DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Het Circuskind. No. 226 Honderd en veertiende Jaargang. 1912 DINSDAG 24 SEPTEMBER. FEUILLETON. Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk fl,— Afzonderlijke nummers 3 Cents. Prijs der gewone advertentiën Per regel f0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. Telefoonnummer 3. BINNENLAND. ALKMAARSGSE COURANT. Kitdie asiel» met 1 October op «llt blad abonneereu, ontvangen de tot dien datnm verschijnende nnmmers tranco en gratis. De Uitgevers. ALKMAAR., 24 September. l)e Hongaarsche herrie wordt thans op Oostenrijk sehen bodem voortgezet. Zooals men weet zijn Oos tenrijk en Hongarije eigenlijk twee zelfstandige sta ten, waarvan de gemeenschappelijke belangen, zooals die van handel en nijverheid, bui te nia ndsche zaken, militaire en finaneieele aangelegenheden, worden be handeld door z. g. n. delegatiën. Die delegatiën komen jaarlijks ter beraadslaging beurtelings te Weenen en Boedapest- bijeen en zij zijn samengesteld uit 20 leden van de Eerste en 40 van de Tweede Kamer. Zater dagmiddag zijn er een dertigtal Hongaarsche afge vaardigden der oppositie naar Weenen vertrokken om daar „hun parlementaire werkzaamheden in de delega ties voor te zetten," hetgeen natuurlijk zeggen wil „te trachten door herrienraken de geregelde werkzaamhe den te verijdelen." Graaf Michael Karolyi een zwager van den minister van buitenlandsche zaken trad als leider der obstructionisten op. Bij aankomst aan het station te Weenen viel den heeren een warme ontvangst ten deel. Reeds een uur te voren stonden er duizenden te wachten en op het perron wachtten er oenige honderden, die zich getooid hadden met roode en witte anjelieren. Zoodra men de afgevaardigden in het- zicht kreeg, riep men „Eljen" voor de oppositie cn scheldwoorden voor de mannen der regeering. Twee meisjes boden graaf Karolyi „namens de in Weenen wonende vrouwen en meisjes" twee bloemstukken aan. Ook werden er redevoeringen gehouden. De stations beambten blijkbaar van meening, dat een perron niet de geschiktste plaats voor een politieke betooging is verzochten de menigte om heen te gaan en toen hieraan door niemand gevolg gegeven werd, werden de betoogers zachtjes door de politie naar de uitgangen gestuwd. Buiten stonden auto's en rijtuigen te wach ten en daar het reeds donker was geworden, riep de dichte menigte maar steeds Eljen, wanneer er een rij tuig of auto aankwam, in goed vertrouwen, dat er Wel Hongaarsche oppositie-leden in zouden zitten. Later op den avond kwamen er nog meer Hongaarsche heeren, zoodat hun aantal tenslotte op zestig werd ge schat. Graaf Karolyi verklaarde dat zij niet van plan wa- t'en de bijeenkomsten der delegaties met geweld te beletten, zij zouden slechts kalm betoogen, doch alleen voor goweld wijken, om te laten zien, dat de Hongaar sche regecriug ook daar, waar zij gastrecht geniet, niet er voor terugschrikt de oppositie met gewald te Verwijderen. Nu de heeren konden hun zin krijgen. Er was politie genoeg op de been. In Weenen waar ge vreesd werd dat de sociaal-democraten gemeene zaak met de Hongaren zouden maken had men agenten in het ministerie van onderwijs ingekwartierd en ge- ROMAN VAN PAULA BUSCII. 38) o— „God beware uw üaam zag ik geheel achter aan den trein," gaf men hem ten antwoord. „Wa't, moeder, ons zet men in de derde klasse' dat is mij ook nog niet overkomen!" riep miss Ellen verontwaardigd uit. „Ik ga dadelijk naar de directie. Zooiets ben ik niet gewoon. Wij hebben totnutoe al tijd tweede klasse gereisd, ben ik dan zoo weinig, be hoor ik dan niet tot- de first class artisten van het circus De moeder trok weliswaar een zuurzoet gezicht, scheen echter volstrekt niet meer voornemens te zijn de beide kooien nog langer rond te dragen en zeide tot haar dochter: „och, laat dat nu, maak nu geen drukte, later kunnen wij ons bij den directeur bekla gen." „Kijk eens, wij zijn haar niet voornaam genoeg," zeiden al lachend een paar danseressen van 't Russi sche dans- en zanggezelschap, dat onlangs geënga geerd was. „Wij zullen haar ergeren", zeide een derde, die van vreugde in de handen klapte. Daar dook d'r. Schander op en liep met groote pas sen langs den geheelen trein. „Waar wilt u heen?" riep de directeur hem toe, die met zijn familie reeds in decoupé gestept was.. „De tweede klasse is toch hier, in het midden van den trein." Engelbert en de jonge schrijver stonden nog altijd voor het portier op het perron en babbelden met ma dame Favre, terwijl mademoiselle Yvonne en haar pa pa af en toe een woord over haar schouder spraken. Juffrouw Tompsen kwam nu met Mira haar coupé voorbij en riep de directrice een goeden nacht toe. „Alles goed verpakt?' vroeg deze en juffrouw Tomp sen kon slechts lachend knikken. Nu was juffrouw zorgd, dat er ook op straat voldoende bereden en on bereden agenten waren gepost. Bovendien was een hoofdcommissaris uit Boedapest met 60 Hongaarsche agenten, gekomen, die de b'etoogingen der oppositie leden langzamerhand beginnen te kennen. En toen gisteren dan ook de Hongaarsche delegatie haar werkzaamheden begon, werden de ingang, het Hongaarsche ministerie en zelfs de zetels der delega tie-leden door een sterke politiemacht bewaakt. Iu zooverre had! de Hongaarsche oppositie dus haar doel bereikt: zoolang de heeren Lukaes en Tisza minister president en Kamer-president blijven, zullen immers de mannen van het verzet zorgen, dat Hongaarsche parlementaire werkzaamheden enkel onder politiebe waking kunnen geschieden. Echter hierbij bleef het niet. Een tiental leden der oppositie toch was er in geslaagd, tot de tribune door te dringen en toen de zitting' begon, protesteerde graaf Karolyi, bijgestaan door zijn vrienden, van de tribune tegen de „onwettig heid" dezer zitting. Uitingen van protest vielen er over en weer, maar tenslotte verlieten de oppositie afgevaardigden het gebouw, eindigde de demonstratie en kon de delegatie haar werk beginnen. Het is dus aanvankelijk nog al kalm nfgeloopen. Maar de vergaderingen der delegatie duren nog voort, en het zou al heel vreemd zijn, wanneer er te Weenen niet op groote schaal een voortzetting kwam van de Schandalen, welke er de vorige week in Boedapest, eerst in het parlement en' toen op straat, plaats gre pen. GESCHENK VREDESPALEIS. De N. Ct. verneemt, dat de beeldhouwer Toon Du- puis het bestuur van de Carnegie-stichting een levens- groote bronzen figuur „Terrassier" genaamd ten ge schenke heeft aangeboden. liet bestuur heeft dit ge schenk in dank aanvaard en zal het beeld1 een plaats geven in het park van het Vredespaleis. EEN VERPLEEGDE VERMIST. Sedert Zondagmiddag wordt een patiënt van het Rijkskrankzinnigengesticht te Medemblik vermist; hij was opgenomen in de gezinsverpleging ten huize van den heer J. van den Bosch. Vermoedelijk is hij per rijwiel ontvlucht. Alle nasporingen waren tot heden vruchteloos. Nader is gebleken, dat hij te Medemblik iemand voor eenige horloges, kettingen enz. heeft op gelicht. NOOD IN WEST-INDIë. Naar de „Vrijmoedige" meldt, heeft de gouverneur van Curasao van den minister van koloniën telegra fisch opdracht gekregen om een som van 2500 te doen verdeelen in de noodlijdende districten van Bo naire, Aruba en Curagao. HET ONGELUK IN HET VOSSEGAT. Ten bate van de gezinnen van twee der slachtoffers van het ongeluk in de grachten van het fort Vossegat nabij Utrecht is van II. M. de Koningin-Moeder een gift ontvangen van 100. Gemengd nieuws. DE MOORD TE 's-GRAVENHAGE. De glazenwasscher G. uit 's-Gravenhage, die ver dacht wordt Zondag 8 September j.l. de weduwe Haen- stuk iu de Passtoorswarande te hebben doodgeschoten, is, na te zijn hersteld van de schotwond, welke hij zich zelf had toegebracht, uit liet gemeenteziekenhuis naar het huis van bewaring overgebracht. lompsen bij den voor haar bestemden waggon aange komen en haar man, die reeds zijn plaats aan het por tier had, tilde de kleine binnen. „Nu, in het net kun nen wij je niet meer leggen, zooals de kleine Pawels daar'zeide Tompsen, en wees naar het in het net reeds vredig sluimerende kind. „Ga naast mij zitten, lieveling, en leg het hoofd tegen mij aan", zeide de oude juffrouw en Mira gehoorzaamde bereidwillig. In enkele minuten had het. mengelmoes van mensehen op het perron zich opgelost., een ieder was op zijn plaats gekomen en wachtte geduldig op het sein van vertrek. Zij zouden niet lang wachten, want- in het volgende öogenblik klonk een schelle fluit en de machine zette zich snuivend in beweging. De beide begeleiders der directeursfamilie, daarne vens de agent Waisler en een statige menigte vrien den en kennissen stonden op het perron en riepen vaarwel, goed succes in he|t vreemde land en een ge lukkigen. terugkeer. En toen zij buiten gehoorwijdte waren, kwamen de zakdoeken aan de beurt om daar mede te wuiven. Zij hadden reeds drie uur gereden en sliepen allen meer of minder vast. De familie Eavrc had het zich in haar groote coupé gemakkelijk gemaakt. Zij waren op een leger van kussens en enkele reisdekens zacht neergevlijd. Mademoiselle Yvonne voelde zich nooit zoo gelukkig als op reis. Zij lag daar, half droomend, half wakker en dacht aan hem, den mooien zwarten leider der zaak. Om 's hemels wil mochten de ouders er nog niets van vernemen. Zij wist, hij was in de coupe daarnaast. Misschien leunde hij zijn höofd juist tegen denzelfden wand, waartegen zij het hare drukte. Ach, waarom was die wand daar was hij althans van glas! Wat snurkte haar goede vader, die- tegenover haar lag- uitgestrekt. Die behoefde zich met zulke dingen niet meer te kwellen. In de coupé derde klasse, dadelijk achter den baga gewagen, schenen ook allen vast te slapen. Mira leunde nog* altijd teg'eu (^en schouder van juffrouw EEN WANHOOPSDAAD. In perceel Ten Katestraat 4 te Amsterdam woont sinds eenige jaren de kruidenier L., een man van even dertig jaar, die, in plaats van zijn zaken te behartigen, steed's een groot gedeelte van den dia.g in de kroeg doorbracht. Zijn echtgenoote, een flinke, oppassende vrouw, was van den morgen tot den avond in de zaak bezig, doch hoewel zij over de winkelnering niet te klagen had, ging de finaneieele toestand, doordien de man geen orde op zijn zaken wist te stellen, voortdu rend achteruit. Het spreekt van zelf, dat de vrouw dit niet kalm kon aanzien en haar man herhaaldelijk zijn slecht gedrag verweet; het gevolg waren heftige scènes, waarbij de man zich niet ontzag, soms in te genwoordigheid van klanten, zijn echtgenoote te slaan en te frappen. Vrijdag j.l. was hij des nachts om vier uur pas thuis gekomen, natuurlijk weer in beschonken toestand. Za terdag heerschte den geheelen dag een gespannen ver houding en de buren hoorden herhaaldelijk gekijf. Tegen een uur of vijf kwam dé vrouw plotseling bij een der buren instuiven, roepend:, „Help mij, help mij, ik heb vergif ingenomen." In haar wanhoop en om den man eens te doen schrikken had ze lysol gedron ken, doch nauwelijks was de wanhoopsdaad geschied of het berouwde haar. De buren hebben alles in het werk gesteld om de vrouw te helpen. Ze zijn terstond naar verschillende doctoren gesneld en vonden dan ook een medicus be reid mede te gaan. Onmiddellijk vervoer naar het Wilhelminagasthuis werd noodig geacht. Ook in het ziekenhuis werd alles gedaan om de vrouw te redden, doek het was te laat. Kort na de aankomst aldaar overleed ze. De verontwaardiging in de buurt, waar de 29-jari- ge vrouw woonde, was vooral Zaterdagavond groot. Uren lang schoolden drommen menschen voor het huis te zamen en als de man zich in &un midden had vertoond, wie weet wat er dan gebeurd zou zijn. De ongelukkige vrouw, van wie alle bewoners der Ten Katestraat met de grootste waardeering spreken, laat een tweejarig meisje na. Buren hebben het kind onmiddellijk na de vreeselijke gebeurtenis liefderijk opgenomen en zullen het voorloopig blijven verzorgen. Londen gesignaleerd, door de I.ondensche politie nog niet ontdekt. OPLICHTING. Naar vernomen wordt moet de finaneieele instelling A Bloembergen en Zonen's Bank, gevestigd1 te Leeu warden, die eveneens schade lijdt door de operaties van J. G. Hiddink, voor een bedrag van 90.000 mee verantwoordelijk zijn van de geheele som van 440.000 die de commissionair Hiddink zich wist te verschaffen. Voorts wordt gemeld dat de rechtbank te Amster dam, in raadkamer vergaderd, in den loop der vorige week rechtsingang- met last tot instructie en bevel tot gevangenneming heeft verleend, tegen J. G. Hiddink, als staande deze onder verdenking, zich aan oplichting te hebben schuldig gemaakt. De buitenlandsche justitie is met dit bevelschrift in kennis gesteld. Tot nu toe is het verblijf van Hiddink, het laatst in Tompsen, die wederom met haar hoofd den schouder van haar man bijna blauw drukte. De kleine dochter van den Engelscliman Pawels schommelde nog altijd iu haar net heen en weder, zonder ook maar het ge ringste onwelzijn te bespeuren. Ja, zij was daaraan gewoon, want zij had nog nooit op reis een andere plaats ingenomen. Haar moeder had haar gezegd, dat zij in een groote hangmat lag, waarin zij ook altijd tehuis sliep en dat geloofde zij vast en zij zou onge lukkig' geweest zijn, wanneer zij de plaats op mama's schoot met haar zusje had moeten verwisselen. Daarnaast ging het vroolijk toe, daar waren juist de rechte snaken bijeen. Sinnerra speelde mandoline en dronk af en toe uit de veldflesch zijn geliefden Spumanti, dien hij -elke ma-and van goede vrienden uit. het vaderland ontving. Ook liet hij de algemeen beminde flesch van tijd- tot tijd rondgaan, en zij maak te meestal een pauze, wanneer zij -bij den kleinen Charley was aangekomen. Dan ontspon zich telkens tusschen beide collega's een geregelde clown-entrée. Aan het slot liep de kleine, de flesch in de hand, zwaaiend als een knots, door de geheele coupé tot aan het portier, maakte hot portierraampje open en stelde zich aan, alsof Hij den kostelijken drank wilde uitgie ten. Als een dolle ontrukte de eigenaar den kleinen dief zijn eigendom en gaf hem dan met de flesch een 'lichten -slag op de onuitsprekelijke. Dan ging hij. zitten en de andere reisgenootcn lachten telkens op nieuw, alsof zij deze koddige praestaties heden pas voor de eerste maal zagen. O, hij was bemind, de kleine Charley, niet alleen bij het publiek, maar ook bij zijne collega's. En ieder kende zijn vriendelijk ge moed1 en achtte hem daarom ook als mensch zeer hoog. Niemand waagde het daarom met hem en met datgene, wat de natuur hem onthouden had, den spot te drijven en hem pijn te doen. En ook de jonge ipeisjes van het ballet wist hij voor zich te winnen, niet door betooverende mannelijke schoonheid, niet door groote geschenken, maar door de vriendelijke wijze, waarop hij met haar lachte, schert ste on haar in de lange ballet-pauzes onderhield. Dan bracht hij haar dikwijls de mooiste bonbons, koekjes NAAMTIE. De tijd van Bettekoo, van Annemie, Margreet [en Aapj» Is lang voorbij. We volgen nu het voorbeeld [van het Haagie Zoo'n naampie op een y-tje klinkt zoo fijntjes, [zoo coquetjes. Marie, Christien, Jacoba, Anna, Mina is niet netjes. We zeggen liever Mary, Cobi, Annie, Ti-ni, Mini, En Kitty, Nelly, Wimmy, Elly, Florry, Lot-ti, Sti-ni, En Jet is veel te burgerlijk, fatsoenlijker is Jettae, En Jenny, Molly, Henny, Dolly, Fanny, Anny, Iletty En Maggy, Rosy, Tilly, Grictie, Lizzy, Madzy, Corry, En Bini, Carry, Emmy, Betty, Sally, Soezie, Dorry. Een jongen heet geen Hein, maar Henny. [Jan is plat; zeg Johnny, En Willem dat moet Willy zijn, en Toon [natuurlijk Tonny, Gijsbert wordt Bertie, Bonnie staat voor.... [drommels ja hoe Liet die? Gelukkig nog dat Piet voorloopig Piet is, en [uiet Pietie! Al was uit Eng'land komt is chic. Ja juist, [maar je vergeet. Dat daar de waschvrouw Mary, en het- vischwijf [Kitty heet Charivarius. (Weekblad De Amsterdammer). VEREENIGING VAN GEMEENTELIJKE WERK LOOSHEIDSFONDSEN. Zaterdag had het bestuur der Nationale Vereeni- ging tegen de werkloosheid de besturen der gem. werk- loosheidsfondsen uitgenoodigd tot een bijeenkomst te Amsterdam om te geraken tot nauwere aaneensluiting. De vergadering werd geleid dbor den voorzitter, mr. M. W. E. Treub. Besloten werd over to gaan tot de vorming eener sectie waarvan slechts gem. workloosheidsfomdsen lid kunnen zijn. Een tiental fondsen verklaarden zich ter stond bereid lid te willen worden. Het reglement werd voorloopig goedgekeurd. Art. 2 hiervan zegt, dat o.m. het doel zal zijn: a. het houden van vergaderingen, waar o.a. van gedachten gewisseld wordt over taak en inrichting der gemeentelijke werkloosheidsfondsen-b. het beharti gen van de belangen der werkloosheidsfondsen naai' buitenc. het onderling wisselen van gegevens tus schen haar leden; d. het geven van adViezen aan haar ledene. het bevorderen der oprichting van ge meentelijke oof intercommunale werkloosheidsfondsen. Daarna hield de heer Van Hettinga Tromp, chef der afd. Arbeid ter gemeente-secretarie te Amsterdam nog een inleiding waaruit kon -blijken, hoe door ver schillende fondsenbesturen in de praktijk soms dezelf de zaken verschillend worden behandeld. De heer mr. (I J. baron van Tuyll van Serooskerken, die den voor zittershamer van mr. Treub had overgenomen, zeide in zijn slui tings woord, dat uit hetgeen de heer Tromp had opgesomd, bleek, hoe wenschelijk het was, dat de fond senbesturen in verbinding met elkaar traden om meer voorlichting en eenheid te verkrijgen bij het toepassen der talrijke gemeentelijke verordeningen. en fruit mede en verdeelde die onder haar. En al lachten andere heeren, die dit zagen, hem ook uit, hij bekommerde er zich niet om, maar zeide kalm: „Daar heb ik nu eenmaal genoegen in. Ik wil de dames al len vreugde bereiden." Bij deze woorden reikte hij ook aan zijn mannelijke collega's de lekkernijen en deze versmaadden die evenmin. Zoo werden de zak jes, welke hij dagelijks in het circus medebracht, groo- ter, en little Charley met de groote bonbonzakken was niet alleen in bet geheele circus, maar ook in de halve stad bekend. Plotseling was er een geweldige schok de trein bleef staan. Zij hielden in de coupé op met lachen en zagen elkaar doodsbleek aan. „Hier is geen station!" riep Charley angstig uit en rukte het raampje open, Daarnaast werd de deur geopend en miss Ellen keek er ontsteld uit. „Was is dat?" vroeg zij opgewonden, en Charley schudde het- hoofd. „Ik weet het niet Wij houden in het open veld op." „Mijn hemel, er zal toch niets gebeurd zijn?" schreeuwde juffrouw Tompsen uit het raam. Sinnerra en de chef Berthel sprongen uit hun coupé. Wat was de nacht donker en koud! Zij huiverden. Wat gierde de ijzige wind over het veld en floot die door de tak ken der enkele boomen. „Een griezelige nacht!" dacht een ieder. „Is er iets gebeurd?" riep de directeur. „Waarom houden wij stil, komt er een anderen trein op den on zen?" zeide mademoiselle Yvonne, maar verder sprak zij niet, want voor haar dook de conducteur op en wenkte kalmeerend met de hand, wat zij echter niet begreep, zoodat zij uit de coupé sprong, om haar loven te redden. „Maar, juffrouw!" riep de man verschrikt uit en tilde de jonge dame, die bij den sprong gevallen was, op. „In den veewagen Np. 9 heeft men aan de nood rem getrokken." „Daar zijn de olifanten in." „De hemel weet, wat daar gebeurd is. Misschien is Jenny weer dol geworden. En de arme oppasser misschien is hij al dood", jammerde de directrice en liep in haar ruimen, donkeren fantaisiemantol allen voonlit. (Wordt vervolgd).

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1