DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Het Circuskind. No. 233. Honderd en veertiende Jaargang. 1912. WOENSDAG 2 OCTOBER. FEUILLETON. m. Deze Courant wordt eiken avond, behalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk ft,—. Afzonderlijke nummers 3 Cents. Per regel f0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. ONDERWIJZERES! WA5CH gezonds Prijs der gewone advertentiën Telefoonnummer 3. r 1 STADSNIEUWS. Ze maakt voer Mevrouw alles blinkend I Ze maakt voor de meid alles blinkend I Ze maakt voor iedereen alles blinkend Ze doet de potten blinken Ze maakt de koekepan als een spiegel S Ze voldoet een ieder. Ingezonden Mededeelingen. Meest afdotnds en aan maag en darm lijdende Voeding voor: alsook 1 «jk, zwak ka achterlijk gebleven Kinderen. ALRMAARSCHE COURANT. Aan de MEISJESSCHOOL (Hoofd Mej. J. H. PRUIM) wordt gevraagd eene voor de vakken a tot en met k. Aanvangsjaar- wedde t 735, die met periodieke verhoogingen kan atygen tot t 1035. Voor het bezit der hoofdakte t' 100 meer. Stukken in te zenden aan het Gemeentebestuur vóór 16 October a.s. ARRONDISSËMENTS-RECHTBANK TE ALKMAAR. Zitting van Dinsdag 1 October. OPLICHTING. Jacob D„ een voormalig predikant bij de Vrije Ge meente te Helder, die niet was verschenen, was oplich ting- ten laste gelegd. Een 8-tal getuigen werden in deze zaak gehoord. Uit hunne verklaringen bleek, dat bekl., die niet meer predikant was, had' voorgegeven dit nog wel te zijn en in die hoedanigheid op verschil lende wijzen geldl voor „liefdadige doeleinden" wist los te krijgen. Hij wendde het geld echter ten eigen bate aan. De eerste getuige, Marinus yan Leeuwen, predikant te Aartswoud verklaarde in Juni 1911 gehoord te heb ben, dat een zekere ds. Dekker in de g*emeente rondliep om te colporteeren en dat deze vertelde, dat zijn komst ip de kerk te Aartswoudl was afgekondigd. Get. had echter nooit een dergelijke afkondiging gedaan, ook de kerkeraad wist daar niets van. Hark Bood, landman te Hoogwoud, deelde mede in Juni 1.1. bekl. aan zijn deur te hebben gehad. Deze verklaarde ds. Dekker uit den Helder te zijn en er' voor te werken „de smerige boeken uit de wereld te helpen." Na eenig praten, waarbij de predikant zei, dat zijn komst was afgekondigd, stelde getuige hem een gnlden ter hand. M aartje Kooy, huisvrouw van den vorigen getuige, herinnerde zich het bezoek van beklaagde zeer goed. Bekl. zat een poosje bij haar te praten en liet boeken zien, die hij bij zich had. Tenslotte gaf haar man be klaagde seen gulden en mocht haar dochter een boek uitzoeken. Maartje Bood, dochter van getuige Bood' legde de zelfde verklaringen als hare ouders af. Nadat bekl. een gulden had gekregen, mocht zij een boek uitzoe ken. Later werd dit in beslag genomen. Jacob Kuiper, landbouwer te Hoogwoud, had even eens bezoek van bekl. gehad. Getuige verklaarde, dat bekl. gezegd had te komen voor een goed doel, getuige had het druk en wilde weer graag van bekl. af. Hij sprak over ds. Van Leeuwen en zeide naar deze toe te zullen gaan om nieuwe adressen te halen. Getuige gaf bekl. ten slotte wat geld en ontving toen een boek van hem. Anna Schutte, huisvrouw van Jacob Kuiper te Hoogwoud verklaarde tegenwoordig geweest te zijn bij het bezoek van bekl., die zich bekend maakte als cis. Dekker van den Helder en verklaarde colporteur voor arme visschers te zijn. Hij wist haar man te bewegen hem 1.60 ter hand te stellen. Piet-er Aker, landbouwer te Hoogwoud, die ook in Juni bekl. op bezoek heeft gehad, had hem binnenge- noodig-d. In liet onderhoud dat hij met beklaagde had, vertelde deze de visschersbelangen voor te staan. Hij zeide van ds. van Leeuwen adressen, die hij wilde be zoeken, medegekregen te hebben, en verklaarde, dat Roman van PAULA BUSCH. 45) _o- „Nu, ik bedoel, wilt u morgenavond werkelijk zonder net werken? Denk eens aan", zeide hij tot de ande ren, die vol spanning luisterden, „deze. juffrouw wil zónder net probeeren en u weet, hoelang men 'trucs moet aanwenden zij wil dus zonder ook maar een enkele maal geprobeerd te hebben, zonder net werken." Allen zwegen een oogenblik en zagen Mira aan, die over deze beschaming vuurrood geworden was. „Nu, dat is toch mijn zaak, mijnheer James en ik zelf moet het b-este weten, wat ik kan presteeren", zei het jonge meisje op kregelen tóón. „Een ieder verbeeldt zich meer te kunnen dan het in werkelijkheid het geval is", zei de roodharige, die nu op zijn beurt ook de kalmte beg'on te verliezen. „U kunt niet over mij oordeelen, voordat u mijn werk gezien hebt." „Op het oogenblik niet, maar wanneer iemand zoo veel kan, dan heeft hij ook een naam, en men behoeft hem nooit gezien, maar alleen van hem gehoord te hebben." Daar trof hij.Mira op de juiste plek. "Weliswaar had zij heden nog geen wereldberoemden naam, omdat zij nog nooit in de wereld geweest was. Maar zij wil de zich dien toch verschaffen, dat was het doel, waar naar zij thans rusteloos streefde. „Al heb ik nog niet de beroemdheid van eene Saqui, mijnheer, zoo ben ik er toch niet meer ver van af hetzelfde te doen als zij." De aanwezigen hadden met groote spanning het dispuut gevolgd en hadden geweifeld, bij welke partij zij zich zouden scharen. Maar door dit laatste woord, dat allen te vermetel, om niet te zeggen aanmatigend uit den mond van zulk een jong meisje klonk, had zij aller sympathieën verbeurd en om de lippen van me- zijn komst in de kerk aangekondigd was. Toen bekl wegging, werd hem dóór getuige's vrouw 1.50 gege ven. Dij liet een boek achter, dat getuige cadeau kreeg. Johanna de Vries, huisvrouw van Pieter Aker, te Hoogwoud verklaarde evenals hpar echtgenoot. Zij had beklaagde het geld gegeven. Toen bekl. wegging zei hij naar ds. van Leeuwen te gaan. Niesje de Vries, huisvrouw van R. Kossen te Oud- karspel had bekl. ontmoet, toen zij bij Pieter Aker op bezoek was. Zij hoorde hem er over spreken, dat lii, geld inzamelde voor visschers en visscbersweduwen Zij zag dat de vrouw van Aker hem daarna 1.50 gaf De Officier noemde bekl. een buitengewoon zonder ling dienaar van het Heilige Woord, die op dergelijke manier geld inzamelt voor zich zelf. In Aug. 1911 en Mei en Juli van dit jaar is er tegen de praktijken van bekl. gewaarschuwd in de West-Friesche -Kerkbode Eindelijk werdi het te bont en heeftj de justitie zich met de zaak bemoeit. De Officier ging na op welke wijze de Vrije Gemeente in den Helder is ontstaan wettelijk is zij erkend en hoe beklaagde daar predi kant is. geworden. Eerst was hij godsdienstleeraar en daarna colporteur bij de in- en uitwendige zending. Nadat- hij 1% jaar dienst had' gedaan als predikant is hij geschorst, Bekl. is zich echter „rustend' predikant" blijven noe men. Z. E. A. acht dit niet juist, bekl. mag zich geeu predikant meer noemen. Verder ging de Officier de listige kunstgrepen, die bekl. gebruikt heeft om zijn eigen zak te bevoordeelen, na. De hier genoemde fei ten zijn slechts een greep uit de vele, die bekl. ge pleegd heeft. Wegens oplichting eischte Z. E. A. 4 maanden gevangenisstraf tegen beklaagde. WEDE RSPANNIG1IEID. Van de volgende beklaagden, Cornells K., schilder te Amsterdam en Jacob K., schippersknecht te Alk maar, was alleen laatstgenoemde verschenen, hadden zich den 29 Augustus verzet tegen de agenten van po litie Van Dijk en Van Broek te Alkmaar. Uit hun processen-verbaal bleek, dat beklaagden zich dien avond bevonden ili het café van Adrianus Groot, di de politi-e opbelde om een paar lastige bezoekers uit zijn lokaliteit te verwijderen. Hij had hen al verschei den malen verzocht het café te verlaten, aan welk ver zoek zij geen gehoor gaven. De agenten richtten nog maals het verzoek tot beklaagden, maar ook hieraan werd! geen gehoor gegeven. Daarop namen zij Corne lls K. mee, maar Jacob K. greep hem aan en trachtte de agenten te beletten hem naar het bureau van poli tie over te brengen. De agenten Overeem en Feije verleenden ten slotte ook nog- assistentie en de lastige personen werden bei den overgebracht naar het politie-bureau. Wegens wederspannigheicï werd tegen ieder der be klaagden 2 weken gevangenisstraf geëischt. Cornelis Z., schipper te Amsterdam, Hendrik Oor- neLis S., arbeider te Alkmaar (thans gedetineerd in het huis van bewaring alhier) en Arie Lover, werkman te Alkmaar, hadden, zich in den nacht van 1 op 2 Sep tember zeer onhebbelijk gedragen tegenover de agen ten van politie Stoorvogel en Arie de Boer, alhier. Zij bevonden zich in bovengenoemd'en nacht in het café van den heer Nettenbredjers en wilden dit niet verla ten, toen het sluitingsuur was. Z. beleedigde de agen ten en mishandelde hen. Toen zij hem, buitengekomen, nigeen speelde een medelijdend lachje. Dat zag zij wel. „Lieve juffrouw, dat kan een ieder zeggen, maar be wijs ons dit eens. Zoo zijn dat maar praatjes, daarop kan men niet eens antwoorden", spotte James en hij nam zijn vis-a-vis met zulk een minachtenden blik op, dat Mira het bloed -na-ar het hoofd steeg. „Goed! IJ allen, die hier zijt, zal ik morgen toonen wat ik kan. U weet toch, wat de grootste prestatie van onze Saqui indertijd was? Zij liep over een koord, dat gespannen was tusschen de torens der Notre Da me te Parijs. Ik zal nog hedenmiddag door de stad gaan en naar geschikte kerktorenspitsen omzien." Zij was opgesprongen, want de maaltijd was afgeloopen en zij voelde zich volstrekt niet verplicht haar rood- harigen vis-a-vis verder te woord te staan. „Ga dan naar de St. Pieterskerk, die heeft flinke torens," zeide James lachend. ITet geheele gezel schap stemde in met James' gelach, alleen juf frouw Tompsen volgde angstig- de wegloopende Mira, want zij-wist ryaar al te wel, dat deze niet gek scheerde. Mira had zich in haar kamer als een ^anhopige op de kleine chaise longue geworpen en snikte hevig. Stil ging de oude vrouw bij dó schreiënde zitten en trachtte haar te troosten. Maar het snikken werd steeds hevi ger en al schreiende bracht zij uit„Ja, ik zal dien spotters toonen, dat zij mij te respecteeren hebben, al ben ik ook jong, zoo ken ik toch rijkelijk evenveel als zij." Daar kwam een brief, door een bode van de directie gebracht. Haastig opende zij hem en nadat zij hem gelezen had, lachte zij luide. „Die daar verwachten ook niets van mij. Zie, mijnheer de directeur beveelt mij uitdrukkelijk, dat ik met een net moet werken, voordat ik het elders beproefd) heb. Nu, ik zal het morgen namiddag voor de geheele stad' probeeren." De tranen der oude vrouw, de vertogen van hare collega's, die gisteren nog allen met haar den spot gedreven hadden, heden echter in bange afwachting dit waagstuk tegemoet zagen, konden Mira niet meer tegenhouden. Met- toestemming der overheid zou een stalen draad1 tusschen de torens van het Colosseum ge- (Apen-Zeep.) 11 maakt VOORlE.DTRE.tHi BLINKEND' wilden aaftihouden, verzette de beide andere beklaagden zich daartegen. Zij grepen hem aan en trachtten hem uit de handen der politie te bevrijden. Nadat nog eenige andere agenten te hulp waven toegesneld', ge lukte het hen het drietal te overmeesteren. De Officier wees op het onhebbelijke gedrag van de beklaagden en eischte tegen Z. wegens mishandeling, beleediging en wederspannigheid, tegen S. en L. we gens wederspannigheid 1 maand' gevangenisstraf. WEDERRECHTELIJK BINNENDRINGEN. Na de pauze hadden zich een 8-tal jongelieden uit Koedijk en Oudorp in den leeftijd van 15 tot- 23 jaar, met name Johannes B., Cornelis M., Pieter Z., Louw- rens T„ Adrianus G., Paulus T., Nicolaas C. en Jo hannes C., te verantwoorden wegens wederrechtelijk binnendringen van de woning- van Johannes Bleeker, landbouwer te Koedijk. Deze, het eerst als getuige gehoord, verklaarde dat ter gelegenheid! van de kermis te Oudorp beklaagden hun baldadigheid bedreven, 's Morgens om 8 uur had1 hij zijn huis verlaten, na dit aan alle kanten gesloten te hebben. Tegen half twaalf kwam getuige weer thuis, hij zag dat de achterdeur was opeugtrapt- en nadat- hij zich naar binnen had! be geven, zag hij een viertal der beklaagden op den dorsch, de anderen vond hij binnen in zijn huis. Alleen Klaas C. en Pieter Z. zag hij pas toen alles afgeloopen was. Het tweetul dat in de voorkamer was, stond voor de pronkkast en had deze opengemaakt. Beklaagden beweren dat Bleeker hun den vorigen ivond gevraagd had den volgenden morgen een ker- misborrel te komen drinken, daarom waren zij de wo ning- binnengegaan. Geen hunner weet wie de deur opengemaakt heeft, zij liepen allemaal „achteraan." Margaretha Ots, huisvrouw van Johannes Bleeker, verklaarde juist den dag van het gebeurde uit geweest te zijn. Een der beklaagden had tegen haar gezegd, dat ze zouden komen en als ze geen borrel kregen den boeol zouden stukslaan, maar toen zij er met haai man over sprak, zei deze: „Maak je maai' niet dik, ze doen liet immers toch niet." Johannes Oud, landbouwer te Koedijk, had een troep jongens op den bewusten datum, den 6den Augustus, 's morgens om half 12 uit een café zien komen en naar de woning van Bleeker zien gaan. Een deel der beklaagden herkende hij. Zij vroegen hem mee te gaan om een borrel naar Bleeker, maar hij weigerde en ging het café binnen, dat beklaagden verlieten. Klaas van der Woude, veekoopman te Koedijk, woont vlak naast Bleeker. Hij zag den 6den Augustus aan den achterkant van het huis van zijn buurman een troep jongens, waarvan hij alleen Pieter Z. herkende. Even later hoorde hij een geluid, alsof er een deur werd ingetrapt. Kort daarop zag hij Bleeker thuis komen en dadelijk daarna verdwenen er een paar van de jongens. Klaas Oud, landbouwer te Koedijk, had na afloop van het gebeurde: Piet Z. gesproken, die hem vertelde, dat Louwrens T. den aschpot had' omgeschopt. Op een vraag van den President verklaart bekl. niets gehoord! te hebben over de ingetrapte deur. De Officier van Justitie ging het gebeurde nog maals na, wees er op, dat liiei; buisvredebreuk is ge pleegd, ook al is niet na te g*aan of de deur is inge trapt door een der beklaag-deu en eischte tegen Nico laas O. vrijspraak, tegen Louwrens T. 10 boete subs. 2 weken tuchtschool en tegen elk der overige be klaagden 1 week gevangenisstraf. Mr. P. A. Offers, verdediger voor de beide beklaag den die nog onder de kinderwetten vallen, refereerde zich aan het oordeel der rechtbank. Ziekenkast vr in de ontwikkeling pannen worden. De directie hadi zich bij dit alles passief gedragen, daar zij eenerzijds bij het mislukken van dit kunst stuk niet tot verantwoording wenscht-e geroepen te worden, anderzijds ook bij het gelukken zekere voor- deelen niet wilde versmaden. Tegen 4 uur had Mira haar voorstelling aangekon digd, welke reeds het gesprek in de stad geworden was. Als een wonder staarde haar heden ieder iu het circus aan, maar zij zag er vroolijk en opgewekt uit, alsof zij geenszins- aan de gevaren dacht, welke haar wachtten. Of was zij zoo zeker van haar zaak? De jonge directeur Odoardo Bellini had haar in de vesti bule ontmoet eii hij kon niet nalaten het mooie meisje aan te spreken. Hem scheen zijn toestemming1 toch plotseling te berouwen. „U wilt het werkelijk wagen?" vroeg hij. „Laat het toch na! Een ongeluk kan er toch plaats hebben en dan?" „Laat dat mijn zorg zijn, mijnheer de directeur", antwoordde Mira kort aangebonden. Bellini bewonderde dit meisje, zoowel haar schoon heid als haar persoonlijken moed. En dan Verheugde Hij zich, dat zij eigenlijk een landgenoote was, met- wie hij in zijn taal kon spreken. Hij haatte alle andere talen, omdat hij ze niet kende. Zoo had Mira door hare eigenschappen reeds dadelijk een wit voetje bij hem. Hij zelf was een brutaal krachtmensch, zonder geest en zonder eenige beschaving en zijne plompe ge laatstrekken verrieden het binnenste van zijn wezen even duidelijk nis de lompe bewegingen van zijne gro ve ledematen. Ook de zwarte oogen waren vol harts tocht. en woest vuur. Mira dineerde kalm en liet zich door de blikken van den heer James -volstrekt niet storen. Niemand! waag de tot haar een woord! over het in uitzicht zijnde schouwspel te richten, zij bespeurde het wel, maar zij deed alsof het haar niet opviel. .Zeer mooi weer", zeide dó een, en „de haas giste- on was beter dan die worsten heden", de tweede. Mira mengdo zich, ofschoon zij den spotters van gisteren' het liefst geen woord had gegund, in dit onderhoudend gesprek. Zij mocht toch niemand laten merken, welke drukkend© gedachten in haar opstegen, om haar van minuut tot minuut het hart zwaarder te maken. Wat zou Olli daarvan zoggen, als hij vernam, dat zij zich zoo in het openbaar voor de straatjongens en alle mogelijk stadsgepeupel vertoonde en haar moed voor die plompe massa's aan den dag legde? Zou hij haar niet verachten? En als haar iets mocht overko men -wat echter natuurlijk uitgesloten was wan neer zij hem door haar eigen, dwaze schuld' nooit, nooit zou terugzien? Zij zag- op het horloge. Het was twee uur. Zij had nu nog tijd) genoeg het ai te zeg- g-en, maar daar trof haar weer een blik van den roode. Hij glimlachte, hij had toch gezien, dat zij op hot- hor loge keek. „O, u hebt- nog tijd genoeg voor het toilet, twee uur." Nu schaamde Mira zich over hare gedachten van afzeggen. Oliviers beeld! verdween langzamerhand uit hare gedachten en in zijn plaats traden deze men- schen, wier spot zij meest vreezen. Zulk een blamage kon zij, wier taak het thans was in de eerste rij dei- kunstenaars te treden, niet verdragen. En zoo troostte zij zich daarmede, dat zij aan haar kunst, welko men waagde te betwijfelen en beleedigde, dit offer schuldig- was, al kostte het haar ook het leven. Boven in heb kamertje tiok zij het bolerokleed aan. „Dat heeft mij altijd geluk gebracht, tante Tompsen", trachtte zij te schertsen, maar de oude vrouw geloofde haar toch niet en hare handen beefden bij elke naald, die zij stak, bij eiken knoop, dien zij dicht maakte. „Tante, gij zult zien, mijn naam is gevestigd, wan neer ik hier na twee uur weder aankom. De lieden zullen heden wat sensationeels zien, anders komen zij er niet op, dat men iets kan. Maar ik wil hen dwin gen aan mijn werk te gelooven. Dat is werkelijk uit stekend." Zoo philosopheerde zij voort en voort, alsof zij zich- zelve moed moest inspreken. Juffrouw Tompsen gaf haar geen antwoord, want zij hoorde in het geheel niet meer wat Mira zeide, zoozeer was zij met haar ei gen smart bezig. (Wordt vervolgd).

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 5