HELDERSCHE COURANT. Jïieums- en Woensdag <flÖoertetitte--6faÖ. 14 September. M 970. Tiende Jaargang. 1870. Verschijnt DIN6SDAG- en VRIJDAG-AVOND. Abonnementsprijs voor 3 maanden 1.00 Franco per post 1-25 Men abonneert zich bij alle Boekhandelaren en Post directeuren. Brieven franco. Do prijs der Ad verten tien van 14 regels is GO Centen; voor eiken regel meer 15 Conten. Vóór des Dingsdag en Vrijdags middags 12 uur gelievo men de Advertcnticn intczenden. Ingezonden stukken minstens één dag vroeger. Uitgever S. G IL T J E S. <0fficiëcï gctrcritL'. BEKENDMAKING. De BURGEMEESTER der gemeente HELDER maakt aan de belanghebbenden bekend, dat de beer Commissaris des Konings in deze provincie van den beer Minister van Bin- nenlandsche Zaken mededeeling beeft ontvangen dat aan de ZEEMILICIENS der LIGTING 1868 weder vergunning verleend kan worden, om de buitenlandscbe zeevaart ter koop vaardij uit te oefenen. De Burgemeester voornoemd Helder, 12 Sept. 1870. STAKMAN BOSSE. POLITIE. Op de straat gevonden een SLEUTEL. Terug te bekomen bij den Commissaris van Politie A. C. BOONZAJER. JDict-uffiriceï gcijccïtc. Wat nu ii. Napoleon gevangen; de republiek uitgeroepenBazaine met zijn leger ingesloten Mac-Mabon te Brussel in verplegïug en zijn leger krijgsgevangen bet pruisiscbe leger op den weg naar Parijs wat nu Wanneer wij ons herinneren, dat de pruisïsehe regering en nog Oülangs de kroonprins, openlijk hebben verklaard den oorlog te voeren tegen den keizer, maar niet tegen de Fran- sche natie, dan houdt elke reden, om dien nog voort te zetten op, met de gevangenneming van Napoleon. Toen de prins van Hobenzollern afzag van de candidatuur van den Spaanscben troon, was elke reden van gevoeligheid voor Frankrijk opgeheven, en toch verklaarde bet aan Pruisen den oorlog. Hoe Pruisen daarover oordeelde, is bekendbet exploiteerde dat feit op eene wijze, dat alle gemoederen zich tegen de ligtzinnige handelwijze van Frankrijk verklaarden die om een gril, of om nevenbedoelingen, waarvoor bet niet durfde uitkomen, twee rijken blootstelde aan alle rampen van een vreeselijken oorlog. Ieder noemde die daad laag, bar- baarseh, in strijd met den geest onzer eeuw, en wij gelooveu niet, dat die uitdrukkingen overdreven waren. Doch wat nu Wanneer Pruisen na den feitelijken afstand van Napoleon toch den oorlog continueert, boe moet die handelwijze dan worden genoemd Was zijne vroegere bewering dan eene onwaarheid, eëne krijgslist Naar ons oordeel zou Pruisen daardoor juist in dezelfde deloijale handelwijze vervallen, die bet aan Frankrijk heeft ten laste gelegd. Maar, zegt men, Pruisen verlangt een duurzamen vrede. Favre, in zijne circulaire aan de diplomatieke vertegenwoor digers in het buitenland, verlangt letterlijk hetzelfde. Het .schijnt echter, dat aangaande de middelen, om dien te beko men, beiden zeer van elkander verschillen, en dat ligt in den aard der zaak. Frankrijk verkeert in groot gevaar, terwijl Pruisens legers onophoudelijk zegepralen. Juist dit moest echter, dunkt ons, het laatste rijk het meest tot den vrede stemmen. De s)rmpathie tusscben de beide volken is niet groot. Het voortzetten van den oorlog, altijd in de veronderstelling dat de uitslag voor Pruisen voortdurend gunstig blijft, zal de verbittering tot het uiterste drijvenmaar juist dit moet de verwachting op een duurzamen vrede geheel den bodem in slaan. Wij kunnen toch niet denken dat Pruisen, zich voor stelt Frankrijk zóó geheel te vernietigen, dat bet den vrede als een aalmoes zou moeten aannemen. In dat geval toch zou de vrede niet de minste waarborgen van duurzaamheid opleveren. En bovendien zou dat toch geheel in strijd zijn met de roeping vaD een volk, welks vorst zich koning bij Gods genade noemt, en met de openlijke verklaring, dat bet een oorlog is tegen den keizer, maar niet tegen de natie, ter wijl men de natie zoo duur zou laten boeten voor de gewe- tenlooze handelingen van zijn keizer, geholpen door eenige handlangers. Wij zeiden zoo even: »in de veronderstelliing dat de uitslag voor Pruisen voortdurend gunstig blijft." Is dit wel iets meer dan eene veronderstelling Is bet zekerheid Wij zijn geen krijgskundigen, maar toch komt bet ons voor, dat het gezond verstand alléén ons reeds zegt, dat de toestand van het Pruisische leger toch wel eenigzins zorgwekkend is. Straatsburg en Metz zijn tot nog toe niet ingenomen Bazaine heeft zich nog niet overgegevenParijs met al zijn verster kingen moge zich op den duur niet staande kunnen houden, het is toch te wachten dat het eenige weken zal vorderen, alvorens het tot de overgave kan worden gedwongen, zonder nog hierbij te gewagen van de duizenden menschenlevens, die duaraan zullen moeten worden opgeofferd. Wanneer wij hierbij in aanmerking nemen, dat die talrijke troepen in een vreemd laDd moeten worden gevoed, welks inwoners voort durend door dwaDg zullen moeten worden genoopt, daaraan mede te werken; dat de herfst nabij is, welke den winter in zijn gevolg heeftdat het pruisische rijk thans een groot deel zijner beste kracht mist, welke in een vreemd land allerlei gevaren te gemoet treden, terwijl welligt hunne naastbestaan- den door hunne afwezigheid aan het gebrek ton prooi zijn dan kunnen wij niet gelooven dat het christelijke Pruisen een zoo onchristelijken staat van zaken zal doen voortduren, wan neer het althans mogelijk is dien te doen ophouden. Maar is het mogelijk Hier komen wij op een moeijelijk punt. De onzijdige mo gendheden verklaren allen meer of minder rondborstig als hun gevoelen, dat nu het oogenblik daar is, om den oorlog te staken. Pruisen en Frankrijk beiden verklaren een duur zamen vrede te willen. En zou het dan nog onmogelijk kunnen worden genoemd Zeer bedenkelijk echter is de taal der duitsche bladen, en der aan de rcgerÏDg van vele zijden ingezonden adressen, aangaande de inmenging van vreemde mogendheden. Wanneer toch Pruisen zoo overdreven gevoelig blijft op dat punt, dan zouden wij aan de mogelijkheid beginnen te twij- len; maar dan zouden wij ook üiet schromen uit te spreken, dat Pruisen het onmogelijk maakt. Het zegge dan ook niet meer: »wij willen een duurzamen vrede," maar liever: »wy willen geen vrede." In dat geval echter zou de billijke ver achting, die Napoleon zich op den hals heeft gehaald, door zulk een vernielingsoorlog aan te vangen, niet meer op hem alleen rusten, en Pruisen zou het aan zich zei ven te wijten hebben, indien het de roem en de achting, die het zich heeft verworven, zag vervangen door een maar al te gegrond wan trouwen van alle europesche volken. Nog eens, dat kunnen wij niet aannemen en daarom houden wij ons overtuigd dat de vrede niet onmogelijk is. Maar hoe is die tot stand te brengen Wanneer wij de taal der genoemde bladen en adressen enkel beschouwen als uitvloeisels, van nationalen haat, die den mensch zoo ligtelijk verblindt en hem belet aan meer humane gewaarwordingen gehoor te geven, en dus niet als het gevoelen der regering, dan meenen wij te mogen verwachten, dat deze aan de voorstellen van de onzijdige mogendheden wel het oor zal leenen, en daardoor was reeds veel gewonnen. Wanneer beide partijen konden besluiten tot een wapenstil stand, dan twijfelen wij geenszins of in eene coDgres zouden de vredesvoorwaarden wel kunnen worden gevonden. De oorlogskosten zouden waarschijnlijk weinig moeijelijkheden veroorzaken en de grensverbetering evenmin. Een aantal denk beelden hebben wij reeds dienaangaande gehoord en gelezen, doch wij vermeten ons niet daarover een oordeel uit te spreken allen getuigen zóózeer van partijdigheid voor het een of het andere volk, dat wij daaraan weinig waarde hechtenalléén een congres kan daaromtrent uitspraak doen. Wij wenschen iDtusschen vurig, dat de pruisische regering minder hatelijk gestemd zij, dan sommige duitsche bladen. Uitdrukkingen toch, als deze: »de phrase dat wij wel tegen Napoleon maar niet tegen het fransche volk oorlog voeren, heeft allen rede lijken zin verloren;" of: »het fransche volk moet gevoelen dat het overwonnen is;" of: »uaar Parijs, om het te ver meesteren Die belooning mag men aan onze brave troepen niet ontnemen, en zal men hun ook niet onthouden;" ofein-

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Heldersche Courant | 1870 | | pagina 1