2577 11531 14037 15236 S T A PS N I E U W S. geleiden, er werd echter a capella gezongen, en wel: Gelukkig Vaderland!,, Een lied van de zee, 'tHaes- ken, Ylaggelied, van W. Smits, Jan Maat, van Paar- dekooper, Een triomfantelijk lied van de zilvervloot, van J. J. Viotta en Zaansch Liedieken, van Cornelie van Oosterzee. Daarna traden de voreenigitigeu er waren er tien afzonderlijk op, wat vlug in z'n werk ging, want om kwartier vóór vier was men daarmede gereed. Er werd door sommige vereenigingeu heel goed, dóór andere minder goed gezongen, maar allen zetten hun beste beentje voor. Na afloop daarvan begon men onmiddelijfc met het hoofdnummer van het feest dó „lentenachts fantaisie", woorden van Pol de Mout, muziek van J. Paarde'koo- per, onder leiding van den componist en met- begelei ding van het stedelijk orkest uit Alkmaar, dat zich verdienstelijk van die opdracht kweet. Bij deze uit voering werkten mede: „Caecilia", „Concordia" van Westzaan, „Ons Genoegen," „Harmonie, „Zang-lust" en „Dan. de Lange." Het werk, welks auditie uitste kend slaagde, werd met aandacht aangehoord, en een daverend applaus weerklonk toen het slotaccoord ge klonken had. Er komen aardige, zeer melodieus© gedeelten in dit werk voor, o.a. „Langzaam daalt weer de avond' neer," ,,te Meien, te Meien," „Zie hoe de kimme dónkert," het slotkoor van het derde deel, en nog zooveel meer. Dit was het slot, van dit welgeslaagde feest. De commissie van beoordeeling bestond uit de hee ren H. J. den Hertog uit Amsterdam en M. W. Petri, uit Utrecht. De afzonderlijke voordrachten waren: 1. „Wiegeliedje" van J. KuipersFr. J. Koeske door „Concordia" van Westzaan, dir. J. Sluis. 2. „Lentelied van mevr. C. StehoonmanBottinga J. F. van Egmondl, en „Zomer ,op 't land1" van J. Paardekooper, door „Zang en vriendschap" van Schagerbrug, dir. G. L. Kroonen-burg. 3. „Daar komt de lente weer" van M. van West.G. A. Heinze, door „Ons Genoegen," dir. J. Zwart. 4. „Bloemen", van W. M.Hater, door „Prot. ker kelijk zangkoor van Bergen, dir. K. Beets. 5. „Barcarolle1 van Piore della NeveGeorge Beye-r- le, door „Zanglust," dir. A. Vink. 6. „De Ruyter," van J. P. HeyeCornelie van Oos terzee, door Dan. de Lange, .dir. J. Zwart. 7. „Vol moed God's schoone wereld in," van R. Pal- me, door „Thalia," dir. S. Boot. 8. „Lied", van Bernard Zweers, door „Harmonie" van Beemster, dir. J. Paardekooper. 9. „Morgenrood" van D. Troelstra—O. de Nobel, door Spaarndam's Gemengd' koor, dir. J. Zuidweg. 10. „Mijn Nederland," van Dan. de Lange(?) door Caecilia", dir. Joh. de Groot. In de hedenmorgen gehouden raadsvergadering werd met 4 van de 6 uitgebrachte stemmen benoemd tot onderwijzeres Mej. M. Koopman, thans tijdelijk als zoodanig werkzaam te Egmond aan Zee. van TOEVLUCHTSOORD VOOR ZWAKZINNIGEN. Men g-aat in Denemarken een eigenaardige proefne ming op touw zetten. Het eiland Livö zal worden be stemd tot toevlucht voor zwakzinnige personen, die schadelijk zijn voor de maatschappij of geneigd zijn tot rondzwerven. Zij zullen er gelegenheid hebben te werken, maar ook aan hun zwerflust eenigs-zins den vrijen teugel kunnen laten, want het eiland' is 350 H.A. groot. De bewoners zullen zoo heet het al thans het eiland niet kunnen verlaten. EERLIJKHEID BELOOND. Maandagmiddag komt een ingenieur aan een groote Xederlandsche autofabriek op de Westefbouwing bij Arnhem en na eenige vertering te hebben gemaakt vraagt hij den kellner om een briefje van honderd gul den te wisselen. In den tijd, dat de kellner bij zijn patroon aan liet wisselen is, verdwijnt de ingenieur. Dinsdag komt een chauffeur en vraagt aan den pa troon om het geld. De patroon weigert aan den chauf feur het geld' te geven, daar deze geen bewijs heeft het geld te mogen ontvangen en de patroon gee-n kennis geving ontvangen heeft. Donderdag komt de ingenieur en ontvangt van den kellner de Maandag toevertrouwde honderd gulden en als bewijs dat bij eerlijkheid op prijs stelt', geeft hij den kellner een belooning ten bedrage van. tien cent en verdwijnt weer. (Vad.) BIJGELOOF. Naar aanleiding van bezwaren van Grie'ksehe han delaars en kooplieden om hun goederen toe te vertrou wen aan het stoomschip „Charon," van de Kon. Ned. Stoomboot Maatschappij Charon was de bekende fi guur uit de onderwereld in de mythologie heeft de reederij den naam veranderd in „Jason." BROEK OP LANGENDIJK. In de week van 15 tot 20 Juli werd aan de veiling aangevoerd 10912 zak aardappelen, 259100 bos worte len, 191700 bloemkool, 48500 roode kool, 800 gele kool, 1435 witte kool, 38100 slaboonen, 240 pond aalbessen, 10 zak tuinboonen, 8 baal zilVeruien en 270 K. g! augurken. UIT OBDAM. Wijl door onzen gemeenteraad het besluit was geno men niet toe te treden tot de Electrische Centrale voor West-Friesland, trad hier Zaterdagavond de be kende ingenieur Van der Hegge Zijnen nit. Utrecht op, gevolg gevende aan een verzoek van verschillende notabelen uit ons1 dorp om een lezing- of causerie te houden over electriciteit en db Electrische Centrale. De voorzitter van het comité, notaris Gottmer, open de de bijeenkomst, waarna de heer v. d. H. Z. achter eenvolgens op onderhoudende wijze de drie verschil lende doeleinden behandelde, waarvoor electriciteit wordt gebruikt: licht, kracht en warmte. Na de pauze gaf de spr. verschillende inlichtingen .over de toekomstige centrale, mededeelende, dat het aandeelen-kapitaal voor Obdam zou zijn 20.300. aar de voordeelen zoo duidelijk waren aangetoond en de risico zoo gering was, werd aan het eind der vergadering door den voorzitter voorgesteld een reeds door hem opgemaakt requqest aan den Gemeenteraad te teekenen ten einde dit colle te vragen alsnog te willen toetreden tot de Electrische Centrale. Dit voorstel vond algemeen bijval. UIT IIEER-HU GO WA A RD. Vrijdagmiddag vergaderde de Raad. De mededee- lingen dat de kasverificatie op 27 Juni, aanwijzende een bedrag van 2908.90, in orde was, dat de ontvan ger op 29 Juni van den rijksbetaalmeester 2908.90 en, op 3 Juli 177.90 en van den rijksontvanger te Scheraierhorn den 0 Juli 1842.04 ontvangen had, werden voor kennisgeving aangenomen. De heeren II. Brands, hoofd der school te Veenhui- zen en A. Brands, hoofd der school aan den Rusten- burgerweg, 'hadden beiden, bericht gezonden dat zij 15 dienstjaren hadden en dus voor verhooging hunner jaarwedde in aanmerking- kwamen. Geen der raadsleden had hiertegen bezwaar. Hierna kwam een adres van 174 R. K. inwoners- uit de gemeente ter sprake, waarin verzocht werd om te- lug te komen op het raadsbesluit om een armenhuis te stichten, aangezien zij met dit besluit niet kunnen medegaan, daar hun geloofsgenooten nog andere be hoeften hebben dan stoffelijke, waarom zij hen niet] gaarne in een dergelijke inrichting zagen opgenomen. De voorzitter merkte op dat het hem spijt- dat dit adres nu is ingekomen. Het armenhuis is al -een keer of drie in den raad besproken geworden, het was dus1 te voorzien dat tot stichting zou worden overgegaan. Nu daartoe bes-lo ten is, komt men met dit' adres. De heer v. d. Oord was het hiermede eens, het is nu te laat, daar het besluit genomen is. De heer Appel wees er op dat- het armenhuis in slechten staat is. Er moet daarom wat gebeui'en. Niet op het besluit terug te komen vindit hij dus gewen3cht. De heer Schilder zei mede-onderteekenaar van het adres te zijn en merkte op dat men het adres niet eer der had kunnen zenden, daar men eerst het besluit had af te wachten, voor men kon protesteeren. De voorzitter vond het adres geen protest, doch een verzoek. Over het armenhuis met pastoor v. Swieten spre kende, bleek het hem duidelijk dat die er tegen was Beter was het geweest het adres voor het nemen van liet besluit te zenden; nu acht spr. het niet goed, het van invloed te doen zijn. De heer Pool vroeg hoe het in andere plaatsen, waar een gemengde bevolking is, gaat, en zag niet gaarne *dat ten opzichte van hun geloofsovertuiging door het armenhuis op de vertoevenden tekort werd gedaan. Den voorzitter zou het spijten indien zulks gebeur de. Het zou wel het mooiste zijn als men voor elke richting een huis stichtte, maar daarvoor is de 'ge meente te klein. De heer Plevier vond' het niet doenlijk op het besluit terug te komen. De gemeente heeft1 voor een tehuis voor de armen te zorgen en vraagt daarbij niet welk geloof iemand is. Het adres werd voor kennisgeving aangenomen. De verzoeken tot ontheffing van een deel van den hoofdelijken omslag wegens vertrek van de heeren W. M. Bekker, M. Hui bert s en van Mej. de Wed. G. Sie- wers, werden ingewilligd. De heeren J. v. d. Gracht en J. Bijvoet hadden be richt dat zij zich hij cle uitspraak tegen hun reclames niet wenschten neer te leggen en daarom voor cte commissie wenschten te verschijnen. De voorzitter verzocht de commissie deze personen te berichten, wanneer zij konden verschijnen. Naar aanleiding van het verzoek van den heer P. Kooiman, ambtenaar ter secretarie, stelden B. en W. voor, omdat een dergelijke ambtenaar met het oog op de werkzaamheden zoo dringend noodig is, adressant voor de nog komende vier maanden 50 te geven en die vergoeding voor de volgende jaren op 200 per jaar te bepalen. Na eenige discussie, waarbij de heer Met er op aandrong om dan ook in de toekomst niet hooger te gaan, daar adressant reeds door den burgemeester be taald wordt, werd het voorstel van B. en W. aange nomen. De heeren P. Beers Kz., A. Luke, A. Hoogeboom, P. Beers Az„ P. Beers Hz., J. Smit, N. Hoogboom, A. Hes, P. Hes en A. Komen verzochten in aanmerking te komen aan den hoofdelijken omslag- in de gem. te mogen bijdragen, aangezien hunne verdiensten 500 en 550 per jaar bedroegen. De voorzitter wees er op dat het zaakje in de ver gadering van B. en W. besproken ia. Hij noemde liet een eigenaardige toestand, dat personen verzoeken om te mogen betalen, meestal wordt er verzocht om niet te betalen. Het is nu echter de vraag of men zal afwijken, van den tot nu toe gevolgden weg, om perso nen die bij hun ouders thuis zijn en van wie niet be keud is dat zij eigen vermogen bezitten, niet aan te slaan. De heer Blom achtte het beter deze vraag in een volgende vergadering te bespreken. De heer Schilder achtte uitstel overbodig. Waar adressanten zelf verklaren dat zij meer d'an 400 ver dienen, is het niet meer dan billijk dat zij betalen. Op -een vraag van den heer Plevier deelde de voor zitter^ mede, dat adressanten allen ongehuwd zijn en bij huh ouders inwonen. De heer Appel merkte op dat -de verdiensten van adressanten niet vast zijn, ze kunnen het vorige jaar wel een goed jaar gemaakt hebben, maar er kan ook wel eens een jaar komen dat er geld' bij moet. Z. i. kan men op het verzoek niet ingaan. De heer v. d. Oord achtte het ook niet gewenscht. De heer Schilder vond het in het voordeel van de gemeente en dat is naar zijn meening de vraag. De heer v. d. Oord vond het d'e vraag of men het standpunt van voorheen zal verlaten. De heer Schilder wees er op dat men zich ook vol gens de gemeentewet zelf kan aangeven. Die boven 400 verdient moet betalen; tegenwoor dig zijn er wel' boerenknechten die meer dan menige baas zelf verdienen. De voorzitter vond het op zicli zelf aangenaam, maar waar de raad steeds inwonende kinderen zonder vermogen vrijstelde, zal men hierdoor deze- moeten aanslaan. De heer Schilder was van meening dat men het met het oog- op bet. voordeel voor de gemeente niet goed kan laten. De lieer Met. vroeg welke meening B. en W. hierover hebben. De voorzitter zei dat B. en W. van meening zijn dat het tot dusverre gevolgde standpunt nog niet. verla ten moet worden, maar de beslissing wordt aan den raad overgelaten. De heer Schilder was er voor de personen op te ne men en dan desnoods hen die klagen wat te verminde ren. De heer Met merkte op dat het adressanten niet om het betalen te doen is, maar om het kiesrecht voor den raad. Spr. vreesde, dat men hierdbor veel werkzaam heden zal krijgen. Blijkt het dat er onder de personen zijn die feitelijk minder dan 400 verdienen, dan moet. men ze toch weer schrappen en kan men met die werkzaamheden wel aan den gang blijven. Van het jaar er op, het volgend jaar er af. De heer Plevier vroeg of er iets tegen is om het voorstel van den heer Blom aan te nemen. De voorzit ter antwoordde hierop, dat zulks' niet het geval is. De heer Met wasi er voor het geld aan te nemen, maar ze daardoor nog niet op de kiezerslijst te plaat- sen. Spr. wilde dit -eerst nader onderzoeken. De voorzitter merkte op dat zij reeds op de. kiezers lijst voorkomen, daar zij anders toch geen gemeente kiezer kunnen worden. Wij mogen wel aannemen, zoo zeide de voorzitter dat hun aangifte juist is, aangezien liet gewaagd is een verkeerde opgave te doen. Stellig zijn er echter wel' meer liefhebbers, wij ko men zoo dus ui-et gemakkelijk aan een eind. De heer Schilder vond er niets tegen. Die er op kunnen moeten er toch op geplaatst,-worden. Hetzij ze nu door den raad* of door eigen aangifte er op ko- men, steeds is het in het voordeel van d'e gemeente De K. K. Propagandaclub heeft een 38 personen ge vonden die wel voor de Kamer en Provinciale Staten kiezen en niet voor dö gemeente e.n wenscht op deze wijze dó lm er op te brengen. Spr. geloofde niet dat de raad bij machte is die personen te, weren. (Wordt vervolgd). twaalf gemeenten toegetreden, met ongeveer 15.000 inwoners. Door de Koninklijke Familie zijn op de Koloni ale Landbouwtentoonstelling te Deventer aangekocht een aantal Curagaosche hoeden voor persoonlijk ge bruik, o. m. voor Prinses Juliana. Te Dieren is tegen een zestienjarigen bleekers- kneeht procesverbaal op-gemaakt, en verdacht, van aan randing van meisjes, die door hem werden opgewacht op een eenzamen weg te Spankeren en Laag-So-eren. 1 Het oude slot Osinga State te Langeweer (Fr.), in 1692 door den grietman Osinga gesticht, zal wor den afgebroken. STAATSLOTERIJ. Trekking van heden. le klas. f 500031S0. f 100017276. 1 e. lijst. 400: 200: 100: 581 4172. 12455. 1601 2265 gaarne KORTE BERICHTEN. Ook de gemeente Twisk heeft zich aangesloten de \v estfnesehe Electrische Centrale, Thans bij zijn i BEVESTIGING KERKERAADSLEDEN. In de geheel gevulde Groote Kerk der Ned. Herv. Gemeente had gisteren dó bevestiging plaats van de nieuwe kerkeraadsleden, mr. A. M. Ledeboer, dr. R. J. van der Heijde, P. Greidanus en C. A. de Braai, ouder lingen en dr. R. G. C. Schroder, O. E. Slinger, H. Bos- sert Azn. en H. Ond'erstal, diakenen. De bevestiging geschiedde door ds. de Pree en werd gelijk na het resultaat onzer informaties, neerge legd in hot desbetreffend bericht' van Woensdag j.l. te verwachten was niet dóór incidenten onderbroken. De voorganger verzocht de gemeente ps. 89 het 7de en 8ste vers te zingen en met aandacht den eersten brief van Apostel Paulus aan de Corinthiërs, 3de hoofdstuk van heit 9de tot- het 23ste vers te hooren lezen. Nadat ds. de Pree het gebed had uitgesproken, waarin hij had! gesmeekt, -bewaard, te mogen blijven voor alle onvoorzichtigheid en voor alle onheilig vuur op het altaar en de harten zouden mogen worden ont sloten voor Gods woord, opdat den blinden de oogen openg-aan en de dooven hooren zouden, begon hij zijn preek met te wijzen op de gelijkenis van de beide, hui zen, waarvan het een op vasten, het, andere op onvas- ten grondslag was gebouwd. Onder de menschenkinderen, die rusteloos van de jeugd! af tot den grijzen ouderdom toe bezig zijn, aan het huis hunner hope, huns geluks, zijn twee soorten bouwlieden, zoo ging hij voort. Er zijn er daar ook, die het huis hunner hope en huns geluks grondvesten op den bodem, zooals zij die vinden, en ander-en, die graven, totdat zij hebben gevonden den steenrots, wel ke dragen zal, onwankelbaar en vast, het huis- van hun hope en geluk. De rots, waarvan de apostelen en profeten hebben gezongen, waarvoor David zijn harp deed tokkelen, toen hij zeide „bij U schuil ik," is Christus Jezus. Daarover wenschte de predikant te spreken en wel naar aanleiding van het woord: „Want niemand kan een ander fundament, leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus." Nadat de gemeente had gezongen van den 118den psalm vers 11 en 13, deed ds. de Pree uitkomen, dat Paulus niet heeft gezegd', niemand mag een ander fundament leggen, om te wijzen op het ongeoorloofde daarvan, maar: niemand kan een ander fundament leggen, om te wijzen op het onmogelijke daarvan. Wat is nu een Christendom zonder Christus, is dat niet precies hetzelfde als' een gods-dienst zonder God? Zoo- velen meenen genoeg gedaan te hebben, om zich Chris ten te noemen, als zij maar een woord' van Christus in hun levens- en wereldbeschouwing verwerken of ook maar alleen den naam van Christus noemen. Christus mag- maar niet wezen een ornament-, maar moet zijn het fundament. God heeft in Christus het woord „vergeving" aan de wereld toegeroepen. In. het geloof in Christus wordt gevonden een rust, waaruit oprijst het loflied der verheerlijking van God. Uit de gemeenschap met Christus vloeit kracht toe. Van den kansel af vroeg de predikant, wat hij vroeg op huisbezoek, in den kerkelijken strijd: overdenk zelf, vrijzinnige Alkmaarders, verhinder den dienst der ver zoening niet. Hij gelooft-, dat aan de- behoeften van or thodoxen en vrijzinnigen niet anders kan worden vol daan dan door de prediking des Iu-uises, dan dat hun voorgezongen wordt het lied der verzoening, met een thema: vergeving in Christus en vrede bij God. Wie het fundament van Christus gebouw, de tempel Gods verwerpt, heeft zich zelve echter gesloten buiten het Christelijk erf. Het wilde ds. de Pree voorkomen, alsof hij in deze morgenure een heel andere gemeente Alkmaarders voor zich zag, dan toen hij 3 jaar geleden zijn intrede deed. Hij zag zelfs onder de nieuw benoemden maar één, die, als bij uitzondering, onder zijn prediking kwam. Er is als het ware in plaats van één tempel, een marktplein gekomen met allerlei waren, welke aange prezen worden en dat wel eens zou kunnen worden be zichtigd door dó Engelschen en Amerikanen, die Vrij- igs komen voor de kaasmarkt. De Jezusfiguur is voor den vrijzinnigen wat het beeld van zijn heilige is voor den Roomschgezinde, dat deze met zooveel eerbied- groet, maar dat hem niet helpen kan. Velen doen tegenwoordig denken aan den somber starenden Thomas, in dó prachtige marm-ergToep van Thorwaldsen te Kopenhagen, Thomas die den winkel haak op het hart drukt, maar het oog afwendt van Christus. Werp weg Uw winkelhaak en buig uw knieën riep ds. de Pree de zulken toe, wij hebben in onze dagen al genoeg twijfelzucht en ongeloof. Noordholland heeft, ontzaggelijk veel geestelijke ar moede, hoewel bet een welvarende provincie is. Tien tallen van jaren hacl het vrijzinnig Christendom de gelegenheid te toonen, wat het kon. Veertien dagen geleden zag spj'eker op Zondagmorgen onder den rook van Schagen boeren aan het hooien, een kind met zijn vader aan het vissollen onder het luiden der kerk klokken, inplaats van te hooren, wat Godl te zeggen had. God bouwt zelf zijn bouwwerk, ook in Alkmaar. Hij geve ook, dat wij toezien, dat wij het' fundament niet verwerpen. Want als wij verwerpen, wat Hij op bouwde, moge ons voor oogen komen liet snijdend, ernstige woord uit het tekst hoofdstuk: Die de tempel Gods schendt, die zal God' schenden. Nadat gezongen was gezang 83 verzen 1, 3 en 4, werd' overgegaan t-ot de eigenlijke bevestiging. Nu door de uitspraak van het kerkbestuur geoor deeld was, dat hetgeen spreker tegen de gekozen hee ren ingebracht had, om d-en vorm niet kon geacht worden een wettig bezwaar te zijn, was hij verplicht, om hun bevestiging voortgang te doen hebben. loen het formulier was voorgelezen en beantwoord g-ing ds. de Pree aldus voort: Mijne Heetren „in geest en in hoofdzaak" Uw ant woord ligt in de lijn der kerkelijke reglementen en waar ik U deze vrag-en gesteld! heb, zoo aan de ouder- ingen als aan de diakenen, waar ik u die stelde, als in d'e tegenwoordigheid! Gods, blijft uw antwoord voor uw verantwoording en in de tegenwoordigheid Gods ook gedaan. Als ge nu geantwoord' hebt: „Ja in geest en in hoofdzaak," dan hebt ge ook kunnen, begrijpen uit bet geen wij zoo even niet uit ons hart, maar uit het woord van God u hebben voorgesteld' als- hoofdzaak van het Christendom Christus' Jezus en dien gekrui sigd, waarvan gij evenzeer ook op grond' van de bchrift hebt getuigd, wat wezen moet geest van het waarachtige Christendom; zoo zult gij er u zeker niet over verbazen, dat de kerkeraad' dezer gemeente, ver moedende ook in den aanvang, dat gij een dergelijk antwoord zoudt geven, uw zaak gebracht heeft voor het kerkelijk bestuur. Nu weet ik, dat -deze zaak niet alleen gebracht is voor het klassikaal bestuur van Alkmaar, maar ook voor het hoogste kerkbestuur. De ze handelwijze is door u opgevat in een zin, die on waar is. Men heeft mij gezegd): „dat' de nieuwbenoem de Ouderlingen en Diakenen zoolang buiten functie worden gehouden, dat vindt eenig en alleen z'n oor zaak hierin, dat men tracht te traineeren, om hun zoo lang mogelijk te houden buiten de ambtsbanken dei- kerk." Degenen, die met' ons niet staan op den bo dem der belijdenis, wil ik, om dteze legende dó wereld uit t-e helpen, in het openbaar verantwoording geven van de handelingen van den kerkeraad1 dezer gemeen te, dat, als dat- het streven was geweest van den ker keraad, om op onno'bele wijze, degenen, die dan toch moesten komen in huil ambt terug te houden, ik geef deze verklaring: Heel Alkmaar weet van dendroevigen datum, voor allen, die de kerk Go-dis- belijden, 26 Mei 1911. Toen had de kerkeraad reglementair 6 maanden tijd om een eventueel concept-reglement bij het kerk- college in te dienen. 26 Nov. was de tijd, waarvoor dat moest gebeuren. Intusschen geven de plaatselijke reglementen aan, dat op den 3dón Donderdag van Oc tober cle vacatures' in den kerkeraad open zijnde 1 Ja nuari, vervuld moesten wordten. Als nu dó kerkeraad had willen traineeren, dan hadl hij het concept-regle ment op 25 Nov. ingediend, en op den 3dten Donder dag in October 8 mannen van rechts- gekozen voor den tijd van 4 janr en geen macht ter wereld' was er ge weest, die dat had! kunnen koerenGemeente, ortho doxen en vrijzinnigen, gij kunt d!an nu voortaan mee helpen om een legende de wereld uit te sturen. Gij vrijzinnige partij in onze gemeente, zult inzien, dat het voor ons een gewetenszaak was. Als wij strijden voor het evangelie des Gekruisigden, dit beloof ik u in deze morgenure, zoolang God' mij adem geeft, zullen wij getuigen van de heerlijkheid van Onzen Gekrui sigden Heiland voor tijd' en eeuwigheid, voor land en volk, voor huis en hart. Zoo zult gij dan kunnen doen, wat gij wilt; Gij hebt in geest en in hoofdza-ak bele den, wat u daar gevraagd werd. Mannen, die bande len naar de regelen des woord-s, die in hoofdzaak en naar den geest van dat woord in hun ambtsleven heb ben te leven, met dezulken zoud-en wij moeten kunnen samenwerken tot opbouw van den Christeüj'ken tem pel. Maar, mijne heeren, gij zijt nu dan gekomen tot uw bevestiging. Van nu af aan, zult gij uw plaats onder de prediking van het woord! innem-en en als gij uw taak ernstig opvat, zult gij uw plaats niet langer onbezet mogen laten. En nu wil ik u zeggen, dat ik, nu de zaak zoo staat, mij daarover verbhjd, want ik geloof, waar het woord' des Konings is, is macht, en het woord van dien Heiland, dat mij greep en dreef tot hiertoe en waarmee ik hoop te sterven, dat woord zult Gij hooren en God geve, dat het u grijpe tot za ligheid uwer ziel. En als het licht in den hemel in Christus Jezus u rijkelijk omschijnt en gij hoort mij de stem van den goeden Herder verkondigen, als gij bidL den zult: „Heer, wat wilt ge, wat ik d-oe," ziet, dan zult gij uw taak verlichten, die Gij nu bereid staat, te aanvaarden. Uw antwoord was- in de lijn der regle menten en zoo verklaren wij in naam der reglementen der Ned. Herv. kerk u voor bevestigd. En nu, mannen 'broeders, rest' mij nog een aangena me en te gelijker tijd droevige taak, om tot u, aftre dende leden van den kerkeraad, een enkel woord' te spreken. Wij danken u uit naam van ons college van den kerkeraad, voor wat Gij hebt willen doen, voor wat Gij hebt kunnen dóen in liet belang van de ge meente van Jezus Christus. Ik zeg nog eens, liet is mij een reden tot dankbaarheid, de tolk te mogen we zen van het college van den kerkeraad1, om u d'ank te betuigen, maar toch ook, het is- mij' droevig te moede, als ik mijn Ouderlingen daar zie zitten, die zonder vorm van proces- na jaren, na naar hun beste vermo gens de belangen der gean. te hebben gediend', worden gezet op non-activiteit. Maar "daarvan houden Gij en wij ons immers overtuigd, dat. de tempel' Gods gebouwd' is door Hem zelf en waar Gij nu in uwe handelingen niet meer zult kunnen meebouwen, kunt Gij het' wel doen door uw gebed. In de dagen, die komen, hebben wij gebed nóod'ig. Dat God, wat hij bouwde, niet laat breken, wat hij geplant heeft, niet laat uitrukken! De Heer vergeld'e u, wat Gij gedaan hebt voor de gemeen te van Christus-. Wij weten hef. in het besef onzer zwakheid -en zijn volgaarne bereid- U toe te wenschen: De Heere zij met U op Uw verderen weg en in Uw persoonlijk leven. Als Hij met U is-, wat zou er dan tegen U zijn? Wij roepen TT van deze plaats- toe een hartelijk vaarwel en een tot wederziens, als- God' bat geeft. En Gemeente, tot U -en-kele woorden. Wij -hebben gelezen in- een te dezer plaatse verschij nend dagblad deze aankondiging, dat, tot plechtige herdenking van het feit, dat door de uitspraak van het prov. kerkbestuur van Zeeland de rechten van de vrij zinnigen in dó Ned. Herv. kerk in. hoogste instantie zijn erkend, het bestuur der Evang'. Unie besloten hee-ft, een godsdienstige bijeenkomst te houden. Mo gen wij U er eens opmerkzaam op maken, dat het -be richt alleszins zeer fantastisch is? Dit is de schande van cle Ned. Herv. kerk, dat men zic'h niet heeft uit gesproken, waar het om gaat. Laten wij het niet aan deze mannen wijten; de kerk heeft het verzuimd. De kerk heeft verzuimd' om over deze manner uitspraak te doen, deze mannen, die niet instemmen met de be lijdenis der vaderen en niet kunnen aanvaarden de Schrift van het Oude en Nieuwe Verbond! als het eeni ge ware woord! Gods. De kerk heeft, terwijl dit een brandende kwestie was, niet alleen van -belang voor Alkmaar, maar ook voor heel Nederland', in zijn ver schillende organen d i t gedaan, schrik niet, voor zoover gij dit niet weet,waar het' de kwestie was, om te zijn of niet te zijn, daar heeft de kerk in liaar hoogste college zich bezig- gehouden met de peuterige kwestie van reglementsuitlegging over een artikel. Ziet gij, deze dingen zijn verbijsterend'. Is er verschil in den zin van art. 68 van het reglement over opzicht en tucht? In plaats- van dat men zegt: Zie, hier is de grondwet van de kerk van Christus en voor ieder, die daarmee niet instemt en d'us verwerpt, waarop de kerk van Christus is gesticht, voor hem geen plaats in de kerk. Het is' dat, wat de kerk hadl moeten doen. Ik neem het daarom deze mannen niet kwalijk, dat- ze volharden bij hun drang, om in de kerk te komen. Maar gemeente, voel goed, dat dit is> de schande dei- kerk. dat zij zich niet uitgesproken heeft over dó -bran dende kwestie van onze dagen: wat dunkt u van den Christus? Daarom, waar geen woord' zelfs is gerept van de rechten der vrijzinnigen, dat kan immers niet, want de kerlc kent geen vrijzinnigen, maar alleen dïtmaten der Ned. Herv. kerk, die aangenomen zijn op een 'be lijdenis, die hun gesteld' wordt., waar de kerk zich al weer niet heeft uitgesproken en als een Pilatus heeft gestaan, als gevraagd' wordit., wat is waarheid', daar be schouw ik dat als haar schande. Wat zult gij nu doen? Zult gij zeggen, nu is het ver genoeg gekomen, laat ons nu maar gaan doleeren. God bewaar ons en onze kerk daarvoor. Elia heeft, toen hij zich omringd zag van het op de

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 2