DE BRILLANT EN RING. DE KACHEL Een Sinterklaasvertelling Sinterklaas 1931 De kapotte schoentjes. Raadsels Rebus. bloem en een tikje zout. Verdeel het in zooveel stukken als men letters wil ma ken. Voor twee behoorlijke letters heeft men noodig: 250 gram bloem, 175 gram boter, 1.5 d.L. water, zout. Maak van de stukken reepen van ongeveer 16 c.M. breedte, overal even dik. Leg er het vulsel in, rol de stukken er omheen, sla de uit einden om, geef de letters vorm en leg ze op een met bloem bestrooid bakblik. Be strijk het van boven met een geklopt ei. Laat het geheel in den oven ongeveer 20 minuten gaar en lichtbruin worden. Niet uit bet bakblik nemen voor ze bekoeld zijn. Voor het vulsel moet men gemalen, gepelde amandelen vermengen met eieren, suiker, geraspte citroenschil en wat water in de volgende hoeveelheden (voor twee letters): 250 gram amandelen, 2 eieren, geraspte halve citroenschil. Vorm rolleties niet een hand die met bloem is bestrooid. Het vulsel make men daags van te voren. Auto's, die de stad doorrazen, Bedelende Sinterklazen In Hun malle maskerade, Boterletters, chocolade. Touw. papierkens, potten lijm. Kreupel Sinterklaasgerijm. Druk gedoe, gezelligheid. Zoo is 't in Sint Nic'laastijd. een blh'de fanfare was geworden: „Margot!" Dien avond laat nog schreef hij twee brieven en verzond een telegram. Het te- niets m doet £ram luidde: „Verwacht je volgende ..Waarom zou Smterklaas dat „En waarom dan wel niet m'n kind?" vroeg de juffrouw verbaasd. „Moeder .zegt. dat Sinterklaas er toch niet Bij zat in een café van de groote stad pakje wel erg gedrukt was geworden toen in het verre land, twee dagen sporens de moesten naar huis waren gegaan heeft verwijderd van Holland. Het was fel koud Frits Margot alleen gesproken Het ge- buiten. Vastgestampte en bevroren j sprek kwam neer op een biwht van haar sneeuw lag in de straten. De pekelwagens kant. De gebruikelijke biecht. Den laat- van de electrische trams reden onophou- sten tyd was de liefde verminderd. Zij bad delijk bellend door de, ondanks 15 graden j zich verwaarloosd gevoeld. De zoon van vorst, toch nog drukke straten. Het was den directeur der zaak, waar zii werkte, de gebruikelijke drukte van de wereldstad iemand, die het sinds lang met haar meen- des'avonds bii het uitgaan der kantoren. 1 de, had haar gevraagd. Ze had nog niet Maar niets wees er op, dat het in Holland „ja"- gezegd. Maar ook niet neen. Doch Sint Nicolaas-avond was. Dat feest kende nu wist ze, dat het tusschen haar en 1' rits men hier niet. Wel bemerkte men in de uit moest zijn. Enkele weken later was Frits van Halen naar het buitenland vertrokken, om bet groote verdriet, dat over hem gekomen was, te vergeten. Ook in den vreemde bad hij zioh spoedig een positie weten te ver- werven en langzaam was het verdriet ge- smoord. Nu was 't weer Sint Nicolaasavond. Was het zoo verwonderlijk, dat zijn gedachten teruggingen naar den 5en December- mj avond van het vorige jaar? Dat oude won de stad. Juist dezen avond, dat hem een den weer open gingen bij de gedachte aan gevoel van melancholie bekroop bij het den biecht van Margot? Frits liet zich een *£ek Heden gelukkigste Sint Nioolaas- doen? Je ben, toch het geheele aar zoet avond mijns levens. Brief volgt. Frits." geweest. En ,e hebt altijd zoo goed op- Eén van de twee brieven was slechts gcict! Als iemand een prachtig cadeau zeer kort: „In opdracht van mejuffrouw vcrdient, dan ben jij dat wel. M. S. zend ik u hierbij den ring terug., tientje glimlachte nu even. Ja, ze had welken u haar een jaar geleden cadeau opgcjeti het geheele jaar door. deed. Na hetgeen tusschen u m haar is voorgevallen, zult u wel begrypen, dat op het bezit van den ring door mejuffrouw M. geen prijs meer worot P®s,telc!- Hoe Bettie een lastig geval trachtte vp te lossen D andere brief, die eerst 's nachts om drie uur ter verzending kwam, wes de langste, dien Frits van Dalen ooit in zyn leven had geschreven, Maar moeder zegt verklaarde ze, „dat Sinterklaas er toch niks indoet. M n schoentje zijn kapot, ziet U. En Sinter klaas doet niks in kapotte schoentjes... Het was even stil in de klas. En net toen de juffrouw wat over die n.„„ rWrniiu-d met schoentjes van Mientjes wilde gaan ver- Margot.8Sint NfcoSï is de hoogtijdag van tellen ging de bel. ten teeken dat de les hun leven En ze lachen hun vrienden en was afgeloopen. kennissen! die hen ongeneeseUik ouder-1 wetsch noemen, hartelijk uit, als ze jaar weer pakjes-avondjhouden.^^ (Nadruk verboden). winkel-étalages dat 't Kerstfeest spoedig te wachten stond. Donkergroen en rood waren de uitstal kasten getint. Maar nergens was ook maar met een woord over Sint Nicolaas gerept. Vreemd toch, dat gedrukte gevoel van eenzaamheid, dat Frits van Dalen dezen avond bekroop. Was het niet een speling van het toeval, dat hij juist dezen avond geen afspraak had met zijn vele kennis sen hier in de groote, van leven bruisen- peinzen over het Sint Nicolaasfeest, dat hij vroeger, toen hij nog een kind was, en later toen hy verloofd was, altijd met zooveel opgewektheid had gevierd, moest hij alleen zyn. Alleen zijn beteekende denken aan voorbije dingen en deze voor bije dinen waren allerminst van een vroolyk karakter. Sint Nicolaasavond van het vorige jaar was het pijnlijke gebeurd. Hij was bij Margot thuis. Er was een opgewekt ge zelschap bijeen. Vroolyke gesprekken in een wanordelijke kamer. Dampende punch-groc's en dichte, blauwe rook van de tallooze sigaretten, die werden wegge- paft. cognac-groc brengen en nog een en nog een. Nu doezelde het wat in zyn hoofd. De scherpe, stekende pijn verdween ten minste, maar de melancholieke stemming bleef. Het was bii tienen nu. Anders nog lang geen tijd om aan naar bed gaan te denken. Maar nu wilde hij slapen, slapen om te vergeten, om zijn melancholie te verdrijven. Op zijn kamer gekomen vond hij een kennisgeving van de post, dat er een aan- geteekend expresse-stuk uit Holland op het hoofdpostkantoor lag. „Een aangeteekende expresse uit Hol land, wat zou dat kunnen zijn?" overdacht Frits van Dalen. „Ik ben niets wachtende Het was een echt ouderwetsche pakjes- en nog wel 'n expresse! avond. Woedend gebel aan de deur. De gebruikelijke groote pakken met meters touw, hectaren papier en decimeters lange rijmen. Oprechte of onoprechte bewonde ring over al dan niet geslaagde surprises. Margot had prachtige cadeaux gekregen. De meesten waren van hem zelf geweest. Maar laat in den avond was er een klein pakje gekomen, zonder hartstochtelijk bel gelui en zonder groote papierverpakking, bezorgd door een juwelier. Dat kleine pakje onthulde, nadat één touwtje en een stukje papier verwijderd was, dadelijk het geheim. In een keurig doosje lag een ring met een kostbaren brillant. „Voor Margot". Verbazing bij het aanwezige gezelschap. Wie zou dien ring, die minstens vijf honderd gulden waard was, aan Margot cadeau hebben gedaan? Want Frits van Dalen kon, ofschoon hy een goede positie had, zich deze luxe niet veroorloven, dat wist iedereen. En de verwondering op zijn gezicht wees er duidelijk op, dat die rhig niet van hem afkomstig was. Margot hulde zich in een geheimzinnig stilzwijgen En heel laat dien avond, die na het Hij ging weer naar beneden en nam een taxi naar het hoofdpostkantoor, dat dag en nacht gepoend was. Zeer nieuwsgierig nam hij het aangeteekende stuk, een klein pakketje, in ontvangst. Hoe groot was zijn verbazing, toen hij als adres van afzen ding den naam en woonplaats van Margot zag vermeld. Wat had dat te beduiden? In uiterste nervositeit maakte hii het pakje open. Een ringendoosje. Hoe nu? Angstig lichtte hii het dekseltje op. „De ring met den brillant!" Een duizeling be ving hem. Hij moest steun zoeken bij een der lessenaars. Met bevende vingers scheurde hij den begeleidenden brief open. Het oude, vertrouwde handschrift; de steile, eenigszins onregelmatige, doch zoo karakteristieke letters van Margot. Jachtend vlogen zijn blikken langs de regels. Wat had zij hem nu, juist op Sint Nicolaas-avond mede te deelen? Wat be teekende die ring, die grievend pijnlijke surprise van het vorige jaar? Na het lezen van den brief, lezen kon men het nauwelijks noemen, ontsnapte hem als een juichkreet dat, ééne woord, dat een heel jaar lang een marteling voor hem had beteekend, een marteling, die nu Mientje had haar kapotte schoentjes toch klaargezet, maarwat moeder I had gezegd, bleek waar te zijn. Er was tenminste niets in toen ze ging kijken. Op Sinterklaasavond zat ze bij moeder in de huiskamer. Het was buiten ijzig koud en binnen was het nu ook niet be paald warm. Toch was er een klein beetje gezelligheid. Moeder had ter eere „Juffrouw" vroeg Jansje Bakker op vier van j,et Sinterklaasfeest een pot choco- December: „Vertelt LI nu ns wat over ]acjemelk gezet. En er waren ook specu- Sinterklaas." En alle kinderen riepen: „Ja, ]aasjes> Voor Mientje was dat al een heel ja. dat is fijn". Juffrouw Van Velde fecst schudde glimlachend het hoofd. „Maar Plotseling het was ongeveer half lieve kinders zei ze „ik heb toch al een negea werd er gebeld, verhaal verteld over Sinterklaas. Wat „Wie zou dat nou zijn?" zei moeder moet ik dan nu vertellen?" verbaasd. „Mogen wij dan wat vertellen? stelde Mientje zei heelemaal niets. Maar haar Hans de Bree voor. hartje klopte. Zou Sinterklaas dan toch Samen moeder en dochter gin gen ze naar de buitendeur, openden deze enniemand was er te zien. Ja, nie mandmaar er moest toch wel iemand geweest zijnwant die iemand had een vrij groot pak achtergelaten, dat op de stoep stond. Er hing een kaart aan, waarop stond geschreven: „Voor de familie Van der Loo. Van Sinterklaas." Het pak werd natuurlijk dadelijk naar binnen gebracht en opengemaakt. En daar zat allereerst: een paar prachtige stevige schoenen voor Mientje in. En dat niet alleen: van alles haalde moeder er uit. Warme kleeren voor de wintermaanden, een paar mooie boeken, twee mooie spel letjes, een kleurig wollen manteltje en wat al niet meer! „Mammie," zei Mientje, toen al die heerlijkheden op tafel lagen, „ziet U nu wel, dat Sinterklaas ons niet vergeten heeft?" Moeder knikte lachend. Zij keek om, en daar stond Sinterklaas! „Mams," vroeg Bettie. „Morgen is 't Sinterklaas hè?" „Ja kindje, morgen komt Sinterklaas" zei mevrouw van Maanen. „Hij, of liever roe dapper onder de kachel en duwde. Het eenig resultaat van haar dappere pogingen was, dal de aschla van de kachel plotseling opensprong. De asci zwarte Piet kruipt door den schoorsteen lag zoo maar over het kleed. Dat moest om de geschenken te brengen.' natuurlijk gauw worden opgeruimd! Bet- MBMS Jachtend vlogen zijn blikken langs de regels. Ze stoken de hoofden by elkaar: Moe, Theo, Evert en Mientje. Er werd verci- dering gehouden. „Ik ben bang. dat het toch niet zoo pret tig wordt als verleden jaar, toen Pa er bii ■was", zei Theo. „Daar ben ik ook barg voor", meende Evert. „Wat was het toen toch leuk, hè?" Maar Moe dacht er anders over. „Kom, daar weet je nog niets van. We zullen ons best doen!" Er werd vergadering gehouden, oir uit te maken, hoe het Sinterklaasfeest ge- vierd-zou worden. „We moeten het maar weer net doen als verleden jaar. Alle pakjes in de keukeu en ze dan één voor één binnen bren gen", stelde Evert voor. „Ja, ja!" juichte Mientje; „net als ver leden jaar!" Maar Mientje wist niet eens, hoe het 't vorig jaar was gegaan. Ze was nog te klein, dat wist ze 'niet meer. Er moest heel wat afgesproken worden; elk had zyn verlanglijstje ingeleverd. Maar er was zooveel te regelen, en zooveel te koopen. Gelukkig, dat Theo goed hielp. Die was al twaalf jaar en hy was een heele steun voor zyn moeder. Nu, dat mocht ook wek vooral, omdat Pa weg was. *as kapitein op een groote stoom- Doot. Hy was nu heel in Indië. Was hy er maar weer! was alles geregeld. Nog een ies een' rdfa Vi?°ri maken van de pak- voor Mol en k? drukke daagjes, vooral kon beginnen. WaS all*S; he* feest Neen\aoor.RErteIto\a^eaV°f"d' Mooi weer? regen en het sliik 'b^n i?' koude mot- op de straat. een handbreed d*k ton». ;t Heer,Uk ,TOndfc t Avondje van Sinterklaas" zongen de kinderen en Moe zone» mee. Maar toen 't uit was, zei Evert? „D'r is geen maan vanavond, 't Regent" ,,'t Komt er niet op aan, hè Moe? 't is hier in huis fijn!" „Dat geloof ik", zei Moe. ,,'t Is hier wel zoo fijn! We kunnen de maan hier wel missen". Ze schonk een kopje chocola en ging toen eventjes naar de keuken, om het eer ste pakje te halen. In den gang trok ze Voor de deur stond een groot pakl „Ja, dat is een goed idee!" zei de juf frouw. „Ik zal maar op het rijtje afgaan hé? Jullie weet allemaal wel wat te ver tellen over het Sinterklaasfeest. Zeg bij voorbeeld maar wat je wenschen zijn". En toen ging het op het rijtje af. Het was leuk, maar bijna alle meisjes hadden een naaidoos op hun verlanglijst staan. Be halve Geertje van Dieken. Die zei, dat ze om een vliegmachine had gevraagd. En toen de juffrouw haar vroeg wat voor een vliegmachine, dat dan wel was zei ze trotsch: „Een echte natuurlijk!" Daar moest de heele klas om lachen. Een echte vliegmachine. Ja, Sinterklaas was niet lekker! Die gaf daar echte vlieg machines wegl Trouwens zoo meenden de jongens dat was toch zeker niets voor een meisje. Als een jongen dat nou nog vroegdan zou Sinterklaas er misschien nog over denken. Maar een meisje met een echte vliegmachine het was te raar om over te denken! Op de achterste bank zat Mientje Van der Loo. Bij haar kwam de juffrouw het laatste vragen. „En Mientje," zei ze, „wat zijn jou wenschen? Heb jij je schoentjes al klaar gezet?" Mientje, een klein, bleek, armelijk kindje, keek schuw op. De moeder van Mientje moest hard werken als wasch- vrouw om het hoofd boven water te hou den, dat wist iedereen. Een vader had Mientje niet. Die was al jaren geleden gestorven. Toen de juffrouw dan ook vroeg of Mie'ntje haar schoenen al klaar gezet had, keek ieder vol spanning toe. Wat zou Mientje wenschen? Het kleine meisje zweeg eerst even. •.Nouvroeg de juffrouw glim lachend. „Ik zet m'n schoentjes niet klaar" zei Mientje met trillende stem. aan de bel. „Tingelingeling!" klonk het. Moe kwam binnen. „Een pakje van Sinterklaas!" zei ze. „Ik weet niet, voor wie. Laten we eens even kyken. Voor Mientje Molenaar." „Ha!" riep de kleine peuter. „Voor Mientje!" Ze trok zenuwachtig aan het touwtje, maar ze kon het niet los krygen.' „Wacht, ik zal je helpen", zei Evert. Hij sneed het touwtje door en maakte het pakje los. Een pop! Een mooie pop, die schreeuwen en ook slapen kon, als ze op den rug lag. „Oooo!" riep de kleine meid met een lang uitgehaald oooo! „Wat mooi!" Maar Moe moest je nu in de gaten hou- in 6611 hoekje van de kast een nn en„zak Pepernoten klaar liggen en stroolfto,^6 .mooie »°9 bewonderden, del vloer* lneenS °Ver 06 tefel en over bonne, bonne, Gooi wat i mV.n leeRe tenne, Dank TT r?,l|n laars-ie. 70n„ U- Sinterklaasje!" jongens,' d?e R1*-* mee met de gen. En iederen keer keer zon" nieuws gestrooid: sausw „f. weer wat us-1es- flikjes, ijsbon- Op het hoekje van de straat stond juffrouw Van Velde met een tiental kin- Bettie knikte. „Fijn", zei ze. „Mams, ik wou dat het al morgen was." Het was den avond van vijf Decem ber. Het geheele huis was in ruste. Neen, toch nietBoven ging héél, héél zachtjes een deur open en Bettie sloop op haar teenen door de gang. Tip, tip, liep ze met haar bloote voetjes de trap af. Het was héél stil in huis. want het was ook al half één. Dan sliepen alle men- schen natuurlijk! Alle menschen, behalve zijn knecht Piet over de daken om de ge schenken aan de zoete kinderen "e brem deren uit de klas. „Zagen jullie wel hoeSinterklaas, want die reed nu juist met blij ze het pak vonden? zei de juffrouw. „Het is prettig om wat te krijgen kin ders. Maar om wat te gevendat is gen> p;^ 20U wej aan het klauteren zijn nog veel heerlijker. j door de schoorsteenpijpen. Geen wonder De kinderen vonden dat ook en Geertje dat hii zoo zwart was! :~1Li. i Dieken zei zacht: Ja, dat klauteren door de schoorsteen- „Dat is tenminste mijn fijnste Sinter- pen, dat was nu juist de oorzaak van klaas, die ik ooit heb meegemaakt. Ook Bettie's nachtelijke wandeling. al heb ik die echte vliegmachine dan niet gehad Het geheel bestaat uit 20 letters en de ontvangst ervan bereidt velen vreugde. 13 4 15 10 11 4 is een weg in stad of dorp. Want ze had er de geheelen dag al over nagedacht. Waarover? Wel, Zwar te Piet zou door de schoorsteen in de kamer komen om de cadeautjes te bren gen. Maar, zoo dacht Bettie, de kachel stond in de kamer. Als Zwarte Piet dus door de schoorsteen gleed, zou hij par does midden in de kachel terecht komen. Nu zou hij vannacht heusch niet ver branden, want de kachel was uit! Maar 19 16 17 6 4 12 koeksoort, die in dezen tochhet was zoo'n rommel in die tijd veel gegeten wordt. 8 1 een viervoetig dier bij boeren in gebruik. 9 2 20 3 een meisjesnaam. 5 14 bijwoord van tijd. 7184 158 20 3 een vrucht, waarvan men een verfrisschende drank maakt. kachel. Neen, dat was niet prettig voor Piet. Dus. meende Bettie, die kachel moest weg. En nu had ze dan maar het plan opgevat om dat zélf eventjes op te knap pen. Aan vader of moeder durfde ze het niet te vragen. Die zouden het immers toch niet goed vinden! Daarom wilde Bettie het maar alleen doen! Ze ging dus op haar teentjes naar de huiskamer, waar de kachel stond. Ja, dat wegzetten was geen gemakkelijk werkje. Bettie probeerde er aan te trek ken, maar de kachel week geen centi meter. „Wat nu?" dacht Bettie. Ze keek de kamer eens rond. Was daar nergens een stok, die als breekijzer dienst zou kun nen doen. Neen, in de kamer was niets. Dan even in de keuken kijken. Ja, daar was een oude ijzeren gordijnroe. Dat was een goed hulpmiddel! Gauw ging Bettie er mee naar de kamer. Nu weer eens probeeren. Bettie zette de gordijn- tie snelde weer naar de keuken om een stoffer en blik te halen. Toen ze terug kwam in de kamer, ging ze op haar knieën voor de kachel liggen om het vuil op te vegen. Bettie veegde langzaam. Héééé. wat had ze een slaap. Weer een paar halen met de borsteltoen: „Bettie". klonk het zachtjes. Bettie keek om en wie stond daar mid den in de kamer? Sinterklaas! Bettie kon haar oogen bijna niet ge- looven. Verlegen stamelde zij: „Dag Sinterklaas!" „Dag Betteke" zei de Sint en Bettie vond het een leuk gehoor, dat Bettekei zoo noemde moeder haar soms ook. „Wat ben je hier nog zoo laat aan het doen?" „De kachel, ziet U, Sinterklaas wilde Bettie gaan vertellen, maar plot seling hield ze op. Ze merkte namelijk dat Sinterklaas niet alleen in de kamer was. Zwarte Piet was er óók! Hoe kwam die daar nu zoo ineens Maar langen tijd om na te denken was er niet. Want de Sint pakte een groote zak. die Piet op zijn rug droeg uit! Daar zaten een groot aantal pakjes van allerlei verschillende afmetingen inl „Allemaal voor jou Bettie" lachte Sin terklaas. Bettie wilde naar de pakjes grij pen. toen plotseling moeder's stem weer- „Maar kind. hoe kom je in vredesnaam klonk: hier bij de kachel. Heb je hier den ge heelen nacht geslapen?" „Ik ben geloof ik in slaap gevallen zei Bettie suffig en toen deed ze moedei haar geheele verhaal! En tevens beloofde ze, dat ze nooit meer 's nachts uit eigen beweging uit bed zou gaan. Dat beloofde Bettie natuurlijk dadelijk, nu ze zelf wel inzag, dat het een beetje stout van haar was geweest om, zonder er met vader of moeder over te spreken, uit bed te gaan! Het mooiste van deze gesciedenis komt echter nog. Bettie had gedroomd, dat Sinterklaas bij haar kwam en zijn ge schenken op tafel legde. Maartoen ze in de kamer rond keeklagen daar op tafel een heele stapel pakjes! Begrijpen jullie daar nu iets van? bons, nog eens weer pepernoten. Wat een lekkers! „Moet je eerst je kopjé eens leegdrin ken zei Moe. „Anders begint je keel nog pyn te doen van 't zingen". „Ja, eerst drinken!" „Tingelingeling!" ging de bel weer. IDeo was stiekum de deur uitgegaan. Een pakje van Sinterklaas. „Aan Mevrouw Molenaar stond er op. Moe keek verrast in het rond. i Dat iVas *en Pak-i6' dat ze nog niet kende. Het werd opengesneden. Een mooie naaidoos. „Maar jongens!" zei Moe. „Van wie komt die?" an Sinterklaas, Moe!" juichten ze alle drie. „Van Sinterklaas. „Hoe weet Sinterklaas dat mijn naaidoos kapot is?" vroeg Moe. „Door den schoorsteen gekeken", zei Evert. „Vast door den schoorsteen geke ken. Anders kon hii 't niet weten." Moe bewonderde de doos en vond ze prachtig. Toen moest ze weer in de keu ken wezen. „Tingelingeling!" Nu bracht de goede Sint twee pakies tegelijk: één voor Theo en één voor Evert Theo kreeg een mooi boek. „De jongens van de Club", waar hij al zoo naar ver langd had; en Evert een bouwdoos. Prachtig! „Tingelingeling!" Weer wat voor Moe. Een heerlijke bo terletter, een M. „Da's een groote. Die moeten we dade lijk maar slachten. 55e is nu nog versch." Wat een stuk kregen ze ieder. De eene helft van de M raakte haast op. Fijn! Fijn! „Tingelingeling!" Nu liefst drie pakjes tegelijk. Voor elk een groote taai-taai pop. En nu was de pret eerst recht aan den gang. Het klonk maar aldoor: „Tingelingeling!" en het ge jubel van de jonge Molenaartjes kon ie op straat wel hooren. Moeder zorgde maar dat de kopjes niet leeg bleven staan. En van Stotorli Wel Werk' om de P<'kjes 't Wasillr-u 5>ntvan<?st te nemen. i was een heerlyk feest. de?kwnmkK^infi d€ hr? V°°r*'t laatSt. Mo©- f'nyH b]nnen. „Compliment van Sin- avond 'fw W8S heJ,'aatste pakje van- a.S voor Theo- ^n boeken- tasch, zoo n echte leeren, die je op slot kan „Prachtig!" riep Theo. Zoo een had hii juist graag willen hebben. „Nu?" vroeg Moe aan Evert. „Is het prettig geweest?" Evert zei maar niets, doch hy sloeg de armen om Moeders hals en kuste haar op beide wangen. T,Tingelingeling!" Verrast keken ze elkander aan. Wat kon n," n°K ziin? Zou Sinterklaas zich ver gist hebben? „Ik zal zelf even kijken", zei Moe. Een oogenblik later kwam ze terug. Ze had een brief in de hand. „Van Pa!" nep ze. Ze beefde, toen ze de enveloppe open- mankte. Vlug las ze den brief door. „Pa is best gezond en hii komt in Maart al terug! Al in begin Maart!" „Hoera!" riepen de jongens. „Hoera!" Ze mochten nog wel een uur opblijven, toen Mientje al sliep, om over het groote nieuws na te praten. Maar om tien uur lagen zij beiden toch ook te bed. Moe las Pa's brief nog eens ernstig over. De dankbaarheid straalde uit haar oogen. Ze vouwde haar handen en fluis terde: „Heere. ik dank U, dat ik zoo'n heerlyk geschenk kreeg. Dat is nog het mooiste van alles". G. Ch. W.

Kranten Regionaal Archief Alkmaar

Heldersche Courant | 1931 | | pagina 10