I a Stervende romantiek. Een zwaluw maakt nog geen zomer! Een advertentie geeft nog geen succes! |l Adverteert in de Alkmaarsche Courant! nn EO De Kroon hceft de huurverordehing der 2emeente Eindhoven op voordracht van Gal. Staten van Noord-Brabant geschorst. Zaterdagmorgen is te Roosendaal van de Badhuisstraat uit met een steen geworpen naar een passeerenden trein van 9.37 naar Vlissingen. Een reiziger werd getroffen en bloedend verwond. De politie heeft een ge- streng onderzoek naar den dader ingesteld. Te Tegelen is schuur, stalling en berg- plaats van den overman J. Ewals aan de Stationsstraat totaal afgebrand. Drie paar- den, een groote vrachtwagen, cenige karren en veel voermans- en landbouwwerktuigen werden en prooi der vlammen. Het woonhuis werd gedeeltelijk behouden. GESTOORDE TENTOONSTELLING. Op de tentoonstelling van gastoestellen, die deze week vanwege de Axelsche gasfa briek te Ter Neuzen is gehouden, heeft zich een eigenaardig incident voorgedaan. Er bestaat n.l. een contract tusschen de ge- meeoten Axel en Ter Neuzen, waarbij de leve ring van gas aan derden verboden is. Op grond hiervan stonden B. en W. van Ter- neuzen met toe, dat gaslicbt gebruikt werd tijdens de demonstraties. Van een electrische geleiding, wenschte de directeur der Axelsche gasfabriek geen ge bruik te maken, doch hij bezigde aanvanke- lijk petroleumlampen voor de verlichting. Toen ten slotte toch nog een paar gasbran- ders werden ontstoken, verscheen plotseling de heer v. d. L., administrateur van de electri sche cenfrale te Terneuzen in het tentoonstel- lingsgebouw, die eischte dat de gaslichten ge dootci werden. Hierover ontstond een woor- dentwist tusschen den heer v. d. L. en den heer W., directeur der Axelsche gasfabriek De administrateur greep daarna een hamer tn sloeg de gasbranders stuk. De politie werd hierna gewaarschuwd, die den heer v. d. L. uit de zaal verwijderde er. varhet voorgevallende proces-verbaal op maakte. terwijl de tentoonstelling gesloten werd. SACCO EN VANZETTI. De Centrale Bond van Nederlandsch Post* Telegraaf- en Telefoonpersoneel heeft telegrafisch protest aangeteekenci tegen de erctoodbrenging van Sacco en Vanzetti bij zijn Amerikaansche zuster-organisatie, met verzoek dit protest te ondersteunen en door te zenden aan de regeeringsautoriteiten. Met hetzelfde dcel heeft deze bond zich gewend tot den Amerikaanschen gezant te 's-Gravenhage. IN EEN KUIP GESTIKT. Zaterdagmorgen om 7 uur zag een bran- dersknecht uit de Weranda, in dienst bij de firma H. Janssen aan de Broersvest te Schie dam, dat een luikje van een groot vat in de Jiepte was gevallen. Hij waarschuwde den tweeden meesterknecht, die daarop met hem meeging. Deze riep een knecht aan, een touw om zijn middel te doen alvorens zich iaar be- neden te begeven, maar de man gaf hieraan geen gevolg. Plotseling hoorde de bij het vat staande meesterknecht een gil. Hij begaf zich daarop onmiddellijk in de kuip, doch door de ondragelijke atmosfeer Icon hij niet verder af- dalen. Een andere brandersknecht deed hier- op een touw om zijn middel en daal-de in het vataf. Hij bracht zijn collega bewusteloos boven. De kunstmatige ademhaling werd toe- gepast, doch het mocht niet meer baten. De inmiddels verschenen geneesheer, dr. Groene- wegen kon niet anders dan den dood consta- teeren. TINPEST. Prof. Ernst Cohen schrijft in het „Chem. Weekbl.": Reeds meer dan twintig jaren geleden heb ik de aandacht gevestigd op een aantal ge vallen van Tinpest, die hier te lande tot mijn kennis waren gekomen en die betrekking had- den op voorwerpen, welke in kunstverzame- lingen waren bewaard (Museumziekte). Sedert dien zijn mij nog tal van dergelijke gevallen - bekend geworaen, waaronder een der sterkst sprekende zeker wel een aantal sierkannen betreft, welke in het Stadhuis te Bolsward worden bewaard. Zij bleken (in 1915) in hooge mate door de tinpest te zijn aangetast, en dat zij binnen niet langen tijd geheel zullen zijn uiteengevallen, staat vast- Een rijken oogst op dit gebied beloofde de Tentoonstelling van oud Tinwerk, die thans (29 Juni15 Augustus) in het Stedelijk Mu seum de Lakenhal te Leiden wordt gehouden. Een bezoek aldaar heeft mij inderdaad ge- leerd, dat een groot aantal der tentoongestel de objekten door tinpest zijn aangetast, waar onder, gelijk te wachten was, ook die, af< komstig van de overwintering van Heems- kerck en Barendsz op Nova Zembla in het iaar 1596—1597. Daar tinpest besmettelijk is, heb ik reeds vroeger gewaarschuwd tegen het bijeenbren gen van voorwerpen, die nog gaaf zijn en die, welke reeds zijn aangetast. Tentoonstellingen als deze doen de mogelijkheid ontstaan, dat de gave objekten eerder zullen uiteenvallen, dan anders het geval zou zijn geweest. Indien het te langen tijd op lage tempera- tuur wordt gehouden, gaat het grauwe wrat- ten vertoonen, die hoe langer hoe meer op- zwellen en eindelijk uiteen vallen, zoodat zich in het metaal gaten gaan vertoonen. Aange- taste stukken tin zijn besmettend voor nog gave. Het grauwe tin, waarin het witte tin over- gaat is een allotrope vorm van het metaal. Beneden 18 graden is het grauwe tin de sta- biele vorm, terwijl het witte tin hfl hoogere temperatuur de bestendige vorm van het me taal is. Bij den overgang van het witte in het grauwe tin heeft een vergrooting van het vo lume plaats. De aanwezigheid van het grau we tin oefent een stimuleerende working uit op de verandering die het witte tin bij een temperatuur beneden de 18 graden op den auur ondergaat. Dit als het ware besmettend karakter deed aan de „ziekte" den naam tin pest geven. Tinnen yoorwerpen, die worden gebruikt en dientengevolge nog al eens een temperatuur hebben boven de 18 graden zijn veel minder voor tinpest ontvankelijk dan tinnen voorwerpen, die bewaard worden. Daar het verschijnsel in't bijzonder in musea werd opgemerkt, is er de naam „museum- ziekte" aan gegeven. 1 DE FRATELLINI'S. Z-ooals men weet wordt ons land momen- reei bezocht door de bekende Fransche clownsfamilie der Fratellini's Wij treffen in e »N. R. ct." de volgende biizonderheden over hen aan; De familie komt uit Florence en ook hun vader was circusartiest. In 1923 hadden ze bij elkander al elf kin- deren en dit aantal kan sedert dien nog toe- genomen zijn. Het zijn kindervrienden bij uitstek, maar ook groote menschen amuseeren zich met hun grappen. Want ze hebben een onverwoestbaar goed humeur; ze zijn vol fantasie en toewijding en altijd bereid, bij particuliere gelegenheden mee te werken, vooral tot leningin van leed. Ze werken hard en maken korte nachten, want elken ochtend cen uur of elf zijn ze weer in het circus om te repeteeren. Het werk is nooit af en telkens weer na afloop onderhouden ze zich in hun Florentijnsche dialect over wat er ontbrak en hoe dit of dat onderdeel kan worden opge- frischt. Op die manier blijft hun optreden le- vendig en geen enkelen keer is het geheel aan een anderen gelijk. Ze hebben Europa door- gezworven, maear de laatste jaren wonen ze hier. Ze verdeelen er hun tijd tusschen het Cirque d'hiver en Medrano en onder elkander voeren ze een genoeglijk bestaan. Want de stemming is goed en enkele landge- nooten hebben hen in hun intimiteit of in de arena opgezocht en krabbels naar hen ge- maakt. Als acrobaten zijn ze begonnen, maar het is onnoodig hun bonte leven over te vertellen. Zij zelf hebben het aan Pierre Mariel ge- daan, die er de Histoire de trois clowns van maakte, welke met een voorrede van Copeau bij de Societe anonyme d'editions te Parijs voor enkele jaren verscheen. Copeau is niet de eenige kunstenaar, die hen geheel au se- rieux neemt. Dit blijkt uit tal van oordeelin- len, door andere mannen van talent over hem uitgesproken en in dat bock aangehaald. Toen Copeau nog een tooneelklas had liet hij ze geregeld met de Fratellini's samenwerken. Zoo staat dit boek met levendige teekeningen van Elzingre, door de Baudier's in hout ge- graveerd, vol wetenswaardigs, o.a. over de reden, waarom alle arena's ter wereld dezelf- de middellijn hebben en wel 13,50 M. Vol gens Strehly is die diameter voor de rijders op het platte zadel de gunstigste tot behoud van het evenwicht bevonden. De broers zijn al meer in Nederland ge weest. Het publiek kwam er hun „onregelma- tig" voor. Ze bedoelen, dat het niet makkelijk in beweging komt behalve op kermissen, waar ze hartelijk in de rondedansen en smul- partijen werden ongenomen. Ook herinneren ze zich nog, dat de Koningin bij Carre eens ten voorstelling met hen op het programma bijwoonde en een kamerheer later voor den troep getuigde, hoe goed de koningin zich had geamuseerd. dat zult u niet kennen; 't was geen cause oeie- bre de tegenstanders waren eenvoudige lie- den. Niettemin is het een wonderlijk verhaal; als het u interesseert, vertel ik het u." Ik knikte hem geanimeerd toe en Miriel begon: „Vorig jaar kwam ik in Nice, precies als u, na een afwezigheid van veertig jaren; even- als u was ik ontdaan over de verandering, die het lustoord had ondergaan. Ik stond op het punt om maar liever naar Parijs terug te keeren, toen jk door een reclamebiljet werd ge troffen, dat de aantrekkelijkheid van Corsica bezong.. Ik veranderde mijn plannen en ste- vende naar dat wondermooie eiland. Vroeg in den morgen voeren wij de 'haven van Ajaceio binnen; als een paradijs lag de plaats in het tec re licht van het morgenuur, met haar witte villa's tegen de donkere palmen. Ik zocht naar een eenvoudig hotel, waar ik Parijs en de wereld kon vergeten. Op goed geluk liep ik een cafd binnen, dat me aantrok: Hotel de France stond in groote letters boven den ingang. Tafeltjes stonden buiten bedekt en terwijl ik mijn petit dejeuner bestelde, maakte ik met den eigenaar een praatje en huurde voor zeven franken een kamer. Als u ooit naar Ajaccio gaat, logeer dan in dat hotelletje; daar leert men de echte, oude, Fransche, landelijke keuken kennen; ook zult u er het leven zien, het leven, dat overal om ons bestaat, maar waarvan wij, upper class, niets afweten. 't Leven, door lite- ratuur nog niet aangeroerd. De gelagkamer met de wit-zanderige vloer, met de gedekte tafeltjes en met een rij van vroclijk-gekleurde flesschen, was reeds vol menscihen, waartusschen Chauvin, de herber- gier, met zijn rood-appelen-gezicht en zijn voeten in gebloemde trijpen pantoffels zich bewoog, in voile belangstelling voor zijn gas- ten. Onder dezeiy bevonden zich lieden van de stoombooten, handelsreiziger, meest Fran schen, wijn- en olijfbcrgbezitters uit Cauro of Nonza, somtijds was er een artiest. Natuurlijk wijdde ik mdj de eerste dagen aan alles, wat betrekking had op Napoleon, en toen de eerste week was verstreken, had ik kunnen afreizen, maar bleef om twee redenen- le. om de verrukkelijke wandelen, 2e. om do belangstelling, die ik voor mijn medegasten voelde groeien. Er was o.a. een man, bijzonder interessant, 'n Italiaan van het echte. zuidelijke type, mot ravenzwart haar en mat-bleek gezicht; hij was altijd in't zwart gekleeed en droeg gou- den ringen in de ooren. Hij kwam geregeld tegen koffie- en etenstijd aangezet en zat meestal tot laat in den avond aan een der ta- E 3E55DG Dt=lii rin Dt=Jl=J[=0O Hier bevindt u zich in een andere wereld, onberoerd van de decadentie, die Europa ver- moordt; een wereld, waar hartstocht niet kan worden afgekocht en waar een man op zijn redhten van man staat en op zijn recht, den verstoorder van zijn geluk te vernietigen. Ik heb respect voor dien Bombo." „Wel meneer, ik wil uw idealen niet verbre- ken, maar het schijnt mij toe, dat die Bombo, ex-herbergier en toekomstig moordenaar (mo- gelijik een man, die alle eerbied verdient) toch maar wat een nuchtere klant is, overbezorgd om zijn innerlijken mensch; hij eet voor twee en kiest zijn tnaal met het meeste overleg. Vanmorgen lette ik op, hoe hij twee „pates de merle" verslond en een omelette, om van de andere dingen niet te spreken; hij schijnt niet gemakkelijk tevreden ook, had aanmer- kingen op de keuken hier; in elk geval, hij maakt niet den indruk direct aan een gebro- ken hart te zullen sterven." „Als hij dat deed, meneer, zou hij me niet interesseeren. Ik zoek naar het viriele, niet naar het sentimenteele. In vertrouwen zij u meegedeeld, meneer de vreemdeling, dat ik een schrijver van beroep ben en mijn gestern- te zegende, dat mij naar Corsica had geleid en't verhaal over Bombo was als een zaadje in den akker van mijn geest, dat alreeds be gon te kiemen; 't verhaal van een man uit't volk, wiens passie voor een vrouw hem alle gedachten aan eigen veiligheid en kleine bc- langen do-et vergeten. Dienzelfden middag maakte ik met Bombo kennis; hij was gemakkelijk aan het praten te krijgen en nooit zal ik de vlam van haat ver geten, die zijn donker gelaat verlichtte. toen hij den naam van Alborno noemde; hij maakte geen geheim van zijn plannen: 't zou worden een duel met messen, zoodra ze elkaar zouden ontmoeten. „Maar," zei ik tot hem, ,zal hij het wagen naar Corsica te koinen, wetend wat hem kan wachten?" „0," antwoordde Bombo, „hij moet hier komen voor zaken, die hem bij afwezig blij ven duizenden franken zouden kosten Hij weet niet, dat hij mij hier zal aantreffen, de udl; hij meent dat ik nog steeds in Cauro zitniets nog weet, niets nog weet Toen verviel hij in sonibere overpeinzing en ik liet hem alleen, om den volgenden dag de kennismaking te hernieuwpn en mijn held na- der te bestudeeren. Hier nu had ik te doen met het type van een kleinen herbergier, iemand die je zou doorzagen over den prijs der olij- ven en over zijn beroep. Een man, die elken dag zou grommen, omdat de eieren niet naar zijn smaaik waren gebakken, en toch, deze man, onder de macht van zijn liefde, was in staat to zulk een haat, dat die hem waardig maakte tot een onderwerp voor een darma. Aldus meende ik en bestudeerde ik dezen mensch, die, inwendig verteerd door jalouzie, van goedige, rustige manieren deed blijken. II. eleden, nam Place Op zekeren dag, eenigen tijd g ik de tram van St. Jean naar N Massena" riep de conducteur en ik stapte uit. Kort daarop zat ik op een bankje aan de Promenade des Anglais, naast een oud Fransch meneertje. „Ja, ja", zeide deze, na enkele gewisselde woorden, „ja, ja, alles is hier wel veranderd; romantiek en schoonheid zijn, met den vroe- geren eenvoud, verdwenen; niet alleen uit Ni ce, maar over de heele wereld, meneer.'' Hij hield op en tuurde over de zee; in dat oogenblik herkende ik den persoon, die aldus sprak. Hij was Miriel, de academicien, de noordelijke broeder van Mistral. „Over de heele wereld, meneer't klinkt wat sterk, maar toch, kijk maar eens om u heen! Ik denk nu niet direct aan de decaden tie der hoogste kringen beschaving ver- toont altijd ren neiging tot rotten in de spits maar ik denk aan den verloren-geganen eenvoud bij de werkende klassen; de vulgai»e luxe van deze uitdagende stad is minder er- gerlijk dan de zijden kousen der meisjes uit de anjelieren-kweekerijen. Wil men de menta- liteit van een volk leeren kennen, vraag dan niet, hoe de menschen leven, doch hoe zij liefhebben. Staat een beschaving langzamer- hand op het punt te verdwijnen, dan is het eerste, wat tanen gaat, de liefde de gezon- de, eerlijke, eenvoudige liefde, die Pan waan- zinnig naar Echo dreef en die is de basis van alle romantiek; de liefde, die den man tot doodslag aanzet ter wille van een vrouw. Welnu, zeg eens eerlijk, kunt u zich uit den laatsten tijd herinneren, in uw land of het mijne, een enkel geval van wraak, als gevolg van verraad?" „U wilt zeggen van een man, die een ande ren man doodt, omdat deze hem zijn vrouw heeft ontstolen?" „Neen, dat kan ik niet.' „Ik eyennyn, of mogelij-k een geval, doch feltjes, rookend en drinkend zijn koffie, of wel zijn „liqeur de myrte", een drank, gebrouwen uit de bes van de mirt en alleen in Ajaccio tc verkrijgen. Hij was geregeld door kameraden omringd', die, naar ik opmerkte, dikwijls zijn borrels betaalden. 't Was blijkbaar een type, een of ander plaatselijke beroemdheid, over wien ik enkele bijzonderheden vernam door een mede-gast. „Dien man daar heet Bombo", vertelde hij mij'; hij is hier ip Ajaccio, wachtend op het moment, dat hij een zekeren persoon kan doo- den," A „Persoon doooen?" „Ja, en dat is de reden, dat al die kerels zoo'n drukte van hem maken. Hij is geen Cor- sikaan, maar heeft zijn heele leven toch in Cauro gewoond, 'n dorpje in de bergen. Hij bezit een herberg en enkele oliifboomen en is met een Italiaansche vrouw getrouwd, een paar jaar geleden. Op zekeren dag is er een vent gekomen in de herberg; die raakte op madame Bombo verliefd en nam haar mee naar Nice, waar zij een klein restaurant op- zetten. Bombo had hen willen achtervolgen en hem dooden, maar de Fransche politie zou hern gauw ingerekend hebben zoo anders daar dan hier. Hier bergt hij zich weg in de bergen en de heele bevolking is op zijn hand, want ze zijn hier nog maar wat ongecivili- seerd en dooden gemakkelijk. „Ma foil" riep ik enfhousiast, „hij heeft mij ook op zijn hand. Die schavuit ontstal hem toch maar zijn vrouw en' verdient den dood; ik zou hetzelfde doen." „U zoudt een man willen dooden!" riep mijn vriend uit, verbaasd over zooveel bloed- dorstigheid van een grijzen kop, als den mijne. Inderdaad, meneer, dat zou ik; uwe verba- zang doet u geen eer aanmaar't is ook al niet uw fout, u behoort tot de moderne werela, waar liefde foegint en eindigt met een cheque- boekje, waar een advocaat onafscheidclijk is van een huwelij-kwaar echtelijke oneer onbe- keiid is, omdat ze maar al te goed bekend is Op zekeren dag vond de groote gebeurts- nis plaats Het dejeuner was juist genuttigd; de lucht was blauw van cigaretten-rook; warm scheen de zon over de tafeltjes, waar- op half-geleegde wijnglazen en schotels si- naasappelen en bananen stonden. Plotseling ontstond er tumult; mannen sprongen druk gesticuleerend op; glazen rol- den om en Chauvin, de herbergier, snelde ijlings toe om de glazen en breekbare waar weg te ruirnen, terwijl Bombo, bleeker dan ooit, in het midden van dat alles stond, met gloeiende oogen, de lippen plooiend tot een lach een lach van wreedheid. Op dat moment bereikte mij de tijding: A1- barna was geland en opweg naar't Hotel de France; een jongen Lad het nieuws ver- spreid. Laat ik bekennen, dat ik in een after-din ner stemming was; ik had mij Ajaccio's „liqueur de myrte" goed laten smaken. On der den indruk van het oogenblik omhelsde ik Bombo; deze was de kalmste van ons alien en verzocht ons, onze plaatsen te hernemen. Wij gingen zitten, ik naast mijn held. Nooit had ik, tot op dat oogenblik, vermoed, hoeveel dierlijks er in mij leefde, hoeveel nog van den primitieven mensch nog niet was vernietigd ondanks veertig jaren leven in Parijs. Ik voel de mij als een oud-Romein, gezeten in het cir cus Maximus, wachtend op het groote spe': en ik was maar een modern mensch, wach tend dat recht zou geschieden; wachtend dat heel velen van mijn vrienden zouden worden gewroken, wier geluk was ontstolen door trouwelooze echtgenooten. Ik zei tegen Bombo: „Bedenk dat, wat er ooit mocht gebeuren ik jouw man ben, met beurs en zfel. Hij antwoordde: „Geduld maar, meneer, als ik dien lafaard mocht dooden, vlucht ik naar Cauro. De men schen kennen mij daar, kom ook daarheen Zeg alleen maar ,,Bombita" en u vindt uw weg. U bent rijik, uw geld kan van dienst zijn." Daarop vroeg hij om wat vuur voor zijn cigarette; alien zaten in afwachting, dat de ellendeling zou verschijnen en de strijd op !e ven en dood zou beginnen. Plotseling nadert een mooie donkere kerel die, onwetend van wat hem beloert, den waard vroolij'k een begroeting toeroept, terwijl hij ongevoelig voor de blikken, die van de tafe' tjes hem volgen, naar de toonbank stapt om een „liqueur de myrte" te drinken. Als een pistoolschot davert opeens Bombo's stem door de lucht: Alborno, waar is je mes?" De aangesprokene keert zich om, ziet zijn vijand en trekt meteen zijn blauwe kiel uit. Bombo doet hetzelfde; 't volgerd oogenblik meten zij elkander met hun blikken, werpen over den linkerarm de jas als een soort van wapenschild, terwijl in hun rechterhand het mes flikkert. Meteen is ook het gevecht begonnen; wild flitst het staal; doodsbleek verwringen zich in moordlust de gezichten. Opeens was alles voorbijAlborno lag uitgestrekt op den vloer Bombo heesoh zich, nat van zweet, in zijn jas en schommelde, omgeven van vrienden, de straat op, terwijl een ander gedeelte bij Ai borno bleef. Ik ook verliet de plek, voldaan iets van waarachtig leven te hebben bijgewoond. Later vernam ik, dat Alborpo niet dood was, slechts ernstig gewond. Tegen den namiddag herinnerde ik mij mijn belofte. Ik nam Chauvin in vertrouwen; vertelde hem, dat ik's avonds naar Cauro zou gaan en Bombo 500 francs zou brengen 1 Opeens trekt de waard mij naar buiten, uit- roepend: „Vlug meneer, kijk daar is madame Bombo. Zij kwam met haar minnaar dezen morgen mee hier aan." „Wie," vroeg ik. „Die vrouw, die daar loopt met een gen darme. Zij komt stellig van Alborno, van het ziekenhuis." „Dat mensdh," kreet ik. „Maar dat is een monster, een remedie tegen de liefdeen, naar ik zie, nog mank ookEn durft u te vertellen, dat die twee kerels van vanmor gen hunne messen trok-ken om die vrouw?" „Mon Dieu, meneer, wat zegt u nu alle- maal; het is hier niet de kwestie om haar uiterlijk! wel neen, deze vrouw beteekende voor Bombo, als later voor Alborno, een for- tuin, want goddelijker kokkin bestaat er niet, niet in Italie, niet in Frankrijik En Miriel eindigde: 's Avonds gng er een boot naar Frankrijk terug. In plaats van naar Cauro te gaan, pakte ik deze en verliet Ajaccio. „Dat is een interessant verhaal, dat u mij gedaan hebt," zeide ik. „Maar uw bewijs, dat de romantiek van de wereld is verdwenen, aanvaard ik niet. Immers deze madame Bom bo, hoewel zij voor die twee mannen geen andere waarde scheen te hebben dan een kostbare kokkin te zijn, stond zelve tot die twee in andere verhouding neen. meneer, zoolang er vrouwen zijn, zal de romantiek niet sterven, ook al is die vrouw leelijk als de nacht en mank. Uw verhaal is er het bewijs van. Vindt u zelf ook niet?" Hij glimlachte ontkennend, maakte eer ouderwetsche bulging en verliet mijn bankje Provinciaal nieuws UIT CASTRICUM. Kampeerterrein op het Prov. Landgoed onder Castricum en Rijwielpad door dat landgoed. Zooais we reeds eenigen tijd geleden ver- me-lden, werden vanwege de provi-ncie enkHe inrichtbngen aangelegd en gebouwd op het kampeerterrein van het prov. landgoed onder deze gemeente. We hebben gem-eend met het publieeeren van een overzicht van de plaats gehad heb- bende verand-eringen te wachten tot dat alles in gereedheid was gebracht en het kamp be- hoorlij'k bevolkt was Dit laatste nu heeft eenige vertraging gehad in verband met de slechte weersomstandigheden. Gisterenavond maakten we onder geleide van den opzichter van het landgoed een rondgang over het terrein en namen alles in oogenschouw. Als we den Zeeweg op fietsen, stappen we even voorbij de hoeve Johannahof van ons rijwiel en vinden den toegang tot het terrein ter reChterzijde van den genoemden weg door een mooi laantje. Van den weg af is het kampeerterrein voor een oningewijae niet te vinden, zoo mooi verscholen ligt het achter de mooie bebossching. Zijn we het smalle laantje gepasseerrl, dan vinden we aanstonds een ruim groen veld, omgeven door mooie boschage. In het mid den aaarvan vindt men het kampwachtetrs- huisje met toilet en waterkraan voor de jeugd. Even verder vinden we al direct hiei en daar tenten met de jeugd spelend voor hun zomerverblijf. Door een aangelegden weg, welke nog niet behard is, gaan we dan verfer het terrein op en vinden aan het einde de in de openluch-t geplaatste waschgelegen- heden., terwijl daarachter zijn gebouwd de toiletten en urinoirs. Aan de zijgevels van de gebouwtjes zijn de ingangen en wel teikens 3 W. C.'s en een urinoir. Deze zijn zeer mooi en hygienisch ingericht, als b.v. de closets zijn voorzien van z.g.n. hurkclosets, zoodat het reinhqu- den z-eer gemakkelijk is, terwijd verontreini- ging zoo goed als voorkom-en kan worden. Ook ter linker en rechterzijde van de hoofd'laan bevinden zich nog zijlanen aan welker einde de-zelfde wasehgelegenheden zijn geplaatst en toiletgebouwen zijn ver- rezen. Alles bijeen genomen maakt een aangena- men en gezelligen indruk en het is dan ook niet te verwonderen dat velen van deze mooie gelegenheid gebrui-k maken om hier hun vacantie door te.brengen. Vooral waal alles zoo goed verzorgd is en d-e kamp be woners zich niets behoeven te ontzegger wat hygiene en zindelijkheid betreft. Dat op andere kampeerterreinen wel eens wat anders. Ruim 60 tenten zijn thans geplaatst en ge- zien de verh-oogde tarieven, die -eckter bij de' kampeerders niet het mincte bezwaar onjt- moeten, mogen we tevreden zijn. Iemand die na deze verandering-en hier eenmaal heeft vertoefd zal meer en herhaaldelijk terug komen. Daarvan zijn we zeker. Tegelijk hebben -we in oogenschouw ge nomen het aan den voet van de duioen dwars door het landgoed aangetegde rijwielpad We gaan rechts van den Zeeweg het pad op en komen na een flinken tocht dwars dooi woest duin met aan een zijde bebouwde tuingronden door het z.g.n. Vogelenwater, door een mooie aan weerszijde beboschfe laan op den ouden H6erenweg uit en vandaat op den weg naar Egmond. Het is een mooie tocht en voor hen die genieten willen var. fraaie vergezichten en mooie omgeving kunnen we den tocht van bijna een half uur, men trapt daar als men ten minste liefhebber van natuurschoon is, niet zoo vlug, in ade opzichten aanbevelen. In het St. Elisabethsziekenhuis te Alk- maar overleed Donderdagavond den heer J. Weel, die op 27 Joili met zijn motor met zij- span een. aanrijding had te Hei'.oo, tenge- volge waarvan hij opgenomen moest wor den in genoemd ziekenhuis. Het gezin Weel ver-liest daardoor zijn braven vader en echtgenoot, terwijl ook het verlies in die gemeente wordt gevoeld. De heer Weel was sedert jaren als timmerman; en aannemer alhier gevestigd en had als zoo- danig een gevestigden naam. Verscheidene peroeelen werden door hem gebouwd. We herinneren er aan dat door hem gebouwd werd de fraaie burgemeesterswoning aan het Statior«spiein, terwifl de eerste woningen van de bouwvereenigimg St. Joseph aan de Mient door hem eveneens werden gebouwd. Hij ruste in vrede. De heer Weel laat een vrouw met 7 kleine kindaren achter. Evenals verleden jaar is met zijn gezin alhier in pension notaris v. Onnen van Baarn. Een zijner kinderen viel voor eenige weken van haar rijwiel, tetjgevolge waarvan 4 De eerste zwalew, die gezle* wordt, ts aog geen bewije dai de zomer er al la. Wel eebter ie bet een eandulding dat cr ver andering ten goede in d« natuur Zoo Is het ook metadverteeres: Daarom moot ook ten stelligstc de meening weerlegd worden, dte men eoo vele malen hoorti *MIk heb al eens een advertentie geplaatst, bet geeft toch oieU, 3k beb nooit succes gehad ol vooruitgeng bemerkt." -- Neer, natuurlijk niet, door Ha advertentie maakt gij aw xaak niet bekend, gij moet regel- matig edverteeren, wij geven n de verzekerlng, dat gij besllst en aldoend succes zult bebben. «iice.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Alkmaarsche Courant | 1927 | | pagina 7