemilitie, voor een bereden korps of voor de administratietroe pen en ook aan welk korps of garnizoen hij zich an ders gaarne zou zien toegewezen. Ook kan de inge schrevene den Voorzitter een schriftelijke verklaring ter hand stellen, ten bewijze, dat hij voor eenig vak of eenigen arbeid bijzondere geschiktheid bezit. Alkmaar, den 18en Mei 1912. De Burgemeester voornoemd, JAN DE WIT Dz., lo.-Burg. LONDEN, 21 Mei 1912. DE BLOEM ALS WERELDBURGERES. I. Hoewel dit een internationale tentoonstelling heet, zijn er alleen Nederlandsche, Fransche, Belgische en Japansche inzendingen uit den vreemde. Daaraan is het zeker te wijten, dat de buitenlandsehe correspon denten zoo goed als geen kaarten kregen en, tenzij ze ruim 25 entree wilden betalen, niet bij de opening werden toegelaten. Trouwens, ook de Engelsche bla den klagen over onhoffelijke bejegening; en de heeren R. Hooper Pearson en C. Harmon Payne, die voor de binnen- en de buitenlandsehe pers hadden behooren te zorgen, hebben alles behalve eer van de manier, waar op ze hun taak verwaarloosden. 't Is jammer, want dit is pas de tweede internatio nale tentoonstelling hier te lande gehouden en de eerste hadlC jaar geleden plaats, zoodat ze wel een bijzonderheid mag genoemd' worden. Wie haar trou wens bezocht, kon wel denken aan de tuinen om het kasteel der Schoone Slaapster in het Bosch toen die wakker werd, zulk een schat van prachtige bloemen is er, na 'n halve eeuw duttens, hier bij elkaar gebracht. En niet alleen is de schilderij prachtig, ook de lijst, waarin ze gevat is, is buitengewoon. Men heeft de tentoonstelling namelijk ingericht in de 10 II. A. groote tuinen van het Militair Hospitaal van Chelsea. Die tuinen, eigenlijk een groot park, zijn, met hun mooie, groote oude boomen, met hun prachtig bloeien de heesters, hun fluweelige gazons, hun fraaie bloem bedden in deze heerlijke Meimaand, zelf al een be zoek meer dan waard; en soms vroeg men zich af wat nu eigenlijk mooier is de tentoonstelling of het park er om heen? wist dat de dokter ook thuis was, in Soden's woning. Mevrouw Soden kwam haar met groote hartelijkheid tegemoet. „Mijn beste, lieve Ute wat aardig van je om eens te komen." Ute beantwoordde haar omhelzing met warmte. „Mama ligt te bed, anders was zij wel meegeko men." „Als jij het zegt, geloof ik het", lachte mevrouw So den veelzeggend. „En nu houden we je hier tot van avond vast. Niet Otto wij houden Ute vast niet waar? Het is of ik een geschenk krijg als zij eens bij ons komt." Dokter Soden, die gisteren de lijdenstrek in Ute's gelaat al had opgemerkt, nam haar hand. „Je blijft. En ik geef je dan een goed werkend poeder tegen hoofdlijn mee naar huis. Het zal zeker eens helpen en dan kan de vergeving niet uitblijven. Er zijn alleen een paar goede vrienden en bekenden." In de kamer van de vrouw des huizes, waar men aan alles kon zien dat er een verjaardag gevierd werd, klonken meerdere stemmen door elkaar. Toen Ute binnenkwam verstomden ze een oogenblik, om echter dadelijk weer te beginnen. Ute werd spoedig in de gesprekken betrokken. „Weet u al dat Ella Bickenbach zich vandaag met kapitein Kroehel verloofd heeft? Men fluisterde er al eenigen tijd over gisteravond is de beslissing ge vallen. Zij hebben elkander gevonden. De- ka airten worden al gedrukt." I te schrok hevig. Zij keek de doktersvrouw vra gend aan. Toon keek zij naar Soden. Ilij knikte en keerde zich toen om. „Ja, het is zoo." „Als zij maar gelukkig wordt." Die woorden ontsnapten onwillekeurig aan Ute's lippen. „Maar zulk 'n groote partij! kom waar denkt u aan. De vrouw van den professor had stellig niet ge dacht, dat zoo spoedig op haar dochter beslag gelegd zou worden. Krochel is een veel te verstandig mensch osu op die kinderachtige geschiedeni» met Wiilli Hier zag men kunstig gemetselde rotstuinen, daar miniatuurboomgaarden met overvloed van rijpe vruch ten; elders zoogenaamde „Dutch Gardens," bestaande uit heestertjes, geknipt en gesnoeid in den vorm van vogels, katten of andere viervoeters, pyramiden, pot ten en andere dingen, zooals men die in Nederland vooral in Aalsmeer nog maakt voor de liefhebbers, welke, meen ik, in Nederland maar zeldzaam, hier in Engeland vrij talrijk voorkomen, 'tls evenals die rotstuinen knutselwerk, doch do rotstuinen zijn tee- kenachtiger, vooral daar men nog al veel vijvertjes en beekjes heeft aangebracht, die dan weer een schilder achtig brugje noodig maakten; het geheel, met spar retjes, lariksen en andere naaldheesters, brengt wel een aardig effect teweeg, terwijl spirea's, primula's, gentianen en andere dergelijke bloemen voor levendig heid van kleur zorgen. Wanneer men evenwel rondkijkt, dringt zich onwil lekeurig de gedaehto op, dat de bloem hoe langer hoo meer internationaal is geworden. Er zijn natuurlijk bloemen en bloementulpen en hyacinthen uit Neder land blijven vooralsnog het mooist in Nederland, doch dat is bij slot van rekening meer een kwestie van nu ance van meer of minder. De bloem is de gezellin dei- beschaving en in onzen tijd' heeft men alle beschaafde landen luin tol in bloemen laten betalen, is het de trots der kweekers geworden, dat ze zoo goed als alle bloemen in zoo good als alle landen en klimaten kun nen kweeken. Zoo is het mogelijk tegenwoordig onze tuinen te tooien met al de mooie kleuren, waarmee do bloemen van uit heel de wereld zich sieren; door krui sing en teeltkeus heeft men alle mooie vormen tot nog mooier ontwikkeld en zoo is haast elke tuin een we reldrijk met de bloem als wereldburgeres. Desalniettemin blijft het raadzaam, men zou zelfs kunnen beweren, wordt het meer en meer wenschelijk, dergelijke internationale bloemencongressen vaker te houden, dan eens in do ongeveer vijftig jaren. Immers iedere natie heeft haar eigen smaak wat kleur en vorm betreft en zoodoende zijn de resultaten, die bloemkweekers in verschillende landen trachten te be reiken, verschillend. En hoe vaak komt het niet voor, dat buitenlanders kleuren en vormen weten voort te brengen, waaraan onze eigen kweekers niet gedacht hebben, doch die ze maar behoeven te zien om ze over te nemen. Er is reeds gewezen op den omvang der tentoonstel ling. Alles gaat bij do hectare! Er is een tent met orchideeën, die een waarde van zes millioen guldens vertegenwoordigt, voornamelijk van den bekenden liefhebber Sir George Holford, die onder anderen een waren berg van goudgele orcidlum Marshalliona's te zien geeft, zooals waarschijnlijk nooit bijeen is gezien en wel neoit weer zal te zien zijrf. Een kwart hectare in een der tenten is met azalea's gevuld', geheele bosschages seringen trekken elders de aandacht, het blauw van een veld met clematissen siert een anderen hoek, naast het rood en wit van anderen. Langs de paden vindt men breede zoomen van bladheesters en komt zoo bij een verzameling varens vol nieuwe varië teiten, terwijl ginds een boomgaard volgeladen met sappige nectarines weer andere begeerten wakker roept, of men lekkerbek is of niet. En dat alles is één enkele tent, opgetrokken om. er over het gedenk- tc-ekeu voor hen, die in Spanje vielen toen Welling ton daar Napoleon's macht brak; en ook dat gedenk- teeken van grauw graniet gaat nu schuil onder een overdadige massa liefelijke cineraria's. liet doet niet zeer opwekkend! aan als men uit deze reusachtige tent, die bijna twee hectaren beslaat, in de Fransche afdeeling- komt en daarmee in een mam- al te duidelijk merkbare sfeer van uien- en knaflook- geuren. Dit is nu ongetwijfeld' een te 9terk gepronon ceerd nationalisme; waarom zulk een offer gebracht op 't altaar van Frankrijk'» groentengodin, waarom voor zijn moestuinheiligen juist dezen wierook ge brand? Is dit nu chic? Is dit Parijsch? Is deze zware door dringende lucht een herinnering er aan, dat ook Frankrijk neigingen bezit om practisch, nut tig, nuchter te wezen? Dan is de wijze, waarop de Engelsche exposant practisch tracht te wezen en nationaal, toch wel zoo aantrekkelijk. Hij laat bloemen zien zoo groot en zelfs overgroot, dat men geheel vergeet dat bloemen eigenlijk bloesems zijn; de Engelschman brengt rozen voort, die zeggen, dat het oog niet slechts „ook wat" moet hebben, doch alles krijgt, terwijl de geur zoo goed Bachmann te letten. Ik geloof dat hij overal, waar dochters in huis waren, wel terecht had' gekund." Ute zweeg. Zij dacht aan den avond) dat Krochel haar zijn wenschen te kennen had gegeven en hoe zij hem afgewezen had. Een diep medelijden met Ella kwam in haar op. „Het is een overweldiging, Ute", zei Soden, toen hij even later naast haar stond. „En hij die voor koppe laar gespeeld heeft, is Bergitzky. net was opvallend, zoo lief zij gisteren allen tegen hem deden! Jouw va der trouwens ook. Ik had dien Bergitzky graag een schop willen geven; meer is de vent niet waard. Hoe wel Kroehel een ietwat brutale en hartstochtelijke manier van doen heeft listig is hij niet. Uit be rekening heeft hij niet gehandeld. Zij hebben hem beet genomen, wees daar maar zeker van. Hij ver moedt liet natuurlijk niet, maar Bergitzky zal de zaak wel in zijn en Fidelia's voordeel geregeld' hebben. O, daar is Rönniges neem mij niet kwalijk, LTte!" Zij keerde zich om en zag hoe Rönniges boog voor mevrouw Soden en daarna de gasfen naar de rij af begroette. Nu stond hij al voor haar. „Ik heb tot mijn leedWzen gehoord, dat uw ouders niet tegenwoordig konden zijn." „Mama is niet goed", zei Ute, een bloem van de tafel opnemend! en in haar ceintuur bevestigend. Het kwam haar voor, hoe correct Rönniges er ook uitzag, dat er een zekere moeheid over zijn gelaat verspreid lag. „Daarom is het misschien dat u en uwe ouders het feest gisteravond zoo vroeg hebben verlaten?" Zij knikte. Het was het beste dat do zaak van dien kant bekeken werd. „Bent u nog lang gebleven, meneer Rönniges?" vroeg zij. „Neen. Ik had nog een en ander te doen, pri vate aangelegenheden. Ik moest er wel even heen." Zij zag hem verwonderd aan. „Ik dacht. (YTordt vervolgd)».

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1