DAGBLAD VOOR ALKMAAR EN OMSTREKEN f «VTilSliiSi KtSTSi, t iTSÜSÏ f." l""' f. if) 1) 13 OCTOBER MAAK I) A O Uitreiking Broodkaarten. l'arysche brieven. FE FILLET© N. een Parisienne". V 1 «i Tot in 'ontvaxug'sim.aino d'w bovengenoemde kaarten warden 'ia Wudters van lagiitimati#* nummers verzacht zich MAANDAG 13 OC TOBER van HAtiF VIJF TOT 'ZEIVEN UUR en DINSDAG 14 OCTOBER van HALF VIJF TOT ZEVEN UURi te ver voegen aan een der onderstaande «obolen en wel i—600 Maandag, 501—1000 Dinsdag, aan de Keetkolk, hoofdi der school de heer J. Franssen. 1001—1600 Maandag, 1501—2000 Dinsdag aan de BrilHensteeg, hoofd der school de heer F. Ankei. 2001—2500 Maandag, 2501—3000 Dinsdag, aan de N.ieu wesloot, hoofd der school de heer J. Zwarteveen. 30013500 Maandag, 3501'4000 Dinsdag aan de Nieuwesloot, hoofd dw school de heer A. Wijn. 4-001-4500 Maandag, 4501'5000 Dinsdag aan de Snaarmausiaan, hoofd der school de heer J. Bit». 5001—5800 Maandag, 6801 en daarboven Dinsdag -aan den Koningsweg, hoofd d'er •obool de heer P. Schipper. Het publiek wordt er beleefd1 op attent ge maakt}, op de aangewezen datum en uren bo vengenoemde kaarten af te halen >f te doen afhalen en bij ontvangst goed na. te zien1, of de juiste hoeveelheid waarop zij recht hebben is ontvangen, aangezien abuizen, voor Tekening der ontvanger» zijn en Inter niet tracer kun nen worden hersteld. De Directeur van het Distr.-Bedrijf, C. H. SCHNEIDERS. van het Théatre Francais, die een gematigd intelligent samenspel voorschrijft in den stijl van den auteur. Ik zag hem zeer schoone dingen geven, o. a. als Xerxes in „de Perzen", waar hij in navrante symboliek dc decadentie van een Oostersche vorst uitbeeldde, echter geheel de regie verbrekend in zijn volkomen zelfstandige en zeer persoonlijke moderne mimiek, die zelve aan decadentie-in-stijl grensde. Het wordt hier kouder en bijna alle Parijt- zenaars zijn van buiten teruggekeerd. Hon derden auto's wachten des middags weer op de Place Vendóme, Rue de la Paix en omge ving en de tea-rooms zijn vol van gracieuze RIJKS'SUIKERKAARTEN. 'De Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel maakt bekend, dat in het tijdvak van MAANDAG 13 OCTOBER TO'T EN MET ZONDAG 19 OCTOBER ZULLEN GEL DIG ZIJN' DE BON'S 1 en 2 DER RIJKS- SLIEERKAART van het eerste tijdvak. De Directeur van het Distr.-Bedrijf, C. II. SCHNEIDERS. (Van onzen Parijschen correspondent). Nadruk verboden. Parijs, 5 October 1919. Van allerlei. Wij leven hier in Parijs in het teeken der syndicaten. Het syndicaat van het théater- pcrsoneel deed veel van zich spreken deze week. Eindelijk nam de staking een einde; de directeurs echter weigerden daarbij den eisch te aanvaarden van alleen gesindiqueer- den in betrekking te nemen. Op een avond, dat de stakers op tamelijk luidruchtige wiize gemanifesteerd hebben in het Théatre de Pa ris, heeft de charmante Vera Sergine hun een flink lesje gegeven, door geheel spontaan voor 't voetlicht te treden met een vol over tuiging en logica uitgesproken Jdeine toe spraak, waarin zij zeide dat z ij weigerde zich te sindiqueeren, omdat ze de v r ij h e i d van den arbeid liefhad en oorueelde, dat al leen het talent in de tooneelwereld een loopbaan moet begunstigen, en geen dwangmidelen. Deze week nam een der merkwaardigste acteurs der Comédie Frangaise zijn afscheid: De Max, die hoewel zeer slecht ensemble spe lend, ons veel bijzondere schoonheid heeft gebracht, vooral in het op origineel-moderne wijze interpreteeren van klassieke rollen, waarin hij een zekere gestyleerde groote lijn zocht, zich niet bekommerend om de traditie Door Charles Garvice Vrij naar hei Engelsch toiletten van groote worden er veel bals verwacht, daar de rouw voorbij gaat en de voorloopige officieuze danspartijen, verbonden aan diners of high- tea's, hun officieel beeld hernemen. Eenige honderden jonge Fraösche vrou wen zijn naar de United States afgezonden voor een universiteitsstudie. Gunstig symp toom van toenemend internationalisme mis schien. Het deed mij altijd wonderlijk aan, Pershing in 't openbaar steeds met een tolk hier te zien optreden, en maar al te veel ont wikkelde Franschen, o. a. de groote gene raals, kennen bitter weinig Engelsch. De courses zijn hervat, daar de „cads hun staking beëindigd hebben. In 't buiten land heeft men, geloof ik, weinig idee welk een enorme belangstelling niet alleen in de „monde" de courses hier hebben. Bijna elke petit-bourgeois interesseert zich er voor en speelt een weinig aan den totalisator. Dc nachtpolitie is hier aanmerkelijk ver sterkt. Veel boulevards zijn gezuiverd van ongewenscht mannelijk en vrouwelijk publiek en een nieuwigheid zijn de kleine torpedo auto's, die snel en geruischloos de politie patrouilles vervoeren. De couranten gaan steeds door met hun typische campagne tegen het dure leven en vermelden op origineele wijze met naam en toenaam en kleine anecdotes die kooplui, die het publiek expLoiteeren of gunstig behande len. De overheid doet al meer beslag leggen op de boekhoudingen van vele groote en kleine zaken, o. a. op die van de „Magasins du Louvre", waar in sommige „rayons" 200 pet. winst gemaakt werd op vóór den oorlog als onverkoopbaar alreeds weggeborgen min' derwaardige kleeding- en meubelstoffen. Goed voorbeeld! Het „Stade Pershing", het groote sport stadion, cadeau der Amerikanen aan Parijs, is nu geheel in orde gebracht, ook als oefenter rein.. Ik kom hier nog nader op terug. Alle musea, o. a. „Cluny" en het „Luxem bourg", openen nu weer in ouden luister van vóór den oorlog. Ook daarover denk ik nog nader te schrijven. STéFAN. „Mode riiiitjcM vuil Parijs, eind September. Ma petite Nièce. Je bent eigenlijk een lastig ding voor je tante, en ik voel me niet goed verantwoord tegenover je goede moeder, al» iik aan je on deugend verzoek om nu heusch van t win'ter •héél erg precies over onze Parijsche mod'e hier ingelicht te worden, voldoe. Als i!k ge weten had, dat dat 'kleine, nauwelijks zes tienjarige Hol'landsche nichtje van mij, toen 48) „Steegjes!" riep juffrouw Waring. „Steeg jes in een Londensche achterbuurt. En daar moet u binnengaanHet is genoeg om den ar men sir John zich te doen omkeeren in zijn graf! En je ziet zoo bleek; maar geen won der Constance lachte. Dit bezoek van haar oude vriendin en gezelschapsdame had de kleur teruggeroepen op haar wangen, en zij zag lang zoo bleek niet als gewoonlijk. „Toe, vertel mij nu eens waarom u niet eer der bij mij gekomen is, slechte vrouw," zei ze, een sneetje brood op de toastvork steken de maar juffrouw Waring nam haar de vork uit de hand; zij moest het voor haar doen. Constance bezweek voor haar aandrang en leunde welbehagelijk achterover in haar stoel. „Lieve, ik heb dat al weken en maanden iederen dag willen doen," zei juffrouw Wa ring verontschuldigend; „maar ik ben er niet toe in staat geweest. U hebt geen idéé hoe het leven op de Halle den laatsten tijd geweest is." Zij zuchtte en schudde het hoofd. „De menigte menschen, die wij gehad hebbenEn wat voor menschen! Werkelijk? ik ben dank baar, freule Cottie, dat u er niet bij was De heeren waren nog zoo erg niet, ofschoon het een woest soort was, de allerwildsten, maar die vrouwen of damesHaar stem daalde tot een eerbiedig gefluister. „Zij bleven op tot alle uren van den nacht; ze zaten te rooken met de heeren en sommigen van die dames dronken; ja, cognac met sodawater Hob son heeft het mij self verteld ca de ■eeelee" hier werd haar stem haast onhoorbaar en was welsprekend van afschuw „en de meesten veriaen zich, of blanketten noemen ze dat. Ik zou al lang weggegaan zijn, maar ik vielde mij in zeker opzicht gebonden r— kent dat gevoel wei, freule Cottie, ik üac'i*. dat het soms heter was, dat een „achtens waardig" 'geen pen kan het woord „ach tenswaardig" met voldoende klem weerge ven, „persoon hot oog op den boel hield." „Arm menschje!" zei Constance. Juffrouw Waring zuchtte van medelijden met zich zelf. „Maar nu zijn ze goddank weg." Er was een oogenblik stilte, toen zei Con stance, starende in het vuur: „En sir Ralph?" „Sir Ralph is heel alleen. Hij is een heel vreemde man, lieve Constance. Hij is heel wat veranderd sinds u er was. Ja, hij ia heel alleen en hij dwaalt overal rond als een geest. Ik ben bang, dat hij zich heel ongel u. kig gevoelt. Ik zie hem niet veel, maar ik hoor veel van Hobson niet dat ik van praatjes maken met de bedienden houd, freule Cottie, dat weet u wel, maar Hobson komt bij mij voor huishoudelijke zaken en dan kan ik er nietst aan doen, dat hij praat. Hi zqgt, dat sir Ralph vreeselijk drinkt, gewoon lijk 's avonds laat, en dat zijn humeur af schuwelijk slecht is. Iedere kleinigheid maakt hem boos en hij gebruikt woorden Zij huiverde en draaide de snee brood om aan de vork. De kleur was verdwenen van Constance's wangen en ze luisterde met aandacht. Toen zei ze plotseling: „Komt mijnheer Lycett Crayson dikwijls op de Hall?" „Niet heel dikwijls," antwoordde juffrouw Waring, terwijl zij de toast smeerde en op tafel zette. „Hij komt nu en danmaar hij en sir Ralph schijnen niet best samen overweg te kunnen, niet zooals uw vader, sir John, en mijnheer Crayson vroeger. Ik geloof, dat het aanhoor Crayson wol kindart. Mg rate ar den ze bij mij in Deauville logeerde, haar ©ogen ook nog voor andere dingen zou gebruiken, dan de zonnig-kabbelend© zee en de zonnig- blauwe lucht, waar zulke deerntjes ai» jij al lerlei lieflijke visioenen plegen te zien, dan hadl ik het niet gewaagd), haar in het milieu voor haar mondaine tante Ooline te halen. Maar nu je schrijft, dat je lieve moeder zelve ook wel eena iet» over de eente Parijsche mode wil h-ooren, zal ik maar op je voorstel ingaan, maar je mag niet om je jong© tante lachen, hoor, als je haar al te veel Parai- sienne vindt geworden. Je weet wel, oom Georges houdt er nu eenmaal van, dat ik veel werk van mijn toilet maak, echte Parijzenaar, die hij ia. Dus, nauwelijks uit Deauville terug, ben ilk, t moet het je eerlijk bekennen, allereerst naar mijn ©ostiumière gereden, omdat ik niets meer had om aan te doen. Ze hebben voor ons iets uitgedacht, lieve kind, dat alle klei ne Hollandsohe naaistertjes wanhopig zal maken. Hoe uit jelui oude jurken van den vorigen winter moderne toiletjes' te f'abrlcee- ren?! Het kan, met breed© ceintures, opge naaide strooken of zijzakken, afgeknipte mouwtjes en dat handige kleine nichtje van me zal er wel wat op weten te vinden. Luis ter maar, wat madame Oarlys, waar ik je saumon diansjurkje kooht, mij te vertellen had: „Om de nieuwe lijn te krijgen, madame, moet u een corset dragen, dat eigenlijk geen oorset meer is, als u 't niet heelemaal wilt weglaten. De nieuwe robes hebben in elk ge val een plat corsage. Als, wat zoo goed' als zeker is, de stijl der breede heupen het win nen zal, zullen wij allerlei tracts moeten ge bruiken, om die te creeeren: strookjes van gaas, miniatuur-crinolines, maar alleen op zij uitstaand, en zelfs kleine kussentjes op zij. Rokken kort, mouwen kort.". Ik heb besteld, om te beginnen, een heer lijk „warme" diner-Japon voor heel intieme diners. Gisteren zag ik in do „Oomédie franpaise juist mijn modelletje dragen, maar 't was van gebrocheerde zij en de actrice droeg een cor- sagetje, dat niet meer was -dan een breede ceinture, die onder de armen doorging en op de schouders werd vastgehouden door héél smalle 'lintjes. Als je stevige zijde neemt, dan zijn al die hulpmiddeltjes binnen in de rok niet noodig om de panier» te modelleren. Je moet me maar eens waarschuwen, tegen je eerste groote bal, dan zal ik je eens vertellen wat zulke jonge meisjes als jij hier dragen. De japonnetjes zullen 'héél luchtig en vroolijk zijn. Madame Oarlys liet me een toletje zien, dat deed denken aan een groote libel. 'tWa.s een fourreau van zilverstof met een kort tuniekje van tule. Je treft het maar dat je juist „uitga-at", nu de wereld' er weervroolijk uitziet en je echt genieten kunt van je eerste seizoen. En wil je nu nog weten, wat ik aardig vind om op straat te dragen? Niet een groote ca pe, 'hoe heerlijk warm die ook is om je in te wikkelen in een hoekje van je aiuto en hem 's avonds om t' slaan zonder dat je bang be hoeft te zijn je jurkje te chiffoneeren. Wij loepen er n.et mee op straat. Voor jou vind ik vlug en elegant een rokje, 'kort maar niet al te nauw, vooral niet van boven, van een geruite of gestreepte stof, bijv. diabure met een kort jasje van dezelfde etof, effen of van zwart fluweel, dat eigenlijk overal goed bij staat, en met een 'kraag van de stof van je rokje. De lange mantel bijna tot onderaan de rok reikend, héél weinig getailleerd 'lijkt me een heel goed model voor je mama met haar «lanke, jeugdige figuur. Zij zou ook heel goed een manteloostume kunnen dragen met plooien aan weerskanten van den mantel en een lang vest, iets' korter en van een lichtere kleur, bijv. crème lake, bij zwart fluweel en crème satijn bij marine-blauw faberdine. Een nieuwigheidje daarbij is een col van dö stof van het costume, geborduurd' met wol. Nu 'het weer koud is geworden en we het nog liever niet willen gelooven, loopen we nog op straat met onze wandel-robes en ooeui of rond uitgesneden, maar dan dragen we voor de warmte! een losse hooge col, waar onze kin inkruipt, van de stof van onze japon, en merken niet eens, dat het uitgesneden puntje tusschen 't corsage en de eol wat 'koel- is. Nu ik toch onverstandig ga worden, zal i'k je meteen maar vertellen1, dat we alleen zijden kousen dragen met lage schoentje», beeldige modelletjes, maar zonder strikken. Je mama zal tóch. niet erg boos zijn, dat ik je geen wol aanraad om je fijne enkeltjes mee te beklee- den? Ik zal Vrijdag in de „Avenue d'u Bois, coin Malakoff", eens extra goed voor je kijken en je vertellen, wat ik er voor moois zie; ik be doel nu niet de prachtige hefstiboomen, want van je Parijsche tante verwacht je toch iets andiers, vooral wanneer ze je vertelt van den „vendredi mondain." OOLINE. Nieuws* VAN' MARKEN, KRONEN EN FRANC'S. Valuta het woord, dat men nu overal kan hooren komt van valeeren, in den zin van waard' zijn, en wordt nu speciaal gebruikt jen opzichte van den koers van vreemde muntsoorten, hetzij tten opzichte der wissel koersen op het buitenland, hetzij voor bui- tenlandische munten in papier. Hoe ernstig die ruilwaarde van het pa piergeld door den oorlog in d© war is ge stuurd, blijkt iederen dag uit bet nu aan ve len welbekende lijstje van de wisselkoersen. Als we voorop stellen de pariten of nominale waarde (die oo'k nog .altijd' in aanmerking komt, wanneer men in goud' betaalt) dan krijgt men voor de munten de volgende ver gelijking met de wisselkoersen te Amster dam Koer# Pariteit 9 Oct. Eng. pond sterling f 12.10 11.II1/* Duitsohe Marik 0.69 - 0.09 O'ostenr. Kroon - 0.58 - 0.03 DeeUsche Kroon - 0.60 - 0.56 Zweedsche Kroon «0.66 «0.64 Amerik. dollar 2.48 2.63 Fransche franc 0.47V» 0.31 Zwite. franc 9.48 - 0.47 We voeger hierbij dat d'e koersen van ver schillende muntsoorten zelf iets afwijken van 'deze wisselkoersen, maar toch dezelfde op- en neergaande beweging volgen. Tot welk een speculatie die iederen dag wisselende wantoestanu aanleiding geeft, kan iedereen zien wanneer hij maar eenige alap- pendoet op het Damrak te Amsterdam. Voor tal van winkelramen verdringen zich de de menschen om de valuta-noteeringen van -uur tot uur te 'lezen. Bn wie zich die moeite niet gunt, kan ze lezen op de reclame-borden die 'sommige effectenkantoren door sjouwers laten ronddragen. Men behoeft zelfs niet naar Amsterdam te gaan. Er kwamen ons geruchten ter oore van omvangrijke speculatie in Z.-Vlaanderen in Belgische en Fransche franken. Er zou zelfs een groot soort plaatselijke beurs zijn. Eln, zoal# gewoonlijk hij zoo'ü speculatie* manie, zijn de ergste speculanten de men* sohen d'ie niets van de beteekenis van die koersverschillen begrijpen, in weerwil van d# geleer de beschouwingen die men er aller wig# over 'kan hooren. D'e werkelijkheid i», dat het valutavraag* stuk een van de moeilijkste economische pro* blemen vormt, en dat de economische des kundigen het niet eens zijn over de oorzaken. Er zijn er in ons land (b.v. mr. Van D'orp) die de oorzaak zoeken in een wijziging van den arheidsprijs in de betrokken landen. Br zijn er anderen, en dat zijn nog altijd de meesten, die de oude theorie aanhangen, dat de wisselkoersen geheel beheersoht worden door de verhouding van In- en uitvoer. Im mers een land dat veel invoert en weinig uit voert, zooals nu sedert jaren het gevail is in al die landen met thans lage valuta, heeft «leohts weinig wissel» op andere l'anden te stellen tegenover de vele wissels die deze andere landfeu op dat eene land hebben. En daar 'wissels gekocht, en verkocht wor den als gewone koopwaar, ondergaan ze den- zelfden invloed dien iedere koopwaar onder gaat door vraag en aanbod:, bij veel aanbod diaalt de prijs. Nu zou volgen# deze leer de koer# van b.v. de Marken in Zwitserland een geheel andere waarde 'kunnen hebben dan de Marken in Nederl'ad. Dat is ook zoo. Maar de verschil len worden weer kleiner door den internatio nalen geldhandel. Ons land zou den hooge koers van de dolllars gemakkelijk weer op pari kunnen brengen door uitvoer van goud, dat de NederlandsOhe B'ank in overvloed be zit. Maar daar alle andere Europeesche lan den te lijden hebben onder een hoogen dol larkoer®, zou een lage dollarkoers hier 'te Lande tengevolge hbben, dat de geldhandel uit die andere landen hier ter beurze de te gen lagen prijs genoteerde wissels kochten, en dan gingen ze toch weer naar 'boven. Er bestaat dus een wisselwerking tusschen den toestand ten opzichte van het eene land, in d'e andere landen. Maar de ivloed van den uitvoer blijft niettemin als hoofdfactor gel den. Dat echter daarnéést ook een wijziging van den agbeidsprijs in het land zelf meewerkt, en dat m. a. w. de waarde van de Marken in Duitschland zelf sterk gedaald is, lijkt ons niet zóó onaannemelijk als de voorstanders van de ui tv oer theorie het voorstellen. Het zal wel onmogelijk zijn in het inge wikkeld raderwerk den jiuisten invloed van dien factor te bepalen. Maar dat ook in Duitschland zelf, om dit meest besproken land al's voorbeeld te noemen, de zeer wan kele financieele toestand meewerkt, tot de preciatie van de Mark als papiergeld of als wissel, achten we zeer waarschijnlijk. Het meest tastbaar is echter de invloed van den uitvoer. Duitschland heeft geen grondstoffen, en produceert zeer weinig van wat het nog heeft, door de arbeidsschuwheid, stgikingen enz. België heeft ook geen grond stoffen, heeft ontredderde fabrieken en werkt ooik weinig. Frankrijk zag zijn beste industrie-gebieden verwoest en heeft dus wei nig uit te voeren tegenover den ontzaggelij ken invoer speciaal uit Atnrika, dat ook in Engeland veel meer invoerde dan dit land zelf uitvoerd'e. Oostenrijk is een ongelukkig verminkt staatje geworden, zonder de oude mijngebieden, zonder de oude gelegenheid tot eigen bestaan. En nu i# het groote vraagstuk van het ©ogenblik: hoe kan die valuta-kwestie opga* laatsten tijd heel slecht uit; bepaald ziek." „Het spijt mijzei Constance zóó ernstig, dat juffrouw Waring haar vragend aan zag. Het bloed vloog Constance naar het ge laat en als een ingeving van bet oogenblik zei ze: „Ik ben verloofd met sir Lycett Grayson." Juffrouw Waring liet de toastvork vallen en keek met verbazing naar bet bleeke, mooie gezichtje. „Gaat u met mr. Lycett Gray son trouwen? O freule Cottie!" Constance dwong zich tot een glimlachje „Waarom niet?" vroeg ze. „U schijnt er even verbaasd over te zijn als lord Dol- lington gisteren was toen ik het hem vertel de Ik kwam hem tegen in het park." Juffrouw Waring staarde haar nog steeds aan. „U en mijnheer Lycett Crayson! O, het klinkt heusch niet of het waar is." „En toch is het zoo," zei Constance met een half onderdrukten zucht. „En waarom niet?" Juffrouw Waring bleef een volle minuut zwijgen en scheen over het plan, dat haar zoo zeer ontstelde, na te denken. „O lieve! U, de dochter van sir John Des- brook! En toch, en toch! It Is nog beter dan dit soort van leven ik zal Mary nooit ver geven, dat ze beslag op u gelegd heeft mijnheer Lycett Crayson. Maar hij was meer dan uw rentmeester. En toch en was niet toch, ik geloof dat hij een welgesteld man is; en zij keek de ka'e kamer met de witte muren rond „alles is nog beter dan dit. Maar ik ben verbaasd! En, sir Ralph! Weet hij daarvan?" „Neen", zei Constance. „Niemand weet er vani. De verloving het is eigenlijk geen verloving j'a, ik geloof toch wel, dat het er een is, maar ra 't geheim. U kunit het aan sir Ralph verfilm; ja ik wou wal 0oaag, dat u dat dood." Juffrouw Waring was zóó opgewonden door het nieuws, dat ziji de rest van haar be zoek nergens anders over denken of praten kon. Constance was blij geweest toen zij kwam, miaar het onderwerp van het gesprek vervulde haar zoo, dat zie blij was toen juf frouw Waring wegging. En toen zij weg was, miste ziji den schakel, die haar aan haar verleden verbond. Ieder woord, dat juffrouw Waring over sir Ralph gesproken had, ver volgde Constance. Waarom was hij zoo on gelukkig? Was hij niet vrij om met lady Cast- lebridge te trouwen? Zijn genegenheid voor haar, Constance, was toch zeker al lang voor bij? Haar twee uur waren om en ze moest weer aan 'f werk. Er was heel veel te doen dé vol gende paar weken en Het wierk dreef de her innering aan het bezoek van juffrouw Wa ring bijna op den achtergrond. Eens op een dag had' zij gelegnheid even aan te gaan aan het huis waar Becky gewoond had. De jeug dige dienstbode Liza dééd open en ze schud de het hoofd» toen Constance naar Becky vroeg. „Miss Thorpe is niet teruggekomen", ze ze, „we hebben niets van har gehoord. We hebben haar kamer opengehouden omdat de huurtijd nog niet om is. Ik verwacht niet, da ze ooit terug zai komen". Met groote teleurstelling en een vaag ge voel van onrust en vrees liep Constance ver der. Ze was bijna bij Ons Huis toen zij Ly cett Crayson zag aankomen. Toen zij, hem herkende, bemerkte zij, dat hij er bleek en mager uitzag en zijn hoofd liet hangen. In dien zij hem had' liefgehad, zou dit alles haar medelijden hebben ingeboezemd'; maar zij was zich bewust dat het alleen, een gevoel van afkeer bij haar opwekte. Zij beet op haar lip en wachtte; hij zag haar niet voordat ze vlak bij hem was, toen schrikte hij1 en zijn bleek, bijna geel gezicht werd rood'. .Constance! Ik hoopte al zoe dat ik je zien i nou F zei hij met een zucht. „Je be»t toch wel? Je ziet zoo bleek. Ik wou naar je toe* gaan." „U ziet er niet goed' uit, mijnheer Cray son". Voor niets ter wereld zou ze hem Lycett noemen. „Ik ben ik ben niet heel wel geweest, zei hij met neergeslagen oogen en Constance meende, dat hij ietwat schichtig om zich heen zag. „Ik heb 's avonds wel wat laat zitten werken. En natuurlijk verlangde ik je te spreken. Ik kan mij niet heel gelukkig voelen als ik niet bij je ben. Mag ik met je naar het Tehuis wandelen?" Constance aarzelde. „Ik behoef daar het eerste half uur nog niet te zijnzei ze. „Willen we naar het park gaan?" Hij keerde om en liep met haar mee. De kleur van zooeven was nog op zijn gezicht gebleven, zijn oogen stonden helderder, maar hij keek nu den eenen, dan den anderen kant uit met een half vluchtige, half opgewonden uitdrukking. „Ben je niet verbaasd mij te zien? zei hu. „Je zou het niet wezen, als je wist hoe je af wezigheid mij hindert en onaangenaam is. Constance, ik kom je iets meer positiefs vra gen, iets. Ik kom vragen of je met mij wilt trouwen. Waarop zouden wij wachten? vroeg hij met een plotselinge uitbarsting van ongeduld „Ik woon daar ginds alleen en jij leidt dat belachelijk leven. Ik heb je lief, dat weet je; ik kan niet gelukkig wezen voor dat je mijn vrouw bent. Waarom zouden wij niet trouwen? Waarom zouden wij niet heel stil trouwen? Ik verlang geen drukte en jij ook niet, is 't wel? O Constance, heb mede lijden met mijJe weet hoezeer ik je liefheb. Ik hflb je dat al zoo lang geleden gezegd, op dien avond (W V" 'V' 1

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1919 | | pagina 5