DE BRILLANT EN RING.
DE KACHEL
Een Sinterklaasvertelling
Sinterklaas 1931
De kapotte schoentjes.
Raadsels
Rebus.
bloem en een tikje zout. Verdeel het in
zooveel stukken als men letters wil ma
ken. Voor twee behoorlijke letters heeft
men noodig: 250 gram bloem, 175 gram
boter, 1.5 d.L. water, zout. Maak van de
stukken reepen van ongeveer 16 c.M.
breedte, overal even dik. Leg er het vulsel
in, rol de stukken er omheen, sla de uit
einden om, geef de letters vorm en leg ze
op een met bloem bestrooid bakblik. Be
strijk het van boven met een geklopt ei.
Laat het geheel in den oven ongeveer 20
minuten gaar en lichtbruin worden. Niet
uit bet bakblik nemen voor ze bekoeld
zijn. Voor het vulsel moet men gemalen,
gepelde amandelen vermengen met eieren,
suiker, geraspte citroenschil en wat water
in de volgende hoeveelheden (voor twee
letters): 250 gram amandelen, 2 eieren,
geraspte halve citroenschil. Vorm rolleties
niet een hand die met bloem is bestrooid.
Het vulsel make men daags van te voren.
Auto's, die de stad doorrazen,
Bedelende Sinterklazen
In Hun malle maskerade,
Boterletters, chocolade.
Touw. papierkens, potten lijm.
Kreupel Sinterklaasgerijm.
Druk gedoe, gezelligheid.
Zoo is 't in Sint Nic'laastijd.
een blh'de fanfare was geworden:
„Margot!"
Dien avond laat nog schreef hij twee
brieven en verzond een telegram. Het te- niets m doet
£ram luidde: „Verwacht je volgende ..Waarom zou Smterklaas dat
„En waarom dan wel niet m'n kind?"
vroeg de juffrouw verbaasd.
„Moeder .zegt. dat Sinterklaas er toch
niet
Bij zat in een café van de groote stad pakje wel erg gedrukt was geworden toen
in het verre land, twee dagen sporens de moesten naar huis waren gegaan heeft
verwijderd van Holland. Het was fel koud Frits Margot alleen gesproken Het ge-
buiten. Vastgestampte en bevroren j sprek kwam neer op een biwht van haar
sneeuw lag in de straten. De pekelwagens kant. De gebruikelijke biecht. Den laat-
van de electrische trams reden onophou- sten tyd was de liefde verminderd. Zij bad
delijk bellend door de, ondanks 15 graden j zich verwaarloosd gevoeld. De zoon van
vorst, toch nog drukke straten. Het was den directeur der zaak, waar zii werkte,
de gebruikelijke drukte van de wereldstad iemand, die het sinds lang met haar meen-
des'avonds bii het uitgaan der kantoren. 1 de, had haar gevraagd. Ze had nog niet
Maar niets wees er op, dat het in Holland „ja"- gezegd. Maar ook niet neen. Doch
Sint Nicolaas-avond was. Dat feest kende nu wist ze, dat het tusschen haar en 1' rits
men hier niet. Wel bemerkte men in de uit moest zijn.
Enkele weken later was Frits van Halen
naar het buitenland vertrokken, om bet
groote verdriet, dat over hem gekomen
was, te vergeten. Ook in den vreemde bad
hij zioh spoedig een positie weten te ver-
werven en langzaam was het verdriet ge-
smoord.
Nu was 't weer Sint Nicolaasavond. Was
het zoo verwonderlijk, dat zijn gedachten
teruggingen naar den 5en December-
mj avond van het vorige jaar? Dat oude won
de stad. Juist dezen avond, dat hem een den weer open gingen bij de gedachte aan
gevoel van melancholie bekroop bij het den biecht van Margot? Frits liet zich een
*£ek Heden gelukkigste Sint Nioolaas- doen? Je ben, toch het geheele aar zoet
avond mijns levens. Brief volgt. Frits." geweest. En ,e hebt altijd zoo goed op-
Eén van de twee brieven was slechts gcict! Als iemand een prachtig cadeau
zeer kort: „In opdracht van mejuffrouw vcrdient, dan ben jij dat wel.
M. S. zend ik u hierbij den ring terug., tientje glimlachte nu even. Ja, ze had
welken u haar een jaar geleden cadeau opgcjeti het geheele jaar door.
deed. Na hetgeen tusschen u m haar is
voorgevallen, zult u wel begrypen, dat op
het bezit van den ring door mejuffrouw
M. geen prijs meer worot P®s,telc!-
Hoe Bettie een lastig geval trachtte vp te lossen
D andere brief, die eerst 's nachts om
drie uur ter verzending kwam, wes de
langste, dien Frits van Dalen ooit in zyn
leven had geschreven,
Maar moeder zegt verklaarde ze,
„dat Sinterklaas er toch niks indoet. M n
schoentje zijn kapot, ziet U. En Sinter
klaas doet niks in kapotte schoentjes...
Het was even stil in de klas.
En net toen de juffrouw wat over die
n.„„ rWrniiu-d met schoentjes van Mientjes wilde gaan ver-
Margot.8Sint NfcoSï is de hoogtijdag van tellen ging de bel. ten teeken dat de les
hun leven En ze lachen hun vrienden en was afgeloopen.
kennissen! die hen ongeneeseUik ouder-1
wetsch noemen, hartelijk uit, als ze
jaar weer pakjes-avondjhouden.^^
(Nadruk verboden).
winkel-étalages dat 't Kerstfeest spoedig
te wachten stond.
Donkergroen en rood waren de uitstal
kasten getint. Maar nergens was ook maar
met een woord over Sint Nicolaas gerept.
Vreemd toch, dat gedrukte gevoel van
eenzaamheid, dat Frits van Dalen dezen
avond bekroop. Was het niet een speling
van het toeval, dat hij juist dezen avond
geen afspraak had met zijn vele kennis
sen hier in de groote, van leven bruisen-
peinzen over het Sint Nicolaasfeest, dat
hij vroeger, toen hij nog een kind was,
en later toen hy verloofd was, altijd met
zooveel opgewektheid had gevierd, moest
hij alleen zyn. Alleen zijn beteekende
denken aan voorbije dingen en deze voor
bije dinen waren allerminst van een
vroolyk karakter.
Sint Nicolaasavond van het vorige jaar
was het pijnlijke gebeurd. Hij was bij
Margot thuis. Er was een opgewekt ge
zelschap bijeen. Vroolyke gesprekken in
een wanordelijke kamer. Dampende
punch-groc's en dichte, blauwe rook van
de tallooze sigaretten, die werden wegge-
paft.
cognac-groc brengen en nog een en nog
een. Nu doezelde het wat in zyn hoofd.
De scherpe, stekende pijn verdween ten
minste, maar de melancholieke stemming
bleef. Het was bii tienen nu. Anders nog
lang geen tijd om aan naar bed gaan te
denken. Maar nu wilde hij slapen, slapen
om te vergeten, om zijn melancholie te
verdrijven.
Op zijn kamer gekomen vond hij een
kennisgeving van de post, dat er een aan-
geteekend expresse-stuk uit Holland op
het hoofdpostkantoor lag.
„Een aangeteekende expresse uit Hol
land, wat zou dat kunnen zijn?" overdacht
Frits van Dalen. „Ik ben niets wachtende
Het was een echt ouderwetsche pakjes- en nog wel 'n expresse!
avond. Woedend gebel aan de deur. De
gebruikelijke groote pakken met meters
touw, hectaren papier en decimeters lange
rijmen. Oprechte of onoprechte bewonde
ring over al dan niet geslaagde surprises.
Margot had prachtige cadeaux gekregen.
De meesten waren van hem zelf geweest.
Maar laat in den avond was er een klein
pakje gekomen, zonder hartstochtelijk bel
gelui en zonder groote papierverpakking,
bezorgd door een juwelier. Dat kleine
pakje onthulde, nadat één touwtje en een
stukje papier verwijderd was, dadelijk het
geheim. In een keurig doosje lag een ring
met een kostbaren brillant. „Voor
Margot".
Verbazing bij het aanwezige gezelschap.
Wie zou dien ring, die minstens vijf
honderd gulden waard was, aan Margot
cadeau hebben gedaan? Want Frits van
Dalen kon, ofschoon hy een goede positie
had, zich deze luxe niet veroorloven, dat
wist iedereen. En de verwondering op zijn
gezicht wees er duidelijk op, dat die rhig
niet van hem afkomstig was.
Margot hulde zich in een geheimzinnig
stilzwijgen
En heel laat dien avond, die na het
Hij ging weer naar beneden en nam een
taxi naar het hoofdpostkantoor, dat dag
en nacht gepoend was. Zeer nieuwsgierig
nam hij het aangeteekende stuk, een klein
pakketje, in ontvangst. Hoe groot was zijn
verbazing, toen hij als adres van afzen
ding den naam en woonplaats van Margot
zag vermeld. Wat had dat te beduiden?
In uiterste nervositeit maakte hii het
pakje open. Een ringendoosje. Hoe nu?
Angstig lichtte hii het dekseltje op. „De
ring met den brillant!" Een duizeling be
ving hem. Hij moest steun zoeken bij een
der lessenaars. Met bevende vingers
scheurde hij den begeleidenden brief
open. Het oude, vertrouwde handschrift;
de steile, eenigszins onregelmatige, doch
zoo karakteristieke letters van Margot.
Jachtend vlogen zijn blikken langs de
regels. Wat had zij hem nu, juist op Sint
Nicolaas-avond mede te deelen? Wat be
teekende die ring, die grievend pijnlijke
surprise van het vorige jaar?
Na het lezen van den brief, lezen kon
men het nauwelijks noemen, ontsnapte
hem als een juichkreet dat, ééne woord,
dat een heel jaar lang een marteling voor
hem had beteekend, een marteling, die nu
Mientje had haar kapotte schoentjes
toch klaargezet, maarwat moeder
I had gezegd, bleek waar te zijn. Er was
tenminste niets in toen ze ging kijken.
Op Sinterklaasavond zat ze bij moeder
in de huiskamer. Het was buiten ijzig
koud en binnen was het nu ook niet be
paald warm. Toch was er een klein
beetje gezelligheid. Moeder had ter eere
„Juffrouw" vroeg Jansje Bakker op vier van j,et Sinterklaasfeest een pot choco-
December: „Vertelt LI nu ns wat over ]acjemelk gezet. En er waren ook specu-
Sinterklaas." En alle kinderen riepen: „Ja, ]aasjes> Voor Mientje was dat al een heel
ja. dat is fijn". Juffrouw Van Velde fecst
schudde glimlachend het hoofd. „Maar Plotseling het was ongeveer half
lieve kinders zei ze „ik heb toch al een negea werd er gebeld,
verhaal verteld over Sinterklaas. Wat „Wie zou dat nou zijn?" zei moeder
moet ik dan nu vertellen?" verbaasd.
„Mogen wij dan wat vertellen? stelde Mientje zei heelemaal niets. Maar haar
Hans de Bree voor. hartje klopte. Zou Sinterklaas dan
toch
Samen moeder en dochter gin
gen ze naar de buitendeur, openden deze
enniemand was er te zien. Ja, nie
mandmaar er moest toch wel iemand
geweest zijnwant die iemand had een
vrij groot pak achtergelaten, dat op de
stoep stond.
Er hing een kaart aan, waarop stond
geschreven:
„Voor de familie Van der Loo. Van
Sinterklaas."
Het pak werd natuurlijk dadelijk naar
binnen gebracht en opengemaakt. En
daar zat allereerst: een paar prachtige
stevige schoenen voor Mientje in. En dat
niet alleen: van alles haalde moeder er uit.
Warme kleeren voor de wintermaanden,
een paar mooie boeken, twee mooie spel
letjes, een kleurig wollen manteltje en
wat al niet meer!
„Mammie," zei Mientje, toen al die
heerlijkheden op tafel lagen, „ziet U nu
wel, dat Sinterklaas ons niet vergeten
heeft?"
Moeder knikte lachend.
Zij keek om, en daar stond Sinterklaas!
„Mams," vroeg Bettie. „Morgen is 't
Sinterklaas hè?"
„Ja kindje, morgen komt Sinterklaas"
zei mevrouw van Maanen. „Hij, of liever
roe dapper onder de kachel en duwde.
Het eenig resultaat van haar dappere
pogingen was, dal de aschla van de
kachel plotseling opensprong. De asci
zwarte Piet kruipt door den schoorsteen lag zoo maar over het kleed. Dat moest
om de geschenken te brengen.' natuurlijk gauw worden opgeruimd! Bet-
MBMS
Jachtend vlogen zijn blikken langs de regels.
Ze stoken de hoofden by elkaar: Moe,
Theo, Evert en Mientje. Er werd verci-
dering gehouden.
„Ik ben bang. dat het toch niet zoo pret
tig wordt als verleden jaar, toen Pa er bii
■was", zei Theo.
„Daar ben ik ook barg voor", meende
Evert. „Wat was het toen toch leuk, hè?"
Maar Moe dacht er anders over.
„Kom, daar weet je nog niets van. We
zullen ons best doen!"
Er werd vergadering gehouden, oir uit
te maken, hoe het Sinterklaasfeest ge-
vierd-zou worden.
„We moeten het maar weer net doen als
verleden jaar. Alle pakjes in de keukeu
en ze dan één voor één binnen bren
gen", stelde Evert voor.
„Ja, ja!" juichte Mientje; „net als ver
leden jaar!"
Maar Mientje wist niet eens, hoe het
't vorig jaar was gegaan. Ze was nog te
klein, dat wist ze 'niet meer.
Er moest heel wat afgesproken worden;
elk had zyn verlanglijstje ingeleverd. Maar
er was zooveel te regelen, en zooveel te
koopen. Gelukkig, dat Theo goed hielp.
Die was al twaalf jaar en hy was een heele
steun voor zyn moeder. Nu, dat mocht ook
wek vooral, omdat Pa weg was.
*as kapitein op een groote stoom-
Doot. Hy was nu heel in Indië. Was hy er
maar weer!
was alles geregeld. Nog een
ies een' rdfa Vi?°ri maken van de pak-
voor Mol en k? drukke daagjes, vooral
kon beginnen. WaS all*S; he* feest
Neen\aoor.RErteIto\a^eaV°f"d' Mooi weer?
regen en het sliik 'b^n i?' koude mot-
op de straat. een handbreed d*k
ton».
;t Heer,Uk ,TOndfc
t Avondje van Sinterklaas"
zongen de kinderen en Moe zone»
mee. Maar toen 't uit was, zei Evert?
„D'r is geen maan vanavond, 't Regent"
,,'t Komt er niet op aan, hè Moe? 't is
hier in huis fijn!"
„Dat geloof ik", zei Moe. ,,'t Is hier wel
zoo fijn! We kunnen de maan hier wel
missen".
Ze schonk een kopje chocola en ging
toen eventjes naar de keuken, om het eer
ste pakje te halen. In den gang trok ze
Voor de deur stond een groot pakl
„Ja, dat is een goed idee!" zei de juf
frouw. „Ik zal maar op het rijtje afgaan
hé? Jullie weet allemaal wel wat te ver
tellen over het Sinterklaasfeest. Zeg bij
voorbeeld maar wat je wenschen zijn".
En toen ging het op het rijtje af. Het was
leuk, maar bijna alle meisjes hadden een
naaidoos op hun verlanglijst staan. Be
halve Geertje van Dieken. Die zei, dat
ze om een vliegmachine had gevraagd. En
toen de juffrouw haar vroeg wat voor een
vliegmachine, dat dan wel was zei ze
trotsch: „Een echte natuurlijk!"
Daar moest de heele klas om lachen.
Een echte vliegmachine. Ja, Sinterklaas
was niet lekker! Die gaf daar echte vlieg
machines wegl Trouwens zoo meenden
de jongens dat was toch zeker niets
voor een meisje. Als een jongen dat nou
nog vroegdan zou Sinterklaas er
misschien nog over denken. Maar een
meisje met een echte vliegmachine
het was te raar om over te denken!
Op de achterste bank zat Mientje Van
der Loo. Bij haar kwam de juffrouw het
laatste vragen.
„En Mientje," zei ze, „wat zijn jou
wenschen? Heb jij je schoentjes al klaar
gezet?"
Mientje, een klein, bleek, armelijk
kindje, keek schuw op. De moeder van
Mientje moest hard werken als wasch-
vrouw om het hoofd boven water te hou
den, dat wist iedereen. Een vader had
Mientje niet. Die was al jaren geleden
gestorven.
Toen de juffrouw dan ook vroeg of
Mie'ntje haar schoenen al klaar gezet
had, keek ieder vol spanning toe. Wat
zou Mientje wenschen?
Het kleine meisje zweeg eerst even.
•.Nouvroeg de juffrouw glim
lachend.
„Ik zet m'n schoentjes niet klaar" zei
Mientje met trillende stem.
aan de bel. „Tingelingeling!" klonk het.
Moe kwam binnen.
„Een pakje van Sinterklaas!" zei ze. „Ik
weet niet, voor wie. Laten we eens even
kyken. Voor Mientje Molenaar."
„Ha!" riep de kleine peuter. „Voor
Mientje!"
Ze trok zenuwachtig aan het touwtje,
maar ze kon het niet los krygen.'
„Wacht, ik zal je helpen", zei Evert. Hij
sneed het touwtje door en maakte het
pakje los. Een pop! Een mooie pop, die
schreeuwen en ook slapen kon, als ze op
den rug lag.
„Oooo!" riep de kleine meid met een
lang uitgehaald oooo! „Wat mooi!"
Maar Moe moest je nu in de gaten hou-
in 6611 hoekje van de kast een
nn en„zak Pepernoten klaar liggen en
stroolfto,^6 .mooie »°9 bewonderden,
del vloer* lneenS °Ver 06 tefel en over
bonne, bonne,
Gooi wat i mV.n leeRe tenne,
Dank TT r?,l|n laars-ie.
70n„ U- Sinterklaasje!"
jongens,' d?e R1*-* mee met de
gen. En iederen keer keer zon"
nieuws gestrooid: sausw „f. weer wat
us-1es- flikjes, ijsbon-
Op het hoekje van de straat stond
juffrouw Van Velde met een tiental kin-
Bettie knikte.
„Fijn", zei ze. „Mams, ik wou dat het
al morgen was."
Het was den avond van vijf Decem
ber. Het geheele huis was in ruste. Neen,
toch nietBoven ging héél, héél
zachtjes een deur open en Bettie sloop
op haar teenen door de gang. Tip, tip,
liep ze met haar bloote voetjes de trap af.
Het was héél stil in huis. want het was
ook al half één. Dan sliepen alle men-
schen natuurlijk! Alle menschen, behalve
zijn knecht Piet over de daken om de ge
schenken aan de zoete kinderen "e brem
deren uit de klas. „Zagen jullie wel hoeSinterklaas, want die reed nu juist met
blij ze het pak vonden? zei de juffrouw.
„Het is prettig om wat te krijgen kin
ders. Maar om wat te gevendat is gen> p;^ 20U wej aan het klauteren zijn
nog veel heerlijker. j door de schoorsteenpijpen. Geen wonder
De kinderen vonden dat ook en Geertje dat hii zoo zwart was!
:~1Li. i
Dieken zei zacht:
Ja, dat klauteren door de schoorsteen-
„Dat is tenminste mijn fijnste Sinter- pen, dat was nu juist de oorzaak van
klaas, die ik ooit heb meegemaakt. Ook Bettie's nachtelijke wandeling.
al heb ik die echte vliegmachine dan niet
gehad
Het geheel bestaat uit 20 letters en de
ontvangst ervan bereidt velen vreugde.
13 4 15 10 11 4 is een weg in stad of
dorp.
Want ze had er de geheelen dag al
over nagedacht. Waarover? Wel, Zwar
te Piet zou door de schoorsteen in de
kamer komen om de cadeautjes te bren
gen. Maar, zoo dacht Bettie, de kachel
stond in de kamer. Als Zwarte Piet dus
door de schoorsteen gleed, zou hij par
does midden in de kachel terecht komen.
Nu zou hij vannacht heusch niet ver
branden, want de kachel was uit! Maar
19 16 17 6 4 12 koeksoort, die in dezen tochhet was zoo'n rommel in die
tijd veel gegeten wordt.
8 1 een viervoetig dier bij boeren in
gebruik.
9 2 20 3 een meisjesnaam.
5 14 bijwoord van tijd.
7184 158 20 3 een vrucht, waarvan
men een verfrisschende drank maakt.
kachel. Neen, dat was niet prettig voor
Piet.
Dus. meende Bettie, die kachel moest
weg. En nu had ze dan maar het plan
opgevat om dat zélf eventjes op te knap
pen. Aan vader of moeder durfde ze het
niet te vragen. Die zouden het immers
toch niet goed vinden! Daarom wilde
Bettie het maar alleen doen!
Ze ging dus op haar teentjes naar de
huiskamer, waar de kachel stond. Ja,
dat wegzetten was geen gemakkelijk
werkje. Bettie probeerde er aan te trek
ken, maar de kachel week geen centi
meter.
„Wat nu?" dacht Bettie. Ze keek de
kamer eens rond. Was daar nergens een
stok, die als breekijzer dienst zou kun
nen doen. Neen, in de kamer was niets.
Dan even in de keuken kijken. Ja, daar
was een oude ijzeren gordijnroe. Dat
was een goed hulpmiddel! Gauw ging
Bettie er mee naar de kamer. Nu weer
eens probeeren. Bettie zette de gordijn-
tie snelde weer naar de keuken om een
stoffer en blik te halen. Toen ze terug
kwam in de kamer, ging ze op haar
knieën voor de kachel liggen om het vuil
op te vegen.
Bettie veegde langzaam. Héééé. wat
had ze een slaap. Weer een paar halen
met de borsteltoen: „Bettie". klonk
het zachtjes.
Bettie keek om en wie stond daar mid
den in de kamer?
Sinterklaas!
Bettie kon haar oogen bijna niet ge-
looven. Verlegen stamelde zij:
„Dag Sinterklaas!"
„Dag Betteke" zei de Sint en Bettie
vond het een leuk gehoor, dat Bettekei
zoo noemde moeder haar soms ook.
„Wat ben je hier nog zoo laat aan
het doen?"
„De kachel, ziet U, Sinterklaas
wilde Bettie gaan vertellen, maar plot
seling hield ze op. Ze merkte namelijk
dat Sinterklaas niet alleen in de kamer
was. Zwarte Piet was er óók! Hoe kwam
die daar nu zoo ineens
Maar langen tijd om na te denken
was er niet. Want de Sint pakte een
groote zak. die Piet op zijn rug droeg
uit! Daar zaten een groot aantal pakjes
van allerlei verschillende afmetingen inl
„Allemaal voor jou Bettie" lachte Sin
terklaas. Bettie wilde naar de pakjes grij
pen. toen plotseling moeder's stem weer-
„Maar kind. hoe kom je in vredesnaam
klonk:
hier bij de kachel. Heb je hier den ge
heelen nacht geslapen?"
„Ik ben geloof ik in slaap gevallen
zei Bettie suffig en toen deed ze moedei
haar geheele verhaal!
En tevens beloofde ze, dat ze nooit
meer 's nachts uit eigen beweging uit bed
zou gaan.
Dat beloofde Bettie natuurlijk dadelijk,
nu ze zelf wel inzag, dat het een beetje
stout van haar was geweest om, zonder
er met vader of moeder over te spreken,
uit bed te gaan!
Het mooiste van deze gesciedenis
komt echter nog. Bettie had gedroomd,
dat Sinterklaas bij haar kwam en zijn ge
schenken op tafel legde.
Maartoen ze in de kamer rond
keeklagen daar op tafel een heele
stapel pakjes!
Begrijpen jullie daar nu iets van?
bons, nog eens weer pepernoten. Wat een
lekkers!
„Moet je eerst je kopjé eens leegdrin
ken zei Moe. „Anders begint je keel nog
pyn te doen van 't zingen".
„Ja, eerst drinken!"
„Tingelingeling!" ging de bel weer.
IDeo was stiekum de deur uitgegaan. Een
pakje van Sinterklaas. „Aan Mevrouw
Molenaar stond er op.
Moe keek verrast in het rond.
i Dat iVas *en Pak-i6' dat ze nog niet
kende. Het werd opengesneden. Een mooie
naaidoos.
„Maar jongens!" zei Moe. „Van wie
komt die?"
an Sinterklaas, Moe!" juichten ze alle
drie. „Van Sinterklaas.
„Hoe weet Sinterklaas dat mijn naaidoos
kapot is?" vroeg Moe.
„Door den schoorsteen gekeken", zei
Evert. „Vast door den schoorsteen geke
ken. Anders kon hii 't niet weten."
Moe bewonderde de doos en vond ze
prachtig. Toen moest ze weer in de keu
ken wezen.
„Tingelingeling!"
Nu bracht de goede Sint twee pakies
tegelijk: één voor Theo en één voor Evert
Theo kreeg een mooi boek. „De jongens
van de Club", waar hij al zoo naar ver
langd had; en Evert een bouwdoos.
Prachtig!
„Tingelingeling!"
Weer wat voor Moe. Een heerlijke bo
terletter, een M.
„Da's een groote. Die moeten we dade
lijk maar slachten. 55e is nu nog versch."
Wat een stuk kregen ze ieder.
De eene helft van de M raakte haast op.
Fijn! Fijn!
„Tingelingeling!"
Nu liefst drie pakjes tegelijk. Voor elk
een groote taai-taai pop. En nu was de
pret eerst recht aan den gang. Het klonk
maar aldoor: „Tingelingeling!" en het ge
jubel van de jonge Molenaartjes kon ie
op straat wel hooren. Moeder zorgde maar
dat de kopjes niet leeg bleven staan. En
van Stotorli Wel Werk' om de P<'kjes
't Wasillr-u 5>ntvan<?st te nemen.
i was een heerlyk feest.
de?kwnmkK^infi d€ hr? V°°r*'t laatSt. Mo©-
f'nyH b]nnen. „Compliment van Sin-
avond 'fw W8S heJ,'aatste pakje van-
a.S voor Theo- ^n boeken-
tasch, zoo n echte leeren, die je op slot kan
„Prachtig!" riep Theo. Zoo een had hii
juist graag willen hebben.
„Nu?" vroeg Moe aan Evert. „Is het
prettig geweest?"
Evert zei maar niets, doch hy sloeg de
armen om Moeders hals en kuste haar op
beide wangen.
T,Tingelingeling!"
Verrast keken ze elkander aan. Wat kon
n," n°K ziin? Zou Sinterklaas zich ver
gist hebben?
„Ik zal zelf even kijken", zei Moe.
Een oogenblik later kwam ze terug. Ze
had een brief in de hand. „Van Pa!"
nep ze.
Ze beefde, toen ze de enveloppe open-
mankte. Vlug las ze den brief door.
„Pa is best gezond en hii komt in Maart
al terug! Al in begin Maart!"
„Hoera!" riepen de jongens. „Hoera!"
Ze mochten nog wel een uur opblijven,
toen Mientje al sliep, om over het groote
nieuws na te praten.
Maar om tien uur lagen zij beiden toch
ook te bed.
Moe las Pa's brief nog eens ernstig
over. De dankbaarheid straalde uit haar
oogen. Ze vouwde haar handen en fluis
terde: „Heere. ik dank U, dat ik zoo'n
heerlyk geschenk kreeg. Dat is nog het
mooiste van alles".
G. Ch. W.