I
a
Stervende romantiek.
Een zwaluw maakt nog geen zomer!
Een advertentie geeft nog geen succes!
|l Adverteert in de Alkmaarsche Courant!
nn
EO
De Kroon hceft de huurverordehing der
2emeente Eindhoven op voordracht van Gal.
Staten van Noord-Brabant geschorst.
Zaterdagmorgen is te Roosendaal van
de Badhuisstraat uit met een steen geworpen
naar een passeerenden trein van 9.37 naar
Vlissingen. Een reiziger werd getroffen en
bloedend verwond. De politie heeft een ge-
streng onderzoek naar den dader ingesteld.
Te Tegelen is schuur, stalling en berg-
plaats van den overman J. Ewals aan de
Stationsstraat totaal afgebrand. Drie paar-
den, een groote vrachtwagen, cenige karren
en veel voermans- en landbouwwerktuigen
werden en prooi der vlammen. Het woonhuis
werd gedeeltelijk behouden.
GESTOORDE TENTOONSTELLING.
Op de tentoonstelling van gastoestellen,
die deze week vanwege de Axelsche gasfa
briek te Ter Neuzen is gehouden, heeft zich
een eigenaardig incident voorgedaan.
Er bestaat n.l. een contract tusschen de ge-
meeoten Axel en Ter Neuzen, waarbij de leve
ring van gas aan derden verboden is. Op
grond hiervan stonden B. en W. van Ter-
neuzen met toe, dat gaslicbt gebruikt werd
tijdens de demonstraties.
Van een electrische geleiding, wenschte de
directeur der Axelsche gasfabriek geen ge
bruik te maken, doch hij bezigde aanvanke-
lijk petroleumlampen voor de verlichting.
Toen ten slotte toch nog een paar gasbran-
ders werden ontstoken, verscheen plotseling
de heer v. d. L., administrateur van de electri
sche cenfrale te Terneuzen in het tentoonstel-
lingsgebouw, die eischte dat de gaslichten ge
dootci werden. Hierover ontstond een woor-
dentwist tusschen den heer v. d. L. en den
heer W., directeur der Axelsche gasfabriek
De administrateur greep daarna een hamer
tn sloeg de gasbranders stuk.
De politie werd hierna gewaarschuwd, die
den heer v. d. L. uit de zaal verwijderde er.
varhet voorgevallende proces-verbaal op
maakte. terwijl de tentoonstelling gesloten
werd.
SACCO EN VANZETTI.
De Centrale Bond van Nederlandsch
Post* Telegraaf- en Telefoonpersoneel heeft
telegrafisch protest aangeteekenci tegen de
erctoodbrenging van Sacco en Vanzetti bij
zijn Amerikaansche zuster-organisatie, met
verzoek dit protest te ondersteunen en door te
zenden aan de regeeringsautoriteiten.
Met hetzelfde dcel heeft deze bond zich
gewend tot den Amerikaanschen gezant te
's-Gravenhage.
IN EEN KUIP GESTIKT.
Zaterdagmorgen om 7 uur zag een bran-
dersknecht uit de Weranda, in dienst bij de
firma H. Janssen aan de Broersvest te Schie
dam, dat een luikje van een groot vat in de
Jiepte was gevallen. Hij waarschuwde den
tweeden meesterknecht, die daarop met hem
meeging. Deze riep een knecht aan, een touw
om zijn middel te doen alvorens zich iaar be-
neden te begeven, maar de man gaf hieraan
geen gevolg. Plotseling hoorde de bij het vat
staande meesterknecht een gil. Hij begaf zich
daarop onmiddellijk in de kuip, doch door de
ondragelijke atmosfeer Icon hij niet verder af-
dalen. Een andere brandersknecht deed hier-
op een touw om zijn middel en daal-de in het
vataf. Hij bracht zijn collega bewusteloos
boven. De kunstmatige ademhaling werd toe-
gepast, doch het mocht niet meer baten. De
inmiddels verschenen geneesheer, dr. Groene-
wegen kon niet anders dan den dood consta-
teeren.
TINPEST.
Prof. Ernst Cohen schrijft in het „Chem.
Weekbl.":
Reeds meer dan twintig jaren geleden heb
ik de aandacht gevestigd op een aantal ge
vallen van Tinpest, die hier te lande tot mijn
kennis waren gekomen en die betrekking had-
den op voorwerpen, welke in kunstverzame-
lingen waren bewaard (Museumziekte).
Sedert dien zijn mij nog tal van dergelijke
gevallen - bekend geworaen, waaronder een
der sterkst sprekende zeker wel een aantal
sierkannen betreft, welke in het Stadhuis te
Bolsward worden bewaard. Zij bleken (in
1915) in hooge mate door de tinpest te zijn
aangetast, en dat zij binnen niet langen tijd
geheel zullen zijn uiteengevallen, staat vast-
Een rijken oogst op dit gebied beloofde de
Tentoonstelling van oud Tinwerk, die thans
(29 Juni15 Augustus) in het Stedelijk Mu
seum de Lakenhal te Leiden wordt gehouden.
Een bezoek aldaar heeft mij inderdaad ge-
leerd, dat een groot aantal der tentoongestel
de objekten door tinpest zijn aangetast, waar
onder, gelijk te wachten was, ook die, af<
komstig van de overwintering van Heems-
kerck en Barendsz op Nova Zembla in het
iaar 1596—1597.
Daar tinpest besmettelijk is, heb ik reeds
vroeger gewaarschuwd tegen het bijeenbren
gen van voorwerpen, die nog gaaf zijn en die,
welke reeds zijn aangetast. Tentoonstellingen
als deze doen de mogelijkheid ontstaan, dat
de gave objekten eerder zullen uiteenvallen,
dan anders het geval zou zijn geweest.
Indien het te langen tijd op lage tempera-
tuur wordt gehouden, gaat het grauwe wrat-
ten vertoonen, die hoe langer hoe meer op-
zwellen en eindelijk uiteen vallen, zoodat zich
in het metaal gaten gaan vertoonen. Aange-
taste stukken tin zijn besmettend voor nog
gave.
Het grauwe tin, waarin het witte tin over-
gaat is een allotrope vorm van het metaal.
Beneden 18 graden is het grauwe tin de sta-
biele vorm, terwijl het witte tin hfl hoogere
temperatuur de bestendige vorm van het me
taal is. Bij den overgang van het witte in het
grauwe tin heeft een vergrooting van het vo
lume plaats. De aanwezigheid van het grau
we tin oefent een stimuleerende working uit
op de verandering die het witte tin bij een
temperatuur beneden de 18 graden op den
auur ondergaat. Dit als het ware besmettend
karakter deed aan de „ziekte" den naam tin
pest geven. Tinnen yoorwerpen, die worden
gebruikt en dientengevolge nog al eens een
temperatuur hebben boven de 18 graden zijn
veel minder voor tinpest ontvankelijk dan
tinnen voorwerpen, die bewaard worden.
Daar het verschijnsel in't bijzonder in musea
werd opgemerkt, is er de naam „museum-
ziekte" aan gegeven. 1
DE FRATELLINI'S.
Z-ooals men weet wordt ons land momen-
reei bezocht door de bekende Fransche
clownsfamilie der Fratellini's Wij treffen in
e »N. R. ct." de volgende biizonderheden
over hen aan;
De familie komt uit Florence en ook hun
vader was circusartiest.
In 1923 hadden ze bij elkander al elf kin-
deren en dit aantal kan sedert dien nog toe-
genomen zijn. Het zijn kindervrienden bij
uitstek, maar ook groote menschen amuseeren
zich met hun grappen. Want ze hebben een
onverwoestbaar goed humeur; ze zijn vol
fantasie en toewijding en altijd bereid, bij
particuliere gelegenheden mee te werken,
vooral tot leningin van leed. Ze werken hard
en maken korte nachten, want elken ochtend
cen uur of elf zijn ze weer in het circus om te
repeteeren. Het werk is nooit af en telkens
weer na afloop onderhouden ze zich in hun
Florentijnsche dialect over wat er ontbrak en
hoe dit of dat onderdeel kan worden opge-
frischt. Op die manier blijft hun optreden le-
vendig en geen enkelen keer is het geheel aan
een anderen gelijk. Ze hebben Europa door-
gezworven, maear de laatste jaren wonen ze
hier. Ze verdeelen er hun tijd tusschen
het Cirque d'hiver en Medrano en onder
elkander voeren ze een genoeglijk bestaan.
Want de stemming is goed en enkele landge-
nooten hebben hen in hun intimiteit of in de
arena opgezocht en krabbels naar hen ge-
maakt.
Als acrobaten zijn ze begonnen, maar het
is onnoodig hun bonte leven over te vertellen.
Zij zelf hebben het aan Pierre Mariel ge-
daan, die er de Histoire de trois clowns van
maakte, welke met een voorrede van Copeau
bij de Societe anonyme d'editions te Parijs
voor enkele jaren verscheen. Copeau is niet
de eenige kunstenaar, die hen geheel au se-
rieux neemt. Dit blijkt uit tal van oordeelin-
len, door andere mannen van talent over hem
uitgesproken en in dat bock aangehaald.
Toen Copeau nog een tooneelklas had liet hij
ze geregeld met de Fratellini's samenwerken.
Zoo staat dit boek met levendige teekeningen
van Elzingre, door de Baudier's in hout ge-
graveerd, vol wetenswaardigs, o.a. over de
reden, waarom alle arena's ter wereld dezelf-
de middellijn hebben en wel 13,50 M. Vol
gens Strehly is die diameter voor de rijders
op het platte zadel de gunstigste tot behoud
van het evenwicht bevonden.
De broers zijn al meer in Nederland ge
weest. Het publiek kwam er hun „onregelma-
tig" voor. Ze bedoelen, dat het niet makkelijk
in beweging komt behalve op kermissen,
waar ze hartelijk in de rondedansen en smul-
partijen werden ongenomen. Ook herinneren
ze zich nog, dat de Koningin bij Carre eens
ten voorstelling met hen op het programma
bijwoonde en een kamerheer later voor den
troep getuigde, hoe goed de koningin zich
had geamuseerd.
dat zult u niet kennen; 't was geen cause oeie-
bre de tegenstanders waren eenvoudige lie-
den. Niettemin is het een wonderlijk verhaal;
als het u interesseert, vertel ik het u."
Ik knikte hem geanimeerd toe en Miriel
begon:
„Vorig jaar kwam ik in Nice, precies als u,
na een afwezigheid van veertig jaren; even-
als u was ik ontdaan over de verandering,
die het lustoord had ondergaan. Ik stond op
het punt om maar liever naar Parijs terug te
keeren, toen jk door een reclamebiljet werd ge
troffen, dat de aantrekkelijkheid van Corsica
bezong.. Ik veranderde mijn plannen en ste-
vende naar dat wondermooie eiland. Vroeg in
den morgen voeren wij de 'haven van Ajaceio
binnen; als een paradijs lag de plaats in het
tec re licht van het morgenuur, met haar witte
villa's tegen de donkere palmen.
Ik zocht naar een eenvoudig hotel, waar ik
Parijs en de wereld kon vergeten. Op goed
geluk liep ik een cafd binnen, dat me aantrok:
Hotel de France stond in groote letters boven
den ingang. Tafeltjes stonden buiten bedekt
en terwijl ik mijn petit dejeuner bestelde,
maakte ik met den eigenaar een praatje en
huurde voor zeven franken een kamer.
Als u ooit naar Ajaccio gaat, logeer dan
in dat hotelletje; daar leert men de echte,
oude, Fransche, landelijke keuken kennen;
ook zult u er het leven zien, het leven, dat
overal om ons bestaat, maar waarvan wij,
upper class, niets afweten. 't Leven, door lite-
ratuur nog niet aangeroerd.
De gelagkamer met de wit-zanderige vloer,
met de gedekte tafeltjes en met een rij van
vroclijk-gekleurde flesschen, was reeds vol
menscihen, waartusschen Chauvin, de herber-
gier, met zijn rood-appelen-gezicht en zijn
voeten in gebloemde trijpen pantoffels zich
bewoog, in voile belangstelling voor zijn gas-
ten. Onder dezeiy bevonden zich lieden van de
stoombooten, handelsreiziger, meest Fran
schen, wijn- en olijfbcrgbezitters uit Cauro
of Nonza, somtijds was er een artiest.
Natuurlijk wijdde ik mdj de eerste dagen
aan alles, wat betrekking had op Napoleon,
en toen de eerste week was verstreken, had ik
kunnen afreizen, maar bleef om twee redenen-
le. om de verrukkelijke wandelen, 2e. om do
belangstelling, die ik voor mijn medegasten
voelde groeien.
Er was o.a. een man, bijzonder interessant,
'n Italiaan van het echte. zuidelijke type, mot
ravenzwart haar en mat-bleek gezicht; hij
was altijd in't zwart gekleeed en droeg gou-
den ringen in de ooren. Hij kwam geregeld
tegen koffie- en etenstijd aangezet en zat
meestal tot laat in den avond aan een der ta-
E
3E55DG
Dt=lii
rin
Dt=Jl=J[=0O
Hier bevindt u zich in een andere wereld,
onberoerd van de decadentie, die Europa ver-
moordt; een wereld, waar hartstocht niet kan
worden afgekocht en waar een man op zijn
redhten van man staat en op zijn recht, den
verstoorder van zijn geluk te vernietigen. Ik
heb respect voor dien Bombo."
„Wel meneer, ik wil uw idealen niet verbre-
ken, maar het schijnt mij toe, dat die Bombo,
ex-herbergier en toekomstig moordenaar (mo-
gelijik een man, die alle eerbied verdient) toch
maar wat een nuchtere klant is, overbezorgd
om zijn innerlijken mensch; hij eet voor twee
en kiest zijn tnaal met het meeste overleg.
Vanmorgen lette ik op, hoe hij twee „pates de
merle" verslond en een omelette, om van de
andere dingen niet te spreken; hij schijnt
niet gemakkelijk tevreden ook, had aanmer-
kingen op de keuken hier; in elk geval, hij
maakt niet den indruk direct aan een gebro-
ken hart te zullen sterven."
„Als hij dat deed, meneer, zou hij me niet
interesseeren. Ik zoek naar het viriele, niet
naar het sentimenteele. In vertrouwen zij u
meegedeeld, meneer de vreemdeling, dat ik
een schrijver van beroep ben en mijn gestern-
te zegende, dat mij naar Corsica had geleid
en't verhaal over Bombo was als een zaadje
in den akker van mijn geest, dat alreeds be
gon te kiemen; 't verhaal van een man uit't
volk, wiens passie voor een vrouw hem alle
gedachten aan eigen veiligheid en kleine bc-
langen do-et vergeten.
Dienzelfden middag maakte ik met Bombo
kennis; hij was gemakkelijk aan het praten te
krijgen en nooit zal ik de vlam van haat ver
geten, die zijn donker gelaat verlichtte. toen
hij den naam van Alborno noemde; hij
maakte geen geheim van zijn plannen: 't zou
worden een duel met messen, zoodra ze elkaar
zouden ontmoeten.
„Maar," zei ik tot hem, ,zal hij het wagen
naar Corsica te koinen, wetend wat hem kan
wachten?"
„0," antwoordde Bombo, „hij moet hier
komen voor zaken, die hem bij afwezig blij
ven duizenden franken zouden kosten Hij
weet niet, dat hij mij hier zal aantreffen, de
udl; hij meent dat ik nog steeds in Cauro
zitniets nog weet, niets nog weet
Toen verviel hij in sonibere overpeinzing en
ik liet hem alleen, om den volgenden dag de
kennismaking te hernieuwpn en mijn held na-
der te bestudeeren. Hier nu had ik te doen met
het type van een kleinen herbergier, iemand
die je zou doorzagen over den prijs der olij-
ven en over zijn beroep. Een man, die elken
dag zou grommen, omdat de eieren niet naar
zijn smaaik waren gebakken, en toch, deze
man, onder de macht van zijn liefde, was in
staat to zulk een haat, dat die hem waardig
maakte tot een onderwerp voor een darma.
Aldus meende ik en bestudeerde ik dezen
mensch, die, inwendig verteerd door jalouzie,
van goedige, rustige manieren deed blijken.
II.
eleden, nam
Place
Op zekeren dag, eenigen tijd g
ik de tram van St. Jean naar N
Massena" riep de conducteur en ik stapte uit.
Kort daarop zat ik op een bankje aan de
Promenade des Anglais, naast een oud
Fransch meneertje.
„Ja, ja", zeide deze, na enkele gewisselde
woorden, „ja, ja, alles is hier wel veranderd;
romantiek en schoonheid zijn, met den vroe-
geren eenvoud, verdwenen; niet alleen uit Ni
ce, maar over de heele wereld, meneer.''
Hij hield op en tuurde over de zee; in dat
oogenblik herkende ik den persoon, die aldus
sprak. Hij was Miriel, de academicien, de
noordelijke broeder van Mistral.
„Over de heele wereld, meneer't klinkt
wat sterk, maar toch, kijk maar eens om u
heen! Ik denk nu niet direct aan de decaden
tie der hoogste kringen beschaving ver-
toont altijd ren neiging tot rotten in de spits
maar ik denk aan den verloren-geganen
eenvoud bij de werkende klassen; de vulgai»e
luxe van deze uitdagende stad is minder er-
gerlijk dan de zijden kousen der meisjes uit
de anjelieren-kweekerijen. Wil men de menta-
liteit van een volk leeren kennen, vraag dan
niet, hoe de menschen leven, doch hoe zij
liefhebben. Staat een beschaving langzamer-
hand op het punt te verdwijnen, dan is het
eerste, wat tanen gaat, de liefde de gezon-
de, eerlijke, eenvoudige liefde, die Pan waan-
zinnig naar Echo dreef en die is de basis van
alle romantiek; de liefde, die den man tot
doodslag aanzet ter wille van een vrouw.
Welnu, zeg eens eerlijk, kunt u zich uit den
laatsten tijd herinneren, in uw land of het
mijne, een enkel geval van wraak, als gevolg
van verraad?"
„U wilt zeggen van een man, die een ande
ren man doodt, omdat deze hem zijn vrouw
heeft ontstolen?"
„Neen, dat kan ik niet.'
„Ik eyennyn, of mogelij-k een geval, doch
feltjes, rookend en drinkend zijn koffie, of wel
zijn „liqeur de myrte", een drank, gebrouwen
uit de bes van de mirt en alleen in Ajaccio tc
verkrijgen. Hij was geregeld door kameraden
omringd', die, naar ik opmerkte, dikwijls zijn
borrels betaalden. 't Was blijkbaar een type,
een of ander plaatselijke beroemdheid, over
wien ik enkele bijzonderheden vernam door
een mede-gast.
„Dien man daar heet Bombo", vertelde hij
mij'; hij is hier ip Ajaccio, wachtend op het
moment, dat hij een zekeren persoon kan doo-
den," A
„Persoon doooen?"
„Ja, en dat is de reden, dat al die kerels
zoo'n drukte van hem maken. Hij is geen Cor-
sikaan, maar heeft zijn heele leven toch in
Cauro gewoond, 'n dorpje in de bergen. Hij
bezit een herberg en enkele oliifboomen en is
met een Italiaansche vrouw getrouwd, een
paar jaar geleden. Op zekeren dag is er een
vent gekomen in de herberg; die raakte op
madame Bombo verliefd en nam haar mee
naar Nice, waar zij een klein restaurant op-
zetten. Bombo had hen willen achtervolgen en
hem dooden, maar de Fransche politie zou
hern gauw ingerekend hebben zoo anders
daar dan hier. Hier bergt hij zich weg in de
bergen en de heele bevolking is op zijn hand,
want ze zijn hier nog maar wat ongecivili-
seerd en dooden gemakkelijk.
„Ma foil" riep ik enfhousiast, „hij heeft
mij ook op zijn hand. Die schavuit ontstal
hem toch maar zijn vrouw en' verdient den
dood; ik zou hetzelfde doen."
„U zoudt een man willen dooden!" riep
mijn vriend uit, verbaasd over zooveel bloed-
dorstigheid van een grijzen kop, als den
mijne.
Inderdaad, meneer, dat zou ik; uwe verba-
zang doet u geen eer aanmaar't is ook al
niet uw fout, u behoort tot de moderne werela,
waar liefde foegint en eindigt met een cheque-
boekje, waar een advocaat onafscheidclijk is
van een huwelij-kwaar echtelijke oneer onbe-
keiid is, omdat ze maar al te goed bekend is
Op zekeren dag vond de groote gebeurts-
nis plaats Het dejeuner was juist genuttigd;
de lucht was blauw van cigaretten-rook;
warm scheen de zon over de tafeltjes, waar-
op half-geleegde wijnglazen en schotels si-
naasappelen en bananen stonden.
Plotseling ontstond er tumult; mannen
sprongen druk gesticuleerend op; glazen rol-
den om en Chauvin, de herbergier, snelde
ijlings toe om de glazen en breekbare waar
weg te ruirnen, terwijl Bombo, bleeker dan
ooit, in het midden van dat alles stond, met
gloeiende oogen, de lippen plooiend tot een
lach een lach van wreedheid.
Op dat moment bereikte mij de tijding: A1-
barna was geland en opweg naar't Hotel
de France; een jongen Lad het nieuws ver-
spreid.
Laat ik bekennen, dat ik in een after-din
ner stemming was; ik had mij Ajaccio's
„liqueur de myrte" goed laten smaken. On
der den indruk van het oogenblik omhelsde
ik Bombo; deze was de kalmste van ons alien
en verzocht ons, onze plaatsen te hernemen.
Wij gingen zitten, ik naast mijn held. Nooit
had ik, tot op dat oogenblik, vermoed, hoeveel
dierlijks er in mij leefde, hoeveel nog van den
primitieven mensch nog niet was vernietigd
ondanks veertig jaren leven in Parijs. Ik voel
de mij als een oud-Romein, gezeten in het cir
cus Maximus, wachtend op het groote spe':
en ik was maar een modern mensch, wach
tend dat recht zou geschieden; wachtend dat
heel velen van mijn vrienden zouden worden
gewroken, wier geluk was ontstolen door
trouwelooze echtgenooten.
Ik zei tegen Bombo:
„Bedenk dat, wat er ooit mocht gebeuren
ik jouw man ben, met beurs en zfel.
Hij antwoordde:
„Geduld maar, meneer, als ik dien lafaard
mocht dooden, vlucht ik naar Cauro. De men
schen kennen mij daar, kom ook daarheen
Zeg alleen maar ,,Bombita" en u vindt uw
weg. U bent rijik, uw geld kan van dienst
zijn."
Daarop vroeg hij om wat vuur voor zijn
cigarette; alien zaten in afwachting, dat de
ellendeling zou verschijnen en de strijd op !e
ven en dood zou beginnen.
Plotseling nadert een mooie donkere kerel
die, onwetend van wat hem beloert, den waard
vroolij'k een begroeting toeroept, terwijl hij
ongevoelig voor de blikken, die van de tafe'
tjes hem volgen, naar de toonbank stapt om
een „liqueur de myrte" te drinken.
Als een pistoolschot davert opeens Bombo's
stem door de lucht:
Alborno, waar is je mes?"
De aangesprokene keert zich om, ziet zijn
vijand en trekt meteen zijn blauwe kiel uit.
Bombo doet hetzelfde; 't volgerd oogenblik
meten zij elkander met hun blikken, werpen
over den linkerarm de jas als een soort van
wapenschild, terwijl in hun rechterhand het
mes flikkert.
Meteen is ook het gevecht begonnen; wild
flitst het staal; doodsbleek verwringen zich
in moordlust de gezichten. Opeens was alles
voorbijAlborno lag uitgestrekt op den vloer
Bombo heesoh zich, nat van zweet, in zijn jas
en schommelde, omgeven van vrienden, de
straat op, terwijl een ander gedeelte bij Ai
borno bleef.
Ik ook verliet de plek, voldaan iets van
waarachtig leven te hebben bijgewoond. Later
vernam ik, dat Alborpo niet dood was, slechts
ernstig gewond.
Tegen den namiddag herinnerde ik mij
mijn belofte. Ik nam Chauvin in vertrouwen;
vertelde hem, dat ik's avonds naar Cauro
zou gaan en Bombo 500 francs zou brengen
1 Opeens trekt de waard mij naar buiten, uit-
roepend: „Vlug meneer, kijk daar is madame
Bombo. Zij kwam met haar minnaar dezen
morgen mee hier aan."
„Wie," vroeg ik.
„Die vrouw, die daar loopt met een gen
darme. Zij komt stellig van Alborno, van het
ziekenhuis."
„Dat mensdh," kreet ik. „Maar dat is een
monster, een remedie tegen de liefdeen,
naar ik zie, nog mank ookEn durft u
te vertellen, dat die twee kerels van vanmor
gen hunne messen trok-ken om die vrouw?"
„Mon Dieu, meneer, wat zegt u nu alle-
maal; het is hier niet de kwestie om haar
uiterlijk! wel neen, deze vrouw beteekende
voor Bombo, als later voor Alborno, een for-
tuin, want goddelijker kokkin bestaat er niet,
niet in Italie, niet in Frankrijik
En Miriel eindigde:
's Avonds gng er een boot naar Frankrijk
terug. In plaats van naar Cauro te gaan,
pakte ik deze en verliet Ajaccio.
„Dat is een interessant verhaal, dat u mij
gedaan hebt," zeide ik. „Maar uw bewijs, dat
de romantiek van de wereld is verdwenen,
aanvaard ik niet. Immers deze madame Bom
bo, hoewel zij voor die twee mannen geen
andere waarde scheen te hebben dan een
kostbare kokkin te zijn, stond zelve tot die
twee in andere verhouding neen. meneer,
zoolang er vrouwen zijn, zal de romantiek
niet sterven, ook al is die vrouw leelijk als de
nacht en mank. Uw verhaal is er het bewijs
van. Vindt u zelf ook niet?"
Hij glimlachte ontkennend, maakte eer
ouderwetsche bulging en verliet mijn bankje
Provinciaal nieuws
UIT CASTRICUM.
Kampeerterrein op het Prov.
Landgoed onder Castricum en
Rijwielpad door dat landgoed.
Zooais we reeds eenigen tijd geleden ver-
me-lden, werden vanwege de provi-ncie enkHe
inrichtbngen aangelegd en gebouwd op het
kampeerterrein van het prov. landgoed onder
deze gemeente.
We hebben gem-eend met het publieeeren
van een overzicht van de plaats gehad heb-
bende verand-eringen te wachten tot dat alles
in gereedheid was gebracht en het kamp be-
hoorlij'k bevolkt was Dit laatste nu heeft
eenige vertraging gehad in verband met de
slechte weersomstandigheden.
Gisterenavond maakten we onder geleide
van den opzichter van het landgoed
een rondgang over het terrein en namen alles
in oogenschouw.
Als we den Zeeweg op fietsen, stappen we
even voorbij de hoeve Johannahof van ons
rijwiel en vinden den toegang tot het terrein
ter reChterzijde van den genoemden weg
door een mooi laantje. Van den weg af is
het kampeerterrein voor een oningewijae
niet te vinden, zoo mooi verscholen ligt het
achter de mooie bebossching.
Zijn we het smalle laantje gepasseerrl, dan
vinden we aanstonds een ruim groen veld,
omgeven door mooie boschage. In het mid
den aaarvan vindt men het kampwachtetrs-
huisje met toilet en waterkraan voor de
jeugd. Even verder vinden we al direct hiei
en daar tenten met de jeugd spelend voor
hun zomerverblijf. Door een aangelegden
weg, welke nog niet behard is, gaan we dan
verfer het terrein op en vinden aan het einde
de in de openluch-t geplaatste waschgelegen-
heden., terwijl daarachter zijn gebouwd de
toiletten en urinoirs.
Aan de zijgevels van de gebouwtjes zijn
de ingangen en wel teikens 3 W. C.'s en een
urinoir. Deze zijn zeer mooi en hygienisch
ingericht, als b.v. de closets zijn voorzien
van z.g.n. hurkclosets, zoodat het reinhqu-
den z-eer gemakkelijk is, terwijd verontreini-
ging zoo goed als voorkom-en kan worden.
Ook ter linker en rechterzijde van de
hoofd'laan bevinden zich nog zijlanen aan
welker einde de-zelfde wasehgelegenheden
zijn geplaatst en toiletgebouwen zijn ver-
rezen.
Alles bijeen genomen maakt een aangena-
men en gezelligen indruk en het is dan ook
niet te verwonderen dat velen van deze
mooie gelegenheid gebrui-k maken om hier
hun vacantie door te.brengen. Vooral waal
alles zoo goed verzorgd is en d-e kamp be
woners zich niets behoeven te ontzegger
wat hygiene en zindelijkheid betreft. Dat
op andere kampeerterreinen wel eens wat
anders.
Ruim 60 tenten zijn thans geplaatst en ge-
zien de verh-oogde tarieven, die -eckter bij de'
kampeerders niet het mincte bezwaar onjt-
moeten, mogen we tevreden zijn. Iemand die
na deze verandering-en hier eenmaal heeft
vertoefd zal meer en herhaaldelijk terug
komen. Daarvan zijn we zeker.
Tegelijk hebben -we in oogenschouw ge
nomen het aan den voet van de duioen dwars
door het landgoed aangetegde rijwielpad
We gaan rechts van den Zeeweg het pad op
en komen na een flinken tocht dwars dooi
woest duin met aan een zijde bebouwde
tuingronden door het z.g.n. Vogelenwater,
door een mooie aan weerszijde beboschfe
laan op den ouden H6erenweg uit en vandaat
op den weg naar Egmond. Het is een mooie
tocht en voor hen die genieten willen var.
fraaie vergezichten en mooie omgeving
kunnen we den tocht van bijna een half uur,
men trapt daar als men ten minste liefhebber
van natuurschoon is, niet zoo vlug, in ade
opzichten aanbevelen.
In het St. Elisabethsziekenhuis te Alk-
maar overleed Donderdagavond den heer J.
Weel, die op 27 Joili met zijn motor met zij-
span een. aanrijding had te Hei'.oo, tenge-
volge waarvan hij opgenomen moest wor
den in genoemd ziekenhuis.
Het gezin Weel ver-liest daardoor zijn
braven vader en echtgenoot, terwijl ook het
verlies in die gemeente wordt gevoeld. De
heer Weel was sedert jaren als timmerman;
en aannemer alhier gevestigd en had als zoo-
danig een gevestigden naam. Verscheidene
peroeelen werden door hem gebouwd. We
herinneren er aan dat door hem gebouwd
werd de fraaie burgemeesterswoning aan
het Statior«spiein, terwifl de eerste woningen
van de bouwvereenigimg St. Joseph aan de
Mient door hem eveneens werden gebouwd.
Hij ruste in vrede. De heer Weel laat een
vrouw met 7 kleine kindaren achter.
Evenals verleden jaar is met zijn gezin
alhier in pension notaris v. Onnen van
Baarn. Een zijner kinderen viel voor eenige
weken van haar rijwiel, tetjgevolge waarvan
4
De eerste zwalew, die gezle*
wordt, ts aog geen bewije dai
de zomer er al la. Wel eebter ie
bet een eandulding dat cr ver
andering ten goede in d« natuur
Zoo Is het ook metadverteeres:
Daarom moot ook ten stelligstc
de meening weerlegd worden,
dte men eoo vele malen hoorti
*MIk heb al eens een advertentie
geplaatst, bet geeft toch oieU,
3k beb nooit succes gehad ol
vooruitgeng bemerkt." --
Neer, natuurlijk niet, door Ha
advertentie maakt gij aw xaak
niet bekend, gij moet regel-
matig edverteeren, wij geven n
de verzekerlng, dat gij besllst
en aldoend succes zult bebben.
«iice.