DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN. Het Circuskind. No. 250. Honderd en veertiende Jaargang. 1912. DINSDAG 22 OCTOBER. FEUILLETON. Deze Courant wordt eiken avondbehalve op Zon- en Feestdagen, uitgegeven. Abonnementsprijs per 3 maanden voor Alkmaar f0,80; franco door het geheele Rijk f 1,—- Afzonderlijke nummers 3 Cents. Prijs der gewone advertentiën Per regel f 0,10. Bij groote contracten rabat. Oroote letters naar plaatsruimte. Brieven franco aan de N. V. Boek- en Handelsdrukkerij v/h. HERMs. COSTER ZOON, Voordam C 9. Oorlogscorrespondenten. Telefoonnummer 3. ROMAN VAN PAULA BUSCH. 62) _0_ BINNENLAND, ALKMAARSCHE COURANT ALKMAAR, 22 October. Zoodra de mobilisaties op den Balkan een ernstig karakter aannamen, ging ook, maart meer in stilte, de jongste mogendheid mobiliseerende pers zond lraar troepen naar d>e hoofdplaatsen der landen, welke waar schijnlijk met. elkaar in oorlog zouden geraken. De Eng&lsche pers- heeft index tij d het voorbeeld go- geven met het uitzenden van oorlogscorrespondenten. Zij beschikte reeds vroeg over ruime middelen en in den oorlog van 1870—-'71 speelden de Engelsche ver slaggeveirs een veel grootera journalistieke rol dan de Duitsche. In den Italiaansch-Tuvkschen oorlog is reeds gebleken, dat dei Duitsch© bladen het tegen de Engelsche kunnen opnemen en wanneer men zich her innert wat wij dezer dagen hebben medegedeeld over den specialen dienst, welke door het Berliner Tage- blatt is ingericht en waarbij verscheidene academisch gevormde en militair geschoolde mannen-van-naam betrokken zijn, dan zal men moeten toegeven, dat de organisatie van dien Duitsche berieh.ien-di.enst niet voor de beste Engelsche behoeft onder te doen. Of de financieels opoffering zal worden beloond, het ka pitaal aan geestelijken arbeid), dat thans op den Bal kan is belegd, rente zal opleveren? Het Tageblatt van Zaterdag deelde mede, dat de oorlogscorrespondenten noch te Konstantinopel' noch te Sofia zich bij het leger mochten aansluiten, terwijl wij aan een ander blad reeds de veronderstelling ont leenden, dat dit wel de laatste oorlog zou zijn, waarbij journalisten als nabije toeschouwers worden geduld. Het klinkt misschien vreemd, dat in dezen tijd van vlugge en uitvoerige publiciteit een zoo zeer begeerde nieuwsbron zou worden afgesloten, maar een dergelijke maatregel valt wel te begrijpen. Reeds in den Fransch-Duitschen oorlog hebben de Duitschers zeer geprofiteerd1 van hetgeen de bladen over de Fransche posities en strijdkrachten mededeelden en in den Ja- pansch-Russischen oorlog toonden de Japanners te begrijpen, dat liet- al te veel toegeven aan journalistie ke belangen neerkomt op het spelen in de kaart van den vijand. Hoe gevaarlijk moet het thans dan wel zijn, den journalisten de vrije hand te geven, nu het terrein van den oorlog in Europa ligt, de hulpmiddelen voor een snelle en volledige berichtgeverij nog zijn toe genomen, en de groote couranten tegenwoordig op geen tienduizenden behoeven te zien, wanneer heter op aankomt elkaar belangrijke primeurs af te snoepen. Zooals wij ook reedis hebben medegedeeld is de censuur zeer scherp en worden de journalisten door een reeks beperkende en bedreigende bepalingen om geven, waardoor hun arbeid in hooge mate wordt be lemmerd. Hun werk is toch al, ook zonder dergelijke regeeringsmaatregelen, buitengewoon moeielijk, ver antwoordelijk en gevaarlijk. Ook voor hen geldt het aandoenlijke lied over het broze krijgsmansleven: „Gisteren nog te paard gestegen, straks op het slag veld neergelegen, morgen reeds in het koele graf." „Diat heeft den tijd! Ik laat mij niets- bevelen of mij zoo tiranniseeren. Gij moogt blijde zijn, dat wij je medegenomen hebben. Overigens ik ben nu klaar, en, daar ik bovendien- met mijn man, die in het restaurant is, iets te bespreken heb, kan ik je een glas water medebrengen," zeide zij genadig en nu hoorde Mira de deur der kleedkamer naast zich slui ten. Maar daarbinnen schreide en klaagde iemand voort: „dat is mijn straf, mijn straf! O kon ik maar sterven liet leven is niet uit te houden. Ik ben toch voor de wereld' en de menschen dood' niemand) kent mij 1" stem klonk al matter en matter, en de woorden gingen in steunen over. Eindelijk riep zij wanhopig: -lucht, lucht maak open het is zoo warm, ik kan mét meer, ik kan niet Mira was het ellendig- te moede. Zij trachtte van een spleet in den wand1, dien zij door tasten gevonden nad, het plakkaat, dat daarover geplakt was, af te scheuren. Zij zag- er met een oog door en zag de be wuste mand op den grond staan, waarvan de deksel zich hevig bewoog, alsof iemand met- alle macht daar aan schudde. „Open, open," klonk het steunen. Mina was teruggedeinsd. Wat zou zij doen? Moest zij er niet heengaan en die mand open maken? Neen, niet nieuwsgierigheid!, alleen het reine gevoel iemand te__helpen, dreef haar met haastige schreden naar het zijvertrek, dat zij tegen verwachting niet op slot vond. Zij wist het, zij had geen recht hier in een vreemd vertrek binnen te dringen. Maar wie kon hier van recht of onrecht? spreken Zij voelde, dat zij helpen moest. Het steunen en jammeren had nog- niet opgehouden, en in enkele Er gaat geen oorlog voorhij, of er worden ook jour nalisten getroffen en niet allen komen er zoo goed af als de Fransehe verslaggever t© Tripolis, voor wie.n het tenslotte op een fortuintje uitliep. Moeielijk zijn de omstandigheden, waaronder de oorlogscorrespondenten dikwijls moeten werken. Ar chibald Forbes, aan wien de Daily News zijn opkomst te danken heeft, en die dén Fransch-Duitschen oorlog, den Ca-rlisten-oorlog in Spanje, don Russisch-Turk- scben oorlog, den opstand in Afghanistan en den Zoe loe-oorlog in Zuid-Afrika medemaakte, merkte eens op, dat- de oorlogscorrespondent in staat moet zijn om overal op te rijden en geheel verheven moet wezen bo ven zulke nietigheden als honger, dorst, vermoeienis en slaap. Hij werd gevangen genomen in Frankrijk, Spanje, Oostenrijk, Armenië en Bulgarije. „Als ik nooit oorlogscorrespondent geweest was" zeide hij (naar in „I>e Courant van R. Van der Meuten," wordt medegedeeld), „zou ik op mijn vijf en veertig jarigen leeftijd beter in conditie zijn; mijn zenuwen zijn weg en van mijn lichaamskracht heb ik slechts de heuge nis." I Bovenal echt-er is de betrekking' van oorlogscor respondent verantwoordelijk. Hij moet onder de ge vaarlijke en moeielijke omstandigheden zijn kalmte be waren, zijn zinnen bij elkaar houden, scherp Waarne men, helder oordéelen, vlug en juist weergeven. Eu dan verkeert hij vaak in angst, dat een collega hem vóór zal zijn en moet hij al zijn vernuft ei" steeds op gericht houden, zijn courant zoo vlug mogelijk te be dienen, wetend dat een bericht in ernstige gevallen, goud en soms meer nog waard) ban zijn. Wie herinnert zich uit zijn jeugd niet de levendige beschrijving van den strijd om den voorrang tusschen de twee journalisten uit Jules Verne's Michael Stro- goff Hoe trachtten Harry Blount, de correspondent van «de Daily Telegraph en Alcide Jolivet, correspondent Van een Parijsch blad na een slag tusschen Russische ten Tartaarsche troepen elkaar den loef af te steken! De Engelschman ia het eerst op het telegraafkan toor en om nu maar het bericht alleen naar Londen te krijgen elk oogenblilc kan de telegrafische verbin ding' worden vernield laat hij, behlalve zijn oorlog'8- telegrani stukken uit den Bijhei overseinen. De Franschman trappelt van ongeduld, maar d© ambte naar zegt bedaard: „Mijnheer is in zijn recht tegen tien kopeken (20 ets.) per woord." De Engelschman laat zich echter even afleiden ais de ambtenaar het derde vers uit den Bijbel overgeseind jieeft en aan het einde der copie is,de Fransch- lnan geeft g'auw zijn blaadjes en de ambtenaar seint hu naar Parijs een oorlogsbericht en, daar deze jour nalist het gewijde niet met het ongewijdo dooreen wil mengen, vroolijke versjes.... totdat hij eindelijk met de onverstoorbaarste kalmte zegt: „Mijnheer, de draad is gebroken." Op hetzelfde oogenblik wordt bet station bestormd fcn worden beide journalisten gevangen genomen. öogenblikken had zij de kleine lederen riem, die om de mand1 gegespt was, ei'af gestroopt en het deksel opge heven. In elkaar gedoken lag daar een vrouw, die op het oogenblik dat Mira het deksel opensloeg, de groote, blauwe oogen vol verbazing op de vreemdde richtte. Mira was van schrik achteruitgesprongen, had dan echter spoedig weer moed gevat. „Ik ben zoo ellendig, zoo ziek, heb nog niets heden gegeten, niets gedronken," zeide d© vrouw. Mira kon den blik niet van haar afwenden. Dezo ©ogen, dezen mond, kende zij die-niet? Maar waar had zij die vrouw eeins gezien? „Kom, ik zal u eruit helpen en op een stoel zetten. De andere maakte een afwerend© beweging, toen Mira den arm om haar sloeg, om haar'op te helpen. „Zet u dan ten minste op dit kleine bankje en blijf niet zoo in de mand geknield, dat maakt toch zeer moede en slap," zeide het jonge meisje. „Ach, ik heb in het geheel geen beenen," antwoord de de ander© treurig en Mira huiverde bij dio woor den. Aan zulk een mogelijkheid had zij in de verste feite niet gedacht. Ja, ik heb het ook eens niet kunnen droomen, dat het mij zoo zou gaan", en daarbij zag de vreemde Mira lang en treurig aan. Plotseling werd d© uitdrukking barer oogen levendiger en ©en seconde zweefde iets als èen blij'lachje op de matte trekken der ongelukkige. Of kwam dat Mira maar zoo voor? Daar stak de ander© haar reeds de hand toe en fluisterde: „Ik dank u, u weet niet, hoe het iemand te moede is, wanneer men na veel jaren eens weer een mensch ziet. En als u wist, lioe u mij aan verleden tijden herinnert maar het is belachelijk daaraan te denken, daarvan te spreken." Mira zag haar vragend aan. Dacht deze op het ©ogenblik niet hetzelfde als zij «Iahare gedachten schenen elkaar te ontmoeten. „M ie zijt u, hoe heet u, ik bedoel met uw familie naam?" vroeg de vreemde. „Ik heb nooit een artiis ten naam aangenomen, tot heden altijd Mira Verconi genoemd." ben Het zal er in den Balkanoorlog voor de correspon denten vooral op aankomen de censuur te verschalken. Daarom is1 het wet eens aardig na te gaan, op Welke wijze vroeger de journalisten soms door de mazen van het eensuur-net wisten heen te kruipen, ondanks de scherpste maatregelen hun taak wisten te" volbrengen. Hot aardigste voorbeeld' uit de oude doos is dat van -den Parijschen correspondent Labouchère der Daily News, die-zich gedurende do belegering van de Fran sehe hoofdstad' had laten opsluiten en alle correspon denten met de berichten steeds drie dagen voor was. Hoe dat kwam? Wel, Julee Favre had de heeren van de pers verzocht hun brieven aan hem te zenden hij zou er dan bijzondere zorg voor dragen, dat ze per ballon werden verzonden. Labouchère zond eiken dag een.... ledigen brief aan de Daily News, maar zijn verslagen, adresseerde hij aan een dame t© Londen, die zo naar het bureau bracht. Door de „bijzondere zorg" van Favre kwamen de voor couranten bestemde brieven geregeld drie dagen later dan de andere aan. Dat had Labouchère begre pen 1 Morgen zullen we een paar aardige, nieuwere staal tjes mededeelen, welke we ontkenen aan een Engelsch boek „modern journalism," dat door een onbekend Londensch redacteur is geschreven. H, M. DE KONINGIN. Naar d© Maasbode uit goede bron verneemt, worden de geruchten die in de buitenlandsche pers circulee- ren, omtrent een eerlang ten Hove te verwachten blij de gebeurtenis, bevestigd. GEIEKSCHE SCHEPEN IN NEDERLANDSCIIE WATEREN. De Griekscbet torpedojagers „Nea Qeuea" en „Ke- ■ravnos", Zondag' te Vlissingen aangekomen, zijn gis termorgen met onbekende bestemming van daar ver trokken. Deze booten waren daar gekomen, om, vol gens internationale wettelijke beaplingen van oorlog voerende partijen provisie en koten in te nemen. D© „Nea Genea" had een dubbele Grieksehe bemanning aan boord, terwijl de „Keravnoa" wel Grieksehe offi cieren, doch Duitsche equipage had, welke laatste gis teren van Vlissingen, is vertrokken. De politie en marechaussee zorgden er voor, dat do twee schepen geen verbinding" met elkander kregen, terwijl tot handhaving' der volkomen neutraliteit de „G 5" en de „Bever" aanwezig waren. De „Keravnos" is gistermorgen door de Nederland- scho marine door de sluis gebracht, dlaar de tijd ver streken was, volgens internationale bepalingen toege staan voor het innemen van provisie en steenkolen. Do „Heemskerck" en enkele torpedo's kwamen op de roede, om, zoo noodig, de neutraliteit te helpen hand haven. i OMMEN. Bij de gisteren in het district Ommen gehouden stemming ter vervulling van de vacatuire-Kuyper zijn 7040 geldige stemmen uitgebracht, over de verschillen de Candida ten verdeeld als volgt: Mr. D. Fock (U. L.) 1406, A. B. Kleerekoper (S. D. A. P.) 306, baron A. E,-M?ickay (Chr. Ilist.) 1888 en „Mira!" riep de blonde vrouw zoo luid:© en hevig, dat het Mira diep in d© ziel drong. Ja, dez© stem kende zij, zoo kon slechts ééne haar naam roepenEn zij viel' voor d'e ongelukkige neder en omarmde haar ontstuimig. „Natalina, Natali, zoo hebt gij toch je kleine Mira herkend? AcH ik heb het van het eerste oogenblik af vermoed maar niet dur ven denken." Lang schreiden beiden naast elkaar, voordat Nata lina het eerste woord tot haar zuster richtte eu naar haar vader en al het verledene vroeg. „Weet gij dan niet, dat papa reeds lang, lang dood is, in hetzelfde jaar, toen gij weggegaan zijt.?" „Ach, als gij wist, hoe het toen met ons stond? Cor- veilli en ik seheepten ons spoedig daarop naar Ameri ka in en werkten te New-York bij Barnum en Baily. Toen reisden wij vandaar na-ar Boston, en op die reis verloor ik bij een spoorwegongeluk beide beenen. Een jaar later ging dfl man van mij been en nam het beetje geld, dat de spoorwegmaatschappij mij tot mijn onder houd gegeven had, mede. Toen zou ik verhongerd zijn, wanneer niet een vlammendenseres, die in hetzelfde circus was, zich over mij ontfermd had. Deze en haar impressario verzonnen toen dit nummer, waarin de dame slechts ais comtesse X. een buiging beeft te ma ken." „Dat is gemakkelijker dan een vl'ammendans", dacht Mira. „Na jaren kwamen wij weer naar Europa, waar ik echter van de wereld) gescheiden leefde, omdat mijn bestaan een geheim meest blijven. Hoe bloedde mijn hart, eu hoe verlangde ik over ulieden slechts een en kel woord te hooren. Maar die menschen, die mij op de hatelijkste wijze exploiteerden en in wier miacht ik mij bevond, als een onmondig kind1, als een idioot, heb ben mij niet gezegd; wat er van mijn vader en van Mi ra geworden is." Zij had dat alles haastig gezegd, alsof zij bang was, dat zij den korten tijd, waarin zij haar zuster alleen kon spreken, gebruiken moest. Wie wist, wanneer ar weer zulk een gunstige gelegenheid zich zou voordoen! .,0, arme!" snikte Mira-, buiten zichaelva van smart, mr, H. van der Veg-t© (tt.'-r.) 3440, zoodat herstemming moet plaats hebben tusschen de heteren Van der Vegte en Mackay. Bij de verkiezing in 1909 kreeg van d© 72-50 geldige stemitTen dr. A. Kuyper er toen 4141 en de heer H. W. Teesselink (U. L.) 3109. Gemengd nieuws. INBRAAK. Over den inbraak aan den Singel te Amsterdam, waarvan wij gisteren in een telegram reeds melding maakten, kunnen we nog het volgende medfedeelen In het perceel Singel' 68 is gevestigd het engrosma- gazijn van manufacturen der firma H. _A. Rö-ttgerin- gen von Exter. In de buurt surveilleert 's nachts o.m. ook personeel van een der nachtveiliglieidisdiensten. Een agent van politie, die in den nacht van Zaterdag op Zondag aldaar omstreeks kwart over twee surveil leerde, hoorde geritsel, toen hij het perceel passeerde. Dat verwonderde beul, daar hem bekendl wais, dat het huis alleen al® magazijn dienst deed en onbewoond was. Hij posteerde zich dlaaxomi achter een. boom en zag er twee mannen uit komen, die als werklieden wa ren gekleed. Een particulier nachtwaker, die in de na bijheid was, riep hij ter assistentie en tezamen hield men de twee mannen aan, Zij zeiden te behooren tot het personeel van het magazijn. Voorts gaven zij te kenrten, laat nog te hebben gewerkt en terug' te zijn gegaan, om te zien of de deur wel -goed gesloten was. De agent verzocht hen daarop, ©ven mee te gaan naar het politie-posthuis aan het Droogbak. Aan dat- ver zoek werd schijnbaar voldaan. Want in de nabijheid van 't posthuis gekomen, koos een hunner het hazen pad. De ander werd daarop gegrepen, ddch wierp een tasch weg, die men onmiddellijk terugvond. De taseh bleek gereedschappen t© bevatten. De gearresteerde bleek te zijn de 24-jarige loss© bootwerker D., wonende op Kattenburg. Op hem werd gevonden een bedrag van 475 aan bankpapier, ongeveer 15 aan specie, een zaklantaarn, Amerikaansclie boren, een boksijzer en eenige 1-oopers. Do verdachte werd naar het bureau Warinoesstraab overgebracht en blijft daar voorloopig in bewaring, tot zijn metgezel is opgespoord, waartoe de recherche on middellijk de noodige stappen deed. Zondagmorgen heeft een der firmanten van den ma» nufacturenbandel, door do politie gewaarschuwd, het magazijn bezocht. Op het kantoor was alles -onderst boven gehaald en de brandkast geforceerd; evenwel, zonder het beoogde succes, wijl daarin alleen de boeken worden bewaard. In d'e opengebroken lessenaars von den de inbrekers méér van hun gading. Een totaal bedrag aan geld van ongeveer 1000 is zoek. Veron dersteld wordt, dat de gevluchte kameraad van den ge arresteerde, ook ongeveer 500 gestolen geld hij zich zal hebben en de dieven, vóór het verlaten van het per ceel, eerst den buit hebben gedeeld. De benadeelde firma is niet tegen inbraak verzekerd. Voorts bleek, dat de brandkast geopend was met een sleutel, dien da inbrekers in een der opengebroken lessenaars hadden gevonden. De inbrekers bleken voorzien te zijn ge weest van een pracht stel werktuigen altijd gezien uit inbrekersoogpunt. DREIGBRIEF&CHRIJVER. In het. begin der vorige week ontving de landbouwer D. R., wonende aan den Zuiderweg te Reemster, een dreigbrief, waarin hem werd' gelast de som van 1000 in een goed gesloten, doch niet al te giroote bus of ko ker op een door hem bepaalde plaats neer te leggen, waardoor de bedreigde tot uiterlijk Zondag a.s. tijd werd gegeven. Tevens werd) deze gewaarschuwd dit „gij zult niet langer bij deze lieden, die slechte, ge meen© tirannen blijven. O, ik heb gehoord, alles ge hoord^ wat het kwade wijf je gezegd heeft. Ik zal je bij mij nemen." Natalina glimlachte weemoedig. „Dat zal niet zoo eenvoudig zijn, mijn kind', als gij denkt. Ik heb mij hier per contract verbonden." Zij had nauwelijks dezen zin uitgesproken, of haar meesteres verscheen op den drempel der kleedkamer en bleef, stom van verbazing, staan. Dan scheen een for- meele aanval van woede zich van haar meester te ma ken, en buiten zichzelve liep zij op Mira toe, alsof zij haar te lijf wild© gaan. „Wat vermeet gij je bij .vreemde lieden binnen te dringen 2" „Misses: Hill, het is mijn zuster!" riep Natalina. O, dat kan een ieder zeggen", schreeuwde de vrouw. „Maar dat is een impertinentie, een brutaliteit, hier bij vreemden rond te snuffelen, alleen om onzen truc gewaar te worden en ons onmogelijk te maken 1" En de vrouw raasde voort en hoopte beieediging" op belee- d'iging tegen de verblufte Mira- op, die zulk een scèno geenszins verwacht had. En nu kwam de; impressario dei' eomtes-se ook nog binnen en steunde haar in haar geschreeuw rijkelijk. „Smijt, die meid eruit, Leo.i" komruandeerd© zij ver scheidene malen. Mira richtte zich nu fier op eu riep den man, die haar waagdé te naderen toe: „Probeer het niet mij aan te raken, u kondt er berouw van heb ben. Ik heb meer rechten op dit mensch dan u zij is mijne zuster!" De man lachte brutaal: „Wie hielp haar dan inder tijd uit den brand, wij of gij?" „Om niets hebt u liet- niet gedaan!" antwoordde het jonge meisje vastberaden. Als twee wilde dieren stoven beiden op haar aan. Mira deinsde achteruit en riep hun toé: „Waagt het nietIk roep anders om hulp eu hedenavond weet het dan nog het geheele circus, hoe het met eomto&ae X. is." i (Wordt vervolgd).

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1912 | | pagina 1