3e BndstolfencomMe Alkmaar Jierlynsche brieven. FEUILLETOI. Woensdag 12 Maart. Zijn id©©. ^roYincmal Aienyb. Honumd Ean m Twinstlgste Jaargang. deelt mede, d!a)t op bon 10b der minimum, rantsoenkaart voor beandstoffen verkrijg- baar is: 75 K.O. BRUINKOOL-FIJN- KOOLBRIKETTEN. chri iclijk bestellingen voor thuisbezor gen te doen aan den „Vereenigden-Brandstof- fenhandd" KONINGSTRAAT 6. Voor afbalen bestaat, tot nadere aankondi ging. gelegenheid aan de Gemeentelijke Bri- ibriek (oude Gasfabriek) des morgens van i.12 en des middags van IVs4 uur. i >e prijs is afgehaald per 75 K.G. 2.1714. c prijs is thuis bezorgd p. 75 K.G 2.27 Mei Gemeentelijke ioeslagbon afgehaald 1.6214. J Met Gemeentelijke toeslagbon thuis be zorgd 1.7214. Namens de Brandstoffen-Commissie, J. H. JACOBSE, Dir.-Administrateur. lo HINDERWET. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van AL MAAR brengen ter algemeene ken nis: dat heden op de Gemeente-Secretarie (er visie is gelegd het aan hen ingediende verzoek met bijlagen van C. BROMMER, koopman alhier, om vergunning tot het oprichten 'van eene ROOKERIJ EN VETSMELTERIJ iu het perceel HOUT- TIL, Wijk B, No. 11. Bezwaren tegen deze oprichting kun-, neu worden ingediend ten Raadhuize de zer Gemeente, mondeling op Dinsdag. 25 Maart e.k. 's vooxmiddags te elf uur, en schriftelijk vóór of op dien tijd. Gedurende drie dagen vóór gemclden dag kan de verzoeker en hij, die bezwa ren 1i cfUirigebracht, op de Secretarie dezer Gemeente van de ter zake ingeko men schrifturen kennis nemen; dat zij hunne beslissing op het verzoek van de Directie der N. V. Fabriek van Melkproducten „UITHOORN" te Rot terdam, om vergunning tot het uitbrei den van hare melkfabriek, door het bij plaatsen van een electro-motor van 20 P.K., voor het aandrijven van een venti lator, om bruinkolen met onderwind te doen verbranden (aanjager), in het per: 1 IJEL.DERSCHE WEG, Sectie C, No. 2869, HEBBEN VERDAAGD. Alkmaar, 11 Maari 1919. Burgemeester en Wethoüders voornoemd, G. RIPPING, Voorzitter. DONATH, Secretaris. 2o. (Van onzui Berlijuschen correspondent!. Nadruk verboden. 1. Berlijn, einde Februari. Berlijn is in de iaatste jaren wel zeer ver anderd! Geen wonder! Oorlog en revolutie zijn over de Duitsche hoofdstad heengegaan en hebben diepe sporen Achtergelaten. De tijd der hofrijiuigen met schoon-geuniformde koetsiers en palfreniers schijnt al een eeuwig heid voorbij. Een democratisch vernis van uiteliike 'gelijkheid en armoede heeft het vroo- lijke levendige gezicht der oude Friederich- .stad triest en kleurloos gemaakt. Zorgen en ontberingen hebben diepe lijnen gegroefd in het machtige gelaat. Inderdaad, een gevoel medelijden overvalt den vreemdeling, die na vele jaren Berlijn en zijn bevolking wéferziet. Wat hebben stad en bewoners niet geleden? Het is of ons van alle zijden het verval toe- grijnst 1 Uit.de leege of met ersatz-aftikelen gpvulde winkelramen, de slecht onderhouden huisgevels,, de oude rammelende trams en de weinige omnibusjes, door paardeskeletteu ge trokken, dringt zich de misère welsprekend aan den vreemdeling op. Ook de mensdien zelf ju frappantl Geen publiek meer, dat aan het oude m vredestijd herinnert. Geen „Gents" in Berlijn-West geen goed-getoilet- ceerde „werkelijke" dames, geen schitterende beroepsoffideren, geen commandeerende poli- tie-agenten, die het verkeer regelen. Kortom een glans, geen chic, geen vertoon van mili taire en andere macht, die zoo typisch voor f ta Naar het Fransch van Victor Sherbuliez. 14) Die zandgroeve liep door in een van zijn velden en hij achtte ze daar een grove ontsie ring. Maar te eeniger tijd zou ze hem wel in handen vallen, want het kwam hem voor, dat de heer de Saligneux geen recht had op die groeve; dat die tot zijn gebied behoorde, dat kon niet anders. Hij liep het hek om met een norsch gezicht, terwijl hij vrij luidruchtig zijn stok tegen de tralies aansloeg en zachtjes in zichzelven bromde, net als een hond, die knort. -En zoo was hij voorbij een steenen brugge tje over de Limourde gekomen, dat de verbin ding vormde tusschen het park van den ba ron en diens zandgroeve. Toen hij even rechts keek, ontwaarde hij er den heer ae Saligneux .zelf eri haastte zich, dien te begroeten, zoo beleefd als het hem maar immer mogelijk was. „U daar, mijnheer de baron? Ik kan u niet zeggen, wat een eer en een genoegen het'mij is, u weer te zien." „De eer het genoegen zijn geheel aan mij", antwoordde de Saligneux. „U is dan wel voorspoedig geweest gedurende mijn af wezigheid." „Och, wat zal ik u zeggen. Zoo kalmpjes aan zijn we verder gesukkeld." „Uw kluizenaarswoning heeft dan toch een aardige uitbreiding verkregen." ,,0, spreek er mij niet van, mijnheer de ba ron!" antwoorrdde Têterol nederig. „Ik heb en dwaasheid begaan, waar ik nog alle da- eu spijt van heb. Wat zal ik er u van zeg gen De Hemel weet, dat ik met een huis het ofide Berlijn wares, Nu zijn de straten gevuld met mannen, die een wonderlijk mengsel van militaire en ande re Meeding dragea{ ijk dragen, soms half om half. Vaak ook wordt, hvtgerk'eeding door een officiers- jas of soldatenmaotd gedekt, soms rid men zelfs een zwarte dophoed boven een volledige uniform. Vele jonge officieren, die uit dienst getreden zijn, doch geen burgerkleeding be zitten, dragen hun veldgrijze uniform, doch zonder eenig onderscheidingsvermogen, ala bewijs, dat ze burgers zijn. De republikein- sche soldatenweer prijkt met roode halskra gen, waarop een zilver eikeblad. De oude ge trouwen van president Eichhom loopen in soldatenuniform met roode banden, de vdlig- heidsgarde voor groot-Berlijn heeft weer witte banden om den arm. terwijl de tiental len van vrijscharen, die tegen de Polen ge wapend zijn, alle mogelijke onderschddings- teekenen dragen. Met een glimlach moet de vreemdeling waarnemen, dat sedert het militairisme in Duitschland ineengezakt is. alles militair schijnt. Zelfs de kranten-vertooper, de straat handelaars, voor zoover hij na hét bloedige gevecht tusschen Reinhardt-soldaten en straatverkoopers nog geduld wordt, draagt uniform. Het aantal muziekmakende, jammer lijk verminkte invaliden is in de laatste we ken echter wat verminderd. Ze vormden een triest bééld. Ja, Berlijn is trèurig geworden, al tracht het gedeeltelijk nog vroolijk te doen. Bekijkt men n 1. de met annonces van vermakelijkhe den beplakte Littfasssuil, dan gelooft mm toch weer in het oude Berlijn terug te zijn. Men bemerkt dat ook het hedendaagsche Ber lijn danskoorts heeft. Men leest: BiedenneiJ- erbal am Zoö, Simplicissimua-Danspalais, Altes Ballhaus, Bristol-Casino met Danstee, Babij Ball im Westen etc., met één, twee, soms drie muziekkapellen. Doch tusschen al die lichte plakaten, ziet men er één waarop staat: „Vreest de hongersnood, verlaat Ber lijn, zoekt werk in de kleine steden, trekt naar het land, gij werkeloozenEn de hongers nood is voorgesteld door een grijnzende ge stalte, die haar klauwen op een berg lijken staat.-En nog een ander plakaat maakt die Littfasszuil griezelig. Het draagt het op schrift: „Berlijn danst, het danst met den dood in den nek." Daaronder ia een afbeel ding van den dood. die de Berolinagesfglte in zijn armen houdt Ach ja, Berlijn danst ea lacht nog. Doch de tach van het hedendaagsche Berlijn doet'den* ken aan de grijns der matrozen op een zin kend schip, die ^vorens te sterven nog ééns de volle rumflesch aan de lippen drukken. Overdrijf ik? Is het misschien natuurlijk, dat Berlijn danst? Waarom zou men niet dan sen? Wie alles verloor, wat men te verliezen heeft, dn moet het leven wel licht nemen. Een reden tot traagheid heeft men in Berlijn niet, „Satt sein macht dumpf uud trSge." Berlijn is niet verzadigd. Het is verzadigd met hon- er, ellende, oorlogs- en revolutiewee, doch ;et hongert naar wat zon, nay wat eten, naar wat minder zorgen. O, die afschuwelij» ke honger, die al jarenlang door de groote hoofdstad rondgeslopen heeft. Die honger, die met zijn- hamer meedoogenloos de ouden van dagen, de zwakke vrouwen en dé kinde ren %l het graf klopte en die ioch nooit ge noeg kreeg. Die honger, die dag en dag ver der moordt en niet tevreden is met zijn buit van achthonderd duizend, die rustig onder d« groene zoden sluimeren, ze is bijna even af- schuwlijk als het monster oorlog, dat niet met bloed te verzadigen was,, Er zijn menschen, die in deze dagen ge- looven, dat het Duitsche volk aan totaal mo reel verval lijdt. Dat is een dwaasheid. Het lijdt aan honger. Het weet niet meer hoe echt brood smaakt, het heeft nu al jarenlang geen brood met boter of vet geproefd, de paar am uitgezonderd, die het op zijn kaart ijgt. De brievenbestellers en kleine beamb ten koopen elkander voor 8 volle marken een broodbon af, waardoor ze het recht op een weekrantsoen hebben, wat ze dan nog beta len moeten. Dit brood ia op den duur niet te genieten, heeft ook geen behoorlijke voe dingswaarde. Al die menschen voelen den honger aan den lijve. De honger sluipt rond en wil hun krachten sloopen. De honger wil hen met zijn hamer neer kloppen. En in die piassa komt een geest van verzet Ze willen niet. Ze willen alles, doch niet crepeeren van den honger, ze willen hun kinderen niet laten verkwijnen. Ze beginnen den strijd, een strijd! van allen tegen allen. Ze begrijpen ieder „schieber", ieder woekerbedrijf aan, ze pro- gr; kri handgranaten tegen medemejsdieu geleerd hebben, toonen niet terug te schrikken, eens een deur vau een of andere proviaudkan te blazen. Vooral de revolutie heeft veel hoof den in de war gebracht. Inbraak, pleadering, die weegt* reeds aïgtatesffli waren, zijn nu meer georganiseerd, meer geregeld. De klein ste categorie grijpt gelukkig slechts naar dteze machtsmiddelen. De groote massa werpt zich op loonafperserif en dat met goed gevolg. Ze hebben eigenlijk bijna allen gestaakt. Ze heb ben allen looosverhooging gekregen en ze hongeren allen nog. De conductrice van de elecfcrische met haar 450 Mark maandloon, de plakaatplakker aan de Littfasszuil met zijn 400 Mk„ de koetsier van den vuilniswa- ;en met zijn 600 Mark, de eenvoudige koffie- zii kleine beambten, de en de middelklasse. uiskellner met zijn veel hooger loon dan d'e iplomeerde ingenieur! het cirkeltje van hon heeren iedere streek. Zij, die in den jaretelan- gen oorlog verwilderd zijn en het gebruik van en een tuintje tevreden zou zijn geweest, maar de gelegenheid deed zich voor en feite lijk zit ik nu in de war met al dat grondbe zit" „Dat zeggen ze allen in uw geval: zooge naamd zitten ze er altijd mee in met het bezit, dat ze verwerven, maar intusschen zullen ze toch wel oppassen, dat ze het weer niet van de hand doen. Neen, mijnheer Têterol: eerst hield ik u voor een wijsgeer, maar, als ik nu alles gelooven moet, wat men mij vertelt, dan is u eer een politicus!" „Drijf toch niet zoo den spot met mij, mijn heer de baron. Ik zou aan politiek doen Neen, daar snap ik niets van. Dat is een veel te ingewikkeld iets voor zoo'n eenvoudig man als ik ben." Terwijl dé heer Têterol dït zei, was hij een paar schreden naderbij getreden. De heer Sa ligneux had di t eveneens gedaan en zoo ston den beide beeren, vlak bij elkaar, op het mdi- dien van de brug. Een ommezien keken ze el kaar zwijgend aan. De heer Têterol merkte op, dat de baron vermoeide, omwalde oogen had en dat zijn wangen al neei mager waren. „Die stumper!" dacht hij. „Binnenkort blijft er niéts meer van hem over!" Van zijn kant verbaasde de heer de Salig neux er zich over, dat hij dien gezetten man daar tegenover zich ooit voor philosoof had kunnen houden. Niet zonder eenige ongerust heid nam hij waar, die overlangsche plooi in Têterol's voorhoofd, die borstelige, zware wenkbrauwen, die grijze oogen, waaruit een ontzettende wilskracht sprak, dien sluwen glimlach en dat prachtig onderhouden gebit met tanden zóó scherp als die van een hai. „Ik vraag u, mijnheer de baron, waartoe zou de politiek mij dienen? Ik kom rond voor de waarheid uit en die spitsvoudigheden laat ik maar over aan daggen, die begeerig zijn naar het goed van anderen. Ik heb mij altijd tevreden gesteld mei hetgeen ik bezat. En draaien, .ger, loonsvi we maar steeds rond zonder ëen einde te be reiken. Voor een pond boter betaalt men nu 32 Mark, voor geitevleesch 11 Mark het pond1. Paardevleesch is niet meer te krijgen, doch werd reeds met 5 Mark en hooger betaald. Vet is nergens meer te vinden, wanneer de arbeidende bevolking zich behoorlijk zou wil len voeden, dan zou ze zonder ooit vleesch te krijgen, toch reeds aan boter het grootste ge deelte van haar lopn moeten uitgeven. Het ar beidende volk hongert evenals ae met bemid delde burgabissse en dooi de jarenlange ontbering is het grós der menschen niet meer in staat een kwantitatief en kwalitatief den gade arbeid te leveren. Hst zijn niei de idee-' en van het bolsjewisme, niet van een over dreven socialiseering, die middel-Europa be dreigen, het zijn de ideeën die uit een leege maag opstijgen, die den eersten een gunstigen bodem geven Die ieege maag stoort het in nerlijke evenwicht der massa's, ze verschuift de harmonische levensfuncties onnoodig op 8exueei gebied, ze produceert een jacht maar genot, naar oogenblikelijke bedwelming, en ten, slotte een algemeen zedenbederf Ballet redoutes, baby-bals, danerevue's, morgenbars en foxtrott-tees, waarbij zelfs in den revolutie tijd dood'en en- gewonden gevallen zijn, zie daar het trieste bedrijf, de tragische grijns van Berlijn. Het ia de lath, die aan de grijns l ispniM die dé rumflesch aam de lippen van dien weg imkenden matroos doet denken, ch aam de lippen drukt. En daar de rum in het hedendaagsche Berlijn ontbreekt, zoekt de massa maar andere be dwelming en vindt die. In de apotheken: rijn nog opium, morphine, cocaine, aether. Het aantal vervalschte nacht aangeboden word dat daar d'ag en is legio. Het gezon de sterke machtige Berlijn schijnt de sloopen- de ontberingen in lichaam ziel te voelen. Het geneesmiddel voor alles, wat het Duitsche volk in de armen van bolsjewisme, waanzin, ongeluk en ondergang drijft, dat geneesmidL dei bezit de entente, speciaal Amerika. De honderdduizenden tonnen meel en vet rijn de eenige redding voor het Duitsche volk, dat tusschen leven en sterven zweeft. Wanneer zullen ze komen? J. A. v. H UIT OUDKARSPEL. Do afd. Langemdijk van dé S. D. A. P., hield Zondagmiddag een openbare vergade ring, waar als sprekers optraden mejT T. Blaauboer en de heer P. Zeeman, beide camdi- daat voor de Prov. Staten. Ongeveer 100 personen waren aanwezig. Mej. Blaauboer, als eerste spreekstem wees op den arbeid op velerlei gebied,, die de vrouw in vorige eeuwen in huiselijken kring had te verrichten^ doch waarvan veel haar door de machine uit handen genomen is. Het gevolg hiervan is het veelvuldig voorkomen van vrou wenarbeid in fabrieken, omdat de man haar niet voldoende thuis kan brengen om in hun onderhoud te voorzien. Veranderde ideeën inzake vrouwenkiesrecht kwamen daardoor hoe langer hoe meer naar vpren. Vele vrouwen zijn van inzicht veran derd, waaraan voorzeker de verschillende wetten en gebeurtenissen van den laatsten tijd niet vreemd rijn. De distributiewet, dé leerplichtwet, het vak onderwijs, het geneeskund:g schooltoezicht, de dienstplicht, enz, brengen haar met de maatschappelijke instellingen in aaorakirfg en ook weten rij dat aam een en ander nog yeel te verbeteren is. Spr. wees verder op dé gebeurtenissen in November. Werd in de troonrede over het vrouwen kiesrecht met geen woord gerept, de heer Mar- chant gaf dit aanleiding door met een wets voorstel ta komen. mijn Hemel ik heb zoo weinig noodig, om gelukkig te zijn! Vóór alles ben ik een man van den vrede; ik heb een hekel aan alle onoenigheden, processen en schermutselingen. Uit dat oogpunt zou ik er met recht tegenop zien, om eenig bezit te verwerven. Als ik naar aanleiding daarvan met iemand overhoop moest liggen, met wien dilt dlan ook wps, dan zou ik al heel gauw geneigd) zijn mijn huis te verkoopen; aan anderen de zorg voor mijn erwten en boonen over te latenVrede is het hoogste goed1 en vóór alles wensch ik met heel de wereld in goede verstandhouding te leven', al'zou ik daar ook mijn eigen belangen aan moeten opofferen. En daarom ben ik dan ook juist mijn Itenten komen opslaan aan dé oevers van de Limourde, omdat ik zoo blij was daar een buurman te treffen, die even- gemak kelijk, even vredelievend is als ik zelve. Het is alleen maar jammer, dat die buurman nog al eens weg is!" „U is dan wel zeer voorkomend, mijnheer Têterol! Maar stel u gerust; ik zal nu niet meer zoo lang wegblijven van dé heerlijk- groenende oevers van de Limourde. Ik heb mij vast voorgenomen, Saligneux niet meer te wr itten: er mij voor goed te vestigen. Net als u, heb ik genoeg van Parijs en als u, wil ik ver der pnofiteeren van dé genoegens van het bui tenleven." De heer Têterol keek den baron eens van terzijde aan en vroeg zich a', of die het echt ernstig meenen zou, wat hij zei. Hij voor zich hechtte nu niet al te zeer aan die, vrome voor nemens, maar natuurlijk l'et hij daar niets van blijken, en, het gesprek op iets anders brengend, zei hij: „Vindt u niet, mijnheer de baron, dat het misschien wel wat onvoorzichtig voor ons is, staan? Ik ben nogal zwaar, ziet u, en het om hier beiden midden op de brug te blijven staan? Ik ben nogal zwaar, ziet u, en het diin, lijkt me niét zoo heel sterk." S „7,oudt u denken?" vroeg de beer de Salig- Di; was goed, ai getuigt het niet van veel hoffelijkheid tegenover de eenige vrouw die in d e Kamer is De deur stond nu op een kier en Troelstra trapt? haar geheel open. Men mag over de Novemberdagen denken zoo men wil, het vrouwenkiesrecht is er een heel stuk dóór vooruit gekomen In September wilden ze in de Kamer van geen vrouwenkiesrecht weten. In November wilden ze niets liever da adat. Met een „sluit u bij ons aan" eindigde spreekster haar rede. Hierna trad de heer Zeeman op met helt on derwerp „Waarom Rood?'!» Spreker schetste de gevolgen van dón oor log en had goede hoop, dat uit de puinhoopen van het kapitalisme een beter georganiseerd stelsel zal gekozen worden. Hij schetste ver der de veranderingen, die in Duitschland plaats vinden onder leiding van Eberit. den man uit het volk; hoe er een vijftal wetsont werpen aanhangig zijn betreffende verande ring van bezitsvoorwaarden, waaronder het in bezitnemen der kolenmijnen. Dit is niet zoo opervlalkig ais men <tenkt, daar er ook eris- kaliwinnig aan verbonden la. De oorlog, waarvoor onze mannen ge- dige spaard bleven, heeft ons land een" aardige bom gekost, wat wel pleit voor ontwapening of vermindering van het mllitairisme. Spreker schetste verder de debatten die ge voerd zijn bij de behandeling van de invalidi teitswet en' de motie's van San nes en Duys. De hooge landprijzen om ons heen doen zien de noodzakelijkneid' van socialiseering van grond en prouutiiemiddelen, niet te be reiken door geweld doch met gepaste midde len Wij moeten ona in alle leidende lichamen doen vertegenwoordigen, elke versterking moet door ons wórden aangegrej>en. De S. D gedachte moet nog meer naar voren gebracht Spr. deelde mede het plan tot oprichting van een afd voor Oudkarspel en noodigde de vergadering uit deze zoo sterk mogelijk te maken. Er werden 8 nieuwe leden ingeschreven, -waaronder 3 vrouwen. UIT WARMENHUIZEN. Dinsdag 11 Maart vérgaderde de raad de zer gemeente. Tegenwoordig alle leden. Ingekomen stukken: dankbetuiging van de hoeren ten tiaeken, J. de Graaf en C. Beem- sterboer, voor salarisverhooging. Schrijven van den federatieven Bond van porsoneel der 'openbaren dienst, met mede- deeling, dat de afdeeling Wanaenhuizen van Gemeen te-Ambatenarenzich bij genoemden Bond heeft 'aangesloten. Voor kennisgeving aangenomen. V; 4 van den heer S. Vt.cn, hóófd der openbare lagere schooi te Schoorldam,om eervol ontslag uit genoemde betrekking, en 'tevens als lia der commissie tot wering vap schoolverzuim, tegen 1 Mei a.s, <- Wordt verleend met dankbetuiging dór aan de gemeente bewezen diensten. Verslag van de gezondheidscommissie over 1918. Van Ged. Staten goedkeuringen op kas- geldleeningen van 20,000 en 5000. Ged. Staten doen medcdeeling dat de ver- o "diening op de salarisregeling der onderwij zers niet opnieuw behoeft te worden vastge steld. Besloten wordt tot den verbouw van het raadhuis, waarvan de kosten worden ge raamd op ƒ2975, en daarvoor eene geldlee- u ng aan te gaan van 3200,. Tegen stemde de lieer de Groot, welke een en ander we gens de duurte wenschte uit te stellen. Aan mej. van Wingerden, tijdelijk onder- wijzeres, wordt op haar verzoek vanaf 15 Augustus 1918 een. 6alaris toegekend van 85 per maand. Verzoek van den directeur der gemeente- gjrsfabriek, om, te rekenen vanaf 1 April 1917, er ne vergoeding te mogen ontvangen voor de werkzaamheden verbonden aan de brandstof- frnvoorziening. Werd met 5 tegen 2 stem men afwijzend op beschikt, wijl men van oor deel was, dat de directeur daarvoor hulp had ontvangen. Behandeling verordening op den Hoofde- li'ken Omslag en de invordering. Na enkele rtdactioneele wijzigingen goedgekeurd. Idem verordening op de heffing van school- genden Besloten werd het voorstel door B. en W. ingediend terug te nemen, ten einde den tabel van heffing te herzien, daar naar veler oordeel de tabel te hoog was. Vaststelling stembureaux voor Prov. Sta ten gemeenteraad. Voor de Prov. Staten de hoeren Swan, de Groot en Biersteker. Plaats- neux. ,,'t Is een Wonder, dat de limourde het nog niet meegevoerd heeft. Ik kan er dan ook geen zandkar*overheen zien: rijden, of ik houd mijn hart vast!" En toen toonde hij aan, met kennis vdn za ken, dat de brug bét herstellen eigenlijk niet eens meer waard was, maar dat ze dan op nieuw opgebouwd zou moeten' worden, wat na tuurlijk een vrij kostbare geschiedenis was. „Als het m$et, dan zal 't wel niet anders kunnen'' antwoordde de heer de Saligneux. „Misschien dat er dan ook een andere op lossing mogelijk zou zijn." „Hoe dan?" „Is u erg gesteld op dien leelijken zand kuil „Ja, nóg al waarde heer I Ik zou u haast niét kunnen zeggen waarom maar het is zeker om der wille van enkele herinneringen, die er aan verbonden zijn. Als zoodanig heeft dó zandkuil dus weer z'n waarde en is het een feit, dat hij nog al erg bevalt", „Een eigenaardige smaak dan, mijnheer de baron. Zoo even heb ik er den kuil nog eens op aangekeken. Maar men zou er geen heel beste kalk van kunnen maken." „Dat doe ik ook niet. Mij dient het zand enkel, om er dó lanen mee te bestrooien." „Daar heeft hét toch, anders een leelïjke tint voor", hernam de heer Têterol, „zoo geel achtig groen. Neen dan zou 'k u daar veel beter voor kunnen aanbieden en ik zou het u billijk laten. U geeft er mij maar dón prijs voor, dien het uzelf behaagt." is dan al de bereidvaardigheid in per soon, mijnheer Têterol. Dank zij u, hoef ik niet eens mij nvergane brug op Ite bouwen. Maar 't is mij een gewetensvraag, om u een zandgroeve te verkoopen, waarvan het zand' aardachtig is en van een geiig-groene tint." „Niet dat ;k er nu zoozeer oup gesteld ben. Als ze aan den anderen kant van de rivier vervangers de heeren Kuilman, Blankendsfil en Nannes. Voor den gemeenteraad de heeren Gutker, Swan en de Groot, en als 4de lid de heer Rijs. Plaatsvervangers de heeren Kraakman, Blankendaal, Biersteker ea Nannes. Bij de jondvraag verzocht de heer S. Swan op de agenda voor de volgende vergadering te plaatsen: Voorstel tot het geven van een gratificatie" aan den gmemteéecretaris voor diens bemoeiingen inzake het levensmiddelen- bedrijf. De heer Swan klaagde over het niet lang zaam genoeg rijden der tram over de „Zul- derbrug". De voorzitter beloofde hierover met de di rectie te zullen spreken. De heer Gutker gaf nogmaals in overwe ging het geven eener gratificatie aan de post boden. Zal nader worden Onderzocht De secretarie-uren werden wederom ge steld van 9tot 1 uur. Hierna sluiting. UIT HENSBROEK. De raadi dezer gemeente heeft tot leden van de schattingscommissie herbenoemd de heeren Duijtt, Schrooder, Smal en Smit. Daar het li in werkerscontract met het P. E. B. over en kele weken afloopt en1 deze ambtenaren door do gemeente moeten worden aangesteld wer den de tegenwoordige functionnairissem Ko ning (Hensbroeken Digmans (Wogmeer) benoemd op een' jaarwedde respectievelijk van 208 en 312. Voor het bouwen van een veldwachterswo ning zal een leening worden aangegaan van 6500. Tot leden van de commissie tot wering van schoolverzuim werden herkozen de heeren D. Schaak, A. Schrooder en De Haan en gekozen ii de vacature-Vriend de heer KI. Mooij. UIT EG MO ND AA ND EN HOEF. Zondagavond tusschen 7 en 8 uur hebbent dieven zich toegang verschaft (ot de woning van D. terwijl deze naar de kerk waa. Bij thuiskomst bleek een bedrag van 370 ontvreemd te zijn- van een zolderkamertje van haar zoon. Van de daders geen spoor. UIT ZU1D-SCHARWOUDE. Uitslag publieke verkooping gehoudón door Notaris Johannes W. C. Kroon te Zuid- Scharwoude op Woensdag 5 MaarJ; 1919 in „Het bonte paard" te Noord-Scharwoude, van een huis, boet, erf erf bouwterrein te Noord- Scharwoude sectie B, no. 1008, groot 6 a., 90 c. en 1009 groot 1 a., 30 c., eigendom van Mej. de Wed. K. Bar ten Gz. I^ooptr G. Duij- vcs voor 8010. Uitslag publieke verkooping oj Vrijdag 7 Maart 1919, gehoudón door Notaris Jöhann W. C. Kroon te Zuid-Scharwoude, in „Het huis te Brederode" te Oudkarspel: voor oven K. Kroon Jbz.: onder Oudkarspel: 1Een akker bouwland ten noorden van de Doesensloot, 20 sn. Kooper M. Borst Mz. Jr7 voor 78 per sn. 2. Een1 dito aldaar, 13 sn. Kooper Jb. V ilkers voor 67 per sn. 3. Een dito aldaar, 11 sn. Kooper Jb. van Meurs voor 76 per snees. 4. Een dito aldaar, 13 sn. Kooper Jb. Kroon Jbz. Jr. voor 62 per snees. 5. Twee dito op de Vork, 13 sn. Kooper Jb. Volkers voor 73.50 per snees. 6. Een dito op het Hoogland, 22 sn. Koo per Jb. Volkers voor 65.81 Yt per sn. Voor M. Rootjes: 7C. Een akker bouwland achter<le huizen, 10 sn. Kooper P. Kroon Jbz. voor 142 p. en. 8. Een dito aldaar, 12 sn. Kooper C. Hart Hz. voor 150 per sn. 9. Een dito aan de Kortsloot, 9 so. Kooper Jb. Moeijes voor 114 per sn. 10. Een dito op Mauritsbosch, 6 sn. Koo pt r A. Moeijes voor 90 per sn. UIT OTERLEEK. Voor de afd. der I. A. M. V. Oterieek-Rus- teiburg trad in het lokaal van den heer J Kok te Rustenburg gisteren op de heer B -omment, van Uitgeest, met het onderwerp: „Oorlog, revolutie en burgerwacht". Onder groote aandacht'volgde men den spreker, die ons nog eens terugvoerde naar het ontstaan van den oorlog en als gevolg d; arvan de revolutie in Rusland besprak. S erk bracht spr. naar voren het feit, dat de ai ti-militairisten geen geweld willen, doch de reden voorop stellen, maar alleen als men daarvan niet wilde weten in laatste instantie hi t geweld zullen aanvaarden. De voorzitter, die bij het sluiten den^spre- kcr dank bracht voor zijne leerzame rede, was zeker wel de tolk van zeer velen. Een collecte voor de gezinnen van de dienstweigeraars bracht 10.75 op. lag, zou ik ze er niet gaan zoeken; maar nu ze bij mij dóorloopt „Bij u?O ja, nu begrijp ik u al. U heeft een meetkunstig oog, voelt) misschien veel voor de theorie van natuurlijke grenzen. Nu, wat dit betreft, is u de eenige niet. Van daar dat dó kaart van Europa nogal eens veranderingen ondergaalt". „Het idee is niet van mij", antwoordde de heer Têterol nederig. „Op een goeden dag, toen ik er eens over sppak met uw rentmeester, ;d! die mij het voorstel 'den heer Crépin, dee< liet zoo doorschemerenheeft woord gegeven „Bedenk wel, mijnheer Têterol, dalt de heer Crépin niet langer rentmeester bij mij is en dat zijn woord. dat niet veel waardó heeft, dan ook alleen door hem gegeven werd. Maari daarom verdient uw voorstel wel in overweging genomen: te worden; ik zal er eens over nadenken en het is mogelijk uit liefdó voor de meétkunde. Ik zou u zoo gaarne ter wille zijn." „Zondór u zeiven: dan toch te benadeelen, nietwaar, mijnheer de baron?" „Nu ja; een goedle koop maakt er altijd twee gélukkig en het zou mij een genoegen zijn, om zoo onze betrekking van goede buren in te wijden, waaraan ook ik de grootste waarde hechtMaar daar hoor ik de étensbel lui den. Tot ziens, mijnheer Têterol". Daarop groetten beide heeren elkaar met recht dus als „de beste buren". „De visch heeft dadelijk aangebeten: de zandgroeve is mij," dacht Têterol. „Wel, wel, vriendlief, hunker jij zoozeer naar mijn kuil en sta je zoo verlangend voor heft traliehek als een verliefd Spanjaard, die zijn schoone slechts door een tusschenschot bewonderen kan? Wacht maar; da.r zal je toch nog een beetje naar moeten uitzien I" Wordt vervolgd. ®0 1 1019 mij zijn

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1919 | | pagina 5