DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Om het koude goud. No 156. Honderd en veertiende Jaargang. 1912. DONDERDAG 4 JULI. FEUILLETON. Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk f 1, Afzonderlijke nummers 3 Cents. Prijs der gewone advertentiën Per regel f0,10. Bij groote contracten rabat. Groote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. bTnnITnTa n d. Telefoonnummer 3. (Wordt vervolgd.), ALKMAARSCHE COURANT ALKMAAR, 4 Juli. „De vooruitgang zoekt zijn weg over menschenlij ken." Tot die gedachte komt men onwillekeurig, at men eenige cijfers uit de statistieken van de ongeluik ken, welke te Londen op straat zijn voorgevallen, vóór zich -heeft. Die cijfers1 zijn leerrijk. Indien men bijv. weet, dat er in de Engel sche hoofdstad in 1905 200 motor-omnibussen waren en er dat jaar 3 men's'chen doodgereden werden, dan zou men misschien veronder stellen, dat er in 1911 door de 2000 in liet- geheel 30 doodelijke ongevallen' zijn veroorzaakt. Dit isi echter geheel misgerekend in 1911 verloren 107 menschen het leven onder de wielen der motorbussen. Uit deze ci jf«r» blijkt allereerst de verbazende toename, van de electriscbe beweegkracht in het openbare verkeer. Trouwens, de gegevens leeren verder, dat in de laatste tien' jaren 10.000 auto's te Londen „aapjes" en gewone omnibussen hebben vervangen. In liet geheel verleen de de graafschap in dit tijdvak 75.000 auto-vergunnin gen. In den zomer van 1908 kw%nien er plotseling 2000 nieuwe taxi's in het verkeer -onmiddellijk steeg' het aantal ongelukken van 14000 tot 19000. Langza merhand is dit aantal verminderd blijkbaar hebben de voetgangers zich eenigszins aangepast aan de nieu we verkoerstoes tand'en„Eenigszins" immers ver leden jaar werden er 410 menschen gedood en 14.245 gewonds. Grijsaards en kinderen zijn natuurlijk in de meerderheid in de laatste vijf jaar werden er 550 i-kinderen door auto's doodgereden. Vóór er auto's wa ren bedroeg het aantal doodelijke verkeersongevallen per jaar 150, thans is het. verdrievoudigd. Maar de paarden verdwijnen dan ook bijkans geheel uit Lon- dens straten. Wie, die vroeger Engeland® hoofdstad wel eens bezocht, herinnert zich ndet de. aardige han soms, de hooge, tweewielige „aapjes"? Welnu, zoo weinig hansoms zijn er in Londen tenge volge van de enorme toename van het gebruik van auto's overgebleven, dat deze rijtuigjes tot de zeld zaamheden zijn gaan behooren. Het bestuur van het Londensch museum, dat orqlangs in1 Kensington Pa lace werd geopend, heeft dan ook gemeend de voorzorg- te moeten neme'n om een' dezer voertuigen aan te koo- pen en daarvoor een plaats in) het museum in te rui men, teneinde te zorgen, dat dit type van rijtuig voorgoed bewaard blijft. Men vindt deze hansom af gebeeld in een der Juni-nummers van Eigen Haard. Op allerlei vervoermiddelen wordt tegenwoordig de electrische drijfkracht toegepast: vrachtwagens, bier wagens, glazenwasseherswagens enz. enz. Bij wijze van grapje, werd onlangs in l'Illustration het denk beeld gelanceerd auto-buffetten in te richten. De redeneering- was deze: onze tijd staat in het t.ec- ken van het bliksemsnelle verkeer, geen minuut heb ben de menschen te verliezen - welnu, laten we hun dan gelegenheid geven, „rustig te eten en te drinken, terwijl ze van den eenen kant der stad naar de andere rijden. Mén neemt dan eenvoudig een) auto-restaurant a. prix fixe of een diner-auto of, 's avonds na afloop van den -schouwburg bijv., een souper-auto, men. be taalt een bepaalden prijs voor den maaltijd en dan Roman uit het Duitsch van GEORG HARTW1G. 78) -o- „Het gaat niet ik weet niet, maar ik geloof, dat ik geen paardrijden leeren kan stamelde Ella, Krochel's hand vattend. „Weg met Hans!" beval Krochel kortaf. „Heem hem het zadel maar weer af, Stobmeier!" Zij dacht er goen oogenblik aan dat het haar goed recht was te weigeren rijden te leeren. Schuchter liep zij naast Krochel over de plaats naar de huisdeur toe. „Wees niet boos op mij",, zei ze, haar arm in den zijnen leggend. „Het is immers de eerste maal." Hij kon haar smeekenden blik niet weerstaan en drukte haa.r zoo- vast teg-en zich aan, dat zij bijna geen adem meer halen kon. „In de rijbaan moet je het echter beter doen. Zulke leermeesters als ik, vindt je. op dit gebied niet gemak kelijk. Nu nu geen verzet!" Hij kuste haar niet hartstochtelijke teederheid op de lippen. Achter hen aan kwam iets met lange sprongen de trap op. Het was een pracht-exemplaar van een bul dog, die met Stobmeier uit den stal gekomen was en zich nu tusschen Ella en Krochel drong-, waarbij zijn koude, natte neus tegen Ella's neerhangende hand aan kwam. Zij schrok, uitte een kreet en maakte zich haastig uit Krochel's omarming los. Deze storing maakte kapitein Krochel zoo woedend, dat hij den vroolijk tegen hem opspringenden hond oen schop in de zij gaf, zoodat het arme dier huilend wegkroop en zich op den grond neerlegde. Padelijk voelde Ella het laffo en ongemotiveerde verder voor elke 200 meter bijv. .75 centimes. Zooals gezegd het is nog maar een grapje. Maar wie weet hoe spoedig het werkelijkheid geworden is. In een tijd1, waarin met centra.alv-srwaran.de, van wijn kelders voorziene auto's wordt gereden, staat men im mers voo.r niets meer. Eni dani kan men ook niet reods ia den trein zijn maaltijd) nuttigen, hetzij in den restauratiewagen hetzij met behulp van de diner-, lunch- en soupermandjes, welke aan verschillende bui- tenlandsche stations verkrijgbaar zijn? Maar onr op ens onderwerp terug- te komen de verkeerstoestanden worden dus steeds ongunstiger. Het belangen-eonfiict tusschen de voetgangers en de autorijders wordt dus -ook steeds scherper. Daarbij komt dat, hoewel de regeling- van het veïkeer in Lon den overigens voorbeeldig' mag heeten, en -daar de best gedisciplineerde chauffeurs worden gevonden, de groote snelheid, waarmede de auto's mogen rijden, nog hoe langer hoe groot-er wordt. Ook bielr kan men de waarneming doen, dat dezelfde menschen, die een af schuw hebben van den oorlog, die steeds aandringen op afschaffing van lijfstraffen en van de doodstraf, het voor heel gewoon houden, dat auto's menschen overrijden. Nu is echter in Londens straten niemand meer zijn leven veilig, hetgeen aardig aldus is gezegd, dat -een bergbestijging in Tyrol minder gevaar ople vert dan liet oversteken van Piccadilly circus of Cha ring Cross-, twee bij uitstek drukke punten. Daarom worden er tegenwoordig allerlei, voorstellen tot her vorming van het verkeerswezen gedaan. Het radicaal ste absolute, scheiding tusschen liet verkeer te voet en te auto, op en boven of onder den grond durft men nog niet aan. Men zoekt de oplossing- op andere wijze. Men verwacht, in strijd! met de Engelsche tra ditie, heil van de bureaucratie. Men wil een stedelijk verkeersbureau ter bescherming van voetgangers in stellen. Men wil een commissie van onderzoek benoe men. Nu hooft men ten opzichte van een enquête commissie den laats-ten tijd niet de aangenaamste er varingen. De T i t a nie- conan iss ie, gisternamiddag eerst gereed gekomen, was in Engeland maanden be zig, terwijl die van Amerika in enkele dagen gereed kwam. Toen de huisarbeid! het onderwerp van den dag was, werd er tear fine van onderzoek een commissie uit het Uoogerhuis benoemd. De commissie was twee jaar achtereen aan het werk, verzamelde een schat van materiaal, liet mooie blauwboeken drukken, maar veel verbetering- is er in deni toestand der thuiswerkers niet gekomen. Mocht er dan ook een commissie worden benoemd, om na te gaan hoe de auto-ongelukken kunnen worden voorkomen -en verminderd, dan zal die ongetwijfeld ijverig aan het werk gaan! -maar volwassenen en kinderen zullen in grooten getale onder de auto-rade ren het leven verliezen. Van de menschen, zoo merkt 'een Engelscb journa list in dit verband terecht op, voor wie tijd geld is en voor wie bij geldzaken de'menschlievendheid! ophoudt, is niet te verwachten, dat do snelheid van de auto's gehandhaafd, laat staan verminderd en de vermeerde- van deze daad. Diep medelijden met den hond kwam in haar kinderlijk hart op. „Hoe kun je zooiets doen?" zei zij snel, ging' op het mishandelde dier toe, boog zich over hem en streelde zacht zijn kop. „Wat zijn jelui mannen toch vaak ge voelloos en wreed." „Ik zal doen en laten wat ik wil", zei hij kortaf, opende de deur en ging binnen. „Vooruit Stups! marsch - naar^den stal! Ella, wees zoo goed en kom binnen." In huis was het k-oel. Ella rilde ten minste over haar geheele lichaam, hoewel nog wel zonnestralen in de kamer vielen en de wanden beschenen. „Waar wil je nu weer heen?" vroeg Krochel onte vreden, toen Ella zich naar een deur wendde. „Ik ben nog niet in de keuken geweest „Och wat, onzin keuken! Als ik morgen in dienst ben, kun je daar zooveel rondzien als je maar wilt. Op het oogenblik is daar niets bijzonders te zien niets dat voor jouw oogen geschikt, is. Stups en ik staan soms op voe.t van oorlog. Hij heeft eenvoudig te ge hoorzamen en anders krijgt bij slaag. En ga nu zit ten en zet niet. een gezicht of er ik-weet-piet-wat ge beurd was." XIX. Toen Ella den volgenden morgen de oogen open sloeg, was zij alleen. Reeds vóór vijf uur was Krochel's regiment uitgerukt, Zij had de muziek in haar slaap gehoord en de. -lichte morgenslaap, vol fantasie, had haar beelden voor getooverd, die thans nog, nu zij ont waakte, haar hart- sneller deden jagen. Zij had zich zoo vast voorgenomen niet meer te bla deren in het boek van haar verladen, waarin zooveel onaangenaams en teleurstellends geschreven stond, dat haar opnieuw zou kunnen drukken en nu, in den droom, had' zij weer in den erker bij de Bach- mann's getoefd en had haar hart dicht bij dat van Willi Bachmann geklopt. Met een kreet, van angst richtte zij zich in haar bed ring voor het houden van de auto's hemoeielijkt wordt TWEEDE KAMER. Gisteren werd voortgegaan met de algemeene b-e- raiadslaging over het wetsontwerp tot uitbreiding van het staatsmijnveld1. De heer Nolens (R.-K. Venlo) meende, dat de velden, die buiten d© Maasvelden nog' voor exploitatie bestemd zijn. voor particuliere exploitatie in aanmer king zullen komen. Voorts zullen in) de Maasvelden spoedig nieuwe .ontgiuningszetels moeten gevestigd worden, om te kunnen beschikken over alle soorten kolen. Spr. wees er op, dat het doel, dat de bevolking' zich aan den mijnbouw zou wijden, bereikt, is. Ook liij^ is verder tegen een staatsmonopolie, doch men kan van geen uit te voeren) staatsmonopolie spreken. Spr. betoogde de we-nsehelijkheidl van d© uitbreiding van het staatsmijnveld op verschillende gronden en be streed het argument betreffende de rentabiliteit van het staatsmijnbedrijf. Ook verdedigde hij de wijze van overdracht en prijsbepaling. Minister T a 1 m a kende den concessieaan vragers, die hun aanspraken voer 19 toni overdragen, niet alleen op het recht gegronde aanspraken, doch ook billijkheidsaanspraken toe. Spr. toonde aan, waarom bij de regeering niet de wensch heeft bestaan om tot een staatsmonopolie te komen. Mijndirectie en Mij.nraadl hebbén het regeeringsvoorstel voor de staatsmijnen voordeelig geacht; de hoofdingenieur van de mijnen heeft het afgekeurd) op grond' van overwe gingen va n algemeene mij apolitiek. Voor de vorming' van het grootbedrijf waren de Maasvelden noodig -en de Peel niet geschikt. Spr. betwistte, dat het tegen woordige mijnveld' nog gedeelten bezit, die rijk aan kolen zijn. De Maasvelden zijn vooral noodig voor de gaskolen. Spr. kwam dan tot het argument van den heer Bos, dat de vet-leaning van concessies' meer in het belang zou zijn) van de particuliere nijverheid en besprak ook de hoogte van- den -prijs, waarvoor de aan spraken zijn overgenomen. Wat de kwestie der rente berekening van) d'e in het bedrijf gestoken kapitalen betreft, deze is door de regeering: met- de directie over wogende directie is voornemens- de nieuwe mijnen te belasten, met de bedragen, die er voor besteed zijn. De minister wijdde daarna nog gen woord -aan de rentabi liteit en gaf in; overweging om de rekening van het staatsmijnbedrijf voorta-anj in handen te stellen van oen commissie uit de Kamer. Hij zag verder in het voorstel een goede zaak voor den staat en wilde geen staatsmonopolie, doch een krachtige nfffiionale mijnpolitiek. De regeering heeft om een voorsxel gev-raagd, nadat eenige heeren, die de Peel exploiteeren en geen inventeursrechten betalen wilden, eenige millioenen van den staat verlangden om d'e mijnen) op gang te brengen, daar er anders van het nationa-al karakter niets terecht zou komen. Op den duur echter, verwachtte spr. wèl belangstelling van het- Nederlandsehe kapitaal. De heer Bos (v.-dl. Winschoten) repliceerde, dat zijn eergisteren gekoesterde twijfel niet verminderd is. Wegens het gevaar evenwel', dat bij verwerping niets zal gebeuren, achtte spr. verwerping onwenschelijk. Regeling van werkzaamheden. De voorzitter stelde voor nog een reeks klei ne ontwerpen, zoomede het voorstel-Kuyper c.s. tot wijziging van het Regl. v. Orde, aan de agenda toe te voegen en het. laatste voorstel Vrijdagmiddag te be handelen. op. Tranen, tranen van geluk uit haar droomt rolden haar over de wangen en lieten sporen daarop na. Zij had geen onrecht gedaan, slechts gedroomd en toch sidderde zij vol angst voor hetgeen zij gezien had, voor den blik van haar man als hij weer bij haar zou zijn, daar hij nooit iets vermoed; had van haar verlan gen naar een anderen rn-an, naar wien zij het liefst, had) willen toegaan ver bij Krochel weg. Omdat het. zoo. met haar was, zou zij zeker altijd vreemd tegenover Krochel blijven staan, gedwongen en schuchter. Toen zij het weinige had) gedaan, wat haar in de huishouding te doen mogelijk was, snelde zij naar de villa van dokter Soden, om te zien hoe- het met haar zieken vader was. Ditmaal ontmoette zij den dokter zelf op den drem pel. „Het is nog precies zoo als gisteren", zei .hij, haar hand drukkend en met kennersblik de schaduwen om haar anders zoo heldere, blauwe oogen gadeslaande. „En als het einde nabij is wat dan, kind!" zei hij hartelijk. „Zou het niet het beste voor hem zelf zijn? 'Als iemand zooals hij allerlei heeft doorgemaakt, dan zijn er zoo veel moeilijkheden als hij weer in het leven zou willen optreden zooals vroeger. Je zult dat zelf ook inzien! Nu kom ik ga nog gauw oven met, je naar boven." Hij hield haar hand in de zijne, tot E-lla plotseling staan bleef, haar armen om hem heensloeg en bitter begon te weenen. Zij sprak geen woord er bij. Zij liet haar tranen den vrijen loop en zocht zoo verlich ting voor do drukkende gevoelens' die haar uit haar droom waren bijgebleven. Eenige seconden liet hij haar mot gefronst voor hoofd begaan, toen zei hij kalm: „Ik heb maar zeer weinig tijd), Ella, bedenk dat, kind." „Ja oom, ik weet het wel vergeef het mij, maar. Zij droogde haar tranen af, hoewel zij gevoelde; dat dat, wat haar bedrukt^ noa lang ni»t van haar gewo- Na eenige discussie werd dit- voorstel z. h. s. aanr- genomen. De algemeen© beraadslaging over de uitbreiding van het sta'atsmijnweldi werd daarna hervat. De heer .Janssen (r.-k. Maastricht), Van Karn e beek (v. 1. Utrecht) en Vliegen (-s. d. a. p. Amsterdam) repliceerden, de minister du pliceerde. de heer V a rn K-ar nebeek tripliceer de on de heer Nolens repliceerde, waarop na tri ptiek van den minister de algemeene beraadsla ging gesloten werd. Het wetsontwerp werd aan-genomen met 52 tegen 11 stemmen. Vervolgens werden eenige kleine wetsontwerpen aan genomen, o.a. na- eenig debat ook het ontwerp tot toe kenning van een subsidie aan de Centrale commissie voor het Plan 1913. Bij het debat over dit ontwerp zeide o.a. do heer Schaper (s. d. a. p. Appingedam) dat hij en zijn vrienden het ontwerp beschouwen als van mercantiel en commercieel karakter en vóór zullen stemmen, doch dat de sociaal-democraten aan de feestviering niet meedoen. De lieer Van Kar n e beek (v. 1.) merkte op, dat de sociaal-democraten zich daarmede afscheiden van de natie en zich dus anti-nationaal betoonen. De heer Schaper antwoordde, dat de sociaal- democratie is internationaal en dat zijn vrienden niet meedoen aan feesten, die van bovenaf zijn opgelegd. Daarna begon do behandeling van de Auteurs- w e t. De heer van, Doorn u. I. Gouda-) betoogde, bij do algemeene beschouwingen, dat het ontwerp veel t-e ver gaat, dat eigen landskinderen) ten achter gesteld' worden bij vreemdelingen. Natuurlijk volgen er eeni ge voordeelen uit deze wet, maar spr. geloofde ook dat er heel wat in verscholen ligt. voor netelige gedingen, doordat men toegegeven heeft aan) d'e onbestemde kan ten van het auteursrecht! De heer Van Nispen (r.-k. Nijmegen) be treurde het, dat de verhouding van de Bern er conven tie tot dit ontwerp zoo kort is- toegelicht en meende, dat uit het ontwerp niet blijkt, of het tmetaat het in dividu bindt dan wel de staten. De lieer D rucker (v. d. Groningen) achtte deze kwestie van groot belang voor onzen Nederlandschen rechtstoestand Nooit of nimmer is ingestemd met de leer, welke de regeering als) de juiste ingang wil doen1 vinden. Hij vreesde dat Nederlandsehe burgers en rechters' er door in groote moeielijkheden zouden den worden gebracht De. heer Van Asch van) W ij c-k (anti.-rev Amersfoort) zeide ten aanzien van de rechtsvraag: wet of tractaat, volkomen op het. standpunt der Regee ring te -staan. Spr. meende ook dat dit standpunt vrij algemeen wordt ingenomen. Echter diende de Regeering toch nog eens onom wonden' te verklaren dat. de Conventie, gelijk ooit spr. meent, het individu bindt. De heer Van den B e r c h van H e e m- - t e d e (r.-k. Oosterhout) berustte in dit ontwerp, maar verwachtte dat men er na jaren berouw over zal liebben. Hij beschouwde cle zaak -als een) fataliteit, er is eenmaal niets meer -aan te doen. Alleen door amendementen kan men de scherpe kanten er eenigs zins aan ontriemen en hij hoopte dan ook dat de minis ter toeschietelijk zal zijn tegenover verschillende amendementen. Ons land1 verkeert trouwens in1 een exceptioneel ge val; omdat het buitenland) ons bijna niet noodig heeft, terwijl het omgekeerde wel het geval is. Het gevolg- van de wet zal ook zijn d© vorming' van een monopolie ken was. Zij begreep, dat het 't beste was, zich te bo- heerschen. „Ik ben va.u de reis met haar vele vermoeienissen en opwindingen nog steeds wat zenuwachtig", fluisterde zij. een kleur krijgend. „Ja, liet was warm in de dagen dat jelui uit waart", zei hij en verder niets. In de ziekenkamer zat Louise Siebold, een breikous in de hand, aan het hoofdeind van het bed, waarin Hei.nrich Bickenbaeh lag, slapende, nog altijd' onbe wust van hetgeen er om hem voorviel. „Hij heeft vannacht een heftigen koortsaanval ge had en tegen den morgen heb ik hem een dosis mor fine gegeven", zei Soden, hem de pols voelend. „Nu slaapt hij. Een uur1 geleden was hier een collega yan mij. Ik wilde hem raadplegen. Niet dat ik niet zeker van mijn zaak ben, maar het is beter zoo." Ella boog zich over zijn hand' en kuste die. „Lieve, beste oom, hoe zal ik u voor dit alles dan ken?' fluisterde zij met trillende lippen. Zij dacht aan haar ouderlijk huis, waar thans niets aan hartelijkheid' en vriendelijkheid meer voor haar was te verwachten en nogmaals drukte zij zijn hand aan haar mond. „Ik dank u voor de laatste weldaden, die u mijn ar men vader hebt...." Zij kon niet geheel uitspreken wat zij wilde zeggen. De smart overweldigde haar. „Nu - voorloopig is het nog niet zoo ver", zei hij, haar op de wang tikkend. „Vóór alles is thans noo dig, dat het hier rustig in de kamer blijft. Dus; als jelui met elkaar praten wilt, doe dat dan in de kamer hier naast." „Ik wilde tante Marie Ute's brief teruggeven", zei El la zacht. Louise Siebold nam den brief van haar in ontvangst. „Is het niet een waar genot hem te lezen?" vroeg zij vriendelijk. Ella knikte.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1