Adveni: De Nieuwe Mensch. SURPRISE. 'Koffa t N«im „AKKERTJE r Zondagsgedachte Mr. R. Houwink- Op en om Amsterdamsch peil—, Om even Sinterklaas te zijn... En toch Verduister v. 16.45-8.15 uur. WIJ VIEREN SINTERKLAAS I KRUSCffiSBN door „Keert om en gelooft het Evange lie." Dat is het Nieuw Begin, waar van de Kerk in haar Adventsprediking spreekt, wanneer wij het toepassen op ons eigen leven. Keert om en gelooft de goede tijding, dat God ons dat zijn wij en de onzen in al onzen nood, zonde en eenzaamheid zoozeer lief heeft, dat Hij Zijn eenig geboren Zoon in de wereld d.w.z. te midden van deze helsche verschrikkingen gezon den heeft, opat wij zouden leven door Hem. (1 Joh. 4 9.) Keert om en gelooft. Die twee din gen behooren bij elkaar, onverbreke lijk. Zij zijn het aspect van den Nieuwen Mensch, die door het luiste ren naar de blijde boodschap van het Nieuw Begin aanvangt zich te roeren in den oud^n mensch. Dit dubbel aspect vormt het ééne aangezicht van den Nieuwen Mensch: de mensch die omkeért èn gelooft. De oude mensch, ach die heeft het veel gemakkelijker: hij kan omkeeren zon der te gelooven en Baarom gaat hij al gauw prat op zijn omkeering, die hij dan „bekeering" noemt en waarvan hij U wonder wat te vertellen weet, alsof het zijn werk was, waardoor hij tot ommekeer werd gebracht en alsof hij zonder Gods Vaderlijke zorg ooit een „bekeerde" gebleven zou zijn! (Verondersteld, dat hij het in werke lijkheid dat weet God alleen nog is En de oude mensch kan ook „geloo ven" zonder om te keeren. Hij kan zelfs een onberispelijk geloof hebben, waarop de rechtzinnigste theoloog niets zou weten aan te merken en toch geen „bekeerd mensch" zijn, maar een mensch met een allerverschrikkelijkst hoogmoedig en volkomen ongebroken hart. Dat alles (en nog veel meer!) is mo gelijk bij den ouden mensch, dien wij allemaal tot onze laatste levenssecon de met ons omdragen en die geen af scheid van ons neemt, voordat wij van dit leven afscheid hebben genomen. Maar bij den Nieuwen Mensch, die God door het Nieuw Begin, dat Hij maakt, in ons doet geboren worden, is niets van dat alles mogelijk; daar kan van „omkeeren" geen sprake zijn zonder „gelooven" en daar brengt „gelooven" vanzelf „omkeeren" mee. Doch dit „omkeeren", dat bij het Nieuw Begin behoort, dat God bereid is eiken dag met een ieder van ons te maken, wat wil dat eigenlijk zeggen? Beteekent dat: breken met verkeerde gewoonten, goed maken (voor zoover dat in onze macht staat) wat wij mis dreven hebben, onze schuld belijden ons leven beteren, enz. enz.? Ja, als „omkeeren" zonder „geloo ven" mogelijk was, dan zou dat wel zoo ongeveer datgene zijn, wat wij on der „omkeeren" konden verstaan; maar nu „omkeeren" voor den Nieu wen Mensch tegelijkertijd „gelooven" beteekent, liggen de dingen eenigszins anders. Nu beteekent „omkeeren" eigenlijk alleen maar „gelooven" en komt dat andere allemaal pas op de tweede plaats! Zooals er eerst moet worden gezaaid om later te kunnen oogsten en zooals er eerst kiemend zaad moet zijn, opdat er later vruchten zullen wezen. Omkeeren beteekent gelooven, d.w.z. niet meer in zichzelf gelooven, maar in God. En deze ommekeer gaat ons gansche gemoeds-, ziele- en geestes leven aan. Anders zouden wij hier niet van een ommekeer behoeven te spreken. Omkeeren beteekent ge looven, d.w.z. niet meer „gelooven" hetgeen voor oogen is, maar God op Zijn Woord gelooven, ook al is er niets of slechts het tegendeel te zien van hetgeen God ons wil doen geloo ven. En ook dit geloof is betrokken op onzen geheelen mensch. Anders zou den wij ook in dit opzicht niet van een ommekeer behoeven te spreken en dan zou dit omkeeren ook niet het levensteeken zijn van den Nieu wen Mensch. VI. De kunstfotograaf van den Dam. De Amsterdamsche Dam bestaat voor mij uit twee deelen, uit twee soorten materiaal. De steenen en de menschen. Meer dan iets anders, beter dan pitto- resker oude plekjes dezer stad leent de merkwaardige, groote kom die Dam heet zich tot filosofeeren over duur zaamheid en vergankelijkheid. Over het geen hier sinds vele eeuwen staat aan trosch bouwwerk, de tand des tijds weerstaand, en hetgeen zich sinds jaar en dag voortspoedt aan generaties Amsterdammers en vreemdelingen. Steenen en menschen. Over die steenen een anderen keer. Nü over de menschen. En dan niet over die voorbijgangers (tusschen haken: hoeveel lieden zouden er dagelijks hun voetstappen over den Dam doen gaan, zit daar niet een nobel statistiekje in?) maar over 'n vasten klant. 'n Sieraad van den Dam. Zonder wien de Dam geen Dam zou zijn. De fotograaf. Wót zeg ik: de kunstfotograaf! Er is een tijd geweest, dat ik me met verbazing heb afgevraagd, wat ter we reld 'n kunstfotograaf mocht zijn. Een fotograaf is een fotograaf, dacht ik zoo. en kunst is kunst. Overigens dan met alle respectMaar nu ik den camera man op den Dam heb gezien, begrijp ik er alles van. Voo dag en dauw staat hij er ik heb hem tenminste op 'n verbijterend vroeg uur aangetroffen. En eerst als de zon het hoofd ter kimme heeft genegen, verlaat hij het tooneel van den strijd. Iedereen bijna heeft haast die over dit steenen veld loopt. Hij niet. Hij is de eenige slenteraar op den Dari. d:e zijn Dam is. Hij heeft oogen in zijn hoofd nie alleen, ook in z'n zij, in z'n rug.. Schijnbaar nonchalant dwaalt hij rond. Maar pas op, mijne dames! Laat hem maar loopen, mijne heeren! Hoep! Hij heeft 'n prooi ontdekt. Hij komt in actie. Zijn gelaat glanst van wel willendheid en 'n stralende glimlach komt om zijn mond als hij het stijf- gearmde jonge paar tegemoet treedt en het met gebaar van eindelooze gulheid beduidt, dat hij dan wel zoo goed wil zijn dit moment van prille levens vreugd, van teeder en innig geluk vast te leggen op zijn filmband, minstens voor de eeuwigheid. 'n Klakkend geluid. Dan zegt hij beminnelijk-aanmoedigend „M'neer, effentjes leuk met z'n beidjes?" De jonkman schudt norsch van nee. „Maan nie gesien". zegt hij en trekt gejaagd zijn meisje mee, als vreezend, dat die er toch nog iets voor zou gaan voelen. De fotograaf heeft het al be keken. Niks te beginnen met die twee Hij heeft zijn glimlach al opgeborgen, heeft het paar al den rug toegekeerd, heeft met het oog op z'n linkerzij een jeugdige moeder, met 'n rozige baby op den arm, ontdekt. Hij stapt twee pas naar links, stelt zich in pos tuur. Zijn glimlach springt weer „Effetjes 'n vlot plaatje met de kleine, dame' Ik vraag U: als dèt geen kunst is! H. G. H. DOE WAT IN DE KLEINE, VERSLETEN SCHOENTJES. Sint Nicolaas rijdt morgenavond weer over de daken, maar in dezen tijd, nu men niet meer de beschikking over zoo veel materialen heeft, zijn er heel wat daken vooral van de kleinere en wrak kere buisjes, die het paard niet meer dra gen kunnen. Sint Nicolaas is een oude man en hij waagt zich niet meer op glad ijs en op wrakke daken,maar juist in déze kleine huisjes wonen nog zoo heel veel kleuters, die op zijn verjaardag vol verwachting hun schoentjes onder den schoorsteen zet ten. Wanneer gij van uw overvloed wat mis sen kunt, vergeet dan dat kleine versle ten schoentje niet. Overal, ook in deze omgeving, staan er onder den schoor steen. Geef daar Zaterdagavond iets af, opdat ook het kind der armen met vol doening constateeren kan, dat Sinterklaas hun dit jaar niet heeft vergeten. In m'n handen brandt het pakje, 't Is zoo smalletjes, zoo klein, maar ik weet, dat bei je kijkers warm, en o, zoo dankbaar zijn. Kijk, nu gooi ik het naar binnen, o, wat ben je even stil, 't is alsof je eerst moet weten, of „ie" soms ook binnen wil. Ja, nu ben je aan het scheuren, weg dat bandje, weg 't papier, o. je kunt je niet bedwingen, 'k heb zoo'n heimelijk plezier. En ik zie je oogen groeien: nog een touwtje, nog een krant, en je houdt je „Sinterklaasje" in je kleine kinderhand. 'k Hoor je stem zoo jub'lend schreeuwen, „Moederkijk es op m'n stoel".... en ik kom de kamer binnen, met een wonderlijk gevoel. 'k Zie je zitten bij je pakje, bei je wangen, tint'lend rood, en ik trek je, lachebekje, even op m'n grooten schoot.... Zoo gezeten, met je handen in de mijne, wonderklein, heb 'k gevoeld het innig-warme, van een „Sinterklaas" te zijn G. DE HEUS. 5 December. Zon op 8.32, o. 16.29. Maan o. 0.31, op 14.06. 6 December. Zon op 8.33, o. 16.28. Maan O. 1.50, op 14.30. „Toe nou, Jantje, eet nou toch dóór, jongen," dringt moeder aan bij haar vierjarige, die met tegenzin achter zijn bordje havermout zit, geen trek meer heeft en daarom maar heftig met zijn lepel in zijn lek kernij trommelt. „Laét dat, Jantje; denk er om zwar te Piet ziet alles," dreigt zijn moeder. Even kijkt Jantje zijn moeder ver baasd aan, doch dan laat hij weer lustig papspetters over tafel dansen. De heer des hui zes, die zich tot nog toe (zooals het een goed heer des huizes betaamt!) op den achter grond had gehou den, staat dan plotseling op en vraagt, met een veelbeteekenend knipoogje: „Zeg vrouw, dat boek van mij ligt toch boven, niet?" Zijn gade, niet begrij pend, maar aangemoedigd door het verwoede hoofdknikken van haar man, zegt dat ze meent van wél. Met veel kabaal klimt hij dan naar boven, gooit onnoodig hard met deuren en laden en sluipt dan plotseling op zijn teenen vlug en zonder gerucht te maken naar beneden, opent onhoor baar de deur van de voorkamer en gaat binnen, nog een paar passen, dan is hij bij de tusschendeuren, bonst er oer-hard op, schuift ze een eindje Eindhoven, November 1943. open, steekt er dreigend een zwart- gehandschoende hand door en bromt met onherkenbaar zware stem: „Jantje, jij moet dóór-eten en vlug hoor, an ders ben je ,een stoute jongen en ga je in den zak." Het vallen van een speldeknop zou hoorbaar ge weest zijn, zoo stil was de ach terkamer. Of het ook indruk maakt! Met een „Pas op, hoor!" trekt de „zwarte Piet" zich terug, snelt zoo zachtjes mo gelijk weer naar boven en gaat daar te keer, als of hij de heele zaak onderste bo ven smijt. Met een boek onder den arm komt hij dan fluitend de trap af, dik tevreden over den gang van zaken. In de huis- kamer smult Jan tje van zijn pap en werpt bij diens binnenko men zijn vader een tevreden grijns toe. Triomphantelijk kijkt hij naar zijn vrouw, maar., wat heeft die? Ze zit wild te proesten en vlucht zelfs naar de keuken. En als hij haar nieuwsgierig achterna zeilt en zijn gierende wederhelft vraagt, waar om ze zoo lacht, kan ze met moeite vertellen: „Weet je, wat hij zei??? Papa nog us doen. GABRI DE WAGT. Het Sint-Nicolaasfeest Is het oud- Hollandsche familiefeest by uitstek, dat zich door den loop der tyden, hoe deze ook mochten keeren ten gunste of ten ongunste, gehand haafd heeft. Het is het feest van de gezelligheid, dat zich niet verdrin gen liet, ook niet door de Kerstvie ring, welke de laatste jaren steeds meer op den voorgrond trad, al mis ten de motieven, waarom men hier iets aan wilde „doen", ook vaak eiken ideëelen grondslag. Zelfs de oorlog, die nu reeds meer dan vier jaren woedt, vermocht niet uit te bannen, wat een rotsvaste traditie is geworden: het oude en oer-ech- te feest van Sinterklaas. Natuurlijk wij zullen het dit jaar wat minder moeten doen. Het suiker goed is schaarsch en de marsepein be staat nog slechts in de herinnering De van het vet druipende gerookte pa- l?r g meer dan een pond meneer! die met een rood lintje versierd in de etalages van de vischwinkels prijkte, is legt-nde geworden en de banketlet ters, waarin overigens de w!4te-boo- nen-Spijs overheerscht, zuhen nog slechts ter tafel verschijner bij hen die van het huidige wereldleed finan cieel een tikje bovenmatig hebben ge profiteerd. Zelfs zal het schoentje, dat bij menigen haard met een van ver wachting kloppend hart wordt neerge zet, voor den goeden grijzen bisschop, die als een weldoener over de daken gaat, niet al te wel toonbaar zal zijn. En toch: wij vieren Sinterklaas! Wij denken er dit jaar het moge dan nog iets moeilijker zijn dan het vorige niet aan, dezen feestdag te negeeren. De geschenken zullen weliswaar klei ner zijn en iets minder talrijk, doch hier schuilt niet het zwaartepunt. Het zwaartepunt ligt hier, dat wij willen spreken met het hart, waarbij het slechts van ondergeschikt belang kan worden geacht of dit zich uitdrukt in een peperduur geschenk, waarvoor de noodige bankbiljetten op de toonbank zijn uitgeteld dan wel in een eenvou dig cadeautje van enkele simpele gul dens. Het Sinterklaasfeest is het feest van het hart en juist daarom is hel goed, dat het zich in dezen tijd te handhaven weet, in dezen tijd, waar aan de liefde tot den naaste zoo vreemd is. Op den Sint Nicolaasdag toont men eerst recht wat men waard is, dan puurt men zich uit in hartelijkheid en medeleven, dan kent men geen groo- tere vreugde dan den menschen in zijn omgeving wel te doen. In dit verband herinner ik mij een uitspraak, welke ik voor een aantal jaren las en die mij immer als zeer treffend is bijgebleven. Het moge eenigszins paradoxaal klinken werd hier gezegd doch de Sint Nicolaas dag is eigenlijk een gewone dag in te genstelling met de andere dagen. Da4, wij een bepaalde hartelijkheid jegens elkaar betoonen mag geen uitzondering zijn. Uitzondering dient het te wezen, wanneer wij dit niet doen, wanneer wij in zuiver egoïsme aan elkaar voor bijgaan, ons niet bekommerend over anderer nooden en zorgen. Wij dienen niet slechts te leven naast elkaar, doch ook mèt elkaar en omdat wij dit op den Sint Nicolaasdag zoo veel mogelijk betrachten, dient deze dag in eere te blijven, ook reeds ter wille van het kind, dat in dezen tijd zoo veel ont beren moet. Ook thans staan wij weer aan den vooravond van het groote feest en hoewel wij het eerst stilzwijgend dach ten te passeeren hebben wij toch ieder van ons de plechtige gelofte af gelegd, er van te maken, wat er van te maken valt. Voor een oogenblik zal aanstonds de groote ramp, welke over deze wereld is gekomen, op den ach tergrond worden gedrongen en zal het Sint Nicolaasfeest zijn licht versprei den in vele gezinnen. En dit zij ten slotte geconstateerd het is goed dat het zoo is. Want de paradox, hier bo ven aangehaald, moge nóg zoo juist zijn, omtrent de verwezenlijking hier van zal niemand zich vooralsnog illu sies maken. Zoo lang de menschheid zich op dit punt niet instelt op een geheel ander niveau, zullen wij het met de gunstige uitzonderingen als Sint Nicolaas en Kerstmis zijn, moeten doen. Hadden we deze niet, dan zou de kachel nóg zoo rood-gloeiend kun nen staan maar dan zou het binnen toch koud en kil zijn. Daarom te midden van alle duis ternis en van alles wat dit ondermaan- sche beroert: we vieren tóch Sinter klaas! JAC. BROERSEN. Werp geen „scherp" tusschen de aard' appelschillen. PROVINCIALE PUBLICATIE VAN HET DEP. VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ. Smeermiddelen voor landbouwwerktuigen. Vanaf 1 Dec. a.s. zijn V.A.W.-formulie ren voor de aanvraag van smeermiddelen voor het laar 1944 bij den PB H. verkrijg baar Bedoelde formulieren moeten vóór 15 Dec. a.s. volledig ingevuld en onder teekend weer bij den P B.H. worden in geleverd. Aanvragen, welke na dien da tum binnenkomen, worden niet meer in behandeling genomen. Rundveevoeder. Voor de stalperiode 1943/1944 zal voor diverse categorieën rundvee een voeder toewijzing worden verstrekt. Deze toewil- zingen, welke door de P B.H.'s uiterlijk 9 December 1943 aan de veehouders wor den verzonden, moeten op zijn laatst 15 December 1943 bil de leveranciers ziin in geleverd De leveranciers (mengvoederfa brikanten, handelaren in menvoeders) die nen er voor zor? te dragen, dat deze be stelbonnen uiterlijk 20 Dec. 1943 ter be voorrading 1n het bezit zijn van het Bu reau van den Provincialen Voedselcom- mlssarls. waaronder zij ressorteeren. Be stelbonnen welke na bovengenoemde data worden ingeleverd, worden niet meer ge honoreerd. OHlcleeïe landhouwmededeellngen. Leveringsbonnen voor rundvee. Hiermede brengen wil ter kennis van veehandelaren en veehouders, dat leve ringsbonnen voor rundvee met ingang van 6 December 19*3 voor het geheele land geldig zullen zijn. Vanaf dezen datum moeten runderen, bestemd voor de slacht- veemarkt zijn voorzien van een lastgeving tot levering. Indien deze lastgeving nie* kan worden getoond, kunnen de runde ren niet op de markt worden toegelaten Gele^deblUetten voor een slachtve°mark* moeten uiterlllk den Vrijdag, voorafgaande aan de week. waarin geleverd zal wor den. uur 12 uur *s ochtends bh den P.R H. worden afgehaald. Na dit tUdstln mo- ^en door den PBH geen geieideb'Uetten voor vee. dat in de komend» week moet worden geleverd, worden afgegeven. Vervoer van schapen en lammeren. Er wordt nogmaals de aandacht op ge vestigd, dat met Ingang van 21 November 1943 tot nader aankondiging geen vervoer van schapen en lammeren meer mogelijk is en dat hiervoor dus geen geleidebiljet- ten meer worden afgegeven, behalve: a. voor vervoer naar sPachtveemarkten en noodslachtplaatsen; b. indien geen afvoer van het bedrijf plaats vind b.v bij ver weiden tusschen perceelen van hetzelfde bedrijf indien de afstand grooter is dan 2 km. e.d.: c. voor het vervoer van stam boekschapen van een lid van het schapen stamboek naar een collega-lid van dit stamboek, indien het betrokken stamboek schriftelijk gunstig adviseert; d. in zeer bijzondere gevallen, waarvoor U zich tot uw P.B.H. dient te wenden. Stroo. De Provinciale Voedselcommissarls voor Noord-Holland maakt bekend, dat stroo, bestemd voor h^t vorstvrij verpakken van consumptie- en exportpootaardappelen, tegen de daarvoor vastgestelde maximum prijzen zal worden aangekocht. In af wachting van een regeling, waarbij de betaling aan de telers door de Stichting H.E.S. zal geschieden, zullen de land- kooplieden van de V.B.N.A. of de expor teurs van nootaardappelen, dan wel de ingeschakelde handelaren in stroo, de aangekochte en geleverde partijen recht streeks met de telers verrekenen tegen den prijs van f170 per ton geperst A.- stroo af boerderij. Voederbieten en hoof. Particulieren paardenhouders wordt be kend gemaakt, dat vanaf heden geen aankoopvergunningen voor voederbieten meer worden verstrekt. Berichtkaarten betreffende acceptatie toegewezen kwan tum voederbieten en hooi, die later dan den vervaldatum zijn binnengekomen, worden niet meer in behandeling ge nomen. Wintertelling 1943. In de periode van 1 Dec. t/m 18 Dec. 1943 zal evenals in het vorige jaar een wintertelling plaats vinden. Aan de hier toe aangestelde telers zullen opgaven ver strekt moeten worden over "den geheelen veestapel met uitzondering van geiten. Tevens zullen nog opgaven verstrekt moeten worden inzake ingekuilde pro ducten en uitgezaaide wintergewassen. De belanghebbenden worden erop gewe zen, dat het verstrekken van onjuiste ge gevens, alsmede het weigeren om de ge vraagde gegevens te verstrekken of het formulier, dat overeenkomstig gedane op gaven door een teller is ingevuld, te on derteekenen, strafbaar is ingevolge het economisch sanctiebesluit. Voorziening van ZaailUnzaad. Er wordt verder bekend gemaakt, dat met het oog op de voorziening van zaai- lijnzaad door het Bedrijfschap voor Vlas en Hennep een besluit wordt voorbereid, waarbij aan de telers de verplichting wordt opgelegd om hun geheelen voor raad stroovlas vóór i Maart 1944 af te repelen. De z.g. repelbedrijven zullen daarbij ver plicht worden dit vóór 15 Februari 1944 te doen. Indien aan deze verplichting niet kan worden voldaan wegens gebrek aan arbeidskrachten, dienen de telers en repelbedrijven arbeidskrachten hiervoor aan te vragen bij den Gemachtigde voor den oogst, welke aanvragen moeten wor den gericht aan het Bedriifschap voor Vlas en Hennep, Zwarteweg 75, Den Haag. Repelbedrijven, die hun ongereneld stroo vlas niet tijdig op hun bedrijf kunnen aanvoeren, zijn verplicht maatregelen te treffen, waardoor het vlas vóór 15 Fe bruari 1944 bij de telers ter plaatse wordt afgerepeld. Ook hiervoor kunnen even tueel de benoodigde arbeidskrachten worden aangevraagd. Met nadruk wordt aan alle vlassers verzocht zooveel moge lijk mede te werken om te zorgen, dat hun vlas vóór 1 Maart 1944 is afgerepeld. Ten aanzien van het gebrek aan arbeids krachten en vervoersmoeilijkheden geldt hetzelfde als voor de telers en repelbe- drliven. Tndien in Januari 1944 morht blijken, dat er een tekort aan zaailijn- zaad ls. zal door het Bedrijfschap wor den overwogen om ook de vlassers te verplichten vóór 1 Maart '44 hun geheelen voorraad vlas af te Troelen. VETTE KAAS. Detaillisten dienen de voor vette kaas aangewezen bonnen „Algemeen 703" ge durende het tijdvak van 29 November tot en met 2 December a.s. bij de plaatse lijke distributiediensten in te leveren ter verkrijging van een kaastoewijzing, welke voorzien is van een distributiezegel en het stempel van den dienst, en welke uit sluitend recht geeft op het koopen van vette kaas. De inlevering dient te ge schieden in veelvouden van 10 bonnen Eventueel overblijvende bonnen moeten bewaard worden tot een volgende bon voor vette kaas wordt aangewezen. Te zamen met de bonnen „Algemeen 703' kunnen detaillisten de rantsoenbonnen voor kaas van het nieuwe model inleve ren. Deze rantsoenbonnen kunnen zij ook na afloop van het tijdvak gedurende het welk uitsluitend magere kaas beschik baar wordt gesteld, inleveren ter verkrij ging van een kaastoewijzing, voorzien van een distributiezegel en stempel van den dienst. In dit geval moeten de rantsoen bonnen met een afzonderlijk ontvangst bewijs MD 242—03 worden ingeleverd. Ook bij inlevering van Duitsche bonnen voor kaas zullen toewijzingen met een zegel en stempel worden uitgereikt. Instellingen met een permanente bevolking (z.g.n. ,,8800 nummers") ontvangen bij inlevering der bonnen „Algemeen 703" geen toewij zingen, voorzoover zij toewijzingen voor vette kaas hebben ontvangen bij inleve ring van de bonnen „Algemeen 696". Zij moeten in dit geval een aantal bonnen „Algemeen 703" inleveren, hetwelk ge lijk ls aan het aantal destijds ingeleverde bonnen „Algemeen 696". INVENTARISATIE EN VERPLICHTE VEELEVERING. Reeds eerder werd medegedeeld, dat de inventarisatie van December zal worden gehouden in de periode van i tot 18 De cember en dat in dezen tijd het vervoer .van rundvee anders dan voor slachtvee- markten e.d. zal zijn stopgezet. Thans kan hieraan worden toegevoegd, dat, voor wat het rundvee betreft, de inventarisa- tiegegevens den toestand van de bedrij ven op 30 November 's nachts 24 uur moeten weergeven. Er zal nauwkeurig controle worden gehouden of deze gege vens inderdaad overeenstemmen met den werkelijken toestand op het bedrijf. In ieder geval zullen zoodanige maatregelen worden genomen, dat bij de vaststelling van den aanslag ieder stuks vee boven één jaar slechts één maal wordt aange slagen, en dal in dezen tijd sooals elk faar ruime keus betere waar bij VANDENKOFHEVAKMAN K0FFIE-SURR0GAAT RISICO OVERDRACHT! Indien gij tot nu toe ver zuimde Uw eigendom men tegen oorlogsschade te verzekeren, moet deze nalatigheid thans hei> steld worden. Vermin dert Uw zorgen in deze tijden en draagt Uw molestrisico over aan de Onderlinge Nederlandsche Molest verzekering Mij. SNEEK Kanttor Amsterdam. Kolzertaracht 399. Tal. 30311 KiwdMt k W miJiJ botfl mafor 4a Mtziik rm Uw RJwaubafc, hooMpgn, rfipfe aatnJjckfiglïtlJl Gczowflieid voor een cent per das. X tod. a Dra 07& N.V. hea SINTERKLAAS-SURPRISE. Vader komt thuis en wil zijn kinde ren, die bij moeder om den haard zit ten, even verrassen: hij gaat voor Sin terklaas spelen. Stil sluipt hij door de gang bonst hard op de deur en roept met zware stem: „Zijn hier nog stoute kinderen?" Onmiddellijk antwoordt het dochter tje van zes jaar: „Nee, papa!" En ze voegde er aan toe: „Strooit u nog?" Papa strooit en blijft nog een tijdje in de koude gang; deze Sinterklaas surprise voor hemzelf moet hij even verwerken I (Historisch.)

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Dagblad voor Noord-Holland : Alkmaarsche editie | 1943 | | pagina 3